<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta>
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>344866_1</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Verordening op de raadscommissie Franekeradeel 2014</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Franekeradeel</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2014-12-08</dcterms:modified>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Overheid.nl 5-12-2014</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissie Franekeradeel 2014</dcterms:alternative>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
      <dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject>
      <dcterms:issued>2014-11-27</dcterms:issued>
      <dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>14.202547 </overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
        <al>Geen</al>
      </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Op grond van artikel 28 Wet algemene regels herindeling is deze verordening per 1 januari 2020 vervallen.</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule>
      <vet>Verordening op de raadscommissies 2014 </vet>
    </intitule>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Franekeradeel;</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet;</al>
          <al/>
          <al>gezien het advies van het seniorenconvent;</al>
          <al/>
          <al>besluit vast te stellen de Verordening op de raadscommissie Franekeradeel
                        2014:</al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al>
            <lijst>
              <li nr="-">
                <al>commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens
                                    plaatsvervanger;</al>
              </li>
              <li nr="-">
                <al>commissielid: lid van een raadscommissie of diens
                                    plaatsvervanger;</al>
              </li>
              <li nr="-">
                <al>commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens
                                    plaatsvervanger;</al>
              </li>
              <li nr="-">
                <al>griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 2. Instelling raadscommissies</titel>
            </kop>
            <al>Er is één raadscommissie in de gemeente Franekeradeel.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 3. Taken</titel>
            </kop>
            <al>De raadscommissie:</al>
            <lijst>
              <li nr="a.">
                <al>brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar
                                    werkzaamheden betrekking hebben;</al>
              </li>
              <li nr="b.">
                <al>kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan
                                    bedoeld onder a;</al>
              </li>
              <li nr="c.">
                <al>voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder
                                    geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde
                                    bestuur ten aanzien van de onderwerpen bedoeld onder a.</al>
                <al/>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>De raadscommissie bestaat uit de leden van de gemeenteraad.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>De gemeenteraad benoemt uit de commissieleden, gehoord het
                                    seniorenconvent, de voorzitter en de vice-voorzitter.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>De raad benoemt op voordracht van een fractie, welke in de raad
                                    met niet meer dan één lid is vertegenwoordigd, een
                                    plaatsvervangend lid per fractie, die zitting in de
                                    raadscommissie heeft bij verhindering of ontstentenis van een
                                    lid als bedoeld in het eerste lid. Het plaatsvervangend lid
                                    dient tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst te
                                    zijn op de kandidatenlijst van een fractie.</al>
                <al/>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 5. Zittingsduur en vacatures</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt
                                    in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de
                                    raad.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>De raad kan de commissievoorzitter en de vice-voorzitter van de
                                    commissie ontslaan.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>De raad kan een plaatsvervangend commissielid ontslaan op
                                    voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft
                                    voorgedragen.</al>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>Een plaatsvervangend commissielid en de
                                    commissie(vice-)voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen.
                                    Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het
                                    ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of
                                    zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.</al>
              </li>
              <li nr="5.">
                <al>Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                    raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.</al>
              </li>
              <li nr="6.">
                <al>Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                    vervalt het plaatsvervangend lidmaatschap van commissieleden die
                                    op voordracht van die fractie zijn benoemd van rechtswege.</al>
                <al/>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 6. De commissiegriffier</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>De griffier van de raad is ook de griffier van de raadscommissie
                                    of hij benoemt een op de griffie werkzame ambtenaar of, in
                                    samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame
                                    ambtenaar, als commissiegriffier.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>De commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen of wordt
                                    vervangen door een daartoe door de griffier van de raad
                                    aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak
                                    met de secretaris, een niet op de griffie werkzame
                                    ambtenaar.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>De commissiegriffier kan op uitnodiging van de
                                    commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen
                                    deelnemen.</al>
                <al/>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Hoofdstuk 2. Vergaderingen</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Paragraaf 1. Voorbereidingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <titel>Artikel 7. Oproep en voorlopige agenda</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>Namens de commissievoorzitter verzendt de commissiegriffier
                                        ten minste zeven dagen voor een vergadering naar de
                                        commissieleden een oproep en de voorlopige agenda met de
                                        daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in
                                        artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet
                                        bedoelde stukken.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 8, eerste
                                        lid, wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende
                                        stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor
                                        aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.</al>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <titel>Artikel 8. Aanvullende agenda; vaststellen agenda</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het
                                        verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende
                                        voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken
                                        worden openbaar gemaakt.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 86,
                                        eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is
                                        opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste
                                        lid onder berusting van de griffier en verleent deze de
                                        commissieleden op verzoek inzage.</al>
                </li>
                <li nr="3.">
                  <al>Een agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de
                                        raadscommissie vastgesteld.</al>
                  <al/>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <titel>Artikel 9. Ter inzage leggen van stukken</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of
                                        voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden
                                        gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep
                                        op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden
                                        van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden
                                        gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de
                                        raadscommissie en zo mogelijk door middel van openbare
                                        kennisgeving.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Stukken die digitaal beschikbaar gemaakt kunnen worden,
                                        worden op de website van de gemeente geplaatst.</al>
                </li>
                <li nr="3.">
                  <al>Als omtrent stukken op grond van artikel 86, eerste en
                                        tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd,
                                        blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede
                                        lid onder berusting van de griffier en verleent deze de
                                        commissieleden op verzoek inzage.</al>
                  <al/>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <titel>Artikel 10. Openbare kennisgeving</titel>
              </kop>
              <al>Commissievergaderingen worden ten openbare kennis gebracht door
                                aankondiging in de lokale krant en op de gemeentelijke website. </al>
              <al/>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Paragraaf 2. Ter vergadering</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <titel>Artikel 11. Presentielijst</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van
                                        presentielijsten van vergaderingen.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de
                                        presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die
                                        lijst door de commissievoorzitter en de commissiegriffier
                                        door ondertekening vastgesteld.</al>
                  <al/>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <titel>Artikel 12. Opening vergadering en quorum</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de
                                        presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting
                                        hebbende commissieleden tegenwoordig is.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Als ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden
                                        geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een
                                        vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig
                                        uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.</al>
                </li>
                <li nr="3.">
                  <al>Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het
                                        eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan
                                        echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de
                                        ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was
                                        belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de
                                        presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting
                                        hebbende commissieleden tegenwoordig is.</al>
                  <al/>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <titel>Artikel 13. Verslag</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>De commissiegriffier draagt zorg voor verslagen van
                                        vergaderingen.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Het verslag bevat in ieder geval:</al>
                </li>
                <li nr="a.">
                  <al>de namen van de commissievoorzitter, de commissiegriffier,
                                        de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, allen
                                        voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het
                                        woord gevoerd hebben;</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>een aantekening van welke commissieleden afwezig waren;</al>
                </li>
                <li nr="c.">
                  <al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                        geweest;</al>
                </li>
                <li nr="d.">
                  <al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene onder
                                        vermelding van de namen van de sprekers (tenzij de
                                        vergadering woordelijk afgeluisterd kan worden, omdat de
                                        opname digitaal gepubliceerd is);</al>
                </li>
                <li nr="e.">
                  <al>een samenvatting van het advies aan de raad;</al>
                </li>
                <li nr="f.">
                  <al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid
                                        van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in
                                        artikel 16 door de raadscommissie is toegestaan deel te
                                        nemen aan de beraadslagingen.</al>
                </li>
                <li nr="3.">
                  <al>Een conceptverslag worden gelijktijdig met de verzending aan
                                        de commissieleden verzonden aan de overige personen die het
                                        woord hebben gevoerd in de vergadering waarop het betrekking
                                        heeft.</al>
                </li>
                <li nr="4.">
                  <al>Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de
                                        commissievoorzitter en commissiegriffier.</al>
                </li>
                <li nr="5.">
                  <al>Als verslagen elektronisch beschikbaar zijn, worden ze op de
                                        website van de gemeente geplaatst.</al>
                  <al/>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <titel> Artikel 14. Advies; geen stemmingen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt,
                                        beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter
                                        over de inhoud van het advies.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>De raadscommissie beslist of een voorliggend raadsvoorstel
                                        als bespreekstuk of als akkoordstuk geagendeerd zal worden.
                                        In het eerste geval kan in de raad de politieke discussie
                                        gevoerd worden. In het tweede geval wordt verwacht dat de
                                        raad zonder verdere inhoudelijke behandeling instemt met het
                                        voorstel.</al>
                </li>
                <li nr="3.">
                  <al>Wanneer tenminste één commissielid gemotiveerd aangeeft dat
                                        een onderwerp een bespreekstuk in de raad moet worden, dan
                                        zal het advies van de commissie aldus luiden.</al>
                </li>
                <li nr="4.">
                  <al>In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met
                                        uitzondering van over geheimhouding en met betrekking tot de
                                        orde.</al>
                  <al/>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <titel>Artikel 15. Aantal spreektermijnen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in
                                        ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders
                                        beslist.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter
                                        afgesloten.</al>
                </li>
                <li nr="3.">
                  <al>Commissieleden mogen in een termijn niet meer dan éénmaal
                                        het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al>
                </li>
                <li nr="4.">
                  <al>Bij de bepaling hoeveel malen een commissielid over
                                        hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd,
                                        wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van
                                        orde.</al>
                  <al/>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <titel>Artikel 16. Deelname aan de beraadslaging door
                                    anderen</titel>
              </kop>
              <al>Een raadscommissie kan op enig moment besluiten dat anderen mogen
                                deelnemen aan de beraadslaging.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <titel>Artikel 17. Spreekrecht burgers</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>Burgers kunnen in een vergadering maximaal vijf minuten het
                                        woord voeren (spreekrecht) over onderwerpen die geagendeerd
                                        zijn of over een onderwerp vreemd aan de orde van de
                                        dag.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Het woord kan niet gevoerd worden over een onderwerp:</al>
                </li>
                <li nr="a.">
                  <al>indien over dat agendapunt een afzonderlijke
                                        inspraakprocedure heeft plaatsgevonden;</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar
                                        of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan;</al>
                </li>
                <li nr="c.">
                  <al>over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                        personen;</al>
                </li>
                <li nr="d.">
                  <al>indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht kan of kon worden ingediend.</al>
                </li>
                <li nr="e.">
                  <al>waarover de raad korter dan vier jaar geleden een besluit
                                        heeft genomen.</al>
                </li>
                <li nr="3.">
                  <al>Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                        binnen een redelijke termijn voor de aanvang van de
                                        vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van
                                        zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover
                                        het woord gevoerd wenst te worden.</al>
                </li>
                <li nr="4.">
                  <al>De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van
                                        aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde
                                        afwijken, als dit in het belang is van de orde van de
                                        vergadering.</al>
                </li>
                <li nr="5.">
                  <al>De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem
                                        dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers
                                        aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte,
                                        verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie
                                        plaats tussen een inspreker en deelnemers van de
                                        vergadering.</al>
                </li>
                <li nr="6.">
                  <al>De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel
                                        voor de behandeling van de inbreng van de burger.</al>
                  <al/>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <titel>Artikel 18. Handhaving orde en schorsing</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>De commissievoorzitter zorgt voor de handhaving van de orde
                                        in de vergadering.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid
                                        dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken
                                        belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te
                                        ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na
                                        aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering
                                        onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem
                                        verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het
                                        commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de
                                        toegang tot de vergadering worden ontzegd.</al>
                </li>
                <li nr="3.">
                  <al>Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
                                        door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening
                                        de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering
                                        sluiten.</al>
                </li>
                <li nr="4.">
                  <al>Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende
                                        of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in
                                        behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk
                                        interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren.
                                        Sprekers die hieraan geen gevolg geven, kunnen door hem het
                                        woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.</al>
                  <al/>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <titel>Artikel 19. Voorstellen van orde</titel>
              </kop>
              <al>Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel
                                van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist
                                hier terstond over.</al>
              <al/>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Paragraaf 3. Besloten vergaderingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <titel>Artikel 20. Toepassing verordening op besloten
                                    vergaderingen</titel>
              </kop>
              <al>Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige
                                toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter
                                van de vergadering.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <titel>Artikel 21. Verslag besloten vergadering</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>Conceptverslagen van besloten vergaderingen worden niet
                                        verspreid, maar uitsluitend door de commissiegriffier aan de
                                        commissieleden gestuurd.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Voorstellen tot wijziging van het verslag worden binnen
                                        veertien dagen na toezending kenbaar gemaakt aan de
                                        commissiegriffier, zodat vaststelling in de eerstvolgende
                                        openbare commissievergadering kan plaatsvinden.</al>
                </li>
                <li nr="3.">
                  <al>De vastgestelde verslagen worden door de commissievoorzitter
                                        en de commissiegriffier ondertekend.</al>
                  <al/>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <titel>Artikel 22. Opheffing geheimhouding</titel>
              </kop>
              <al>Als de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                                Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als
                                de raadscommissie daarom verzoekt, daarover in een besloten
                                vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.</al>
              <al/>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Paragraaf 4. Toehoorders en pers</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <titel>Artikel 23. Toehoorders en pers</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare
                                        vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde
                                        plaatsen.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op
                                        andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.</al>
                </li>
                <li nr="3.">
                  <al>De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de
                                        vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt
                                        verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen
                                        vertrekken.</al>
                </li>
                <li nr="4.">
                  <al>Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de
                                        vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de
                                        toegang tot de vergadering te ontzeggen.</al>
                  <al/>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <titel>Artikel 24. Geluid- en beeldregistraties</titel>
              </kop>
              <al>Degenen die van een openbare vergadering geluid- of
                                beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de
                                commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.</al>
              <al/>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Hoofdstuk 3. Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 25. Intrekken oude verordening</titel>
            </kop>
            <al>De “raadscommissieverordening 2002” wordt ingetrokken.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 26. Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Deze verordening treedt in werking op de dag na
                                    bekendmaking.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de
                                    raadscommissie Franekeradeel 2014.</al>
                <al/>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 27 november 2014</al>
          <al>F. Veenstra, voorzitter</al>
          <al>T.J.F. Lyklema, griffier</al>
          <al/>
        </slotformulering>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <al>
          <vet>Toelichting</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Artikel 3. Taken</vet>
        </al>
        <al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor
                    en overleggen met het college of de burgemeester. Wat betreft de invulling van
                    de taken van de raadscommissies zijn ruwweg twee modellen te onderscheiden. In
                    het eerste model is een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en
                    informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de raad, in het
                    tweede vindt het politieke debat plaats in een raadscommissie en geschiedt de
                    besluitvorming door de raad.</al>
        <al>De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking
                    in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De
                    raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook
                    dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de
                    raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van
                    kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan.</al>
        <al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad haar eigen agenda. Dit betekent dat
                    niet het college maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een
                    voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt
                    besproken. In het Model Reglement van orde voor de vergaderingen en andere
                    werkzaamheden van de raad 2014 is om dit te coördineren een agendacommissie
                    ingericht. Deze commissie is verantwoordelijk voor de inhoudelijke afstemming
                    van raads- en commissievergaderingen. Veelal zal het echter wel zo zijn dat een
                    onderwerp eerst in een raadscommissie wordt besproken.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter</vet>
        </al>
        <al>Om er voor te zorgen dat iedere fractie in staat is om zoveel mogelijk deel te
                    nemen aan de vergaderingen van de raadscommissie, bepaalt het derde lid dat
                    iedere fractie met niet meer dan één lid, één plaatsvervangend lid kan
                    voordragen. Voor hen gelden dezelfde eisen als voor commissieleden. </al>
        <al>De plaatsvervangend commissieleden worden door de raad benoemd, op voordracht
                    van de fracties. Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie
                    de betreffende fractie vertegenwoordigen in de commissie. Het is enkel mogelijk
                    – overeenkomstig het derde lid zelfs verplicht - de benoeming van een
                    voorgedragen lid te weigeren als het betreffende “burgerlid” niet voldoet aan de
                    vereisten van de Gemeentewet.</al>
        <al>Uit het derde lid volgt dat de plaatsvervangende leden van een raadscommissie
                    geen raadslid hoeven te zijn. Wel zijn het de fracties die de leden voordragen.
                    De niet-raadsleden moeten – in verband met de kenbaarheid en kiezerlegitimiteit
                    – wel tijdens de laatste raadsverkiezingen op de kandidatenlijst van de
                    desbetreffende fractie hebben gestaan. </al>
        <al>De plaatsvervangend commissieleden moeten, evenals raadsleden, voldoen aan
                    hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet. Dit
                    betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige
                    verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen
                    functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in strijd mogen
                    handelen met artikel 15. Om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van de
                    Gemeentewet, ligt het voor de hand om gebruik te maken van een
                    geloofsbrievenonderzoek. Het verdient aanbeveling dit onderzoek uit te laten
                    voeren door de commissie die voor raadsleden en wethouders het op basis van
                    artikel V 4 van de Kieswet verplichte geloofsbrievenonderzoek uitvoert. De
                    vereisten die onderzocht moeten worden zijn immers gelijk. Dit onderzoek (alleen
                    naar de niet-raadsleden) gaat vooraf aan het raadsbesluit waarmee de
                    commissieleden benoemd worden.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 5. Zittingsduur en vacatures</vet>
        </al>
        <al>De zittingsperiode van de leden en de voorzitter is even lang als de
                    zittingsperiode van raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt
                    derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan.</al>
        <al>Het lidmaatschap van een raadscommissie eindigt eveneens van rechtswege indien
                    een lid is benoemd op voordracht van een fractie die niet meer vertegenwoordigd
                    is in de raad (zevende lid).</al>
        <al>De raad kan een plaatsvervangend lid van een raadscommissie op voorstel van de
                    fractie die het lid heeft voorgedragen ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen
                    in geval van een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan
                    overigens op grond van artikel 5, eerste lid, recht op een eigen
                    plaatsvervangend lid. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Hoofdstuk 2. Vergaderingen</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Paragraaf 1. Voorbereidingen</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Artikel 7. Oproep en voorlopige agenda</vet>
        </al>
        <al>Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat de voorzitter een vastgesteld aantal
                    dagen vóór een vergadering de leden van zijn raadscommissie een oproep stuurt,
                    waarin de vergadering wordt aangekondigd. Uiteraard is het mogelijk, indien de
                    raad dit wenst de stukken en oproep niet per post maar per e-mail of een ander
                    digitaal medium (zoals ibabs) te versturen. De oproep vermeldt de dag, tijdstip
                    en plaats van de vergadering. Het eerste lid stelt verplicht dat de voorlopige
                    agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25,
                    eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, tegelijkertijd met de
                    oproep aan de leden worden verzonden. De in artikel 25, eerste en tweede lid,
                    bedoelde stukken zijn stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd.
                    Hier wordt melding van gemaakt op de stukken. Deze kunnen worden ingezien bij de
                    griffier (artikel 9, derde lid).</al>
        <al> Het opstellen van de voorlopige agenda gebeurt door de agendacommissie. De
                    instelling en taken van deze commissie zijn geregeld in hetreglement van orde
                    voor de raad.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 8. Aanvullende agenda; vaststellen agenda</vet>
        </al>
        <al>In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om
                    ruim voor de commissievergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft
                    op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de commissievoorzitter na
                    het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en
                    stukken rondsturen. </al>
        <al>Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol
                    van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het derde lid. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 9. Ter inzage leggen van stukken</vet>
        </al>
        <al>Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom
                    worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep
                    ter inzage aangeboden. Naast de fysieke terinzagelegging op het stadhuis, zullen
                    de stukken doorgaans op elektronische wijze worden aangeboden.</al>
        <al>De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom
                    worden stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de
                    raadsvergadering en die geheim moeten blijven bij hem ter inzage gelegd. Op
                    verzoek van de leden van de raadscommissie kan de griffier inzage aan hen
                    verlenen.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 10. Openbare kennisgeving</vet>
        </al>
        <al>Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 82,
                    vijfde lid, van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is
                    aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).
                    Hier wordt vastgelegd in welke dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen de
                    aankondiging van de vergadering van de raad wordt geplaatst. Indien de
                    kennisgeving uitsluitend elektronisch plaatsvindt, dan dient er een grondslag te
                    zijn, zie artikel 3:12 juncto 2:14 van de Awb.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Paragraaf 2. Ter vergadering</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Artikel 11. Presentielijst</vet>
        </al>
        <al>De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de commissiegriffier
                    zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is.
                    Daarnaast is de presentielijst van belang om de vergoedingen van de
                    niet-raadsleden die lid zijn van de raadscommissie te kunnen vaststellen.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 12. Opening vergadering en quorum</vet>
        </al>
        <al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Dit artikel
                    voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                    aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden vergaderd.</al>
        <al>Het tweede lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het
                    quorum niet bereikt is, anders zou de afwezigheid van leden van een
                    raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat
                    op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet
                    vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen
                    tussen de twee vergaderingen zitten, mag er vanuit worden gegaan dat het
                    mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen.
                    Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie
                    over de datum van een nieuwe vergadering.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 14. Advies; geen stemmingen</vet>
        </al>
        <al>Het gebruik van het woord beslissen in het eerste lid kan de suggestie gewekt
                    worden dat in de commissievergadering ook ‘echte’ Awb-besluiten kunnen worden
                    genomen. Dit is echter niet het geval. Een raadscommissie neemt geen
                    beslissingen maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het
                    college en de burgemeester. Alleen in de raadsvergadering kunnen besluiten
                    worden genomen. Wel kan een raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies
                    uitbrengen aan de raad. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 15. Aantal spreektermijnen</vet>
        </al>
        <al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets te
                    veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng
                    van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een raadslid
                    na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de
                    voorzitter niet te honoreren. Indien de raadscommissie van mening is dat na de
                    tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan zij daartoe uitdrukkelijk
                    besluiten.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 16. Deelname aan beraadslaging door anderen</vet>
        </al>
        <al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 van de
                    Gemeentewet geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeentewet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van
                    raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is
                    uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde
                    functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen).
                    Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de
                    burgemeester en de wethouders. Deze hebben op grond van artikel 82, vijfde lid,
                    van de Gemeentewet de mogelijkheid om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op
                    grond van dit artikel kan bijvoorbeeld de secretaris uitgenodigd worden.
                    Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een
                    andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel over de spreektijd of
                    over de orde van de vergadering.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 17. Spreekrecht burgers</vet>
        </al>
        <al>Het geven van spreekrecht aan burgers is een manier om burgers meer te betrekken
                    bij de besluitvorming van de raad. Doordat de raadsvergadering het sluitstuk is
                    van het besluitvormingsproces dat lang daarvoor is begonnen (ambtelijke
                    organisatie, college, commissies) is er voor gekozen het spreekrecht op te nemen
                    in de commissieverordening. Op dit moment zijn de fracties nog bezig hun mening
                    te vormen. Een inspreekmogelijkheid tijdens de raadsvergadering is doorgaans
                    minder effectief (‘schijnspreekrecht’).</al>
        <al>De burgers die wensen in te spreken moeten zich binnen een ‘redelijke termijn’
                    voor de vergadering melden bij de griffier. De griffier kan, indien nodig, de
                    persoon naar de juiste raadscommissie verwijzen. Uiteraard kan, afhankelijk van
                    de beschikbaarheid, ook gekozen worden voor aanmelding bij de commissiegriffier.
                    Procedureel is het handig om als ‘redelijke termijn’ circa 48 uur aan te houden.
                    Door niet uitdrukkelijk een termijn op te nemen, kan hiermee flexibel worden
                    omgegaan en de servicegerichtheid naar de burger worden vergroot.</al>
        <al>In het vijfde lid is ervoor gekozen om een burger slechts één maal het woord te
                    geven en geen discussie te laten plaatsvinden. Afhankelijk van de lokale
                    situatie kan als richtlijn 5 minuten spreektijd per burger worden aangehouden.
                    Op voorstel van de voorzitter, die in eerste instantie voor een ordentelijk
                    verloop van de vergadering moet zorgen en dus moet kunnen aanvoelen of een
                    verkorting of verlenging van de spreektijd gewenst is, kan van deze richtlijn
                    worden afgeweken.</al>
        <al>Op basis van artikel 13, derde lid, wordt het verslag toegezonden aan de burgers
                    die hebben ingesproken.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 18. Handhaving orde en schorsing</vet>
        </al>
        <al>Artikel 26 Gemeentewet geeft aan dat de voorzitter bij raadsvergadering bevoegd
                    is om de orde te handhaven. Voor de commissievergaderingen ontbreekt een
                    dergelijke bepaling, deze is daarom hier opgenomen. Op basis van het tweede lid
                    kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden
                    geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd
                    worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de
                    verstoring van de orde, de vergadering sluiten. In het uiterste geval kan hij
                    een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen
                    verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang
                    tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Onder
                    interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed- of
                    afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor wat
                    betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 23 van deze verordening.</al>
        <al>Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun
                    mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet bovendien dat
                    artikel 22 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing is op leden van
                    raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te
                    vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij
                    in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel
                    raadsleden als niet-raadsleden.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 19. Voorstellen van orde</vet>
        </al>
        <al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De
                    beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de
                    raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging,
                    besloten door de raadscommissie. Bij het staken van stemmen is het voorstel niet
                    aangenomen (artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewet is hierop niet van
                    toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de
                    vergadering voor een (overleg) pauze of een voorstel over de (beperking van de)
                    spreektijden van de leden en overige deelnemers aan de
                    commissievergadering.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Paragraaf 3. Besloten vergaderingen</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Artikel 20. Toepassing verordening op besloten vergaderingen</vet>
        </al>
        <al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn
                    echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                    aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                    behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld
                    in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 21. Verslag besloten vergadering</vet>
        </al>
        <al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van de
                    Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de
                    Gemeentewet schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk
                    verslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in
                    casu dus een raadscommissie anders beslist. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 22. Opheffing geheimhouding</vet>
        </al>
        <al>De raad kan de geheimhouding die een raadscommissie aan de raad oplegt,
                    opheffen. Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan
                    het principe van hoor en wederhoor.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Paragraaf 4. Toehoorders en pers</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Artikel 23. Toehoorders en pers</vet>
        </al>
        <al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid van dit
                    artikel voorziet hierin.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 24. Geluid- en beeldregistraties</vet>
        </al>
        <al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
