<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>52436_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Handreiking brandveiligheid evenementen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Reeuwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-15</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Kijk op Reeuwijk, 15-03-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handreiking brandveiligheid evenementen        </dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-02-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Van rechtswege vervallen op grond van artikel 28 Wet algemene regels herindeling per 1 januari 2013</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Punt 11, B&amp;W-vergadering 14-02-2006</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Openbare orde en veiligheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is van rechtswege vervallen op grond van artikel 28 Wet algemene regels herindeling per 1 januari 2013.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule><vet>Handreiking brandveiligheid evenementen</vet></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label></label></kop><al><vet>1 UITGANGSPUNTEN VOOR BRANDVEILIG GEBRUIK </vet><vet></vet></al><al><vet></vet><vet><cursief>1.1 Inleiding </cursief></vet></al><al><vet><cursief></cursief></vet><vet><cursief></cursief></vet>Deze handreiking is bedoeld om de brandveiligheid tijdens evenementen te waarborgen. De brandveiligheid bij evenementen wordt in diverse regelgeving, met name gemeentelijke verordeningen, geregeld. </al><al> Brandveiligheidsmaatregelen zijn onder te verdelen in preventieve, preparatieve en repressieve maatregelen. Verder wordt er onderscheid gemaakt tussen door de organisator (vergunninghouder) te nemen maatregelen en de voorzieningen die door de overheid moeten worden getroffen. Het is belangrijk dit helder te formuleren zodat duidelijk is wie waar verantwoordelijk voor is en welke kosten dit met zich meebrengt. Als preventieve maatregel kan enerzijds bijvoorbeeld de aanwezigheid van een blusvoertuig nodig worden geacht en als voorwaarde in de vergunning worden opgenomen, Anderzijds kan dit ook noodzakelijk zijn uit overwegingen van bereikbaarheid (zorgnormen). In het eerste geval is de aanvrager verantwoordelijk (ook financieel) voor het ter plaatse aanwezig zijn van het blusvoertuig, in het tweede geval zal de gemeente hiervoor zorg moeten dragen. Men moet zich daarbij terdege van bewust zijn, dat het als preventieve maatregel beschikbaar stellen van een gemeentelijk blusvoertuig gevolgen kan hebben voor de reguliere brandweerzorg. </al><al> Of de overheid extra preparatieve of repressieve maatregelen moet treffen, kan bepaald worden aan de hand de “Handreiking inzet hulpverleningsdiensten bij evenementen veiligheidsregio Hollands Midden”. Hierbij moet niet alleen aandacht worden besteed aan het evenement zelf, maar ook aan de omgeving van het evenement. Denk aan het bereikbaar moeten blijven van gebouwen en bouwwerken tijdens festiviteiten en de kans dat grote delen van de gemeente onbereikbaar kunnen worden. De omgeving is nadrukkelijk een verantwoordelijkheid van de overheid wanneer een evenement wordt toegestaan. </al><al><vet>Deze handreiking biedt standaardvoorschriften voor door de organisator van het evenement te nemen preventieve en </vet><vet>preparatieve</vet><vet> maatregelen. </vet><vet> De door de overheid te treffen voorzieningen maatregelen zijn vermeld in de “Handreiking inzet hulpverleningsdiensten bij evenementen veiligheidsregio </vet><vet>Hollands-Midden</vet><vet>”. </vet></al><al><vet></vet><vet></vet>Voordat wordt ingegaan op de van toepassing zijnde regelgeving volgt hieronder eerst een toelichting op de term “evenement”. </al><al><vet><cursief>1.2 Evenement </cursief></vet><vet><cursief></cursief></vet></al><al><vet><cursief></cursief></vet>Onder een ‘evenement’ wordt in de model-APV verstaan: “elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak (artikel 2.2.1 van de model-APV)”. Een evenement is dus een publieke gebeurtenis. Een evenement kan zowel binnen als buiten plaatsvinden. De volgende activiteiten zijn bijvoorbeeld als evenement te benoemen: </al><lijst><li nr="—"><al> het houden van een bijeenkomst in een tent waarin maximaal <cursief>50 </cursief>personen tegelijk aanwezig zullen zijn (kampeerterrein); </al></li><li nr="—"><al> het houden van een bijeenkomst in een tent waarin <vet>meer</vet> dan <cursief>50 </cursief>personen tegelijk aanwezig zullen (circustent en tentfeest); </al></li><li nr="—"><al>het houden van evenementen in de <vet>open</vet><vet>lucht </vet>(braderie, bazaar, fancyfair, antiekbeurs, rommel- en vlooienmarkt, straatspeeldag, straattheater); </al></li><li nr="—"><al> het houden van evenementen in gebouwen waarvoor geen gebruiksvergunning in het kader van hoofdstuk 6 van de bouwverordening is verleend (braderie, bazaar, fancyfair, antiekbeurs, rommelmarkt en vlooienmarkt, speeldag, theater, toneel); </al></li><li nr="—"><al> het houden van een circus; </al></li><li nr="—"><al>het houden van een kermis; </al></li><li nr="—"><al>het gebruiken van bakkramen (vast en los); </al></li><li nr="—"><al>het houden van luchtvaartevenementen (helikoptervlucht, ballonvaart); </al></li><li nr="—"><al>het houden van een buurtfeest / barbecue; </al></li><li nr="—"><al>het oplaten van feestballonnen; </al></li><li nr="—"><al>het stoken open vuur (kampvuur); </al></li><li nr="—"><al>het houden van grootschalige evenementen (popfestival, marathon, groot sportevenement); </al></li><li nr="—"><al>het houden van trekker- trek wedstrijden (wedstrijd met zware landbouwvoertuigen). </al></li></lijst><al><vet><cursief>1.3 Wettelijk kader </cursief></vet></al><al><vet><cursief></cursief></vet><vet><cursief></cursief></vet>Voor de brandveiligheid tijdens evenementen zijn drie gemeentelijke verordeningen van belang, te weten: de algemene plaatselijke verordening (APV), de brandbeveiligingsverordening en de bouwverordening. De evenementenvergunning op basis van de APV is de meest bekende vergunning die voor het houden van een evenement is vereist. In deze vergunning kan met name de bereikbaarheid voor brandweervoertuigen op de <vet>openbare weg </vet>worden geregeld. Voor het regelen van de bereikbaarheid op <vet>eigen </vet><vet>terrein </vet>en andere brandveiligheidsmaatregelen, ook tijdens evenementen, is de gebruiksvergunning het geëigende middel. </al><al> Belangrijk daarbij is of het evenement wordt gehouden in een bouwwerk als bedoeld in de (gemeentelijke) bouwverordening, of in een inrichting als bedoeld in de (gemeentelijke) brandbeveiligingsverordening. Dit bepaalt namelijk de grondslag van de gebruiksvergunning. Een gebruiksvergunning op basis van de bouwverordening (artikel 6.1.1) of de brandbeveiligingsverordening (artikel 2.1.1) is vereist indien er: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="7*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="93*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>bedrijfsmatig de in de Regeling Bouwbesluit 2003 bedoelde stoffen worden opgeslagen; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>aan meer dan <cursief>5 </cursief>personen bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>aan meer dan tien personen jonger dan twaalfjaar, of aan meer dan tien personen met een lichamelijk en/of geestelijk beperking dagverblijf zal worden verschaft. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> In een gebruiksvergunning kunnen te allen tijde nadere eisen met het oog op brandveiligheid worden opgenomen. De in deze handreiking opgenomen voorschriften kunnen desgewenst onverkort als nadere eis in een gebruiksvergunning worden opgenomen. </al><al> Bij een klein evenement waarvoor geen gebruiksvergunning is vereist, moet worden voldaan aan de algemene eisen uit artikel 6.2.1 van de bouwverordening dan wel artikel 2.2.1 van de brandbeveiligingsverordening. </al><al> De vergunningverlening voor evenementen is per gemeente anders geregeld. Soms wordt er gekozen voor het afgeven van een afzonderlijke evenementenvergunning en een afzonderlijke gebruiksvergunning. In het kader van de één loket gedachte is het echter wenselijk te kiezen voor een gecombineerde evenementen- en gebruiksvergunning. </al><al> Een evenementenvergunning moet minstens 8 weken van te voren worden aangevraagd. Hiervan kan in overleg worden afgeweken afhankelijk van het type evenement. Bij de aanvraag moet een set tekeningen in 4-voud zijn bijgevoegd (schaal 1:100 of 1:200 en situatie tekening 1:1000). Op deze tekeningen moet het volgende zijn aangegeven: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="5*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="95*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al><cursief><onderstreept>Algemene eisen tekeningen</onderstreept></cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de ingang(en) en uitgang(en) van het terrein; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de situatie en de indeling van het terrein;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de situatie van de tijdelijke inrichting en de indeling van de inrichting;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>het stoelenplan; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de blusmiddelen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de plaats en de doorgangsbreedte van de ingang(en), uitgang(en) en nooduitgangen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>het aantal (te verwachten) bezoekers;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>plaats de armaturen van de nood- en transparantverlichting; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de eventueel aanwezige bluswatervoorzieningen (brandkranen, geboorde putten);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de plaats van de (pagode)tent(en) met gebruikersnaam en de eventuele indeling;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de te gebruiken energiebron voor het koken/bakken/braden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de wijze van elektriciteitsvoorziening;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de wijze van verwarming van de (pagode)tenten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de naam/namen van de contactperso(o)n(en) met bereikbaarheid; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de naam van het evenement en de naam van de vergunninghouder;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>het soort evenement;</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="5*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="95*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al><cursief><onderstreept>Eventuele aanvullende eisen tekeningen grote evenementen </onderstreept></cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de naam van het beveiligingsbedrijf en de naam/namen van de contactperso(o)n(en) en de bereikbaarheid daarvan; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de plaats(en) van de EHBO-post(en);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de communicatiemiddelen (i.v.m, bereikbaarheid hulpverlenende diensten);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de opslagplaats(en) van gasflessen waarbij aangegeven de stofnaam met gevaren identificatienummer; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de grootte van de voorraad gasflessen; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>het draaiboek voor de opvang van de hulpverlenende diensten, en ontruiming bij calamiteit. (Calamiteitenplan); </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de openingstijden met betrekking tot voorstellingen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>het verkeerscirculatieplan;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de parkeervoorzieningen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de aan- en afvoerroutes voor de bezoekers;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>het aantal aanwezige bedrijfshulpverleners (BHV-ers); </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>het ontruimingsplan;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de plaats(en) van opslag en de wijze van afvoer van afval.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet><cursief>1.4 Risico’s en maatscenario‘s </cursief></vet><vet><cursief></cursief></vet></al><al><vet><cursief></cursief></vet>Ieder evenement brengt zijn eigen risico’s en gevaarsaspecten met zich mee. Hierdoor zullen de brandveiligheidvoorschriften per evenement op maat moeten worden opgesteld waardoor deze per evenement kunnen verschillen. De risico’s zijn bijvoorbeeld afhankelijk van: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="5*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="95*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>het aantal bezoekers;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>het soort evenement;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de locatie waar het evenement plaatsvindt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de bereikbaarheid van en de parkeermogelijkheden bij het evenement;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de weersomstandigheden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> - - Door gebruik te maken van het risicoanalysemodel uit de “Handreiking inzet hulpverleningsdiensten bij evenementen veiligheidsregio Hollands-Midden” kan bepaald worden in welke mate brandpreventieve voorschriften noodzakelijk zijn. Het model gebruikt hiervoor drie risicokwalificaties te weten:”A”, “B” en “C”. </al><al> Bij maatscenario “A” kan deze handreiking onverkort worden toegepast, omdat preparatieve voorbereiding door de overheidshulpdiensten niet noodzakelijk is. In het geval van risicokwalificatie “B” of “C” moet tevens de plicht tot het opstellen van een calamiteitenplan als voorschrift in de gebruiksvergunning en/of evenementenvergunning worden opgenomen. De preparatieve maatregelen van de overheidshulpdiensten (brandweer, politie en GHOR) moeten hierop worden afgestemd. </al><al><vet><cursief>1.5 Vooroverleg </cursief></vet><vet><cursief></cursief></vet></al><al><vet><cursief></cursief></vet>Wanneer het een evenement uit de risicokwalificaties “B” of “C” betreft, is een vooroverleg tussen de overheidshulpdiensten en de organisator altijd noodzakelijk. De vergunningverlener mag hiervan afwijken en kan ook in andere gevallen bepalen dat een vooroverleg vereist is. </al><al><vet><cursief>1.6 Evenementenplan</cursief></vet><vet><cursief></cursief></vet><vet><cursief></cursief></vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="5*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="95*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor de juiste beoordeling moet 14 dagen voor aanvang van het evenement, het definitieve evenementenplan ter goedkeuring bij de brandweer of de gemeente zijn aangeboden. Hierop moet zijn aangegeven de plaats van de attracties en marktkramen en/of stands, alsmede de plaatsen waar wordt gebakken of gekookt. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b</al></entry><entry colname="col2"><al>Op de dag(en) dat het evenement plaatsvindt, moeten de aanwijzingen die door of namens de gemeente met betrekking tot de veiligheid van het publiek worden gegeven, direct en stipt worden opgevolgd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c</al></entry><entry colname="col2"><al>Stand- en/of marktkraamhouders die niet voldoen aan de brandveiligheidvoorwaarden in de vergunning krijgen maximaal een halfuur de tijd om orde op zaken te stellen. Indien na een half uur blijkt dat zij in gebreken blijven, moet hun apparatuur direct van het evenement worden verwijderd. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet><cursief> 1.7 Begrippen </cursief></vet><vet><cursief></cursief></vet><vet><cursief></cursief></vet></al><al><cursief><onderstreept>Bakkramen/bakwagens </onderstreept></cursief><cursief></cursief>Hieronder vallen bijvoorbeeld bakkramen voor de verkoop van oliebollen, patates frites, vis e.d. Deze kramen/wagens zijn door gespecialiseerde bedrijven gebouwd en moeten in het bezit zijn van een geldig keuringsrapport van de installaties. (zie voorbeeld Bijlage 4). </al><al><cursief><onderstreept>Ballonvaarten </onderstreept></cursief><cursief></cursief>Voor het (laten) opstijgen van hete lucht ballonnen moet een vergunning worden aangevraagd bij de Rijksluchtvaartinspectie en het college van burgemeester en wethouders. </al><al><cursief><onderstreept>Bereikbaarheid </onderstreept></cursief><cursief></cursief>De bereikbaarheid voor hulpverleningsvoertuigen is afhankelijk van de breedte van de rijbaan en de vrije hoogte boven de rijbaan. De benodigde vrije hoogte is altijd minimaal 4,2 m. Voor de breedte ligt dit anders deze is afhankelijk van het soort hulpverleningsvoertuig en het verloop van de rijbaan. Er wordt onderscheid gemaakt tussen opstelplaats en rijroute. Voor het opstellen van een redvoertuig is bijvoorbeeld een vrije breedte van <cursief>4,5 </cursief>m nodig, terwijl voor het verplaatsen van een blusvoertuig <cursief>3,5 </cursief>m voldoende is. Als basiseis wordt in deze handreiking een minimale rijbaanbreedte van <cursief>3,5 </cursief>m gesteld. Gelet op het bovenstaande zal de plaatselijke brandweer als dit noodzakelijk is, een bredere Vrije rijbaan eisen. Voor meer informatie wordt verwezen naar de “Handleiding Bluswatervoorziening en bereikbaarheid” (2003) uitgegeven door de NVBR.</al><al><cursief><onderstreept>Braderieën </onderstreept></cursief><cursief></cursief>Een feestelijke, kermisachtige markt met straatverkoop door winkeliers, ambachtslieden etc. Bij dit evenement wordt veelal gebruik gemaakt van marktkramen en zgn. vrije plaatsen. Deze opstellingen vinden meestal plaats in de winkelstraat, -promenade of -centra. </al><al><cursief><onderstreept>Circus </onderstreept></cursief><cursief></cursief>Een bezienswaardigheid, vaak op een daarvoor aangewezen terrein. Dit evenement heeft meestal eigen voorzieningen voor elektra e.d. Het evenement wordt door de eigen Organisatie vaak door middel van wagens en hekken afgesloten voor onbevoegden. </al><al><cursief><onderstreept>Helikoptervluchten </onderstreept></cursief><cursief></cursief>Voor helikoptervluchten moet eveneens een vergunning worden aangevraagd bij de Rijksluchtvaartinspectie en het college van burgemeester en wethouders. In de aanvraag moet duidelijk zijn opgegeven het type helikopter, de plaats en het tijdstip van opstijgen en/of landen, en de soort vlucht waar de aanvraag betrekking heeft (rondvlucht; halen of brengen van passagiers e.d.). </al><al><cursief><onderstreept>Evenementenvuurwerk</onderstreept></cursief><cursief></cursief>Dit betreft vuurwerkshows, meestal ter afsluiting van evenementen, waarbij gebruik wordt gemaakt van professioneel knal- en siervuurwerk. Dit vuurwerk wordt geheel verzorgd door professionele bedrijven. Vergunningen voor het afsteken van dit vuurwerk moeten worden aangevraagd bij het provinciale bestuur, Het gemeentelijke bestuur heeft <onderstreept>alleen </onderstreept>in het kader van de openbare veiligheid een adviserende rol richting het provinciale bestuur (Vuurwerkbesluit 2002). </al><al><cursief><onderstreept>Kermis </onderstreept></cursief><cursief></cursief>Een spektakel van zowel kramen als mechanische attracties, vaak op een afgesloten terrein. Kermissen worden ook vaak in combinatie met een braderie in en rond een winkelcentrum gehouden. </al><al><cursief><onderstreept>Overige (grootschalige) evenementen </onderstreept></cursief><cursief></cursief>Dit zijn nader in te vullen activiteiten die zowel binnen als buiten en al of niet op openbaar terrein kunnen plaatsvinden. Bijvoorbeeld muziekfestivals, ruiterdagen; speciale activiteiten voor personen met een lichamelijk en/of verstandelijke beperking etc. Het betreft in alle gevallen activiteiten waarbij wordt verwacht dat er grote groepen mensen en/of dieren aanwezig zullen zijn.</al><al><cursief><onderstreept>Rommelmarkt </onderstreept></cursief><cursief></cursief>Markt voor tweedehands goederen. Ook wel “snuffelmarkt” genoemd. Dit type markt vindt plaats zowel met als zonder kramen, Rommelmarkten worden periodiek op diverse locaties gehouden. Bijvoorbeeld de jaarlijkse rommelmarkten bij kerken, scholen, sportverenigingen, buurthuizen e.d. Ook hier moet men, evenals bij braderieën rekening houden met diverse (brand)veiligheidseisen qua opstelling van kramen en vrije uitstalplaatsen. </al><al><cursief><onderstreept>Stands </onderstreept></cursief><cursief><onderstreept>t.</onderstreept></cursief><cursief><onderstreept>b.v. promotiewerkzaamheden </onderstreept></cursief><cursief></cursief>Veelal zijn het ingehuurde (markt)kramen. Het kunnen ook mobiele of speciaal door standbouwers gebouwde stands zijn. </al><al><cursief><onderstreept>Straat- of buurtfeest </onderstreept></cursief><cursief></cursief>Dit zijn feesten die met en door bewoners van een straat of buurt veelal spontaan worden georganiseerd. Hierbij worden vaak op straat (kinder)spelletjes gespeeld en wordt er tevens een barbecue gehouden. De betreffende straat wordt daarbij gedurende een aantal uren van de dag en/of avond afgesloten voor alle verkeer.</al><al><cursief><onderstreept>Straatspeeldag </onderstreept></cursief><cursief></cursief>Een jaarlijks terugkerend voor kinderen georganiseerd feest, waarbij spelletjes worden georganiseerd en bijvoorbeeld een springkussen wordt neergezet. Wegafsluitingen vinden veelal in meerdere wijken tegelijkertijd plaats gedurende de middaguren. </al><al><cursief><onderstreept>Straattheater of -toneel </onderstreept></cursief><cursief></cursief>Bezienswaardig schouwspel, een op een plein of straat uitgevoerd toneelspel. Daarbij wil men soms gebruik maken van vuurelementen. Dit is niet altijd mogelijk en moet dus bij het vooroverleg bekend worden gemaakt. Ook de locatie is vaak wisselend. Er kan bijvoorbeeld een “wandelend” toneelstuk worden opgevoerd. </al><al><cursief><onderstreept>Trekker </onderstreept></cursief>- <cursief><onderstreept>Trek wedstrijden </onderstreept></cursief><cursief></cursief>Wedstrijden met landbouwvoertuigen, in de klasse lichte, middelzware en zware voertuigen. In de klasse licht en middel is de brandstof hoofdzakelijk diesel. In de klasse zwaar wordt hoofdzakelijk gebruik gemaakt van licht ontvlambare brandstoffen, met een vlampunt lager dan 2 1°C. De wedstrijden spelen zich meestal af op grote buitenterreinen en soms in sportcomplexen. Deze evenementen trekken over het algemeen veel toeschouwers. </al><al><cursief><onderstreept>Tent en Schuur feesten </onderstreept></cursief><cursief></cursief>Typische plattelandsfeesten, georganiseerd door en voor mensen uit de buitengebieden. Het zijn relatief grote feesten met een besloten karakter. Het aantal bezoekers kan variëren van ongeveer 400 tot soms wel 2000 personen. Deze feesten worden veelal gehouden in schuren of gebouwen die niet primair zijn bestemd voor het houden van feesten, of in een voor dat doel geplaatste tent. Bij deze feesten wordt muziek ten gehore wordt gebracht en alcoholhoudende dranken verstrekt.</al><al><cursief><onderstreept>Motorcross </onderstreept></cursief><cursief></cursief>Wedstrijd met crossmotoren in diverse klassen, die zowel op buitenterreinen als in sportcomplexen kunnen plaatsvinden. Het zijn relatief grote evenementen, waarbij veel publiek wordt verwacht. Het te gebruiken terrein is vaak opgedeeld in voor publiekstoegankelijke delen, het rennersgedeelte en het wedstrijdterrein.</al><al><vet>2 BRANDVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR (MOBIELE) BAKKRAMEN </vet>EN <vet>BAKWAGENS </vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet><cursief>2.1 </cursief></vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Bereikbaareid</cursief></vet><vet><cursief> en opstelling</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Er moet ten behoeve van het verkeer van de hulpverlenende diensten (politie, brandweer, ambulance), een doorgaande route met een breedte van 3,5 m en een hoogte van 4,2 m worden vrijgehouden. Hekwerken die deze route blokkeren moeten snel en gemakkelijk kunnen worden verwijderd. In deze route mogen geen losse goederen (zoals vlaggen, kledingrekken en dergelijke) worden geplaatst. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Brandkranen en overige bluswaterwinplaatsen moeten zijn vrijgehouden en altijd bereikbaar zijn voor brandweervoertuigen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Tuidraden, draden, elektriciteitskabels e.d., die over de weg zijn gespannen moeten minimaal 4,2 m boven het straatniveau zijn aangebracht. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouwen en bouwwerken achter de bakkraam!bakwagen moeten bereikbaar zijn en bereikbaar worden gehouden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>De bakkraamlbakwagen moet zodanig zijn opgesteld, dat deze op geen enkele wijze gevaar kan opleveren voor de omgeving. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Het aanbrengen van borden en vlaggen e.d. aan luifels van bakkramen en bakwagens is binnen voorgenoemde 3,5 m verboden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2.2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bakruimte</vet><vet><cursief></cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De bakinstallatie (oliebak) moet zodanig zijn geconstrueerd, dat olie of vet niet in de verbrandingsruimte kan komen (bijvoorbeeld door overbruisen, waarbij olie over de rand of door de kieren om de rand vloeit). Frituren is alleen toegestaan in ruimten die daarvoor zijn ingericht. Dus niet in verkoopruimten van winkels. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Elk bak- en braadtoestel moet zijn voorzien van een goed functionerende thermostaat of thermokoppel met een maximum ingestelde waarde van 190°C.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Een gaskomfoor moet zijn opgesteld op een plaat van onbrandbaar en slecht warmtegeleidend materiaal. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Het draagvlak onder bak- en braadtoestellen moet tot minstens 0,1 m buiten de toestellen onbrandbaar zijn, dan wel zijn bekleed met een onbrandbaar en slecht warmtegeleidend materiaal. De wanden in de nabijheid van een bak- en braadtoestel moeten tot minstens 0,3 m buiten het toestel op dezelfde wijze zijn bekleed. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Elektrisch verwarmde bakpannen c.q. bakinstallaties moeten door middel van thermostaten met een maximum ingestelde waarde van 190°C, tegen oververhitting zijn beveiligd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Losse verwarmingstoestellen met open vuur zijn verboden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2.3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Bakactiviteiten in voor gevels geplaatste bakkramen/bakwagens </cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Frituren in bakkramen/bakwagens voor geheel “blinde” gevels is toegestaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Frituren voor gevels met ramen en deuren is slechts toegestaan, als de afstand tussen de bakkraam!bakwagen en deze gevels ten minste 5 m bedraagt. Deze afstand geldt zowel naar achter, als naar links en rechts van de bakkraam/bakwagen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2.4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Elektrische installatie </cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.4.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De elektrische installatie moet voldoen aan de norm NEN 1010 en de nadere eisen van het plaatselijke energiebedrijf. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.4.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De elektrische installatie moet zijn voorzien van groepszekeringen en een aardlekschakelaar met een nominale aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.4.3</al></entry><entry colname="col2"><al>De verplaatsbare leiding (verlengsnoer) van een bakkraam/bakwagen naar een aansluitpunt voor elektriciteit moet:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>minstens 3 aderig zijn, met een nominale kerndoorsnede van 2V2 mm2 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>zijn beschermd door een ommanteling van neopreen, die geen beschadigingen of gebreken vertoont.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.4.4</al></entry><entry colname="col2"><al>De lengte van de verplaatsbare leiding (verlengsnoer) mag ten hoogste 5 m bedragen en moet geheel zijn uitgerold.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.4.5</al></entry><entry colname="col2"><al>De plaats en de bevestiging van de verplaatsbare leiding (verlengsnoer) moet zodanig zijn, dat er niemand over kan struikelen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2.5</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Gasinstallatie </cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij een bakkraam/bakwagen mogen niet meer losse gasflessen/gastanks aanwezig zijn dan als werkvoorraad voor één dag nodig is. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De waterinhoud van een losse gasfles/gastank mag niet groter zijn dan 115 liter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Een opstelruimte voor gasflessen, moet aan de buitenlucht zijn geventileerd door middel van minstens twee niet afsluitbare openingen nabij of in de vloer, die zover mogelijk uit elkaar moeten liggen. De netto doorlaat van de ventilatieopeningen moet 1/40 van het vloeroppervlak bedragen met een minimum van 100 cm2 per opening. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Een opstelruimte voor gasflessen moet gasdicht zijn gescheiden van de gebruiksruimte en mag slechts van buitenaf door middel van een deur of luik bereikbaar zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Een flessengasinstallatie moet voldoen aan de norm NEN 2920 en de NPR 2921, dan wel de NEN-EN 12245. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.6</al></entry><entry colname="col2"><al>De afstand tussen een opstelling voor gasflessen en overige voor verwarming bestemde brandstoffen moet in een tijdelijke inrichting ten minste <cursief>5 </cursief>m te bedragen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Een opslagplaats van gasflessen achter een bakkraam/bakwagen mag niet toegankelijk zijn voor publiek en moet zijn voorzien zijn van het opschrift “ROKEN EN OPEN VUUR VERBODEN” in letters met een hoogte van minimaal 8 cm. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Een opslag van gasflessen/gastanks moet goed aan de buitenlucht worden geventileerd. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Drukhouders moeten goed zijn beschermd tegen opwarming door zonnestraling. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.10</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>LPG </vet>mag uitsluitend worden toegepast in een LPG-dampgassysteem <vet>(rode tank) </vet>dat als zodanig gemonteerd, gekeurd en gecertificeerd moet zijn volgend de norm NEN-EN 1949:2002 en de norm NEN-EN 1949:2002/Al :2005. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Gasflessen moeten zijn voorzien van een door Lloyds Register-Stoomwezen erkend geldig keurmerk. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.12</al></entry><entry colname="col2"><al>De aanwezigheid van gasflessen waarvan de goedkeuring volgens de ingeponste datum meer dan 10 jaar geleden heeft plaatsgevonden, is verboden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.13</al></entry><entry colname="col2"><al>Gasflessen en gastanks mogen slechts tot 80% worden gevuld. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.14</al></entry><entry colname="col2"><al>Een lege gasfles moet altijd met gesloten afsluiter worden bewaard.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.15</al></entry><entry colname="col2"><al>Afsluiters moeten tegen beschadigen worden beschermd. Als de bescherming uit een afneembare kop bestaat, moet deze bij niet aangesloten flessen zijn aangebracht. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.16</al></entry><entry colname="col2"><al>Het gebruik van een reduceerventiel (drukregelaar) dat ouder is dan 5 jaar is verboden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.17</al></entry><entry colname="col2"><al>Een verbruikstoestel mag uitsluitend op de standplaats in werking zijn. Tijdens het transport van de bakwagen moeten de afsluiters van gasflessen en/of gastank te allen tijde zijn gesloten. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.18</al></entry><entry colname="col2"><al>Alle toegepaste appendages moeten van een door Lloyds Register-Stoomwezen goedgekeurd type zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.19</al></entry><entry colname="col2"><al>Het leidingnet moet zijn uitgevoerd als een vaste leiding van metaal. Aan het einde van elk aftakpunt van de vaste leiding naar een gebruikstoestel moet zich een afsluiter bevinden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.20</al></entry><entry colname="col2"><al>Het gebruik van een gasslang is alleen toegestaan: </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>voor het aansluiten van een verbruikstoestel op het leidingnet; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>als koppelslang tussen een gasfles/gastank en het leidingnet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>als koppelslang tussen een gasfles/gastank en een manifold.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.21</al></entry><entry colname="col2"><al>Elke verbindingsslang tussen een drukhouder en een verbruikstoestel e.d. moet: </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>zijn vervaardigd van synthetische rubber met één of meer staaldraad en/of textielinlagen en niet ouder zijn dan twee jaar;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>door middel van slangklemmen op slangpilaren zijn bevestigd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>Vrij en ongespannen zijn aangelegd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>zodanig zijn aangebracht dat blootstelling aan ontoelaatbare ternperatuursinvloeden en/of mechanische beschadiging wordt voorkomen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>zo kort mogelijk zijn gehouden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>De slanglengte voor een tijdelijke opstelling mag maximaal 10 m bedragen. <cursief>NB: Propaanslangen zijn erin twee uitvoeringen: de oranje/bruin gekleurde, met op de slang het jaar van aanmaak aangegeven en de zwarte slang met vaste metalen koppelingen. Het jaar van fabricage is hier ingeponst op de metalen koppeling.</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.22</al></entry><entry colname="col2"><al>Het leidingnet met toebehoren moet iedere twee jaar en zo vaak als de omstandigheden daartoe aanleiding geven (bijvoorbeeld bij wijzigingen en reparaties), worden gekeurd en beproefd. Van de beproeving moet een door of vanwege de installateur getekende en door de vergunninghouder mede ondertekende verklaring bij de gebruikers aanwezig zijn. De keuring en beproeving moeten bevatten: </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>controle op de vereiste beveiligingen van het leidingsysteem en controle op de goede werking van deze beveiligingen; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>controle op de toepassing van goedgekeurd toebehoren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>beproeving van de installatie met lucht of een inert gas.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.23</al></entry><entry colname="col2"><al>Het leidingsysteem met toebehoren moet steeds in goede staat van onderhoud verkeren. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2.6</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Afvoer van verbrandingsgassen en dampen </cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.6.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De verbrandingsgassen van bak- en braadtoestellen moeten d.m.v. afvoerleidingen van onbrandbaar en hittebestendig materiaal worden afgevoerd. Wand- en dakdoorvoeringen moeten zijn uitgevoerd met een dubbelwandige nisbus.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Binnen een afstand van 0,3 m van een afvoerleiding voor bakdampen en een afvoerleiding voor verbrandingsgassen, mogen geen brandbare stoffen aanwezig zijn, tenzij deze zijn bekleed met een onbrandbaar en slecht warmtegeleidend materiaal. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Afvoer van bakdampen en verbrandingsgassen door één leiding is toegestaan, mits de temperatuur van de verbrandingsgassen gemeten op de plaats van samenkomst, niet hoger is 200°C.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.6.4</al></entry><entry colname="col2"><al>De filters van de luchtreinigingsinstallatie moeten zo vaak gereinigd/vervangen worden als voor de goede werking noodzakelijk is. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2.7</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Blusmiddelen </cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.7.1</al></entry><entry colname="col2"><al>In elke bakkraam/bakwagen moet het volgende aanwezig zijn:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>nabij de toegang, een draagbaar blustoestel met een inhoud van minstens 6 kg bluspoeder, 5 kg koolzuursneeuw of een gelijkwaardig ander blusmiddel;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>goed passende deksels voor het snel afdekken van de pannen bij brand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>een blusdeken van minimaal 120 x 90 cm. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>De deksels, het draagbaar blustoestel en de blusdeken moeten zich op een goed bereikbare plaats bevinden en voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.7.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Een draagbaar blustoestel moet in een goede staat van onderhoud verkeren en zijn voorzien van een geldig Rijkskeurmerk met rangnummer. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.7.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Een draagbaar blustoestel moet overeenkomstig de norm NEN 2559 zijn onderhouden en zijn voorzien van een label of sticker waarop de laatste controledatum is vermeld. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>3 BRANDVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR TIJDELIJKE </vet><vet> INRICHTINGEN, WAARONDER TENTEN, t.b.v. DIVERSE DOELEINDEN </vet><vet></vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>3.1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Bereikbaarheid en opstelling</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De bereikbaarheid van de tijdelijke inrichting moet zodanig zijn dat de hulpverlenende diensten (politie, brandweer, ambulance) het object tot op minimaal 10 m van de toegang kunnen benaderen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Er moet ten behoeve van het verkeer van de hulpverlenende diensten een doorgaande route met een breedte van <cursief>3,5 </cursief>m en een hoogte van 4,2 m zijn vrijgehouden. Hekwerken die deze route blokkeren moeten snel en gemakkelijk kunnen worden verwijderd. In deze route mogen geen losse goederen (zoals vlaggen, kledingrekken en dergelijke) zijn geplaatst. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Brandkranen en overige bluswaterwinplaatsen moeten zijn vrijgehouden en altijd bereikbaar zijn voor brandweervoertuigen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Tuidraden, draden, elektriciteitskabels e.d., die over de weg zijn gespannen moeten minimaal 4,2 m boven het straatniveau zijn aangebracht. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouwen en bouwwerken achter een tijdelijke inrichting moeten altijd bereikbaar zijn. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien het terrein (tijdelijk) is afgesloten, moet de (brandweer)ingang duidelijk zijn aangegeven en het toegangshek gemakkelijk door de brandweer te openen zijn, dan wel door een bewaking snel worden geopend. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Rondom een tijdelijke inrichting (tent) moet een ruimte zijn vrijgehouden van ten minste 7,5 m. De inrichting mag voor een “blinde” gevel worden geplaatst als deze gevel geen onderbrekingen heeft zoals deuren en/of ramen en beschikt over een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van ten minste 60 minuten. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Tijdelijke bouwsels (afdak, partytent) moeten aan twee zijden open zijn en zodanig zijn opgesteld, dat deze op geen enkele wijze gevaar opleveren voor de omgeving. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>3.2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Vluchtroutes</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>In ruimten waar personen kunnen verblijven, moeten voldoende vluchtroutes aanwezig zijn die voldoen aan de volgende eisen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>A</al></entry><entry colname="col2"><al>Een vluchtroute heeft een Vrije doorgangshoogte van ten minste 2 m en een Vrije uitgangsbreedte van ten minste 0,85 m. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>B</al></entry><entry colname="col2"><al>De totale vrije uitgangsbreedte van alle toe- en uitgangen samen, is in centimeters gelijk aan het totale aantal personen dat in de ruimte aanwezig zal zijn, vermenigvuldigd met de factor 0,9. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>C</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij meer dan 200 personen zijn er te minste twee uitgangen aanwezig, die op een onderlinge afstand van ten minste 5 m en bij voorkeur diagonaal ten opzichte van elkaar zijn gelegen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De ingangen, uitgangen, nooduitgangen, doorgangen, gangpaden, (trappen) en vluchtroutes moeten te allen tijde over de volle breedte zijn vrijgehouden van obstakels. Dit geldt eveneens voor het als verlengstuk van een vluchtroute aan te merken gedeelte van het aansluitende terrein.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Vloeren in vluchtroutes en vloeren van ruimten waarin personen kunnen verblijven, moeten een aaneengesloten geheel vormen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Vloeren in vluchtroutes en vloeren van ruimten waarin personen kunnen verblijven, alsmede treden van trappen in vluchtroutes, moeten steeds voldoende stroef zijn. Dit voorschrift geldt niet voor het gedeelte van de vloer van een ruimte dat speciaal is ingericht als dansvloer. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Alle kabels, leidingen en snoeren die op de grond liggen, moeten op zodanige wijze zijn bevestigd dat beschadiging, struikelen en/of vallen wordt voorkomen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Tussen tafels met de daaromheen gegroepeerde stoelen en/of andere opstellingen moeten ruime gangpaden aanwezig zijn, die rechtstreeks naar de uitgangen leiden (stoelenplan).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Op de buitenzijde van de nooduitgang(en) moet duidelijk zichtbaar het opschrift: “NOODUITGANG VRIJHOUDEN” zijn aangegeven in letters met een hoogte van minimaal 8cm.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Binnen een straal van 2 m van een (nood)uitgang mogen géén tafels, stoelen, tuien of andere obstakels aanwezig zijn. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Deuren en andere beweegbare voorzieningen welke een brand- en/of rookwerende functie hebben, mogen niet langer in geopende stand worden gehouden, dan voor het verkeer van personen of goederen noodzakelijk is. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.10</al></entry><entry colname="col2"><al>De omgeving van een evenemententerrein moet zo zijn ingericht, dat er bij calamiteiten voldoende vluchtroutes aanwezig zijn. De vluchtroutes moeten vrij zijn van obstakels en duidelijk zijn aangegeven. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Kabels die via palen e.d. bovengronds naar de tijdelijke inrichting voeren, moeten bij het kruisen van een toegangspad tot de tent of een vluchtroute op een hoogte van ten minste 4,2 m boven het pad of de route zijn aangebracht. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij onvoldoende daglichttoetreding en bij avondgebruik moeten de vluchtroutes buiten de tijdelijke inrichting voldoende zijn verlicht. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.13</al></entry><entry colname="col2"><al>Het aantal toe te laten personen bij een evenement dat buiten plaats vindt, is vastgesteld op drie personen per vierkante meter vrije vloeroppervlakte. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>3.3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Materiaal, stoffering en versiering van de inrichting</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.31</al></entry><entry colname="col2"><al>Tentdoek moet voldoen aan de DIN 4102/B1-B2 of M1-M2. De normering M1-M2 is altijd terug te vinden in de randen van het tentdoek. Bij gebruik van tentdoek dat voldoet aan de DIN 4102/B1-B2 moet er een (kopie)certificaat aanwezig te zijn. NB: Er bestaat nog geen Nederlandse norm voor tentdoek. Daarom wordt hier verwezen naar normen die al in Europa bestaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Stoffering en versiering moeten zijn vrijgehouden van spots en andere warm wordende apparatuur, waarvan de oppervlaktetemperatuur meer dan 80 graden °C bedraagt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Vloer- en trapbedekkingen in vluchtroutes en in ruimten waarin meer da 50 personen gelijktijdig kunnen verblijven moeten zodanig zijn aangebracht dat zij niet kunnen verschuiven, omkrullen of oprollen en geen gevaar voor uitglijden, struikelen of vallen kunnen veroorzaken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Gordijnen en andere verticale stofferingen in ruimten waarin meer dan 50 personen gelijktijdig kunnen verblijven, moeten 10 cm vrij van de vloer worden gehouden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Tussen het vloeroppervlak van een ruimte en de aangebrachte versiering moet een vrije ruimte van minimaal 2,5 m overblijven. Deze versiering mag niet gemakkelijk ontvlambaar zijn en bij brand geen druppelvorming vertonen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.6</al></entry><entry colname="col2"><al>De toe te passen, verticaal op te hangen textielproducten moeten in vluchtroutes en in ruimten waarin meer dan 50 personen gelijktijdig kunnen verblijven, een navlamduur hebben van ten hoogste 15 seconden en een nagloeiduur van ten hoogste 60 seconden, bepaald volgens de normen <cursief>NEN-EN-ISO 6940 en 6941, </cursief>uitgaven 2004.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.7</al></entry><entry colname="col2"><al>De toegepaste bekledingsmaterialen moeten voldoen aan:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>-NEN 1775, uitgave 1991, en NEN 1775/C2, uitgave 1992, klasse T1 ten aanzien van vloeren, of aan NEN-EN 1350 1-1 Europese norm, vastgesteld 15 mei 2003, Staatscourant;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>-NEN 6065, uitgave 1991, en <cursief>NEN 6065/</cursief><cursief>Ci</cursief><cursief>, </cursief>uitgave 1992, klasse 2 ten aanzien van de overige aankleding en versiering, of aan NEN-EN 13501-1 Europese norm, vastgesteld 15 mei 2003, Staatscourant.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Blusmiddelen en nood- en transparantverlichting mogen niet door gordijnen en/of versieringen aan het oog zijn onttrokken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Kaarsen moeten op stabiele en degelijke, niet gemakkelijk ontvlambare, standaards zijn vastgezet. Kaarsen mogen uitsluitend als tafeldecoratie worden toegepast.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Olielampen zijn niet toegestaan. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Met brandbaar gas gevulde ballonnen mogen niet aanwezig zijn.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>3.4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Opslag van materialen</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.4.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het is verboden voorwerpen of stoffen in de inrichting of in de omgeving daarvan op te slaan of neer te zetten indien daardoor het gebruik van telefoons, blusmiddelen, vluchtroutes nood- en uitgangen bemoeilijkt wordt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.4.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het opslaan van brandbare, brandbevorderende en bij brand gevaar opleverende stoffen mag slechts plaatsvinden zoals dit op de door de brandweer gewaarmerkte tekening(en) is aangegeven.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>3.5</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Elektrische installaties inclusief noodverlichting</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.5.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Elektrische installaties moeten voldoen aan de norm NEN 1010 en de nadere eisen van het plaatselijke energiebedrijf. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.5.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanleg, bevestiging en plaatsing van kabels, leidingen en snoeren moeten zodanig geschieden, dat het publiek er niet mee in aanraking kan komen, en er niemand over kan struikelen of vallen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.5.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Schakelaars en zekeringkasten van elektrische installaties moeten onbereikbaar zijn voor publiek. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.5.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Kabels en snoeren moeten altijd volledig van de haspel zijn afgerold.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.5.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Elektrische verlichting moet zodanig zijn aangebracht dat er geen gevaar bestaat voor het ontstaan van brand. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.5.6</al></entry><entry colname="col2"><al>In voor personen bestemde ruimte(n) waar onvoldoende daglicht binnentreedt, moet, met het oog op het veilig kunnen verlaten van die ruimten, tijdens het gebruik daarvan een zodanige elektrische verlichting in werking zijn, dat de verlichtingssterkte gemeten op vloerniveau minstens 10 lux bedraagt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.5.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien een tijdelijke inrichting in de avonduren wordt gebruikt, moeten in het voor het publiek toegankelijke gedeelte nood- en transparantverlichting aanwezig zijn. De installatie moet voldoen aan de normen NEN-EN 1838 en NEN 6088 (pictogrammen). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.5.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Nood- en transparantverlichting moeten tijdens de aanwezigheid van personen continu branden en zodanig zijn aangebracht, dat deze altijd voor iedereen zichtbaar is. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.5.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Defecte lampen van de nood- en transparantverlichting moeten direct worden vervangen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.5.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Een opstelplaats van een (nood)stroomaggregaat moet op een afstand van ten minste 5 m van de tijdelijke inrichting liggen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.5.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Het gebruik van andere verlichting dan elektrische verlichting is verboden. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>3.6</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Installaties voor verwarming en kookdoeleinden</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.6.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het is verboden een verwarmingsinstallatie of een verwarmingstoestel op zodanige wijze te gebruiken, dat het gebruik ervan gevaar oplevert voor het ontstaan van brand. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.6.2</al></entry><entry colname="col2"><al>In tenten of kramen waarvan het materiaal van de wanden en het dak een lagere brandvoortplantingsklasse bezit dan klasse 2 <cursief>(klasse 3 of </cursief>4), moet, als een warmtebron op minder dan 1 m vanaf het tentdoek/materiaal is opgesteld, rondom de warmtebron tot een hoogte van 0,6 m gemeten uit het hart van de warmtebron, een brandwerende scheiding aanwezig zijn. Als de afstand tussen de warmtebron en het dak minder is dan 2,5 m, moet er ook een brandwerende scheiding boven de warmtebron aanwezig zijn. De genoemde afscheidingen moeten een brandwerendheid van ten minste 30 minuten bezitten. De afscheiding kan bijvoorbeeld bestaan uit een met brandwerende verf behandelde plaat multiplex met een dikte van ten minste 22 mm. Het brandwerende materiaal moet ter goedkeuring aan de brandweer worden voorgelegd, waarbij een certificaat van de verf moet worden overgelegd. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.6.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Frituren in tenten is niet toegestaan.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>3.7</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Gasinstallatie</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Er mogen niet meer losse gasflessen!gastanks aanwezig zijn dan als werkvoorraad voor één dag nodig is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De waterinhoud van een losse gasfles/gastank mag niet groter zijn dan 115 liter. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.3</al></entry><entry colname="col2"><al>De ruimte waarin de gasflessen staan moet voldoende zijn geventileerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Een flessengasinstallatie moet voldoen aan de norm NEN 2920 en de NPR 2921, dan wel de NEN-EN 12245. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.5</al></entry><entry colname="col2"><al>De afstand tussen een opstelling voor gasflessen en overige voor verwarming bestemde brandstoffen moet ten minste 5 m te bedragen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Een opslagplaats van gasflessen moet voor het publiek zijn afgesloten door middel van een deugdelijk hekwerk met een hoogte van 2 in, dat is voorzien van het opschrift “ROKEN EN OPEN VUUR VERBODEN” in letters met een hoogte van minimaal 8 cm.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Een opslag van gasflessen/gastanks moet goed aan de buitenlucht worden geventileerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Drukhouders moeten goed zijn beschermd tegen opwarming door zonnestraling. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.9</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>LPG </vet>mag uitsluitend worden toegepast in een LPG-dampgassysteem (rode tank) dat als zodanig gemonteerd, gekeurd en gecertificeerd moet zijn volgend de norm NEN-EN 1949:2002 en de norm NEN-EN 1949:2002/A1:2005. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Gasflessen moeten zijn voorzien van een door Lloyds Register-Stoomwezen erkend geldig keurmerk.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.11</al></entry><entry colname="col2"><al>De aanwezigheid van gasflessen waarvan de goedkeuring volgens de ingeponste datum meer dan 10 jaar geleden heeft plaatsgevonden, is verboden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Gasflessen en gastanks mogen slechts tot 80% worden gevuld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.13</al></entry><entry colname="col2"><al>Een lege gasfles moet altijd met gesloten afsluiter worden bewaard. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.14</al></entry><entry colname="col2"><al>Afsluiters moeten tegen beschadigen worden beschermd. Als de bescherming uit een afneembare kop bestaat, moet deze bij niet aangesloten flessen zijn aangebracht. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.15</al></entry><entry colname="col2"><al>Het gebruik van een reduceerventiel (drukregelaar) dat ouder is dan <cursief>5 </cursief>jaar is verboden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.16</al></entry><entry colname="col2"><al>Een verbruikstoestel mag uitsluitend op de standplaats in werking zijn. Tijdens het transport van het toestel moeten de afsluiters van gasflessen en/of gastank te allen tijde zijn gesloten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.17</al></entry><entry colname="col2"><al>Alle toegepaste appendages moeten van een door Lloyds Register-Stoomwezen goedgekeurd type zijn. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.18</al></entry><entry colname="col2"><al>Het leidingnet moet zijn uitgevoerd als een vaste leiding van metaal. Aan het einde van elk aftakpunt van de vaste leiding naar een gebruikstoestel moet zich een afsluiter bevinden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.19</al></entry><entry colname="col2"><al>Het gebruik van een gasslang is alleen toegestaan:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>voor het aansluiten van een verbruikstoestel op het leidingnet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>als koppelslang tussen een gasfles/gastank en het leidingnet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>als koppelslang tussen een gasfles/gastank en een manifold.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.20</al></entry><entry colname="col2"><al>Elke verbindingsslang tussen een drukhouder en een verbruikstoestel e.d. moet:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>zijn vervaardigd van synthetische rubber met één of meer staaldraad en/of textielinlagen en niet ouder zijn dan twee jaar;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>door middel van slangklemmen op slangpilaren zijn bevestigd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>vrij en ongespannen zijn aangelegd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>zodanig zijn aangebracht dat blootstelling aan ontoelaatbare temperatuursinvioeden enlof mechanische beschadiging wordt voorkomen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>zo kort mogelijk zijn gehouden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>De slanglengte voor een tijdelijke opstelling mag maximaal 10 m bedragen. <cursief>NB Propaanslangen zijn erin twee uitvoeringen: de oranje/bruin gekleurde, met op de slang het jaar van aanmaak aangegeven en de zwarte slang met vaste metalen koppelingen. Het jaar van fabricage is hier ingeponst op de metalen koppeling</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.21</al></entry><entry colname="col2"><al>Het leidingnet met toebehoren moet iedere twee jaar en zo vaak als de omstandigheden daartoe aanleiding geven (bijvoorbeeld bij wijzigingen en reparaties), worden gekeurd en beproefd. Van de beproeving moet een door of vanwege de installateur getekende en door de vergunninghouder mede ondertekende verklaring bij de gebruikers aanwezig zijn. De keuring en beproeving moeten bevatten:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>controle op de vereiste beveiligingen van het leidingsysteem en controle op de goede werking van deze beveiligingen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>controle op de toepassing van goedgekeurd toebehoren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>beproeving van de installatie met lucht of een inert gas.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.7.22</al></entry><entry colname="col2"><al>Het leidingsysteem met toebehoren moet steeds in goede staat van onderhoud verkeren.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>3.8</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Blusmiddelen.</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.8.1</al></entry><entry colname="col2"><al>In het de tijdelijke inrichting moeten voldoende draagbare blustoestellen aanwezig zijn. Per 150 m2 vloeroppervlakte moet minstens één blusmiddel aanwezig zijn met een inhoud van minstens 6 kg bluspoeder, 5 kg koolzuursneeuw of een gelijkwaardig ander blusmiddel.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.8.2</al></entry><entry colname="col2"><al>In de onmiddellijke nabijheid van een bakinstallatie moeten goed passende deksels of een blusdeken aanwezig zijn om het toestel bij brand te kunnen afdekken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.8.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Een draagbaar blustoestel moet:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>voor iedereen duidelijk zichtbaar en gemakkelijk bereikbaar zijn aangebracht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>voor direct gebruik gereed zijn;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>in goede staat van onderhoud verkeren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>zijn voorzien van een geldig Rij kskeurrnerk met rangnurnmer;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>overeenkomstig de norm NEN 2559 zijn onderhouden en zijn voorzien van een label of sticker waarop de laatste controledatum is vermeld.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet><cursief>3.9</cursief></vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Rookvorming</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>Rookvorming door bijvoorbeeld een rookapparaat, koudijs of op andere wijze geproduceerd, mag nooit een veilige en snelle ontruiming verhinderen. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet><cursief>3.10</cursief></vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Doorlopend toezicht</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>Gedurende de tijd dat personen in de inrichting aanwezig zijn, moet een voor de naleving van de voorwaarden van de vergunning verantwoordelijke persoon aanwezig zijn, die de aanwijzingen van de met controle belaste ambtenaren op eerste aanzegging uitvoert of doet uitvoeren. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet><cursief>3.11</cursief></vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Wachtdiensten</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>In het kader van brandveiligheid kan de commandant van de brandweer voor bepaalde activiteiten of locaties bepalen, dat tijdens bijzondere festiviteiten een wachtdienst moet worden ingesteld. Deze bewaking moet geschieden door gediplomeerd en ter zake kundig brandweerpersoneel. De deskundigheid moet door het overleggen van het diploma van de module brandwacht kunnen worden aangetoond. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>4 BRANDVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HET HOUDEN VAN BRADERIEËN IN DE BUITENLUCHT </vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>4.1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Bereikbaarheid en opstelling</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Er moet ten behoeve van het verkeer van de hulpverlenende diensten (politie, brandweer, ambulance), een doorgaande route met een breedte van 3,5 m en een hoogte van 4,2 m zijn vrijgehouden. Hekwerken die deze route blokkeren moeten snel en gemakkelijk kunnen worden verwijderd. In deze route mogen geen losse goederen (zoals vlaggen, kledingrekken en dergelijke) worden geplaatst.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Brandkranen en overige bluswaterwinplaatsen moeten zijn vrijgehouden en altijd bereikbaar zijn voor brandweervoertuigen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Tuidraden, draden, elektriciteitskabels e.d., die over de weg zijn gespannen moeten minimaal 4,2 m boven het straatniveau zijn aangebracht. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Stands en/of marktkramen alsmede eventuele podia moeten zodanig zijn geplaatst, dat alle toe- en uitgangen van omliggende gebouwen en bouwwerken onbelemmerd zijn te bereiken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>5 </cursief>Tussen de achterzijde van de standplaatsen en de achterliggende bebouwing moet een strook van minstens 1 m breed zijn vrijgehouden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Kramen moeten zodanig zijn opgesteld, dat deze op geen enkele wijze gevaar opleveren voor de omgeving. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1.7</al></entry><entry colname="col2"><al>De afstand tussen tegenover elkaar geplaatste kramen moet, gemeten tussen de luifels, ten minste 3,5 m bedragen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Het uitstallen van goederen en het plaatsen van kledingrekken e.d., al dan niet verrijdbaar, binnen de voorgenoemde 3,5 m is verboden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Het aanbrengen van borden, vlaggen e.d. aan de luifels binnen de voornoemde <cursief>3,5 </cursief>m is verboden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Verkooppunten waar wordt gebakken of gekookt, moeten zijn opgesteld op een afstand van ten minste 5 m vanaf de bebouwing. Deze voorwaarde geldt niet als het een blinde gevel betreft, die over een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van ten minste 60 minuten beschikt. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>4.2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Vluchtroutes</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De ligging van de tijdelijke inrichting moet met inbegrip van de eventuele benodigde tuidraden en/of scheerlijnen zodanig zijn, dat er voldoende ruimte beschikbaar is voor een snelle en veilige ontvluchting vanuit de inrichting naar een veilige plaats.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Vloeren moeten zodanig zijn aangebracht dat een stroef en gesloten vloeroppervlak ontstaat.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Alle kabels, leidingen en snoeren die op de grond liggen, moeten op zodanige wijze zijn bevestigd dat beschadiging, struikelen en/of vallen wordt voorkomen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4.3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Elektrische installaties</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Elektrische installaties moeten voldoen aan de norm NEN 1010 en de nadere eisen van het plaatselijke energiebedrijf. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanleg, bevestiging en plaatsing van kabels, leidingen en snoeren moeten zodanig geschieden, dat het publiek er niet mee in aanraking kan komen, en er niemand over kan struikelen of vallen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Schakelaars en zekeringkasten van elektrische installaties moeten onbereikbaar zijn voor publiek.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.3.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Kabels en snoeren moeten altijd volledig van de haspel zijn afgerold. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.3.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Elektrische verlichting moet zodanig zijn aangebracht dat er geen gevaar bestaat voor het ontstaan van brand. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>4.4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bakken, braden en frituren</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>Zie voor het bakken, braden en frituren in de buitenlucht, de voorschriften in hoofdstuk 2 “Brandveiligheidsvoorschriften voor (mobiele) bakkramen en bakwagens”, van deze handreiking. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>4.5</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Blusmiddelen.</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>Op verkooppunten waar voeding- en genotmiddelen worden gebakken of gekookt, moeten blusmiddelen aanwezig zijn zoals voorgeschreven in artikel 2.7 van hoofdstuk 2 “Brandveiligheidsvoorschriften voor (mobiele) Bakkramen en bakwagens”, van deze handreiking.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>4.6</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Rookvorming</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>Rookvorming door bijvoorbeeld een rookapparaat, koudijs of op andere wijze geproduceerd, mag nooit een veilige en snelle ontruiming verhinderen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>5 BRANDVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HET HOUDEN VAN EVENEMENTEN IN GEBOUWEN </vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>5.1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Algemeen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>Op grond van het bepaalde in artikel 6.2.1 van de (Model)bouwverordening zijn de gebruikseisen in bijlage 3 en 4 van deze verordening altijd van kracht. Voorts kunnen er aanvullende gebruiksvoorschriften gelden, als er op grond van het bepaalde in artikel 6.1.1 van de (Model)bouwverordening voor een gebouw of bouwwerk een gebruiksvergunning is verleend en in deze vergunning aanvullende gebruiksvoorschriften zijn opgenomen. Het kan afhankelijk van het soort evenement noodzakelijk zijn, dat er naast de bovengenoemde voorschriften ook nog een of meerdere van de onderstaande aanvullende gebruiksvoorschriften opgenomen moeten worden. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>5.2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Mogelijk aanvullende </vet><vet>voorschrjften</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Decors, versieringen, bekledingen etc. moeten voor zover deze beneden de 2,5 m boven de vloer zijn aangebracht, zijn vervaardigd van moeilijk ontviambare materialen die voldoen aan de norm NEN 6065 of aan de nieuwe Europese norm NEN-EN 13501-1, vastgesteld 15 mei 2003, Staatscourant. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Doeken, gordijnen en andere voorwerpen mogen slechts op zodanige wijze zijn aangebracht, dat zij met de deuren meedraaien en het openen van de deuren niet hinderen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Alle deuren van ruimten waarin publiek wordt toegelaten, moeten zonder gebruik te moeten maken van sleutels of andere losse voorwerpen, altijd in één beweging onmiddellijk kunnen worden geopend. Een deur van een ruimte waarin meer dan 100 personen aanwezig kunnen zijn, moet door een lichte druk op deze deur kunnen worden geopend (panieksluiting). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>In vluchtroutes en in voor ontvluchting bestemde doorgangen en uitgangen mogen geen voorwerpen aanwezig zijn waardoor de benodigde vrije doorgang wordt verminderd, of waaraan men zich kan verwonden, of die ontvluchting kunnen verhinderen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Losse vloerbedekking zoals lopers, vloerkleden etc, mogen niet in de voor het publiek toegankelijke ruimten, toegangen, uitgangen, vluchtroutes en looppaden aanwezig zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Blusmiddelen, alarmeringsmiddelen, noodverlichting, vluchtrouteaanduidingen en (nood)uitgangen moeten te allen tijde goed zichtbaar, bruikbaar en gebruiksgereed zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Het gebruik van onvoldoende geïsoleerde verwarming- en verlichtingsbronnen, en de aanwezigheid van gasflessen en gastanks is verboden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Het gebruik van (licht)ontvlambare vloeistoffen en gassen is niet toegestaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Tussen de rijen stands, tafels, marktkramen e.d. moeten doorgangen van minstens 2 m zijn vrijgehouden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>5.3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Overnachten</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Overnachten in een daarvoor <vet>niet </vet>bestemd bouwwerk is uitsluitend toegestaan als het bouwwerk voldoet aan de voorschriften voor bestaande logiesgebouwen in het Bouwbesluit 2003 (en/of het beleidsniveau voor bestaande logiesgebouwen als dit gemeentelijk is vastgesteld). De brandveiligheidinstallaties moeten altijd voldoen aan de meest recente wijziging van de (Model)bouwverordening. Het gebruik van een tijdelijke (draadloze) brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie is toegestaan. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Als niet aan de voorschriften voor (sub)brand- en rookcompartimentering kan worden voldaan, kan een situatie die voldoet aan de hierna genoemde voorschriften als gelijkwaardig worden beschouwd:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>alle slaapruimten liggen op de begane grond,</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>in alle slaapruimten geldt een rookverbod en een verbod op de aanwezigheid van open vuur,</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>elke slaapgebied beschikt over een directe uitgang naar het aansluitende terrein (naar buiten), en </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>er wordt zowel bouwkundig als voor wat betreft het gebruik minimaal voldaan aan de voorschriften die gelden voor bezettingsgraadklasse B3. Gebruik volgens de bezettingsgraadklassen BI en B2 is niet toegestaan. <cursief>NB Deze gelijkwaardigheid geldt uitsluitend voor incidentele niet commerciële gevallen, zoals overnachtingen in scholen, bij sportverenigingen en in scoutingclubhuizen. Het betreft in deze gevallende eigen leerlingen of leden die overnachten. Verhuur aan derden in combinatie niet deze gelijkwaardigheid is dus niet toegestaan. </cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet><cursief></cursief></vet><vet>6 BRANDVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HET GEBRUIK VAN (KERMIS)TERREINEN </vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>6.1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bereikbaarheid en opstelling</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Er moet ten behoeve van het verkeer van de hulpverlenende diensten (politie, brandweer, ambulance), een doorgaande route met een breedte van <cursief>3,5 </cursief>m en een hoogte van 4,2 m zijn vrijgehouden. Hekwerken die deze route blokkeren moeten snel en gemakkelijk kunnen worden verwijderd. In deze route mogen geen losse goederen (zoals vlaggen, kledingrekken en dergelijke) zijn geplaatst. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Brandkranen en overige bluswaterwinplaatsen moeten zijn vrijgehouden en altijd bereikbaar zijn voor brandweervoertuigen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Tuidraden, draden, elektriciteitskabels e.d., die over de weg zijn gespannen moeten minimaal 4,2 m boven het straatniveau zijn aangebracht. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>De afstand van een tijdelijke inrichting (kermisattractie, kraam) tot iedere andere inrichting en de rondom gelegen gebouwen en bouwwerken moet ten minste <cursief>5 </cursief>m bedragen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Kermisattracties en kramen moeten zodanig zijn geplaatst dat brandoverslag wordt voorkomen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>De afstand tussen tegenover elkaar geplaatste kramen moet, gemeten tussen de luifels, ten minste 3,5 m bedragen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Het uitstallen van goederen en het plaatsen van kledingrekken e.d., al dan niet verrjdbaar, binnen de voorgenoemde 3,5 m is verboden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Het aanbrengen van borden, vlaggen e.d. aan de luifels binnen de voornoemde <cursief>3,5 </cursief>m is verboden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.9</al></entry><entry colname="col2"><al>De constructie van een inrichting moet vôôr de aanvang van de kermis door de afdeling Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente zijn geïnspecteerd en goed bevonden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Verkooppunten waar wordt gebakken of gekookt, moeten zijn opgesteld op een afstand van ten minste <cursief>5 </cursief>m vanaf de bebouwing. Deze voorwaarde geldt niet als het een blinde gevel betreft, die over een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van ten minste 60 minuten beschikt. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Auto’s, trekkers, aanhangwagens, aggregaten, containers e.d. mogen uitsluitend op het kermis- terrein aanwezig zijn, als zij op de daarvoor bestemde en door de commandant van de brandweer goedgekeurde plaats zijn opgesteld, waartoe <vet>vooraf </vet>een tekening van het feestterrein ter goedkeuring bij de brandweer moet worden ingediend. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>6.2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Vluchtroutes</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De plaats van de tijdelijke inrichting moet met inbegrip van de eventuele benodigde tuidraden en/of scheerlijnen zodanig zijn, dat er voldoende ruimte beschikbaar is voor een snelle en veilige ontvluchting vanuit de inrichting naar een veilige plaats. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Vloeren moeten zodanig zijn aangebracht dat een stroef en gesloten vloeroppervlak ontstaat. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Alle kabels, leidingen en snoeren die op de grond liggen, moeten op zodanige wijze zijn bevestigd dat beschadiging, struikelen en/of vallen wordt voorkomen. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>6.3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Elektrische installaties</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Elektrische installaties moeten voldoen aan de norm NEN 1010 en de nadere eisen van het plaatselijke energiebedrijf.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanleg, bevestiging en plaatsing van kabels, leidingen en snoeren moeten zodanig geschieden, dat het publiek er niet mee in aanraking kan komen, en er niemand over kan struikelen of vallen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Schakelaars en zekeringkasten van elektrische installaties moeten onbereikbaar zijn voor publiek. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.3.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Kabels en snoeren moeten altijd volledig van de haspel zijn afgerold.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.3.5</al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>5 </cursief>Elektrische verlichting moet zodanig zijn aangebracht dat er geen gevaar bestaat voor het ontstaan van brand. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.3.6</al></entry><entry colname="col2"><al>In voor personen bestemde ruimte(n) waar onvoldoende daglicht binnentreedt, moet, met het oog op het veilig kunnen verlaten van die ruimten, tijdens het gebruik daarvan een zodanige elektrische verlichting in werking zijn, dat de verlichtingssterkte gemeten op vloerniveau minstens 10 lux bedraagt. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.3.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien een besloten tijdelijke inrichting in de avonduren wordt gebruikt, moeten in het voor het publiek toegankelijke gedeelte nood- en transparantverlichting aanwezig zijn. De installatie moet voldoen aan de nonnen NEN-EN 1838 en NEN 6088 (pictogrammen). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.3.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Nood- en transparantverlichting moeten tijdens de aanwezigheid van personen continu branden en zodanig zijn aangebracht, dat deze altijd voor iedereen zichtbaar is, </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.3.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Defecte lampen van de nood- en transparantverlichting moeten direct worden vervangen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.3.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Een opstelplaats van een (nood)stroomaggregaat moet op een afstand van ten minste <cursief>5 </cursief>m van de tijdelijke inrichting liggen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.3.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Het gebruik van andere verlichting dan elektrische verlichting is verboden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>6.4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bakken, braden en frituren</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>Zie voor het bakken, braden en frituren in de buitenlucht, de voorschriften in hoofdstuk 2 “Brandveiligheidsvoorschriften voor (mobiele) bakkramen en bakwagens”, van deze handreiking. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>6.5</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Blusmiddelen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>Op verkooppunten waar voeding- en genotmiddelen worden gebakken of gekookt, moeten blusmiddelen aanwezig zijn zoals voorgeschreven in artikel 2.7 van hoofdstuk 2 “Brandveiligheidsvoorschriften voor (mobiele) bakkramen en bakwagens”, van deze handreiking.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>6.6</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Rookvorming</vet><vet><cursief></cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>Rookvorming door bijvoorbeeld een rookapparaat, koudijs of op andere wijze geproduceerd, mag nooit een veilige en snelle ontruiming verhinderen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>7 </cursief><vet>BRANDVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HET OPSTIJGEN VAN HETELUCHTBALLONNEN en HELIKOPTERS </vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>7.1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Vereiste toestemmingen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De vereiste toestemmingen van de Rijksluchtvaartinspectie moeten zijn verleend. Met deze instantie moet altijd contact worden opgenomen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De eigenaar van het terrein waar het vullen en het opstijgen van de ballon(en) dan wel helikopter plaatsvindt, moet schriftelijk toestemming hebben verleend. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>De opstellingsplaats(en) van de ballon(nen) dan wel helikopter, de tankwagen(s) en het overige materieel moet(en) de goedkeuring hebben van de politie en brandweer. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>7.2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bereikbaarheid</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Er moet ten behoeve van het verkeer van de hulpverlenende diensten (politie, brandweer, ambulance), een doorgaande route met een breedte van 3,5 m en een hoogte van 4,2 m zijn vrijgehouden. Hekwerken die deze route blokkeren moeten snel en gemakkelijk kunnen worden verwijderd. In deze route mogen geen losse goederen (zoals vlaggen, kledingrekken en dergelijke) zijn geplaatst. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Brandkranen en overige bluswaterwinplaatsen moeten zijn vrijgehouden en altijd bereikbaar zijn voor brandweervoertuigen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Tuidraden, draden, elektriciteitskabels e.d., die over de weg zijn gespannen moeten minimaal 4,2 m boven het straatniveau zijn aangebracht.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>7.3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Opstelplaats en vullen van ballonnen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het verwarmen van de lucht voor een ballon moet geschieden door ter zake deskundig personen. Deze personen moeten vooraf over hun taak zijn geïnstrueerd en de verstrekte opdrachten nauwgezet opvolgen. De personen moeten herkenbaar zijn door bijvoorbeeld een band om de arm. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De opstellings- en opstijgplaats van een ballon moet zodanig zijn afgezet, dat de toeschouwers de ballon en de drukhouders met vloeibaar gas, niet dichter dan tot op 25 m kunnen benaderen. Binnen deze afzetting mogen alleen ballonvaarders en personen aanwezig zijn die werkzaamheden moeten verrichten welke direct verband houden met het vullen en opstijgen van de ballon(nen). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Als er meerdere ballonnen worden gevuld en opgelaten, moet de onderlinge afstand tussen de ballonnen, hart op hart gemeten, ten minste 25 m bedragen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.3.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Het in de punten 7.3.2 en 7.3.3 genoemde terreingedeelte moet vrij zijn van obstakels en voorwerpen, die het verwarmen van de lucht voor de ballon en het opstijgen in gevaar kunnen brengen of hinderen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.3.5</al></entry><entry colname="col2"><al>De te gebruiken drukhouders met vloeibaar gas moeten op een veilige plaats goed geventileerd en buiten het bereik van onbevoegden zijn opgesteld. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.3.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij het verwarmen van de lucht voor en het opstijgen of dalen van een ballon moeten alle voorzorgsmaatregelen worden genomen om gevaar en/of schade te voorkomen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.3.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Een ballon mag niet opstijgen als deze door de heersende windrichting en de windsterkte gevaar voor de bemanning, de toeschouwers dan wel de omgeving kan opleveren.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>7.4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Gasinstallatie</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>De brander moet door middel van een verbindingssiang met behulp van deugdelijk bevestigde slangenklemmen aan de drukhouders zijn aangesloten. De verbindingsslang moet voldoen aan de norm NEN 3143 en zijn vervaardigd van synthetisch rubber, met één of meer staaldraad- en/of textielinlagen. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>7.5</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Blusmiddelen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.5.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij het verwarmen van de lucht voor het opstijgen van de ballon moet een koolzuursneeuwbiusser met een inhoud van ten minste 12 kg dan wel een poederblusser met een inhoud van ten minste 12 kg aanwezig zijn. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.5.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Een draagbaar blustoestel moet:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>voor iedereen duidelijk zichtbaar en gemakkelijk bereikbaar zijn;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>voor direct gebruik gereed zijn;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>in goede staat van onderhoud verkeren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>zijn voorzien van een geldig Rijkskeurmerk met rangnummer;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>overeenkomstig de norm NEN <cursief>2559 </cursief>zijn onderhouden en zijn voorzien van een label of sticker waarop de laatste controledatum is vermeld. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>7.6</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Wachtdiensten</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>De commandant van de brandweer kan in het kader van de brandveiligheid bepalen, dat tijdens het verwarmen van de lucht voor een ballon gecertificeerd personeel aanwezig moet zijn. De omvang van deze bewaking is ter beoordeling aan de commandant van de brandweer. De kosten van de bewaking zijn voor rekening van de vergunninghouder.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet><cursief></cursief></vet><vet>8 BRANDVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HET OPLATEN VAN KABELBALLONNEN </vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>8.1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Vereiste toestemmingen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De vereiste toestemmingen van de Rijksluchtvaartinspectie moeten zijn verleend. Met deze instantie moet altijd contact worden opgenomen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De eigenaar van het terrein waar het vullen en oplaten van de ballon(en) plaatsvindt, moet schriftelijk toestemming hebben verleend. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>De bepalingen, gesteld in LVB 201578 Regeling inzake Kabelvliegers en kleine ballons van de Minister van Verkeer en Waterstaat, moeten worden opgevolgd. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>De opstellingsplaats(en) van de ballon(nen), de tankwagen(s) en het overige materieel moet(en) de goedkeuring hebben van de politie en brandweer. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Alvorens een ballon wordt opgelaten, moet eerst toestemming zijn verleend door de verkeersleidingdienst van het plaatselijke verkeersgebied waarin het oplaten plaatsvindt. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>8.2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bereikbaarheid</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Er moet ten behoeve van het verkeer van de hulpverlenende diensten (politie, brandweer, ambulance), een doorgaande route met een breedte van <cursief>3,5 </cursief>m en een hoogte van 4,2 m zijn vrijgehouden. Hekwerken die deze route blokkeren moeten snel en gemakkelijk kunnen worden verwijderd. In deze route mogen geen losse goederen (zoals vlaggen, kledingrekken en dergelijke) zijn geplaatst. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Brandkranen en overige bluswaterwinplaatsen moeten zijn vrijgehouden en altijd bereikbaar zijn voor brandweervoertuigen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Tuidraden, draden, elektriciteitskabels e.d., die over de weg zijn gespannen moeten minimaal 4,2 m boven het straatniveau zijn aangebracht. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>8.3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Opstelplaats, vullen en oplaten van ballonnen</vet><vet><cursief></cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het vullen van een ballon moet geschieden door ter zake deskundige personen. Deze personen moeten vooraf over hun taak zijn geïnstrueerd en de verstrekte opdrachten nauwgezet opvolgen. De personen moet herkenbaar zijn door bijvoorbeeld een band om de arm. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De opstellings- en opstijgplaats van een kabelballon moet een diameter hebben van ten minste 40 m en zodanig zijn afgezet, dat toeschouwers de ballon en de gasvulapparatuur niet kunnen benaderen. Binnen deze afzetting mogen alleen personen aanwezig zijn die werkzaamheden moeten verrichten welke direct verband houden met het vullen en oplaten van de ballon. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Tijdens het oplaten en neerlaten van het toestel mogen binnen een gebied met een middellijn gelijk aan ten minste driemaal de grootste lengte van het toestel en met inachtneming van het hiervoor onder punt 8.3.2 bedoelde gebied geen obstakels aanwezig zijn met een grotere hoogte dan 4 m boven het terrein. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Tijdens het in de lucht houden van het toestel mogen geen obstakels steken door een denkbeeldig vlak, dat vanaf het onder punt 8.3.3 genoemde gebied oploopt met een helling van 1:1 (45°). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Het onder punt 8.3.3 genoemde terrein mag niet worden gebruikt voor het gelijktijdig oplaten en in de lucht houden van meerdere kabelballonnen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Het oplaten en in de lucht houden mag slechts plaatsvinden bij een horizontaal zicht van ten minste 1,5 km en een verticale afstand van de ballon tot het wolkendek van ten minste 150 m. Hierbij mag de windsterkte niet meer bedragen dan 10 m per seconde. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.7</al></entry><entry colname="col2"><al>kabelballon mag niet hoger stijgen dan tot 50 m boven de grond of het water. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.8</al></entry><entry colname="col2"><al>kabelballon moet zijn voorzien van een inrichting om het gas bij het onverhoopt losraken van de ballon van de grondverankering op snelle wijze te kunnen laten ontsnappen (scheurlijn). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Aan boord van de kabelballon mogen zich geen personen bevinden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.10</al></entry><entry colname="col2"><al>De ballon mag uitsluitend worden opgelaten tussen zonsopgang en zonsondergang. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet><cursief></cursief></vet><vet>9 BRANDVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HET VERKOPEN en/of </vet><vet> OPLATEN VAN MET HELIUM GEVULDE (FEEST)BALLONNEN </vet><vet></vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>9.1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Vereiste toestemmingen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>Als er meer dan 1000 (feest)ballonnen gelijktijdig zullen worden opgelaten, moet er een aparte vergunning worden aangevraagd bij de Luchtvaartinspectie (informatie bij de Helpdesk Luchtvaart 020-4062201). </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>9.2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bereikbaarheid</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>Brandkranen en overige bluswaterwinplaatsen moeten zijn vrijgehouden en altijd bereikbaar zijn voor brandweervoertuigen. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>9.3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Vullen, verkopen en/of oplaten van ballonnen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor het vullen van (feest)ballonnen die kunnen worden opgelaten, mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van helium.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het vullen van (feest)ballonnen moet geschieden door ter zake deskundige personen. Deze personen moeten vooraf over hun taak zijn geïnstrueerd en de verstrekte opdrachten nauwgezet opvolgen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>De plaats waar de ballonnen worden gevuld en/of de met helium gevulde cilinders worden opgeslagen, mag niet toegankelijk zijn voor het publiek. Rondom deze plaats moet op een afstand van 10 m een deugdelijke afrastering zijn aangebracht. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.3.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Met helium gevulde cilinders moeten tegen omvallen en opwarming door zonnestralingen zijn beschermd. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.3.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Op niet in gebruik zijnde cilinders moet de beschermkap zijn aangebracht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.3.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Na het vullen van de ballonnen moeten de daarvoor gebruikte cilinders worden afgevoerd. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.3.7</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorraad aan te bieden of te verkopen gevulde ballonnen moeten buiten handbereik van de bezoekers zijn opgeborgen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.3.8</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorraad gevulde ballonnen mag niet meer bedragen dan voor de goede gang van de verkoop of uitdeling is vereist. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.3.9</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorraad van met helium gevulde ballonnen mag uitsluitend buiten worden opgeslagen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.3.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Aan de op te laten ballonnen mogen géén metalen (aluminium) plaatjes zijn bevestigd. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.3.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Ballonnen mogen niet in ‘trossen’ worden opgelaten. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Eén kwartier voor het oplaten van de ballonnen moet de luchtverkeersleiding hiervan in kennis worden gesteld. </al><al>Luchtverkeersleiding Rotterdam telefoon (010) 446 08 00.</al><al><vet>10 BRANDVEILIGHEIDS VOORSCHRIFTEN VOOR HET HOUDEN </vet><vet>VAN (STRAAT)BARBECUES </vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>10.1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bereikbaarheid</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>Brandkranen en overige bluswaterwinplaatsen moeten zijn vrijgehouden en altijd bereikbaar zijn voor brandweervoertuigen. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>10.2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Opstelplaats en gebruik van de barbecue</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Een barbecue moet om kans op schade te voorkomen, op een afstand van minstens <cursief>5 </cursief>m van gebouwen, bouwwerken, beplanting en goederen zijn geplaatst. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Een barbecue moet zodanig zijn opgesteld dat deze niet kan omvallen of omgestoten kan worden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Een barbecue mag uitsluitend onder voortdurend toezicht van een meerderjarige persoon worden gestookt. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor het aanmaken van een barbecue mag <vet>nooit </vet>gebruik worden gemaakt van brandbare vloeistoffen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Ten einde hinder, overlast of brandgevaar tot een minimum te beperken, is het stoken van een barbecue alleen geoorloofd bij een gunstige windrichting en windsterkte. Bij windkracht <cursief>5 </cursief>en hoger mag <vet>niet </vet>worden gestookt</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Na afloop moeten de nog smeulende resten houtskool met water worden geblust of met een laag zand worden afgedekt. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Asresten mogen uitsluitend in onbrandbare afvalemmers of containers e.d. worden gedeponeerd die in de buitenlucht staan. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>10.3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Elektrische barbecues</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanleg, bevestiging en plaatsing van kabels, leidingen en snoeren moeten zodanig geschieden, dat het publiek er niet mee in aanraking kan komen, en er niemand over kan struikelen of vallen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Kabels en snoeren moeten altijd volledig van de haspel zijn afgerold. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>10.4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Gasflessen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.4.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Gasflessen moeten zijn voorzien van een door Lloyds Register-Stoomwezen erkend geldig keurmerk. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.4.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De aanwezigheid van gasflessen waarvan de goedkeuring volgens de ingeponste datum meer dan 10 jaar geleden heeft plaatsgevonden, is verboden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.4.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Een gasslang moet van een goedgekeurd type en niet ouder zijn dan twee jaar (de datum is op de slang aangegeven). De gasslang moet door middel van slangklemmen op de slangpilaren zijn bevestigd. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.4.4</al></entry><entry colname="col2"><al>De te gebruiken drukregelaar mag niet ouder zijn dan 5 jaar. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>10.5</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Blusmiddelen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.5.1</al></entry><entry colname="col2"><al>In de directe nabijheid van een barbecue moet een blusmiddel voor onmiddellijk gebruik beschikbaar en bereikbaar zijn. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.5.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij een op <vet>houtskool </vet>gestookte barbecue moet minimaal een blusmiddel in de vorm van een emmer water of een op de waterleiding aangesloten tuinslang aanwezig zijn. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.5.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij een <vet>gas gestookte</vet> barbecue, moet ten minste een draagbaar blustoestel aanwezig zijn met een inhoud van minstens 6 kg bluspoeder, 5 kg koolzuursneeuw of een gelijkwaardig ander blusmiddel, dat geschikt is voor het blussen van B-branden (vloeistoffen) en C-branden (gassen). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.5.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Het draagbaar blustoestel moet in een goede staat van onderhoud verkeren en zijn voorzien van een geldig Rijkskeurmerk met rangnummer. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.5.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Draagbare blustoestellen moeten jaarlijks door een bevoegde persoon op deugdelijkheid worden gecontroleerd en zijn voorzien van een label of sticker waarop de laatste controledatum is vermeld. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>11 BRANDVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HET STOKEN VAN EEN </vet><vet></vet><vet>KAMP VUUR/VREUGDEVUUR/RIETVERBRANDING </vet><vet></vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>11.1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Vereiste toestemmingen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het stoken van een kampvuur/vreugdevuur is uitsluitend toegestaan als de APV en de milieuwetgeving dit toelaten. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij mist, sterke wind (&gt; 7 meter/seconde) en/of kritische droogte van de ter plaatse aanwezige begroeiing mag niet worden gestookt (e.e.a.. ter beoordeling van de lokale commandant van de brandweer). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Rietverbrandingen mogen alleen plaatsvinden in de maanden januari, februari en maart </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>11.2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Opstelplaats en stoken van een kampvuur/vreugdevuur/rietverbranding</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het aanleggen, stoken of hebben van een kampvuur/vreugdevuur mag geen gevaar of schade opleveren voor derden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het aanleggen, stoken of hebben van een kampvuur/vreugdevuur moet plaatsvinden op een grotere afstand dan:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>30 m van een gebouw, bouwwerk en een opstapeling van oogstproducten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>100 m van een bos, een weg of een spoorweg.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>De afmetingen van een stookplaats mogen niet groter zijn dan 1 x 1 x 0,5 m3.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>De stookplaats moet over een afstand van 2 m rond het vuur zijn ontdaan van brandbare begroeiing. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.2.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Het aanleggen, stoken of hebben van een kampvuur/vreugdevuur mag uitsluitend plaatsvinden onder voortdurend toezicht van een meerderjarige persoon. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.2.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij het aanleggen van een kampvuur/vreugdevuur mag geen gebruik worden gemaakt van milieu belastende vloeistoffen als benzine en dergelijke. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.2.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Per verbranding mag er maximaal 0,5 m3 hout worden verbrand.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.2.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Er mag uitsluitend schoon hout worden verbrand. Het verbranden van andere soorten hout en/of afval is niet toegestaan. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.2.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Het aanleggen, stoken of hebben van een kampvuur/vreugdevuur/rietverbranding is verboden, als de rook in de richting van een weg of een spoorweg gaat. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.2.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Na afloop van een kampvuur/vreugdevuur/rietverbranding moet het vuur volledig worden gedoofd en de resten worden opgeruimd. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>11.3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Blusmiddelen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>In de directe nabijheid van een kampvuur/vreugdevuur moet minstens een draagbaar blustoestel aanwezig zijn met een inhoud van ten minste 6 kg bluspoeder of een gelijkwaardig ander blusmiddel dat geschikt is voor het blussen van klasse A-branden (vaste stoffen), B-branden (vloeistoffen) en C-branden (gassen). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Een draagbaar blustoestel moet in een goede staat van onderhoud verkeren en zijn voorzien van een geldig Rijkskeurmerk met rangnummer</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Draagbare blustoestellen moetenjaarlijks door een bevoegde persoon op deugdelijkheid worden gecontroleerd en zijn voorzien van een label of sticker waarop de laatste controledatum is vermeld. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>11.4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Kennisgeving van begin van stoken van </vet><vet>een kampvuur/vreugdevuur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>Het exacte tijdstip van begin van het kampvuur/vreugdevuur moet 2 uur van tevoren worden gemeld aan de politie en de brandweer. Het telefoonnummer voor de politie is 0900-8844. Het telefoonnummer voor de brandweer is dat van de Regionale Alarmcentrale Hollands-Midden telefoonnummer 071-5352532. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>12 </vet><vet>BRAND </vet><vet>VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HET HOUDEN VAN TENT- en SCHUURFEESTEN </vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>12.1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bereikbaarheid en opstelling</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De bereikbaarheid van de tijdelijke inrichting moet zodanig zijn dat de hulpverlenende diensten (politie, brandweer, ambulance) het object tot op minimaal 10 m van de toegang kunnen benaderen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Er moet ten behoeve van het verkeer van de hulpverlenende diensten een doorgaande route met een breedte van <cursief>3,5 </cursief>m en een hoogte van 4,2 m zijn vrijgehouden. Hekwerken die deze route blokkeren moeten snel en gemakkelijk kunnen worden verwijderd. In deze route mogen geen losse goederen (zoals vlaggen, kledingrekken en dergelijke) zijn geplaatst. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Brandkranen en overige bluswaterwinplaatsen moeten zijn vrijgehouden en altijd bereikbaar zijn voor brandweervoertuigen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Tuidraden, draden, elektriciteitskabels e.d., die over de weg zijn gespannen moeten minimaal 4,2 m boven het straatniveau zijn aangebracht. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouwen en bouwwerken achter een tijdelijke inrichting (tent) moeten altijd bereikbaar zijn. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien het terrein (tijdelijk) is afgesloten, moet de (brandweer)ingang duidelijk zijn aangegeven en het toegangshek gemakkelijk door de brandweer te openen zijn, dan wel door een bewaking snel worden geopend. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.1.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Rondom een tijdelijke inrichting (tent) moet een ruimte zijn vrijgehouden van ten minste 7,5 m. De inrichting mag voor een “blinde” gevel worden geplaatst als deze gevel geen onderbrekingen heeft zoals deuren en/of ramen en beschikt over een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van ten minste 60 minuten. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.1.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Tijdelijke bouwsels (afdak, partytent) moeten aan twee zijden open zijn en zodanig zijn opgesteld, dat deze op geen enkele wijze gevaar opleveren voor de omgeving. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>12.2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Elektrische installaties</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Elektrische installaties moeten voldoen aan de norm NEN 1010 en de nadere eisen van het plaatselijke energiebedrijf. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanleg, bevestiging en plaatsing van kabels, leidingen en snoeren moeten zodanig geschieden, dat het publiek er niet mee in aanraking kan komen, en er niemand over kan struikelen of vallen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Schakelaars en zekeringkasten van elektrische installaties moeten onbereikbaar zijn voor publiek. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Kabels en snoeren moeten altijd volledig van de haspel zijn afgerold. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>12.3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Schuurfeest</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>Indien een feest in een gebouw of een bouwwerk wordt gehouden, zijn de voorschriften in de bouwverordening en de daarbij behorende bijlagen 3 en 4 van kracht. Voorts zijn er aanvullende voorschriften gegeven in hoofdstuk <cursief>5 </cursief>“Brandveiligheidsvoorschriften voor het houden van evenementen in gebouwen”, van deze handreiking. Als er meer dan 50 personen gelijktijdig in het gebouw of bouwwerk aanwezig zullen zijn, moet er ook een gecombineerde evenementen- en gebruiksvergunning voor dit gebouw of bouwwerk zijn aangevraagd en afgegeven. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>12.4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Tentfeest</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>Indien een feest in een tent wordt gehouden, moet deze tent voldoen aan de voorschriften in hoofdstuk 3 “Brandveiligheidsvoorschriften voor tijdelijke inrichtingen, waaronder tenten, t.b.v. diverse doeleinden”, van deze handreiking.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief></cursief><vet>13 BRANDVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HET HOUDEN </vet><vet>VAN </vet><vet>MOTORCROSS- en </vet><vet>TREKKER-TREKWEDSTRIJDEN</vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>13.1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bereikbaarheid en opstelling</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De bereikbaarheid van de tijdelijke inrichting moet zodanig zijn dat de hulpverlenende diensten (politie, brandweer, ambulance) het object tot op minimaal 10 m van de toegang kunnen benaderen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Er moet ten behoeve van het verkeer van de hulpverlenende diensten een doorgaande route met een breedte van 3,5 m en een hoogte van 4,2 m zijn vrijgehouden. Hekwerken die deze route blokkeren moeten snel en gemakkelijk kunnen worden verwijderd. In deze route mogen geen losse goederen (zoals vlaggen, kledingrekken en dergelijke) zijn geplaatst. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Brandkranen en overige bluswaterwinplaatsen moeten zijn vrijgehouden en altijd bereikbaar zijn voor brandweervoertuigen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Tuidraden, draden, elektriciteitskabels e.d., die over de weg zijn gespannen moeten minimaal 4,2 m boven het straatniveau zijn aangebracht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouwen en bouwwerken achter een tijdelijke inrichting moeten altijd bereikbaar zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien het terrein (tijdelijk) is afgesloten, moet de (brandweer)ingang duidelijk zijn aangegeven en het toegangshek gemakkelijk door de brandweer te openen zijn, dan wel door een bewaking snel worden geopend. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.1.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Rondom een tijdelijke inrichting moet een ruimte zijn vrijgehouden van ten minste 7,5 m. De inrichting mag voor een “blinde” gevel worden geplaatst als deze gevel geen onderbrekingen heeft zoals deuren en/of ramen en beschikt over een weerstand tegen branddoorslag en brand- overslag van ten minste 60 minuten. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.1.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Tijdelijke bouwsels moeten zodanig zijn opgesteld, dat deze op geen enkele wijze gevaar opleveren voor de omgeving. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>13.2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Elektrische installaties</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Elektrische installaties moeten voldoen aan de norm NEN 1010 en de nadere eisen van het plaatselijke energiebedrijf. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanleg, bevestiging en plaatsing van kabels, leidingen en snoeren moeten zodanig geschieden, dat het publiek er niet mee in aanraking kan komen, en er niemand over kan struikelen of vallen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Schakelaars en zekeringkasten van elektrische installaties moeten onbereikbaar zijn voor publiek. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Kabels en snoeren moeten altijd volledig van de haspel zijn afgerold.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>13.3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Veiligheidsvoorschriften voor een rennerskwartier in de </vet><vet><onderstreept>buitenlucht</onderstreept></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De plaats(en), waar de motoren/trekkers voor de wedstrijd/training worden gereedgemaakt, mag niet toegankelijk zijn voor publiek.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>In het rennerskwartier geldt een totaal verbod voor roken en open vuur (laswerkzaamheden). Dit verbod moet met borden zijn aangegeven. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>De voor de motoren benodigde brandstof moet in deugdelijke metalen jerrycans of andere deugdelijke reservoirs zijn opgeslagen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.3.4</al></entry><entry colname="col2"><al>De maximale hoeveelheid brandstof mag per motor niet meer bedragen dan 20 liter. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>13.4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Veiligheidsvoorschriften voor een rennerskwartier </vet><vet><onderstreept>binnenin </onderstreept></vet><vet>een sportcomplex</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.4.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De plaats(en), waar de motoren/trekkers voor de wedstrijd/training worden gereedgemaakt, mag niet toegankelijk zijn voor publiek.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.4.2</al></entry><entry colname="col2"><al>In het rennerskwartier geldt een totaal verbod voor roken en open vuur (laswerkzaamheden). Dit verbod moet met borden zijn aangegeven. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.4.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Reparatiewerkzaamheden aan de motoren en het vullen van brandstoftanks moeten buiten het gebouw geschieden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.4.4</al></entry><entry colname="col2"><al>De brandstofvoorraad moet buiten het gebouw op afstand van minimaal 5 m van het gebouw zijn opgeslagen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.4.5</al></entry><entry colname="col2"><al>De luchtverversing van het gebouw en de afvoer van uitlaatgassen uit het gebouw moeten zodanig zijn uitgevoerd, dat er voor het publiek tijdens het evenement geen gevaar ontstaat. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>13.5</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Veiligheidsvoorschriften voor publiekstoegankelijke gedeelten</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.5.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor publiek toegankelijke tenten, zoals bijvoorbeeld voor catering e.d., moeten voldoen aan de voorschriften in hoofdstuk 3 “Brandveiligheidsvoorschriften voor tijdelijke inrichtingen, waaronder tenten, t.b.v. diverse doeleinden”, van deze handreiking.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.5.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Tribunes moeten voldoen aan het gestelde in de bijlagen 3 en 4 van de bouwverordening en moeten constructief worden geïnspecteerd door Bouw en Woningtoezicht.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="91*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>13.6 </vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Blusmiddelen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.6.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij een evenement in de buitenlucht moeten er in overleg met en ter goedkeuring van de lokale commandant van de brandweer op het terrein voldoende draagbare blustoestellen aanwezig zijn. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.6.2</al></entry><entry colname="col2"><al>In het rennerskwartier moet per motor/trekker een draagbaar blustoestel aanwezig zijn. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.6.3</al></entry><entry colname="col2"><al>In de opslagplaats voor de brandstofvoorraad moeten minimaal twee draagbare blustoestellen aanwezig zijn. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.6.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Een draagbaar blustoestel moet:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>voor iedereen duidelijk zichtbaar en gemakkelijk bereikbaar zijn; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>voor direct gebruik gereed zijn;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>in goede staat van onderhoud verkeren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>zijn voorzien van een geldig Rijkskeurmerk met rangnummer;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>overeenkomstig de norm NEN 2559 zijn onderhouden en zijn voorzien van een label of sticker waarop de laatste controledatum is vermeld; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet><cursief>-</cursief></vet></al></entry><entry colname="col2"><al>een inhoud van ten minste 6 kg bluspoeder, 5 kg koolzuursneeuw of een gelijkwaardig blusmiddel bezitten. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>BIJLAGE 1 Impregneren van brandbare materialen </vet></al><al>Leveranciers van impregneermiddelen laten deze toetsen bij TNO volgens de normen NEN 1722, NEN <cursief>6065 </cursief>klasse 2, en/of de nieuwe Europese norm NEN-EN 13501-1. Hiervoor wordt vervolgens een certificaat afgegeven. Voor het impregneren van brandbare materialen kunt u bijvoorbeeld bij de volgende gecertificeerde bedrijven terecht. Hieronder volgen <vet>enkele </vet>professionele bedrijven die impregneren volgens NEN normen. Deze lijst is niet limitatief. Voor meer informatie wordt u verwezen naar de “Gouden gids” en naar de desbetreffende sites op het Internet. </al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="50*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="50*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al>Flame Guard b.v. Hulzenseweg 10-20 6534 AN Nijmegen 024-3789581 infoflameguard.nl categorie: A,Y </al></entry><entry colname="col2"><al>Gerco Beveiligingen b.v. Bergambachtstraat 3 2871 JB Schoonhoven 0182-3 83577 infogerco.nl categorie:C,Y </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Magma Applications b.v. Rivium Quadrant 94 2909 LC Capelle aan den IJssel 0 10-2884333 infomagma.nl categorie: A,Y </al></entry><entry colname="col2"><al>AVB Brandbeveiliging Schutsboom 17 4847 HZ Teteringen 076-5871649 info avb@concept.nl categorie: Z </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Van Lierop Impregneerbedrijven b.v. Kopersweg 31 2401 LH Alphen aan den Rijn 0172-433514 categorie: B </al></entry><entry colname="col2"><al>Bolderdijk Brandpreventie voor klanten alleen te bereiken via RAI Amsterdam. 020-5491313 categorie: Z </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woodchem b.v. Noolseweg 2 1261 EC Blaricum 035-5381192 categorie: B </al></entry><entry colname="col2"><al>Piecom International b.v. Bovendijk 217 3045 PD Rotterdam 0 10-4188379 info@piecom.nl categorie: Z </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>P &amp; M service Batterij laan 9 1402 SL Bussum 03 5-6936878 categorie: A, Z </al></entry><entry colname="col2"><al>Groot theaterdecors BV Henegouwerweg 26 2741 KS Waddinxveen 0182-6 163 10 </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>categorie: A= bedrijf is leverancier van alle vormen van impregneermiddelen B= bedrijf is leverancier van o.a, impregneermiddelen voor rieten daken C= bedrijf is leverancier van o.a. impregneermiddelen voor hout Y= bedrijf impregneert met eigen materialen Z= bedrijf impregneert met materialen van derden </al><al><vet>BIJLAGE 2 Bedrijven gespecialiseerd in brandblusmiddelen </vet></al><al><vet></vet>Voor het kopen van blusmiddelen kunt u bijvoorbeeld bij de volgende gespecialiseerde bedrijven terecht. Deze lijst is niet limitatief. Voor meer informatie wordt u verwezen naar de “Gouden gids” en naar de desbetreffende sites op het Internet. </al><table><tgroup cols="3"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="33*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="33*"></colspec><colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="33*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al>Safety Service Center BV</al></entry><entry colname="col2"><al>Hoogvliet</al></entry><entry colname="col3"><al>(010) 416 07 88</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>AFC Brandpreventie</al></entry><entry colname="col2"><al>Alphen a.d. Rijn</al></entry><entry colname="col3"><al>(0172) 41 84 90 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Saval </al></entry><entry colname="col2"><al>Breda</al></entry><entry colname="col3"><al>(076) 548 70 00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Paraat Brandbeveiliging</al></entry><entry colname="col2"><al>Heerlen</al></entry><entry colname="col3"><al><cursief>(045) </cursief>522 <cursief>35 </cursief>16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ajax Brandbeveiliging</al></entry><entry colname="col2"><al>Amsterdam</al></entry><entry colname="col3"><al>(020) <cursief>590 </cursief>95 00 </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> Een overzicht van erkende onderhoudsbedrijven voor brandblusmiddelen kunt u vinden op de volgende website: <onderstreept>http://www.ncpreventie.nl/blusmenu.htm </onderstreept> De zorg voor - en het voldoen aan de brandveiligheid is en blijft te allen tijde de verantwoording van de organisatie/ondernemer van een evenement. Enkele voorbeelden van bedrijven waar tenten kunnen worden zijn: </al><al>De Boer Tenten BV, Laanenderweg 11, 1812 PW Alkmaar, Tel. 072-5400444. </al><al>‘t Hekeltje (tenten) Laat 129, 1811 ED Alkmaar, Tel. 072-5112704. </al><al>Heimensen Sail BV, Hoge Eng West 2-4, 3882 TR Putten, Tel. 0341-357873.</al><al>Thermomobile industries BV (tentverwarming) Konijnenberg 80, 4825 BD Breda, Nederland Tel. (076) 587 34 50 info@thermobile.com </al><al>Wardenaar b.v.(verwarming) Schagen. Tel:0224-212448.</al><al>De Bruin Tentenverhuur Herenstraat 63 3985 RR Werkhoven Tel. 0343-551531 </al><al>Maessen Tenten Katwijkseweg 21a 2242 PB Wassenaar Tel. 070-5119395 </al><al>Tevens kunt u bij deze bedrijven noodverlichting, vluchtwegaanduiding en verwarming inhuren. </al><al><vet>BIJLAGE 3 Relevante normeringen </vet><vet>(NEN, NEN-EN, </vet><vet>NEN-ISO en DIN) </vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="50*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="50*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al>NEN 10 10:2005</al></entry><entry colname="col2"><al>Veiligheidsbepaling voor laagspanningsinstallaties.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NEN- 1078</al></entry><entry colname="col2"><al>Eisen en bepalingen huishoudelijke gasleidinginstallaties. Zie voor de nadere uitwerking en toelichting het desbetreffende deelblad van de NPR 3378. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NEN 1775:1991 (C2)</al></entry><entry colname="col2"><al>Bepaling van de bijdrage tot brandvoortplanting van vloeren (klasse T1).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NEN 1775:1991/A1:1997</al></entry><entry colname="col2"><al>idem.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NEN-EN 1838:1999</al></entry><entry colname="col2"><al>Toegepaste verlichtingstechniek — Noodverlichting.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NEN-EN 1949:2002</al></entry><entry colname="col2"><al>Eisen voor de installatie van LPG-systemen voor huishoudelijk gebruik in vrijetijdsvoertuigen en andere wegvoertuigen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NEN-EN 1949:2002/A1:2005</al></entry><entry colname="col2"><al>idem.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NEN 2559:2001</al></entry><entry colname="col2"><al>Onderhoud van draagbare blustoestellen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NEN 2559:2001/A2:2004</al></entry><entry colname="col2"><al>idem. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NEN 2920:1997</al></entry><entry colname="col2"><al>Eisen voor huishoudelijke gasverbruikinstallaties en vergelijkbare installaties in midden- en kleinbedrijf van handel, horeca en nijverheid bedreven met handelspropaan, handelsbutaan en butaan/propaan (B/P)-mengsels. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NPR 2921:1997</al></entry><entry colname="col2"><al>Toelichting bij MEN 2920:1997.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NPR 3378:2003</al></entry><entry colname="col2"><al>Leidraad bij MEN 1078.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NEN 6065:1991 (Cl)</al></entry><entry colname="col2"><al>Voorschriften t.a.v. brandvoortplanting overige aankleding en versiering (klasse T2). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NEN 6066:1991</al></entry><entry colname="col2"><al>Voorschriften t.a.v. rookproductie toe te passen materialen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NEN 6068:1991</al></entry><entry colname="col2"><al>Voorschriften bepaling weerstand branddoorslag, brandoverslag</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NEN 6088:2002</al></entry><entry colname="col2"><al>Brandveiligheid van gebouwen — Vluchtwegaanduiding — Eigenschappen en bepalingsmethoden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NEN-EN-ISO 6940:2004</al></entry><entry colname="col2"><al>Textiel — Brandgedrag- Bepaling van de ontvlambaarheid van verticaal geplaatste proefstukken (voorschriften t.a.v. navlam- en nagloeiduur van verticaal op te hangen textielproducten). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NEN-EN-ISO 6941:2004</al></entry><entry colname="col2"><al>Textiel — Brandgedrag- Meting van de vlamverspreidingseigenschappen van verticaal geplaatste proefstukken. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NEN-EN 12245 :2002</al></entry><entry colname="col2"><al>Verplaatsbare gasflessen —Volledig met composietmaterialen omwikkelde cilinders. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NEN-EN 1350 1-1:2003</al></entry><entry colname="col2"><al>Brandclassificatie voor bouwproducten en bouwdelen — Deel 1: Classificatie op grond van resultaten van beproeving van het brandgedrag, vastgesteld d.d. 15 mei 2003 Staatscourant nr. 101. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>DIN 4102/B 1-B2</al></entry><entry colname="col2"><al>Brandveiligheidsnorm voor tenten en tentdoek (Duitse Norm). Franse Norm wordt aangeduid met Ml of M2. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor meer informatie over de gehanteerde normen wordt u verwezen naar: <onderstreept>www.nen.nI</onderstreept><onderstreept></onderstreept>of naar het Nederlands Normalisatie-instituut; Postbus <cursief>5059; </cursief>2600 GB Delft. </al><al><vet>BIJLAGE 4 Voorbeeld keuringsrapport bakwagens </vet></al><al><vet></vet><vet></vet><vet></vet><vet></vet><vet></vet><vet></vet><vet> controle mobiele bakwagens </vet><vet></vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="48*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="52*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al>Vergunninghouder_________________________________________________________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Adres___________________________</al></entry><entry colname="col2"><al>PC+Plaats___________________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kenteken__________________________</al></entry><entry colname="col2"><al>Registratienummer________________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bouwjaar____________________________</al></entry><entry colname="col2"><al>Rapportnummer__________________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inspecteur____________________________</al></entry><entry colname="col2"><al>Datum__________________________________</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="50*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="50*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al><vet>FLESSEN/TANK</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Flessen max. 40 L waterinhoud tot. Max 120 L</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Geldig keurmerk flessen max. 10 jaar oud</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Afsluiters losse flessen beschermd</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>OPSTELRUIMTE</vet></al></entry><entry colname="col2"><al></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ventilatie 1/40 vloeropp. Min. 2 x 1 00 cm2</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Scheiding met gebruiksr.+ 30 min.brw (klasse 2) </al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Flessen: scheiding met gebruiksruimte gasdicht</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Alleen van buitenaf bereikbaar</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bevestiging stevig / flessen snel verwisselbaar</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Maximale temperatuur <cursief>250°C</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Elektra: gasontploffingsgevaar of +0.10 m</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vast ingerichte drukregelaar (max.10 jaar oud) (1286)</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Manifold: afsluiter + overdrukbev. Op drukregelaar</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>LEIDINGSYSTEEM</vet></al></entry><entry colname="col2"><al></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vaste leiding + afsluiters </al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Zwarte koppelslangen (max. 10 jaar oud)(E76R01) </al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Slang: max 10 meter (vast-toestel) ( max. 2 jaar OUD) </al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ieder twee jaar verklaring keuring en beproeving</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Goede staat van onderhoud / visueel </al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>GEBRUIKSRUIMTE</vet><vet></vet></al></entry><entry colname="col2"><al></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Deksel(s</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Thermostaat 190°C</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Opstelling los gaskomfoor</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Draagvlak toestel en wand <cursief>+ </cursief>30 min.brw (klasse 2)</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Elektrische bakpan. thermostatisch beveiligd 190°C</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>P6 of K5/ controle datum max. 1 jaar oud</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Losse verwarming met open vuur verboden</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onder oven/branders gereinigd </al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>AFVOER VERBRANDINGSGASSEN / BAKDAMPEN</vet></al></entry><entry colname="col2"><al></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>&lt;30 cm afvoerleiding geen brandbare stoffen </al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onbrandbaar en hittebestendig</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Combischakeling ventilatie/gasklep</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Filters gereinigd</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>ELEKTRISCHE INSTALLATIE</vet></al></entry><entry colname="col2"><al></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NEN 1010 (3125/3410)</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Groepszekeringen <cursief>+ </cursief>aardlekschakelaar 30 mA</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Snoer wagenaansluiting max. 20 meter rubber</al></entry><entry colname="col2"><al>o n.v.t.o acc.o niet acc. o____________________</al></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al>AFSPRAKEN / OPMERKINGEN:</al></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al>Afpersrapport volgen NEN 2920 / praktijkrichtlijnen NPR 2921 </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>