<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>349253_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag gemeente Bellingwedde 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bellingwedde</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-12-23</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.bellingwedde.nl/actueel/gemeenteberichten-streekblad_41585/toon-nieuwsbrief/berichten-streekblad-12-november-2014_13849.html">Gemeenteberichten Streekblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag gemeente Bellingwedde</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 8, eerste lid, onder c, van de Participatiewet.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bellingwedde</al><al></al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 september
                        2014;</al><al></al><al>overwegende dat het noodzakelijk is op grond van artikel 8, eerste lid,
                        onder c, van de Participatiewet regels te stellen over het verlenen van
                        de individuele studietoeslag;</al><al></al><al><vet><onderstreept>B e s l u i
                        t</onderstreept></vet></al><al></al><al>vast te stellen de;</al><al><vet>“Verordening individuele studietoeslag
                    </vet><vet>gemeente Bellingwedde</vet><vet>
                        2015”</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt
                                verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>studietoeslag: individuele studietoeslag als bedoeld in artikel
                                36b, eerste lid, van de Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>wet: Participatiewet.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Studietoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Een verzoek om een studietoeslag wordt ingediend door middel van een
                            door het college vastgesteld formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een persoon kan eenmaal binnen een periode van twaalf maanden in
                                aanmerking komen voor een studietoeslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De studietoeslag wordt toegekend voor een periode van twaalf maanden
                                of, indien de duur van de opleiding korter is, voor de periode dat
                                belanghebbende de opleiding volgt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>De studietoeslag bedraagt € 100 per maand. Dit bedrag wordt jaarlijks
                            geïndexeerd conform de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex voor
                            het Centraal Bureau van de Statistiek. De bedragen worden afgerond op
                            hele euro’s.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>De studietoeslag wordt eenmalig als één bedrag uitbetaald. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De Toeslagenverordening Wet werk en bijstand gemeente Bellingwedde 2013
                            wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><al>Het college zendt tweejaarlijks aan de gemeenteraad een verslag over de
                            doeltreffendheid van de verordening. Het verslag bevat in ieder geval
                            het oordeel van de Wmo/Wwb-raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele
                                studietoeslag gemeente Bellingwedde.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de
                        gemeente Bellingwedde d.d. 23 oktober 2014.</al><al></al><al>De voorzitter, De griffier,</al><al></al><al>J.F. Snijder-Hazelhoff P.D. Nap</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting </titel></kop><tussenkop><onderstreept>Algemeen deel</onderstreept></tussenkop><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                    Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                    mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn
                    minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als ze
                    studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt.
                    Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand gemotiveerd is en veel
                    in zijn mars heeft.</al><al></al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje in
                    de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is drempel om te lenen een stuk
                    hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling stimuleert
                    mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie te gaan
                    volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het voor deze
                    groep vaak moeilijk is een studie te combineren met een bijbaan (Kamerstukken
                    II, 2013/14, 33 161, nr. 125, p. 2).</al><al></al><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere
                    bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De individuele
                    studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                    inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze niet
                    in staat zijn het minimumloon te verdienen. </al><tussenkop></tussenkop><tussenkop>Verordeningsplicht</tussenkop><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in een
                    verordening regels te stellen over het verlenen van een individuele
                    studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8, eerste lid,
                    onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval betrekking
                    hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele
                    studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet).</al><tussenkop></tussenkop><tussenkop>Discretionaire bevoegdheid</tussenkop><al>Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire bevoegdheid
                    van het college. Dit betekent dat het college aan personen die voldoen aan de
                    voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet, een individuele
                    studietoeslag kan toekennen, maar hiertoe niet is gehouden. Het college kan in
                    beleidsregels aangeven of bepaalde groepen niet in aanmerking komen voor een
                    studietoeslag. Het college kan in plaats daarvan, en in aanvulling op artikel
                    36b, eerste lid, van de Participatiewet, in beleidsregels aangeven wie, wanneer
                    en op grond van welke nadere voorwaarden recht heeft op een individuele
                    studietoeslag. </al><tussenkop></tussenkop><tussenkop>Voorwaarden</tussenkop><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de
                    Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag.
                    Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt zowel over een verzoek
                    als over een aanvraag. Het college kan op een dergelijk verzoek, gelet op de
                    individuele omstandigheden van een persoon, een individuele studietoeslag
                    verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op de datum van de aanvraag:</al><lijst><li nr="-"><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="-"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                            studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond
                            van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                            schoolkosten, en</al></li><li nr="-"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid
                            niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon doch
                            wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.</al></li></lijst><al></al><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                    WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                    studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding, leeftijd
                    en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt, is niet in de
                    Participatiewet geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een
                    individuele studietoeslag op grond van voornoemde wet.</al><al></al><al>Voor het recht op een individuele studietoeslag is het dan ook voldoende dat een
                    persoon recht heeft op studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal
                    - als aanvrager van de toeslag – aannemelijk moeten maken dat hij recht heeft op
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een
                    beschikking van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) of een bewijs van
                    inschrijving bij een bepaalde opleiding te overleggen.</al><al></al><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van toepassing op
                    het verlenen van individuele studietoeslag, zoals blijkt uit artikel 36b, tweede
                    lid, van de Participatiewet. De aanvraag moeten worden ingediend bij het
                    college. De individuele studietoeslag kan niet als lening worden verstrekt als
                    een persoon met de studietoeslag schulden wil aflossen. De individuele
                    studietoeslag kan niet worden verstrekt in de vorm van een voorschot.</al><tussenkop kopopmaak="ondlijn"><vet><onderstreept>Artikelsgewijze
                            toelichting</onderstreept></vet></tussenkop><tussenkop></tussenkop><tussenkop kopopmaak="vetcur">Artikel 2 Indienen verzoek</tussenkop><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door personen
                    als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet. Dit
                    betreft personen die het college ondersteunt bij arbeidsinschakeling:</al><lijst><li nr="-"><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdelen b en
                            c, 35, vierde lid, onderdelen b en c, en 36, derde lid, onderdelen b en
                            c, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen tot het moment dat
                            het inkomen uit arbeid uit dienstbetrekking gedurende twee
                            aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve
                            van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in
                            artikel 10d van de Participatiewet is verleend.</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikelen 10, tweede lid, van de
                            Participatiewet.</al></li><li nr="-"><al>personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de
                            Algemene nabestaandenwet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en</al></li><li nr="-"><al>niet-uitkeringsgerechtigden.</al></li></lijst><al>Het college kan aan deze personen op een daartoe strekkend verzoek een
                    individuele studietoeslag verlenen op grond van artikel 36b, eerste lid, van de
                    Participatiewet. Een persoon dient op de datum van de aanvraag aan de
                    voorwaarden te voldoen, genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de
                    Participatiewet. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een
                    belanghebbende een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Op
                    grond van artikel 4:1 van de Awb moet een aanvraag in beginsel schriftelijk
                    worden ingediend.</al><al></al><al>Om onduidelijkheid weg te nemen over de wijze waarop het verzoek moet worden
                    ingediend, schrijft artikel 2 van de verordening voor dat het verzoek moet
                    worden gedaan door middel van een door het college vastgesteld formulier. Een
                    verzoek wordt dan gezien als een aanvraag als bedoeld in afdeling 4.1.1 van de
                    Awb. De aanvrager verschaft bij de aanvraag de gegevens en bescheiden die voor
                    de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de
                    beschikking kan krijgen (artikel 4;2, tweede lid, van de Awb). Bovenstaande
                    houdt in dat een mondeling verzoek niet kan worden aangemerkt als een verzoek om
                    individuele studietoeslag.</al><tussenkop></tussenkop><tussenkop kopopmaak="vet">Artikel 3</tussenkop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van<vet></vet>twaalf maanden in
                    aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. </al><al></al><al>Voor de beoordeling of een belanghebbende in aanmerking komt voor een
                    individuele studietoeslag wordt de situatie op de datum van de aanvraag
                    beoordeeld. Dit volgt uit artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet. Om
                    deze reden is geregeld dat een persoon slechts eenmaal binnen een periode van
                    twaalf maanden in aanmerking kan komen voor een individuele studietoeslag.
                    Studeert een persoon na die twaalf maanden nog steeds en voldoet hij nog aan de
                    voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet, kan hij opnieuw
                    in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag.</al><al></al><al>In het tweede lid is bepaald dat de toekenning voor de studietoeslag geschiedt
                    voor de periode van twaalf maanden. Indien de opleidingsduur van belanghebbende
                    echter korter is dan twaalf maanden, bijvoorbeeld een half jaar, zal de
                    studietoeslag ook worden toegekend voor een half jaar. De toekenningsperiode is
                    derhalve twaalf maanden of, indien de opleiding korter duurt, de totale
                    opleidingsduur.</al><tussenkop kopopmaak="vet"></tussenkop><tussenkop kopopmaak="vet">Artikel 4 </tussenkop><al>In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele studietoeslag
                    vastgesteld. De individuele studietoeslag bedraagt € 100 per maand, omgerekend
                    over de toekenningsperiode van twaalf maanden, dus € 1200 op jaarbasis. Is
                    sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de voorwaarden voor een
                    individuele studietoeslag, dan komen zij afzonderlijk in aanmerking voor de
                    toeslag. </al><al></al><al>Het bedrag van de individuele studietoeslag wordt jaarlijks geïndexeerd. Dit
                    voorkomt dat de verordening ieder jaar opnieuw moet worden vastgesteld voor de
                    indexatie van de bedragen. Het is onverminderd van belang de geïndexeerde
                    bedragen ieder jaar (na indexatie) duidelijk intern te communiceren.</al><tussenkop kopopmaak="vet"></tussenkop><tussenkop kopopmaak="vet">Artikel 5</tussenkop><al>In dit artikel wordt de frequentie van de betaling van de individuele
                    studietoeslag geregeld. Een individuele studietoeslag wordt eenmalig als één
                    bedrag uitbetaald. </al><al></al><al>Een persoon moet op de datum van de aanvraag voldoen aan de voorwaarden van
                    artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet. Als een persoon op enig moment
                    na de aanvraag hier niet meer aan voldoet, heeft dat geen gevolgen voor het
                    recht op individuele studietoeslag. Dit betekent dat het kan voorkomen dat
                    iemand geen recht meer heeft op studiefinanciering, maar nog wel recht heeft op
                    uitbetaling van een eerder toegekende studietoeslag aangezien uitsluitend de
                    situatie op de datum van de aanvraag bepalend is. </al><tussenkop kopopmaak="vet"></tussenkop><tussenkop kopopmaak="vet">Artikel 6</tussenkop><al>Met de inwerkingtreding van de Participatiewet vervallen de (oude) toeslagen en
                    verlagingen uit de Wet werk en bijstand (Wwb). Dit betekent dat de
                    Toeslagenverordening Wet werk en bijstand gemeente Bellingwedde 2013 moet worden
                    ingetrokken. Voor de nieuwe toeslagen, de individuele studietoeslag en de
                    individuele inkomenstoeslag, zijn separate verordeningen opgesteld. Met
                    betrekking tot resterende verlagingen van de bijstandsnorm, voor schoolverlaters
                    en in verband met woonkosten, geldt op grond van de Participatiewet geen
                    verordeningsplicht meer. Het college is bevoegd tot het toepassen van beide
                    verlagingen en kan daartoe beleidsregels vaststellen. Dat is geschied in de
                    Beleidsregels verlagingen Bellingwedde 2015. </al><tussenkop kopopmaak="vet"></tussenkop><tussenkop kopopmaak="vet">Artikel 8</tussenkop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Vanaf die
                    datum is in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet de
                    verordeningsopdracht voor de gemeenteraad neergelegd om regels in de verordening
                    vast te stellen over het verlenen van een individuele studietoeslag. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>