<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>38162_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraakverordening gemeente Bodegraven 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bodegraven</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-08-19</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Bodegraafs Nieuwsblad 02-06-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening gemeente Bodegraven 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 150</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-03-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-06-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-03-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsvergadering 26-05-2005; Agendapunt 10; Raadsvoorstelnr. 34</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Inspraakverordening gemeente Bodegraven 2005 </vet></al><al><vet></vet>De raad van de gemeente Bodegraven; </al><al>gelezen het voorstel van het college van 25 januari 2005, nr. BVZ/OO19.05; gelet op artikel 150 van de Gemeentewet; </al><al>b e s l u i t : vast te stellen de navolgende Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken. <vet></vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label></label><titel></titel></kop><al><vet>Artikel 1 </vet><vet> Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Deze verordening verstaat onder: </al><al>a) inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid; </al><al>b) inspraakprocedure: de wijze waarop aan de inspraak gestalte wordt gegeven; </al><al>c) beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. </al><al></al><al><vet>Artikel 2</vet><vet> Onderwerp van inspraak</vet></al><al>1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. </al><al>2. Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht. </al><al>3. Geen inspraak wordt verleend: </al><al>a) ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; </al><al>b) indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; </al><al>c) indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; </al><al>d) inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen als bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; </al><al>e) indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; </al><al>f) indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. <vet></vet></al><al><vet></vet></al><al><vet>Artikel 3 </vet><vet> Inspraakgerechtigden</vet></al><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">4</nr><titel status="officieel">Inspraakprocedure</titel></kop><al>1. Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. </al><al>2. Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure vaststellen. <vet></vet></al><al><vet></vet></al><al><vet>Artikel 5 </vet><vet> Eindverslag </vet><vet></vet><vet></vet></al><al>1. Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag op. Het eindverslag bevat in elk geval: </al><al>a) een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure; </al><al>b) een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; </al><al>c) een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan. </al><al>2. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar. <vet></vet></al><al><vet></vet></al><al><vet>Artikel 6 </vet><vet> Intrekking oude verordening</vet></al><al>De ‘Inspraakverordening Bodegraven’ d.d. 24 november 1994, wordt gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken. <vet></vet></al><al><vet></vet></al><al><vet>Artikel 7 </vet><vet> Inwerkingtreding </vet><vet></vet><vet></vet></al><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de dag van bekendmaking. <vet></vet></al><al><vet></vet></al><al><vet>Artikel 8 </vet><vet> Citeertitel </vet><vet></vet></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Inspraakverordening gemeente Bodegraven 2005’. </al><al></al><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad d.d. 26 mei 2005. </al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>