<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xml:lang="nl-NL" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"><meta><owmskern><dcterms:identifier xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">70204_1</dcterms:identifier><dcterms:title xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2008</dcterms:title><dcterms:language xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Nijefurd</dcterms:creator><dcterms:modified xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">2010-12-20</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Friso, 29-07-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/"> Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=44" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Gemeentewet, art. 44, lid 2, lid 3</dcterms:source><dcterms:subject xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">personeel en organisatie</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:rights xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=95 t/m 99" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Gemeentewet, art. 95 t/m art. 99</dcterms:source><dcterms:issued xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">2008-05-27</dcterms:issued><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Nijefurd; </al><al>  </al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.;  </al><al>  </al><al>gelet op, </al><al>   </al><al><vet>Besluit: </vet>vast te stellen de: verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2008 </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel status="officieel">Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel></titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet;  </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243; </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;  </al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>Regeling  rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20 februari  2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit  wethouders; </al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>Verplaatsingskostenregeling  1989: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 20 oktober  1989, nr. AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212; </al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56; </al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al>Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt. 181;  </al></li></lijst><lijst><li nr="h."><al>raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder; </al></li></lijst><lijst><li nr="i."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet; </al></li></lijst><lijst><li nr="j."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 10.001 – 12.000 inwoners vastgestelde maximum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De  vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden  kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 10.001 – 12.000  inwoners, vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en  commissieleden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten  aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel  4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de  toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in  afwijking van het eerste lid een onkostenvergoeding gelijk aan het  bedrag voor gemeenteklasse 10.001 – 12.000 inwoners, vermeld in tabel  III van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het  raadslid dat gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is  geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, naar  evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is  geweest. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan  het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in  verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering  van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bij gebruik van openbare middelen  van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in  redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bij gebruik van een eigen  vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte  noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4,  onderdeel b van de Regeling rechtspositie wethouders (2008: 0,37 ct.  bruto per km). </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid vergoed. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De  kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen,  seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de  gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de  gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het  raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of  symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of  verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij het college. De  aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een  kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als  deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het  raadslidmaatschap.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>raadslid  ontvangt ten laste van de gemeente voor de aanschaf van een computer en  randapparatuur en alle overige kosten, alsmede voor de aanleg en  abonnementskosten van een internetverbinding een vergoeding van € 340,-  bruto per jaar. De berekening van de vergoeding is gebaseerd op een  aanschafprijs van € 1500,- met een restwaarde van 10% en een  afschrijvingstermijn van 4 jaar. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De  kosten van onderhoud van de computer met printer/fax en van de aankoop  van papier, inktpatronen en andere supplies komen voor rekening van het  raadslid. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>De  aansluiting, de abonnementskosten en andere kosten ten behoeve van de  toegang tot het internet komen voor rekening van het raadslid. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Het  raadslid kan desgewenst advies vragen aan het ISZF (ICT  Samenwerkingsverband Zuidwest Friesland) over de configuratie  (samenstelling van de computerapparatuur met printer/fax), de  internetaansluiting en e-mail.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het  raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en  onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van  die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op aanvraag deelnemen  aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.  </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het  raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en  onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van  die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de  levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de  loonbelasting 1964. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het  raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en  onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van  die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de  fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling  loonbelasting 2001. Naar keuze van het raadslid wordt de raadsvergoeding  dan wel vaste onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de  fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In  het geval een raadslid een uitkering op grond van de Werkloosheidswet  ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting  op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het  raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding  voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding  ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In  het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit  Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na  toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting  op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het  raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding  voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding  ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de gemeenteraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een  raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan 30  dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad waarneemt,  ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in artikel 2  bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van de  waarneming.  </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ziektekostenvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De  tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering als bedoeld  in artikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden  bedraagt voor 2008 € 198,25- (bruto) per jaar, het bedrag wordt  aangepast aan de inkomensontwikkeling van de sector Rijk. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In  het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het kalenderjaar lid  van de raad is geweest ontvangt hij de tegemoetkoming, bedoeld in het  eerste lid, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar  raadslid is geweest. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in maandelijkse termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of ziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De  artikelen 2 tot en met 4, 8, 9 tot en met 12 en 14 blijven van  toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet  tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of  ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op  grond van artikel 3, eerste of tweede lid, ontvangt de helft bedraagt  van het bedrag dat op grond van die bepalingen van toepassing is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de  artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde en vijfde lid en 11  tot en met 14 van deze verordening zijn van toepassing op raadsleden  die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een raadslid dat  ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft gekregen  wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschap verbonden kosten is gelijk aan 75 % van het bedrag voor gemeenteklasse 8.001 – 14.000 inwoners, vermeld in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>De tegemoetkoming voor  het reizen tussen zijn woning en zijn plaats van tewerkstelling van de  wethouder is gelijk aan de vergoeding bedoeld in artikel 3 van de  Regeling rechtspositie wethouders. De tegemoetkoming wordt niet verstrekt bij een reisafstand van minder dan 10 kilometer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de wethouder worden ten behove van de gemeente gemaakte reiskosten, anders dan bedoeld in artikel 17, vergoed. De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de reiskosten; </al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders;</al></li><li nr="c."><al>een vergoeding van noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op  aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder  gesaldeerd overeenkomstig de regeling voor gemeentelijk personeel.  Indien geen regeling als bedoeld in de eerste volzin is vastgesteld  vindt op aanvraag saldering van de reiskosten voor de zakelijke reizen  van de wethouder plaats overeenkomstig artikel 4a van de Reisregeling  binnenland, artikel 2a van de Reisregeling buitenland en artikel 13a van  de krachtens het Verplaatsingskostenbesluit 1989 vastgestelde  Verplaatsingskostenregeling 1989.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De wethouder worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke verblijfkosten ter zake van reizen, bedoeld in artikel 18 volledig vergoed. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien  de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt  worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en  verblijfkosten vergoed.  </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor  een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een  reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het college  vereist. Het college meldt haar voornemen om toestemming te verlenen  tijdig aan de gemeenteraad, zodat deze – indien wenselijk – voorwaarden  aan deze toestemming kan verbinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De  kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,  seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de  gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de  gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De  wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of  symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of  verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij het college. De  aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een  kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als  deelname van algemeen belang is in verband met de uitoefening van het  ambt van wethouder. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De  wethouder ontvangt ten laste van de gemeente voor de aanschaf van een  computer en randapparatuur en alle overige kosten, alsmede voor de  aanleg en abonnementskosten van een internetverbinding een vergoeding  van € 340,- bruto per jaar. De berekening van de vergoeding is gebaseerd  op een aanschafprijs van € 1500,- met een restwaarde van 10% en een  afschrijvingstermijn van 4 jaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De  kosten van onderhoud van de computer met printer/fax en van de aankoop  van papier, inktpatronen en andere supplies komen voor rekening van de  wethouder. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De  aansluiting, de abonnementskosten en andere kosten ten behoeve van de  toegang tot het internet komen voor rekening van de wethouder. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De  wethouder kan desgewenst advies vragen aan het ISZF (ICT  Samenwerkingsverband Zuidwest Friesland) over de configuratie  (samenstelling van de computerapparatuur met printer/fax), de  internetaansluiting en e-mail.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan  de wethouder wordt voor de uitoefening van zijn ambt een mobiele  telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld die mede gebruikt mag  worden voor privé doeleinden.  </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De  wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37  van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van de  wethouder wordt de bezoldiging dan wel vaste onkostenvergoeding dan wel  eindejaarsuitkering verminderd met de vergoeding voor de fiets als  bedoeld in de Uitvoeringsregeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.    </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Reis- en pensioenkosten en verhuiskosten</titel></kop><al>De wethouder die bij  benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt heeft ten  laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van: </al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van de Regeling rechtspositie wethouders; </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>verhuiskosten  in verband met de benoeming als wethouder overeenkomstig het bepaalde  in artikel 2 van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door  </al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Voor  de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, 18, 20 en 26  wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het model  door het college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen  vooruit zijn betaald. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het  declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het  raadslid dient het declaratieformulier inclusief de originele  bewijsstukken binnen een maand in bij de griffier ter ondertekening. De  wethouder levert dit aan bij de directeur-secretaris voor ondertekening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De  vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 18, 20, 21 en 26 kan  plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het raadslid,  onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende factuur aan de  gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verantwoording  van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het  begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is  vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het  raadslid dient het begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden  in bij de griffier, de wethouder dient het bij de directeur-secretaris  in. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Intrekking oude regelingen</titel></kop><al>De verordening geldelijke  voorzieningen raads- en commissieleden d.d. 21 december 1993 en de  verordening verstrekken bijdrage in de kosten van aanschaf van  computerapparatuur door raadsleden van de Gemeente Nijefurd d.d. 16  maart 2006 worden ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 juni 2008 en werkt voor wat betreft artikel 14 (ziektekostenvoorziening) terug tot en met 16 maart 2006 en voor wat betreft artikel 22 (computer en internetverbinding) ten aanzien van de op 27 april 2006 beëdigde wethouders terug tot en met de dag van hun beëdiging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2008.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr></nr><titel></titel></kop><al><vet>Toelichting Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden</vet></al><al>  </al><al>ALGEMEEN </al><al><vet> </vet></al><al><vet>Hoofdlijnen gemeentelijke verordening</vet></al><al>In de verordening zijn bepalingen opgenomen inzake de  rechtspositie van wethouders en raadsleden. De grondslag hiervoor is te  vinden in de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit wethouders en het  Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Buiten hetgeen hun bij of  krachtens de wet is toegekend genieten de wethouders als zodanig geen  inkomsten, in welke vorm dan ook, ten laste van de gemeente (artikel 44  van de Gemeentewet). Dit betekent dat de rechtspositionele aanspraken  voor zittende wethouders uitsluitend te vinden zijn in respectievelijk  de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit wethouders, de Regeling  rechtspositie wethouders en de plaatselijke Verordening rechtspositie  wethouders en raadsleden.  </al><al>  </al><al>Gewezen wethouders ontlenen hun aanspraak op een  ontslaguitkering en pensioen aan de Algemene pensioenwet politieke  ambtsdragers. </al><al>  </al><al>Een soortgelijke bepaling als artikel 44 is voor  raadsleden opgenomen in artikel 99 van de Gemeentewet. Het tweede lid  van die bepaling voegt daaraan toe dat bij gemeentelijke verordening aan  raadsleden voordelen, anders dan in de vorm van vergoedingen en  tegemoetkomingen, mogen worden toegekend. Daarvoor is wel de goedkeuring  van gedeputeerde staten vereist. De rechtspositionele aanspraken voor  raadseden zijn dan ook uitsluitend te vinden in respectievelijk de  Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en de  plaatselijke Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden. </al><al>  </al><al>De verordening bevat bepalingen inzake: </al><al>-de beloning voor de werkzaamheden van raadsleden (artikelen 2),  waarbij is op te merken dat voor wethouders niets is opgenomen omdat hun  bezoldiging uitputtend is geregeld in het Rechtspositiebesluit  wethouders; </al><al>-een vaste algemene onkostenvergoeding voor wethouders en raadsleden (artikelen 3 en 16); </al><al>-reis- en verblijfkosten van wethouders en raadsleden, waarbij  voor wethouders een onderscheid is gemaakt tussen woon-werkverkeer en  zakelijke reizen (artikelen 5, 6 en 17 t/m 20); </al><al>-reis- en pensionkosten en verhuiskosten van de bij benoeming verhuisplichtige wethouder (artikel 26); </al><al>-beschikbaarstelling van computer- en communicatieapparatuur aan  wethouders en raadsleden (artikelen 8 en 22) en faciliteiten in de vorm  van deelname van wethouders en raadsleden aan cursussen, congressen e.d.  (artikelen 7 en 21); </al><al>-een aantal secundaire voorzieningen voor raadsleden, zoals voor  zowel wethouders als raadsleden de spaarloonregeling of  levensloopregeling (artikelen 9 en 24); </al><al>-de procedure van declareren (artikelen 27 t/m 29). </al><al><vet> </vet></al><al><vet>De arbeidsverhouding van de wethouder en het raadslid</vet></al><al>Raadsleden zijn niet in dienstbetrekking bij de  gemeente. De gemeente is dus niet de werkgever. Dat betekent  bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het raadslidmaatschap niet  vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet,  Ziektewet en WIA. Raadsleden worden ook niet aangemerkt als werknemer in  de zin van de Zorgverzekeringswet en hebben derhalve op grond van die  wet geen recht op vergoeding door de gemeente van de over de  raadsvergoeding verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage in de kosten  van de basisverzekering. Als gevolg van een wijziging van artikel 11  van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden van 6 december  2006 (Stb. 2006, 660) kan de raad echter bij verordening wel een  tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering worden  toegekend. Daardoor is tegemoet gekomen aan de inhouding van de  inkomensafhankelijke bijdrage. Omdat er geen dienstbetrekking met de  gemeente is vallen raadsleden niet onder de Wet op de loonbelasting 1964  maar worden hun inkomsten getoetst aan de Wet inkomstenbelasting 2001.  Wel kan een raadslid opteren voor de loonbelasting door te kiezen voor  het fictief werknemerschap (zie hieronder). </al><al>  </al><al>Wethouders zijn sinds de dualisering van het  gemeentebestuur ingevolge de Ambtenarenwet als benoemde bestuurders in  openbare dienst aangesteld en vallen onder de werking van die wet.  Echter de bepalingen over het materiële ambtenarenrecht uit de  Ambtenarenwet zijn niet van toepassing op wethouders. Hun rechtspositie  wordt, zoals hiervoor is aangegeven, beheerst door specifieke wet- en  regelgeving. De aanstelling in openbare dienst houdt voor de toepassing  van de fiscale wetgeving in dat sprake is van een arbeidsverhouding die  als dienstbetrekking wordt aangemerkt. Dit betekent dat wethouders  direct onder de werking van de Wet op de loonbelasting vallen. Er is  sinds de dualisering van het gemeentebestuur derhalve geen mogelijkheid  meer om wel of niet voor de loonbelasting te opteren. Wethouders vallen  niet onder de werking van de Ziektewet, Werkloosheidswet en WIA. Evenmin  geldt voor hen de pensioenvoorziening bij het ABP. Wachtgeld na  aftreden en ouderdoms- en nabestaandenpensioen zijn voor wethouders  geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa).  Wethouders zijn werknemers in de zin van de Zorgverzekeringswet en  hebben derhalve op grond van die wet recht op vergoeding door de  gemeente van de over hun bezoldiging verschuldigde inkomensafhankelijke  bijdrage in de kosten van de basisverzekering. </al><al><vet> </vet></al><al><vet>De loon- en inkomstenbelasting</vet></al><al><cursief>Opting in regeling Raadsleden</cursief></al><al>Raadsleden kunnen opteren voor de loonbelasting. Het  raadslid kan met de gemeente overeenkomen dat deze loonheffing inhoudt.  Dat wordt de “opting in regeling” genoemd. De administratie van de  gemeente is zodanig ingericht dat wordt voldaan aan de daaraan gestelde  wettelijke eisen. In een gezamenlijke verklaring melden de gemeente en  het raadslid aan de Belastingdienst dat wordt geopteerd voor de  loonbelasting. Als gezamenlijk wordt gekozen voor het  loonbelastingsysteem dan draagt de gemeente de ingehouden loonheffing af  aan de Belastingdienst. Omdat een raadslid geen werknemer in de formele  zin van het woord is, valt hij zoals gezegd vanwege het  raadslidmaatschap niet onder de sociale zekerheidswetgeving. Om die  reden worden over de raadsvergoeding ook geen premies sociale zekerheid  ingehouden. </al><al>  </al><al>De inkomsten worden als loon belast in box 1. Het  raadslid hoeft in dat geval geen administratie bij te houden. Kosten die  worden gemaakt kunnen niet worden afgetrokken. Wel kan de gemeente  onder voorwaarden bepaalde vergoedingen onbelast verstrekken en bepaalde  faciliteiten onbelast in bruikleen beschikbaar stellen. Genoemd kunnen  worden de vergoeding van reis- en verblijfkosten en de zakelijke  deelname aan cursussen en congressen. Er zijn ook vergoedingen die niet  belastingvrij kunnen worden verstrekt. Deze vergoedingen worden  gebruteerd toegekend waardoor na inhouding van de loonheffing de netto  bedoelde vergoeding resteert. Het meest duidelijke voorbeeld is de  onkostenvergoeding, die aan raadsleden die gekozen hebben voor  ‘opting-in’ als een bruto bedrag wordt verstrekt. Raadsleden die gekozen  hebben voor de standaard regeling ontvangen een lager bedrag dat  vergelijkbaar is met het netto resultaat van de bruto vergoeding.  Raadsleden kunnen ook deelnemen aan de spaarloonregeling of de  levensloopregeling en de fietsregeling. </al><al>  </al><al><cursief>Fiscale standaardpositie</cursief></al><al>Als niet voor de loonbelasting wordt geopteerd dan geldt  voor het raadslid dat hij voor de Wet inkomstenbelasting 2001 resultaat  uit een werkzaamheid geniet. In dat geval is het winstsysteem van  toepassing. Betrokkene moet dan alle ontvangsten verantwoorden als winst  en kan de gemaakte kosten daarop in mindering brengen. Raadsleden die  gekozen hebben voor de standaard regeling zullen dan ook over het lagere  bedrag dat zij als onkostenvergoeding ontvangen inkomstenbelasting  moeten betalen, tenzij zij aan de hand van bewijsmateriaal aan kunnen  tonen dat de vergoeding is besteed aan onkosten voortvloeiend uit het  raadslidmaatschap. Zij kunnen niet deelnemen aan de spaarloonregeling en  de levensloopregeling en fietsregeling. </al><al>  </al><al>Betrokkenen kunnen bij de aangifte inkomstenbelasting  hun werkelijke beroepskosten, met inachtneming van een aantal wettelijke  beperkingen en normeringen, in mindering brengen op hun belastbaar  inkomen (belastbare resultaat). De gemeente dient jaarlijks alle  betalingen en verstrekkingen op grond van deze verordening aan de  Belastingdienst te melden middels een opgave IB47. Verstrekkingen moeten  naar de waarde in het economische verkeer worden opgegeven. Het  daadwerkelijk zakelijk gebruik leidt dan tot aftrek. Ook voor de hoogte  van de vaste kostenvergoeding maakt het verschil uit of het raadslid wel  of niet heeft geopteerd voor de loonbelasting (zie daarvoor hieronder  de toelichting op artikel 3). </al><al>  </al><al><cursief>Eénmalige keuze per zittingsperiode</cursief></al><al>Zoals hierboven naar voren is gekomen kan de keuze om al  of niet te opteren voor de loonbelasting voor het raadslid ingrijpende  gevolgen hebben. De beslissing om voor de loonbelasting te opteren kan  eenmaal per zittingsperiode worden gemaakt en geldt in beginsel voor de  (resterende) zittingsperiode. Wel kan betrokkene als spijtoptant  terugkomen op deze beslissing voor de resterende periode. Opteren voor  de loonbelasting hoeft niet bij aanvang van de zittingsperiode te  gebeuren maar kan ook gedurende de zittingsperiode voor de resterende  periode. </al><al><vet> </vet></al><al>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING </al><al><vet> </vet></al><al><vet> </vet></al><al><vet>Artikel 2 vergoeding voor de werkzaamheden van het raadslid</vet></al><al>In het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is  geregeld dat raadsleden voor hun werkzaamheden een vergoeding ontvangen.  De hoogte van de vergoeding wordt bij gemeentelijke verordening  bepaald. Wel is in het Rechtspositiebesluit het maximale bedrag van de  vergoeding voor de werkzaamheden aangegeven. In artikel 2 is de hoogte  van de vergoeding bepaald op het maximale bedrag. Het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden is geïndexeerd. Het  wordt jaarlijks per 1 januari herzien aan de hand van het indexcijfer  CAO lonen overheid.  </al><al>  </al><al>Raadsleden die een WAO-uitkering ontvangen kunnen sinds 1  januari 2006 verzoeken hun raadsvergoeding te verlagen. Daardoor kan  het nadeel van indeling in een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse  worden voorkomen. Deze keuzemogelijkheid moet bij verordening worden  toegestaan en is opgenomen in artikel 11 van deze verordening. </al><al><vet> </vet></al><al><vet>Artikelen 3 en 16 vaste onkostenvergoeding</vet></al><al>Hierin is de vaste vergoeding geregeld voor aan het ambt  van wethouder c.q. aan het raadslidmaatschap verbonden kosten. De  vergoeding is opgebouwd op basis van de volgende kostencomponenten: </al><al>-representatie </al><al>-vakliteratuur </al><al>-contributies, lidmaatschappen </al><al>-telefoonkosten </al><al>-bureaukosten, porti </al><al>-zakelijke giften </al><al>-bijdrage aan fractiekosten </al><al>-ontvangsten thuis </al><al>-excursies. </al><al>  </al><al>De vaste kostenvergoeding kan sinds 1 januari 2001 niet  meer onbelast worden verstrekt. Om netto het bedrag van de vaste  kostenvergoeding gelijk te houden is het bedrag gebruteerd tegen het  belastingtarief van 52%. Deze brutering heeft echter geen betrekking op  raadsleden die niet hebben geopteerd voor het loonbelastingregime. Voor  hen blijven de aftrekmogelijkheden van de werkelijk gemaakte kosten op  het resultaat uit onderneming bestaan. Zij ontvangen de vaste  kostenvergoeding zonder de brutering. Voor zover zij de uitgaven daaruit  kunnen onderbouwen, blijft de raadsvergoeding onbelast. Wat niet kan  worden aangetoond, zal alsnog worden belast bij de aangifte  Inkomstenbelasting. </al><al>  </al><al>De hoogte van de kostenvergoeding wordt bij  gemeentelijke verordening bepaald. Wel is in de rechtspositiebesluiten  voor wethouders en raadsleden het maximale bedrag van de  kostenvergoeding aangegeven. In de artikelen 3 en 14 is de hoogte van de  kostenvergoeding bepaald op het maximale bedrag. Het bedrag van de  kostenvergoeding is geïndexeerd. Het wordt jaarlijks per 1 januari  herzien aan de hand van de consumentenprijsindex. <vet> </vet></al><al><vet> </vet></al><al><vet>Artikel 5 en 6 reis- en verblijfkosten raadsleden</vet></al><al>De Gemeentewet voorziet niet in een vergoeding voor  ‘woon-werkverkeer’ voor raadsleden. Het is dan ook in strijd met artikel  99 van de Gemeentewet als raadsleden van de gemeente een vergoeding  ontvangen voor reizen binnen het grondgebied van de gemeente. Artikel 97  van de Gemeentewet voorziet voor raads- en commissieleden wel in een  vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor reizen buiten het  grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het  gemeentebestuur. </al><al>  </al><al>Omdat in het Rechtspositiebesluit raads- en  commissieleden geen eigen vergoedingsregeling is opgenomen, is in  artikel 5, tweede lid, onderdeel b, aansluiting gezocht bij de  vergoedingsregeling voor wethouders, die, overeenkomt met de  vergoedingen in de Reisregeling binnenland.  </al><al>  </al><al>Lokaal kan de vergoeding voor noodzakelijke en  redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten worden vastgelegd. In de  verordening is opgenomen dat verblijfskosten voor reizen buiten het  grondgebied van de gemeente volledig door de gemeente worden vergoed. </al><al><vet> </vet></al><al><vet>Artikelen 7 en 21 Cursus, congres, seminar of symposium</vet></al><al>De kosten voor deze voorziening komen rechtstreeks voor  rekening van de gemeente. Zij zijn in verband hiermee uit de vaste  kostenvergoeding gehaald. Een onderscheid is gemaakt tussen cursussen,  congressen e.d. die door of vanwege de gemeente in het gemeentelijk  belang zijn georganiseerd en cursussen, congressen e.d. waaraan het  individuele raadslid in verband met de vervulling van het  raadslidmaatschap op eigen initiatief deelneemt. </al><al>  </al><al>Partijgebonden bijeenkomsten kunnen niet ten laste van  de gemeente worden gebracht. Om die reden wordt in het tweede lid het  algemeen belang van de cursus etc. benadrukt. In het laatste geval zijn  er aanvullende voorwaarden gesteld (inhoudelijke informatie over de  cursus of het congres en een kostenspecificatie). Hierbij kan de  fractievoorzitter een rol spelen.  </al><al>  </al><al>De in deze artikelen bedoelde cursussen en congressen  hebben een zakelijk karakter en zijn aan te merken als beroepskosten  waarvan de vergoeding c.q. verstrekking van loonbelasting is  vrijgesteld. Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de  loonbelasting geldt dat de vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde  in het economische verkeer bij de aangifte inkomstenbelasting als  opbrengst moeten worden verantwoord en dat de gemaakte kosten binnen de  geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten kunnen worden  opgevoerd. </al><al><vet> </vet></al><al><vet>Artikelen 8 en 22 Computer en internetverbinding</vet></al><al>Op grond van de “verordening verstrekken bijdrage in de  kosten van aanschaf van computerapparatuur door raadsleden van de  gemeente Nijefurd” d.d. 16 maart 2006, werd tot op heden de vergoeding  van een bedrag voor de aankoop van een pc met toebehoren dan wel voor  het gebruik van een reeds aanwezige privécomputer onbelast verstrekt.  Door de indiening van een getekende verklaring gaf het raadslid aan dat  de apparatuur voor 90% of meer zakelijk wordt gebruikt. </al><al>  </al><al>Uit recente info blijkt echter dat het zakelijk gebruik  van het geheel moet worden getoetst als deze apparatuur geheel of  gedeeltelijk zelfstandig kan worden gebruikt en niet snel kan worden  aangenomen dat zij voor 90% of meer zakelijk wordt gebruikt. </al><al>  </al><al>Dit betekent dat aannemelijk dient te worden gemaakt dat  de computer geheel (of nagenoeg geheel) zakelijk wordt gebruikt om deze  onbelast te kunnen vergoeden. Hierbij geldt de vrije bewijsleer. In dit  kader kan bijvoorbeeld worden gedacht aan situaties waarin technische  voorzieningen zijn aangebracht aan de computer die privé-gebruik als  zodanig bemoeilijken, er via de computer toegang is tot het intranet van  de gemeente, er via de computer geen vrije internettoegang is, er op de  computer geen software anders dan bedrijfsmatige software staat, er  niet de mogelijkheid is om zelf software op de computer te zetten en er  geen randapparatuur kan worden aangesloten. </al><al><vet> </vet></al><al>Het bovenstaande betekent dat het verstrekken van een  onbelaste vergoeding vrijwel onmogelijk is en er niet aan ontkomen kan  worden dat de vergoeding in de belastingheffing wordt betrokken. </al><al><vet> </vet></al><al><vet>Artikel 9 en 24 Spaarloon/levensloop</vet></al><al>Raadsleden die gekozen hebben voor het fictieve  werknemerschap en wethouders kunnen deelnemen aan de spaarloonregeling  dan wel aan de levensloopregeling. Een combinatie van beide is niet  toegestaan. Evenmin het mogelijk een ‘werkgeversbijdrage’ te  verstrekken. Het gaat hier niet om een rechtspositionele aangelegenheid  maar om een fiscale faciliteit voor werknemers. Het levensloopsaldo kan niet omgezet worden in verlof,  omdat raadsleden noch wethouders in hun politieke functie verlof kennen.  Het saldo valt bij beëindiging van het ambt vrij en kan worden  meegenomen naar een andere levensloopregeling. </al><al><vet> </vet></al><al><vet>Artikel 10 en 25 Fietsregeling</vet></al><al>Raadsleden die gekozen hebben voor het fictieve  werknemerschap en wethouders kunnen deelnemen aan de fietsregeling. Het  gaat hier niet om een rechtspositionele aangelegenheid maar om een  fiscale faciliteit voor werknemers. Het is niet mogelijk een  ‘werkgeversbijdrage’ te verstrekken. Afhankelijk van de kostprijs van de  fiets bedraagt de vermindering ten hoogste het bedrag dat in artikel 37  van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 is vastgelegd. </al><al><vet> </vet></al><al><vet>Artikel 11 Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid</vet></al><al>In de motie Slob (Kamerstukken II, 2004-2005, 29 800  VII, nr. 21) is aangegeven dat de gemeenteraad een brede afspiegeling  van de bevolking dient te vormen. Om deze reden moeten drempels om  raadslid te worden of te blijven, worden weggenomen. In WAO en WIA geldt  het algemene principe dat indien een persoon inkomen uit arbeid geniet,  dit in de regel zal leiden tot verlaging of intrekking van de  wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering. Dit omdat een dergelijke  uitkering is bedoeld om het als gevolg van arbeidsongeschiktheid  ontstane verlies aan verdienvermogen te vergoeden. Voor raadsleden kan  dit ertoe leiden dat een geringe verhoging van het inkomen door een  raadsvergoeding een grote teruggang betekent voor de hoogte van de  wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering als gevolg van de  anticumulatieregeling. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij  aanvaarding van een raadszetel of bij verhoging van de vergoeding voor  de werkzaamheden. Op grond van artikel 12 van het Rechtspositiebesluit  raads- en commissieleden kunnen gemeenten hiervoor een voorziening  treffen. Die is te vinden in artikel 11 van de verordening. Daarin is  geregeld dat op aanvraag een raadslid een lagere vergoeding voor de  werkzaamheden wordt gegeven om te voorkomen dat de anticumulatieregeling  zal leiden tot een verlaging van de wettelijke  arbeidsongeschiktheidsuitkering van het raadslid. </al><al><vet> </vet></al><al><vet>Artikel 12 Compensatie korting werkloosheidsuitkering</vet></al><al>Artikel 20 van de Werkloosheidswet (WW) komt erop neer  dat op het moment dat iemand een werkloosheidsuitkering op grond van die  wet ontvangt, nieuwe werkzaamheden aanvangt, de WW- uitkering wordt  gekort met het aantal uren dat in de nieuwe functie wordt gewerkt. Het  Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel kent een  soortgelijke bepaling. De hoogte van het inkomen uit de nieuwe  betrekking is daarbij niet relevant. Indien derhalve iemand tot raadslid  wordt gekozen, zal de WW-uitkering worden verlaagd met het aantal uren  dat het UWV voor het raadslidmaatschap in aanmerking neemt. Indien deze  verlaging van de WW-uitkering groter is dan de vergoeding voor de  werkzaamheden zal er een negatief inkomenseffect optreden. Het  Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden biedt gemeenten de  mogelijkheid dit nadeel te compenseren. Dat is geregeld in artikel 12  van de verordening. </al><al><vet> </vet></al><al><vet>Artikel 13 Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de gemeenteraad</vet></al><al>In artikel 77 van de Gemeentewet is geregeld dat het  voorzitterschap van de gemeenteraad bij verhindering of ontstentenis van  de burgemeester wordt waargenomen door het langstzittende raadslid. De  gemeenteraad kan ook een ander raadslid met de waarneming van het  voorzitterschap belasten. In overeenstemming met het  Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is in artikel 13 van de  verordening geregeld dat bij een onafgebroken waarneming van meer dan 30  dagen het betreffende raadslid over de tijd van waarneming recht heeft  op een toeslag van 8% van de vergoeding voor de werkzaamheden en van de  vaste onkostenvergoeding. </al><al><vet> </vet></al><al><vet>Artikel 14 Ziektekostenvoorziening</vet></al><al>Ongeacht of een raadslid gekozen heeft voor het fictieve  werknemerschap of de status van fiscaal zelfstandige moet over de  raads- en onkostenvergoeding een inkomensafhankelijke bijdrage worden  betaald van 4,4%. Bij degenen die hebben gekozen voor het fictieve  werknemerschap wordt deze door de gemeente ingehouden; zelfstandigen betalen deze via de  inkomstenbelasting. Na afloop van het belastingjaar zal aan de hand van  de vaststelling van het maximum inkomen waarover de bijdrage wordt  geheven (dus alle belastbare inkomsten die in welke hoedanigheid dan ook  zijn ontvangen) worden vastgesteld of te veel is ingehouden resp.  betaald. In dat geval zal dat door de Belastingdienst worden  terugbetaald, te beginnen bij de inhoudingen van 4,4%. </al><al>  </al><al>Met terugwerkende kracht tot 1 januari 2006 kan de raad  op grond van artikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en  commissieleden besluiten dat deze tegemoetkoming wordt vastgesteld. Deze  tegemoetkoming is door tussenkomst van de VNG tot stand gekomen op  verzoek van een groot aantal gemeenten als reactie op de inhouding van  de inkomensafhankelijke bijdrage waardoor de netto raadsvergoeding  vermindert. De tegemoetkoming kan worden gezien als een compensatie  hiervoor. </al><al>  </al><al>Er is voor gekozen om de hoogte van de vergoeding aan te  passen aan de inkomensontwikkeling van de sector Rijk. De vergoeding  bedraagt daardoor voor het jaar 2006 € 175,-, voor 2007 € 195,32, voor  2008 € 198,25 en voor het jaar 2009 € 202,22. </al><al>  </al><al><vet>Artikel 15 Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of ziekte</vet></al><al>Raadsleden kunnen tijdelijk worden vervangen wegens  zwangerschap en bevalling dan wel wegens langdurige ziekte. De regeling  daarvan is opgenomen in de Kieswet, omdat het te vervangen raadslid  tijdelijk ontslagen wordt. In de vacature wordt voorzien door de  tijdelijke benoeming van de vervanger. Er is steeds sprake van een vaste  periode van 16 weken. Door zowel het tijdelijk ontslag, de tijdelijke  benoeming en de vaste periode van vervanging is het niet nodig dat  tussen beiden een afspraak wordt gemaakt over de duur van de vervanging.  Het is hierdoor ook niet mogelijk weer binnen de termijn van 16 weken  het raadslidmaatschap te hervatten. Evenmin is het mogelijk de  vervanging nog even voort te laten duren, tenzij opnieuw een verzoek  wordt gedaan voor een tijdelijk ontslag. Bij inwilliging van dat  verzoek, is opnieuw sprake van een periode van 16 weken. </al><al>  </al><al>In de artikelen X10, X11 en X12 van de Kieswet zijn de  voorwaarden opgenomen waaraan moet worden voldaan voor een vervanging,  de datum van ingang en beëindiging van de vervanging. De verklaring van  een verloskundige dan wel behandelend arts is bepalend voor de aanvang  van de vervanging. De benoeming van de vervanger kan later plaatsvinden,  maar wijzigt het tijdstip van het einde van het tijdelijk ontslag niet.  De feitelijke vervanging kan daardoor korter zijn dan 16 weken. Na  afloop van de termijn van 16 weken wordt zonder enig verzoek of besluit  de oude situatie hersteld. Dat geldt zowel voor de hervatting van het  raadslidmaatschap, het einde van het tijdelijk raadslidmaatschap als de  rechtspositionele aspecten daarvan. </al><al><vet> </vet></al><al><vet>Artikelen 17 en 18 Reiskosten woon/werk en zakelijke reiskosten</vet></al><al>Voor wethouders is in artikel 17 een belastingvrije  vergoeding voor het woon-werkverkeer geregeld overeenkomstig de  bepalingen bij en krachtens het Rechtspositiebesluit wethouders en de  Regeling rechtspositie wethouders. Bij gebruik van de eigen personenauto  bedraagt de vergoeding in 2008 € 0,14 per afgelegde kilometer. </al><al>  </al><al>In artikel 16 is geregeld dat zakelijke reiskosten,  indien gemaakt met het openbaar vervoer of met een taxi, volledig worden  vergoed (mits in redelijkheid gemaakt). Als de reis wordt gemaakt met  de eigen personenauto, ontvangt de wethouder in 2008 € 0,37 bruto per  afgelegde kilometer, waarvan € 0,19 onbelast.   </al><al>  </al><al>De fiscus staat toe de reiskostenvergoedingen voor de  verschillende doeleinden te salderen. Dat houdt in dat als bijvoorbeeld  de verstrekte reiskostenvergoeding voor dienstreizen hoger is dan de  fiscaalwettelijk vastgestelde belastingvrije vergoeding van maximaal €  0,19 per kilometer een verstrekte lagere vergoeding dan € 0,19 voor  woon/werkverkeer daarop in mindering mag worden gebracht. Die  salderingsmogelijkheid moet wel in een formele vergoedingsregeling zijn  vastgelegd. Die is opgenomen in artikel 16, tweede lid.  </al><al><vet> </vet></al><al><vet>Artikelen 20 Buitenlandse dienstreis</vet></al><al>Bij buitenlandse dienstreizen in het gemeentelijk belang  kunnen aan de wethouder de in redelijkheid gemaakte werkelijke reis- en  verblijfkosten worden vergoed. De tarieven in het voor het  rijkspersoneel geldende Reisbesluit buitenland zijn daarbij  uitgangspunt.  </al><al>  </al><al>Ook gemeenteraden of raadscommissies maken wel eens in  het gemeentelijk belang excursies of reizen naar het buitenland.  Hiervoor moet de gemeenteraad expliciet toestemming verlenen. De reis of  excursie wordt in alle gevallen door of vanwege de gemeente  georganiseerd. Hetgeen hierboven is geschreven over buitenlandse  dienstreizen van wethouders geldt mutatis mutandis ook voor buitenlandse  excursies en reizen van de gemeenteraad. </al><al><vet> </vet></al><al><vet>Artikel 23 mobiele telefoon</vet></al><al>Op 29 november 2005 heeft het college de Regeling  vergoeding telefoonkosten vastgesteld. Hierin is geregeld welke  medewerkers in aanmerking komen voor een mobiele telefoon (artikel 6).  Bij deze regeling is ook een bruikleenovereenkomst door het college  vastgesteld. Deze regeling en overeenkomst zijn ook van toepassing op de  wethouders. </al><al><vet> </vet></al><al><vet>Artikel 26 Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</vet></al><al>Sinds de dualisering van het gemeentebestuur kunnen  personen van buiten de gemeenteraad tot wethouder worden benoemd. Dat  kunnen ook personen zijn die niet in de gemeente zelf wonen. Die zijn op  grond van de Gemeentewet verplicht om te gaan wonen in de gemeente waar  zij wethouder zijn geworden. In artikel 26 is geregeld dat zij bij  verhuizing naar de gemeente in aanmerking komen voor een  verhuiskostenvergoeding en eventueel voor vergoeding van reis- en  pensionkosten in afwachting van de verhuizing. De vergoedingen zijn  onbelast. </al><al><vet> </vet></al><al><vet>Artikelen 27 t/m 29 De procedure van declaratie</vet></al><al>In artikel 27 zijn de twee wijzen van betaling  aangegeven. In de artikelen 28 en 29 is vervolgens aangegeven in welke  gevallen welke betalingswijze aan de orde is en welke  procedurevoorschriften in achtgenomen moeten worden. </al><al>  </al><al><cursief>Declaratie van vooruitbetaalde kosten</cursief></al><al>Daarbij gaat het om vergoeding van de volgende kosten: </al><al>-reis- en verblijfkosten van raadsleden; </al><al>-zakelijke reis- en verblijfkosten van wethouders </al><al>-reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen van wethouders </al><al>-reis- en pensionkosten en verhuiskosten; </al><al>  </al><al><cursief>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</cursief></al><al>Rekeningen kunnen rechtreeks bij de gemeente in rekening worden gebracht in de volgende gevallen: </al><al>-deelname aan cursussen, congressen, seminars en symposia door raadsleden en wethouders; </al><al>-zakelijke reis- en verblijfkosten van wethouders; </al><al>-reis- en pensionkosten en verhuiskosten </al><al>-reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen van wethouders. </al><al>  </al><al><vet>Artikelen 35 t/m 37 Citeertitel en inwerkingtreding</vet></al><al>Gekozen is voor inwerkingtreding per 1 mei 2008 met  uitzondering van artikel 14 betreffende de ziektekostenvoorziening. Voor  deze uitzondering is gekozen omdat vanaf 1 januari 2006 de  zorgverzekeringswet is ingetreden. Ook is er een uitzondering gemaakt  voor artikel 22 (computer en internetverbinding) welke op wethouders van  toepassing is. De datum die hiervoor is aangehouden is de datum van hun  beëdiging. </al><al>  </al><al>Terugwerkende kracht is alleen toegestaan wanneer de  nieuwe aanspraken geen verslechtering inhouden van de op dat moment  vigerende verordening. Met terugwerkende kracht tot 1 januari 2006 kan  de raad op grond van artikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en  commissieleden besluiten dat deze tegemoetkoming wordt vastgesteld. Dit  moet bij verordening worden bepaald. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>