<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>351411_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag Gemeente Menterwolde 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Menterwolde</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-02</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-10788.html">Gemeenteblad Jaargnag 2015 Nr. 10788</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag Gemeente Menterwolde 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0015703">artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van de Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-07-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nvt</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>No.: 4f/9</al><al>De raad van de gemeente Menterwolde;</al><al>gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van de
                        Participatiewet;</al><al>B E S L U I T :</al><al>vast te stellen de :</al><al><vet>Verordening individuele studietoeslag </vet><vet>Gemeente
                        Menterwolde</vet><vet></vet><vet>2014</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Indienen aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 36 b, eerste lid, van de
                        Participatiewet, wordt ingediend middels een door het college vastgesteld
                        formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>Het college beoordeelt of een persoon niet in staat is tot het verdienen van
                        het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden heeft tot
                        arbeidsparticipatie. Indien het college hier onvoldoende zicht op heeft,
                        wordt advies aan een te zake doende arbeidsdeskundige gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Toekenning en verstrekking individuele studietoeslag</titel></kop><al>Een individuele studietoeslag wordt toegekend voor twaalf maanden en in
                        twaalf gelijke, maandelijkse delen betaalbaar gesteld, voor zolang de
                        betreffende persoon voldoet aan de voorwaarden voor de individuele
                        studietoeslag zoals bepaald in de Participatiewet. Vervolgens kan een nieuw
                        verzoek worden ingediend voor telkens de duur van twaalf maanden waarbij het
                        recht op toeslag direct vervalt zodra belanghebbende niet meer voldoet aan
                        de voorwaarden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele studietoeslag bedraagt € 100,- per maand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt jaarlijks op 1 januari
                            aangepast overeenkomstig de consumentenprijsindex zoals vastgesteld door
                            het Centraal Bureau voor de Statistiek en zoals gehanteerd door Kluwer
                            Schulinck. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele studietoeslag
                        gemeenteMenterwolde 2014.</al><al></al><al></al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al> Muntendam, 30 oktober 2014</al><al> De raad voornoemd,</al><al> De voorzitter, De griffier</al><al> (E.A. van Zuijlen) (F.A.P. Grit)</al><al></al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING</vet></al><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                        Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                        mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                        minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als
                        ze studeren. </al><al>Het afronden van een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt. Een
                        diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand gemotiveerd is en veel
                        in zijn mars heeft.</al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje
                        in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen
                        een stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                        stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een
                        studie te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het
                        feit dat het voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met
                        een bijbaan (TK 2013-2014, 33 161, nr.125, p. 2).</al><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van
                        bijzondere bijstand (artikel 5,onderdeel d, van de Participatiewet). De
                        individuele studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is
                        een inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat
                        ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen.</al><al></al><al><vet>Verordeningsplicht</vet></al><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in
                        een verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                        studietoeslag. Deze verordening opdracht is neergelegd in artikel 8, eerste
                        lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval
                        betrekking hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de
                        individuele studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de
                        Participatiewet).</al><al></al><al><vet>Voorwaarden individuele studietoeslag</vet></al><al><vet></vet></al><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                        arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van
                        de Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele
                        studietoeslag. Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt
                        overigens zowel over verzoek als aanvraag. Het college kan op een dergelijk
                        verzoek – gelet op de individuele omstandigheden van een persoon - een
                        individuele studietoeslag verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op
                        de datum van de aanvraag:</al><lijst><li nr="-"><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="-"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                schoolkosten;</al></li><li nr="-"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van
                                de Participatiewetheeft; </al><al></al><al>en</al><al>-een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot
                                het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden
                                tot arbeidsparticipatie heeft.</al></li></lijst><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                        WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                        studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen.</al><al>Het recht op studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen
                        opleiding, leeftijd en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is
                        niet in de Participatiewet geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen
                        van een individuele studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het
                        recht op een individuele studietoeslag is het dan ook voldoende dat een
                        persoon recht heeft op studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon
                        zal - als aanvrager van de toeslag -aannemelijk moeten maken dat hij recht
                        op studiefinanciering of een tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een
                        beschikking van DUO of door een bewijs van inschrijving bij een bepaalde
                        opleiding te overleggen.</al><al></al><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van
                        toepassing bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b,
                        tweede lid, van de Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend bij
                        het college. Een individuele studietoeslag kan niet als lening worden
                        verstrekt als een persoon met de studietoeslag schulden wil aflossen.
                        Artikel 49 van de Participatiewet is namelijk niet van toepassing op de
                        individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet).
                        Ook artikel 52 van de Participatiewet is niet van toepassing op de
                        individuele studietoeslag (artikel 36b,tweede lid, van de Participatiewet).
                        Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan worden verstrekt in de
                        vorm van een voorschot.</al><al></al><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>indienen verzoek</titel></kop><al>Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een
                        individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid, van de
                        Participatiewet). Een persoon dient op datum van de aanvraag aan de
                        voorwaarden te voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de
                        Participatiewet. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon,
                        een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag
                        dient in beginsel schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de
                        Awb).</al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als
                        bedoeld in artikel 36b,eerste lid, van de Participatiewet moet worden
                        ingediend, bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet
                        worden gedaan middels een door het college vastgesteld formulier. Een
                        verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1
                        van de Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de
                        Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en het
                        adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de
                        beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De
                        aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op
                        de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan
                        krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb). Een mondeling verzoek kan
                        hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om individuele
                        studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon</titel></kop><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het
                        college op verzoek van eenpersoon, gelet op diens individuele
                        omstandigheden, een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval
                        indien een persoon op de datum van de aanvraag:</al><lijst><li nr="-"><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="-"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                schoolkosten;</al></li><li nr="-"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van
                                de Participatiewetheeft; </al></li></lijst><al>en</al><al>-een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het
                        verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot
                        arbeidsparticipatie heeft.</al><al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium beoordeelt het college aan
                        de hand van beschikbare gegevens van het Uitvoeringsinstituut
                        Werkgeversverzekeringen (UWV), eventuele eerdere medische keuringen en
                        informatie vanuit het netwerk, zoals bijvoorbeeld school, of een persoon
                        hieraan voldoet. Indien dit onvoldoende uitsluitsel geeft, wordt advies van
                        een arbeidsdeskundige ingewonnen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen</titel></kop><al>Een studietoeslag wordt toegekend voor een periode van 12 maanden. Om recht
                        te doen aan de functie van inkomensondersteuning, wordt deze toeslag in
                        gelijke maandelijkse delen uitbetaald. Aangezien het ongewenst is dat de
                        toeslag blijft doorlopen na het beëindigen van de studie, is tevens bepaald
                        dat de toeslag stopt zodra betrokkene niet meer voldoet aan de voorwaarden,
                        bijvoorbeeld doordat de studie wordt beëindigd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><al>In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele
                        studietoeslag geregeld. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die
                        voldoet aan de voorwaarden toegekend. Een individuele studietoeslag wordt
                        gerelateerd aan die component van de studietoeslag die de student geacht
                        wordt zelf bij te verdienen of te lenen bij DUO, zoals uiteengezet in
                        paragraaf 3.1 van de Wet Studiefinanciering 2000. Dit is immers dat deel van
                        de studiefinanciering dat de student zelf dient in te brengen door te werken
                        of te lenen en vormt dat deel van de studiefinanciering dat een drempel kan
                        vormen voor arbeidsgehandicapten om te gaan studeren. Om studenten met een
                        arbeidshandicap niet te bevoordelen ten opzichte van studenten zonder
                        arbeidshandicap, wordt er voor gekozen de individuele studietoeslag te
                        stellen op een lager bedrag. Het is immers ook voor studenten zonder
                        arbeidshandicap niet altijd mogelijk om zelf bij te verdienen, omdat zij al
                        hun tijd en aandacht nodig hebben om de studie succesvol te doorlopen. Deze
                        studenten dienen ook te lenen. De Rijksbijdrage staat toe om alle studenten,
                        die naar verwachting aanspraak zullen maken op individuele studietoeslag,
                        een toeslag ter hoogte van € 100,- te vergoeden. Met de verlening van een
                        studietoeslag van € 100,- meent de gemeente de drempel om te studeren voor
                        arbeidsgehandicapten aanzienlijk te verlagen.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>