<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta>
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>358764_1</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Verordening rechtspositie Wethouders, raads- en commissieleden gemeente Bellingwedde 2015</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bellingwedde</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2015-02-17</dcterms:modified>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.bellingwedde.nl/actueel/gemeenteberichten-streekblad_41585/">Gemeenteberichten Streekblad</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Bellingwedde 2015</dcterms:alternative>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Artikelen 95, 96 de leden 1 en 2, 97 en 147 der Gemeentewet</dcterms:source>
      <dcterms:issued>2015-02-12</dcterms:issued>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
      <dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject>
      <dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights>
      <dcterms:source resourceIdentifier=""/>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-02-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
        <al>Geen</al>
      </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Geen</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule/>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>RAADSBESLUIT</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>Nr. 2/12-2</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>de raad van de gemeente Bellingwedde;</al>
          <al/>
          <al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        5 januari 2015 gelet op de artikelen 95, 96 de leden 1 en 2, 97 en 147
                        der Gemeentewet, de artikelen 22 lid 1, 23 lid 1 en 27 lid 5 van het
                        Rechtspositiebesluit wethouders alsmede de artikelen 4, 7a lid 4, 13 lid
                        2 en 14 lid 1 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                        commissieleden;</al>
          <al/>
          <al>Gelezen het voorstel van het Presidium van 6 januari 2015 gelet op de
                        artikelen 95, 96 de leden 1 en 2, 97 en 147 der Gemeentewet, de
                        artikelen 22 lid 1, 23 lid 1 en 27 lid 5 van het Rechtspositiebesluit
                        wethouders alsmede de artikelen 4, 7a lid 4, 13 lid 2 en 14 lid 1 en 15
                        van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</al>
          <al/>
          <al>Gehoord de beraadslagingen in de Raadscommissie van 22 januari 2015</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <onderstreept>Besluit:</onderstreept>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>Vast te stellen de “Verordening rechtspositie wethouders, raads- en
                        commissieleden gemeente Bellingwedde 2015” en de daarbij behorende
                        algemene en artikelsgewijze toelichting.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>I</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="∙">
                <al>commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 of 84
                            van de Gemeentewet;</al>
              </li>
              <li nr="∙">
                <al>commissielid: lid van een commissie, bedoeld in artikel 1, onderdeel
                            e, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>II</nr>
            <titel>Voorzieningen voor raads- en commissieleden</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan commissieleden wordt een vergoeding voor het bijwonen van de
                                vergaderingen van een commissie en haar subcommissies toegekend die
                                gelijk is aan het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse
                                vastgestelde bedrag in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads-
                                en commissieleden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die
                                zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als
                                rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die
                                grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd;</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Reis- en verblijfkosten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan raadsleden worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte reis-
                                en verblijfkosten in verband met reizen buiten het grondgebied van
                                de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het
                                gemeentebestuur vergoed.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Aan commissieleden worden de reis- en verblijfkosten voor het
                                bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid is:</al>
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al>voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het overeenkomstig
                                in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders
                                bepaalde;</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig in
                                artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling rechtspositie
                                wethouders bepaalde. </al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De reiskosten worden voor ten hoogste één vergadering per dag
                                vergoed.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die
                                zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als
                                rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die
                                grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze
                                gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze
                                verordening.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Buitenlandse excursie of reis</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De gemeenteraad kan een delegatie uit de gemeenteraad of een
                                raadscommissie toestemming verlenen voor een excursie of reis naar
                                het buitenland als deze door of vanwege de gemeente wordt
                                georganiseerd. De gemeenteraad kan aan deze toestemming voorwaarden
                                verbinden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                rekening van de gemeente.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Scholing</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Raads- of commissieleden die aan scholing als bedoeld in artikel 13,
                                eerste lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
                                willen deelnemen, die niet door of namens de gemeente wordt
                                aangeboden of verzorgd, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde
                                aanvraag in bij de griffier. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van
                                inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de
                                beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging van
                                Nederlandse Gemeenten komt altijd voor vergoeding door de gemeente
                                in aanmerking als voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in het
                                eerste lid. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening
                                worden ingediend komen niet voor vergoeding in aanmerking;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>In voorkomende gevallen beslist een vergadering van
                                fractievoorzitter van alle in de raad vertegenwoordigde politieke
                                groeperingen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Computer en internetverbinding</titel>
            </kop>
            <al>Aan de raadsleden wordt een maandelijkse financiële vergoeding verstrekt
                            voor het gebruik van de eigen computer/tablet/laptop van € 30,00
                            (bruto).</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Werkkostenregeling</titel>
            </kop>
            <al>Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                            eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel
                            f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in
                            artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>III</nr>
            <titel>Voorzieningen voor wethouders</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Wethouders hebben recht op een vergoeding van de kosten voor
                                woon-werkverkeer, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van de
                                Regeling rechtspositie wethouders.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Er bestaat maximaal twee keer per dag recht op een enkele reis
                                vergoeding woon-werkverkeer.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden alleen vergoed
                                als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze
                                verordening.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Zakelijke reiskosten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Wethouders hebben recht op een vergoeding voor reis- en
                                verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van de Regeling
                                rechtspositie wethouders.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden alleen vergoed
                                als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze
                                verordening.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Buitenlandse dienstreis</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Als de wethouders in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                Nederland maken worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reis- en verblijfkosten vergoed.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming
                                van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming
                                voorwaarden verbinden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Computer en internetverbinding</titel>
            </kop>
            <al>Wethouders aan wie een laptop/tablet/computer ter beschikking wordt
                            gesteld tekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.
                        </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Communicatieapparatuur</titel>
            </kop>
            <al>De wethouders aan wie communicatieapparatuur in bruikleen ter
                            beschikking wordt gesteld tekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met
                            de gemeente.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel>
            </kop>
            <al>De wethouders die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikken hebben ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding
                            van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a.">
                <al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van
                            de Regeling rechtspositie wethouders, en</al>
              </li>
              <li nr="b.">
                <al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                            overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling rechtspositie
                            wethouders.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Werkkostenregeling</titel>
            </kop>
            <al>Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                            eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel
                            f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in
                            artikel 28a van het Rechtspositiebesluit wethouders. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>IV</nr>
            <titel>De procedure van declaratie</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Betaling vaste vergoedingen</titel>
            </kop>
            <al>De betaling van de vergoeding voor werkzaamheden, de bezoldiging voor
                            wethouders op grond van het Rechtspositiebesluit wethouders, de
                            onkostenvergoedingen en declaraties geschiedt maandelijks of in
                            maandelijkse termijnen als er sprake is van een vergoeding op jaarbasis
                            tenzij het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, het
                            Rechtspositiebesluit wethouders of de Regeling rechtspositie wethouders
                            anders bepalen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente (</titel>
            </kop>
            <al>Raads- en commissieleden en wethouders dragen ten behoeven van het
                            vergoeden van kosten zorgen voor rechtstreekse toezending van de factuur
                            aan de gemeente.</al>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Verantwoording van de vergoeding door het raadslid, het commissielid
                            respectievelijk de wethouder vindt plaats door een door het college
                            vastgesteld formulier volledig in te vullen en te ondertekenen.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Facturen komen alleen voor vergoeding in aanmerking als voldaan wordt
                            aan de bepalingen in deze verordening. </al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Het formulier wordt ter goedkeuring ingediend bij de griffier,
                            respectievelijk de gemeentesecretaris en getekend door de voorzitter van
                            de raad c.q. van het college.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten (zie ook bij artikel
                                16)</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De declaratie van de kosten die uit eigen middelen vooruit zijn
                                betaald en de vergoeding van reiskosten met de eigen auto vindt
                                plaats door gebruikmaking van een door het college vastgesteld
                                formulier.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het formulier wordt binnen twee maanden na de betaling c.q. de datum
                                van de gemaakte rit volledig ingevuld en ondertekend door het raads-
                                of het commissielid respectievelijk de wethouder en ter goedkeuring
                                ingediend bij de griffier, respectievelijk de gemeentesecretaris
                                onder bijvoeging van de bewijsstukken. Het formulier word getekend
                                door de voorzitter van de raad c.q. van het college.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>V</nr>
            <titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>Intrekking oude regeling</titel>
            </kop>
            <al>De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden, zoals
                            vastgesteld door de raad van de gemeente Bellingwedde 24 mei 2007 wordt
                            ingetrokken.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze regeling treedt in werking op de dag nadat deze is bekendgemaakt en
                            werkt terug tot en met 1 juli 2014 dit met uitzondering van het bepaalde
                            in artikel 6 lid 1 van de “Verordening rechtspositie Wethouders, raads-
                            en commissieleden gemeente Bellingwedde 2015”, hiervoor geldt, dat deze
                            bepaling in werking treedt de 1<sup>e</sup> van de maand volgende op de
                            datum van vaststelling.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en commissieleden gemeente Bellingwedde 2015.</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus besloten door de raad van de gemeente Bellingwedde</al>
          <al>in zijn openbare vergadering van 12 februari 2015 </al>
          <al/>
          <al>De raadsgriffier, De voorzitter,</al>
          <al/>
        </slotformulering>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>§ 1 TOELICHTING </label>
          <label>ALGEMEEN</label>
        </kop>
        <al>
          <cursief>§ 1.1 Wettelijke regelingen</cursief>
        </al>
        <al>De regeling van de rechtspositie van wethouders, raadsleden en leden van
                    gemeentelijke commissies vindt op drie of vier niveaus plaats, te weten bij wet,
                    algemene maatregel van bestuur (AMvB), ministeriële regeling (alleen wethouders)
                    en gemeentelijke verordening. Wettelijk is voor wethouders in de Algemene
                    pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) de uitkering na aftreden en het
                    pensioen geregeld. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van
                    de rechtspositie van wethouders, raads- en commissieleden moet worden geregeld
                    bij of krachtens de wet (artikel 44 en 95 Gemeentewet, in de vorm van AMvB en
                    ministeriële regeling). Daartoe zijn tot stand gekomen het
                        <cursief>Rechtspositiebesluit wethouders </cursief>en het
                        <cursief>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</cursief>. In een
                    ministeriële regeling, de <cursief>Regeling rechtspositie wethouders</cursief>,
                    zijn sommige vergoedingen nader uitgewerkt. In deze wetten en nadere regelgeving
                    zijn alle voor de rechtspositie van belang zijnde onderwerpen geregeld. Een
                    aantal voorzieningen, zoals de hoogte van de bezoldiging en de verschillende
                    onkostenvergoedingen, is in de rechtspositiebesluiten overwegend geregeld in
                    dwingendrechtelijke bepalingen. </al>
        <al/>
        <al>De vergoedingen en regelingen voor raads- en commissieleden en wethouders die
                    bij of krachtens de wet (lees Gemeentewet, rechtspositiebesluit of regeling)
                    dwingendrechtelijk geregeld zijn, zijn niet opgenomen in deze verordening. Dit
                    betreft de vergoedingen voor:</al>
        <lijst>
          <li nr="">
            <al>1. De onkostenvergoedingen voor raadsleden en wethouders;</al>
            <al>2. de toelage voor fractievoorzitters, leden van de
                            vertrouwenscommissie, leden van de rekenkamerfunctie bedoeld in artikel
                            81oa Gemeentewet, dan wel van onderzoekscommissie zoals bedoeld in
                            artikel 115a, derde lid Gemeentwet;</al>
            <al>3. de compensatiemaatregelen voor raads- en commissieleden als zij een
                            WW, BWOO of arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben;</al>
            <al>4. de verstrekking van een computer;</al>
            <al>5. de voorzieningen bij ziekte en dienstongeval;</al>
            <al>6. de vergoeding voor de waarneming van het voorzitterschap van de
                            gemeenteraad;</al>
            <al>7. de voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en
                            bevalling of ziekte;</al>
            <al>8. de tegemoetkoming in de ziektekosten;</al>
            <al>9. voorzieningen voor raads- en commissieleden en wethouders meteen
                            fysieke beperking;</al>
            <al>10. de bezoldiging van de wethouders;</al>
          </li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>
          <cursief>§ 1.2. Hoofdlijnen gemeentelijke verordening</cursief>
        </al>
        <al>In de verordening zijn bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van
                    wethouders, raadsleden en leden van gemeentelijke commissies zover die niet
                    dwingend geregeld is in hogere wet- en regelgeving. De grondslag hiervoor is te
                    vinden in de Gemeentewet en genoemde rechtspositiebesluiten. Buiten hetgeen hun
                    bij of krachtens de wet is toegekend genieten wethouders als zodanig geen
                    inkomsten, in welke vorm dan ook, ten laste van de gemeente (artikel 44 lid 3
                    van de Gemeentewet). Dit betekent dat de rechtspositionele aanspraken voor
                    zittende wethouders uitsluitend te vinden zijn in respectievelijk de
                    Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit wethouders, de Regeling rechtspositie
                    wethouders en de plaatselijke Verordening rechtspositie wethouders, raads- en
                    commissieleden. Gewezen wethouders ontlenen hun aanspraak op een
                    ontslaguitkering en pensioen aan de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers
                    (Appa).</al>
        <al>Een soortgelijke bepaling als artikel 44 lid 3 Gemeentewet is voor raads- en
                    commissieleden opgenomen in artikel 99 lid 1 van de Gemeentewet. Het tweede lid
                    van die bepaling voegt daaraan toe dat bij gemeentelijke verordening aan raads-
                    en commissieleden voordelen, anders dan in de vorm van vergoedingen en
                    tegemoetkomingen, mogen worden toegekend. Daarvoor is wel de goedkeuring van
                    gedeputeerde staten vereist.</al>
        <al>De rechtspositionele aanspraken voor raads- en commissieleden zijn dan ook
                    uitsluitend te vinden in respectievelijk de Gemeentewet, het
                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en de plaatselijke Verordening
                    rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden.</al>
        <al>
          <cursief/>
        </al>
        <al>
          <cursief>§ 1.3. Afzonderlijke verordeningen</cursief>
        </al>
        <al>Sommige gemeenten geven er de voorkeur aan de lokale regeling voor wethouders en
                    voor raads- en commissieleden in afzonderlijke verordeningen op te nemen.
                    Daartegen bestaat geen bezwaar. In dat geval bestaat de Verordening
                    rechtspositie raads- en commissieleden uit de hoofdstukken I, II, IV, V en VI
                    van de modelverordening en de Verordening rechtspositie wethouders uit de
                    hoofdstukken I, III, IV, V en VI van de modelverordening.</al>
        <al>De verordening bevat bepalingen inzake:</al>
        <lijst>
          <li nr="">
            <al>1. de beloning voor de werkzaamheden van raads- en commissieleden
                            (artikelen 2 en 3). Voor wethouders is niets opgenomen omdat hun
                            bezoldiging uitputtend is geregeld in het Rechtspositiebesluit
                            wethouders;</al>
            <al>2. reis- en verblijfkosten van wethouders, raads- en commissieleden.
                            Voor wethouders is een onderscheid gemaakt tussen woon-werkverkeer en
                            zakelijke reizen (artikelen 4 en 5, 9 t/m 12);</al>
            <al>3. reis- en pensionkosten en verhuiskosten van de bij benoeming
                            verhuisplichtige wethouder (artikel 15);</al>
            <al>4. beschikbaarstelling van computer- en communicatieapparatuur aan
                            wethouders, raads- en commissieleden (artikelen 7 en 13) en uitwerking
                            van de bepaling over scholing voor raads- en commissieleden (artikel 6).
                            Voor wethouders moet dit laatste door het college geregeld worden;</al>
            <al>5. de procedure van uitbetalen en declareren (hoofdstuk IV);</al>
            <al>6. artikelen in verband met de juiste fiscale behandeling (artikel 8 en
                            16 en hoofdstuk V)</al>
          </li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>
          <cursief>§ 1.4 De arbeidsverhouding van de wethouder en het
                    raadslid</cursief>
        </al>
        <al>Raadsleden zijn niet in dienstbetrekking bij de gemeente. De gemeente is dus
                    niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het
                    raadslidmaatschap niet vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de
                    Werkloosheidswet, Ziektewet en WIA. Omdat er geen dienstbetrekking met de
                    gemeente is vallen raadsleden niet onder de Wet op de loonbelasting 1964 maar
                    worden hun inkomsten getoetst aan de Wet inkomstenbelasting 2001. Wel kan een
                    raadslid opteren voor de loonbelasting door te kiezen voor het fictief
                    werknemerschap (zie hieronder).</al>
        <al><cursief>Wethouders zijn</cursief> ingevolge de Ambtenarenwet als benoemde
                    bestuurders <cursief>in openbare dienst aangesteld</cursief> en vallen onder de
                    werking van die wet. Echter de bepalingen over het materiële ambtenarenrecht uit
                    de Ambtenarenwet zijn niet van toepassing op wethouders. Hun rechtspositie
                    wordt, zoals hiervoor is aangegeven, beheerst door specifieke wet- en
                    regelgeving . <cursief>De aanstelling in openbare dienst houdt voor de
                        toepassing van de fiscale wetgeving in dat sprake is van een
                        arbeidsverhouding die als <vet>dienstbetrekking</vet> wordt
                        aangemerkt</cursief>. Dit betekent dat wethouders direct onder de werking
                    van de Wet op de loonbelasting vallen. Wethouders vallen niet onder de werking
                    van de Ziektewet, Werkloosheidswet en WIA. Evenmin geldt voor hen de
                    pensioenvoorziening bij het ABP. De uitkering na aftreden en ouderdoms- en
                    nabestaandenpensioen zijn voor wethouders geregeld in de Algemene pensioenwet
                    politieke ambtsdragers (Appa). </al>
        <al>
          <cursief/>
        </al>
        <al>
          <cursief>§ 1.5. De loon- en inkomstenbelasting</cursief>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>§ 1.5.1. Opting-in-regeling</onderstreept>
        </al>
        <al>Raadsleden kunnen opteren voor de loonbelasting. Het raadslid kan met de
                    gemeente overeenkomen dat deze loonheffing inhoudt. Dat wordt de
                    ‘opting-in-regeling’ genoemd. De administratie van de gemeente is zodanig
                    ingericht dat wordt voldaan aan de daaraan gestelde wettelijke eisen. In een
                    gezamenlijke verklaring melden de gemeente en het raadslid aan de
                    Belastingdienst dat wordt geopteerd voor de loonbelasting. Als gezamenlijk wordt
                    gekozen voor het loonbelastingsysteem, dan draagt de gemeente de ingehouden
                    loonheffing af aan de Belastingdienst. Omdat een raadslid geen werknemer in de
                    formele zin van het woord is, valt hij zoals gezegd vanwege het
                    raadslidmaatschap niet onder de sociale zekerheidswetgeving. Om die reden worden
                    over de raadsvergoeding ook geen premies sociale zekerheid ingehouden. De
                    inkomsten worden als loon belast in box 1. Het raadslid hoeft in dat geval geen
                    administratie bij te houden. </al>
        <al>De Belastingdienst accepteert inmiddels ook van commissieleden de toepassing van
                    de opting-in-regeling.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>§ 1.5.2. </onderstreept>
          <onderstreept>Fiscale
                        standaardpositie</onderstreept>
        </al>
        <al>Als niet voor de loonbelasting wordt geopteerd, dan geldt voor het raadslid dat
                    hij voor de Wet inkomstenbelasting 2001 resultaat uit een werkzaamheid geniet.
                    In dat geval is het winstsysteem van toepassing. Betrokkene moet dan alle
                    ontvangsten verantwoorden als winst en kan de gemaakte kosten daarop in
                    mindering brengen. Raadsleden die gekozen hebben voor de standaardregeling
                    zullen dan ook over de netto-onkostenvergoeding inkomstenbelasting moeten
                    betalen, tenzij zij aan de hand van bewijsmateriaal aan kunnen tonen dat de
                    vergoeding is besteed aan onkosten voortvloeiend uit het raadslidmaatschap.</al>
        <al>Betrokkenen kunnen bij de aangifte inkomstenbelasting hun werkelijke
                    beroepskosten, met inachtneming van een aantal wettelijke beperkingen en
                    normeringen, in mindering brengen op hun belastbaar inkomen (belastbare
                    resultaat). De gemeente dient jaarlijks alle betalingen en verstrekkingen op
                    grond van deze verordening aan de Belastingdienst te melden middels een opgave
                    IB47. Verstrekkingen moeten naar de waarde in het economische verkeer worden
                    opgegeven. Het daadwerkelijk zakelijk gebruik leidt dan tot aftrek. </al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>§ 1.5.3. Eenmalige keuze per zittingsperiode </onderstreept>
        </al>
        <al>De keuze om al of niet te opteren voor de loonbelasting kan voor het raadslid
                    ingrijpende gevolgen hebben. De beslissing om voor de loonbelasting te opteren
                    kan eenmaal per zittingsperiode worden gemaakt en geldt in beginsel voor de
                    (resterende) zittingsperiode. Wel kan betrokkene als spijtoptant terugkomen op
                    deze beslissing voor de resterende periode. Opteren voor de loonbelasting hoeft
                    niet bij aanvang van de zittingsperiode te gebeuren, maar kan ook gedurende de
                    zittingsperiode voor de resterende periode. Geadviseerd wordt dit per fiscaal
                    jaar te doen on zo niet te maken te krijgen met ingewikkelde verrekeningen.
                    Overigens kan overgaan van niet opting in naar niet opting in (dus loonbelasting
                    laten heffen over de vergoeding) alleen op aanvraag bij de fiscus en dan nog
                    alleen na akkoord van de fiscus.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>§ 1.6. De vergoedingensystematiek</onderstreept>
        </al>
        <al>Voor de uitoefening van het politieke ambt moeten bestuurders niet het eigen
                    inkomen hoeven aan te spreken. Een adequate vergoedingssystematiek is daarom van
                    belang. Waar er functionele uitgaven zijn, verdient het aanbeveling terughoudend
                    te zijn met een financieringswijze waarin de bestuurder deze uit eigen middelen
                    vooruit betaalt en de gemeente ze terugbetaalt. Eigen middelen en publieke
                    middelen moeten zo veel mogelijk gescheiden worden gehouden. Vanuit die
                    overweging heeft het de voorkeur de kosten direct in rekening te brengen bij de
                    gemeente. Aan de mogelijkheid om zo nodig declaraties in te dienen zal echter
                    behoefte blijven bestaan.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>§ 1.7. Controle en verantwoording</onderstreept>
        </al>
        <al>Voor de bestuurlijke uitgaven is – net als voor de besteding van alle andere
                    publieke middelen – transparantie van groot belang. Daartoe dienen enerzijds
                    inzichtelijke regels en richtlijnen die voor het vergoedingen- en
                    voorzieningenstelsel gelden en anderzijds een duidelijke verantwoording van het
                    daadwerkelijk gebruik. Op deze wijze kan worden voorkomen dat er onnodige
                    discussies plaatsvinden omtrent het gebruik van onkostenregelingen of
                    voorzieningen door gemeentebestuurders en over de eventueel verschuldigde
                    belasting.</al>
        <al>Dat is ook in hun belang omdat zij hun functie moeten kunnen uitoefenen zonder
                    te worden gehinderd door onzekerheden omtrent de financiering van de functionele
                    uitgaven. Daartoe is vereist dat er een zodanig sluitende financiële en
                    administratieve organisatie is ingericht dat er vertrouwen kan bestaan omtrent
                    de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven.</al>
        <al>In hoofdstuk IV is in verband hiermee, in aanvulling op de in de beheers- en
                    controlever­ordening vastgestelde regels, een aantal belangrijke procedures
                    vastgelegd over recht­streekse facturering van functionele uitgaven, declaratie
                    van vooruitbetaalde kosten en het gebruik van creditcards. Daarnaast moeten in
                    de bruikleenovereenkomsten heldere af­spraken vastgelegd over het gebruik van
                    computer- en communicatie-apparatuur die be­schikbaar wordt gesteld voor de
                    uitoefening van de politieke functie. In aanvulling hierop is een gedragscode
                    ontwikkeld waarin nadere gedragsregels zijn vastgelegd. Aansluiting is gezocht
                    bij de door de raad op 8 november 2012 vastgestelde ‘Integriteitscode politieke
                    ambtsdragers Gemeente Bellingwedde 2012.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet> ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet>
        </al>
        <al>
          <cursief/>
        </al>
        <al>
          <cursief>Artikel 2 Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</cursief>
        </al>
        <al>In dit artikel is het presentiegeld voor leden van gemeentelijke commissies die
                    zijn ingesteld op basis van artikel 82 t/m 84 Gemeentewet geregeld. Deze
                    bepaling geldt niet voor raadsleden en wethouders die in de commissie zitten
                    (uitgezonderd in artikel 96 Gemeentewet). Uitgezonderd zijn verder onder meer
                    ambtenaren (op grond van artikel 1 rechtspositiebesluit raads- en
                    commissieleden), en medewerkers en bestuurders van door de gesubsidieerde
                    organisaties die in die hoedanigheid in de commissie zitting hebben. </al>
        <al>De hoogte van het presentiegeld wordt bepaald op een vast bedrag per
                    inwonersklasse overeenkomstig het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
                    De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties indexeert jaarlijks
                    per 1 januari het bedrag zoals dat is herzien aan de hand van het indexcijfer
                    Cao lonen overheid.</al>
        <al>Het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en de Gemeentewet bieden de
                    mogelijkheid om in de gemeentelijke verordening te regelen dat in bepaalde
                    gevallen een hoger bedrag aan presentiegeld wordt toegekend dan het eerder
                    bedoelde bedrag. Deze mogelijkheid is geregeld in het vierde lid. Er kan gekozen
                    worden voor een procentuele verhoging, maar het is ook mogelijk om het bedrag
                    uit een hogere inwonersklasse te kiezen.</al>
        <al>
          <cursief/>
        </al>
        <al>
          <cursief>Artikel 3 Reis- en verblijfkosten raads- en
                    commissieleden</cursief>
        </al>
        <al>De Gemeentewet voorziet niet in een vergoeding voor ‘woon-werkverkeer’ voor
                    raadsleden. Het is dan ook in strijd met artikel 99 van lid 1 van de Gemeentewet
                    als raadsleden van de gemeente een vergoeding ontvangen voor reizen binnen het
                    grondgebied van de gemeente.</al>
        <al>Artikel 97 van de Gemeentewet voorziet voor raads- en commissieleden wel in een
                    vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor reizen buiten het grondgebied van
                    de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur zij het
                    dat dit slechts kan op basis van regels bij verordening door de gemeenteraad
                    vastgesteld.</al>
        <al>Aan commissieleden kan krachtens artikel 96, eerste lid, van de Gemeentewet
                    echter wel een vergoeding worden gegeven voor de reis- en verblijfkosten in
                    verband met reizen binnen de gemeente.</al>
        <al>De vergoeding voor noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten is
                    niet nader ingevuld. Daarmee is dit een lokale aangelegenheid </al>
        <al>Omdat in het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden verder geen eigen
                    vergoedingsregeling is opgenomen, is aansluiting gezocht bij de
                    vergoedingsregelingen voor wethouders. </al>
        <al/>
        <al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    verstrekte vergoedingen bij de aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten
                    worden verantwoord. De reiskosten kunnen binnen de geldende randvoorwaarden als
                    aftrekbare beroepskosten worden opgevoerd.</al>
        <al/>
        <al>Artikelen 4 en 10 Buitenlandse dienstreis</al>
        <al>Gemeenteraden, delegaties daaruit of wethouders maken wel eens in het
                    gemeentelijk belang excursies of reizen naar het buitenland. Hiervoor moet de
                    gemeenteraad expliciet toestemming verlenen. De reis of excursie wordt in alle
                    gevallen door of vanwege de gemeente georganiseerd. </al>
        <al>Bij buitenlandse dienstreizen in het gemeentelijk belang kunnen aan de wethouder
                    de in redelijkheid gemaakte werkelijke reis- en verblijfkosten worden vergoed.
                    De tarieven in het voor het rijkspersoneel geldende Reisbesluit buitenland zijn
                    daarbij richtsnoer. </al>
        <al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economische verkeer bij de
                    aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de
                    gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten
                    kunnen worden opgevoerd.</al>
        <al/>
        <al>Artikelen 5 Scholing</al>
        <al>Op grond van artikel 13 lid 1 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                    commissieleden komt niet partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de
                    vervulling van de functie van raads- of commissielidmaatschap ten laste van de
                    gemeente. In dit artikel is de procedure verder uitgewerkt</al>
        <al>Gezien de aard en duur van het ambt liggen voor raads- en commissieleden
                    opleidingen voor de hand die gericht zijn op het persoonlijk functioneren in het
                    ambt. </al>
        <al>Scholing is <cursief>functiegericht</cursief> als zij beoogt de voor de functie
                    benodigde vakkennis en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. </al>
        <al>Onder deze scholingskosten worden verstaan de cursus- en lesgelden, de kosten
                    van het studiemateriaal, examen- en diplomakosten en de aanschafkosten van
                    verplicht gesteld studiemateriaal, alsmede reis- en verblijfkosten in het kader
                    van de opleiding.</al>
        <al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economische verkeer bij de
                    aangifte inkomstenbe­lasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de
                    gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten
                    kunnen worden opgevoerd.</al>
        <al>De raad kan bij verordening nadere regels stellen omtrent het maximale bedrag
                    voor de scholing die voor vergoeding in aanmerking komt. Deze mogelijkheid is
                    geboden in de kapstokbepaling in het vierde lid.</al>
        <al>Het zesde lid bevat een hardheidsclausule. Mocht de griffier behoefte hebben aan
                    extra oordeel of de gevraagde vergoeding binnen de geldende regels voor
                    vergoeding in aanmerking komt, dan kan aan de gezamenlijke fractievoorzitters in
                    de raad om een oordeel gevraagd worden.</al>
        <al/>
        <al>Artikelen 6 en 11 Computer <cursief/></al>
        <al>In het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en het Rechtspositiebesluit
                    wethouders is geregeld dat het raads- of commissielid, respectievelijk de
                    wethouder van de gemeente een computer in bruikleen krijgt verstrekt of een
                    vergoeding ontvangt voor de aanschaf of het gebruik van zijn eigen computer. De
                    vergoeding is daarom niet in strijd met artikel 99 van de Gemeentewet. Deze
                    aanspraken kunnen echter alleen worden verstrekt wanneer dat is vastgelegd in
                    een verordening. De vergoeding voor (het gebruik van) een eigen pc is belast. De
                    belastingheffing mag niet worden gecompenseerd. </al>
        <al>Bij besluit van 13 februari 2014 heeft de raad van de gemeente Bellingwedde het
                    papierloos vergaderen ingevoerd per 19 maart 2014. Uitgangspunt hierbij was het
                    motto ‘bring your own device’. Dit laatste was mede ingegeven door het toen
                    geldende fiscale regime welke er op neer kwam, dat om een iPad (dan wel ander
                    apparaat) onbelast in bruikleen dan wel in eigendom te mogen verstrekken de iPad
                    ten minste voor 90% zakelijk gebruikt dient worden. De Belastingdienst stelt in
                    dit regime hoge voorwaarden aan het aantonen van dit zakelijk gebruik. Zo zou op
                    de iPads (dan wel ander apparaat) niet-zakelijk internetgebruik en het
                    installeren van niet-zakelijke apps moeten worden beperkt en de regionale
                    overheid en lokale overheid zouden het gebruik moeten monitoren. Bij de
                    besluitvorming in februari jl. was het is niet aannemelijk te maken, dat
                    zakelijk gebruik van ten minste 90% door de gemeenteraadsleden aannemelijk te
                    maken zou zijn. </al>
        <al>Opgemerkt dient nog te worden, dat met het oog op de diverse wijzigingen in de
                    rechtspositie (met name de hogere onkostenvergoeding per 1 juli 2014) de
                    onkosten­vergoeding voor gebruik internet (nu nog € 22,00 per maand) is komen te
                    vervallen. Daarbij wordt tevens beargumenteerd, dat een internetaansluiting
                    heden ten dage algemeen ge­bruikelijk is. </al>
        <al>Toegevoegd is dat raadsleden een maandelijks vergoeding voor het gebruik van de
                    eigen computer/laptop/tablet van € 30,00 bruto ontvangen. </al>
        <al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economisch verkeer bij de
                    aangifte inkomstenbe­lasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de
                    gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten
                    kunnen worden opgevoerd.</al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Artikelen 7 en 14 Werkkostenregeling</al>
        <al>In verband met de werkkostenregeling moeten een aantal netto-vergoedingen en
                    verstrek­kingen door de gemeente aangewezen worden als eindheffingsbestanddeel.
                    Anders worden deze door de belastingdienst als loon gezien en moet hierover
                    belasting worden inge­houden. Ook de vergoedingen en verstrekkingen die door de
                    belastingdienst gezien worden als gerichte vrijstelling of voor nihil waardering
                    in aanmerking komen moeten in eerste instantie wel aangewezen worden. In een
                    later stadium wordt dan (in de financiële administratie) aangegeven dat dit
                    gerichte vrijstellingen of nihil waarderingen betreft.</al>
        <al/>
        <al>Artikelen 8 en 9 Reiskosten woon-werk en zakelijke reiskosten</al>
        <al>Voor wethouders is in artikel 8 een belastingvrije vergoeding voor het
                    woon-werkverkeer geregeld overeenkomstig de bepalingen bij en krachtens het
                    Rechtspositiebesluit wethouders en de Regeling rechtspositie wethouders. </al>
        <al>Op grond van artikel 9 worden zakelijke reiskosten, vergoed overeenkomstig de
                    bepalingen bij en krachtens het Rechtspositiebesluit wethouders en de Regeling
                    rechtspositie wethouders.</al>
        <al>Bij gebruik van een eigen personenauto voor dienstreizen ontvangen wethouders
                    een bedrag van € 0,37 bruto per kilometer (zie artikel 4, onderdeel b, en
                    artikel 5a, onder 1, van de Regeling rechtspositie wethouders). De hoogte van
                    deze vergoeding is geënt op de ‘hoge’ kilometervergoeding die geldt voor het
                    rijkspersoneel op grond van het Reisbesluit en Reisregeling binnenland. Op grond
                    van artikel 5, tweede lid, van de regeling wordt onder openbaar vervoer voor
                    dienstreizen eveneens verstaan een veerpont of een veerboot. Tol- en
                    parkeerkosten worden niet genoemd in de regeling en mogen daarom op grond van
                    artikel 44 lid 3 Gemeentewet niet vergoed worden. </al>
        <al>Verblijfkosten zijn zakelijk gebruikte maaltijden en kosten voor overnachting en
                    geen parkeerkosten.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 12 Communicatieapparatuur</al>
        <al>Vergoedingen of verstrekkingen van een mobiele telefoon (dit zal de meest
                    gebruikte communicatieapparatuur zijn) zijn geheel onbelast als het zakelijk
                    gebruik meer dan 10% bedraagt.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 13 Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</al>
        <al>Ook personen van buiten de gemeenteraad kunnen tot wethouder worden benoemd. Dat
                    kunnen ook personen zijn die niet in de gemeente zelf wonen (artikel 36a lid 2
                    Gemeente­wet). Die zijn op grond van de Gemeentewet verplicht om te gaan wonen
                    in de gemeente waar zij wethouder zijn geworden. In artikel 17 is geregeld dat
                    zij bij verhuizing naar de gemeente in aanmerking komen voor een
                    verhuiskostenvergoeding en eventueel voor vergoeding van reis- en pensionkosten
                    in afwachting van de verhuizing volgens de bepalingen in artikel 1 en 2 van de
                    Regeling Rechtspositie Wethouders. De vergoedingen zijn onbelast.</al>
        <al/>
        <al>Artikelen 15 t/m 17 De procedure van declaratie</al>
        <al>In de verordening zijn de drie wijzen van betaling aangegeven. Ook is aangegeven
                    in welke gevallen welke betalingswijze aan de orde is en welke
                    procedurevoorschriften in achtgenomen moeten worden. Hierbij gaat de voorkeur
                    uit naar rechtstreeks facturering bij de gemeente, en daarna declaratie van
                    vooruitbetaalde kosten of gebruik van de gemeentelijk creditcard, waarbij deze
                    laatste twee afhankelijk zijn van de situatie.</al>
        <al>Aangesloten is voorts bij de door de raad op 8 november 2012 vastgestelde
                    Integriteitscode politieke ambtsdragers gemeente Bellingwedde 2012, artikel
                    5.2.</al>
        <al/>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
