<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>452473_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Bellingwedde 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bellingwedde</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-26</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-90178.html">gmb-2017-90178</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Bellingwedde 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Participatiewet, art. 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a en d</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=35">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, art. 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=35">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, art. 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights><dcterms:issued>2017-05-03</dcterms:issued><dcterms:source resourceIdentifier=""></dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2017-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Nr. 4/8-2a</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt per 1 januari 2017 de <extref doc="CVDR://341682_1" struct="CVDR">Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Bellingwedde 2015</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Bellingwedde 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>de raad van de gemeente Bellingwedde;</al><al>gelezen het voorstel van het college van B&amp;W, 28 maart 2017.</al><al>Besluit:</al><al>gelet op <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8" struct="BWB">artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a en d, van de Participatiewet</extref>, <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=35" struct="BWB">artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers</extref> en <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=35" struct="BWB">artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</extref>;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de:</al><al>‘Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Bellingwedde 2017’</al><al>luidende als volgt:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703" struct="BWB">Participatiewet</extref>, de <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004044" struct="BWB">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)</extref>, de <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004163" struct="BWB">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)</extref>, de <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0005537" struct="BWB">Algemene wet bestuursrecht (AWB)</extref> en de <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0005416" struct="BWB">Gemeentewet</extref>.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van Bellingwedde;</al></li><li nr="b."><al>de raad: de gemeenteraad van Bellingwedde;</al></li><li nr="c."><al>algemene bijstand: de bijstand bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=5" struct="BWB">artikel 5 onderdeel b Participatiewet</extref>;</al></li><li nr="d."><al>bijzondere bijstand: de bijstand bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=5" struct="BWB">artikel 5 onderdeel d Participatiewet</extref>;</al></li><li nr="e."><al>uitkering: algemene bijstand op grond van de <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703" struct="BWB">Participatiewet</extref> of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al></li><li nr="f."><al>Bijstandsnorm:</al><lijst><li nr="1°."><al>toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=5" struct="BWB">artikel 5 onderdeel c Participatiewet</extref>, of</al></li><li nr="2°."><al>grondslag van de uitkering als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=5" struct="BWB">artikel 5 Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers</extref> of <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=5" struct="BWB">artikel 5 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</extref> voor zover sprake is van een uitkering op grond van de <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004044" struct="BWB">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers</extref> of de <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004163" struct="BWB">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</extref>;</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>benadelingsbedrag: netto-uitkering waarop eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep wordt of is gedaan ten gevolge van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het besluit tot opleggen van een verlaging</titel></kop><al>In het besluit tot het opleggen van een verlaging van de uitkering als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=18" struct="BWB">artikel 18, tweede, vijfde en zesde lid, van de Participatiewet</extref>, de <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=20" struct="BWB">artikelen 20</extref> en <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=38" struct="BWB">38, twaalfde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers</extref> en de <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=20" struct="BWB">artikelen 20</extref> en <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=38" struct="BWB">38, twaalfde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</extref> worden in ieder geval vermeld: </al><lijst><li nr="a."><al>de reden van de verlaging;</al></li><li nr="b."><al>de duur van de verlaging;</al></li><li nr="c."><al>het bedrag en percentage waarmee de uitkering wordt verlaagd;</al></li><li nr="d."><al>indien van toepassing, de reden om af te wijken van de standaardverlaging, en</al></li><li nr="e."><al>de ingangsdatum van de verlaging.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Horen van belanghebbende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat een maatregel wordt opgelegd wordt een belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het horen van een belanghebbende kan achterwege blijven als:</al><lijst><li nr="a."><al>de vereiste spoed zich daartegen verzet;</al></li><li nr="b."><al>belanghebbende al eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;</al></li><li nr="c."><al>het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedragingen of de mate van verwijtbaarheid, of</al></li><li nr="d."><al>belanghebbende aangeeft hiervan geen gebruik te willen maken.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Afzien van verlaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college ziet af van een verlaging als:</al><lijst><li nr="a."><al>elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, of</al></li><li nr="b."><al>de gedraging meer dan een jaar voor constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan afzien van een verlaging als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verlaging wordt toegepast op de uitkering en/of bijzondere bijstand met ingang van de eerst volgende kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan de belanghebbende bekend is gemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de verlaging niet op grond van het eerste lid kan worden geëffectueerd, dan wordt de verlaging opgelegd met ingang van de eerstvolgende betaling van de uitkering nadat het besluit tot het opleggen van de verlaging is genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een verlaging niet of niet geheel ten uitvoer kan worden gelegd als gevolg van de beëindiging of intrekking van de uitkering, wordt de verlaging of dat deel van de verlaging dat nog niet is uitgevoerd, alsnog opgelegd als belanghebbende binnen de termijn, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, opnieuw een uitkering ontvangt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verlaging wordt berekend over de bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan een verlaging worden toegepast op de bijzondere bijstand als:</al><lijst><li nr="a."><al>aan belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met toepassing van <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=12" struct="BWB">artikel 12Participatiewet</extref>, of</al></li><li nr="b."><al>de verwijtbare gedraging van belanghebbende in relatie met zijn recht op bijzondere bijstand daartoe aanleiding geeft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij toepassing van het tweede lid, onderdeel a, moet in de hoofdstukken 2, 3 en 4 ‘bijstandsnorm’ worden gelezen als ‘bijstandsnorm inclusief de op grond van <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=12" struct="BWB">artikel 12 Participatiewet</extref> verleende bijzondere bijstand’.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij toepassing van het tweede lid, onderdeel b, moet in de hoofdstukken 2, 3 en 4 ‘bijstandsnorm’ worden gelezen als ‘de verleende bijzondere bijstand’.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Niet nakomen van de niet geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Gedragingen Participatiewet</titel></kop><al>Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=9" struct="BWB">artikelen 9</extref>, <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=9a" struct="BWB">9a</extref> en <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=55" struct="BWB">55 Participatiewet</extref> niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: </al><al>a. eerste categorie: </al><al>het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie;</al><al>b. tweede categorie: </al><lijst><li nr="1°."><al>het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=44a" struct="BWB">artikel 44a Participatiewet</extref>; </al></li><li nr="2°."><al>het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=9" struct="BWB">artikelen 9 lid 1 of 55 Participatiewet</extref>, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=43" struct="BWB">artikel 43 lid 4 en 5 Participatiewet</extref>, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=18" struct="BWB">artikel 18 lid 4 Participatiewet</extref>; </al></li><li nr="3°."><al>het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=9" struct="BWB">artikel 9 lid 1 onderdeel c Participatiewet</extref>; </al></li><li nr="4°."><al>het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=9" struct="BWB">artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet</extref> niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=9a" struct="BWB">artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet</extref>; </al></li><li nr="5°."><al>het niet of onvoldoende nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=17" struct="BWB">artikel 17, tweede lid, van de Participatiewet</extref>;</al></li></lijst><al>c. derde categorie: het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=18" struct="BWB">artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet</extref>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Gedragingen IOAW en IOAZ</titel></kop><al>Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=37" struct="BWB">artikelen 37</extref> en <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=38" struct="BWB">38 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers</extref> of de <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=37" struct="BWB">artikelen 37</extref> en <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=38" struct="BWB">38 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</extref> niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: </al><lijst><li nr="a."><al>eerste categorie: </al><al>het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie;</al></li><li nr="b."><al>tweede categorie: </al><lijst><li nr="1°."><al>het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; </al></li><li nr="2°."><al>het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=36" struct="BWB">artikel 36 lid 1</extref> en <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=37" struct="BWB">artikel 37 lid 1 onderdeel e Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers</extref> of <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=36" struct="BWB">artikel 36 lid 1</extref> en <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=37" struct="BWB">artikel 37 lid 1 onderdeel e Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</extref>, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening; </al></li><li nr="3°."><al>het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=37" struct="BWB">artikel 37 lid 1 onderdeel e Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers</extref> of <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=37" struct="BWB">artikel 37 lid 1 onderdeel e Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</extref> niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=38" struct="BWB">artikel 38 lid 1 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers</extref> of <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=38" struct="BWB">artikel 38 lid1 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</extref>; </al></li><li nr="4°."><al>het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=37" struct="BWB">artikel 37 lid 1 onderdeel f Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers</extref> of <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=37" struct="BWB">artikel 37 lid 1 onderdeel f Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</extref>;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>derde categorie: </al><lijst><li nr="1°."><al>het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; </al></li><li nr="2°."><al>het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; </al></li><li nr="3°."><al>Het door eigen toedoen niet behouden of verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=20" struct="BWB">artikel 20, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkeloze werknemers</extref>, of <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=20" struct="BWB">artikel 20, tweede lid van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</extref>; </al></li><li nr="4°."><al>het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=36" struct="BWB">artikel 36 lid 1</extref> en <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=37" struct="BWB">artikel 37 lid 1 onderdeel e Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers</extref> en <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=36" struct="BWB">artikel 36 lid 1</extref> en <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=37" struct="BWB">artikel 37 lid 1 onderdeel e Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</extref>, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hoogte en duur van de verlaging</titel></kop><al>De verlaging bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 7 en 8 wordt vastgesteld op:</al><lijst><li nr="a."><al>10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;</al></li><li nr="b."><al>20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;</al></li><li nr="c."><al>100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Niet nakomen van de geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Duur verlaging bij schending geüniformeerde arbeidsverplichting</titel></kop><al>Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=18" struct="BWB">artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet</extref> niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verrekenen verlaging</titel></kop><al>Het bedrag van de verlaging, bedoeld in artikel 10, wordt toegepast over de maand van oplegging van de maatregel en de volgende twee maanden als bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Over de eerste maand moet minimaal een derde van het bedrag van de verlaging worden verrekend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Overige gedragingen die leiden tot een verlaging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=18" struct="BWB">artikel 18 lid 2 Participatiewet</extref> wordt afgestemd op het benadelingsbedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verlaging wordt vastgesteld op:</al><lijst><li nr="a."><al>10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000;</al></li><li nr="b."><al>20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000 tot € 2.000;</al></li><li nr="c."><al>40% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000 tot € 4.000;</al></li><li nr="d."><al>100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag van € 4.000 of hoger.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op individuele gronden kan het college besluiten de bijstand in de vorm van een geldlening te verstrekken op grond van <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=48" struct="BWB">artikel 48 lid 2 onderdeel b Participatiewet</extref>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703" struct="BWB">Participatiewet</extref> als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=9" struct="BWB">artikel 9 lid 6 van die wet</extref>, wordt een verlaging opgelegd van 50% van de bijstandsnorm gedurende één maand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004044" struct="BWB">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers</extref> of <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004163" struct="BWB">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</extref>, wordt een verlaging opgelegd van 50% van de bijstandsnorm gedurende één maand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Niet nakomen van overige verplichtingen</titel></kop><al>Als een belanghebbende een door het college opgelegde verplichting als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=55" struct="BWB">artikel 55 Participatiewet</extref> niet of onvoldoende nakomt, wordt een verlaging toegepast. De verlaging wordt vastgesteld op:</al><lijst><li nr="a."><al>20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="b."><al>20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand;</al></li><li nr="c."><al>40% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot vermindering van de bijstand;</al></li><li nr="d."><al>100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot beëindiging van de bijstand.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Samenloop en recidive</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Samenloop van gedragingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als sprake is van één gedraging die schending oplevert van meerdere in deze verordening of <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=18" struct="BWB">artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet</extref>, of <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=18" struct="BWB">artikel 18b, van de Participatiewet</extref>, genoemde verplichtingen, wordt één verlaging opgelegd. Voor het bepalen van de hoogte en duur van de verlaging wordt uitgegaan van de gedraging waarop de hoogste verlaging is gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van één of meerdere in deze verordening of <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=18" struct="BWB">artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet</extref>, of <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=18b" struct="BWB">artikel 18b, van de Participatiewet</extref>, genoemde verplichtingen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende niet verantwoord is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als sprake is van één gedraging die schending oplevert van zowel een in deze verordening of <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=18" struct="BWB">artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet</extref>, of <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=18b" struct="BWB">artikel 18b, van de Participatiewet</extref> genoemde verplichting als een in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=17" struct="BWB">artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet</extref> genoemde verplichting, wordt geen verlaging opgelegd, voor zover voor die schending een bestuurlijke boete wordt opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van zowel een in deze verordening of <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=18" struct="BWB">artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet</extref>, of <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=18b" struct="BWB">artikel 18b, van de Participatiewet</extref> genoemde verplichting als een in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=17" struct="BWB">artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet</extref> genoemde verplichting, waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende niet verantwoord is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Recidive</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in de artikelen 7, onder b of c, 8, onder b of c, 12, eerste lid, of 14 opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in die artikelen, wordt telkens de duur van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in de artikelen 7, onder a, 8, onder a, of 13 opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in die artikelen, wordt telkens de hoogte van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=18" struct="BWB">artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet</extref>, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=18" struct="BWB">artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet</extref>, bedraagt de verlaging honderd procent van de bijstandsnorm gedurende 3 maanden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Blijvende of tijdelijke weigering IOAW/IOAZ</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Samenloop bij weigeren uitkering IOAW/IOAZ</titel></kop><al>Als het college de uitkering op grond van <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=20" struct="BWB">artikel 20 lid 1 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers</extref> of <extref doc="BWB://1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=20" struct="BWB">artikel 20 lid 2 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</extref> blijvend of tijdelijk weigert en de gedraging die tot deze weigering heeft geleid tevens op grond van deze verordening tot een verlaging zou kunnen leiden, blijft een verlaging ter zake van die gedraging achterwege.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan de bepalingen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan gelet op het belang van de aanvrager leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De <extref doc="CVDR://341682_1" struct="CVDR">Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Bellingwedde 2015</extref> wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Bellingwedde 2017.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al></al></slotformulering><gegeven><dagtekening><datum isodatum="2017-05-03">Aldus besloten door de raad van de gemeente Bellingwedde in zijn openbare vergadering van 3 mei 2017</datum></dagtekening></gegeven><ondertekening><functie>De raadsgriffier,</functie></ondertekening><ondertekening><functie>De voorzitter,</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>