<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:xopus="http://www.xopus.com/xmlns/xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta>
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>344193_1</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet 2015</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">het Bildt</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2014-12-03T10:00:17Z</dcterms:modified>
      <dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:spatial>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:alternative>Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet 2015</dcterms:alternative>
      <dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art. 6, lid 2</dcterms:source>
      <dcterms:issued>2014-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP, 2014</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:publisher scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:publisher>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-02-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>Invoering nieuwe participatiewet</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
        <al>Geen.</al>
      </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Geen.</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule/>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente het Bildt</al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 oktober 2014;</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet;</al>
          <al/>
          <al>besluit vast te stellen de </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>gemeente het Bildt</vet>
          </al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begrippen</titel>
            </kop>
            <al/>
            <table>
              <tgroup cols="3">
                <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/>
                <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/>
                <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/>
                <tbody>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>1.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col3" namest="col2">
                      <al>Alle begrippen die in deze verordening worden
                                                gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben
                                                dezelfde betekenis als in de Participatiewet, en de
                                                Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>2.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col3" namest="col2">
                      <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry nameend="col3" namest="col2">
                      <al>a. dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de
                                                Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest
                                                Fryslân;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>b. dienst:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al> de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid
                                                Noardwest Fryslân;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>c. IOAW:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al> Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>d. IOAZ:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al> Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>e. doelgroep loonkostensubsidie:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                                onderdeel a, van wie is vastgesteld dat zij met
                                                voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het
                                                verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
                                                mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben
                                                (artikel 6, eerste lid, onderdeel e,
                                                Participatiewet);</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>f. loonwaarde: </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al> vastgesteld percentage van het rechtens geldende
                                                loon voor de door een persoon, die tot de doelgroep
                                                loonkostensubsidie behoort, verrichte arbeid in een
                                                functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie
                                                in die functie van een gemiddelde werknemer met een
                                                soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de
                                                doelgroep loon kostensubsidie behoort (artikel 6,
                                                eerste lid, onderdeel g, Participatie wet);</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>g. dienstbetrekking:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke
                                                dienstbetrekking (artikel 6, eerste lid, onderdeel f
                                                Participatiewet). </al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Loonwaarde en loonkostensubsidie</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Vaststelling doelgroep</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Het dagelijks bestuur stelt vast of een persoon behoort tot de
                                    doelgroep loonkostensubsidie.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Hierbij neemt het dagelijks bestuur de volgende criteria in
                                    acht:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals
                                            omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                                            Participatiewet;</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het
                                            wettelijk minimumloon te verdienen, en</al>
                  </li>
                  <li nr="c.">
                    <al>die persoon heeft mogelijkheden tot
                                            arbeidsparticipatie.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Het dagelijks bestuur kan advies inwinnen over het oordeel of de
                                    aanvrager tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. De
                                    adviseur neemt daarbij de in het tweede lid neergelegde criteria
                                    in acht.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Vaststelling loonwaarde</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Het dagelijks bestuur gebruikt de in artikel 4 omschreven wijze
                                    om de loonwaarde van een persoon vast te stellen.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Het dagelijks bestuur kan advies inwinnen over de vaststelling
                                    van de loonwaarde van een persoon uit de doelgroep. Men neemt
                                    daarbij de in artikel 4 omschreven methode in acht.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Wijze bepalen loonwaarde</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Het dagelijks bestuur maakt gebruik van de loonwaarde-methode om
                                    de loonwaarde van een persoon te bepalen. Het dagelijks bestuur
                                    neemt het advies van het Uitvoeringsinstituut
                                    werknemersverzekeringen over het hanteren van een loonwaarde
                                    methode in overweging. </al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>De loonwaarde-methode is een objectieve meting van competenties
                                    gebaseerd op kennis van werknemers aan de onderkant van de
                                    arbeidsmarkt. De definitieve bepaling van de loonwaarde vindt
                                    eerst plaats na bedrijfsbezoek. De bepaling van loonwaarde wordt
                                    vastgelegd in een schriftelijk rapport met advies.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Een loonwaarde wordt individueel bepaald als iemand aan 2
                                    criteria voldoet:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>de persoon behoort tot de doelgroep;</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>er is een werkgever die werk tegen een bepaald cao
                                            salaris aanbiedt.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>De loonwaarde wordt bepaald aan de hand van het inkomen dat ter
                                    beschikking wordt gesteld op basis van de cao van de werkgever,
                                    afgezet tegen de prestatiemogelijkheid van de klant om een
                                    arbeidsprestatie te leveren.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Loonkostensubsidie</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Het dagelijks bestuur bepaalt de loonkostensubsidie nadat de
                                    loonwaarde is vastgesteld.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>De loonkostensubsidie bedraagt maximaal 70% van het wettelijk
                                    minimum loon voor de werkgever voor het verschil tussen de
                                    loonwaarde en het wettelijk minimum loon gedurende de
                                    arbeidsperiode of zoveel korter als het dagelijks bestuur
                                    redelijk acht.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening loonkostensubsidie
                            Participatiewet 2015 gemeente het Bildt.</al>
            <al/>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente het
                        Bildt d.d. 6 november 2014</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>Gemeenteraad van de gemeente het Bildt,</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>G. Krol (voorzitter),</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>F. Meijerink (griffier).</al>
          <al/>
          <al/>
        </slotformulering>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <al>
          <vet>Toelichting</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Algemeen</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de
                            Participatiewet. Overeen-komstig deze bepaling dient de gemeenteraad bij
                            verordening regels vast te stellen over de doelgroep loonkostensubsidie
                            en de loonwaarde. De regels dienen in ieder geval te bepalen:</al>
        <al>- de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoort, en</al>
        <al>- de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al>
        <al/>
        <al>Het dagelijks bestuur kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot
                            de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de
                            Participatiewet). Personen zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                            onderdeel a, van de Participatiewet die mogelijkheden tot
                            arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld dat zij met
                            voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk
                            minimumloon, behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6,
                            eerste lid, on-derdeel e, van de Participatiewet).</al>
        <al/>
        <al>Heeft het dagelijks bestuur vastgesteld dat een persoon behoort tot de
                            doelgroep loonkosten-subsidie en is een werkgever voornemens met die
                            persoon een dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het dagelijks
                            bestuur in beginsel de loonwaarde van die persoon vast (artikel 10d,
                            eer-ste lid, van de Participatiewet). Hiervoor is geen aanvraag vereist.
                            De vastgestelde loonwaarde legt het dagelijks bestuur vast in een
                            beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële)
                            werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. Het is niet toegestaan om
                            een subsidieplafond in te stellen. In artikel 10d, vierde lid van de
                            Participatiewet is bepaald dat als een werkgever een dienstbetrekking
                            aangaat met iemand uit de doelgroep loonkostensub-sidie, het dagelijks
                            bestuur deze subsidie moet verstrekken.</al>
        <al/>
        <al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende
                            loon voor de door een persoon uit de doelgroep loonkostensubsidie
                            verrichte arbeid in een functie. De loonwaarde wordt vastgesteld naar
                            evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie van een gemiddel-de
                            werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de
                            doelgroep loonkosten-subsidie behoort . (artikel 6, eerste lid,
                            onderdeel g, van de Participatiewet)</al>
        <al/>
        <al>In deze verordening gaat het om een andere vorm van loonkostensubsidie
                            dan de vorm van loonkostensubsidie zoals werd verstrekt onder de Wet
                            werk en bijstand (WWB) De loonkosten-subsidie zoals beschreven in deze
                            verordening kan uitsluitend worden ingezet als de persoon in kwestie
                            behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6,
                            eerste lid, onder-deel e, van de Participatiewet: mensen met een
                            arbeidsbeperking. Deze nieuwe vorm van loonkostensubsidie is niet per
                            definitie tijdelijk, maar kan indien nodig voor een langere periode
                            worden ingezet. Met dit instrument worden werkgevers gecompenseerd voor
                            de verminderde productiviteit van de werknemer (zie Kamerstukken II
                            2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 60).</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikelsgewijze toelichting</vet>
        </al>
        <al>
          <vet/>
        </al>
        <al>
          <vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                            bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook
                            van toepassing op deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening
                            daarom geen begripsomschrijvingen opgenomen. Voor de duidelijkheid zijn
                            een aantal belangrijke wettelijke definities weergegeven: nl.: doelgroep
                            loonkostensubsidie, loonwaarde en dienstbetrekking.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet/>
          <vet>Artikel 2 Vaststelling doelgroep</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt
                            vastgesteld of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort:
                            op schriftelijke aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve vaststelling is
                            alleen mogelijk bij:</al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>- </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid,
                                                onderdelen b en c, van de Wet werk en inkomen naar
                                                arbeidsvermogen (hierna: WIA), artikel 35, vierde
                                                lid onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36,
                                                derde lid, onderdelen b en c, van de WIA tot het
                                                moment dat het inkomen uit arbeid in
                                                dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren
                                                ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve
                                                van die persoon in die twee jaren geen
                                                loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                                                Participatiewet is verleend;</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>- </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van
                                                de Participatiewet;</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>- </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>personen met een uitkering op grond van de
                                                IOAW;</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>- </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>personen met een uitkering op grond van de
                                                IOAZ.</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al/>
        <al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan college
                            i.c. het dagelijks bestuur is om vast te stellen of een persoon tot de
                            doelgroep loonkostensubsidie behoort. Binnen de kaders van de wet is het
                            aan de gemeente i.c. de dienst om vast te stellen op welke wijze zij
                            bepalen of mensen tot de doelgroep loonkostensubsidie behoren en of
                            loonkostensubsidie voor hen wordt ingezet (zie Kamerstukken II 2013/14,
                            33 161, nr. 107, blz. 62). In artikel 2, tweede lid, is vastgelegd welke
                            criteria daarbij in acht genomen worden. Deze cumulatieve criteria zijn
                            ontleend aan artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet.
                            Daarin is immers wettelijk de doelgroep loonkostensubsidie
                            vastgelegd.</al>
        <al/>
        <al>Bij de vaststelling of iemand behoort tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie kan het dagelijks bestuur zich laten adviseren door
                            de een externe organisatie. Het dagelijks bestuur draagt personen voor
                            die zouden kunnen behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie, de
                            daartoe aangewezen externe organisatie adviseert en neemt daarbij
                            eveneens de in het tweede lid neergelegde criteria in acht. Op basis van
                            het advies beslist het dagelijks bestuur of iemand tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoort. Als sprake is van een onzorgvuldige
                            totstandkoming van het advies, kan besloten worden het advies niet te
                            volgen.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 3 Vaststellen loonwaarde</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als
                            een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever
                            voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het
                            dagelijks bestuur de loonwaarde van die persoon vaststelt. Hiervoor is
                            geen aanvraag vereist. De daartoe aangewezen externe organisatie
                            adviseert het dagelijks bestuur met betrekking tot de vaststelling van
                            de loonwaarde van een persoon (tweede lid, van deze verordening). Het
                            dagelijks bestuur stelt uiteindelijk de loonwaarde van een persoon vast.
                            De vastgestelde loonwaarde legt het dagelijks bestuur vast in een
                            beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële)
                            werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al>
        <al/>
        <al>In artikel 4 wordt de methode die het dagelijks bestuur gebruikt om de
                            loonwaarde van die persoon te bepalen omschreven.</al>
        <al>Als een dienstbetrekking tot stand komt, verleent het dagelijks bestuur
                            loonkostensubsidie aan de werkgever met inachtneming van artikel 10d van
                            de Participatiewet.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 4. Wijze bepalen loonwaarde</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>De wijze van bepalen van de loonwaarde wordt in regionaal verband
                            overlegd. </al>
        <al>Het systeem van de loonwaardebepaling moet kennis hebben van uitstroom
                            van mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Het systeem heeft een
                            wetenschappelijke basis waarmee voor mensen aan de onderkant van de
                            arbeidsmarkt een bijdrage wordt verzorgd aan effectieve en efficiënte
                            re-integratie.</al>
        <al/>
        <al>De dienst zal kiezen voor een betrouwbare methode die de competenties
                            van de werknemer of potentiële werknemer meet. Het systeem dient
                            ervaring en kennis te hebben van functies en arbeidsomstandigheden aan
                            de onderkant van de arbeidsmarkt. De definitieve bepaling van de
                            loonwaarde vindt eerst plaats na bedrijfsbezoek. De theoretische meting
                            wordt geverifieerd aan de praktijk en/of beoogde werkplek.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 5. Loonkostensubsidie</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Het dagelijks bestuur bepaalt de loonkostensubsidie nadat de loonwaarde
                            is vastgesteld. De loonkostensubsidie bedraagt maximaal 70% van het
                            wettelijk minimum loon voor de werkgever gedurende de arbeidsperiode of
                            zoveel korter als het dagelijks bestuur redelijk acht.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 6. Inwerkingtreding</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. De
                            nieuwe verordening gaat onmiddellijk werken voor alle situaties. Vanaf
                            die datum geldt de verordeningsopdracht voor de gemeenteraad om regels
                            in de verordening vast te stellen over het bepalen van de
                            loonwaarde.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 7 Citeertitel</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al>
      </nota-toelichting>
      <bijlage/>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
