<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>45884_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING 2010.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sneek</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-10-19</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Sneeker Nieuwsblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 228 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-11-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-12-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verordening precariobelasting 2010</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>RAADSBESLUIT</titel></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="3"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="24*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="2*"></colspec><colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="74*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al></al></entry><entry colname="col3"><al></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nummer</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwerp</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Vaststellen verordening precariobelasting 2010</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De raad van de gemeente Sneek;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van      ;</al><al>gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t:</al><al>vast te stellen de:</al><al>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING 2010.</al><al>(Verordening precariobelasting 2010)</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>jaar : een kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al>maand : een tijdvak van dertig achtereenvolgende dagen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam van precariobelasting wordt een directe belasting geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of</al><al> boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten </al><al> behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst </al><al> bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend</al><al> voor het hebben van het voorwerp of voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst </al><al> bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of dienst rechtsopvolger </al><al> aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de </al><al> voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond heeft. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:</al><lijst><li nr="a."><al>voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst</al><al> bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heeft </al><al> op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een </al><al> privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;</al></li><li nr="b."><al>voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is,</al><al> met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De precariobelasting wordt geheven naar het aantal vierkante meters voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond dat wordt bezet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>De precariobelasting bedraagt voor het bezet hebben van voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond met banken, tafels en stoelen, tochtschermen en dergelijke per vierkante meter per jaar € 22,08.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Berekening van de precariobelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in deze verordening</al><al> genoemde oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de</al><al> oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de</al><al> twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de</al><al> voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor </al><al> de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, </al><al> tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat </al><al> geval bestaat aanspraak op ontheffing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het</al><al> voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde </al><al> gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien </al><al> verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het </al><al> belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de aaneengesloten</al><al> periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 8, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang</al><al> van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 8, tweede lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang</al><al> van het belastbaar feit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar de jaartarieven</al><al> geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak </al><al> verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle </al><al> kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op</al><al> ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten </al><al> van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van </al><al> de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de </al><al> ontheffing minder bedraagt dan € 9,--.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Belastingaanslagen van minder dan € 9,-- worden niet geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanslag moet worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van precariobelasting</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De "Verordening op de heffing en invordering van de precariobelasting 2009", vastgesteld bij</al><al> raadsbesluit van 28 oktober 2008, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid </al><al> genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de </al><al> belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening precariobelasting 2010".</al></li></lijst><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2009</al><al>, voorzitter.</al><al>, griffier.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>