<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>38010_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening erfgoed gemeente Reeuwijk 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Reeuwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-08-18</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Kijk op Reeuwijk, 29-07-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening erfgoed 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-04-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-05-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-07-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Agendapunt 14, raadsvergadering 27-04-2009</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Woningbouw/ ruimtelijke ordening/ milieu</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van maart 2009</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet en de
                        Erfgoedverordening 2009 gemeente Reeuwijk;</al><al>besluit vast te stellen de</al><al>"Subsidieverordening Erfgoed gemeente Reeuwijk 2009"</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Monumenten: beschermde gemeentelijke monumenten waarvan het
                                    besluit tot aanwijzing zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 van de
                                    Erfgoedverordening gemeente Reeuwijk 2009 onherroepelijk is
                                    geworden.</al></li><li nr="2."><al>eigenaar eigenaar is diegene, die in de kadastrale registratie
                                    als eigenaar en beperkt gerechtigde staat vermeld.</al></li><li nr="3."><al>restauratiewerkzaamheden</al><al> de werkzaamheden aan een beschermd gemeentelijk monument die
                                    het normale onderhoud te boven </al><al> gaan en die voor het herstel of conservering van de monumentale
                                    waarde zoals bedoeld in artikel 1 lid 5 </al><al> van deze verordening noodzakelijk zijn.</al></li><li nr="4."><al>onderhoudswerkzaamheden</al><al> de periodiek noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden aan
                                    onderdelen van het beschermd monument </al><al> die monumentale waarde bezitten.</al></li><li nr="5."><al>monumentale waarde van een beschermd gemeentelijk monument</al><al> De monumentale waarde van een beschermd monument wordt in het
                                    geval van een gebouwd monument </al><al> bepaald door de dragende onderdelen, de vloeren en het omhulsel
                                    en/of door die onderdelen of objecten die</al><al> blijkens het register, bedoeld in artikel 7 van de
                                    Erfgoedverordening gemeente Reeuwijk 2009, dan wel naar</al><al> het oordeel van burgemeester en wethouders van belang zijn
                                    wegens hun schoonheid, hun betekenis voor</al><al> de wetenschap of hun cultuurhistorische waarden. Indien uit het
                                    register blijkt, dat een monument uitsluitend</al><al> beschermd is vanwege één of meer met name genoemde onderdelen
                                    of objecten, dan wordt de monumenta-</al><al> le waarde uitsluitend bepaald door die onderdelen of objecten.
                                    In het geval het monument een (onderdeel</al><al> van een) bijzonder landschapselement is of een ensemble van
                                    zaak en terrein of een terrein met een archeo-</al><al> logische verwachting dan oordeelt het college van burgemeester
                                    en wethouders na de monumentencommis-</al><al> sie een advies te hebben gevraagd.</al></li><li nr="6."><al>subsidiabele restauratiekosten </al><lijst><li nr="a."><al>De kosten die naar het oordeel van burgemeester en
                                            wethouders noodzakelijk zijn om de onderdelen van een
                                            monument die blijkens artikel 1 lid 5 van deze
                                            verordening en het register, bedoeld in artikel 7 van de
                                            Erfgoedverordening gemeente Reeuwijk 2009 of naar het
                                            oordeel van burgemeester en wethouders van belang zijn
                                            wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap
                                            of hun cultuurhistorische waarden monumentale waarde
                                            bezitten, te herstellen of te conserveren. </al></li><li nr="b."><al>Als een eigenaar zelf werkzaamheden in het kader van een
                                            restauratie verricht zijn de materiaalkosten
                                            subsidiabel.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>subsidiabele onderhoudskosten.</al><al> de kosten van werkzaamheden, die regelmatig moeten worden
                                    verricht, om die onderdelen van een monument of beeldbepalende
                                    zaak, die overeenkomstig de beschrijving in het
                                    monumentenregister, </al><al> monumentale of beeldbepalende waarde bezitten in goede staat te
                                    houden en die naar het oordeel van burgemeester en wethouders
                                    noodzakelijk zijn. </al><al> Als een eigenaar zelf werkzaamheden in het kader van het
                                    onderhoud verricht zijn de materiaalkosten subsidiabel.</al></li><li nr="8."><al>monumentencommissie</al><al> de door de raad ingestelde Commissie of aangewezen instantie,
                                    met als taak de werkzaamheden, die be schreven zijn in de
                                    "Verordening op de commissies 2009".</al></li><li nr="9."><al>zelfwerkzaamheid</al><al> kosten voor onderhoudswerkzaamheden, die een eigenaar zonder
                                    inschakeling van een erkend aannemingsbedrijf en/of eventuele
                                    onderaannemers heeft laten verrichten aan een beschermd
                                    gemeentelijk monument.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Het college van Burgemeester en wethouders neemt jaarlijks een besluit
                            waarin het subsidieplafond voor een bepaald jaar voor de uitvoering van
                            de Subsidieverordening Erfgoed 2009 wordt aangegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen op grond van deze regeling niet
                                dan nadat de Monumentencommissie is gehoord.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts kan het treffen van voorzieningen subsidiabel worden gesteld,
                                als dit verband houdt met de architectuurhistorische,
                                archeologische, cultuurhistorische, landschappelijke of andere
                                bijzondere waarde van het monument en deze door burgemeester en
                                wethouders noodzakelijk worden geacht. Deze voorzieningen dienen
                                gelijktijdig met de onder in artikel 1 lid 3 bedoelde werkzaamheden
                                te worden uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de Monumentencommissie,
                                in het belang van de monumentenzorg en in gevallen waarin deze
                                verordening niet voorziet afwijken van het bepaalde in deze
                                subsidieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanvragen om subsidie worden in volgorde van binnenkomst behandelt
                                met in achtneming van het artikel 2 en 3 lid 1 van deze verordening.
                                Onder subsidie wordt ook verstaan “nadeelcompensatie
                                bestrijden”.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de beslissing op aanvragen om geldelijke steun houden
                                burgemeester en wethouders in eik geval rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>de prioriteiten, die in het kader van het gemeentelijk
                                        erfgoedbeleid worden gesteld,</al></li><li nr="b."><al>de monumentale waarde van het object, de zaak of het
                                        terrein,</al></li><li nr="c."><al>de bouwtechnische- en uiterlijke staat -van het monument
                                        alsmede het gebruik daarvan, mede in relatie tot zijn
                                        omgeving,</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidie kan worden vastgesteld nadat de werkzaamheden conform de
                                subsidieverlening zijn uitgevoerd, gereed gemeld en akkoord zijn
                                bevonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de voortgang van de werkzaamheden dat rechtvaardigt kan een
                                voorschot op de subsidieverlening worden uitbetaald. Het voorschot
                                kan ten hoogste 60% van de subsidieverlening bedragen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>a. Aanvragen om subsidie, waarover in verband met het bepaalde in
                                het eerste lid niet positief kan worden</al><al> beschikt, worden door burgemeester en wethouders voor dat
                                betreffende jaar afgewezen.</al><lijst><li nr="b."><al>Aanvragen als bedoeld in artikel 4 lid 5 sub a behoeven niet
                                        opnieuw te worden ingediend. Deze worden</al><al> in het eerst volgend jaar, waarop door de gemeenteraad een
                                        subsidieplafond is vastgesteld op de oor-</al><al> spronkelijk ingediende volgorde als eerste in behandeling
                                        genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In geval van een calamiteit, waarbij de monumentale waarde van een
                                monument in het geding is, kunnen burgemeester en wethouders met in
                                achtneming van artikel 4 lid 1 van deze verordening, afwijken.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Met de uitvoering van de werkzaamheden mag niet worden begonnen
                                voordat op de aanvraag om subsidie door burgemeester en wethouders
                                is beslist. Op verzoek van de eigenaar kan desgewenst vooruit lopend
                                op de te nemen beslissing omtrent de subsidieverlening door
                                burgemeester en wethouders met de werkzaamheden worden gestart nadat
                                de subsidiabele restauratiekosten zijn vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Indien de aanvraag om subsidie meerdere eigenaren betreft wordt een
                                evenredig deel, afhankelijk van de lengte van het landschapselement,
                                toegekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag om een subsidie wordt, op een door burgemeester en
                                wethouders beschikbaar te stellen formulier, bij burgemeester en
                                wethouders ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast het in het eerste lid genoemde formulier dient de aanvraag te
                                bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>een gespecificeerde begroting van de kosten,</al></li><li nr="b."><al>een werkomschrijving,</al></li><li nr="c."><al>tekeningen, die de bestaande en de te maken toestand van het
                                        monument aangeven, </al></li><li nr="d."><al>de naam en het adres van de voor de uitvoering
                                        verantwoordelijke persoon/bedrijf. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen de aanvrager, waarvan de aanvraag
                                niet aan de in lid 1 en 2 gestelde voorwaarden voldoet, in de
                                gelegenheid zijn aanvraag binnen twee weken aan te vullen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als een monument of een beeldbepalende zaak of terrein niet door het
                                plegen van onderhoud wordt gewijzigd is daarvoor geen vergunning
                                noodzakelijk op grond van artikel 10 of 13 van de Erfgoedverordening
                                gemeente Reeuwijk 2009.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders beslissen omtrent een ontvankelijke aanvraag
                            om subsidie binnen 13 weken. Zij kunnen hun beslissing eenmaal voor ten
                            hoogste 13 weken verdagen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Uitbetaling van de subsidie door burgemeester en wethouders vindt
                                plaats nadat:</al><lijst><li nr="a."><al> de werkzaamheden op grond waarvan de subsidie is verleend
                                        schriftelijk gereed zijn gemeld onder overlegging van de
                                        daarop betrekking hebbende afrekening met betalingsbewijzen.
                                    </al></li><li nr="b."><al> de onder a. bedoelde werkzaamheden door burgemeester en
                                        wethouders zijn gecontroleerd en akkoord bevonden en de
                                        subsidietoekenning door burgemeester en wethouders heeft
                                        plaatsgehad.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uitbetaling geschiedt uitsluitend op een door aanvrager op te geven
                                giro- of bankrekening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>De subsidie wordt geweigerd als de kosten van restauratie, onderhoud,
                            herstel of vernieuwing voor monumenten voortvloeien uit brand- en
                            stormschade, waartegen verzekering mogelijk is, alsmede voor zover de
                            kosten van voorzieningen op andere wijze kunnen worden vergoed.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>RESTAURATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de eigenaar van een monument
                                éénmaal per 25 jaar een subsidieverlening doen in restauratiekosten
                                als bedoelt in artikel 1 lid 6.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele restauratie
                                kosten als bedoeld in artikel 1 lid 6 doch ten hoogste € 13.613,41.
                                Voor een beschermd gemeentelijk monument geen gebouw zijnde bedraagt
                                de bijdrage 50% van de subsidiabele kosten doch ten hoogste €
                                6.806,70.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidiabele restauratiekosten worden bepaald aan de hand van
                                noodzakelijkheid, soberheid, doelmatigheid en de bepalingen in het
                                bouwbesluit en de Erfgoedverordening gemeente Reeuwijk 2009.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieverlening wordt gedaan onder de voorwaarden dat:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen 13 weken, na de toekenning, met de
                                        restauratiewerkzaamheden een aanvang is gemaakt.</al></li><li nr="b."><al>de restauratiewerkzaamheden zijn uitgevoerd binnen 52 weken
                                        na toekenning.</al></li><li nr="c."><al>de bescheiden en gegevens, die nodig zijn voor de juiste
                                        toepassing van deze regeling, worden verstrekt.</al></li><li nr="d."><al>de in artikel 1 van de Erfgoedverordening gemeente Reeuwijk
                                        2009 genoemde monumentale waarden na restauratie in stand
                                        zijn gebleven.</al></li><li nr="e."><al>de eigenaar het monument na de subsidievaststelling en
                                        betaling c.q. terugvordering goed onderhoudt en dit vijf
                                        maal in 25 jaar (eenmaal per vijf jaar) aantoont door middel
                                        van een rapport van een onafhankelijke deskundige op het
                                        gebied van monumenten.</al></li><li nr="f."><al>de eigenaar het monument op gebruikelijke wijze verzekert en
                                        verzekerd houdt.</al></li><li nr="g."><al>de bijdrage ingevolge artikel 9 wordt slechts toegekend
                                        wanneer de onroerende zaak, na het treffen van de
                                        voorzieningen, in haar geheel beschouwd, geen strijdigheid
                                        oplevert met bouw- en/of constructieve eisen die volgens
                                        wettelijk voorschriften die aan een onroerende zaak moeten
                                        worden gesteld en de in artikel 1 van de Erfgoedverordening
                                        gemeente Reeuwijk 2009 beschreven waarden van het monument
                                        of de beeldbepalende zaak of terrein instant worden gehouden
                                        en/of worden hersteld.</al></li><li nr="h."><al>in afwijking van het bepaalde in lid g kunnen burgemeester
                                        en wethouders toestaan, dat een monument in ten hoogste twee
                                        fasen wordt gerestaureerd, mits in de eerste fase ten minste
                                        alle bouwtechnische gebreken van de gehele onroerende zaak
                                        worden opgeheven. Een aanvraag voor de tweede fase kan niet
                                        eerder worden ingediend, dan nadat is voldaan aan het
                                        gestelde in artikel 7 lid 1 sub a en b.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>De subsidie wordt geweigerd indien:</al><lijst><li nr="1."><al>Voor de te treffen voorzieningen een vergunning op grond van de
                                    Erfgoedverordening gemeente Reeuwijk 2009 is vereist en deze is
                                    geweigerd.</al></li><li nr="2."><al>Voor zover de kosten van voorzieningen op grond van een
                                    verzekering worden gedekt of op andere wijze worden vergoed
                                    blijven die kosten voor het bepalen van de subsidiabele
                                    restauratiekosten buiten beschouwing.</al></li><li nr="3."><al>Indien de subsidiabele restauratiekosten minder dan € 1.134,45
                                    bedragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de subsidiabele restauratiekosten worden die kosten verstaan,
                                die direct samenhangen met de in artikel 1 lid 3 bedoelde
                                restauratiewerkzaamheden en die zijn opgenomen in de meest recente
                                "Leidraad subsidiabele restauratiekosten" en de "Leidraad
                                subsidiabele onderhoudskosten”.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het betreft de volgende kosten:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanneemsom, die betrekking heeft op de
                                        restauratiewerkzaamheden,</al></li><li nr="b."><al>het architectenhonorarium, de constructeur en de kosten van
                                        het dagelijks toezicht naar evenredigheid van verhouding
                                        tussen de subsidiabele en niet-subsidiabele
                                        restauratiekosten, waarbij de berekeningsmethodiek wordt
                                        aangehouden, zoals die is opgenomen in de meest recente
                                        “Beleidsregels onderhoud en restauratie monumenten”.</al></li><li nr="c."><al>bouwhistorisch en/of archeologisch onderzoek, dat
                                        noodzakelijk is om inzicht te krijgen in de monumentale
                                        waarde, voor zover die niet blijkt uit de uit de
                                        beschrijving in de gemeentelijke monumentenlijst.</al></li><li nr="d."><al>de leges die evenredig wordt verdeeld tussen de subsidiabele
                                        en niet-subsidiabele restauratiekosten.</al></li><li nr="e."><al>de verschuldigde omzetbelasting, mits deze niet verrekenbaar
                                        is.</al></li><li nr="f."><al>installaties ter voorkoming van brand of blikseminslag voor
                                        zover deze door burgemeester en wethouders zijn
                                        voorgeschreven.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>ONDERHOUD</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de eigenaar van een monument
                                een bijdrage toekennen in de subsidiabele onderhoudskosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage in de subsidiabele onderhoudskosten bedraagt 50% van de
                                subsidiabele kosten doch ten hoogste € 2.268,90 éénmaal per vijf
                                jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidiabele kosten met betrekking tot de in artikel 1 lid 7
                                genoemde voorzieningen worden bepaald aan de hand van beoordeling op
                                noodzakelijkheid, soberheid, doelmatigheid en de bepalingen in de
                                bouw- en monumentenverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de kosten van voorzieningen op grond van een verzekering
                                worden gedekt of op andere wijze worden vergoed blijven die kosten
                                voor het bepalen van de subsidiabele onderhoudskosten buiten
                                beschouwing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Tot het plegen van onderhoud worden volgende werkzaamheden
                            aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>het dak : reparatie van dakbedekking (vervangen enkele
                                    pannen,</al><al> repareren van de dakbedekking, dakbeschot, zink of lood</al></li><li nr="b."><al>schoorstenen ; reparaties,</al></li><li nr="c."><al>goten of hemel-</al></li></lijst><al> waterafvoeren : partieel herstel en reparaties,</al><lijst><li nr="d."><al>gevels : partieel voegen, pleisteren, metselwerk of natuursteen
                                    en</al><al> vochtbestrijding met een totaal oppervlak van kleiner dan
                                    20%</al><al> van het geveloppervlak,</al></li><li nr="e."><al>vensters : reparaties en herstel van buitenkozijnen, inclusief
                                    luiken en</al><al> buitendeuren, ramen en bespanning</al></li><li nr="f."><al>buitenschilderwerk : vensters, luiken en muren,</al></li><li nr="g."><al>rieten daken : aan- en afvoer en verwerken van riet,
                                    bindmateriaal, sporen,</al><al> rietlatten nokvorsten, kantplanken en steigermateriaal
                                    waarbij</al><al> het te onderhouden deel maximaal 5 % van het totale</al><al> rietendak mag bedragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>De subsidie wordt geweigerd indien</al><lijst><li nr="1."><al>in de kosten van onderhoud van rijkswege en/of van
                                    provinciewegel financiële steun wordt verleend.</al></li><li nr="2."><al>met de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden is begonnen
                                    voordat op de aanvraag door burgemeester en wethouders is
                                    beslist.</al></li><li nr="3."><al>voor de te treffen voorzieningen een vergunning op grond van de
                                    Erfgoedverordening gemeente Reeuwijk 2009 is vereist en deze is
                                    geweigerd.</al></li><li nr="4."><al>de subsidiabele onderhoudskosten minder bedragen dan €
                                    113,45.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4:</nr><titel>ZELFWERKZAAMHEID</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een eigenaar van een gemeentelijk monument, zoals bedoeld in
                                artikel 1, lid 1, restauratiewerkzaamheden, zoals bedoeld in
                                Hoofdstuk 2, uitvoert in zelfwerkzaamheid of laat uitvoeren door een
                                niet erkent aannemersbedrijf, kan onder overlegging van een
                                beschrijving van de ten genoegen van burgemeester en wethouders
                                uitgevoerde werkzaamheden een bijdrage worden toegekend van €
                                2.268,90.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een eigenaar van een gemeentelijk monument, zoals bedoeld in
                                artikel 1, lid 1, onderhoudswerkzaamheden, zoals bedoeld in
                                Hoofdstuk 3, uitvoert in zelfwerkzaamheid of laat uitvoeren door een
                                niet erkend aannemersbedrijf, kan onder overlegging van een
                                beschrijving van de ten genoegen van burgemeester en wethouders
                                uitgevoerde werkzaamheden een bijdrage worden toegekend van €
                                226,89.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eigenaar behoudt een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van
                                deze bijdrage en de Inspecteur van Belastingen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>OUKOOPSE MOLEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de jaarlijkse werkelijke gemaakte onderhoudskosten van de
                                Oukoopse molen wordt een subsidie verleend van 25% tot een maximum
                                van € 1.270,- met dien verstande, dat geen subsidie wordt toegekend
                                in de onderhoudskosten, indien de molen tot woning of café is
                                ingericht of door verbouwing niet maalvaardig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze subsidieregeling is niet van toepassing indien de subsidiabele
                                onderhoudskosten € 113,45 of minder bedragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eigenaar dient jaarlijks door een verantwoording achteraf over de
                                gemaakte kosten een beroep te doen op deze subsidie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>SLOT en OVERGANGSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de door burgemeester en wethouders
                                aangewezen personen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de toezichthouders bedoeld in lid 1 komen slechts de
                                bevoegdheden toe als genoemd in de artikelen 5:15 tot en met 5:17
                                van de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>De werking van deze verordening wordt in het eerste kwartaal van 2011
                            geëvalueerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al>Aanvragen, die zijn ingediend, voordat deze verordening in werking
                            treedt en waarop nog geen beslissing is genomen, worden afgehandeld met
                            in acht neming van de bepalingen van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling kan worden aangehaald als "Subsidieverordening
                                    Erfgoed 2009".</al></li><li nr="2."><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 2009.</al><al></al></li></lijst><al>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                            Reeuwijk van april 2009</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Artikel gewijze toelichting</label><nr></nr><titel></titel></kop><tussenkop></tussenkop><tussenkop>Artikel 1:</tussenkop><al>In dit artikel zijn de definities opgenomen van begrippen die in de verordening
                    worden gehanteerd.</al><al>Lid 3</al><al>Restauratiewerkzaamheden hebben betrekking op die werkzaamheden aan onderdelen
                    van het monument die monumentale waarde bezitten. Deze waarde wordt bepaald door
                    de dragende onderdelen, de vloeren, het omhulsel alsmede die onderdelen of
                    objecten, die blijkens de gemeentelijke monumentenlijst als bedoeld in de
                    Erfgoedverordening gemeente Reeuwijk 2009, dan wel naar het oordeel van
                    burgemeester. en wethouders van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid,
                    betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarden.</al><al>Indien uit de gemeentelijke monumentenlijst blijkt, dat een monument uitsluitend
                    beschermd is vanwege één of meer met name genoemde onderdelen of objecten,
                    worden de restauratiewerkzaamheden uitsluitend bepaald door die onderdelen of
                    objecten.</al><al>Lid 4</al><al>De periodiek te verrichten onderhoudswerkzaamheden, die voor subsidie in
                    aanmerking kunnen worden genomen zijn genoemd in artikel 14 van deze
                    verordening. Het betreft geen limitatieve opsomming, doch een aantal periodiek
                    voorkomende onderhoudswerkzaamheden die er op gericht zijn de bouwkundige staat
                    van een monument in stand te houden.</al><al>Lid 5</al><al>De monumentale waarde, die in stand dient te worden gehouden en waarop deze
                    verordening van toepassing is wordt enerzijds expliciet beschreven in de
                    omschrijving van het monument (het registerblad) en anderzijds bepaald door in
                    de toekomst te verkrijgen aanvullende informatie over waarden die zich aan of in
                    het monument bevinden. Het vaststellen van de monumentale waarde van deze nader
                    verkregen informatie geschied door burgemeester en wethouders, nadat de
                    monumentencommissie daarover heeft geadviseerd.</al><al>Lid 6</al><al>Door burgemeester en wethouders zijn beleidsregels vastgesteld waardoor de
                    subsidiabele restauratiekosten objectief kunnen worden berekend. Onder deze
                    kosten kunnen die kosten worden verstaan, die direct samenhangen met de in
                    artikel 1 lid 3 bedoelde restauratiewerkzaamheden. Een gerichte opsomming van
                    kosten en te subsidiëren onderdelen zijn opgenomen in de meest recente "Leidraad
                    subsidiabele restauratiekosten en de "Leidraad subsidiabele
                    onderhoudskosten".</al><al>Lid 7 Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al>Lid 8 en 9 Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 2:</tussenkop><al>Om de verordening te kunnen toepassen zijn financiële middelen noodzakelijk, die
                    het college van burgemeester en wethouders jaarlijks beschikbaar kan stellen.
                    Bij het besluit tot verdeling van de financiële middelen is het noodzakelijk dat
                    de ervaringen van het afgelopen jaar worden ingebracht en knelpunten ten aanzien
                    van de subsidiebehoefte versus de beschikbare gestelde of gevraagde financiële
                    middelen wordt aangegeven.</al><tussenkop>Artikel 3:</tussenkop><al>De z.g. hardheidsclausule (artikel 3, lid 3: afwijken van de bepalingen van deze
                    verordening) kan worden toegepast in het belang van de zorg voor het erfgoed. De
                    monumentencommissie is de adviseur van burgemeester en wethouders als het gaat
                    om de belangen van de zorg voor het erfgoed. De monumentencommissie als
                    onafhankelijk deskundige heeft een rol gekregen in de advisering over de
                    toepassing van deze verordening.</al><al>In "Hoofdstuk 2: Restauratie" is opgenomen, dat een monumentenvergunning wordt
                    geëist als de restauratiewerkzaamheden daartoe aanleiding geven. Dit kan het
                    geval zijn als er gelijktijdig met het opheffen van (monumentale) technische
                    gebreken, wijzigingen aan het monument worden uitgevoerd.</al><al>'Terugrestaureren" (van onderdelen) van monumenten wordt in beginsel niet
                    gesubsidieerd. Als een eigenaar dat op eigen initiatief wil doen, is dat
                    toegestaan, mits daarvoor een monumentenvergunning wordt verleend. Als uit een
                    bouwhistorischs danwel architectuurhistorisch onderzoek blijkt dat het
                    essentieel is, voor het behoud of de herkenbaarheid van een monument om een deel
                    van het bouwwerk te reconstrueren, en dit door burgemeester en wethouders in het
                    belang van de monumentenzorg noodzakelijk wordt geacht, kan dit subsidiabel
                    worden gesteld, mits is voldaan aan artikel 3 lid 1 van deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 4:</tussenkop><al>Dit artikel regelt de procedures, die moeten worden gevolgd. Hierbij is
                    aangesloten bij de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor de duidelijkheid naar
                    eigenaren is opgenomen dat als de gemeenteraad onvoldoende financiële middelen
                    beschikbaar stelt, kunnen aanvragen op grond hiervan worden afgewezen. De
                    eigenaar ontvangt van een afwijzing bericht.</al><al>Aanvragen worden in volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij enerzijds de
                    monumentencommissie dient te adviseren en anderzijds de aanvraag moet worden
                    getoetst aan het gemeentelijk monumentenbeleid, de monumentale waarde van het
                    object, de bouwtechnische en uiterlijke staat en het gebruik van het
                    monument.</al><al>Gekozen is om de begrippen uit de Awb aan te houden. Nadrukkelijk zijn
                    voorwaarden opgenomen om prioriteiten te kunnen stellen. Hiermee kan de
                    kwaliteit van de uit te voeren restauratie- en onderhoudswerkzaamheden worden
                    gecontroleerd en worden beïnvloed.</al><al>Omdat eigenaren veelal grote investeringen moeten doen is de mogelijkheid in de
                    verordening aanwezig om indien de uitgevoerde werkzaamheden dat rechtvaardigen,
                    een voorschot uit te betalen tot ten hoogste 60% van de subsidietoezegging.</al><al>Ingeval zich een calamiteit voordoet, waarbij gedacht kan worden aan schade die
                    aan een monument of een belangrijk monumentaal onderdeel van het monument wordt
                    veroorzaakt, die niet door een verzekering wordt gedekt kan met behulp van een
                    subsidietoezegging herstel plaatshebben. Nadrukkelijk zal hierbij moeten worden
                    afgewogen of de monumentale waarde in het geding is en deze zonder subsidie niet
                    zal worden hersteld.</al><tussenkop>Artikel 5:</tussenkop><al>Nadat de subsidieverordening is vastgesteld kunnen eigenaren met behulp van een
                    formulier een aanvraag indienen. Het formulier is een leidraad voor zowel de
                    gemeente als de eigenaar voor de bescheiden die moeten worden ingediend om de
                    aanvraag te kunnen behandelen. De eigenaar stemt door ondertekening van dit
                    formulier in met de voorwaarden zoals die zijn opgenomen in de
                    subsidieverordening.</al><tussenkop>Artikel 6:</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 7:</tussenkop><al>Dit artikel regelt de uitbetaling en de voorwaarden waaronder de uitbetaling
                    plaatsheeft.</al><tussenkop>Artikel 8:</tussenkop><al>Op grond van dit artikel kan een aanvraag om subsidie worden geweigerd, indien
                    een eigenaar verzuimt heeft een monument te verzekeren tegen brand- of
                    stormschade. Het eigen risico, dat een eigenaar loopt bij een verzekering, wordt
                    zoals bij andere gebouwen ten laste van het eigenaarrisico gebracht en wordt
                    niet betrokken bij de subsidieverlening.</al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>Dit artikel regelt de voorwaarden, waaronder een subsidieverlening wordt
                    gedaan.</al><al>Gebleken is dat het om financiële redenen wenselijk kan zijn, dat een eigenaar
                    de restauratie van een monument in twee fasen uitvoert (dus twee maal de
                    maximale subsidie kan krijgen). De verordening maakt dit mogelijk. In de eerste
                    fase dient bij een maximale subsidieverlening in ieder geval het casco in een
                    goede bouwtechnische en/of constructieve staat te worden gebracht. Dit is dan
                    ook als voorwaarde gesteld. In een tweede fase zouden, dan andere belangrijke
                    monumentale onderdelen zoals plafonds, schouwen, wanden, deuren e.d. kunnen
                    worden gerestaureerd.</al><tussenkop>Artikel 11:</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 12:</tussenkop><al>Deze artikelen behoeven geen verdere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 13:</tussenkop><al>Volgens dit artikel kan 1 x per vijf jaar in de kosten, zoals genoemd in artikel
                    14 een beperkte bijdrage in de onderhoudskosten worden toegekend. Vooralsnog
                    wordt uitgegaan van het plegen van onderhoud aan de buiten zijde van een
                    monument, omdat in de omschrijvingen van de monumenten in de meeste gevallen
                    geen inwendige monumentale waarden zijn beschreven. Indien zich gevallen
                    voordoen, zoals beschilderde plafonds of wandbespanningen, schouwen, trappen
                    e.d. kan nadat over de monumentale waarden de Monumentencommissie positief heeft
                    geadviseerd een bijdrage worden toegekend. De omschrijving van het monument
                    dient te worden aangevuld met de nader bepaalde monumentale waarden.</al><tussenkop>Artikel 14 en 15:</tussenkop><al>Deze artikelen- behoeven geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 16:</tussenkop><al>Omdat andere dan financiële inspanningen van eigenaren ons zeer ter harte gaan
                    hebben wij de mogelijkheid geïntroduceerd om hen achteraf een bijdrage toe te
                    kennen als de werkzaamheden op een juiste wijze zijn uitgevoerd. Indien zij geen
                    beroep doen op een bijdrage voor de restauratie of het plegen van onderhoud zal
                    hen worden geadviseerd om vooraf te melden dat zij een beroep willen doen op
                    deze regeling. Zij kunnen dan geadviseerd worden hoe zij in hun belang en in dat
                    van het monument de werkzaamheden moeten uitvoeren.</al><tussenkop>Artikel 17</tussenkop><al>Voor de Oukoopse molen, de laatste molen in de gemeente Reeuwijk, is een apart
                    hoofdstuk opgenomen om het mogelijk te maken een bijdrage in de onderhoudskosten
                    te geven. Volgens de strekking van dit artikel behoeft geen procedure vooraf aan
                    de uitvoering van de werkzaamheden te worden gevoerd. Als de eigenaar achteraf
                    middels rekeningen kan aantonen dat de kosten daadwerkelijke gemaakt zijn, kan
                    tot uitbetaling worden overgegaan. Hiervoor behoeft de monumentencommissie geen
                    advies te geven.</al><tussenkop>Artikel 18:</tussenkop><al>In hoofdstuk 5 van de Awb is in afdeling 5.2 een aparte regeling opgenomen over
                    het toezicht op de naleving. Aangezien de aangewezen toezichthouders voor de
                    uitoefening van hun taken niet over alle in de Awb genoemde bevoegdheden behoeve
                    te beschikken, zijn deze in lid 2 beperkt tot de strikt noodzakelijke (inzage
                    van gegevens en bescheiden, vorderen van inlichtingen, betreden van plaatsen
                    anders dan woningen) zijn in die afdeling opgenomen.</al><al>De strafrechtelijke handhaving van subsidiebesluiten ligt niet voor de hand
                    zodat een opsporingsbepaling niet noodzakelijk is.</al><al>Voorts zijn er binnen het subsidiëringproces voldoende handhavingmiddelend
                    aanwezig (intrekking, lagere vaststelling) om het geen medewerking verleent aan
                    de toezichthouders te sanctioneren. Daarom heeft ook afgezien van een
                    afzonderlijke op artikel 149a Gemeentewet gebaseerde
                    binnentredingsbepaling.</al><tussenkop>Artikel 19:</tussenkop><al>Nadat enige tijd met deze verordening is gewerkt is een evaluatie hiervan
                    noodzakelijk. In de eerste plaats gaat het daarbij om de ervaringen van de
                    eigenaren en het gemeentelijk apparaat. In de tweede plaats gaat het om de
                    effecten en de resultaten van de verordening en het gereserveerde budget. Op
                    basis van globale uitgangspunten wordt nu een subsidieplafond voor de toepassing
                    van deze verordening vastgesteld. Gekozen is voor het eerste kwartaal 2011,
                    omdat bij het opstellen en de behandeling van de gemeentebegroting 2012 met de
                    ervaringen rekening kan worden gehouden.</al><tussenkop>Artikel 20:</tussenkop><al>Behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 21:</tussenkop><al>Dit artikel regelt de naam van de verordening en de inwerkingtreding.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>