<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:xopus="http://www.xopus.com/xmlns/xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta>
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>70305_1</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Ligplaatsenverordening het Bildt</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">het Bildt</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2010-12-20</dcterms:modified>
      <dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:spatial>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:alternative>Ligplaatsenverordening het Bildt</dcterms:alternative>
      <dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source>
      <dcterms:issued>1999-09-01</dcterms:issued>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Bildtse Post</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:publisher scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:publisher>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>1999-09-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>99.09.09</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
        <al>Geen.</al>
      </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Datum ondertekening inwerkingstredingbesluit 01-09-1999</al>
        <al>Bron ondertekening inwerkingstredingbesluit Bildtse Post</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule/>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente het Bildt;</al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 september
                        1999;</al>
          <al/>
          <al>gelet op het bepaalde in de Gemeentewet;</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>b e s l u i t</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>vast te stellen de volgende <vet>Ligplaatsenverordening het Bildt</vet></al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <enig-artikel>
          <al>Artikel 1</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>Begripsomschrijvingen</al>
          <al/>
          <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
          <al>a. <onderstreept>vaartuig:</onderstreept></al>
          <al>naast het begrip vaartuig in de gebruikelijke zin van het woord een
                        vaartuig</al>
          <al>zonder waterverplaatsing, een casco, een vaartuig in aanbouw en een vaartuig
                        dat de geschiktheid tot varen of drijven heeft verloren, dan wel de
                        overblijfselen daarvan;</al>
          <al>b. <onderstreept>aanleggen:</onderstreept></al>
          <al>het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of
                        op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor
                        dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, gedurende de
                        tijd die daadwerkelijk gebruikt wordt voor een recreatief verblijf op of in
                        de omgeving van het vaartuig;</al>
          <al>c. <onderstreept>ligplaats innemen:</onderstreept></al>
          <al>het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of
                        op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor
                        dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, anders dan voor
                        aanleggen;</al>
          <al>d. <onderstreept>ankeren:</onderstreept></al>
          <al>het doen of laten liggen van een vaartuig anders dan aan of op de oever, aan
                        de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel
                        aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig;</al>
          <al>e. <onderstreept>rietkraag:</onderstreept></al>
          <al>de met riet, biezen, lisdodden of soortgelijke planten (helofyten) begroeide
                        oppervlakte;</al>
          <al>f. <onderstreept>rechthebbende:</onderstreept></al>
          <al>ieder die over enig goed enige zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of
                        persoonlijk recht of daarover enige feitelijke zeggenschap uitoefent.</al>
          <al/>
          <al>Artikel 2</al>
          <al>
            <vet/>
          </al>
          <al>Ligplaats innemen</al>
          <al/>
          <al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee ligplaats in te
                        nemen.</al>
          <al>Het in lid 1 gestelde verbod is niet van toepassing op het innemen van
                        ligplaats:</al>
          <al>met een vaartuig aan een krachtens artikel 13 of bij een geldend
                        bestemmingsplan als zodanig aangewezen ligoever dan wel in een bij geldend
                        bestemmingsplan aangewezen haven of andere bij bestemmingsplan aangewezen
                        gelegenheid die bestemd is om een vaartuig onder te brengen;</al>
          <al>met een vaartuig, behorende tot een categorie vaartuigen, waarvoor het
                        verbod door burgemeester en wethouders op grond van het gestelde in lid 3,
                        buiten toepassing is verklaard.</al>
          <al>Burgemeester en wethouders kunnen (categorieën van) vaartuigen aanwijzen
                        waarop het in lid 1 gestelde verbod niet van toepassing is.</al>
          <al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in lid 1 gestelde verbod
                        ontheffing verlenen.</al>
          <al/>
          <al>Artikel 3</al>
          <al/>
          <al>Aanleggen</al>
          <al/>
          <al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee aan te leggen in of
                        aan een rietkraag of aan of op een krachtens artikel 14 als zodanig
                        aangewezen oever.</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>Onverminderd het bepaalde in lid 1, is het de rechthebbende op een vaartuig
                        verboden, daarmee langer dan gedurende ten hoogste drie achtereenvolgende
                        dagen of gedeelten daarvan op dezelfde plaats aan te leggen.</al>
          <al>De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht daarmee gedurende drie
                        achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan op dezelfde plaats te hebben
                        gelegen, indien dat vaartuig op die plaats door een met de uitvoering van de
                        verordening belaste ambtenaar als bedoeld in artikel 16 wordt aangetroffen
                        op enig tijdstip van de eerste van drie dagen en op enig tijdstip van de
                        eerste dag na die drie dagen.</al>
          <al>De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht op dezelfde plaats te zijn
                        gebleven indien het vaartuig binnen een straal van 500 meter - hemelsbreed
                        gemeten - gerekend vanaf de in lid a bedoelde aanlegplaats wordt
                        aangetroffen.</al>
          <al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden, met enig vaartuig binnen
                        vijf dagen nadat het is verplaatst op de in lid 1, sub a, bedoelde plaats
                        opnieuw aan te leggen.</al>
          <al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in lid 1 gestelde verbod
                        ontheffing verlenen voor zover het betreft een krachtens artikel 14 als
                        zodanig aangewezen oever.</al>
          <al/>
          <al>Artikel 4</al>
          <al/>
          <al>Aanleg-exces</al>
          <al/>
          <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3, lid 1 en lid 2, is het de
                        rechthebbende op een vaartuig verboden daarmede op een plaats aan te leggen,
                        indien burgemeester en wethouders hem schriften k hebben medegedeeld, dat
                        zij het, met het oog op de verdeling van de beschikbare aanlegplaatsen,
                        onaanvaardbaar achten dat genoemde rechthebbende aldaar nog langer
                        aanlegt.</al>
          <al/>
          <al>Artikel 5</al>
          <al>
            <onderstreept/>
          </al>
          <al>Ankeren</al>
          <al/>
          <al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te ankeren in een
                        rietkraag of op een afstand van minder dan 5 meter vanuit een rietkraag, in
                        een krachtens artikel 14 als zodanig aangewezen water of op een afstand van
                        minder dan 5 meter vanuit een krachtens artikel 14 als zodanig aangewezen
                        oever.</al>
          <al>Onverminderd het bepaalde in lid 1 is het de rechthebbende op een vaartuig
                        verboden daarmee te ankeren anders dan gedurende de tijd die daadwerkelijk
                        gebruikt wordt voor een permanent recreatief verblijf op of in de omgeving
                        van het vaartuig.</al>
          <al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in lid 1 en lid 2 gestelde verbod
                        ontheffing verlenen voor zover het betreft een krachtens artikel 14
                        aangewezen water of oever.</al>
          <al/>
          <al>Artikel 6</al>
          <al/>
          <al>Varen</al>
          <al/>
          <al>1. Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee door of in een
                        rietkraag te varen.</al>
          <al>2. Onverminderd het bepaalde in lid 1 is het de rechthebbende op een
                        vaartuig verboden daarmee te varen in een krachtens artikel 14 als zodanig
                        aangewezen water.</al>
          <al>3. Burgemeester en wethouders kunnen van het in lid 2 gestelde verbod
                        ontheffing verlenen.</al>
          <al/>
          <al>Artikel 7</al>
          <al/>
          <al>Ontheffing/vergunning</al>
          <al/>
          <al>De aanvraag voor een ontheffing, als bedoeld in de artikelen 2 lid 4, 3 lid
                        2, 5 lid 3 en 6 lid 3, alsmede een aanvraag tot wijziging, aanvulling of
                        intrekking van aan een vergunning of ontheffing verbonden voorschriften,
                        dient bij burgemeester en wethouders te worden ingediend door gebruikmaking
                        van een formulier, waarvan het model door burgemeester en wethouders wordt
                        vastgesteld.</al>
          <al>Wanneer een ontheffing wordt verleend, geldt zij, indien in de ontheffing of
                        vergunning niet anders wordt bepaald, zowel voor de aanvrager als voor zijn
                        rechtverkrijgenden.</al>
          <al>Artikel 8</al>
          <al/>
          <al>Het is verboden te handelen in strijd met een aan een krachtens deze
                        verordening verleende ontheffing verbonden voorschrift.</al>
          <al/>
          <al>Artikel 9</al>
          <al/>
          <al>Aanleggen bij particulieren</al>
          <al/>
          <al>Het is verboden aan een niet bij de overheid in beheer en onderhoud zijnde
                        wal of kade met een vaartuig aan te leggen tegen de duidelijk kenbaar
                        gemaakte wil van de rechthebbende, gebruiker of beheerder van die wal of
                        kade.</al>
          <al/>
          <al>Artikel 10</al>
          <al/>
          <al>Ligplaats aan laad- of losplaats</al>
          <al/>
          <al>Het is verboden aan een bij de gemeente in beheer en onderhoud zijnde laad-
                        en losplaats met een vaartuig ligplaats in te nemen anders dan ter
                        onmiddellijke lading of lossing.</al>
          <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het eerste
                        lid vervatte verbod.</al>
          <al/>
          <al>Artikel 11</al>
          <al/>
          <al>Het is verboden:</al>
          <al/>
          <al>Met een vaartuig gebruik te maken van een bij de gemeente in beheer en
                        onderhoud zijnde vaart, haven, kade, wal of beschoeiing, waarvoor
                        burgemeester en wethouders door een aan het water geplaatst bord kenbaar
                        gemaakt verbod tot het gebruik maken hebben ingesteld;</al>
          <al>met een vaartuig van een bij de gemeente in beheer en onderhoud zij6de
                        vaart, haven, kade, wal of beschoeiing, ten aanzien van het gebruik maken
                        waarvan burgemeester en wethouders een door aan het water geplaatst bod
                        kenbaar gemaakte beperkingen hebben vastgesteld, gebruik te maken in strijd
                        met bepalingen, door dat college aan die beperking verbonden.</al>
          <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het eerste
                        lid vervatte verbod.</al>
          <al/>
          <al>Artikel 12</al>
          <al/>
          <al>Innemen ligplaats of varen</al>
          <al/>
          <al>De schipper, eigenaar of gebruiker van een vaartuig, die in de gemeente
                        ligplaats inneemt of vaart is verplicht zich hierbij te gedragen naar de
                        aanwijzingen van de met het toezicht op de bij de gemeente in beheer of
                        onderhoud zijnde vaart, haven, kade, wal of beschoeiing belaste
                        ambtenaar.</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>Artikel 13</al>
          <al/>
          <al>Procedure m.b.t. de aanwijzing van ligoevers</al>
          <al/>
          <al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ligoevers aan te wijzen als bedoeld
                        in artikel 2 lid 2 sub a.</al>
          <al>Bij de aanwijzing kan worden bepaald dat deze slechts gedurende een bepaalde
                        periode van kracht is en/of slechts voor één of meer categorieën vaartuigen
                        zal gelden.</al>
          <al>Burgemeester en wethouders winnen, alvorens tot ter inzage legging als
                        bedoeld in lid 4 over te gaan, het advies in van, zoveel mogelijk, de
                        publiekrechtelijke beheerder(s) van de betrokken oever(s) en het (de)
                        betrokken water(en).</al>
          <al>Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste lid is de in
                        afdeling 3.4 van de Awb geregelde procedure van toepassing.</al>
          <al>In de aanwijzing zelf wordt het tijdstip bepaald waarop zij in werking
                        treedt.</al>
          <al/>
          <al>Artikel 14</al>
          <al/>
          <al>Procedure m.b.t. de aanwijzing van oevers en/of wateren</al>
          <al>waar het verboden is aan te leggen, te ankeren, of te varen</al>
          <al/>
          <al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd oevers en/of wateren aan te wijzen
                        als bedoeld in artikel 3, artikel 5 en artikel 6, waar het verboden is aan
                        te leggen, te ankeren of te varen.</al>
          <al>Ten aanzien van het gebruik van de in lid 1 bedoelde bevoegdheid zijn de
                        leden 2 t/m 5 van artikel 13 van overeenkomstige toepassing.</al>
          <al/>
          <al>Artikel 15</al>
          <al/>
          <al>Strafbepaling</al>
          <al/>
          <al>Overtreding van een in deze verordening neergelegde verbodsbepaling wordt
                        bestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van
                        de tweede categorie.</al>
          <al/>
          <al>Artikel 16</al>
          <al/>
          <al>Toezicht op de naleving van de verordening</al>
          <al/>
          <al>Met het toezicht op de naleving van deze verordening zijn belast, behalve de
                        in artikel 141 van het Wetboek van Strafverordening genoemde ambtenaren, de
                        door burgemeester en wethouders aan te wijzen ambtenaren der gemeente.</al>
          <al/>
          <al>Artikel 17</al>
          <al/>
          <al>Hogere regelgeving</al>
          <al/>
          <al>De bepalingen van deze verordening gelden niet voor zover de Wet
                        milieubeheer, het Binnenvaartpolitieregiment en de Wet beheer
                        Rijkswaterstaatswerken van toepassing is.</al>
          <al/>
          <al>Artikel 18</al>
          <al>
            <vet/>
          </al>
          <al>Overgangsbepaling</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>Een ontheffing van een verbodsbepaling als bedoeld in artikel 2 lid 4, 3 lid
                        3, 5 lid 3 en 6 lid 3 van de Ligplaatsenverordening Friesland wordt, voor
                        zover het respectievelijk in artikel 2 lid 1, 3 lid 1, 5 lid 1, 5 lid 2 of 6
                        lid 2 van deze verordening bedoelde verbod van toepassing is, geacht een
                        ontheffing te zijn van het verbod vervat in artikel 2 lid 4, 3 lid 3, 5 lid
                        3 of 6 lid 3 van deze verordening. De ontheffing blijft met de daaraan
                        verbonden voorschriften van kracht tot op het moment dat in de ontheffing
                        zelf is bepaald.</al>
          <al>De aanwijzing van oevers en/of wateren die heeft plaatsgevonden
                        overeenkomstig de procedure van de artikelen 9 en 10 van de
                        Ligplaatsenverordening Friesland wordt geacht een aanwijzing te zijn
                        krachtens de artikelen 13 en 14 van deze verordening.</al>
          <al/>
          <al>Artikel 19</al>
          <al/>
          <al>Inwerkingtreding</al>
          <al/>
          <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van
                        haar bekendmaking.</al>
          <al/>
          <al>Artikel 20</al>
          <al/>
          <al>Citeertitel</al>
          <al/>
          <al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Ligplaatsenverordening het
                        Bildt".</al>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
        </enig-artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al> De raad voornoemd,</al>
          <al/>
          <al/>
          <al> , voorzitter.</al>
          <al/>
          <al/>
          <al> , secretaris.</al>
          <al/>
          <al/>
        </slotformulering>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
