<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>352225_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onroe­rende-zaakbelastingen Bellingwedde 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bellingwedde</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-06</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.bellingwedde.nl/actueel/gemeenteberichten-streekblad_41585/toon-nieuwsbrief/berichten-streekblad-10-december-2014_14063.html">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroe­rende-zaakbelastingen Bellingwedde 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>ERORDENING ONROERENDE-ZAAKBELASTINGEN 2015</vet></al><al></al><al>Nr. 15/15-2</al><al></al><al>de r a a d van de gemeente Bellingwedde;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 9
                        december 2014,</al><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al><al></al><al><onderstreept>b e s l u i t
                    </onderstreept><onderstreept>:</onderstreept></al><al></al><al>vast te stellen de:</al><al></al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering va</vet><vet>n</vet><vet>
                        onroerende-zaakbelastingen 201</vet><vet>5</vet><vet>.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam "onroerende-zaakbelastingen" worden ter zake van binnen de
                            gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een onroerende zaak al dan niet krachtens eigendom,
                                    bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te
                                    noemen: gebruikersbelasting.</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen :
                                    eigenarenbelasting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak
                                    in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die
                                    dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in
                                    gebruik heeft gegeven is bevoegd de belasting als zodanig te
                                    verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                    volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                    belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter
                                    beschikking is gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                            begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                            vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde
                            voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt
                            de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                            toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18, 20,
                            tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij het bepalen van de
                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is
                            geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de
                            waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                                    cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
                                    ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt
                                    voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
                                    ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de
                                    kweek of teelt van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan
                                    bestaat uit de in onderdeel a. bedoelde grond;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de
                                    openbare eredienst of voor het houden van openbare
                                    bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, één en
                                    ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken
                                    die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de
                                    voet van de Natuurschoonwet 1928 (Stb. 1989, 252) aangewezen
                                    landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid, onderdeel
                                    b, van die wet bedoelde voorwaarden met uitzondering van de
                                    daarop voorkomende gebouwde eigendommen;</al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                    heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door
                                    rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich
                                    uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon
                                    ten doel stellen, beheerd worden;</al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer
                                    per rail, één en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden
                                    beheerd door organen, instellingen of diensten van
                                    publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen
                                    van zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                    afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                    diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering
                                    van de delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                    afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die
                                    werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als
                                    gebouwde eigendommen zijn aan te merken;</al></li><li nr="j."><al>onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden
                                    gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met
                                    uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd
                                    zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs;</al></li><li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde
                                    eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten
                                    gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het
                                    verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten,
                                    verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen,
                                    banken, abri's, hekken en palen;</al></li><li nr="l."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in
                                    beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht;</al></li><li nr="m."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, één en ander met
                                    uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen
                                    als woning.</al></li><li nr="n."><al>gebouwde eigendommen met inbegrip van de ondergrond en hun
                                    gebouwde en ongebouwde aanhorigheden, die in hoofdzaak zijn
                                    bestemd of worden gebruikt voor de beoefening van sport, mits
                                    daarbij geen winstdoeleinden worden beoogd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste lid
                            bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor
                            zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom,
                            bezit of beperkt recht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten
                            de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot
                            woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                            woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf.</al><al> Het percentage bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de gebruikersbelasting 0,1582 %</al></li><li nr="b."><al>bij de eigenarenbelasting</al><lijst><li nr="1."><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning
                                            dienen 0,1930 %</al></li><li nr="2."><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning
                                            dienen 0,1938 %</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden
                            afgerond op gehele euro’s.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Belastingaanslagen van minder dan € 9,-- worden niet opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bepaalde in het derde lid wordt het totaal
                            van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                            onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één
                            belastingaanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanslagen, die worden opgelegd in het belastingjaar waarop zij
                                betrekking hebben, moeten worden betaald in twee gelijke termijnen.
                                De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de eerste maand
                                volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                vermeld. De tweede termijn vervalt twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>In gevallen bedoeld in het eerste lid, geldt in afwijking, in
                                zoverre, van het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen
                                door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening
                                van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de
                                aanslagen moeten worden voldaan in zoveel gelijke termijnen als er
                                na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het
                                belastingjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal
                                termijnen tenminste zes bedraagt.De eerste termijn vervalt één maand
                                na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
                                termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing op aanslagen
                                waarvan:</al><lijst><li nr="a."><al>de dagtekening op of na 1 juli van het betreffende
                                        belastingjaar ligt;</al></li><li nr="b."><al>het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet verenigde
                                        aanslagen lager is dan € 70,--;</al></li><li nr="c."><al>het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet verenigde
                                        aanslagen hoger is dan € 2.500,--.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders.</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de
                        onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De "Verordening onroerende-zaakbelastingen Bellingwedde 2014" van 19
                                december 2013 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid
                                genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij
                                van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening
                                onroerende-zaakbelastingen Bellingwedde 2015".</al></li></lijst><al></al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door de raad der gemeente Bellingwedde</al><al>in zijn openbare vergadering van 18 december 2014.</al><al></al><al>De griffier, De voorzitter, </al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>