<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xml:lang="nl-NL" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"><meta><owmskern><dcterms:identifier xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">61861_1</dcterms:identifier><dcterms:title xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2010 </dcterms:title><dcterms:language xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Nijefurd</dcterms:creator><dcterms:modified xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">2010-12-09</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Friso, 22-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">parkeerbelastingen 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=225" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Gemeentewet, art. 225</dcterms:source><dcterms:subject xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">financiën en economie</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">2009-12-08</dcterms:issued><dcterms:rights xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Nijefurd</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 november 2009 </al><al>gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening;</al><al>besluit vast te stellen de:</al><al> </al><al>“Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2010”</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>parkeren:  het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een  voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt  wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het  onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen  voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop  dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is  verboden;</al></li><li nr="b."><al>houder:  degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet  worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is  ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden  register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op  wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van  het parkeren in het register was ingeschreven;</al></li><li nr="c."><al>parkeerapparatuur:  parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van  verzamel-parkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting  overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij,  dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door  het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip  en wijze;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>een  belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor  het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats  en wijze. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het voertuig heeft geparkeerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zolang geen voldoening van de  belasting genoemd in artikel 2, </al><al>onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de  houder van het voertuig, met dien verstande dat:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereen­komst  wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge  deze overeenkomst de huurder van liet voertuig was, niet de houder maar  de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft  geparkeerd;</al></lid><lid><lidnr>2e.</lidnr><al>indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan  ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig  heeft geparkeerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op  de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig  heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten  tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft  gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen  voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak</titel></kop><al>De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren.     </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in artikel 2, onderdeel b, genoemde belasting worden ingevorderd op grond van de “Regeling automatische Incasso”. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wenst  de belastingplichtige geen gebruik te maken van de in lid 2 bedoelde  “Regeling” dan moeten de aanslagen parkeerbelasting of het totaal van de  op het aanslagbiljet verenigde aanslagen parkeerbelasting met andere  heffingen in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet  1990 worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn  vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de  dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende termijn een  maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Bevoegdheid tot het aanwijzen van parkeerplaatsen</titel></kop><al>De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nadere regels door het College van Burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De  'Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2009'  van 9 december 2008 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid  genoemde datum van ingang van de heffing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al></lid></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>