<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>41618_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Franekeradeel</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-09-21</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Franeker Courant, 24-11-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:GEMEENTEWET&amp;artikel=44">Gemeentewet, art. 44, lid 2 en lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>personeel en organisatie</dcterms:subject><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 95 t/m 99</dcterms:source><dcterms:issued>2010-02-04</dcterms:issued><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-03-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-09-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsstuk nr. 10.20091</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Franekeradeel;</vet></al><al></al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        Franekeradeel van 12 januari 2010;</al><al></al><al>gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van
                        de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit wethouders en het
                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;</al><al></al><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><al></al><al><vet>1. </vet>vast te stellen de navolgende<vet>Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en commissieleden 2010</vet></al><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>- Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr></lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart
                                1994, Stb. 243;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>d.Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20
                                februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                Rechtspositiebesluit wethouders;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister van
                                Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr. AB87/74/U6DGMP/AV/FAR,
                                Stcrt. 212;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van
                                Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt.
                                181;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                                Gemeentewet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>- Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>- Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschapschap
                            verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenten met 18.000 en
                            meer inwoners, vermeld in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit
                            wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>- Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>De tegemoetkoming voor het reizen tussen zijn woning en de plaats van
                            tewerkstelling van de wethouder is gelijk aan de vergoeding bedoeld in
                            artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>- Zakelijke reiskosten</titel></kop><lid><lidnr></lidnr><al>Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3
                                vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in
                                artikel 3 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>De vergoeding betreft:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een
                                volledige vergoeding van de reiskosten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als bedoeld in
                                artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie
                                wethouders;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een vergoeding van de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte
                                verblijfkosten;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke reizen van de
                                wethouder gesaldeerd overeenkomstig de regeling voor gemeentelijk
                                personeel. Indien geen regeling als bedoeld in de eerste volzin is
                                vastgesteld vindt op aanvraag saldering van de reiskosten voor de
                                zakelijke reizen van de wethouder plaats overeenkomstig artikel 4a
                                van de Reisregeling binnenland, artikel 2a van de Reisregeling
                                buitenland en artikel 13a van de krachtens het
                                Verplaatsingskostenbesluit 1989 vastgestelde
                                Verplaatsingskostenregeling 1989.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>- Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reis- en verblijfkosten vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming
                                van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming
                                voorwaarden verbinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>- Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie.</al><al>De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van
                                algemeen belang is in verband met de uitoefening van het ambt van
                                wethouder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>- Computer en internetverbinding</titel></kop><al>Wethouders ontvangen een tegemoetkoming van € 1.500,00 bruto in de
                            kosten van aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur, software
                            en internet. Dit bedrag geldt voor een zittings-periode van 4 jaar. Voor
                            een kortere zittingsperiode geldt een bedrag naar rato. Het bedrag wordt
                            in maandelijkse termijnen van € 31,25 bruto uitbetaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>- Mobiele telefoon</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van
                                zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking
                                gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon
                                voor privé-doeleinden is gebruikt, vindt maandelijks een verrekening
                                van de gesprekskosten plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>- Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk
                                personeel geldende spaarloonregeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in
                                artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de
                                wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>- Fietsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in
                                artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze
                                van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel vaste
                                onkostenvergoeding dan wel eindejaarsuitkering verminderd met de
                                vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>- Reis- pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><lid><lidnr></lidnr><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de
                                gemeente beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op
                                vergoeding van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van
                                de Regeling rechtspositie wethouders;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                rechtspositie wethouders.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>- Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>- Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                            van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het
                            door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor
                            gemeenteklasse 7 vastgestelde maximum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>- Onkostenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
                                verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 7,
                                vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                                artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
                                1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt
                                aangemerkt, is in afwijking van het eerste lid de onkostenvergoeding
                                gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 7, vermeld in tabel III
                                van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>- Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is
                                geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 12 en 13,
                                naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid
                                is geweest.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 12 en 13,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>- Reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                                kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur
                                vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een
                                volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reiskosten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in
                                redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het
                                bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie
                                wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>- Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid
                            vergoed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>- Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe ruim van tevoren een gemotiveerde aanvraag
                                in bij het seniorenconvent. De aanvraag gaat vergezeld van
                                inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen
                                voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in
                                verband met de vervulling van het raadslidmaatschap.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>- Computer en internetverbinding</titel></kop><al>Raadsleden ontvangen een tegemoetkoming van € 1.500,00 bruto in de
                            kosten van aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur, software
                            en internet. Dit bedrag geldt voor een zittings-periode van 4 jaar. Voor
                            een kortere zittingsperiode geldt een bedrag naar rato. Het bedrag wordt
                            in maandelijkse termijnen van € 31,25 bruto uitbetaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>- Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op
                                aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende
                                spaarloonregeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan
                                deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van
                                de Wet op de loonbelasting 1964.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het
                                raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>- Fietsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan
                                deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de
                                Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van het raadslid
                                wordt de raadsvergoeding dan wel vaste onkostenvergoeding verminderd
                                met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de
                                Uitvoeringsregeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>- Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 12, kan op
                            verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering
                            ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                            arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>- Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die
                                wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel
                                12 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid
                                ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd
                                tot het bedrag van bedoelde korting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit
                                Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na
                                toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane
                                korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                                raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 12 bedoelde
                                vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt
                                deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                                van bedoelde korting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>- Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                gemeenteraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan
                                30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad
                                waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in
                                artikel 12 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd
                                van de waarneming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                                onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 13.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>- Ziektekostenvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering als
                                bedoeld in artikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden bedraagt € 202,22 per jaar (norm 2009).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het
                                kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt hij de
                                tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van
                                het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>- Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en
                                bevalling of ziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De artikelen 12 tot en met 14, 18, 19 tot en met 22 en 24 blijven
                                van toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X 10 van de
                                Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en
                                bevalling of ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding
                                die dit raadslid op grond van artikel 13, eerste of tweede lid,
                                ontvangt de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die
                                bepalingen van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 1, 12 tot en met 17, 18, eerste, tweede, vierde en
                                vijfde lid en 21 tot en met 24 van deze verordening zijn van
                                toepassing op raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging
                                van een raadslid dat ingevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk
                                ontslag heeft verkregen wegens zwangerschap en bevalling of
                                ziekte.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>- Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>- Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een
                                commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het door
                                de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor
                                gemeenteklasse 4 vastgestelde maximum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die
                                als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden
                                als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
                                commissie:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>als raadslid of wethouder;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een
                                ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid, dan wel van een functie bij
                                een instelling die grotendeels van overheidswege wordt
                                gesubsidieerd;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie
                                of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in
                                belangrijke mate het gemeentelijk belang dient.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>- Reis- en verblijfkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en
                                niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is
                                benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen
                                van de commissie vergoed.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>De vergoeding betreft:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een
                                volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reiskosten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in
                                redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het
                                bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie
                                wethouders;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in
                                redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                                reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente vergoed
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de
                                Regeling rechtspositie wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>- Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad toestemming
                                verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. De
                                gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege
                                de gemeente georganiseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                rekening van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>- Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen,
                                congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door
                                of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor
                                rekening van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het commissielid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                                of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie.</al><al>De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van
                                algemeen belang is in verband met de vervulling van het
                                commissielidmaatschap.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>- Computer en internetverbinding</titel></kop><al>Commissieleden ontvangen een tegemoetkoming van € 1.500,00 bruto in de
                            kosten van aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur, software
                            en internet. Dit bedrag geldt voor een zittingsperiode van 4 jaar. Voor
                            een kortere zittingsperiode geldt een bedrag naar rato. Het bedrag wordt
                            in maandelijkse termijnen van € 31,25 bruto uitbetaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>- De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>- Betaling van kosten</titel></kop><lid><lidnr></lidnr><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats
                                door:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>betaling uit eigen middelen; of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>- Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 4, 5, 11,
                                15, 16 en 27 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier,
                                waarvan het model door het college is vastgesteld, indien deze
                                kosten uit eigen middelen vooruit zijn betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het
                                raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of het commissielid dient
                                het declaratieformulier binnen 2 maanden bij de griffier,
                                onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of een door hem aangewezen
                                ambtenaar in, onder bijvoeging van de originele bewijsstukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>- Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 4, 5, 6, 11 en 17
                                kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het
                                raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende
                                factuur aan de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                                begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                                begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij de
                                griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de door hem
                                aangewezen ambtenaar.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>Vl</nr><titel>- Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>- Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De verordening Voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden van 6
                            maart 2003 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>- Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 11 maart 2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>- Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en commissieleden 2010.</al><al><vet>2. De extra kosten die voortvloeien onder de onder 1 genoemde
                                verordening van € 13.217,- per jaar ten laste te brengen van de post
                                'onvoorzien structureel'.</vet></al><al></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare</al><al>raadsvergadering op 4 februari 2010,</al><al></al><al>,voorzitter.</al><al></al><al>,griffier</al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>