<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>349190_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Bellingwedde</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bellingwedde</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-12-23</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.bellingwedde.nl/actueel/gemeenteberichten-streekblad_41585/toon-nieuwsbrief/berichten-streekblad-12-november-2014_13849.html">Gemeenteberichten Streekblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Bellingwedde</dcterms:alternative><dcterms:alternative></dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bellingwedde; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 september 2014; </al><al></al><al>gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet;</al><al>gezien het advies van de Wmo-raad;</al><al></al><al>overwegende dat door het verrichten van een tegenprestatie eenieder die een
                        beroep doet op de bijstandsvoorziening en daarmee op de solidariteit binnen
                        de samenleving, iets terug kan doen voor deze samenleving en tevens kan
                        leiden tot langdurige maatschappelijke activering en stijging op grond van
                        de participatieladder<cursief>;</cursief></al><al></al><al><onderstreept>Besluit:</onderstreept><onderstreept></onderstreept></al><al></al><al>vast te stellen de </al><al></al><al>“Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Bellingwedde”</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1 </nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr></lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is
                                redelijkerwijs niet mogelijk binnen een jaar;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is
                                redelijkerwijs mogelijk binnen een jaar;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een
                                hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door
                                personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening
                                rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke
                                zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al><cursief>belanghebbende: </cursief>iemand met een Wwb-, IOAW- of
                                IOAZ-uitkering.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2 </nr><titel>Beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Nadere beleidsregels</titel></kop><al>Het college kan nadere beleidsregels stellen ten aanzien van de
                            tegenprestatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inhoud van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden,
                                die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor
                                zover die werkzaamheden:</al><lijst><li nr="a."><al>naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de
                                arbeidsmarkt;d</al></li><li nr="b."><al>niet zijn bedoeld als re-integratie instrument;</al></li><li nr="c."><al>worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de
                                organisatie waarin ze worden verricht; en</al></li><li nr="d."><al>niet leiden tot verdringing.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het opdragen van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een belanghebbende met een grote afstand tot de
                                arbeidsmarkt een tegenprestatie opdragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een belanghebbende met een korte afstand tot de
                                arbeidsmarkt uitsluitend een tegenprestatie opdragen indien
                                bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening
                                met de volgende factoren:</al><lijst><li nr="a."><al>de tegenprestatie kan naar vermogen worden verricht door een belanghebbende;</al></li><li nr="b."><al>de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een
                                belanghebbende; </al></li><li nr="c."><al>de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een
                                belanghebbende;</al></li><li nr="d."><al>of de belanghebbende al maatschappelijke activiteiten of
                                vrijwilligerswerk verricht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Duur en omvang van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegenprestatie wordt opgedragen voor de maximale duur van twee
                                maanden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal zestien uren per
                                week.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De tegenprestatie kan binnen een periode van twaalf maanden slechts
                                vier maal worden opgedragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op verzoek van de belanghebbende kan worden afgeweken van hetgeen in
                                lid 1, 2 en 3 is gesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Mantelzorg</titel></kop><al>Het college draagt geen tegenprestatie op indien een belanghebbende
                            mantelzorg verricht voor zover het verrichten van mantelzorg naar het
                            oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Geen werkzaamheden voorhanden</titel></kop><al>Het college draagt geen tegenprestatie op indien geen werkzaamheden
                            voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3 Slotbepalingen</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><al>Het college zendt tweejaarlijks aan de gemeenteraad een verslag over de
                            doeltreffendheid van de verordening. Het verslag bevat in ieder geval
                            het oordeel van de Wmo/Wwb-raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: </al><al>Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Bellingwedde.</al><al></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Bellingwedde d.d. 23 oktober 2014.</al><al></al><al>De voorzitter, De griffier,</al><al></al><al>J.F. Snijder-Hazelhoff, P.D. Nap</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting Verordening tegenprestatie Participatiewet
                            gemeente Bellingwedde</titel></kop><al>Het college is bevoegd een belanghebbende te verplichten naar vermogen
                            een tegenprestatie te verrichten, ook als die tegenprestatie niet direct
                            samenhangt met arbeidsinschakeling. Een belanghebbende van achttien jaar
                            of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd is vanaf de dag
                            van melding gehouden naar vermogen een tegenprestatie te verrichten. Dit
                            is vastgelegd in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de
                            Participatiewet. De tegenprestatie bestaat uit de plicht om naar
                            vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige
                            werkzaamheden te verrichten, naast of in aanvulling op reguliere arbeid
                            en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.</al><al></al><al><vet><cursief>Individuele omstandigheden</cursief></vet></al><al>Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de
                            voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de
                            aard, de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen
                            tegenprestatie. Hierbij moet het college de in deze verordening
                            neergelegde criteria in acht nemen. Als het college een tegenprestatie
                            vraagt van belanghebbende, moet het een duidelijke omschrijving geven
                            van de te verrichten werkzaamheden. Het moet voor een belanghebbende
                            immers duidelijk zijn welke tegenprestatie van hem verwacht wordt (zie
                            Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-02-2013, nr. 12/3649,
                            ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171).</al><al><vet><cursief></cursief></vet></al><al><vet><cursief>Geen tegenprestatie</cursief></vet></al><al>Indien daarvoor dringende redenen - zoals zorgtaken - aanwezig zijn, kan
                            het college in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de
                            plicht tot het verrichten van een tegenprestatie (artikel 9, tweede lid,
                            van de Participatiewet).</al><al>De plicht tot tegenprestatie is niet van toepassing op een
                            belanghebbende die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld
                            in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (artikel 9,
                            vijfde lid, van de Participatiewet). De plicht tot tegenprestatie is
                            voorts niet van toepassing op een alleenstaande ouder die in het bezit
                            is van een ontheffing als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de
                            Participatiewet (artikel 9, zevende lid, van de Participatiewet).</al><al></al><al><vet><cursief>Afstemmen</cursief></vet></al><al>Net als bij het niet nakomen van de arbeids- en
                            re-integratieverplichting geldt voor het niet nakomen van de
                            tegenprestatie dat de bijstand kan worden afgestemd overeenkomstig de
                            gemeentelijke afstemmingsverordening.</al><al><vet><cursief></cursief></vet></al><al><vet><cursief>Bevoegdheid opdragen tegenprestatie</cursief></vet></al><al>De bevoegdheid van het college om een belanghebbende te verplichten naar
                            vermogen een tegenprestatie te verrichten geldt al sinds 1 januari 2012.
                            De regering meent dat de tegenprestatie voor uitkeringsgerechtigden een
                            gelegenheid is om te blijven participeren in de samenleving en om een
                            sociaal netwerk, arbeidsritme en regelmaat te behouden. Dit zijn volgens
                            de regering ook noodzakelijke voorwaarden om de kansen op de
                            arbeidsmarkt te vergroten (TK 2013-2014, 33 801, nr. 3, p. 29).</al><al>Tegenprestatie is geen re-integratieinstrument </al><al>De plicht tot tegenprestatie heeft tot doel om maatschappelijk nuttige
                            werkzaamheden te doen in de samenleving als tegenprestatie voor het
                            ontvangen van een uitkering. Het opdragen van een tegenprestatie heeft
                            niet primair tot doel de re-integratie van een belanghebbende te
                            bevorderen, maar moet worden gezien als een nuttige bijdrage aan de
                            samenleving (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7, p. 4950). De tegenprestatie is
                            daarom naar zijn aard niet gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt en
                            is niet bedoeld als re-integratieinstrument. Voorts mag een
                            tegenprestatie het accepteren van passende arbeid of van
                            re-integratieinspanningen niet belemmeren. Immers, als uitgangspunt
                            geldt werk boven uitkering.</al><al><cursief></cursief></al><al><cursief>Verordeningsplicht</cursief></al><al>De Wet maatregelen Wwb legt de gemeenteraad de verplichting op om bij
                            verordening regels vast te stellen over het opdragen van een
                            tegenprestatie aan mensen met een bijstandsuitkering in de leeftijd van
                            18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd. Deze verordeningsopdracht
                            is neergelegd in artikel 8a, eerste lid, onderdeel b Participatiewet.
                            Het is aan de gemeente om de duur, omvang en inhoud van de
                            tegenprestatie te regelen (zie TK 2013-2014, 33 801, nr. 24, p. 6).</al><al></al><al><cursief>Ontwikkelen beleid door college</cursief></al><al>Het college heeft de opdracht beleid te ontwikkelen ten behoeve van het
                            verrichten van een tegenprestatie en het uitvoeren ervan overeenkomstig
                            de verordening tegenprestatie. Dit volgt uit artikel 7, eerste lid,
                            onderdeel c, van de Participatiewet.</al><al></al><divisie><kop><label>Artikelsgewijze toelichting “Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Bellingwedde”</label></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de Algemene wet
                            bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in
                            deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze
                            verordening.</al><al></al><al><cursief>Korte afstand tot de arbeidsmarkt</cursief></al><al>In artikel 1 van deze verordening is een definitie opgenomen van het
                            begrip 'korte afstand tot de arbeidsmarkt'. Onder een korte afstand tot
                            de arbeidsmarkt wordt verstaan dat een persoon redelijkerwijs binnen een
                            jaar geschikt is voor deelname aan de arbeidsmarkt. Dit begrip is van
                            belang in verband met de mogelijkheid tot het opdragen van een
                            tegenprestatie. Zie hierover artikel 4 van deze verordening.</al><al><cursief></cursief></al><al><cursief>Grote afstand tot de arbeidsmarkt</cursief></al><al>In artikel 1 van deze verordening is een definitie opgenomen van het
                            begrip 'grote afstand tot de arbeidsmarkt'. Onder een grote afstand tot
                            de arbeidsmarkt wordt verstaan dat een persoon redelijkerwijs niet
                            binnen een jaar geschikt is voor deelname aan de arbeidsmarkt. Dit
                            begrip is van belang in verband met de mogelijkheid tot het opdragen van
                            een tegenprestatie. Zie hierover artikel 4 van deze verordening.</al><al></al><al><cursief>Mantelzorg</cursief></al><al>In artikel 1 van deze verordening is de definitie opgenomen van
                            mantelzorg. Deze begripsbepaling is gebaseerd op het begrip zoals dat
                            wordt gehanteerd in de Wet maatschappelijke ondersteuning (zie artikel
                            1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet maatschappelijke ondersteuning).
                            Onder mantelzorg wordt verstaan: langdurige zorg die niet in het kader
                            van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door
                            personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks
                            voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van
                            huisgenoten voor elkaar overstijgt. Het begrip 'mantelzorg' is van
                            belang omdat artikel 6 van deze verordening bepaalt dat het college geen
                            tegenprestatie opdraagt indien een belanghebbende mantelzorg verricht
                            voor zover het verrichten van mantelzorg naar het oordeel van het
                            college redelijkerwijs noodzakelijk is.</al><al></al><al>Uit kamerstukken met betrekking tot het begrip 'mantelzorg' zoals
                            neergelegd in de Wet maatschappelijke ondersteuning volgt dat de vier
                            belangrijkste kenmerken van mantelzorg zijn:</al><al>• er is een bestaande sociale relatie tussen de zorgvrager en de
                            zorgverlener;</al><al>• mantelzorg wordt niet verricht in een georganiseerd verband;</al><al>• het verrichten van mantelzorg is veelal geen bewuste keuze;</al><al>• het verlenen van mantelzorg is nooit afdwingbaar.</al><al></al><al>Deze kenmerken zijn ontleend aan diverse kamerstukken zoals TK
                            2004-2005, 30 169, nr. 1 (Notitie ”De mantelzorger in beeld”) en TK
                            2005-2006, 30 131, nr. C.</al><al></al><al>Voor mantelzorg is vereist dat de verleende zorg de gebruikelijke zorg
                            van huisgenoten voor elkaar overstijgt. Voor de uitvoering van de Wet
                            maatschappelijke ondersteuning hanteren gemeenten veelal het protocol
                            Gebruikelijke Zorg van het Centrum Indicatiestelling Zorg om vast te
                            stellen of sprake is van gebruikelijke zorg. Voor de uitleg van wat
                            onder gebruikelijke zorg kan worden aangesloten bij de definitie van
                            gebruikelijke zorg in het protocol Gebruikelijke Zorg. Gebruikelijke
                            zorg wordt in dat Protocol als volgt omschreven: de normale, dagelijkse
                            zorg die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar
                            onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden
                            voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor
                            het functioneren van dat huishouden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Beleid</titel></kop><al>Het college heeft de bevoegdheid om nadere beleidsregels te stellen. Er
                            is tevens een link met de verordening individuele inkomenstoeslag. Om in
                            aanmerking te komen voor een individuele inkomenstoeslag moet een
                            tegenprestatie naar vermogen in de vorm van een maatschappelijke
                            bijdrage zijn verricht.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inhoud van een tegenprestatie</titel></kop><al>Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de
                            voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de
                            aard, de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen
                            tegenprestatie. Hierbij moet het college de in deze verordening
                            neergelegde criteria in acht nemen.</al><al>Artikel 3 van deze verordening stelt voorwaarden ten aanzien van de
                            inhoud van de tegenprestatie. Het college dient maatwerk toe te passen
                            bij het opdragen van een tegenprestatie. Rekening moet worden gehouden
                            met de individuele omstandigheden van belanghebbende, waaronder
                            leeftijd, opleiding, werkervaring en andere relevante persoonlijke
                            omstandigheden. De werkzaamheden worden immers opgedragen ‘naar
                            vermogen’. Het is dus van belang dat belanghebbende ook in staat is de
                            werkzaamheden te verrichten (zie Rechtbank Zeeland-West- Brabant
                            25-02-2013, nr. 12/3649, ECU:NL:RBZWB:2013:BZ5171).</al><al></al><al>Als het college een tegenprestatie vraagt van belanghebbende, moet het
                            een duidelijke omschrijving geven van de te verrichten werkzaamheden.
                            Het moet voor een belanghebbende immers duidelijk zijn welke
                            tegenprestatie van hem wordt verwacht (zie Rechtbank
                            Zeeland-West-Brabant 25-02-2013, nr. 12/3649,
                            ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171).</al><al></al><al><cursief>Additionele onbeloonde maatschappelijk nuttige
                                werkzaamheden</cursief></al><al>In artikel 3, eerste lid, van deze verordening is bepaald dat de
                            tegenprestatie onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden
                            betreffen die additioneel van aard zijn. De maatschappelijk nuttige
                            werkzaamheden in het kader van de tegenprestatie dienen zich te
                            onderscheiden van werkzaamheden die door de reguliere arbeidsmarkt
                            verricht worden. Het onderscheid tussen betaalde en onbetaalde
                            werkzaamheden is afhankelijk van onder meer economische factoren en van
                            keuzes die mede op basis daarvan door het bedrijfsleven en/of de
                            overheid worden gemaakt (TK 2013-2014, 33 801, nr. 3, p. 30).</al><al></al><al><cursief>Werkzaamheden die kunnen worden ingezet</cursief></al><al>Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die
                            additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die
                            werkzaamheden voldoen aan de in artikel 3, eerste lid, van deze
                            verordening genoemde voorwaarden. Dit betekent dat de als tegenprestatie
                            in te zetten werkzaamheid:</al><al>naar zijn aard niet is gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt;</al><al>niet is bedoeld als re-integratieinstrument;</al><al>wordt verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de
                            organisatie waarin deze worden verricht; </al><al>en niet leidt tot verdringing.</al><al>Deze voorwaarden zijn gebaseerd op de belangrijkste kenmerken van de
                            tegenprestatie die volgen uit de parlementaire geschiedenis (zie TK
                            2010-2011, 32 815, nr. 3, p. 14).</al><al>In een beleidsplan kan het college vastleggen welke werkzaamheden in
                            ieder geval als tegenprestatie kunnen worden ingezet (artikel 3, tweede
                            lid, van deze verordening). Deze werkzaamheden voldoen aan de in artikel
                            3, eerste lid, van deze verordening gestelde voorwaarden.</al><al>Omdat de werkzaamheden additioneel zijn en niet mogen leiden tot
                            verdringing op de arbeidsmarkt, kunnen veel werkzaamheden niet als
                            tegenprestatie worden ingezet. De regering verwijst voor voorbeelden van
                            werkzaamheden die kunnen worden ingezet als tegenprestatie naar het
                            onderzoeksrapport van de Inspectie SZW "Voor wat hoort wat". Zie pagina
                            16 van deze verordening voor een overzicht van de in dat rapport
                            genoemde voorbeelden. Volgens de auteurs van Grip op WWB van Kluwer
                            Schulinck leiden verschillende voorbeelden van werkzaamheden waar naar
                            wordt verwezen wel tot verdringing van reguliere arbeid. Zij adviseren
                            daarom om terughoudend om te gaan met de lijst van voorbeelden. De
                            voorbeelden van werkzaamheden betreft een lijst met keuzemogelijkheden
                            die gemeenten kunnen afstemmen op de lokale omstandigheden. De volgende
                            voorbeelden van werkzaamheden kunnen naar de visie van Kluwer Schulinck
                            mogelijk geschikt zijn als tegenprestatie naar vermogen:</al><al>• vrijwilligerswerkzaamheden bij een maatschappelijke organisatie;</al><al>• sneeuwschuiven (bijvoorbeeld bij een bejaardenhuis);</al><al>• bospaden schoonhouden (het vegen van bladeren);</al><al>• verkeersborden schoonmaken;</al><al>• meelopen bij een dierenambulance;</al><al>• beheer van een kantine bij een sportvereniging;</al><al>• additionele werkzaamheden bij een scouting;</al><al>• additionele werkzaamheden bij het Leger des Heils;</al><al>• taalmaatje voor nieuwkomers.</al><al></al><al><cursief>Samenwerking met maatschappelijke organisaties:</cursief></al><al>De gemeente kan voor het werven van maatschappelijk nuttige
                            werkzaamheden samenwerken met maatschappelijke organisaties zoals:
                            welzijnsinstellingen, vrijwilligerswerkorganisaties, buurthuizen en/of
                            sportvoorzieningen. Om ervoor te zorgen dat voldoende maatschappelijk
                            nuttige werkzaamheden voorhanden zijn, is het van belang dat contacten
                            worden onderhouden met maatschappelijke organisaties. Een
                            vrijwilligersvacaturebank bij een vrijwilligerscentrale kan een
                            belangrijk hulpmiddel zijn om het aanbod van maatschappelijk nuttige
                            werkzaamheden te bepalen. De gemeente kan ervoor kiezen uitsluitend
                            werkzaamheden binnen de gemeentegrenzen als tegenprestatie in te zetten
                            of werkzaamheden zowel binnen als buiten de gemeentegrenzen in te
                            zetten. Zie hierover de toelichting bij artikel 7 van deze
                            verordening.</al><al><vet><cursief>Tegenprestatie mag niet leiden tot
                                verdringing</cursief></vet></al><al>De tegenprestatie mag niet worden ingezet in het kader van de
                            re-integratie. De tegenprestatie mag bovendien niet direct gericht zijn
                            op toeleiding naar de arbeidsmarkt en is dan ook niet bedoeld als
                            re-integratieinstrument. Het betreffen werkzaamheden die worden verricht
                            naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet mogen leiden tot
                            verdringing op de arbeidsmarkt. Reguliere werkzaamheden kunnen daarom
                            niet als tegenprestatie worden ingezet. De tegenprestatie mag het
                            accepteren van passende arbeid of van re-integratie- inspanningen niet
                            belemmeren. Het uitgangspunt werk boven uitkering staat voorop. Dit
                            volgt uit artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet en
                            de parlementaire geschiedenis (zie TK 2010-2011, 32 815, nr. 3, p.
                            14).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het opdragen van een tegenprestatie</titel></kop><al>Het college heeft beleidsvrijheid om een tegenprestatie op te leggen.
                            Het college bepaalt uiteindelijk of, en zo ja welke tegenprestatie wordt
                            opgedragen. Tegen een besluit tot het opdragen van een tegenprestatie
                            kan bezwaar en beroep worden aangetekend (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7,
                            p. 49).</al><al>De gemeenteraad kiest er in deze verordening voor te bepalen dat het
                            college een tegenprestatie in beginsel uitsluitend kan opdragen aan een
                            belanghebbende die een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Dit
                            impliceert dat aan belanghebbenden die een korte afstand tot de
                            arbeidsmarkt hebben geen tegenprestatie wordt opgedragen, tenzij sprake
                            is van bijzondere omstandigheden (zie hierover de toelichting bij
                            artikel 4, tweede lid, onder de kop " Belanghebbende met een korte
                            afstand tot de arbeidsmarkt"). Zie artikel 1 van deze verordening voor
                            de begrippen korte en grote afstand tot de arbeidsmarkt.</al><al>De gemeenteraad heeft hiervoor gekozen opdat personen met een korte
                            afstand tot de arbeidsmarkt zich volledig kunnen richten op de
                            arbeidsplicht en de re-integratieplicht, zoals het naar vermogen
                            algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgen. Bij personen met een korte
                            afstand tot de arbeidsmarkt kan redelijkerwijs worden verwacht dat hun
                            inspanningen eerder zullen leiden tot uitstroom. Daarom wordt in
                            beginsel aan personen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt geen
                            tegenprestatie opgedragen. De tegenprestatie mag immers het accepteren
                            van passende arbeid of van re-integratieinspanningen niet belemmeren
                            aangezien werk boven uitkering als uitgangspunt geldt. Aan personen met
                            een lange afstand tot de arbeidsmarkt kan het college wel een
                            tegenprestatie opdragen.</al><al>Belanghebbende met een korte afstand tot de arbeidsmarkt </al><al>Artikel 4, tweede lid, van deze verordening bepaalt dat het college een
                            belanghebbende met een korte afstand tot de arbeidsmarkt een
                            tegenprestatie kan opdragen als bijzondere omstandigheden dat
                            rechtvaardigen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de situatie
                            waarin geen re-integratieactiviteiten worden verricht door
                            belanghebbende en het verrichten van re- integratieactiviteiten op korte
                            termijn redelijkerwijs niet kan worden verwacht. In dat geval bestaat er
                            ruimte een tegenprestatie op te leggen.</al><al><cursief>Geen tegenprestatie</cursief></al><al>Indien daarvoor dringende redenen - zoals zorgtaken - aanwezig zijn, kan
                            het college in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de
                            plicht tot het verrichten van een tegenprestatie (artikel 9, tweede lid,
                            van de Participatiewet).</al><al>De verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie is niet van
                            toepassing op een belanghebbende die volledig en duurzaam
                            arbeidsongeschikt is, als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en
                            inkomen naar arbeidsvermogen (artikel 9, vijfde lid, van de
                            Participatiewet)</al><al>De verplichting tot tegenprestatie is niet van toepassing op een
                            alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing als bedoeld
                            in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet (artikel 9, zevende
                            lid, van de Participatiewet).</al><al><cursief>Weigering tegenprestatie</cursief></al><al>Het college dient bij weigering van belanghebbende om de tegenprestatie
                            te verrichten, op basis van het individuele geval de hoogte en de duur
                            van de op te leggen maatregel te bepalen (TK 2013-2014, 33 801, nr. 3,
                            p. 29).</al><al><cursief>Factoren opdragen tegenprestatie</cursief></al><al>In artikel 4, derde lid, van deze verordening is neergelegd met welke
                            factoren het college rekening moet houden bij het opdragen van een
                            tegenprestatie. Deze factoren worden hierna toegelicht.</al><al><cursief>Factor: tegenprestatie 'naar vermogen'</cursief></al><al>De werkzaamheden die als tegenprestatie ingezet worden, moeten naar
                            vermogen door een belanghebbende verricht kunnen worden. De term 'naar
                            vermogen' heeft betrekking op de mogelijkheden waarover een
                            belanghebbende beschikt om deze werkzaamheden te verrichten. Immers,
                            niet alle onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden kunnen worden
                            opgedragen aan elke uitkeringsgerechtigde (TK 2013-2014, 33 801, nr. 3,
                            p. 30).</al><al><cursief>Factor: persoonlijke situatie en individuele omstandigheden
                                belanghebbende</cursief></al><al>Bij het opdragen van de tegenprestatie houdt het college rekening met de
                            persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een
                            belanghebbende, waaronder leeftijd, opleiding en werkervaring (Rechtbank
                            Zeeland-West-Brabant 25-02-2013, nr. 12/3649,
                            ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171). Hierbij wordt rekening gehouden met het
                            fysieke en psychische vermogen van een belanghebbende. Bij het opdragen
                            van de tegenprestatie dient het college maatwerk te leveren.</al><al>Voorts wordt bij opdragen van een tegenprestatie rekening gehouden met
                            praktische omstandigheden zoals reistijd, beschikbaarheid van
                            kinderopvang en/of belanghebbende al maatschappelijke activiteiten
                            verricht.</al><al>Factor: persoonlijke wensen en kwaliteiten belanghebbende </al><al>Bij het opdragen van de verplichting tot tegenprestatie houdt het
                            college rekening met de persoonlijke wensen en kwaliteiten van
                            belanghebbende. De regering vindt het immers belangrijk dat een
                            belanghebbende invloed heeft op de keuze van de activiteiten (TK
                            2013-2014, 33 801, nr. 7, p. 47). Belanghebbende kan zelf ideeën
                            aandragen voor de als tegenprestatie te verrichten werkzaamheden. Het
                            college kan in beleidsregels bepalen wanneer een belanghebbende zijn
                            keuze voor het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteit kenbaar
                            maakt aan het college.</al><al>Het college beoordeelt de door belanghebbende zelf aangedragen ideeën en
                            kan besluiten om het voorstel van belanghebbende over te nemen en die
                            werkzaamheden in te zetten als tegenprestatie. Uiteraard moet die
                            werkzaamheid voldoen aan het bepaalde bij of krachtens artikel 3 van
                            deze verordening en moet die werkzaamheid beschikbaar zijn. Het college
                            is niet gehouden te voldoen aan de wensen van een belanghebbende, maar
                            moet deze wel in de beoordeling meenemen. Draagt belanghebbende geen
                            ideeën aan, dan legt het college belanghebbende een lijst met
                            keuzemogelijkheden voor van maatschappelijk nuttige werkzaamheden die
                            voorhanden zijn. Als belanghebbende geen voorkeur kenbaar maakt of er
                            geen keuzemogelijkheid is, legt het college een werkzaamheid op. </al><al><cursief>Factor: maatschappelijke activiteiten en vrijwilligerswerk door
                                belanghebbende</cursief></al><al>Het college houdt er bij het opdragen van de plicht tot tegenprestatie
                            rekening met het eventuele gegeven dat een belanghebbende al
                            maatschappelijk actief is (TK 2013-2014, 33 801, nr. 24, p. 6). Indien
                            een belanghebbende al een maatschappelijke activiteit verricht, kan het
                            college in bepaalde gevallen besluiten deze maatschappelijke activiteit
                            aan te merken als tegenprestatie. Ook kan de omstandigheid dat een
                            belanghebbende maatschappelijke activiteit verricht, ertoe leiden dat
                            hiermee rekening wordt gehouden bij het vaststellen van de
                            tegenprestatie, met name de duur en de omvang van de tegenprestatie. Een
                            voorbeeld van maatschappelijke activiteiten zijn: de zorg voor een ouder
                            of een gehandicapt kind. Het college beoordeelt de maatschappelijke
                            activiteiten en houdt daarbij rekening met de duur en omvang.</al><al>Dit geldt ook voor het verrichten van vrijwilligerswerk. Het college kan
                            ook besluiten vrijwilligerswerk aanmerken als tegenprestatie. Hierbij
                            moet wel rekening worden gehouden met de minimale en maximale duur van
                            de tegenprestatie zoals neergelegd in artikel 5 van deze verordening.
                            Hierbij kan ook de aard van het vrijwilligerswerk een rol spelen.</al><al>Omdat vrijwilligerswerk veelzijdig van aard is, is geen
                            begripsomschrijving opgenomen.</al><al><cursief>[Redactionele opmerking: Onder vrijwilligerswerk wordt in het
                                algemeen verstaan: werk dat in enig verband onverplicht en onbetaald
                                wordt verricht, voor anderen of de samenleving (vergelijk TK
                                2005-2006, 30 334, nr. 1, p. 2).</cursief></al><al><cursief>De VNG verwijst bij de begripsomschrijving vrijwilligerswerk
                                naar de zogenaamde draaischijf van Movisie. Movisie heeft een
                                draaischrijf ontwikkeld waaraan
                                een</cursief><cursief></cursief><cursief>gemeente aan de hand van acht
                                onderdelen de definitie kan bepalen. Zie hiervoor:
                                </cursief><cursief>www.movisie.nl/draaischijf</cursief><cursief>.</cursief>
                            ]</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Duur en omvang van een tegenprestatie</titel></kop><al>Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de
                            voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de
                            aard, de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen
                            tegenprestatie. Hierbij moet het college de in deze verordening
                            neergelegde criteria in acht nemen.</al><al>Artikel 5 van deze verordening stelt voorwaarden ten aanzien van de duur
                            en omvang van de tegenprestatie.</al><al><cursief>Individuele omstandigheden</cursief></al><al>Het college beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden van
                            een belanghebbende de omvang en de duur van de tegenprestatie. De omvang
                            van de werkzaamheden en de duur in de tijd dienen in de regel beperkt te
                            zijn. Dat betekent dat het college steeds een afweging maakt op basis
                            van de situatie in welke mate een tegenprestatie verlangd kan worden (TK
                            2013-2014, 33 801, nr.30).</al><al><cursief>Maximale duur tegenprestatie in dagen</cursief></al><al>Artikel 5, eerste lid, regelt dat de tegenprestatie wordt ingezet voor
                            een maximale duur. De tegenprestatie kan worden opgedragen voor de
                            maximale duur van twee maanden. Uit het onderzoeksrapport "Voor wat
                            hoort wat” blijkt dat bij ongeveer de helft van de gemeenten die de
                            tegenprestatie uitvoeren de gemiddelde duur korter is dan een half jaar
                            en bij iets minder dan de helft is de gemiddelde duur meer dan een half
                            jaar. Het is van belang dat de duur beperkt is, blijkt uit
                            jurisprudentie. </al><al><cursief>Maximale duur tegenprestatie in uren</cursief></al><al>Artikel 5 tweede lid, regelt dat de tegenprestatie wordt ingezet voor
                            een maximaal aantal uren. Dit kan een maximum aantal uren per week zijn,
                            maar de gemeenteraad kan er ook voor kiezen dat een maximum aantal uren
                            voor het totaal van de werkzaamheden vooraf wordt bepaald. Uit
                            jurisprudentie blijkt dat een aanbod van het college om voor 32 uur per
                            week werkzaamheden te verrichten in ieder geval niet kan worden
                            aangemerkt als een tegenprestatie (Rechtbank Zeeland-West-Brabant
                            25-02-2013, nr. 12/3649, ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171). De auteurs van Grip
                            op WWB van Kluwer Schulinck adviseren de tegenprestatie relatief gering
                            in omvang en duur in te zetten. Ook kan worden gekozen om de
                            tegenprestatie in te zetten op korte opdrachten. Juridisch veilig, maar
                            dit levert mogelijk praktische problemen op om personen op (hele) korte
                            termijn op te (kunnen) roepen.</al><al>Artikel 5, derde lid, regelt dat het opdragen van een tegenprestatie
                            binnen een periode van twaalf maanden slechts vier keer kan worden
                            opgedragen.</al><al>Het gaat hierbij om een aanee</al><al>Artikel 5, derde lid, regelt dat het opdragen van een tegenprestatie
                            binnen een periode van twaalf maanden slechts vier keer kan worden
                            opgedragen.</al><al>Het gaat hierbij om een aaneengesloten periode van twaalf maanden. Deze
                            bepaling waarborgt dat de tegenprestatie relatief gering wordt ingezet.
                            De tegenprestatie dient immers niet in de weg te staan aan de
                            re-integratie van een belanghebbende. Bovendien is het verstandig de
                            tegenprestatie relatief gering in omvang en duur in te zetten om aan de
                            veilige kant van de internationale bepalingen met betrekking tot het
                            verbod op dwangarbeid en verplichte arbeid te blijven (artikel 4 EVRM).
                        </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Mantelzorg</titel></kop><al>Artikel 6 van de verordening bepaalt dat geen tegenprestatie wordt
                            opgedragen indien een belanghebbende mantelzorg verricht en het college
                            het verrichten hiervan redelijkerwijze noodzakelijk vindt. De regering
                            heeft deze mogelijkheid uitdrukkelijk benoemd in de nota van wijziging
                            met betrekking tot de Wet maatregelen WWB (TK 2013-2014, 33 801, nr. 24,
                            p. 6). Of sprake is van mantelzorg wordt getoetst aan de criteria van
                            het begrip mantelzorg zoals neergelegd in artikel 1 van deze
                            verordening. Verricht een belanghebbende mantelzorg in de zin van deze
                            verordening en is het verrichten van mantelzorg volgens het college
                            redelijkerwijs noodzakelijk, dan draagt het college een belanghebbende
                            geen tegenprestatie op (artikel 6 van deze verordening).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7,</nr></kop><al> eerste lid, van deze verordening bepaalt dat geen tegenprestatie wordt
                            opgedragen indien geen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden
                            voorhanden zijn. In deze verordening kiest de gemeenteraad ervoor dat
                            geen tegenprestatie wordt opgedragen indien geen maatschappelijk nuttige
                            werkzaamheden (binnen de eigen gemeentegrenzen) voorhanden zijn. De
                            Participatiewet verplicht gemeenten niet om buiten de eigen
                            gemeentegrens een tegenprestatie te laten verrichten (TK 2013-2014, 33
                            801, nr. 7, p. 51</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Verslaglegging,</titel></kop><al>behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Vanaf
                            die datum is in artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de
                            Participatiewet de verordeningsopdracht voor de gemeenteraad neergelegd
                            om regels in de verordening vast te stellen over het opdragen van een
                            tegenprestatie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>In dit artikel is de citeertitel van deze verordening neergelegd.</al><al>Voorbeelden maatschappelijke nuttige werkzaamheden</al><al>Voor voorbeelden van maatschappelijke nuttige werkzaamheden verwijst de
                            regering naar het onderzoeksrapport "Voor wat hoort wat” van de
                            Inspectie SZW. Deze zijn hierna weergegeven. De auteurs van Grip op WWB
                            van Kluwer Schulinck menen dat veel van de genoemde werkzaamheden leiden
                            tot verdringing en daarom niet als tegenprestatie kunnen worden ingezet.
                            Er moet dus altijd goed worden beoordeeld of geen sprake is van
                            verdringing.</al><al>De regering geeft de volgende voorbeelden voor werkzaamheden die als
                            tegenprestatie kunnen worden ingezet:</al><al>• werkzaamheden bij een openluchtmuseum;</al><al>• koffie/thee schenken in een verpleegtehuis, buurthuis of een
                            bejaardentehuis;</al><al>• sneeuwschuiven (bijvoorbeeld bij een bejaardentehuis);</al><al>• meelopen met de dierenambulance;</al><al>• afval langs wegen en in wijken verwijderen;</al><al>• bospaden schoonhouden;</al><al>• verkeersborden reinigen/schoonmaken;</al><al>• opknappen, schoonmaken, onderhouden van speeltuinen of gemeentelijke
                            terreinen;</al><al>• taalmaatje voor nieuwkomers;</al><al>• beheerder van een parkeerplaats of fietsenstalling (bijv. bij een
                            station);</al><al>• vervoer via kerken of ouderenorganisaties;</al><al>• warme maaltijden bereiden en leveren;</al><al>• de was doen;</al><al>• strijken;</al><al>• tijdelijke werkzaamheden rond een wijkcentrum;</al><al>• helpen bij het oversteken van kinderen (scholen);</al><al>• werkzaamheden in theaters;</al><al>• praten met nabestaanden;</al><al>• inzet bij (sport)evenementen;</al><al>• daklozen die wekelijks mensen rond leiden door de stad;</al><al>• gehandicapten begeleiden bij het zwemmen;</al><al>• voorlezen op scholen;</al><al>• moestuin aanleggen met leerlingen uit groep 5 of 6 basisschool;</al><al>• additionele werkzaamheden bij het Leger of Leger des Heils;</al><al>• schoonhouden van parkeerplaatsen bij het ziekenhuis;</al><al>• boeken uitleen bij ziekenhuizen en verpleegtehuizen (met
                            karretjes);</al><al>• maneges schoon en netjes houden;</al><al>• een functie vervullen in bijvoorbeeld een Wmo-raad;</al><al>• deelname aan een hulpverleningstraject bij persoonlijke of psychische
                            problemen;</al><al>• werkzaamheden in bibliotheken;</al><al>• bezoek aan eenzame ouderen;</al><al>• werkzaamheden in bejaardentehuizen en buurthuizen;</al><al>• boodschappen halen voor Wmo-clienten/hulpbehoevenden/ouderen;</al><al>• inzet in de groenvoorziening waar de gemeente de handen vanaf heeft
                            getrokken; </al><al>• tuinonderhoud;</al><al>• openbare groenperken schoonhouden;</al><al>• administratie op orde brengen;</al><al>• conciërge-achtige werkzaamheden;</al><al>• mobiel beperkte inwoners helpen;</al><al>• klus- en verhuisteams oprichten;</al><al>• opzetten en geven cursussen;</al><al>• zorgtaken zoals huiskamerdiensten, activiteitenbegeleiding;</al><al>• helpen bij festivals;</al><al>• ondersteunend werkstages bij (maatschappelijke) organisaties:
                            administratief, creatief, verzorging;</al><al>• ramen zetten;</al><al>• wandelen en koffiedrinken met groepen bewoners;</al><al>• lunch verzorgen op basisscholen;</al><al>• werkzaamheden in dierenasiel;</al><al>• receptionist of ontvangstdame/heer;</al><al>• beheer kantines sportverenigingen;</al><al>• wijkschouwen;</al><al>• zwemvierdaagse, wijkfeesten, buurt BBQ, straat opknappen, opzetten
                            buitenspeeldag;</al><al>• spelletjesmiddagen, politiekcafe;</al><al>• buurtpreventie;</al><al>• buurtvaders;</al><al>• meldpunt voor veiligheid in de wijk (signalering);</al><al>• assistent beheerder buurthuizen;</al><al>• klussenteam in de wijk;</al><al>• ondersteunen bij wijkactiviteiten (halen/brengen);</al><al>• organiseren activiteiten voor kinderen (in de wijk of stad);</al><al>• simpele schoonmaakwerkzaamheden in de eigen wijk;</al><al>• theekringen;</al><al>• verkiezing organiseren (weerman/vrouw van de wijk);</al><al>• multicultureel sportevenement met gehandicapten;</al><al>• sportclinics in de wijken opzetten;</al><al>• organiseren wandelingen/sportcursussen;</al><al>• hulp bij reizen met openbaar vervoer;</al><al>• bootonderhoud;</al><al>• computermaatje;</al><al>• energiecoaches;</al><al>• formulierenbrigade;</al><al>• medewerker in ruilwinkel, wereldwinkel;</al><al>• websitebeheerder;</al><al>• speelgoed schoonmaken en voorlezen bij kinderdagverblijf;</al><al>• tekenwerkzaamheden architect;</al><al>• werkzaamheden op zorgboerderij;</al><al>• werknemersvaardigheden opdoen in niet commercieel bedrijf;</al><al>• oppasdienst;</al><al>• huiswerkbegeleiding;</al><al>• mantelzorg/mantelzorgondersteuning;</al><al>• in de zorg helpen;</al><al>• helpen in de kerk/moskee;</al><al>• recyclingbedrijf;</al><al>• weidevogels tellen;</al><al>• suppoost avondvierdaagse;</al><al>• beweeg en dieetprogramma;</al><al>• mailings voor gemeente verzorgen, nieuwsbrieven rondbrengen;</al><al>• rolstoelbrigade;</al><al>• fietsles geven;</al><al>• klaar-overs;</al><al>• werkervaring op doen via club van 1000;</al><al>• helpen bij scouting;</al><al>• enquêteur minimabeleid;</al><al>• beheren fietsenstalling;</al><al>• hulp in heemkundetuin;</al><al>• bijspringen op schapenhouderij;</al><al>• helpen bij landelijke horeca keten;</al><al>• afvalkalenders inpakken voor gemeente;</al><al>• kledingreparatie;</al><al>• inpakwerk;</al><al>• helpen op metaalafdeling;</al><al>• hand en spandiensten op school.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>