<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr owms-version="3.5" cvdr-version="1.0" xp_0:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns:xp_0="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:xsi="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"><meta><owmskern><dcterms:identifier>58115_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Omslagverordening 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Regge en Dinkel</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-29</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:alternative>Omslagverordening 2007</dcterms:alternative><dcterms:license>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:license><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-05-14</dcterms:issued><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 110, 113 lid 1</dcterms:source><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Twentsche Courant Tubantia op 14 juni 2008</dcterms:isFormatOf></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-06-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2008-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Toevoegen nieuw artikel 7 en wijziging van artikel 12 in verband met de toevoeging van vrijdom van omslag voor het waterschap</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>08.12136</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën – belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van de ingang van de heffing is 1 januari 2008. De wijziging van de Omslagverordening 2007 bij besluit van 14 mei 2008 heeft betrekking op het met terugwerkende kracht per 1 januari 2008 aanvullen van de verordening met een vrijdom van omslag voor het waterschap.</al><al id="anker-doi">Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit:
                </al><al id="anker-bbi">Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit:
                -</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Omslagverordening 2007 </al><al><cursief>Zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van het algemeen bestuur dd. 14 mei 2008</cursief></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Omslagverordening 2007</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk I  Inleidende bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Begripsbepalingen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>a. taakgebied: het bij waterschapsreglement aangegeven gebied, waarin de aan het waterschap opgedragen </al><al>taken worden behartigd;</al><al>b. woonruimte: een ruimte die blijkens haar inrichting bestemd is om als een afzonderlijk geheel te voorzien in </al><al>woongelegenheid en waarvan de delen blijkens de inrichting van die ruimte niet bestemd zijn om afzonderlijk in </al><al>gebruik te worden gegeven;</al><al>c. kadastrale registratie: de registratie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Kadasterwet;</al><al>d.de ambtenaar belast met de heffing: de door het dagelijks bestuur van het Gemeenschappelijk belastingkantoor </al><al>Oost Nederland aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 124, vijfde lid, onderdeel a, van de Waterschapswet.</al><al>e. Omslagklassenverordening: de verordening van het waterschap, bedoeld in artikel 120, zevende lid, van de </al><al>Waterschapswet;</al><al>f.  Kostentoedelingsverordening: de verordening van het waterschap, bedoeld in artikel 119, eerste lid, van de </al><al>Waterschapswet.</al><al><vet>Belastbaar feit en omslagplichtigen</vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><lid><lidnr>1.Ter</lidnr><al> bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan de behartiging van de aan het waterschap opgedragen </al><al>taak inzake het waterkwantiteitsbeheer worden onder de verzamelnaam ‘waterschapsomslagen’ directe belastingen </al><al>geheven.</al></lid><lid><lidnr>2.De</lidnr><al id="anker-H71967_0_1_2_2_"> in het eerste lid bedoelde waterschapsomslagen worden geheven van de omslagplichtigen:</al><lijst><li nr="a."><al> bedoeld in de hoofdstukken II en III, terzake van de in die hoofdstukken genoemde onroerende zaken, </al><al>voorzover deze zijn gelegen in het taakgebied en deze belang hebben bij de behartiging van de in die hoofdstukken </al><al>nader omschreven taak;</al></li><li nr="b.bedoeld"><al id="anker-H71967_0_1_2_2_2_"> in hoofdstuk IV, terzake van het ingezetene zijn in het taakgebied.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk II  Omslagheffing ongebouwd</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Omslagplicht zakelijk genothebbenden ongebouwd</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><lid><lidnr>1.Met</lidnr><al> betrekking tot de taak van het waterschap inzake het waterkwantiteitsbeheer wordt onder de naam omslag </al><al>ongebouwd een waterschapsomslag geheven van degenen die in het taakgebied krachtens eigendom, bezit of </al><al>beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.Als</lidnr><al> genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een ongebouwde onroerende zaak wordt aangemerkt </al><al>degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de desbetreffende kadastrale registratie is vermeld, tenzij </al><al>blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid><lid><lidnr>3.Ingeval</lidnr><al> een ongebouwde onroerende zaak is onderworpen aan verschillende soorten van beperkt recht, wordt uitsluitend </al><al>geheven van degene die het genot heeft van het beperkt recht, waaraan ingevolge artikel 24 van de Waterschapswet </al><al>stemrecht is verbonden.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al><vet>Belastingobject ongebouwd</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lid><lidnr>1.Voor</lidnr><al> de toepassing van artikel 3 wordt als één ongebouwde onroerende zaak aangemerkt een kadastraal perceel of </al><al>gedeelte daarvan, met dien verstande dat hetgeen wordt aangemerkt als een gebouwde onroerende zaak niet in </al><al>aanmerking wordt genomen.</al></lid><lid><lidnr>2.Indien</lidnr><al> een deel van een kadastraal perceel of een deel van een gedeelte van een kadastraal perceel daarvan buiten </al><al>het taakgebied van het waterschap is gelegen, wordt uitsluitend het binnen een dergelijk gebied van het waterschap </al><al>gelegen deel in aanmerking genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.Voor</lidnr><al> de toepassing van het eerste en tweede lid worden openbare land– en waterwegen en banen voor openbaar </al><al>vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken, alsmede waterverdedigingswerken die worden beheerd </al><al>door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van </al><al>zodanige werken die dienen als woning, als ongebouwde eigendommen aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al><vet>Heffingsmaatstaf ongebouwd</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><lid><lidnr>1.Met</lidnr><al> inachtneming van het bepaalde dienaangaande in de Omslagklassenverordening geldt voor de </al><al>waterschapsomslagen, bedoeld in artikel 3, als heffingsmaatstaf de oppervlakte van de ongebouwde onroerende </al><al>zaak. De oppervlakte wordt uitgedrukt in een aantal hectaren of een gedeelte daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.Indien</lidnr><al> de oppervlakte van een ongebouwde onroerende zaak niet in de kadastrale registratie staat vermeld, stelt de </al><al>ambtenaar belast met de heffing deze door middel van meting of schatting vast.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al><vet>Tarieven ongebouwd</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H71967_0_2_6_11_"> Met inachtneming van het bepaalde dienaangaande in de Kostentoedelingsverordening 2004 bedraagt het tarief van de waterschapsomslag per hectare, zoals bedoeld in artikel 3, voor het waterkwantiteitsbeheer € 59,15.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H71967_0_2_6_12_"> Met toepassing van de Omslagklassenverordening 2004 betekent dit voor de drie klassen de volgende tarieven:</al><lijst><li nr=""><al id="anker-H71967_0_2_6_12_3_">A-klasse: € 59,15;</al></li><li nr="B"><al id="anker-H71967_0_2_6_12_4_">-klasse: € 39,04;</al></li><li nr="C"><al id="anker-H71967_0_2_6_12_5_">-klasse: € 15,38.</al></li></lijst><al><vet>Niet-heffing om doelmatigheidsredenen</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><al>De waterschapslasten, bedoeld in artikel 3, worden niet geheven ter zake van ongebouwde onroerende zaken waarvan het waterschap krachtens eigendom, bezit, of beperkt recht dan wel krachtens een door de Grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst, genothebbende of gebruiker is.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk III  Omslagheffing gebouwd</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Omslagplicht zakelijk genothebbenden gebouwd</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><lid><lidnr>1.Met</lidnr><al> betrekking tot de taak van het waterschap inzake het waterkwantiteitsbeheer wordt onder de naam omslag </al><al>gebouwd een waterschapsomslag geheven van degenen die in het taakgebied krachtens eigendom, bezit of beperkt </al><al>recht het genot hebben van gebouwde onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.Als</lidnr><al> genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een gebouwde onroerende zaak wordt aangemerkt </al><al>degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de desbetreffende kadastrale registratie is vermeld, tenzij </al><al>blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid><lid><lidnr>3.Ingeval</lidnr><al> een gebouwde onroerende zaak is onderworpen aan verschillende soorten van beperkt recht, wordt uitsluitend </al><al>geheven van degene die het genot heeft van het beperkte recht, waaraan ingevolge artikel 24 van de Waterschapswet </al><al>stemrecht is verbonden.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al><vet>Belastingobject gebouwd</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><lid><lidnr>1.Voor</lidnr><al id="anker-H71967_0_3_9_16_"> de toepassing van artikel 8 wordt als één gebouwde onroerende zaak aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H71967_0_3_9_16_6_"> een gebouwd eigendom;</al></li><li nr="b.een"><al> gedeelte van een gebouwd eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel </al><al>te worden gebruikt;</al></li><li nr="c."><al> een samenstel van twee of meer van de in onderdeel a bedoelde gebouwde eigendommen of van in onderdeel b </al><al>bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden </al><al>beoordeeld, bij elkaar behoren;</al></li><li nr="d.het"><al> binnen het gebied van een gemeente gelegen deel van een in onderdeel a bedoeld eigendom, van een in </al><al>onderdeel b bedoeld gedeelte of van een in onderdeel c bedoeld samenstel;</al></li><li nr="e."><al> het binnen het taakgebied gelegen deel van een in onderdeel a bedoeld eigendom, van een in onderdeel b </al><al>bedoeld gedeelte, van een in onderdeel c bedoeld samenstel of van een in onderdeel d bedoeld deel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.Voor</lidnr><al> de toepassing van het eerste lid maken de ongebouwde eigendommen voorzover die dienstbaar zijn aan een </al><al>gebouwd eigendom, aan een gedeelte van een gebouwd eigendom of aan een samenstel van gebouwde </al><al>eigendommen, als bedoeld in onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b of onderdeel c, van dat lid, deel uit van </al><al>de gebouwde onroerende zaak, met uitzondering van de ongebouwde eigendommen, voorzover de waarde daarvan </al><al>bij de waardebepaling op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken op basis van het bepaalde </al><al>krachtens artikel 18, derde lid, van die wet buiten aanmerking wordt gelaten.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al><vet>Heffingsmaatstaf gebouwd</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><lid><lidnr>1.Voor</lidnr><al> de waterschapsomslag, bedoeld in artikel 8, geldt, indien de gebouwde onroerende zaak tevens een onroerende </al><al>zaak is als bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken, als heffingsmaatstaf de op de voet van </al><al>hoofdstuk IV van die wet voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het tijdvak waarbinnen het desbetreffende </al><al>kalenderjaar valt.</al></lid><lid><lidnr>2.In</lidnr><al> afwijking in zoverre van het eerste lid wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de omslagen terzake van </al><al>gebouwde onroerende zaken buiten aanmerking gelaten, voorzover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in </al><al>het eerste lid bedoelde waarde, de waarde van werktuigen als bedoeld in artikel 220d, eerste lid, onderdeel j, </al><al>Gemeentewet, juncto artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet WOZ.</al></lid><lid><lidnr>3.Bij</lidnr><al> de toepassing van het tweede lid is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18, 19, eerste lid, onderdelen b en c, </al><al>tweede lid, onderdelen b en c, 20, tweede lid, en 22, derde lid, van de Wet waardering onroerende zaken van </al><al>overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.Voor</lidnr><al> de omslagen terzake van gebouwde onroerende zaken die deel uitmaken van een onroerende zaak als bedoeld in </al><al>hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf gesteld op het gedeelte van de op </al><al>de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde dat kan worden toegekend </al><al>aan de gebouwde onroerende zaak.</al></lid><lid><lidnr>5.Indien</lidnr><al> het eerste of vierde lid geen toepassing kan vinden door het ontbreken van een op de voet van hoofdstuk IV van </al><al>de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde, wordt de heffingsmaatstaf van die gebouwde onroerende </al><al>zaak bepaald met toepassing van het tweede en derde lid en met overeenkomstige toepassing van het vierde lid </al><al>alsmede van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16 tot en met 19, 20 tweede lid, en 22, derde lid, van de Wet </al><al>waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al><vet>Tarieven gebouwd</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><al>Het tarief van de waterschapsomslag gebouwd bedraagt met inachtneming van het bepaalde dienaangaande in de Kostentoedelingsverordening 2004, voor elke volle </al><al>€ 2.500,- van de heffingsmaatstaf voor het waterkwantiteitsbeheer € 0,65.</al><al><vet>Niet-heffing om doelmatigheidsredenen</vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><al>De waterschapsomslag, bedoeld in artikel 8, wordt niet geheven terzake van: </al><al>a. straatmeubilair, waaronder worden begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen – niet zijnde gebouwen – welke zijn </al><al>geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van een in het taakgebied </al><al>gelegen gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri’s, hekken en </al><al>palen.</al><al>b. gebouwde onroerende zaken waarvan het waterschap genothebbende is krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk IV  Omslagheffing ingezetenen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Omslagplicht ingezetenen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><lid><lidnr>1.Met</lidnr><al> betrekking tot de taak van het waterschap inzake het waterkwantiteitsbeheer wordt onder de naam ingezetenenomslag </al><al>een waterschapsomslag geheven van degenen die in het taakgebied ingezetenen zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.Als</lidnr><al> ingezetene wordt aangemerkt degene die blijkens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens bij het </al><al>begin van het kalenderjaar woonplaats heeft in het gebied van het waterschap en die aldaar het gebruik heeft van </al><al>woonruimte. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het gebruik van woonruimte door de leden van een </al><al>gezamenlijke huishouding aangemerkt als gebruik door een door de ambtenaar belast met de heffing aan te wijzen lid </al><al>van dat huishouden.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al><vet>Tarief ingezetenen</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><al>Met inachtneming van het bepaalde dienaangaande in de Kostentoedelingsverordening bedraagt het tarief van de </al><al>waterschapsomslag, bedoeld in artikel 13, per woonruimte voor het waterkwantiteitsbeheer € 33,39.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk V  Heffing en invordering</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Wijze van heffing</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 15</titel></kop><al>De waterschapsomslagen worden geheven bij wege van aanslag.</al><al><vet>Aanslagen bij meerdere omslagplichtigen</vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16</titel></kop><al>Indien voor de toepassing van de artikelen 3, en 8 met betrekking tot eenzelfde onroerende zaak meer dan één </al><al>genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht danwel meer dan één gebruiker kan worden aangewezen, </al><al>kan de aanslag worden gesteld ten name van één van hen.</al><al><vet>Niet opleggen van aanslagen</vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17</titel></kop><lid><lidnr>1.Aanslagen</lidnr><al id="anker-H71967_0_5_17_25_"> die een bedrag van € 5,- niet te boven gaan worden niet opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.Voor</lidnr><al> de toepassing van het eerste lid van dit artikel wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen </al><al>aangemerkt als één aanslag.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al><vet>Betalingstermijn</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De aanslagen in de omslag ongebouwd en gebouwd, alsmede navorderingsaanslagen en een beschikking inzake </al><al>bestuurlijke boete, moeten worden betaald in één termijn, die vervalt twee maanden na de dagtekening van het </al><al>aanslagbiljet danwel de beschikking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Ingeval aanslagen in de ingezetenenomslag worden geïnd door het Waterbedrijf Vitens N.V. dienen deze te worden </al><al>betaald tegelijk met, op dezelfde wijze en in evenzovele termijnen als die waarop de nota’s van het Waterbedrijf Vitens </al><al>NV. moeten worden betaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> In geval aanslagen in de ingezetenenomslag worden geïnd door het Gemeenschappelijk belastingkantoor Oost </al><al>Nederland, moeten deze worden betaald in één termijn die vervalt twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al><vet>Nadere regels</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 </titel></kop><al>Het dagelijks bestuur van het waterschap kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de waterschapsomslagen.</al><al><vet>Kwijtschelding</vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20</titel></kop><al>Van de waterschapsomslag ongebouwd, bedoeld in hoofdstuk II van deze verordening en van de waterschapsomslag </al><al>gebouwd, bedoeld in hoofdstuk III van deze verordening, wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk VI  Overgangs– en slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Intrekking, inwerkingtreding, tijdstip van ingang van de heffing en citeertitel</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 21</titel></kop><lid><lidnr>1.De</lidnr><al> Omslagverordening 1994 van 17 november 1994, laatstelijk gewijzigd bij besluit van het algemeen bestuur van </al><al>14 december 2000, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, </al><al>met dien verstande dat zij, met uitzondering van artikel 19, eerste lid van die verordening, van toepassing blijft op </al><al>belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.Deze</lidnr><al id="anker-H71967_0_6_21_31_"> verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van haar bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.De</lidnr><al id="anker-H71967_0_6_21_32_"> datum van ingang van de heffing is 1 januari 2002.</al></lid><lid><lidnr>4.Deze</lidnr><al id="anker-H71967_0_6_21_33_"> verordening wordt aangehaald als ‘Omslagverordening 2007’.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>