<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>74012_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, het financieel beheer alsmede voor de financieringsfunctie van de gemeente Gaasterlân‑Sleat</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gaasterlân-Sleat</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-12-23</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Gaasterlân-Sleat</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:r:BWBR0005416">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-12-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raad 16-12-2010, nr. 17</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Gaasterlân-Sleat;</al><al></al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 december 2008,
                        nr. 17;</al><al></al><al>b e s l u i t :</al><al></al><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;</al><al></al><al>vast te stellen:</al><al></al><al><vet><cursief>"Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid,
                                het financieel beheer alsmede voor de financieringsfunctie van de
                                gemeente
                            Gaasterlân</cursief></vet><vet><cursief>-Sleat".</cursief></vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label></label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>afdelingen iedere afdeling binnen de gemeentelijke organisatie
                                    die als zodanig in het <cursief>Organisatiebesluit gemeente
                                        Gaasterlân-Sleat </cursief>is beschreven.</al></li><li nr="b."><al>financieel beheer het uitoefenen van bestuur over en toezicht op
                                    het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de
                                    gemeente Gaasterlân-Sleat.</al></li><li nr="c."><al>rechtmatigheid de in de rekening verantwoorde lasten, baten en
                                    balansmutaties tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de
                                    begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen,
                                    waaronder gemeentelijke verordeningen.</al></li><li nr="d."><al>doelmatigheid het realiseren van bepaalde prestaties met een zo
                                    beperkt mogelijke inzet van middelen.</al></li><li nr="e."><al>doeltreffendheid de mate waarin de beoogde maatschappelijke
                                    effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label> Titel 1 Begroting en verantwoording</label></kop><artikel><kop><label> Kaderstellen</label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 Programmabegroting</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode een
                                        programma-indeling vast.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt per programma (en/of –onderdeel)
                                        indicatoren voor met betrekking tot de beoogde
                                        maatschappelijke effecten en de te leveren goederen en
                                        diensten.</al></li><li nr="3."><al>De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het tweede lid,
                                        vast.</al></li><li nr="4."><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen
                                        van gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                        maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                        doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de
                                        raad, kunnen worden getoetst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label> Artikel 3 Producten</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij aanvang van iedere nieuwe raadsperiode wordt een
                                        overzicht gegeven van de toedeling van de producten uit de
                                        productenraming aan de programma’s.</al></li><li nr="2."><al>Deze toedeling staat voor de raadsperiode vast, tenzij er
                                        dringende redenen zijn tot het aanbrengen van wijzigingen.
                                        Wijzigingen worden bij de behandeling van de begroting
                                        expliciet vermeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Kaders begroting</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt uiterlijk 1 mei van het begrotingsjaar een
                                        nota aan over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en
                                        de drie opvolgende jaren. In deze nota worden de bevindingen
                                        betrokken uit diverse tussentijdse rapportages en de
                                        jaarstukken bedoeld in artikel 9.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt deze nota uiterlijk 1 juni vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label> Vaststelling</label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Programmabegroting</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt de begroting, inclusief de daarin opgenomen
                                        (vervangings)investeringen op programma-onderdeel niveau
                                        vast.</al></li><li nr="2."><al>De raad behoudt het voorrecht om in de begroting
                                        voorgestelde (nieuwe) investeringen in latere instantie door
                                        middel van een afzonderlijk besluit definitief vast te
                                        stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label> Uitvoering</label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Uitvoering begroting</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering
                                        van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend
                                        verloopt.</al></li><li nr="2."><al>Het college draagt ten aanzien van de productenraming er
                                        zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de lasten en baten, door middel van
                                                kostentoerekening, eenduidig zijn toegewezen aan de
                                                producten van de productraming;</al></li><li nr="b."><al>de budgetten uit de productraming en kredieten voor
                                                investeringen passen binnen de kaders zoals
                                                geautoriseerd bij de vaststelling van de
                                                uiteenzetting van de financiële positie;</al></li><li nr="c."><al>de lasten van de producten niet dusdanig worden
                                                overschreden dat de realisatie van andere producten
                                                binnen hetzelfde programma-onderdeel onder druk
                                                komt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de
                                        programma’s zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting
                                        niet worden overschreden. Omdat de raad de begroting op
                                        programma-onderdeel niveau vaststelt, is het uitwisselen van
                                        budgetten op dit niveau, met inachtneming van de
                                        rechtmatigheidsvoorschriften, zonder afzonderlijk
                                        raadsbesluit toegestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label> Beheersing en Interne controle</label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Interne controle</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                        rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse
                                        interne toetsing van de getrouwheid van de
                                        informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                                        beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college
                                        maatregelen tot herstel.</al></li><li nr="2."><al>Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing
                                        van een aantal bedrijfsonderdelen op juistheid, volledigheid
                                        en tijdigheid van de bestuurlijke informatievoorziening, de
                                        rechtmatigheid van beheershandelingen en op misbruik en
                                        oneigenlijk gebruik van de gemeentelijke regelingen.</al></li><li nr="3."><al>Het college zorgt op basis van de resultaten van de toets
                                        bedoeld in het tweede lid indien nodig voor een plan van
                                        verbetering. Het college neemt op basis van het plan van
                                        verbetering maatregelen voor herstel van de
                                        tekortkomingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label> Rapportage en Verantwoording</label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Tussentijdse rapportage en informatie</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college informeert, tenzij met de raad anders is
                                        overeengekomen, de raad tweemaal door middel van een
                                        tussentijdse rapportage over de realisatie van de begroting
                                        van de gemeente over globaal de eerste vijf (voorjaarsnota)
                                        en negen maanden (najaarsnota) van het lopende
                                        boekjaar.</al></li><li nr="2."><al>De voorjaarsnota wordt vóór 1 juli van het lopende
                                        begrotingsjaar ter vaststelling aan de raad aangeboden.</al></li><li nr="3."><al>De najaarsnota wordt vóór 1 november van het lopende
                                        begrotingsjaar ter vaststelling aan de raad aangeboden.</al></li><li nr="4."><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij
                                        de programma-indeling van de begroting.</al></li><li nr="5."><al>De rapportages gaan in op afwijkingen boven een nader in
                                        overleg met het college vast te stellen niveau, zowel wat
                                        betreft de baten en lasten, de geleverde goederen en
                                        diensten en indien daar aanleiding voor is de
                                        maatschappelijke effecten.</al></li><li nr="6."><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en
                                        neemt pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is
                                        gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het
                                        college te brengen voor zover het betreft niet bij begroting
                                        vastgestelde afzonderlijke verplichtingen inzake:</al></li><li nr="-"><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter
                                        dan € 200.000,00.</al></li><li nr="7."><al>Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een
                                        besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn
                                        wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen
                                        indien het college nieuwe meerjarige verplichtingen aangaat
                                        waarvan de jaarlijkse lasten groter zijn dan €
                                        25.000,00.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Jaarstukken</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                        verantwoording van de afdelingen naar de jaarstukken en het
                                        jaarverslag.</al></li><li nr="2."><al>Dotaties aan voorzieningen die gevoed worden door heffingen
                                        met een gebonden karakter (o.a. reiniging en riolering)
                                        behoeven geen afzonderlijk raadsbesluit wanneer deze
                                        afwijken van de begroting.</al></li><li nr="3."><al>Dotaties aan onderhoudsvoorzieningen (kapitaalgoederen
                                        inclusief onderwijs), als uitvloeisel van het verschil
                                        tussen de geraamde en gerealiseerde onderhoudskosten,
                                        behoeven geen afzonderlijk raadsbesluit.</al></li><li nr="4."><al>Kostenoverschrijdingen die worden gecompenseerd door direct
                                        gerelateerde opbrengsten en kostenoverschrijdingen bij open
                                        einde regelingen (passend binnen het beleid) behoeven niet
                                        door een afzonderlijk raadsbesluit te worden vastgesteld.
                                        Deze kostenoverschrijdingen dienen wel goed herkenbaar in de
                                        jaarstukken te worden opgenomen.</al></li><li nr="5."><al>Door de raad verstrekte kredieten vallen vrij wanneer deze
                                        niet binnen twee jaar na verstrekking gestart of uitgevoerd
                                        zijn. Over het opnieuw ter beschikking kunnen krijgen van
                                        het krediet zal een afzonderlijk raadsbesluit genomen moeten
                                        worden.</al></li><li nr="6."><al>Overschrijdingen van kredieten en budgetten tot 10% met een
                                        maximum van € 10.000 zijn, tenzij het college op grond van
                                        politieke afwegingen anders beslist, zonder afzonderlijk
                                        raadsbesluit toegestaan.</al></li><li nr="7."><al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de
                                        programma’s of de beleidsdoelen van de programma’s voor het
                                        lopende jaar bijstelling behoeven.</al></li><li nr="8."><al>Overgebleven budgetten van niet uitgevoerde activiteiten
                                        kunnen alleen na besluitvorming door de raad overgeheveld
                                        worden naar het nieuwe begrotingsjaar. Besluitvorming vindt
                                        uiterlijk plaats bij vaststelling van de jaarrekening. Tot
                                        het moment van besluitvorming is het college
                                        verantwoordelijk voor het mogelijk risico van onrechtmatig
                                        handelen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label> Titel 2 Financiële positie</label></kop><artikel><kop><label> Kaderstellen</label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Financiële positie</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe
                                        de raad heeft besloten, in de uiteenzetting van de
                                        financiële positie en de meerjarenramingen is
                                        opgenomen.</al></li><li nr="2."><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen
                                        worden bij de uiteenzetting van de financiële positie
                                        expliciet vermeld.</al></li><li nr="3."><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de financiële
                                        positie de investeringskredieten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Waardering &amp; afschrijving vaste activa</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald
                                        actief en het saldo van agio en disagio bij het sluiten van
                                        een geldlening kunnen worden geactiveerd. De afschrijving
                                        voor de kosten voor onderzoek en ontwikkeling vindt lineair
                                        plaats voor ten hoogste 5 jaar en is voor het saldo van agio
                                        en disagio maximaal gelijk aan de looptijd van de
                                        lening.</al></li><li nr="2."><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten
                                        laste van de exploitatie gebracht.</al></li><li nr="3."><al> De materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld
                                        in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording
                                        provincies en gemeenten, worden lineair afgeschreven, met
                                        ingang van de maand van aanschaf/investering, in:</al><lijst><li nr="a."><al>50 jaar: gebouwen (nieuwbouw);</al></li><li nr="b."><al>40 jaar: scholen (nieuwbouw);</al></li><li nr="c."><al>25 jaar: renovatie, restauratie gebouwen en
                                                scholen;</al></li><li nr="d."><al>15 jaar: brandweermateriaal (groot materiaal);</al></li><li nr="e."><al>7 tot 10 jaar: inventaris (variabel);</al></li><li nr="f."><al>7 jaar: auto’s;</al></li><li nr="g."><al>5 jaar: brandweermateriaal (klein materiaal),
                                                immateriële activa;</al></li><li nr="h."><al>3 jaar: automatiseringsapparatuur;</al></li><li nr="i."><al>variabel: riolering (conform vastgesteld GRP);</al></li><li nr="j."><al>niet: gronden en terreinen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Investeringen in activa in de categorieën woonruimten,
                                        gebouwen (o.a. schoolgebouw en bedrijfsgebouwen) en grond-,
                                        weg- en waterbouwkundige werken worden vanaf 1 januari 2009
                                        geactiveerd en afgeschreven op basis van de
                                        componentenbenadering. De te onderkennen componenten en
                                        daarmee samenhangende afschrijvingstermijnen worden bij
                                        (afzonderlijk) raadsbesluit vastgesteld. </al></li><li nr="5."><al>Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000,00
                                        worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen.
                                        Deze laatst genoemden worden altijd geactiveerd.</al></li><li nr="6."><al>Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals
                                        bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en
                                        verantwoording provincies en gemeenten, worden verstaan
                                        investeringen in aanleg en onderhoud van: (inrichting)
                                        wegen, waterwegen; civiele kunstwerken, groen en
                                        kunstwerken,</al></li><li nr="7."><al>Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
                                        maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van
                                        derden en bestemmingsreserves ten laste van de exploitatie
                                        gebracht. Hiervan kan bij raadsbesluit worden afgeweken. In
                                        geval van activering bij raadbesluit wordt het actief
                                        lineair afgeschreven over de verwachte levensduur van het
                                        actief of een kortere, door de raad aan te geven tijdsduur.
                                        Voor investeringen in wegen wordt een afschrijvingstermijn
                                        van 25 jaar gehanteerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Reserves en voorzieningen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt jaarlijks bij de behandeling van de
                                        jaarstukken, de (bijgestelde) nota reserves en voorzieningen
                                        aan ter behandeling en vaststelling door de raad.</al></li><li nr="2."><al>De nota behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding van voorzieningen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 Kostprijsberekening</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en
                                        diensten van de gemeente Gaasterlân-Sleat wordt een systeem
                                        van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening
                                        worden naast de directe kosten ook de indirecte kosten
                                        betrokken, die samenhangen met de door de gemeente verleende
                                        diensten.</al></li><li nr="2."><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan
                                        reserves voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken
                                        activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en
                                        voor rioolrechten, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing
                                        de compensabele BTW.</al></li><li nr="3."><al>Er wordt geen omslagrentemethode toegepast. In de begroting
                                        worden de totale rentelasten als één post opgenomen. Bij
                                        investeringsvoorstellen wordt in het eerste jaar van
                                        afschrijving met een jaarlast gerekend bestaande uit de
                                        afschrijvingslast (lineair afschrijven) verhoogd met de
                                        rentelast (op basis van het dan geldende rentepercentage
                                        over de totale investering).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14 Financieringsfunctie</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt bij de uitoefening van de
                                        financieringsfunctie zorg voor </al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en
                                                het uitzetten van overtollige gelden om de
                                                programma’s binnen de door de raad vastgestelde
                                                kaders van de begroting uit te kunnen voeren;</al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                                financieringsfunctie zoals renterisico’s,
                                                koersrisico’s en kredietrisico’s;</al></li><li nr="c."><al>het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de
                                                leningen en het bereiken van een voldoende rendement
                                                op de uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en
                                                externe kosten bij het beheren van de geldstromen en
                                                financiële posities.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> Het college neemt bij de uitvoering van de
                                        financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt
                                                uitsluitend bij financiële instellingen met minimaal
                                                een A-rating afgegeven door één van de volgende
                                                erkende rating-bureau’s: Moody’s, Standards &amp;
                                                Poors of Fitch IBCA, bij Nederlandse overheden en
                                                andere publiekrechtelijke lichamen met een
                                                solvabiliteitsratio van 0%, of bij financiële
                                                instellingen zonder rating maar met een
                                                kredietwaardigheid vergelijkbaar met een A-rating
                                                waarbij aanvullende eisen gelden zoals opgenomen in
                                                het onder lid 4 genoemde Treasurystatuut;
                                                overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet
                                                tegen vastrentende waarden, dan wel in producten
                                                waarbij de hoofdsom tenminste aan het eind van de
                                                looptijd in tact is. </al></li><li nr="b."><al>derivaten worden uitsluitend gebruikt ter beperking
                                                van financiële risico’s;</al></li><li nr="c."><al>voor het aantrekken van financieringen voor langer
                                                dan 1 jaar worden tenminste 2 prijsopgaven bij
                                                verschillende financiële instellingen gevraagd;</al></li><li nr="d."><al>overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het
                                                uitzetten van middelen of het verlenen van garanties
                                                worden alleen in euro’s opgesteld;</al></li><li nr="e."><al>voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden
                                                de wettelijke waarden. Het college informeert de
                                                raad indien de kasgeldlimiet of de renterisiconorm
                                                dreigen te worden overschreden.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van
                                        financiële participaties anders dan genoemd in het tweede
                                        lid worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke
                                        taak. Dergelijke leningen of garanties worden uitsluitend
                                        verstrekt aan door de raad goedgekeurde derde partijen,
                                        waarbij vooraf advies van de afdeling Middelen wordt
                                        ingewonnen over de financiële positie en de
                                        kredietwaardigheid van de betreffende partij.</al></li><li nr="4."><al>Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde
                                        onder het eerste tot en met derde lid en legt deze regels
                                        alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de
                                        verantwoordingsrelaties en de bijbehorende
                                        informatievoorziening vast in een Treasurystatuut. Het
                                        college zendt het Treasurystatuut ter kennisgeving aan de
                                        raad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15 Registratie bezittingen, activa en vermogen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt zorgt voor een actuele en volledige
                                        registratie van bezittingen, waaronder op het gebied van
                                        (maatschappelijk) vastgoed.</al></li><li nr="2."><al>Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de
                                        ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de
                                        gemeente systematisch worden gecontroleerd, met dien
                                        verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande
                                        leningen, de (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de
                                        opgenomen leningen en de (crediteuren-)schulden jaarlijks
                                        worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen
                                        tenminste eenmaal in de 4 jaar.</al></li><li nr="3."><al>Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het
                                        college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De
                                        resultaten van de controle en eventuele plannen van
                                        verbetering worden ter kennisgeving aan de raad
                                        aangeboden.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label> Titel 3 Paragrafen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 16 Lokale heffingen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het vaststellen van de hoogte van gemeentelijke tarieven,
                                    heffingen en prijzen door de raad verstrekt het college aan de
                                    raad per verordening c.q. lokale heffing de actueel geraamde
                                    hoeveelheden per door de gemeente verstrekte dienst, waarover de
                                    tarieven, heffingen en prijzen in rekening worden gebracht en
                                    per verordening c.q. lokale heffing het totaal van de geraamde
                                    kosten van de erin genoemde door de gemeente verstrekte
                                    diensten.</al></li><li nr="2."><al>Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                    lokale heffingen verslag van: de opbrengsten per lokale heffing;
                                    het volume en bedrag aan kwijtscheldingen; de kostendekkendheid
                                    van de rioolrechten en de afvalstoffenheffing; de (ontwikkeling
                                    van de) lokale lastendruk voor eenpersoonshuishoudingen,
                                    meerpersoonshuishoudingen en bedrijven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 17 Weerstandsvermogen en risicomanagement</label></kop><al>Het college geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en
                            van de jaarstukken de risico’s van materieel belang en een inschatting
                            van de kans dat deze risico’s zich voordoen aan. </al><al>Het college geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en
                            van de jaarstukken de weerstandscapaciteit en in hoeverre schade en
                            verliezen als gevolg van de risico’s van materieel belang met de
                            weerstandscapaciteit kunnen worden opgevangen aan.</al></artikel><artikel><kop><label> Artikel 18 Onderhoud kapitaalgoederen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt periodiek afzonderlijke beheerplannen aan voor
                                    de investeringen en het onderhoud van de volgende
                                    kapitaalgoederen: a. wegen (binnen en buiten de bebouwde kom);
                                    b. bruggen; c. kaden, damwanden, beschoeiingen en steigers; d.
                                    baggeren; e. riolering; f. groenbeheer en begraafplaatsen; g.
                                    sportvelden; h. gemeentelijke gebouwen; i. gebouwen
                                    onderwijs.</al></li><li nr="2."><al>Elk beheersplan bevat voorstellen voor het te plegen
                                    onderhoud/investeringen en de bijbehorende kosten inclusief het
                                    meerjarig budgettair beslag. Deze voorstellen worden, waar
                                    mogelijk, gedaan op basis van verschillende
                                    kwaliteitsniveaus.</al></li><li nr="3."><al>De raad stelt een nota binnen 2 maanden na indiening vast.</al></li><li nr="4."><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de
                                    paragraaf onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang
                                    van het geplande onderhoud en het eventueel achterstallig
                                    onderhoud aan de onder lid 1 genoemde kapitaalgoederen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 19 Financiering</label></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            financiering in ieder geval verslag van:</al><lijst><li nr="a."><al>de kasgeldlimiet;</al></li><li nr="b."><al>de renterisico norm;</al></li><li nr="c."><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                    komende drie jaar;</al></li><li nr="d."><al>de rentevisie en</al></li><li nr="e."><al>de rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de
                                    financieringsfunctie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 20 Bedrijfsvoering</label></kop><lijst><li nr="1."><al>In de bedrijfsvoeringsparagraaf in de begroting wordt ingegaan
                                    op de tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven.
                                    In de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag wordt
                                    gerapporteerd over de bij de begroting bepaalde onderwerpen
                                    aangaande de bedrijfsvoering alsmede over nieuwe
                                    ontwikkelingen.</al></li><li nr="2."><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de
                                    begroting en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken
                                    naar de doelmatigheid en doeltreffendheid, bedoeld in artikel
                                    213a Gemeentewet, en de uitputting van de bijbehorende
                                    budgetten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 21 Verbonden partijen</label></kop><al>In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden
                            partijen in elk geval ingegaan op nieuwe verbonden partijen, het
                            beëindigen van bestaande verbonden partijen, het wijzigen van bestaande
                            verbonden partijen en eventuele problemen bij bestaande verbonden
                            partijen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 22 Grondbeleid</label></kop><al>In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken wordt
                            ingegaan op de uitvoering van het grondbeleid, met name de belangrijkste
                            financiële ontwikkelingen zoals verlies-/winst-verwachtingen, de
                            verwerving van gronden e.d. en de relaties van het grondbeleid met de
                            programma’s.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 23 Verstrekking subsidies</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een
                                    (bijgestelde) nota verstrekking gemeentelijke subsidies aan. De
                                    nota bevat het kader voor de verstrekking van gemeentelijke
                                    subsidies en een overzicht van de toegekende gemeentelijke
                                    subsidies.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt de nota vast binnen 2 maanden na aanbieding van de
                                    nota door het college.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label> Titel 5 Slotbepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 24 Inwerkingtreding</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking per 17 december 2008.</al></li><li nr="2."><al>Hiermee vervalt de Financiële verordening gemeente
                                    Gaasterlân-Sleat welke is vastgesteld op 31 januari 2006.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 25 Citeertitel</label></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam
                                    <vet><cursief>“Financiële verordening gemeente
                                    Gaasterlân-Sleat”.</cursief></vet></al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door de raad voornoemd in zijn</al><al>openbare vergadering van 16 december 2008,</al><al>, voorzitter.</al><al>, griffier.</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>