<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:xopus="http://www.xopus.com/xmlns/xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>367494_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid Menaldumadeel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Menameradiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-05-22T10:48:39Z</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Menameradiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:alternative>Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid Menaldumadeel</dcterms:alternative><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het basisonderwijs</dcterms:source><dcterms:issued>1997-10-23</dcterms:issued><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ynformaasje 13 november t/m 26 november 1997</dcterms:isFormatOf><dcterms:publisher scheme="overheid:Gemeente">Menameradiel</dcterms:publisher><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1997-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>1999-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15-10-1997</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Menaldumadeel;</vet></al><al></al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 oktober 1997; </al><al></al><al>gezien het gevoerde overleg met de vertegenwoordigers van de schoolbesturen
                        op 4 september 1997;</al><al></al><al>gelet op de bepalingen over het op overeenstemming gericht overleg in de Wet
                        op het basisonderwijs;</al><al></al><al>overwegende dat het noodzakelijk is een regeling vast te stellen voor het
                        overleg tussen de gemeente en de schoolbesturen over het lokaal
                        onderwijsbeleid;</al><al></al><al><vet>b e s l u i t : </vet></al><al></al><al>vast te stellen de volgende</al><al></al><al><vet>VERORDENING OVERLEG LOKAAL ONDERWIJSBELEID MENALDUMADEEL</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"></colspec><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="3*"></colspec><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="75*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al>a schoolbestuur</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>het bevoegd gezag van een volgens de Wet op het
                                                basisonderwijs bekostigde openbare of bijzondere
                                                school voor basisonderwijs, die gelegen is op het
                                                grondgebied van de gemeente;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b advies</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>het advies van de Onderwijsraad als bedoeld in de
                                                Wet op het basisonderwijs;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c B&amp;W</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>het college van burgemeester en wethouders;</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>OVERLEG</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Functie overlegorgaan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid, waarin
                                        B&amp;W met de vertegenwoordigers van alle schoolbesturen
                                        overleg voeren over de voorbereiding en uitvoering van het
                                        lokaal onderwijsbeleid.</al></li><li nr="2."><al>In het overlegorgaan komen aan de orde:</al><lijst><li nr="a."><al>de onderwerpen waarop het op overeenstemming gericht
                                                overleg van toepassing is als bedoeld in de Wet op
                                                het basisonderwijs;</al></li><li nr="b."><al>overige onderwerpen van overleg aangaande het lokaal
                                                onderwijsbeleid.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Op de onderwerpen, als genoemd in het tweede lid onder b, is
                                        artikel 9 niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Samenstelling overlegorgaan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De schoolbesturen kunnen zich laten vertegenwoordigen in het
                                        overlegorgaan. De schoolbesturen van de bijzondere
                                        basisscholen wijzen daartoe elk 1 vertegenwoordiger aan en
                                        het schoolbestuur van de openbare basisscholen 2
                                        vertegenwoordigers, die namens die schoolbesturen het
                                        overleg voeren.</al></li><li nr="2."><al>Schoolbesturen kunnen zich gezamenlijk laten
                                        vertegenwoordigen in het overlegorgaan. Ze wijzen daartoe 1
                                        vertegenwoordiger per richting aan.</al></li><li nr="3."><al>De portefeuillehouder onderwijs vertegenwoordigt B&amp;W in
                                        het overlegorgaan en fungeert daarin als voorzitter.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Derden</titel></kop><al>Derden kunnen, indien de voorzitter van het overlegorgaan dit wenst
                                of tenminste 3 vertegenwoordigers van schoolbesturen, genoemd in
                                artikel 3, dit wensen, deelnemen aan een overleg.</al><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Voorbereiding overleg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Uitnodiging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alvorens B&amp;W een voorstel aan de raad doen over een
                                        onderwerp, zenden zij de voorgenomen inhoud van dit voorstel
                                        met een toelichting daarop en de inventarisatie, als bedoeld
                                        in artikel 7, toe aan alle schoolbesturen.</al></li><li nr="2."><al>De toezending geschiedt onder bekendmaking van de plaats, de
                                        datum en het tijdstip waarop het overleg hierover zal
                                        aanvangen. Tussen de datum van de toezending van het
                                        voorstel en de datum van het overleg liggen ten minste twee
                                        weken.</al></li><li nr="3."><al>De schoolbesturen die niet deelnemen aan het overleg kunnen
                                        voor de datum van dit overleg hun zienswijzen schriftelijk
                                        aan B&amp;W kenbaar maken. B&amp;W stellen de deelnemers aan
                                        dit overleg hiervan in kennis.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders voeren het secretariaat van het
                                overlegorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Voorbereiding</titel></kop><al>B&amp;W kunnen een voorbereidend overleg tussen vertegenwoordigers
                                van de schoolbesturen en B&amp;W instellen, dat voorafgaat aan het
                                overleg in het overlegorgaan . Dit voorbereidend overleg, wordt
                                afgerond met een inventarisatie van de onderwerpen waarover al dan
                                niet overeenstemming is bereikt.per onderwerp wordt aangegeven of
                                het gaat om een onderwerp als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder
                                a.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Agendaoverleg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>B&amp;W kunnen een agendaoverleg instellen.Hjerin wordt
                                        nagegaan welke onderwerpen op welk tijdstip in het
                                        overlegorgaan aan de orde kunnen komen. Op grond hiervan
                                        stellen B&amp;W de agenda op.</al></li><li nr="2."><al>Aan het agendaoverleg nemen de portefeuillehouder onderwijs
                                        en 2 vertegenwoordigers van schoolbesturen deel.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Uitvoering overleg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Advies Onderwijsraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een of meer schoolbesturen of B&amp;W een advies
                                        wensen over een onderwerp waarop het op overeenstemming
                                        gericht overleg van toepassing is, maken ze dit uiterlijk
                                        kenbaar in het overleg waarin het onderwerp in finale zin
                                        aan de orde is.Dit gebeurt aan de hand van een schriftelijk
                                        gemotiveerde omschrijving van het onderwerp waarover het
                                        advies wordt verwacht. Hierbij wordt tevens het verband
                                        aangegeven tussen het onderwerp en de vrijheid van richting
                                        en de vrijheid van inrichting van het onderwijs.</al></li><li nr="2."><al>Alle vertegenwoordigers krijgen in het overleg de
                                        gelegenheid hun zienswijzen naar voren te brengen over het
                                        verzoek om advies.</al></li><li nr="3."><al>B&amp;W zijn belast met de indiening van een verzoek om
                                        advies. Zij doen dit uiterlijk twee weken na afloop van het
                                        overleg. Daarbij informeren zij tevens de Onderwijsraad over
                                        de in het tweede lid bedoelde zienswijzen.</al></li><li nr="4."><al>De wettelijke termijn voor het uitbrengen van het advies
                                        wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de
                                        Onderwijsraad B&amp;W uitnodigt het verzoek voor het
                                        uitbrengen van het advies aan te vullen met de gegevens die
                                        hij nodig heeft voor een goede vervulling van zijn taak, tot
                                        de dag waarop het verzoek is aangevuld.</al></li><li nr="5."><al>De raad neemt gedurende de termijn voor het uitbrengen van
                                        het advies geen besluit over het onderwerp waarover advies
                                        is gevraagd.</al></li><li nr="6."><al>B&amp;W zenden zo spoedig mogelijk een afschrift van het
                                        uitgebrachte advies toe aan alle schoolbesturen. Indien het
                                        geheel of gedeeltelijk opvolgen van het advies zou leiden
                                        tot een of meer inhoudelijke bijstellingen van het voorstel
                                        over een onderwerp waarover advies is gevraagd, worden de
                                        schoolbesturen bij de toezending van het afschrift van het
                                        advies uitgenodigd voor nader overleg. In alle andere
                                        gevallen beoordelen B&amp;W of nader overleg over het advies
                                        wenselijk is. Zij geven dit aan bij de toezending van het
                                        afschrift van het advies.</al></li><li nr="7."><al>Het overleg, als bedoeld in het vorige lid, vindt binnen
                                        twee weken plaats nadat het advies is uitgebracht. B&amp;W
                                        informeren de raad over dit overleg in de vorm van een
                                        aanvulling op het verslag als bedoeld in artikel 10.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verslaglegging; informeren raad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>B&amp;W maken een verslag van het overleg.</al></li><li nr="2."><al>Het verslag bevat een overzicht van de besproken
                                        onderwerpen, waarbij per onderwerp wordt aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>of het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onder a of
                                                b van toepassing is;</al></li><li nr="b."><al>of volledige, geen volledige of geen overeenstemming
                                                is bereikt;</al></li><li nr="c."><al>de in het overleg door de deelnemers naar voren
                                                gebrachte zienswijzen en -indien van toepassing- de
                                                zienswijzen als bedoeld in artikel 5, derde
                                                lid;</al></li><li nr="d."><al>de door de portefeuillehouder onderwijs in het
                                                overleg toegezegde wijzigingen in het
                                                oorspronkelijke voorstel. Indien artikel 9, eerste
                                                lid van toepassing is, wordt hiervan eveneens een
                                                weergave opgenomen in het verslag.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het overlegorgaan stelt het verslag vast. In afwijking
                                        hiervan kunnen B&amp;W spoedheidshalve het verslag ter
                                        commentaar toezenden aan de schoolbesturen. Binnen één week
                                        na de dag, waarop het concept-verslag is toegezonden, maken
                                        de schoolbesturen die deel hebben genomen aan het overleg
                                        schriftelijk hun opmerkingen over het concept van het
                                        verslag kenbaar. B&amp;W stellen het verslag vast met
                                        inachtneming van de opmerkingen.</al></li><li nr="4."><al>B&amp;W brengen het verslag gelijktijdig met het voorstel
                                        over het onderwerp ter kennis van de raad. Voorzover B&amp;W
                                        afwijken van de tijdens het overleg naar voren gebrachte
                                        zienswijzen, wordt dit gemeld in het voorstel aan de raad.
                                        Daarbij geven zij de redenen aan van het niet of niet geheel
                                        overnemen van deze zienswijzen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Heropening overleg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien uit het oordeel van de betrokken raadscommissie over
                                        het voorgenomen voorstel aan de raad over een onderwerp
                                        blijkt dat de meerderheid, of een deel van de raadscommissie
                                        dat volgens B&amp;W geacht wordt een meerderheid in de raad
                                        te vertegenwoordigen, van oordeel is dat het voorstel
                                        inhoudelijk bijstelling behoeft, dan kan een heropening van
                                        het overleg plaatsvinden. B&amp;W beslissen daarover. Zij
                                        heropenen het overleg in ieder geval indien de inhoudelijke
                                        bijstelling betrekking heeft op een onderwerp als bedoeld in
                                        artikel 2, tweede lid, onder a, waarover overeenstemming in
                                        het overlegorgaan was bereikt.</al></li><li nr="2."><al>Indien B&amp;W het overleg heropenen, dan roepen zij het
                                        overlegorgaan zo spoedig mogelijk bijeen, doch uiterlijk
                                        v66r het moment waarop de raad een definitief besluit neemt
                                        over het onderwerp. In dit overleg hebben de
                                        vertegenwoordigers de gelegenheid om hun zienswijze te geven
                                        op het oordeel van de raadscommissie. B&amp;W informeren de
                                        raad over het resultaat van dit overleg in de vorm van een
                                        aanvulling op het verslag als bedoeld in artikel 10. De raad
                                        betrekt de in dit aanvullend verslag neergelegde zienswijzen
                                        bij zijn definitieve besluitvorming over het onderwerp.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Beslissing B&amp;W in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen B&amp;W,
                            gehoord de vertegenwoordigers van de schoolbesturen in het overleg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: <vet>VERORDENING
                                        OVERLEG LOKAAL ONDERWIJSBELEID MENALDUMADEEL</vet>.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 november 1997, onder
                                    gelijktijdige intrekking van de bij zijn besluit van 14 november
                                    1996, nr.4 vastgestelde: <vet>VERORDENING PROCEDURE OVERLEG
                                        HUISVESTING ONDERWIJS MENALDUMADEEL</vet>.</al></li><li nr="3."><al>Binnen één jaar na de in het vorige lid genoemde datum kan het
                                    overlegorgaan een onderzoek instellen naar de werking ervan en
                                    daarvan verslag uitbrengen aan de raad. Dit verslag kan dan
                                    worden vergezeld van voorstellen tot wijziging van deze
                                    verordening.</al><al></al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld door de raad van de gemeente Menaldumadeel in zijn
                        openbare vergadering van 23 oktober 1997.</al><al></al><al>De secretaris, </al><al></al><al>De voorzitter,</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage></bijlage></regeling></body></cvdr>