<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xml:lang="nl-NL" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"><meta><owmskern><dcterms:identifier xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">61798_1</dcterms:identifier><dcterms:title xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2002</dcterms:title><dcterms:language xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Nijefurd</dcterms:creator><dcterms:modified xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">2010-12-09</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Friso, 07-12-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Watertoeristenbelasting 2002</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=224" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Gemeentewet, art. 224 </dcterms:source><dcterms:subject xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">financiën en economie</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">2004-12-07</dcterms:issued><dcterms:rights xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Nijefurd, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 november 2004; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; </al><al></al><al> Besluit  vast te stellen de volgende wijziging van de “Verordening op de heffing  en invordering van watertoeristenbelasting 2002”. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al>vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatie­ve doeleinden; </al></li><li nr="b."><al>lengte: de lengte over alles; </al></li><li nr="c."><al>vaste  ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter  beoordeling van het college van burge­meester en wethouders, is bestemd  voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig  gedurende een periode van ten minste drie maanden; </al></li><li nr="d."><al>etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvan­gend om 21.00 uur; </al></li><li nr="e."><al>maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; </al></li><li nr="f."><al>seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 31 oktober; </al></li><li nr="g."><al>kapitein: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente op vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen, die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente zijn opgenomen, wordt onder de naam watertoeristenbe­lasting een directe belasting geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is  degene die tegen vergoeding gelegen­heid biedt tot verblijf als bedoeld  in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem  ter beschikking staande vaartuigen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De  belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op  degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien  met toepassing van het eerste lid geen belasting­plichtige is aan te  wijzen, is belasting­plichtig de kapitein, de eigenaar of de gebruiker  van een vaartuig als in artikel 2 bedoeld dan wel een andere persoon die  werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al>door degenen die verblijf houden aan boord van:</al><al>a.  een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of  verzorging van zieken, van gebrekki­gen, van hulpbehoevenden of van  bejaarden;</al><al>b. kano's;</al><al>c. roei-, volg-, motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter;</al><al>d. een vaartuig dat zich op last of bevel van de over­heid in het gemeentelijke waterge­bied bevindt;</al></li><li nr="2."><al>waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verorde­ning op de heffing en invordering van toeristenbelasting;</al></li><li nr="3."><al>waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verorde­ning op de heffing en invordering van forensenbelasting;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen dat ver­blijf is gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter zake van  vaartuigen met een vaste ligplaats voor 3 maanden en langer wordt,  indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is  aangewezen:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal personen dat verblijf heeft gehouden, bepaald op:</al><al>-2,5 bij een vaartuig met een lengte tot 7 meter;</al><al>-2,8 bij een vaartuig met een lengte van 7 meter en meer, doch ten hoogste 10 meter;</al><al>-3,7 bij een vaartuig met een lengte van 10 meter en meer, doch ten hoogste 15 meter;</al></li><li nr="b."><al>het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op:</al><al>-22 voor vaartuigen met een lengte tot 7 meter;</al><al>-26 voor vaartuigen met een lengte van 7 meter of meer, doch ten hoogste 15 meter.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Terzake  van vaartuigen met een vaste ligplaats voor korter dan 3 maanden wordt,  indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is  aangewezen, het aantal personen dat verblijf heeft gehouden bepaald  overeenkomstig het gestelde in het eerste lid;</al></li><li nr="b."><al>het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden wordt bepaald op:</al><al>-3 voor vaartuigen met een lengte tot 15 meter met een ligplaats uitgege­ven voor 1 week;</al><al>-8 voor vaartuigen met een lengte tot 7 meter met een ligplaats uitgegeven voor 1 maand;</al><al>-9 voor vaartuigen met een lengte van 7 meter en meer, doch ten hoogste  tot 15 meter, met een ligplaats uitgegeven voor 1 maand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Terzake  van vaartuigen zonder vaste ligplaats wordt, indien een  belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen,  het aantal personen dat verblijf heeft gehouden bepaald overeenkomstig  het gestelde in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aan­vraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werke­lijke aantal etmalen dat verblijf is gehouden, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op de voet van artikel 6 berekende aantal. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>De belasting bedraagt per persoon per etmaal € 1,00.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan het seizoen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Wijze van belastingheffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal etmalen dat gelegenheid tot verblijf is of wordt gegeven, gedurende het belastingtijdvak minder dan tien zal of heeft belopen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van  artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de voorlopige  en de definitieve aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen  waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend  op de maand die in dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de  volgende termijn een maand later. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de watertoeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf ver­schaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethou­ders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Registratie</titel></kop><al>Ieder die gelegenheid tot verblijf biedt in de zin van deze verordening is gehouden aan verblijfhou­den­den op vaartuigen, ten aanzien waarvan de belasting verschuldigd wordt, een doorlopend genum­merd bewijs uit te reiken dat terzake belasting is verschuldigd. Daartoe kan de gemeente deze bewijzen beschikbaar stellen. Het college van burgemees­ter en wethouders kan nadere voorschriften geven omtrent het gebruik van de bewijzen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2005.</al></lid></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>