<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:xopus="http://www.xopus.com/xmlns/xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta>
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>344229_1</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2015 gemeente het Bildt</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">het Bildt</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2014-12-03T10:39:52Z</dcterms:modified>
      <dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:spatial>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:alternative>Verordening individuele inkomenstoeslag 2015 gemeente het Bildt </dcterms:alternative>
      <dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art. 8, lid 1</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, Aanhef	</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, Onderdeel b, lid 2</dcterms:source>
      <dcterms:issued>2014-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP, 2014</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:publisher scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:publisher>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-02-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>Invoering nieuwe participatiewet</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
        <al>Geen.</al>
      </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Geen.</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule/>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente het Bildt;</al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 8
                        oktober 2014;</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid, van de
                        Participatiewet;</al>
          <al/>
          <al>overwegende dat het van belang wordt geacht om aan personen van 21 jaar of
                        ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die langdurig een
                        laag inkomen hebben gehad, die geen in aanmerking te nemen vermogen als
                        bedoeld in artikel 34 bezitten, die geen uitzicht hebben op
                        inkomensverbetering en die tevens woonachtig zijn in de gemeente het Bildt
                        financieel te ondersteunen;</al>
          <al/>
          <al>besluit vast te stellen de </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Verordening individuele inkomenstoeslag</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>Participatiewet 2015 gemeente het Bildt</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al/>
            <table>
              <tgroup cols="3">
                <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/>
                <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/>
                <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/>
                <tbody>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>1.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col3" namest="col2">
                      <al>Alle begrippen die in deze verordening worden
                                                gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben
                                                dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de
                                                Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>2.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col3" namest="col2">
                      <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>a. dagelijks bestuur:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>het dagelijks bestuur van de Dienst Sociale Zaken en
                                                Werkgelegenheid Noardwest Fryslân;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>b. dienst: </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest
                                                Fryslân;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>c. inkomen: </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>totaal van het inkomen, bedoeld in artikel 32 van de
                                                Participatiewet, en de algemene bijstand;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>d. peildatum: </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>datum waarop een persoon individuele inkomenstoeslag
                                                aanvraagt;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>e. referteperiode: </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>periode van drie jaar voorafgaand aan de
                                                peildatum.</al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>De aanvraag en de voorwaarden</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Indienen verzoek</titel>
            </kop>
            <al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de
                            Participatiewet, wordt ingediend door middel van een door het dagelijks
                            bestuur vastgesteld aanvraagformulierformulier en onder overlegging van
                            de op het aanvraagformulier genoemde bescheiden.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Langdurig laag inkomen</titel>
            </kop>
            <al>Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36,
                            eerste lid, van de Participatiewet als gedurende de referteperiode het
                            in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 105% van de
                            toepasselijke bijstandsnorm.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Hoogte van de toeslag</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Hoogte individuele inkomenstoeslag</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>€ 237,00 voor een alleenstaande;</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>€ 305,00 voor een alleenstaande ouder;</al>
                  </li>
                  <li nr="c.">
                    <al>€ 339,00 voor gehuwden.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op
                                    individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13,
                                    eerste lid, van de Participatiewet, komt de rechthebbende
                                    echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag
                                    naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande
                                    ouder zou gelden.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op
                                    de peildatum bepalend.</al>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks
                                    geïndexeerd overeenkomstig de ontwikkelingen van de
                                    consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de
                                    Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele
                                    euro’s.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Onvoorziene gevallen</titel>
            </kop>
            <al>Het dagelijks bestuur kan in die gevallen waarin deze verordening niet
                            voorziet op grond van individuele bijzondere omstandigheden afwijkend
                            beslissen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele
                            inkomenstoeslag 2015 gemeente het Bildt</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente het
                        Bildt d.d. 6 november 2014.</al>
          <al/>
          <al>De voorzitter, </al>
          <al/>
          <al>De griffier,</al>
          <al/>
          <al/>
        </slotformulering>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <al>
          <vet>Toelichting</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Algemeen</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag,
                            bedoeld ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het
                            bestaan met inbegrip van een component reservering, in beginsel
                            toereikend is. Toch kan de financiële positie van mensen die langdurig
                            op een minimuminkomen zijn aangewezen onder druk komen te staan als er
                            na verloop van tijd geen enkel perspectief lijkt te zijn om door inkomen
                            uit arbeid het inkomen te verhogen. Om die reden is bij de invoering van
                            de Wet werk en bijstand (hierna: WWB) in 2004 de langdurigheidstoeslag
                            in het leven geroepen. Sinds 1 januari 2009 is de langdurigheidstoeslag
                            gedecentraliseerd. Ook is de langdurigheidstoeslag sinds die datum een
                            bijzondere vorm van (categoriale) bijzondere bijstand. Per 1 januari
                            2015 vervangt de individuele inkomenstoeslag de langdurigheidstoeslag.
                            Sindsdien is het verlenen van de toeslag geen gebonden bevoegdheid meer,
                            maar een discretionaire bevoegdheid. Dit betekent dat het college i.c.
                            het dagelijks bestuur een individuele inkomenstoeslag kan verlenen als
                            een persoon voldoet aan de voorwaarden daarvoor. Het dagelijks bestuur
                            kan in beleidsregels aangeven welke groepen niet in aanmerking komen
                            voor individuele inkomens-toeslag en in welke gevallen personen uitzicht
                            hebben op inkomensverbetering. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht
                            aan personen aan wie in de referteperiode een maatregel is opgelegd
                            wegens een schending van een arbeidsverplichting of een
                            re-integratieverplichting of aan personen die uit 's Rijks kas bekostigd
                            onderwijs volgen.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Vast te leggen regels in verordening</cursief>
        </al>
        <al>De individuele inkomenstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten.
                            Het is een inkomensondersteunende maatregel voor bepaalde personen die
                            langdurig een laag inkomen hebben en daarbij, gelet op de omstandigheden
                            van die persoon, geen uitzicht hebben op inkomensverbetering (artikel
                            36, eerste lid, van de Participatiewet). Bij verordening moeten regels
                            vastgesteld worden over het verlenen van een individuele inkomenstoeslag
                            als bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet. Deze regels moeten in
                            ieder geval betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven
                            aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’. Op grond van deze
                            verordening is geen sprake van een laag inkomen bij een inkomen hoger
                            dan 105% van de toepasselijke bijstandsnorm. Daarnaast moet bij
                            verordening de hoogte van de individuele inkomenstoeslag bepaald worden.
                            Het dagelijks bestuur kan in (wetsinterpreterende) beleidsregels
                            aangeven wanneer sprake is van 'geen uitzicht op inkomens-verbetering'.
                            Gelet op de tekst van artikel 8, tweede lid, van de Participatiewet
                            hoeft dit criterium niet te worden vastgelegd in de verordening. Bij de
                            beoordeling van het criterium 'geen uitzicht op inkomensverbetering'
                            moet het dagelijks bestuur rekening houden met de omstandigheden van de
                            persoon. In artikel 36, tweede lid, van de Participatiewet is bepaald
                            dat tot die omstandigheden in ieder geval worden gerekend:</al>
        <table>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="3*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="92*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>de krachten en bekwaamheden van de persoon, en</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot
                                                inkomensverbetering te komen.</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Overgangsrecht</cursief>
        </al>
        <al>Per 1 januari 2015 vervangt de individuele inkomenstoeslag de
                            langdurigheidstoeslag. Het is niet nodig om in deze verordening
                            overgangsrecht op te nemen met betrekking tot eerder verstrekte
                            langdurigheidstoeslagen, omdat artikel 78z van de Participatiewet
                            voorziet in algemeen overgangsrecht met betrekking tot de wijzigingen in
                            de Participatiewet als gevolg van de inwerkingtreding van de
                            Invoeringswet Participatiewet en de Wet maatregelen WWB op 1 januari
                            2015. De individuele inkomenstoeslag en voorheen de
                            langdurigheidstoeslag worden immers toegekend tegen een peildatum. Zaken
                            die na de peildatum gebeuren hebben geen betekenis voor het recht op een
                            dergelijke toeslag. Wie op een datum gelegen vóór</al>
        <al>1 januari 2015 op basis van de toepasselijke verordening recht had op
                            langdurigheidstoeslag, behoudt dat onverkort, ongeacht of hij voldoet
                            aan de voorwaarden die per 1 januari 2015 zijn gesteld in artikel 36 van
                            de Participatiewet en deze verordening. Toekenning van het recht op
                            individuele inkomenstoeslag op een datum gelegen op of ná 1 januari 2015
                            is uitsluitend mogelijk als wordt voldaan aan de in artikel 36 van de
                            Participatiewet en deze verordening opgenomen voorwaarden.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Wijziging leefvorm</cursief>
        </al>
        <al>De leefvorm (alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwd) van een
                            persoon kan wijzigen binnen de referteperiode. Dit is bijvoorbeeld het
                            geval indien gehuwden individuele inkomens-toeslag aanvragen, maar zij
                            over een gedeelte van de referteperiode als alleenstaande moeten worden
                            aangemerkt. Personen moeten dan ook over dat deel van de referteperiode
                            aan de voorwaarden voldoen om voor individuele inkomenstoeslag in
                            aanmerking te komen. </al>
        <al>Gehuwden moeten immers zowel gezamenlijk als afzonderlijk aan de
                            voorwaarden voldoen.</al>
        <al/>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikelsgewijze toelichting</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 1. Begripsbepalingen</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet of Algemene wet
                            bestuursrecht (hierna: Awb) worden niet afzonderlijk gedefinieerd in
                            deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze
                            verordening.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Inkomen</cursief>
        </al>
        <al>Met inkomen wordt bedoeld het inkomen zoals bedoeld in artikel 32 van de
                            Participatiewet. In afwijking hiervan wordt algemene bijstand voor de
                            beoordeling van het recht op individuele inkomenstoeslag ook in
                            aanmerking genomen als inkomen. Bijzondere bijstand kan niet als inkomen
                            in aanmerking worden genomen. Aangezien individuele inkomenstoeslag een
                            vorm van bijzondere bijstand is, is het niet nodig expliciet te bepalen
                            dat een eerder verstrekte individuele inkomenstoeslag buiten beschouwing
                            moet worden gelaten bij de vaststelling van het inkomen. Het wordt niet
                            wenselijk geacht een eerder verstrekte individuele inkomenstoeslag in
                            aanmerking te nemen als inkomen, omdat dit het ongewenst effect kan
                            hebben dat een persoon geen recht op een individuele inkomenstoeslag
                            heeft omdat hij een te hoog inkomen heeft gehad in de referteperiode
                            vanwege een eerder verstrekte toeslag. Wat voor een eerder verstrekte
                            individuele inkomenstoeslag geldt, dat geldt ook voor een eerder
                            verstrekte langdurigheidstoeslag op grond van de WWB zoals die luidde
                            vóór 1 januari 2015.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Peildatum</cursief>
        </al>
        <al>De peildatum is de datum waarop een persoon individuele inkomenstoeslag
                            aanvraagt (artikel 1 van deze verordening). Het gaat om de datum waarop
                            een persoon langdurig een laag inkomen heeft, geen in aanmerking te
                            nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet
                            en, gelet op de omstandigheden van die persoon, geen uitzicht op
                            inkomensverbetering heeft. De peildatum komt meestal overeen met de
                            meldingsdatum. De peildatum kan in beginsel niet liggen vóór de dag
                            waarop een persoon zich heeft gemeld om individuele inkomenstoeslag aan
                            te vragen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Dit volgt uit
                            artikel 44, eerste lid, van de Participatiewet en de jurisprudentie
                            rondom artikel 44 van de Participatiewet.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Referteperiode</cursief>
        </al>
        <al>Verder is bepaald wat onder de referteperiode moet worden verstaan: een
                            periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum. Zie ook de
                            toelichting bij artikel 3 onder ‘Langdurig’.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 2. Indienen verzoek</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>De Wet maatregelen WWB heeft artikel 36, eerste lid, van de
                            Participatiewet dusdanig gewijzigd dat een persoon een verzoek tot
                            verlening van individuele inkomenstoeslag kan indienen. Voorheen was de
                            langdurigheidstoeslag alleen op aanvraag verkrijgbaar. Onder aanvraag
                            wordt verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te nemen
                            (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel
                            schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 Awb).</al>
        <al/>
        <al>Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek moet
                            worden ingediend, bepaalt artikel 2 van deze verordening dat het verzoek
                            moet worden gedaan middels een door het dagelijks bestuur vastgesteld
                            formulier. Een verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld
                            in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag
                            (artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten
                            minste de naam en het adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en
                            een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2,
                            eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en
                            bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover
                            hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid,
                            van de Awb). Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden
                            aangemerkt als een verzoek om individuele inkomenstoeslag zoals bedoeld
                            in artikel 36 van de Participatiewet.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 3. Langdurig laag inkomen</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Van belang bij het bepalen wat een langdurig laag inkomen is, is wat
                            onder ‘langdurig’ en onder ‘laag’ wordt verstaan.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Langdurig</cursief>
        </al>
        <al>De door het algemeen bestuur vastgestelde langdurige periode voorafgaand
                            aan de peildatum, wordt aangeduid als referteperiode. De referteperiode
                            is vastgesteld in artikel 1 van deze verordening.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Laag inkomen</cursief>
        </al>
        <al>Een inkomen is laag als het niet hoger is dan 105% van de toepasselijke
                            bijstandsnorm.</al>
        <al/>
        <al>De vraag of het inkomen van een persoon gedurende de referteperiode niet
                            hoger is dan het langdurig lage inkomen van 105% van de toepasselijke
                            bijstandsnorm, zal niet al te rigide mogen worden beoordeeld. Een
                            marginale overschrijding van dit lage inkomen moet worden genegeerd.
                            Gaat het inkomen van een persoon gedurende (een deel van) de
                            referteperiode de toepasselijke bijstandsnorm maandelijks met een gering
                            bedrag te boven, dan is geen sprake meer van een marginale
                            overschrijding van de bijstandsnorm die niet aan toekenning van een
                            individuele inkomenstoeslag in de weg staat. Er is immers geen sprake
                            van een incidentele geringe overschrijding van de bijstandsnorm of van
                            te verwaarlozen bedragen van enkele eurocenten. In nadere regelgeving
                            wordt het begrip een gering bedrag nader omschreven.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 4. Hoogte individuele inkomenstoeslag</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Bij de hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt onderscheid
                            gemaakt tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouder en gehuwden. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Gehuwden</cursief>
        </al>
        <al>Bij gehuwden moet in het oog worden gehouden dat het recht op
                            individuele inkomenstoeslag de gehuwden gezamenlijk toekomt. Worden
                            personen op de peildatum als gehuwden aangemerkt, dan moeten beide
                            gehuwden voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, eerste lid, van de
                            Participatiewet. Voldoet één van hen niet aan deze voorwaarden, dan
                            bestaat voor beiden geen recht op individuele inkomenstoeslag. </al>
        <al>Is één van de echtgenoten uitgesloten van het recht op individuele
                            inkomenstoeslag, anders dan vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden
                            van artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, dan komt de
                            rechthebbende partner wel in aanmerking voor een individuele
                            inkomenstoeslag. Het gaat hier om een partner die op een van de in
                            artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet genoemde gronden
                            geen recht heeft op bijstand. Als slechts één partner recht heeft op
                            individuele inkomenstoeslag, komt deze rechthebbende partner in </al>
        <al>aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor
                            hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Dat is geregeld
                            in het tweede lid.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Indexering</cursief>
        </al>
        <al>In het vierde lid is een indexeringsbepaling opgenomen. Deze bepaling
                            voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moet worden vastgesteld,
                            enkel voor indexatie van de bedragen. Het is van belang de nieuwe
                            bedragen (na indexatie) duidelijk te communiceren.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 5. Onvoorziene gevallen</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>In deze verordening zijn de hoofdlijnen voor de inkomenstoeslag
                            vastgelegd. Er kunnen zich echter concrete situaties voordoen waarin
                            deze verordening niet voorziet. Dit artikel bepaalt dat het dagelijks
                            bestuur in dergelijke situaties beslist in afwijking van deze
                            verordening. </al>
        <al>Redelijkheid is hierbij het uitgangspunt. Bij de besluitvorming dient in
                            de geest van de wet en de verordening gehandeld te worden.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 6. Inwerkingtreding</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Vanaf
                            die datum is in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de
                            Participatiewet de verordenings-opdracht voor de gemeenteraad neergelegd
                            om regels in de verordening vast te stellen over het verlenen van een
                            individuele inkomenstoeslag.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 7. Citeertitel</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al>
      </nota-toelichting>
      <bijlage/>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
