<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr owms-version="3.5" cvdr-version="1.0" xp_0:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns:xp_0="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:xsi="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"><meta><owmskern><dcterms:identifier>58115_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Omslagverordening 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Regge en Dinkel</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-29</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:alternative>Omslagverordening 2007</dcterms:alternative><dcterms:license>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:license><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-12-19</dcterms:issued><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 110, 113 lid 1</dcterms:source><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Twentsche Courant Tubantia, Zwolsche Courant en Stentor op 22-12-2007</dcterms:isFormatOf></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2008-06-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging van de artikelen 6, 11 en 14 in verband met nieuwe tarieven belastingjaar 2008</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>07.10663</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën – belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>de datum van de ingang van de heffing is 1 januari 2008</al><al id="anker-doi">Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit:
                </al><al id="anker-bbi">Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit:
                -</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Omslagverordening 2007 </al><al><cursief>Zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van het algemeen bestuur dd. 19 december 2007</cursief></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Omslagverordening 2007</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk I  Inleidende bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Begripsbepalingen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>a. taakgebied: het bij waterschapsreglement aangegeven gebied, waarin de aan het waterschap opgedragen </al><al>taken worden behartigd;</al><al>b. woonruimte: een ruimte die blijkens haar inrichting bestemd is om als een afzonderlijk geheel te voorzien in </al><al>woongelegenheid en waarvan de delen blijkens de inrichting van die ruimte niet bestemd zijn om afzonderlijk in </al><al>gebruik te worden gegeven;</al><al>c. kadastrale registratie: de registratie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Kadasterwet;</al><al>d.de ambtenaar belast met de heffing: de door het dagelijks bestuur van het Gemeenschappelijk belastingkantoor </al><al>Oost Nederland aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 124, vijfde lid, onderdeel a, van de Waterschapswet.</al><al>e. Omslagklassenverordening: de verordening van het waterschap, bedoeld in artikel 120, zevende lid, van de </al><al>Waterschapswet;</al><al>f.  Kostentoedelingsverordening: de verordening van het waterschap, bedoeld in artikel 119, eerste lid, van de </al><al>Waterschapswet.</al><al><vet>Belastbaar feit en omslagplichtigen</vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><lid><lidnr>1.Ter</lidnr><al> bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan de behartiging van de aan het waterschap opgedragen </al><al>taak inzake het waterkwantiteitsbeheer worden onder de verzamelnaam ‘waterschapsomslagen’ directe belastingen </al><al>geheven.</al></lid><lid><lidnr>2.De</lidnr><al id="anker-H35803_0_1_2_2_"> in het eerste lid bedoelde waterschapsomslagen worden geheven van de omslagplichtigen:</al><lijst><li nr="a."><al> bedoeld in de hoofdstukken II en III, terzake van de in die hoofdstukken genoemde onroerende zaken, </al><al>voorzover deze zijn gelegen in het taakgebied en deze belang hebben bij de behartiging van de in die hoofdstukken </al><al>nader omschreven taak;</al></li><li nr="b.bedoeld"><al id="anker-H35803_0_1_2_2_2_"> in hoofdstuk IV, terzake van het ingezetene zijn in het taakgebied.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk II  Omslagheffing ongebouwd</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Omslagplicht zakelijk genothebbenden ongebouwd</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><lid><lidnr>1.Met</lidnr><al> betrekking tot de taak van het waterschap inzake het waterkwantiteitsbeheer wordt onder de naam omslag </al><al>ongebouwd een waterschapsomslag geheven van degenen die in het taakgebied krachtens eigendom, bezit of </al><al>beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.Als</lidnr><al> genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een ongebouwde onroerende zaak wordt aangemerkt </al><al>degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de desbetreffende kadastrale registratie is vermeld, tenzij </al><al>blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid><lid><lidnr>3.Ingeval</lidnr><al> een ongebouwde onroerende zaak is onderworpen aan verschillende soorten van beperkt recht, wordt uitsluitend </al><al>geheven van degene die het genot heeft van het beperkt recht, waaraan ingevolge artikel 24 van de Waterschapswet </al><al>stemrecht is verbonden.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al><vet>Belastingobject ongebouwd</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lid><lidnr>1.Voor</lidnr><al> de toepassing van artikel 3 wordt als één ongebouwde onroerende zaak aangemerkt een kadastraal perceel of </al><al>gedeelte daarvan, met dien verstande dat hetgeen wordt aangemerkt als een gebouwde onroerende zaak niet in </al><al>aanmerking wordt genomen.</al></lid><lid><lidnr>2.Indien</lidnr><al> een deel van een kadastraal perceel of een deel van een gedeelte van een kadastraal perceel daarvan buiten </al><al>het taakgebied van het waterschap is gelegen, wordt uitsluitend het binnen een dergelijk gebied van het waterschap </al><al>gelegen deel in aanmerking genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.Voor</lidnr><al> de toepassing van het eerste en tweede lid worden openbare land– en waterwegen en banen voor openbaar </al><al>vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken, alsmede waterverdedigingswerken die worden beheerd </al><al>door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van </al><al>zodanige werken die dienen als woning, als ongebouwde eigendommen aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al><vet>Heffingsmaatstaf ongebouwd</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><lid><lidnr>1.Met</lidnr><al> inachtneming van het bepaalde dienaangaande in de Omslagklassenverordening geldt voor de </al><al>waterschapsomslagen, bedoeld in artikel 3, als heffingsmaatstaf de oppervlakte van de ongebouwde onroerende </al><al>zaak. De oppervlakte wordt uitgedrukt in een aantal hectaren of een gedeelte daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.Indien</lidnr><al> de oppervlakte van een ongebouwde onroerende zaak niet in de kadastrale registratie staat vermeld, stelt de </al><al>ambtenaar belast met de heffing deze door middel van meting of schatting vast.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al><vet>Tarieven ongebouwd</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35803_0_2_6_11_"> Met inachtneming van het bepaalde dienaangaande in de Kostentoedelingsverordening 2004 bedraagt het tarief van de waterschapsomslag per hectare, zoals bedoeld in artikel 3, voor het waterkwantiteitsbeheer € 59,15.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35803_0_2_6_12_"> Met toepassing van de Omslagklassenverordening 2004 betekent dit voor de drie klassen de volgende tarieven:</al><lijst><li nr=""><al id="anker-H35803_0_2_6_12_3_">A-klasse: € 59,15;</al></li><li nr="B"><al id="anker-H35803_0_2_6_12_4_">-klasse: € 39,04;</al></li><li nr="C"><al id="anker-H35803_0_2_6_12_5_">-klasse: € 15,38.</al></li></lijst><al><vet>Niet-heffing om doelmatigheidsredenen</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7         [ vervallen]</titel></kop><al></al><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk III  Omslagheffing gebouwd</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Omslagplicht zakelijk genothebbenden gebouwd</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><lid><lidnr>1.Met</lidnr><al> betrekking tot de taak van het waterschap inzake het waterkwantiteitsbeheer wordt onder de naam omslag </al><al>gebouwd een waterschapsomslag geheven van degenen die in het taakgebied krachtens eigendom, bezit of beperkt </al><al>recht het genot hebben van gebouwde onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.Als</lidnr><al> genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een gebouwde onroerende zaak wordt aangemerkt </al><al>degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de desbetreffende kadastrale registratie is vermeld, tenzij </al><al>blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid><lid><lidnr>3.Ingeval</lidnr><al> een gebouwde onroerende zaak is onderworpen aan verschillende soorten van beperkt recht, wordt uitsluitend </al><al>geheven van degene die het genot heeft van het beperkte recht, waaraan ingevolge artikel 24 van de Waterschapswet </al><al>stemrecht is verbonden.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al><vet>Belastingobject gebouwd</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><lid><lidnr>1.Voor</lidnr><al id="anker-H35803_0_3_9_16_"> de toepassing van artikel 8 wordt als één gebouwde onroerende zaak aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H35803_0_3_9_16_6_"> een gebouwd eigendom;</al></li><li nr="b.een"><al> gedeelte van een gebouwd eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel </al><al>te worden gebruikt;</al></li><li nr="c."><al> een samenstel van twee of meer van de in onderdeel a bedoelde gebouwde eigendommen of van in onderdeel b </al><al>bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden </al><al>beoordeeld, bij elkaar behoren;</al></li><li nr="d.het"><al> binnen het gebied van een gemeente gelegen deel van een in onderdeel a bedoeld eigendom, van een in </al><al>onderdeel b bedoeld gedeelte of van een in onderdeel c bedoeld samenstel;</al></li><li nr="e."><al> het binnen het taakgebied gelegen deel van een in onderdeel a bedoeld eigendom, van een in onderdeel b </al><al>bedoeld gedeelte, van een in onderdeel c bedoeld samenstel of van een in onderdeel d bedoeld deel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.Voor</lidnr><al> de toepassing van het eerste lid maken de ongebouwde eigendommen voorzover die dienstbaar zijn aan een </al><al>gebouwd eigendom, aan een gedeelte van een gebouwd eigendom of aan een samenstel van gebouwde </al><al>eigendommen, als bedoeld in onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b of onderdeel c, van dat lid, deel uit van </al><al>de gebouwde onroerende zaak, met uitzondering van de ongebouwde eigendommen, voorzover de waarde daarvan </al><al>bij de waardebepaling op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken op basis van het bepaalde </al><al>krachtens artikel 18, derde lid, van die wet buiten aanmerking wordt gelaten.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al><vet>Heffingsmaatstaf gebouwd</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><lid><lidnr>1.Voor</lidnr><al> de waterschapsomslag, bedoeld in artikel 8, geldt, indien de gebouwde onroerende zaak tevens een onroerende </al><al>zaak is als bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken, als heffingsmaatstaf de op de voet van </al><al>hoofdstuk IV van die wet voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het tijdvak waarbinnen het desbetreffende </al><al>kalenderjaar valt.</al></lid><lid><lidnr>2.In</lidnr><al> afwijking in zoverre van het eerste lid wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de omslagen terzake van </al><al>gebouwde onroerende zaken buiten aanmerking gelaten, voorzover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in </al><al>het eerste lid bedoelde waarde, de waarde van werktuigen als bedoeld in artikel 220d, eerste lid, onderdeel j, </al><al>Gemeentewet, juncto artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet WOZ.</al></lid><lid><lidnr>3.Bij</lidnr><al> de toepassing van het tweede lid is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18, 19, eerste lid, onderdelen b en c, </al><al>tweede lid, onderdelen b en c, 20, tweede lid, en 22, derde lid, van de Wet waardering onroerende zaken van </al><al>overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.Voor</lidnr><al> de omslagen terzake van gebouwde onroerende zaken die deel uitmaken van een onroerende zaak als bedoeld in </al><al>hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf gesteld op het gedeelte van de op </al><al>de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde dat kan worden toegekend </al><al>aan de gebouwde onroerende zaak.</al></lid><lid><lidnr>5.Indien</lidnr><al> het eerste of vierde lid geen toepassing kan vinden door het ontbreken van een op de voet van hoofdstuk IV van </al><al>de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde, wordt de heffingsmaatstaf van die gebouwde onroerende </al><al>zaak bepaald met toepassing van het tweede en derde lid en met overeenkomstige toepassing van het vierde lid </al><al>alsmede van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16 tot en met 19, 20 tweede lid, en 22, derde lid, van de Wet </al><al>waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al><vet></vet></al></lid><lid><lidnr></lidnr><al><vet>Tarieven gebouwd</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><al>Het tarief van de waterschapsomslag gebouwd bedraagt met inachtneming van het bepaalde dienaangaande in de Kostentoedelingsverordening 2004, voor elke volle </al><al>€ 2.500,- van de heffingsmaatstaf voor het waterkwantiteitsbeheer € 0,65.</al><al><vet>Niet-heffing om doelmatigheidsredenen</vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><al>De waterschapsomslag, bedoeld in artikel 8, wordt niet geheven terzake van: </al><al>straatmeubilair, waaronder worden begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen – niet zijnde gebouwen – welke zijn </al><al>geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van een in het taakgebied </al><al>gelegen gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri’s, hekken en </al><al>palen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk IV  Omslagheffing ingezetenen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Omslagplicht ingezetenen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><lid><lidnr>1.Met</lidnr><al> betrekking tot de taak van het waterschap inzake het waterkwantiteitsbeheer wordt onder de naam ingezetenenomslag </al><al>een waterschapsomslag geheven van degenen die in het taakgebied ingezetenen zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.Als</lidnr><al> ingezetene wordt aangemerkt degene die blijkens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens bij het </al><al>begin van het kalenderjaar woonplaats heeft in het gebied van het waterschap en die aldaar het gebruik heeft van </al><al>woonruimte. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het gebruik van woonruimte door de leden van een </al><al>gezamenlijke huishouding aangemerkt als gebruik door een door de ambtenaar belast met de heffing aan te wijzen lid </al><al>van dat huishouden.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al><vet>Tarief ingezetenen</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><al>Met inachtneming van het bepaalde dienaangaande in de Kostentoedelingsverordening bedraagt het tarief van de </al><al>waterschapsomslag, bedoeld in artikel 13, per woonruimte voor het waterkwantiteitsbeheer € 33,39.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk V  Heffing en invordering</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Wijze van heffing</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 15</titel></kop><al>De waterschapsomslagen worden geheven bij wege van aanslag.</al><al><vet>Aanslagen bij meerdere omslagplichtigen</vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16</titel></kop><al>Indien voor de toepassing van de artikelen 3, en 8 met betrekking tot eenzelfde onroerende zaak meer dan één </al><al>genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht danwel meer dan één gebruiker kan worden aangewezen, </al><al>kan de aanslag worden gesteld ten name van één van hen.</al><al><vet>Niet opleggen van aanslagen</vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17</titel></kop><lid><lidnr>1.Aanslagen</lidnr><al id="anker-H35803_0_5_17_25_"> die een bedrag van € 5,- niet te boven gaan worden niet opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.Voor</lidnr><al> de toepassing van het eerste lid van dit artikel wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen </al><al>aangemerkt als één aanslag.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al><vet>Betalingstermijn</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De aanslagen in de omslag ongebouwd en gebouwd, alsmede navorderingsaanslagen en een beschikking inzake </al><al>bestuurlijke boete, moeten worden betaald in één termijn, die vervalt twee maanden na de dagtekening van het </al><al>aanslagbiljet danwel de beschikking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Ingeval aanslagen in de ingezetenenomslag worden geïnd door het Waterbedrijf Vitens N.V. dienen deze te worden </al><al>betaald tegelijk met, op dezelfde wijze en in evenzovele termijnen als die waarop de nota’s van het Waterbedrijf Vitens </al><al>NV. moeten worden betaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> In geval aanslagen in de ingezetenenomslag worden geïnd door het Gemeenschappelijk belastingkantoor Oost </al><al>Nederland, moeten deze worden betaald in één termijn die vervalt twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al><vet>Nadere regels</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 </titel></kop><al>Het dagelijks bestuur van het waterschap kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de waterschapsomslagen.</al><al><vet>Kwijtschelding</vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20</titel></kop><al>Van de waterschapsomslag ongebouwd, bedoeld in hoofdstuk II van deze verordening en van de waterschapsomslag </al><al>gebouwd, bedoeld in hoofdstuk III van deze verordening, wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk VI  Overgangs– en slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Intrekking, inwerkingtreding, tijdstip van ingang van de heffing en citeertitel</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 21</titel></kop><lid><lidnr>1.De</lidnr><al> Omslagverordening 1994 van 17 november 1994, laatstelijk gewijzigd bij besluit van het algemeen bestuur van </al><al>14 december 2000, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, </al><al>met dien verstande dat zij, met uitzondering van artikel 19, eerste lid van die verordening, van toepassing blijft op </al><al>belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.Deze</lidnr><al id="anker-H35803_0_6_21_31_"> verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van haar bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.De</lidnr><al id="anker-H35803_0_6_21_32_"> datum van ingang van de heffing is 1 januari 2002.</al></lid><lid><lidnr>4.Deze</lidnr><al id="anker-H35803_0_6_21_33_"> verordening wordt aangehaald als ‘Omslagverordening 2007’.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>