<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:xopus="http://www.xopus.com/xmlns/xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta>
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>344151_1</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Verordening maatschappelijk ondersteuning 2015</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">het Bildt</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2014-12-03T08:49:35Z</dcterms:modified>
      <dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:spatial>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:alternative>Verordening maatschappelijk ondersteuning 2015 gemeente het Bildt</dcterms:alternative>
      <dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Maatschappelijke Ondersteuning, art. 2.1.3</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Maatschappelijke Ondersteuning, art. 2.1.4</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Maatschappelijke Ondersteuning, art. 2.1.5</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Maatschappelijke Ondersteuning, art. 2.1.6</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Maatschappelijke Ondersteuning, art. 2.1.7</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Maatschappelijke Ondersteuning, art. 2.6.6</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Maatschappelijke Ondersteuning, art. 2.3.6</dcterms:source>
      <dcterms:issued>2015-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP, 2014</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:publisher scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:publisher>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-03-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>Invoering wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
        <al>Geen.</al>
      </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Onbekend.</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule/>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente het Bildt;</al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 8
                        oktober 2014;</al>
          <al/>
          <al>gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, <cursief>[eerste, tweede,]</cursief>
                        derde en zevende lid, <cursief>[2.1.5, eerste lid,]</cursief> 2.1.6,
                            <cursief>[2.1.7, 2.3.6, vierde lid,]</cursief> en 2.6.6, eerste lid, van
                        de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;</al>
          <al/>
          <al>gezien het advies van de Koepel Wmo Noardwest Fryslân;</al>
          <al/>
          <al>overwegende:</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>besluit vast te stellen de:</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>gemeente het Bildt</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Begrippen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <table>
              <tgroup cols="4">
                <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/>
                <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/>
                <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/>
                <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/>
                <tbody>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>1.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col2">
                      <al>Alle begrippen die in deze verordening worden
                                                gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben
                                                dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke
                                                ondersteuning 2015 en de Algemene wet bestuursrecht
                                                (Awb).</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>2.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col2">
                      <al>In deze verordening en de daarop berustende
                                                bepalingen wordt verstaan onder:</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>a)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>Dienst SoZaWe</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest
                                                Fryslân;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>b)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>dagelijks bestuur</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>het dagelijks bestuur van de Dienst Sociale Zaken en
                                                Werkgelegenheid Noardwest Fryslân;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>c)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>college </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>het college van burgemeester en wethouders van de
                                                gemeente het Bildt;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>d)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>raad </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>de gemeenteraad van de gemeente het Bildt;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>e)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>beleidsregels </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>f)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>besluit Wmo;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>landelijk Uitvoeringsbesluit maatschappelijke
                                                ondersteuning 2015</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>g)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>financieel besluit Wmo:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning
                                                Wmo 2015 Dienst Sozawe;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>h)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>algemeen gebruikelijke voorziening:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>voorziening die niet speciaal is bedoeld is voor
                                                mensen met een beperking en die algemeen
                                                verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan
                                                vergelijkbare producten;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>i)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>algemene voorziening:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder
                                                voorafgaand onderzoek naar de behoeften,
                                                persoonskenmerken en mogelijkheden van de
                                                gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op
                                                maatschappelijke ondersteuning. </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>j)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>andere voorziening: </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>voorziening anders dan in het kader van de Wet
                                                maatschappelijke ondersteuning 2015;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>k)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>maatwerkvoorziening:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden
                                                van een persoon afgestemd geheel van diensten,
                                                hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere
                                                maatregelen ten behoeve van zelfredzaamheid,
                                                participatie en beschermd wonen en opvang als
                                                bedoeld in artikel 1.1.1. van de wet;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>l)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>bijdrage in de kosten:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid,
                                                van de wet;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>m)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>gesprek:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld
                                                in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>n)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>hulpvraag:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als
                                                bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de
                                                wet;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>o)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>melding:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>kenbaar maken van de hulpvraag aan het college als
                                                bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de
                                                wet;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>p)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>pgb: </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1
                                                van de wet;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>q)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>wet: </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo
                                                2015).</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>r)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>ingezetene:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente het
                                                Bildt;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>s)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>onverwijld:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen drie
                                                werkdagen;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>t)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>persoonlijk plan: </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in
                                                artikel 2.3.2, vierde lid, onderdelen a tot en met g
                                                van de wet, beschrijft en aangeeft welke
                                                maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het
                                                meest is aangewezen;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>u)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>hoofdverblijf:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>de woonruimte waar de aanvrager zijn vaste woon- en
                                                verblijfplaats heeft en in de gemeentelijke
                                                basisadministratie persoonsgegevens staat
                                                ingeschreven of het feitelijke woonadres indien een
                                                aanvrager met een briefadres is ingeschreven of zal
                                                staan ingeschreven.</al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Melding, onderzoek en aanvraag</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Melding hulpvraag</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij het college
                                    worden gemeld.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Het college bevestigt de ontvangst van een melding
                                    schriftelijk.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 Wmo 2015
                                    treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke
                                    maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het
                                    onderzoek.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Cliëntondersteuning</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen
                                    op kosteloze cliëntondersteuning, waarbij het belang van de
                                    cliënt uitgangspunt is.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Het college wijst de cliënt en zijn mantelzorger voor het
                                    onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, Wmo 2015, op de
                                    mogelijkheid gebruik te maken van gratis
                                    cliëntondersteuning.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Vooronderzoek</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in
                                    artikel 2.3.2, eerste lid, Wmo 2015, van belang zijnde en
                                    toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt
                                    zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Voor het gesprek verschaft de cliënt het college alle overige
                                    gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor
                                    het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de
                                    beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een
                                    identificatie-document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                                    identificatieplicht ter inzage.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente
                                    respectievelijk de Dienst SoZaWe, kan het college in
                                    overeenstemming met de cliënt afzien van een vooronderzoek als
                                    bedoeld in het eerste en tweede lid.</al>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om
                                    een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid,
                                    Wmo 2015 op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de
                                    melding in de gelegenheid het plan te overhandigen.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Gesprek</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de
                                    degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens
                                    vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of
                                    mantelzorgers en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk en voor
                                    zover nodig:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de
                                            cliënt;</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>het gewenste resultaat van het verzoek om
                                            ondersteuning;</al>
                  </li>
                  <li nr="c.">
                    <al>de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke
                                            hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn
                                            zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te
                                            verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan
                                            beschermd wonen of opvang;</al>
                  </li>
                  <li nr="d.">
                    <al>de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere
                                            personen uit zijn sociaal netwerk te komen tot
                                            verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn
                                            participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan
                                            beschermd wonen of opvang;</al>
                  </li>
                  <li nr="e.">
                    <al>de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de
                                            mantelzorger van de cliënt;</al>
                  </li>
                  <li nr="f.">
                    <al>de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene
                                            voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld
                                            in artikel 2.1.2. Wmo 2015, of door het verrichten van
                                            maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot
                                            verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn
                                            participatie, of de mogelijkheden om met gebruikmaking
                                            van een algemene voorziening te voorzien in zijn
                                            behoefte aan beschermd wonen of opvang; </al>
                  </li>
                  <li nr="g.">
                    <al>de mogelijkheden om door middel van samenwerking met
                                            zorgverzekeraars en zorg-aanbieders als bedoeld in de
                                            Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van
                                            publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn,
                                            wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed
                                            mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de
                                            behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of
                                            zijn participatie of aan beschermd wonen en opvang;</al>
                  </li>
                  <li nr="h.">
                    <al>de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te
                                            verstrekken;</al>
                  </li>
                  <li nr="i.">
                    <al>welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing
                                            van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de
                                            wet verschuldigd zal zijn, en</al>
                  </li>
                  <li nr="j.">
                    <al>de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van
                                            een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen
                                            wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 4,
                                    vierde lid, aan het college heeft overhandigd, betrekt het
                                    college dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste
                                    lid.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het
                                    gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en
                                    vraagt de cliënt toestemming om zijn persoons-gegevens te
                                    verwerken.</al>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college
                                    onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de Wmo 2015, in
                                    overleg met de cliënt afzien van een gesprek.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>Verslag</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het
                                    onderzoek.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Binnen een redelijke termijn na het gesprek verstrekt het
                                    college aan de cliënt een verslag van de uitkomsten van het
                                    onderzoek.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>De cliënt tekent het verslag voor gezien of akkoord en zorgt
                                    ervoor dat een getekend exemplaar binnen tien werkdagen wordt
                                    verzonden aan het dagelijks bestuur van de Dienst SoZaWe.</al>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>Als de cliënt tekent voor gezien, kan hij daarbij tevens
                                    aangeven wat de reden is waarom hij niet akkoord is.</al>
              </li>
              <li nr="5.">
                <al>Als de cliënt van mening is dat hij in aanmerking komt voor een
                                    maatwerkvoorziening, geeft hij dit aan op het door hem
                                    ondertekende verslag.</al>
              </li>
              <li nr="6.">
                <al>Als de cliënt het verslag niet binnen de in het derde lid
                                    genoemde termijn retour zendt aan het dagelijks bestuur,
                                    behoudens onvoorziene omstandigheden, wordt de cliënt geacht
                                    zelf in zijn hulpvraag te hebben voorzien en wordt er geacht
                                    geen aanvraag te zijn ingediend.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>Aanvraag</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan pas worden gedaan
                                    nadat het onderzoek is uitgevoerd, tenzij het onderzoek niet is
                                    uitgevoerd binnen zes weken na de ontvangst van de melding.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een
                                    aanvraag om een maat-werkvoorziening schriftelijk indienen bij
                                    het dagelijks bestuur. Een aanvraag wordt ingediend door middel
                                    van een door het dagelijks bestuur vastgesteld
                                    aanvraagformulier.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Het dagelijks bestuur kan een ondertekend verslag van het
                                    gesprek aanmerken als aanvraag als de cliënt dat op het verslag
                                    heeft aangegeven.</al>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>De cliënt die een aanvraag doet voor een maatwerkvoorziening,
                                    verstrekt het dagelijks bestuur desgevraagd terstond een
                                    document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                                    identificatieplicht.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>Advisering</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Het college en het dagelijks bestuur zijn bevoegd om, voor zover
                                    dit van belang kan zijn voor het onderzoek, degene door of
                                    namens wie een melding of aanvraag is ingediend of bij
                                    gebruikelijke hulp diens relevante huisgenoten:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>op te roepen in persoon te verschijnen op een door het
                                            college of dagelijks bestuur te bepalen plaats en
                                            tijdstip en hem te bevragen.</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>op een door het college of dagelijks bestuur te bepalen
                                            plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen
                                            deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Het college of dagelijks bestuur kan een door hem daartoe
                                    aangewezen adviesinstantie om advies vragen indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>het een melding of aanvraag betreft van een persoon die
                                            niet eerder een voorziening heeft gehad c.q. met wie
                                            niet eerder een gesprek als bedoeld in artikel 6 is
                                            gevoerd.</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>het een melding of aanvraag betreft van een persoon die
                                            wel eerder een voorziening heeft gehad of een gesprek
                                            zoals bedoeld in artikel 5 heeft gevoerd, maar waarvan
                                            de medische omstandigheden zodanig zijn veranderd dat
                                            die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een
                                            voorziening of de soort van voorziening kunnen
                                            beïnvloeden.</al>
                  </li>
                  <li nr="c.">
                    <al>het college of dagelijks bestuur dat om andere redenen
                                            gewenst vindt.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Maatwerkvoorziening</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9.</nr>
              <titel>Criteria voor een maatwerkvoorziening</titel>
            </kop>
            <al/>
            <table>
              <tgroup cols="4">
                <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/>
                <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/>
                <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/>
                <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/>
                <tbody>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>1.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col2">
                      <al>Het dagelijks bestuur neemt het verslag als
                                                uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om
                                                een maatwerkvoorziening.</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>2. </al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col2">
                      <al>Een cliënt komt in aanmerking voor een
                                                maatwerkvoorziening:</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>a.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col3">
                      <al>ter compensatie van de beperkingen in de
                                                zelfredzaamheid of participatie die de cliënt
                                                ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen
                                                naar het oordeel van het dagelijks bestuur niet kan
                                                verminderen:</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>•</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>op eigen kracht;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>•</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>met gebruikelijke hulp;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>•</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>met mantelzorg;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>•</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>met hulp van andere personen uit zijn sociale
                                                netwerk;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>•</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke
                                                voorzieningen; of</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>•</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>met gebruikmaking van algemene voorzieningen.</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col2">
                      <al>De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met
                                                de uitkomsten van het in voorgaande hoofdstuk
                                                bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het
                                                realiseren van een situatie waarin de cliënt in
                                                staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of
                                                participatie en zo lang mogelijk in de eigen
                                                leefomgeving kan blijven, of</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>b.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col3">
                      <al>ter compensatie van de problemen bij het zich
                                                handhaven in de samenleving van de cliënt met
                                                psychische of psychosociale problemen en de cliënt
                                                die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in
                                                verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg
                                                van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze
                                                problemen naar het oordeel van het dagelijks bestuur
                                                niet kan verminderen of wegnemen: </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>•</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>op eigen kracht;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>•</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>met gebruikelijke hulp;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>•</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>met mantelzorg;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>•</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>met hulp van andere personen uit zijn sociale
                                                netwerk; of</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>•</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>met gebruikmaking van algemene voorzieningen.</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col2">
                      <al>De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met
                                                de uitkomsten van het in het voorgaande hoofdstuk
                                                bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het
                                                voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd
                                                wonen of opvang en aan het realiseren van een
                                                situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo
                                                zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven
                                                in de samenleving.</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>3.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col2">
                      <al>Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met
                                                betrekking tot zelfredzaamheid en participatie geldt
                                                dat een cliënt alleen voor een maatwerkvoorziening
                                                in aanmerking komt als de noodzaak tot
                                                ondersteuning:</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>a.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col3">
                      <al>voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was,
                                                en </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>b.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col3">
                      <al>voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs
                                                niet verwacht kon worden maatregelen te hebben
                                                getroffen die de hulpvraag overbodig had
                                                gemaakt.</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>4.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col2">
                      <al>Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter
                                                vervanging van een eerder door het dagelijks bestuur
                                                verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt
                                                als de eerder verstrekte voorziening technisch is
                                                afgeschreven,</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>a.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col3">
                      <al>tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is
                                                gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de
                                                cliënt zijn toe te rekenen;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>b.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col3">
                      <al>tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet
                                                komt in de veroorzaakte kosten, of </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>c.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col3">
                      <al>als de eerder verstrekte voorziening niet langer een
                                                oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan
                                                maatschappelijke ondersteuning.</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>5. </al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col2">
                      <al>Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, wordt
                                                de goedkoopst compenserende voorziening verstrekt.
                                            </al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10.</nr>
              <titel>Voorwaarden en weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Geen maatwerkvoorziening wordt in ieder geval verstrekt:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>voor zover met betrekking tot de problematiek die in het
                                            gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot
                                            ondersteuning, een voorziening op grond van een andere
                                            wettelijke bepaling bestaat;</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke
                                            hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit
                                            zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen;</al>
                  </li>
                  <li nr="c.">
                    <al>voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene
                                            voorzieningen de beperkingen kan wegnemen;</al>
                  </li>
                  <li nr="d.">
                    <al>indien de voorziening voor een persoon als cliënt
                                            algemeen gebruikelijk is;</al>
                  </li>
                  <li nr="e.">
                    <al>indien het een voorziening betreft die de cliënt na de
                                            melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of
                                            geaccepteerd, tenzij het dagelijks bestuur daarvoor
                                            schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak
                                            achteraf nog kan worden </al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>vastgesteld;</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>voor zover de aanvraag betrekking heeft op een
                                            voorziening die aan cliënt al eerder is verstrekt in het
                                            kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de
                                            normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet
                                            verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte
                                            voorziening verloren is gegaan als gevolg van
                                            omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te
                                            rekenen, of tenzij cliënt geheel of gedeeltelijk
                                            tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten;</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>voor zover deze niet in overwegende mate op het individu
                                            is gericht;</al>
                  </li>
                  <li nr="c.">
                    <al>indien de cliënt tekortschietend besef van
                                            verantwoordelijkheid heeft betoond.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en
                                    participatie wordt verstrekt:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>als deze niet langdurig noodzakelijk is, tenzij een
                                            kortdurende maatwerkvoorziening leidt tot het te
                                            bereiken resultaat;</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>indien de cliënt geen ingezetene is van de
                                            gemeente.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>Geen woonvoorziening wordt verstrekt:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van
                                            de in de woning gebruikte materialen;</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>Indien de belanghebbende niet zijn/haar hoofdverblijf
                                            heeft in de gemeente;</al>
                  </li>
                  <li nr="c.">
                    <al>voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke
                                            ruimten betreft;</al>
                  </li>
                  <li nr="d.">
                    <al>indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing
                                            waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van
                                            beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er
                                            geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is;</al>
                  </li>
                  <li nr="e.">
                    <al>indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of
                                            haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning,
                                            tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is
                                            verleend door het dagelijks bestuur.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="5.">
                <al>Een cliënt kan voor een voorziening voor vervoer in natura of in
                                    de vorm van een persoonsgebonden budget in aanmerking worden
                                    gebracht wanneer beperkingen, chronische psychische problemen of
                                    psychosociale problemen het gebruik van collectief systeem
                                    onmogelijk maken.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11.</nr>
              <titel>Inhoud beschikking</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening
                                    wordt in ieder geval aangegeven of deze als voorziening in
                                    natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe
                                    bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt
                                    in de beschikking in ieder geval vastgelegd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>welke de te verstrekken voorziening is en wat het
                                            beoogde resultaat daarvan is;</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;</al>
                  </li>
                  <li nr="c.">
                    <al>hoe de voorziening wordt verstrekt;</al>
                  </li>
                  <li nr="d.">
                    <al>indien van toepassing, welke andere voorzieningen
                                            relevant zijn of kunnen zijn;</al>
                  </li>
                  <li nr="e.">
                    <al>of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de
                                            daarbij door het dagelijks bestuur gehanteerde
                                            uitgangspunten, zoals de kostprijs van de
                                            voorziening.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van
                                    een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend;</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het
                                            pgb;</al>
                  </li>
                  <li nr="c.">
                    <al>wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is
                                            gekomen;</al>
                  </li>
                  <li nr="d.">
                    <al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is
                                            bedoeld;</al>
                  </li>
                  <li nr="e.">
                    <al>de wijze van verantwoording van de besteding van het
                                            pgb, en</al>
                  </li>
                  <li nr="f.">
                    <al>of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de
                                            daarbij door het dagelijks bestuur gehanteerde
                                            uitgangspunten, zoals de kostprijs van de
                                            voorziening.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12.</nr>
              <titel>Regels voor pgb</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Het dagelijks bestuur verstrekt een pgb in overeenstemming met
                                    artikel 2.3.6 van de Wmo 2015.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet
                                    verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking
                                    heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de
                                    indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te
                                    gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Het tarief voor een pgb:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>is gebaseerd op een door de cliënt opgesteld plan over
                                            hoe hij het pgb gaat besteden;</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in
                                            te kopen, en</al>
                  </li>
                  <li nr="c.">
                    <al>bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de
                                            betreffende situatie goedkoopst compenserende
                                            maatwerkvoorziening in natura.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>De hoogte van een pgb voor dienstverlening is een all in
                                    uurtarief welke geacht wordt voldoende toereikend te zijn. Dit
                                    tarief is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten, zoals
                                    salaris en reiskosten.</al>
              </li>
              <li nr="5.">
                <al>De hoogte van een pgb voor een zaak wordt bepaald op ten hoogste
                                    de kostprijs van de zaak die de aanvrager op dat moment zou
                                    hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt. Voor
                                    zover dit geen onderdeel is van het pgb, kan het bedrag worden
                                    aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. Als
                                    de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt
                                    de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de
                                    verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven,
                                    rekening houdend met onderhoud en verzekering. Als de
                                    naturaverstrekking een nieuwe voorziening betreft, wordt de
                                    kostprijs daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel
                                    door de Dienst te ontvangen korting en rekening houdend met
                                    kosten van onderhoud en verzekering.</al>
              </li>
              <li nr="6.">
                <al>Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten,
                                    hulpmiddelen, woning- aanpassingen en andere maatregelen onder
                                    de volgende voorwaarden betreffende het tarief, betrekken van
                                    een persoon die behoort tot het sociaal netwerk:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>het die situaties betreft waarin het de gebruikelijke
                                            hulp overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en
                                            effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar
                                            doelmatiger is; </al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>dat deze persoon een lager tarief krijgt betaald voor
                                            zijn diensten dan het ingevolge het derde en vierde lid
                                            vastgestelde tarief, en</al>
                  </li>
                  <li nr="c.">
                    <al>dat tussenpersonen of belangbehartigers niet uit het pgb
                                            mogen worden betaald.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="7.">
                <al>Een pgb dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te
                                    worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is
                                    verstrekt. </al>
              </li>
              <li nr="8.">
                <al>Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen met betrekking
                                    tot de voorwaarden van een pgb. </al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13.</nr>
              <titel>Controle</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Het dagelijks bestuur onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs,
                                    of de verstrekte voorzieningen worden gebruikt of besteed ten
                                    behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen met betrekking
                                    tot de controle op de besteding. </al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Informatieplicht, herziening en terugvordering</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14.</nr>
              <titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                                terugvordering</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Onverminderd artikel 2.3.8 van de Wmo 2015 doet een cliënt aan
                                    het college en het dagelijks bestuur op verzoek of onverwijld
                                    uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden,
                                    waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze
                                    aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als
                                    bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de Wmo 2015.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Onverminderd artikel 2.3.10 van de Wmo 2015 herziet dan wel
                                    trekt het dagelijks bestuur een beslissing in als bedoeld in
                                    artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet als het college of het
                                    dagelijks bestuur vaststelt dat:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                            verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige
                                            gegevens tot een andere beslissing zou hebben
                                            geleid;</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het
                                            pgb is aangewezen;</al>
                  </li>
                  <li nr="c.">
                    <al>de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend
                                            is te achten;</al>
                  </li>
                  <li nr="d.">
                    <al>de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening
                                            of het pgb verbonden voorwaarden, of</al>
                  </li>
                  <li nr="e.">
                    <al>de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor
                                            een ander doel gebruikt.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Een beslissing tot verlening van een pgb wordt ingetrokken als
                                    blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is
                                    aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de
                                    verlening heeft plaatsgevonden.</al>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>Als het dagelijks bestuur een beslissing op grond van het tweede
                                    lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de
                                    onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk
                                    heeft plaatsgevonden, vordert het dagelijks bestuur van de
                                    cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft
                                    verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde terug van de ten
                                    onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten
                                    pgb.</al>
              </li>
              <li nr="5.">
                <al>Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
                                    ingetrokken, wordt deze voorziening teruggevorderd.</al>
              </li>
              <li nr="6.">
                <al>Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is
                                    ingetrokken, wordt deze voorziening teruggevorderd.</al>
              </li>
              <li nr="7.">
                <al>Het dagelijks bestuur onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit
                                    van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de
                                    bestedingen van pgb’s.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Bijdrage in de kosten</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15.</nr>
              <titel>Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerk-voorzieningen en
                                algemene voorzieningen</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>voor het gebruik van een algemene voorziening, niet
                                            zijnde cliëntondersteuning en,</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel pgb,
                                            zolang hij van de maatwerk-voorziening gebruik maakt of
                                            gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt en
                                            is afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt
                                            en zijn echtgenoot. Voor het begrip echtgenoot wordt
                                            verwezen naar artikel 1.1.2. van de Wmo 2015.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>De bijdrage in de kosten overstijgt niet de kostprijs van de
                                    voorziening.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>De kostprijs van een maatwerkvoorziening en pgb wordt
                                    bepaald:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>door een aanbesteding;</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>na een consultatie in de markt, of</al>
                  </li>
                  <li nr="c.">
                    <al>in overleg met de aanbieder.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>De hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening
                                    wordt berekend overeenkomstig het bepaalde in het landelijk
                                    besluit Wmo. De maximale bedragen worden gehanteerd. </al>
              </li>
              <li nr="5.">
                <al>Het dagelijks bestuur stelt bij nadere regeling de bijdragen
                                    voor verblijf in een opvang en beschermd wonen vast alsmede de
                                    wijze van innen van de bijdrage.</al>
              </li>
              <li nr="6.">
                <al>In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de
                                    Wmo 2015, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of
                                    pgb door het CAK vastgesteld en geïnd.</al>
              </li>
              <li nr="7.">
                <al>Als een maatwerkvoorziening in natura of een persoonsgebonden
                                    budget wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor
                                    een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd
                                    door:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene
                                            tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het
                                            Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen,
                                            en</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>degene die anders dan als ouder samen met de ouder het
                                            gezag uitoefent over een cliënt, zoals geregeld in
                                            artikel 2.1.5, lid 1, sub b van de wet.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="8.">
                <al>In afwijking van het vorige lid is in ieder geval geen bijdrage
                                    verschuldigd indien de ouders van het gezag over de cliënt zijn
                                    ontheven of ontzet.</al>
              </li>
              <li nr="9.">
                <al>Het dagelijks bestuur bepaalt bij nadere regeling:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>voor welke algemene voorzieningen, niet zijnde
                                            cliëntondersteuning, de cliënt een bijdrage is
                                            verschuldigd;</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>wat per soort algemene voorziening de hoogte van deze
                                            bijdrage is. </al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>Kwaliteit en veiligheid</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16.</nr>
              <titel>Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen,
                                    eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten
                                    daaronder begrepen, door:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke
                                            situatie van de cliënt;</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van
                                            zorg;</al>
                  </li>
                  <li nr="c.">
                    <al>erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun
                                            werkzaamheden in het kader van het leveren van
                                            voorzieningen handelen in overeenstemming met de
                                            professionele standaard.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen over verdere
                                    eisen aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking
                                    tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder
                                    begrepen.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het dagelijks
                                    bestuur toe op de naleving van deze eisen door periodieke
                                    overleggen met de aanbieders, een jaarlijks
                                    cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de
                                    cliënt ter plaatse controleren van de geleverde
                                    voorzieningen.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17.</nr>
              <titel>Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door
                                derden</titel>
            </kop>
            <table>
              <tgroup cols="4">
                <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/>
                <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/>
                <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/>
                <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/>
                <tbody>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>1.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col2">
                      <al>Het dagelijks bestuur houdt in het belang van een
                                                goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling
                                                van de tarieven die het hanteert voor door derden te
                                                leveren diensten, in ieder geval rekening met:</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>a.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col3">
                      <al>de aard en omvang van de te verrichten taken;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>b.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col3">
                      <al>de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in
                                                relatie tot de zwaarte van de functie;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>c.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col3">
                      <al>een redelijke toeslag voor overheadkosten;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>d.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col3">
                      <al>een voor de sector reële mate van non-productiviteit
                                                van het personeel als gevolg van verlof, ziekte,
                                                scholing en werkoverleg;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>e.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col3">
                      <al>kosten voor bijscholing van het personeel, en</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>2.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col2">
                      <al>Het dagelijks bestuur houdt in het belang van een
                                                goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling
                                                van de tarieven die het hanteert voor door derden te
                                                leveren overige voorzieningen, in ieder geval
                                                rekening met:</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>a. </al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col3">
                      <al>de marktprijs van de voorziening, en</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>b.</al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col4" namest="col3">
                      <al>de eventuele extra taken die in verband met de
                                                voorziening van de leverancier worden gevraagd,
                                                zoals:</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>-</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>aanmeten, leveren en plaatsen van de
                                                voorziening;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>-</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>instructie over het gebruik van de voorziening;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>-</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>onderhoud van de voorziening, en</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>-</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>verplichte deelname in bepaalde
                                                samenwerkingsverbanden (bijv. sociaal
                                                wijkteams).</al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18.</nr>
              <titel>Meldingsregeling calamiteiten en geweld</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Het dagelijks bestuur treft een regeling voor het melden van
                                    calamiteiten en gewelds- incidenten bij de verstrekking van een
                                    voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend
                                    ambtenaar aan.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat
                                    zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening
                                    onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de
                                    wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en
                                    adviseert het dagelijks bestuur over het voorkomen van verdere
                                    calamiteiten en het bestrijden van geweld.</al>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>Het dagelijks bestuur kan bij nadere regeling bepalen welke
                                    verdere eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld
                                    bij de verstrekking van een voorziening.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>7.</nr>
            <titel>Waardering en ondersteuning mantelzorgers en vrijwilligers en
                            tegemoetkoming meerkosten</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19.</nr>
              <titel>Waardering mantelzorgers en ondersteuning mantelzorgers en
                                vrijwilligers</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>De jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van
                                    cliënten in de gemeente bestaat uit een compliment in
                                    natura.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Het college werkt in nadere regelgeving uit hoe de jaarlijkse
                                    blijk van waardering voor mantelzorgers van cliënten in de
                                    gemeente wordt vormgegeven.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Het college werkt in nadere regelgeving uit hoe de ondersteuning
                                    van mantelzorgers en vrijwilligers wordt vormgegeven.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20.</nr>
              <titel>Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of
                                chronische problemen</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Het dagelijks bestuur kan in overeenstemming met het
                                    beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de Wmo 2015, op
                                    aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische
                                    of psychosociale problemen die daarmee verband houdende
                                    aannemelijke meerkosten hebben een financiële tegemoetkoming
                                    verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de
                                    participatie.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Het dagelijks bestuur legt in nadere regels vast in welke
                                    gevallen en in welke mate een tegemoetkoming verstrekt kan
                                    worden. </al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>De tegemoetkoming kan inkomensafhankelijk zijn. </al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>8.</nr>
            <titel>Klachten, medezeggenschap en inspraak</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21.</nr>
              <titel>Klachtregeling</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Het dagelijks bestuur stelt een regeling vast voor afhandeling
                                    van klachten van cliënten die betrekking hebben op de wijze van
                                    afhandeling van meldingen en aanvragen als bedoeld in deze
                                    verordening.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van
                                    klachten van cliënten ten aanzien van alle voorzieningen die in
                                    het kader van deze verordening worden verstrekt.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het dagelijks
                                    bestuur toe op de naleving van de klachtregelingen van
                                    aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders, en een
                                    jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>22.</nr>
              <titel>Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke
                                ondersteuning</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van
                                    cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor
                                    de gebruikers van belang zijn ten aanzien van de voorzieningen
                                    die in het kader van deze verordening worden verstrekt.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het dagelijks
                                    bestuur toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van
                                    aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een
                                    jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>23.</nr>
              <titel>Betrekken van ingezetenen bij het beleid</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Het college en/of het dagelijks bestuur stelt ingezetenen,
                                    waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, in
                                    de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende
                                    maatschappelijke ondersteuning te doen, vroegtijdig gevraagd en
                                    ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over
                                    verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke
                                    ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol
                                    effectief te kunnen vervullen.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Het college en/of het dagelijks bestuur zorgt ervoor dat
                                    ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun
                                    vertegenwoordigers, kunnen deelnemen aan periodiek overleg,
                                    waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat
                                    zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het
                                    overleg benodigde informatie.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Het college en/of het dagelijks bestuur stelt nadere regels vast
                                    ter uitvoering van het eerste en tweede lid.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>9.</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>24.</nr>
              <titel>Pilot</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Het college en/of het dagelijks bestuur kan met het oog op het
                                    onderzoeken en het toepassen van mogelijkheden om
                                    maatschappelijke ondersteuning te bevorderen, middels een pilot
                                    afwijken van de bepalingen in deze verordening en de
                                    beleidsregels Wmo.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Een pilot is gebaseerd op een plan van aanpak dat door het
                                    college en/of het dagelijks be-stuur als zodanig is goedgekeurd
                                    en kenmerkt zich door zowel een beperkte omvang in kosten als
                                    een beperkte omvang in duur.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Als de pilot noodzaakt tot bijstelling van de verordening en/of
                                    de beleidsregels kan de periode zoals bedoeld in het tweede lid
                                    worden verlengd tot aan het moment van inwerkingtreding van die
                                    bijstelling.</al>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>Als het college en/of het dagelijks bestuur gebruik wil maken
                                    van de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid worden de
                                    betreffende cliëntenraden geïnformeerd.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>25.</nr>
              <titel>Evaluatie</titel>
            </kop>
            <al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt in overeenstemming
                            met de cyclus van het beleidsplan geëvalueerd, waarna een verslag over
                            de doeltreffendheid en de effectiviteit aan het gemeentebestuur wordt
                            voorgelegd.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>26.</nr>
              <titel>Nadere regels en hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend,
                                    waarin deze verordening niet voorziet, beslist het dagelijks
                                    bestuur.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen over de
                                    uitvoering van deze verordening. </al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen ten gunste van
                                    de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening indien
                                    toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende
                                    aard leidt. </al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>27.</nr>
              <titel>Overgangsrecht</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op
                                    grond van de oude verordening, totdat het dagelijks bestuur een
                                    nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze
                                    voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Aanvragen die zijn ingediend onder de oude verordening en waarop
                                    nog niet is beslist bij het in werking treden van deze
                                    verordening, worden afgehandeld krachtens de nieuwe verordening.
                                    Indien dit leidt tot een nadelige situatie voor de aanvrager,
                                    wordt de aanvraag afgehandeld krachtens de oude verordening.
                                </al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de oude
                                    verordening, wordt beslist met inachtneming van de oude
                                    verordening.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>28.</nr>
              <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                    maatschappelijke ondersteuning 2015 gemeente het Bildt</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente het Bildt
                        d.d. 6 november 2014.</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>Gemeenteraad van de gemeente het Bildt,</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>G. Krol (voorzitter),</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>F. Meijerink (griffier).</al>
          <al/>
        </slotformulering>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Toelichting Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015</titel>
        </kop>
        <al>
          <vet>gemeente het Bildt</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Algemeen</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Deze verordening geeft uitvoering aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
                    (hierna: Wmo 2015). De Wmo 2015 maakt onderdeel uit van de bestuurlijke en – met
                    toepassing van een budgetkorting – financiële decentralisatie naar gemeenten van
                    een aantal taken uit de Al-gemene Wet Bijzondere Ziektekosten (hierna: AWBZ).
                    Deze taken worden toegevoegd aan het takenpakket dat al bij gemeenten lag onder
                    de ‘oude’ Wet maatschappelijke </al>
        <al>ondersteuning. Hierbij wordt deels voortgeborduurd op de weg die met die wet al
                    was ingezet. Er wordt bekeken wat redelijkerwijs verwacht mag worden van de
                    cliënt zelf en zijn sociaal netwerk, vervolgens zal waar nodig de gemeente i.c.
                    de Dienst Sociale Zaken en </al>
        <al>Werkgelegenheid Noardwest Fryslân in aanvulling hierop hem in staat stellen
                    gebruik te </al>
        <al>maken van een algemene voorziening of – als dat niet volstaat – een
                    maatwerkvoorziening waarmee een bijdrage wordt geleverd aan zijn mogelijkheden
                    om deel te nemen aan het maat-schappelijk verkeer en zelfstandig te functioneren
                    in de maatschappij.</al>
        <al/>
        <al>Er dient telkens een zorgvuldige toegangsprocedure doorlopen te worden:</al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>om de hulpvraag van de cliënt, zijn behoeften en de gewenste
                                        resultaten helder te krijgen,</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>om te achterhalen wat de cliënt op eigen kracht, met
                                        gebruikelijke hulp, mantelzorg of met hulp van zijn sociaal
                                        netwerk dan wel door het verrichten van maatschappelijk
                                        nuttige activiteiten kan doen om zijn zelfredzaamheid en
                                        participatie te handhaven of verbeteren,</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>om te bepalen of zo nodig met gebruikmaking van een algemene
                                        voorziening kan worden volstaan, of dat een
                                        maatwerkvoorziening nodig is, en of sprake is van een
                                        voorliggende of andere voorziening die niet onder de
                                        reikwijdte van de Wmo 2015 valt.</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>De Wmo 2015 en deze verordening leggen deze toegangsprocedure daarom in
                    hoofdlijnen vast. Want waar het recht op compensatie dat bestond onder de ‘oude’
                    Wet maatschappelijke ondersteuning is komen te vervallen, wordt een recht op een
                    zorgvuldige, tweezijdige procedure daartegenover gesteld. Een dergelijke
                    procedure die bovendien goed wordt uitgevoerd, zal telkens tot een juist
                    eindoordeel moeten leiden; ondersteuning waar </al>
        <al>ondersteuning nodig is.</al>
        <al>Indien de cliënt van mening is dat het dagelijks bestuur hem ten onrechte geen
                    maat-werkvoorziening verstrekt of dat de maatwerkvoorziening onvoldoende
                    bijdraagt aan de zelfredzaamheid of participatie, of dat hem opvang of beschermd
                    wonen ten onrechte wordt onthouden, kan betrokkene daartegen vanzelfsprekend
                    bezwaar maken en daarna eventueel in beroep gaan tegen de beslissing op zijn
                    bezwaar. De rechter zal toetsen of de gemeente i.c. de Dienst Sociale Zaken en
                    Werkgelegenheid Noardwest Fryslân zich heeft gehouden aan de voorgeschreven
                    procedures, het onderzoek naar de omstandigheden van betrokkene op adequate
                    wijze heeft verricht en of de ondersteuning een passende bijdrage levert aan het
                    rea-liseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot
                    zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan
                    blijven.</al>
        <al/>
        <al>De Wmo 2015 en deze verordening leggen veel bevoegdheden bij het college
                    respectievelijk het dagelijks bestuur. De uitvoering hiervan zal echter in de
                    regel namens het college en/of het dagelijks bestuur gedaan worden (in mandaat)
                    door deskundige consulenten, ambtenaren, pro-fessionals/ medewerkers in de
                    gebiedsteams of bijvoorbeeld aanbieders. Waar in deze veror-dening staat ‘het
                    college of het dagelijks bestuur’ en in de wet ‘het college’, kan het college of
                    het dagelijks bestuur deze bevoegdheid namelijk mandateren aan ondergeschikten
                    dan wel niet-ondergeschikten op grond van de algemene regels van de Awb. Op
                    grond van artikel 2.6.3 van de Wmo 2015 kan het college i.c. het dagelijks
                    bestuur de vaststelling van rechten en plichten van de cliënt mandateren aan een
                    aanbieder. Zie voor de definitie van ‘aanbieder’ de toelichting onder artikel 1
                    van de Wmo 2015 (‘natuurlijke persoon of rechts-persoon die jegens het college
                    gehouden is een algemene voorziening of maatwerk-voorziening te leveren’). Deze
                    beperking geldt alleen voor mandatering aan nietonder-geschikten. Het dagelijks
                    bestuur kan de vaststelling van rechten en plichten ook aan onderge-schikten
                    mandateren.</al>
        <al/>
        <al>De Wmo 2015 schrijft in artikel 2.1.3, eerste lid, voor dat de gemeente i.c. de
                    Dienst bij verordening de regels dient vast te stellen die noodzakelijk zijn
                    voor de uitvoering van het verplichte gemeentelijk beleidsplan met betrekking
                    tot maatschappelijke ondersteuning. In de verordening dient overeenkomstig de
                    artikelen 2.1.3, tweede tot en met vierde lid, 2.1.4, derde en zevende lid, en
                    2.1.6 van de Wmo 2015 in ieder geval bepaald te worden:</al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>op welke wijze en op basis van welke criteria wordt
                                        vastgesteld of een cliënt voor een maatwerkvoorziening voor
                                        zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang in
                                        aanmerking komt;</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>op welke wijze de hoogte van een persoonsgebonden budget
                                        wordt vastgesteld;</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>welke eisen worden gesteld aan de kwaliteit van
                                        voorzieningen, inclusief eisen met betrekking tot de
                                        deskundigheid van beroepskrachten;</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor de
                                        afhandeling van klachten van cliënten vereist is;</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>ten aanzien welke voorzieningen een regeling voor
                                        medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van
                                        de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn vereist
                                        is; </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>op welke wijze ingezeten, waaronder cliënten of hun
                                        vertegenwoordigers, worden betrokken bij uitvoering van de
                                        Wmo 2015, voorstellen voor beleid kunnen doen, gevraagd en
                                        ongevraagd advies kunnen uitbrengen over verordeningen en
                                        beleidsvoorstellen, worden voorzien van ondersteuning en
                                        deel kunnen nemen aan periodiek overleg;</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>op welke wijze de kostprijs van een maatwerkvoorziening
                                        wordt berekend; en</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>op welke wijze het college zorg draagt voor een jaarlijkse
                                        blijk van waardering voor de mantelzorgers van cliënten in
                                        de gemeente.</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al/>
        <al>Ook dient de gemeente overeenkomstig de artikelen 2.1.3, derde lid, en 2.6.6,
                    eerste lid, van de Wmo 2015 per verordening regels te stellen: </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een
                                        maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget, en van
                                        misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet;</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs
                                        voor de levering en de eisen die worden gesteld aan de
                                        kwaliteit van de voorziening, waar het dagelijks bestuur ten
                                        aanzien daarvan de uitvoering van de Wmo 2015 door derden
                                        laat verrichten. Hierbij dient rekening gehouden te worden
                                        met de deskundigheid van de beroepskrachten en de
                                        toepasselijke arbeidsvoorwaarden.</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al/>
        <al>Daarnaast kan de gemeente op grond van de artikelen 2.1.4, eerste en tweede lid,
                    2.1.5, </al>
        <al>eerste lid, 2.1.7 en 2.3.6, derde lid, van de Wmo 2015:</al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>bepalen dat cliënten voor algemene voorzieningen, niet
                                        zijnde cliëntondersteuning, en maatwerkvoorzieningen een
                                        bijdrage verschuldigd zullen zijn;</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>de hoogte van de bijdrage voor de verschillende soorten van
                                        voorzieningen, ook wanneer de cliënt de ondersteuning zelf
                                        inkoopt met een persoonsgebonden budget, in de verordening
                                        verschillend vaststellen. Hierbij kan tevens worden bepaald
                                        dat op de bijdrage een korting wordt gegeven voor personen
                                        die behoren tot daarbij aan te wijzen groepen en dat de
                                        bijdrage afhankelijk is van het inkomen en het vermogen van
                                        de cliënt en zijn echtgenoot;</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>- </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>bepalen dat de bijdragen voor opvangvoorzieningen door een
                                        andere instantie dan het CAK wordt vastgesteld en geïnd;
                                    </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>bepalen dat in geval van een minderjarige cliënt die niet
                                        zelf de eigenaar is van de woning, een bijdrage wordt
                                        opgelegd aan diens onderhoudsplichtige ouders en degene die
                                        anders dan als ouder samen met de ouder het gezag over de
                                        cliënt uitoefent;</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>bepalen dat aan personen met een beperking of chronische
                                        psychische of psychosociale problemen die daarmee verband
                                        houdende aannemelijke meerkosten hebben, een tegemoetkoming
                                        wordt verstrekt ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en
                                        de participatie, en vaststellen welke de toepasselijke
                                        grenzen zijn met betrekking tot de financiële draagkracht;
                                    </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>bepalen onder welke voorwaarden betreffende het tarief de
                                        persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt,
                                        de ondersteuning kan inkopen van een persoon die behoort tot
                                        het sociale netwerk.</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al/>
        <al>Deze verordening kan niet los worden gezien van het beleidsplan, dat de
                    gemeenteraad op grond van artikel 2.1.2 van de Wmo 2015 eveneens dient vast te
                    stellen. In dit beleidsplan wordt het door het gemeentebestuur te voeren beleid
                    met betrekking tot maatschappelijke on-dersteuning vastgelegd. In het
                    beleidsplan worden afwegingen en keuzes gemaakt over de inrichting en uitvoering
                    van nieuwe taken. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikelsgewijze toelichting Verordening maatschappelijke </vet>
        </al>
        <al>
          <vet>ondersteuning Gemeente 2015 </vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Hoofdstuk 1. Begrippen</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 1. Begripsbepalingen</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>algemeen gebruikelijke voorziening:</cursief>
        </al>
        <al>Het is niet de bedoeling dat de gemeentelijke overheid voorzieningen verstrekt,
                    waarvan gelet op de omstandigheden van de cliënt, aannemelijk is te achten dat
                    deze daarover, ook als hij of zij geen beperkingen had, zou (hebben kunnen)
                    beschikken (zie o.a. CRvB 03-07-2001, nr. 00/764 WVG, CRvB 16-04-2008, nr.
                    06/4668 WVG, CRvB 14-07-2010, nr. 09/562 WVG en Rechtbank Arnhem 16-08-2012, nr.
                    AWB 11/5564).</al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Het college moet steeds onderzoeken of een voorziening ook
                                        algemeen gebruikelijk is voor de cliënt (zie CRvB
                                        17-11-2009, nr. 08/3352 WMO). De beoordeling of sprake is
                                        van een algemeen gebruikelijke voorziening voor de cliënt
                                        ziet op het beantwoorden van de vraag of de cliënt over de
                                        voorziening zou (hebben kunnen) beschikken als hij geen
                                        beperkingen zou hebben gehad. Bij die beoordeling spelen, zo
                                        blijkt uit de jurisprudentie, de volgende criteria een rol:
                                        Is de voorziening gewoon te koop?</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Is de prijs van de voorziening vergelijkbaar met
                                        soortgelijke producten die algemeen gebruikelijk worden
                                        geacht?</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Is de voorziening specifiek voor personen met een beperking
                                        ontworpen?</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>
          <cursief>Bijdrage in de kosten:</cursief>
        </al>
        <al>Uit artikel 2.1.4 van de wet vloeit de bevoegdheid voort tot het vragen van een
                    bijdrage in de kosten. Cliënten zullen voor hun ondersteuning, als de gemeente
                    daarvoor kiest, een bijdrage moeten betalen. Deze bijdrage kan, als het een
                    maatwerkvoorziening betreft, afhankelijk </al>
        <al>worden gesteld van het inkomen en het vermogen. Op grond van artikel 2.1.4 lid 4
                    van de wet zijn bij Algemene Maatregel van Bestuur nadere regels (landelijk
                    besluit Wmo) gesteld. Daarin is bepaald wat de ruimte is voor het bepalen van de
                    omvang van de eigen bijdrage.</al>
        <al>Ook voor een algemene voorziening kan een bijdrage van de cliënt in de kosten
                    worden gevraagd (m.u.v. cliëntondersteuning).</al>
        <al/>
        <al><cursief>Gesprek</cursief>:</al>
        <al>Het gesprek is het mondeling contact na een melding waarin het college met
                    degene die maatschappelijke ondersteuning vraagt zijn gehele situatie
                    inventariseert ten aanzien van zijn mogelijkheden om op eigen kracht, met
                    gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn
                    sociaal netwerk dan wel met gebruikmaking van voorliggende </al>
        <al>voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen, algemene voorzieningen of </al>
        <al>maatwerkvoorzieningen zijn zelfredzaamheid of participatie te verbeteren of te
                    voorkomen dat hij gebruik moet maken van beschermd wonen of opvang.</al>
        <al/>
        <al><cursief>Hulpvraag</cursief>:</al>
        <al>De hulpvraag is de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in
                    artikel 1.1.1. van de wet. Als iemand die behoefte heeft aan maatschappelijke
                    ondersteuning zich tot het college wendt, is het van belang dat allereerst wordt
                    onderzocht wat de hulpvraag van betrokkene is. Wanneer de betrokkene zich voor
                    het eerst meldt, is in veel gevallen niet op voorhand duidelijk of en in welke
                    vorm het college in actie moet komen. Een zorgvuldig onderzoek als bedoeld in
                    artikel 2.3.2 lid 4 van de wet is noodzakelijk.</al>
        <al/>
        <al><cursief>Melding</cursief>:</al>
        <al>Een ieder kan zich melden bij zijn gemeente met een hulpvraag. Door het melden
                    maakt de cliënt de hulpvraag aan het college kenbaar. In vervolg op deze melding
                    zal het college in samenspraak met de cliënt zo spoedig mogelijk een onderzoek
                    (laten) instellen. Indien een ingezetene alleen informeert naar bijvoorbeeld de
                    beschikbaarheid van een algemene voorziening of kenbaar maakt gebruik te willen
                    maken van een algemene voorziening, is er geen aanleiding om een onderzoek in te
                    stellen. </al>
        <al/>
        <al><cursief>Ingezetene</cursief>:</al>
        <al>De cliënt kan als hij ingezetene is van een gemeente in aanmerking komen voor
                    een maat-werkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie (artikel
                    1.2.1 Wmo). Om voor een maatwerkvoorziening gericht op beschermd wonen en opvang
                    in aanmerking te komen moet de cliënt in ieder geval ingezetene van Nederland
                    zijn, maar niet persé van de </al>
        <al>gemeente. Uit de Memorie van Toelichting volgt dat een ingezetene zich, voor een
                    maatwerk-voorziening, moet wenden tot het college van de gemeente waar hij
                    woont. De term 'wonen' is niet verder uitgelegd. Uit de jurisprudentie bij de
                    Wmo 2007 (CRvB 22-09-2010, nr. 09/1743 WMO ) volgt dat het gaat om de feitelijke
                    verblijfplaats, waarbij een inschrijving in het Brp belangrijk is maar niet
                    doorslaggevend. </al>
        <al/>
        <al>Onverwijld:</al>
        <al>De wet en deze verordening spreken op verschillende momenten van ‘onverwijld’.
                    Het ligt altijd aan de concrete omstandigheden van een zaak wat daaronder moet
                    worden verstaan. Het is echter van belang voor de cliënt dat hij een indruk
                    heeft waar hij vanuit kan gaan. Dit tweede perspectief zou men zodanig van
                    belang kunnen vinden, dat deze passage in de </al>
        <al>verordening wordt opgenomen. Het komt de rechtszekerheid ten goede en laat
                    binnen de drie werkdagen voldoende ruimte voor maatwerk. </al>
        <al/>
        <al>Persoonlijk plan:</al>
        <al>In het plan kan de cliënt – al dan niet tezamen met zijn persoonlijke netwerk -
                    de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2, lid 4 onderdelen a tot en met e van
                    de Wmo 2015, en de maatschappelijke ondersteuning die door hem wordt gewenst,
                    beschrijven. De omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2, lid 4 onderdelen a tot
                    en met e van de Wmo 2015, worden onderzocht door het college. Doordat de cliënt
                    voorafgaand aan het onderzoek een persoonlijk plan kan overleggen, is het
                    college direct bekend met de wijze waarop de cliënt zelf vorm wil geven aan zijn
                    persoonlijk arrangement dat nodig is om zelfredzaam te kunnen zijn en te
                    participeren. Door de cliënt een persoonlijk plan te laten opstellen, wordt de
                    eigen regie en de betrokkenheid van het sociale netwerk van cliënten in de Wmo
                    versterkt.</al>
        <al/>
        <al>In de wettekst zelf, Wmo 2015, in artikel 1.1.1, zijn een flink aantal
                    definities opgenomen. Deze zijn ook bindend voor deze verordening.</al>
        <al/>
        <al>Ook de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kent een aantal
                    (definitie)bepalingen die voor deze verordening van belang zijn, zoals: een
                    ‘belanghebbende’ (artikel 1:2, eerste lid), ‘besluit’(artikel 1:3, eerste lid,
                    ‘beschikking’(artikel 1:3, tweede lid) en een ‘aanvraag’ (artikel 1:3, derde
                    lid). Volledigheidshalve worden hieronder de definities weergegeven:</al>
        <table>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="21*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="74*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>belanghebbende:</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
                                        betrokken;</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>besluit:</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan,
                                        inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling;</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>beschikking:</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip
                                        van de afwijzing van een aanvraag daarvan;</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>aanvraag:</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>een verzoek van een belanghebbende een besluit te
                                        nemen.</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al/>
        <al>
          <vet>Hoofdstuk 2. Melding, onderzoek en aanvraag</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 2. Melding hulpvraag</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>In artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo 2015 wordt al bepaald dat indien bij
                    het college een melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke
                    ondersteuning, het college deze melding onderzoekt. Deze bepaling verankert ook
                    in de verordening dat bij het college een melding kan worden gedaan en door wie.
                    In artikel 2.3.2, negende lid, van de Wmo 2015 is bepaald dat een aanvraag niet
                    kan worden gedaan dan nadat (naar aanleiding van de melding) onderzoek is
                    uitgevoerd, tenzij het onderzoek niet is uitgevoerd binnen de termijn van zes
                    weken.</al>
        <al/>
        <al>Het eerste lid bevat regels voor de verplichte meldingsprocedure. De melding is
                    vormvrij en kan schriftelijk, elektronisch, mondeling of telefonisch bij het
                    college worden gedaan. In artikel 2:15 van de Awb is bepaald dat een aanvraag
                    elektronisch (onder meer per e-mail) kan worden gedaan indien het bestuursorgaan
                    kenbaar heeft gemaakt dat deze weg geopend is.</al>
        <al>De melding kan ‘door of namens de cliënt’ worden gedaan. Dit kan ruim worden
                    opgevat. Naast de cliënt kan bijvoorbeeld diens vertegenwoordiger, mantelzorger,
                    partner, familielid, buurman of andere betrokkene de melding doen.</al>
        <al>In het eerste lid is met gebruik van de in artikel 1 gedefinieerde term
                    ‘hulpvraag’ een afbakeningsbepaling gegeven. Een persoon met een hulpvraag die
                    op grond van een andere wet kan worden beantwoord, kan direct en gericht worden
                    doorverwezen. Te denken valt hier bijvoorbeeld aan de Zorgverzekeringswet, de
                    Participatiewet en de Leerplichtwet.</al>
        <al/>
        <al>In het tweede lid is de verplichte ontvangstbevestiging verankerd (artikel
                    2.3.2, eerste lid, slotzin, Wmo 2015). Conform artikel 4:3a van de Awb is het
                    bestuursorgaan gehouden een elektronisch ingediende aanvraag te bevestigen.
                    Indien de melding mondeling of telefonisch is gedaan, zou dit ook kunnen worden
                    afgesproken. </al>
        <al>Aangezien het onderzoek na een melding maximaal zes weken mag beslaan (zie
                    artikel 2.3.2, eerste lid, Wmo 2015)), is registratie en ontvangstbevestiging
                    van de melding ook in het kader van deze termijn van belang.</al>
        <al/>
        <al>In het derde lid is overeenkomstig artikel 2.3.3 Wmo 2015 een uitzondering
                    vervat voor spoed-eisende gevallen. Het college is op grond van de wet verplicht
                    in dergelijke gevallen een passende tijdelijke maatwerkvoorziening te
                    verstrekken in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek dat volgt na de
                    melding.</al>
        <al>Artikel 3. Cliëntondersteuning</al>
        <al/>
        <al>Het eerste lid is een uitwerking van de wettelijke verplichting van het college
                    in artikel 2.2.4, eerste lid, onder a, en tweede lid, van de Wmo 2015. De Wmo
                    2015 geeft het college opdracht dat gratis cliëntondersteuning beschikbaar wordt
                    gesteld en vraagt niet om hierover bij verordening een regeling op te stellen.
                    De bepaling uit de Wmo 2015 is toch in de verordening opgenomen vanwege het
                    belang om in de verordening een compleet overzicht van rechten en plichten van
                    cliënten te geven. Hierbij is benadrukt dat de cliëntondersteuning op grond van
                    de Wmo 2015 voor de cliënt kosteloos is. In de memorie van toelichting bij
                    artikel 2.2.4 Wmo 2015 (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3) is vermeld dat
                    gemeenten hiermee de opdracht hebben in ieder geval een algemene voorziening
                    voor cliëntondersteuning te realiseren, waar burgers informatie en advies over
                    vraagstukken van maatschappelijke ondersteuning en hulp bij het verkrijgen
                    daarvan kunnen krijgen. Ook uitgebreide vraagverheldering alsmede kortdurende en
                    kortcyclische ondersteuning bij het maken van keuzes op diverse levensterreinen
                    maken daarvan deel uit.</al>
        <al/>
        <al>In het tweede lid is overeenkomstig artikel 2.3.2, derde lid, Wmo 2015 bepaald
                    dat het college de betrokkene na de melding van de hulpvraag inlicht over de
                    mogelijkheid van gratis cliëntondersteuning.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 4. Vooronderzoek</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Het eerste lid dient ter ambtelijke voorbereiding van het gesprek op basis van
                    de melding waarbij in samenspraak met de cliënt bekende gegevens in kaart worden
                    gebracht en cliënten niet worden belast met vragen over zaken die bij de
                    gemeente of Dienst SoZaWe al bekend zijn. Dit vooronderzoek kan afhankelijk van
                    de inhoud van de melding meer of minder uitgebreid zijn en omvat ook het in
                    samenspraak met de belanghebbende afspreken van een datum, tijd en plaats voor
                    het gesprek. Tijdens het gesprek kunnen op basis van dit vooronderzoek ook al
                    wat concrete vragen worden gesteld of aan de cliënt worden verzocht om nog een
                    aantal stukken over te leggen.</al>
        <al>De verplichting tot het overleggen van stukken, zoals vermeld in het tweede lid,
                    is opgenomen overeenkomstig artikel 2.3.2, zevende lid, Wmo 2015. </al>
        <al>In het kader van de rechtmatigheid is het op grond van artikel 2.3.4 van de Wmo
                    2015 in ieder geval verplicht om de identiteit van de cliënt vast te stellen aan
                    de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                    identificatieplicht en is de cliënt die een aanvraag doet voor een
                    maatwerkvoorziening ook verplicht dat document ter inzage te geven. Bij de
                    gegevensverzameling op grond van het eerste en tweede lid zullen de grenzen van
                    de Wet bescherming persoonsgegevens in acht genomen moeten worden.</al>
        <al>Op grond van het derde lid kan worden afgezien van het vooronderzoek indien dat
                    een onnodige herhaling van zetten zou betekenen.</al>
        <al>In het vierde lid is overeenkomstig artikel 2.3.2, tweede lid, Wmo 2015 de
                    verplichting voor het college opgenomen om informatie te verschaffen over de
                    mogelijkheid voor de cliënt om een persoonlijk plan op te stellen en deze aan
                    het college te overhandigen. Zie ook artikel 5, tweede lid.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 5. Gesprek</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Deze bepaling kan worden gezien als een uitwerking van de verplichte
                    delegatiebepaling van artikel 2.1.3, eerste lid en tweede lid, onder a, van de
                    wet, waarbij onder meer is bepaald dat de gemeente bij verordening in ieder
                    geval regels vaststelt die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het in
                    artikel 2.1.2 van de wet bedoelde plan en de door het college of het dagelijks
                    bestuur te nemen besluiten of te verrichten handelingen.</al>
        <al>De onderdelen van het eerste lid zijn overeenkomstig de opsomming in artikel
                    2.3.2 van de wet opgenomen. In artikel 2.3.2, eerste lid, wordt niet de
                    aanduiding “het gesprek” gebruikt maar “een onderzoek in samenspraak met degene
                    door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of
                    mantelzorgers dan wel diens vertegenwoordiger”. </al>
        <al>De memorie van toelichting op deze bepaling (Kamerstukken II 2013/14, 33 841,
                    nr. 3, blz. 143) verduidelijkt dat voor een zorgvuldig onderzoek veelal sprake
                    zal zijn van enige vorm van persoonlijk contact met betrokkene of een
                    vertegenwoordiger van betrokkene, aangezien daardoor een adequaat totaalbeeld
                    van de betrokkene en zijn situatie verkregen kan worden. Het eerste lid bepaalt
                    daarom dat het onderzoek moet plaatsvinden in samenspraak met </al>
        <al>betrokkene. De vorm van het onderzoek is vrij.</al>
        <al>In het eerste lid is verder benadrukt dat het gesprek met de cliënt wordt
                    gevoerd door deskundigen (namens het college). Het gesprek vindt zo mogelijk bij
                    de cliënt thuis plaats. In-dien woningaanpassingen nodig zijn, is dat zeker
                    essentieel om de thuissituatie goed te kunnen beoordelen en doeltreffende
                    oplossingen te vinden.</al>
        <al>In onderdeel b is als onderwerp van gesprek ‘het gewenste resultaat van het
                    verzoek om ondersteuning’ opgenomen. Dit is belangrijk omdat in de woorden van
                    de nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr.
                    34, blz. 183) “de ultieme toetssteen of de maatschappelijke ondersteuning
                    effectief is geweest, ligt in de beantwoording van de vraag of de cliënt zelf
                    vindt dat de verleende maatschappelijke ondersteuning heeft bijgedragen aan een
                    verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie. In het wetsvoorstel Wmo
                    2015 staat het bereiken van dit resultaat centraal”.</al>
        <al>In het tweede lid is overeenkomstig artikel 2.3.2, vijfde lid, van de wet
                    verankerd dat het college een door of namens de cliënt ingediend persoonlijk
                    plan betrekt bij het onderzoek.</al>
        <al/>
        <al>Het gesprek is hoofdregel en hoeft uiteraard niet plaats te vinden als dit niet
                    nodig is (zie het vierde lid). Het kan bijvoorbeeld om een cliënt gaan die al
                    bekend is bij de gemeente of Dienst Sozawe en een eenvoudige ‘vervolgvraag’
                    heeft.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 6. Verslag</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Deze bepaling is overeenkomstig artikel 2.3.2, vijfde lid, van de wet
                    opgenomen.</al>
        <al/>
        <al>Het eerste lid borgt dat altijd verslag wordt opgemaakt. De invulling van deze
                    verslagplicht is vormvrij. Hierbij kan worden voortgeborduurd op de praktijk van
                    de Wmo. In de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3,
                    p. 32-33) staat dat de gemeente aan de cliënt een weergave van de uitkomsten van
                    het onderzoek verstrekt om hem in staat te stellen een aanvraag te doen voor een
                    maatwerkvoorziening. Dat moet schriftelijk. Een goede weergave maakt het voor de
                    Dienst SoZaWe inzichtelijk om een juiste beslissing te nemen te nemen op een
                    aanvraag en draagt bij aan een inzichtelijke communicatie met de cliënt.</al>
        <al>Uiteraard zal de weergave van de uitkomsten van het onderzoek variëren met de
                    uitkomsten van het onderzoek. Zo zal de weergave van het onderzoek bijvoorbeeld
                    beperkt kunnen zijn als de cliënt van mening is goed geholpen te zijn en de
                    uitkomst is dat geen aanvraag van een maatwerkvoorziening noodzakelijk is. Bij
                    meer complexe onderzoeken zal uiteraard een uitgebreide weergave noodzakelijk
                    zijn. Desgewenst kan de gemeente de schriftelijke weergave van de uitkomsten van
                    het onderzoek ook gebruiken als een met de cliënt overeengekomen plan
                    (arrangement) voor het bevorderen van zijn zelfredzaamheid en participatie
                    waarin de gemaakte afspraken en de verplichtingen die daaruit voortvloeien,
                    zijn</al>
        <al>vastgelegd. Het is in dat geval passend dat het college en de cliënt dit plan
                    ondertekenen. In-dien een persoonlijk plan is overhandigd, wordt dit plan ook
                    opgenomen of toegevoegd aan het verslag.</al>
        <al/>
        <al>Soms kan een verslag al direct worden meegegeven, maar vaak zal dit toch nog
                    moeten worden uitgewerkt en gaat daar een paar dagen overheen. Daarom begint het
                    tweede lid met de zinsnede “Binnen een redelijke termijn na het gesprek”. Het
                    kan overigens ook zijn dat na een gesprek de cliënt bijvoorbeeld nog onderzoekt
                    wat er in zijn omgeving mogelijk is, bijvoorbeeld of hij met iemand kan
                    meerijden om boodschappen te doen, of dat hij nog een aanvullende opmerking
                    heeft. Ook dan is een paar dagen tijd na het gesprek nuttig.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 7. Aanvraag</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Ook deze bepaling is een uitwerking van artikel 2.1.3, eerste lid, en tweede
                    lid, onder a, van de Wmo 2015, waarbij is bepaald dat de gemeente bij
                    verordening in ieder geval bepaalt op welke wijze wordt vastgesteld of een
                    cliënt voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie,
                    beschermd wonen of opvang in aanmerking komt. De wet bepaalt dat het college
                    i.c. het dagelijks bestuur binnen twee weken na de ontvangst van de aanvraag de
                    beschikking moet geven (artikel 2.3.5, tweede lid). In de Awb worden regels
                    gegeven omtrent de aanvraag. Deze verordening wijkt daarvan niet af. Op grond
                    van artikel 4:1 van de Awb wordt een aanvraag tot het geven van een beschikking
                    schriftelijk ingediend bij het bestuursor-gaan dat bevoegd is op de aanvraag te
                    beslissen (hier het dagelijks bestuur), tenzij bij</al>
        <al>wettelijk voorschrift anders is bepaald.</al>
        <al/>
        <al>In het tweede lid is aangegeven dat naast de cliënt alleen een daartoe door hem
                    gemachtigd persoon of een vertegenwoordiger (zie voor een definitie van
                    vertegenwoordiger de toelichting onder artikel 1 van de Wmo 2015) een aanvraag
                    kan indienen. Dit is minder ruim dan de kring van personen rond de cliënt die
                    een melding kan doen. Zie hiervoor artikel 2 en de toelichting daarbij.
                    Aangezien het hier gaat om de formele aanvraag om een beschikking in de zin van
                    de Awb, is hier de formele eis van machtiging of vertegenwoordiging
                    gesteld.</al>
        <al/>
        <al>Een aanvraag die niet is ingediend met gebruikmaking van een aanvraagformulier
                    hoeft niet in behandeling genomen te worden. Een door de cliënt ondertekend
                    verslag wordt eveneens als aanvraag aangemerkt. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 8. Advisering</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Het college en het dagelijks bestuur kunnen extern advies inwinnen indien dat
                    voor de beoordeling van een aanvraag nodig is; als dat de enige mogelijkheid is
                    om een zorgvuldig on-derzoek naar de aanvraag te doen, is het zelfs in zekere
                    zin verplicht. Het is bij de adviesaanvraag van belang dat hierbij een heldere
                    vraag of afgebakende opdracht wordt verstrekt, zodat duidelijk is voor de cliënt
                    en de adviseur welk aanvullend onderzoek nog nodig is.</al>
        <al>Lid 1 van dit artikel in de verordening bepaalt dat het college en het dagelijks
                    bestuur bevoegd zijn degene door of namens wie een melding is gedaan of door of
                    namens wie een aanvraag is ingediend, alsmede diens huisgenoten op te roepen in
                    persoon te verschijnen en te bevragen op een door het college of het dagelijks
                    bestuur te bepalen plaats en tijdstip en te la-ten onderzoeken en/of bevragen
                    door een of meer daartoe aangewezen deskundigen. Dit alles met de beperking dat
                    dit in het belang moet zijn van de beoordeling van de aanspraak op een
                    voorziening. Indien de cliënt om bijzondere redenen verhinderd is om op de door
                    het college of dagelijks bestuur bepaalde plaats en tijdstip te verschijnen,
                    dient de cliënt hiertoe tijdig contact op te nemen met het college dan wel het
                    dagelijks bestuur.</al>
        <al>Afdeling 3:3 van de Algemene wet bestuursrecht, geeft in een aantal artikelen
                    enige algemene bepalingen over (externe) advisering. Artikel 3:5 lid 1 Algemene
                    wet bestuursrecht geeft aan dat in deze afdeling onder adviseur verstaan wordt:
                    een persoon of college, bij of krachtens wettelijk voorschrift belast met het
                    adviseren inzake door een bestuursorgaan te nemen besluiten en niet werkzaam
                    onder verantwoordelijkheid van dat bestuursorgaan. </al>
        <al>In de wet is niet geregeld dat er een adviseur benoemd moet worden. Advies zal
                    in het kader van de uitvoering van de wet echter vaak onontbeerlijk zijn. Het
                    college en/of het dagelijks be-stuur dient één of meer adviseurs aan te wijzen
                    om in het kader van de wet advies uit te bren-gen. In de verordening wordt niet
                    opgenomen wie de adviseur is. Men kan immers meer advi-seurs in verschillende,
                    zelfs wisselende situaties hebben, wat een eenduidige vermelding on-mogelijk
                    maakt.</al>
        <al/>
        <al>In artikel 2.3.8, derde lid, van de Wmo 2015 is een medewerkingsplicht
                    opgenomen. De cliёnt is verplicht aan het college i.c. het dagelijks bestuur
                    desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de
                    uitvoering van deze wet.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Hoofdstuk 3. Maatwerkvoorziening</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 9. Criteria voor een maatwerkvoorziening</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>In dit artikel is het algemene afwegingskader dat in de Wmo 2015 centraal staat
                    nogmaals uiteengezet. De nadruk ligt, nog meer dan onder de Wmo 2007, op de
                    eigen kracht en hulp van anderen. De maatwerkvoorziening vormt slechts het
                    sluitstuk van de maatschappelijke ondersteuning.</al>
        <al/>
        <al>In artikel 2.1.3, tweede lid, onder a, van de wet is bepaald dat de raad bij
                    verordening moet aangeven op basis van welke criteria het dagelijks bestuur kan
                    vaststellen of een cliënt voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid,
                    participatie, beschermd wonen of opvang in aanmerking komt. In de memorie van
                    toelichting op deze bepaling (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, blz. 134)
                    wordt aangegeven dat het bij het verstrekken van een maatwerk-voorziening op
                    maatwerk aankomt. Gemeentelijke vrijheid is nodig omdat de behoeften van
                    inwoners per gemeente kunnen verschillen en de sociale en fysieke infrastructuur
                    per gemeente anders is. Ook het aanbod van algemene voorzieningen is niet in
                    iedere gemeente gelijk. Het is daarom niet mogelijk of wenselijk dat in de
                    verordening limitatief wordt geregeld welke maatwerkvoorzieningen zullen worden
                    verstrekt. De gemeente i.c. de Dienst moet wel aan de hand van geschikte en
                    toepasbare criteria meer in detail en concreet nader afbakenen in welke gevallen
                    iemand een maatwerkvoorziening kan krijgen. In dit artikel is deze verplichting
                    uitgewerkt.</al>
        <al/>
        <al>Het tweede lid is gebaseerd op artikel 2.3.5, derde en vierde lid, van de wet.
                    Het gebruik van ‘of’ tussen de twee onderdelen van het tweede lid maakt
                    duidelijk dat deze onderdelen niet cumulatief zijn bedoeld. </al>
        <al/>
        <al>In lid 5 van dit artikel is bepaald dat het kan worden volstaan met de
                    goedkoopst compenserende voorziening. Voorzieningen die in het kader van deze
                    verordening worden verstrekt dienen naar objectieve maatstaven gemeten zowel
                    compenserend als de meest goedkope voorziening te zijn. Met nadruk wordt hierbij
                    gesteld dat met het begrip compenserend bedoeld wordt: volgens objectieve
                    maatstaven nog toereikend. Eigenschappen die kostenverhogend werken zonder dat
                    zij de voorziening meer adequaat maken, zullen in principe niet voor vergoeding
                    in aanmerking komen. Daarbij kan een overweging zijn dat de bruikbaarheid van
                    een voorziening niet alleen door technische en functionele aspecten bepaald
                    wordt. Tevens is het denkbaar dat een product dat duurder is dan een
                    vergelijkbaar product, langer meegaat en dus uiteindelijk goedkoper is. Wat
                    betreft het kwaliteitsniveau waarvan uitgegaan kan worden, moge het duidelijk
                    zijn dat bij een verantwoord, maar ook niet meer dan dat, niveau dient te worden
                    aangesloten. Het is uiteraard wel mogelijk een compenserende voorziening te
                    verstrekken die duurder is dan de goedkoopst compenserende voorziening, mits de
                    belanghebbende bereid is het prijsverschil uit eigen middelen te betalen. Het
                    begrip goedkoopst compenserend geeft het dagelijks bestuur mogelijkheden tot
                    sturen bin-nen het beleid. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 10. Voorwaarden en weigeringsgronden</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>In rechtbankjurisprudentie is inmiddels herhaaldelijk bepaald dat
                    afwijzingsgronden, wil er een beroep op kunnen worden gedaan, een grondslag in
                    de verordening moeten hebben. Zie bijvoorbeeld Rechtbank Gelderland 8-11-2013,
                    nr. ZUT 12/1823. Ook in het kader van</al>
        <al>rechtszekerheid is hier iets voor te zeggen: bij het ontbreken van
                    afwijzingsgronden of het han-teren van zeer ruime afwijzingsgronden is het voor
                    de cliënt niet mogelijk om zijn rechtspositie te bepalen of te voorzien.
                    Bovendien is met dit artikel invulling gegeven aan de verplichting van artikel
                    2.1.3, tweede lid onder a. van de wet, omdat is aangegeven op grond van welke
                    criteria iemand voor een maatwerkvoorziening in aanmerking kan komen. </al>
        <al/>
        <al>Eerste lid</al>
        <table>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>( a.):</al>
                </entry>
                <entry nameend="col3" namest="col2">
                  <al>De wet kent niet een bepaling zoals die wel was opgenomen in
                                        artikel 2 van de Wmo 2007. Het is echter wel van belang om
                                        een duidelijke afbakening te hebben met andere wetten.
                                        Vandaar dat deze bepaling in de verordening is opgenomen.
                                        Voor zover er met betrekking tot de problematiek die in het
                                        gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot
                                        ondersteuning, een voorziening op grond van een andere
                                        wettelijke bepaling bestaat, wordt er geen
                                        maatwerkvoorziening toegekend.</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry nameend="col3" namest="col2">
                  <al>Uit de jurisprudentie tot stand gekomen ten tijde van de Wmo
                                        2007 volgt dat de cliënt aanspraak moet hebben op de
                                        voorziening, om te kunnen spreken van een voorliggende
                                        voorziening (CRvB 09-11-2011, nr. 11/3583 WMO en CRvB
                                        28-09-2011, nr. 10/2587 WMO). Dat wil niet zeggen dat cliënt
                                        de voorziening daadwerkelijk moet hebben, maar dat hij
                                        daarop aanspraak heeft. Er is geen sprake van een
                                        voorliggende voorziening indien de voorziening op grond van
                                        een andere wettelijke bepaling is afgewezen (CRvB
                                        03-08-2011, nr. 11/517 WMO) of indien vaststaat dat cliënt
                                        daarvoor niet in aanmerking komt (CRvB 19-04-2010, nr.
                                        09/1082 WMO).</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry nameend="col3" namest="col2">
                  <al>Indien de voorziening op grond van een andere specifieke
                                        wettelijke regeling slechts gedeeltelijk voor vergoeding in
                                        aanmerking komt, is er sprake van een voorliggende
                                        voorziening (CRvB 22-05-2013, nr. 10/6782 WMO). De cliënt
                                        kan dan niet voor het overige gedeelte van de kosten een
                                        beroep doen op de Wmo. </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>( b.):</al>
                </entry>
                <entry nameend="col3" namest="col2">
                  <al>Dit betreft de herhaling van het algemene toetsingskader,
                                        zoals dat in de wet centraal staat. Door het hier te
                                        herhalen kan het dienst doen als afwijzingsgrond. </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>( c.):</al>
                </entry>
                <entry nameend="col3" namest="col2">
                  <al>Een algemene voorziening gaat voor op verstrekking van een
                                        maatwerkvoorziening.</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry nameend="col3" namest="col2">
                  <al>Ook dit is een uitvloeisel van het algemene toetsingskader
                                        van de wet. Het is hier opgenomen om dienst te doen als
                                        afwijzingsgrond.</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>( d.):</al>
                </entry>
                <entry nameend="col3" namest="col2">
                  <al>Het is niet de bedoeling dat op grond van de Wmo 2015
                                        voorzieningen worden verstrekt, waarvan gelet op de
                                        omstandigheden van de cliënt, aannemelijk is te achten dat
                                        deze daarover, ook als hij of zij geen beperkingen had, zou
                                        (hebben kunnen) beschikken (zie o.a. CRvB 03-07-2001, nr.
                                        00/764 WVG, CRvB 16-04-2008, nr. 06/4668 WVG, CRvB
                                        14-07-2010, nr. 09/562 WVG en Rechtbank Arnhem 16-08-2012,
                                        nr. AWB 11/5564).</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry nameend="col3" namest="col2">
                  <al>Het dagelijks bestuur moet steeds onderzoeken of een
                                        voorziening ook algemeen gebruikelijk is voor de cliënt (zie
                                        CRvB 17-11-2009, nr. 08/3352 WMO). De beoordeling of sprake
                                        is van een algemeen gebruikelijke voorziening voor de cliënt
                                        ziet op het beantwoorden van de vraag of de cliënt over de
                                        voorziening zou (hebben kunnen) beschikken als hij geen
                                        beperkingen zou hebben gehad. Bij die beoordeling kunnen, zo
                                        blijkt uit de jurisprudentie, de volgende criteria een rol
                                        spelen:</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Is de voorziening gewoon te koop?</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Is de prijs van de voorziening vergelijkbaar met
                                        soortgelijke producten die algemeen gebruikelijk worden
                                        geacht?</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Is de voorziening specifiek voor personen met een beperking
                                        ontworpen?</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>( e.):</al>
                </entry>
                <entry nameend="col3" namest="col2">
                  <al>Hier wordt gedoeld op de situatie dat de cliënt een
                                        voorziening aanvraagt nadat deze reeds door de cliënt
                                        gerealiseerd of aangekocht is. Omdat het dagelijks bestuur
                                        dan geen mogelijkheden meer heeft de voorziening volgens het
                                        vastgestelde beleid te verstrekken, noch anderszins invloed
                                        heeft op de te verstrekken voorziening, kan in deze situatie
                                        de voorziening worden geweigerd. Door deze regeling wordt
                                        voorkomen dat een voorziening waar vroegtijdig mee is
                                        begonnen uiteindelijk niet overeenstemt met hetgeen het
                                        dagelijks bestuur als goedkoopst compenserende voorziening
                                        beschouwt. </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>( f.):</al>
                </entry>
                <entry nameend="col3" namest="col2">
                  <al>In dit onderdeel wordt aangegeven dat de aanvraag geweigerd
                                        kan worden als het gaat om een vergoeding of verstrekking
                                        die reeds eerder heeft plaatsgehad, terwijl het de cliënt
                                        verwijtbaar is dat het middel verloren is gegaan,
                                        bijvoorbeeld door roekeloosheid of verwijtbare
                                        onachtzaamheid, dus niet indien de cliënt geen schuld treft.
                                        Ook hier kan de eigen verantwoordelijkheid van een cliënt
                                        een rol spelen. Indien bijvoorbeeld in een woning een
                                        verstelbare keuken of een andere dure voorziening is
                                        aangebracht heeft dit gevolgen voor de te verzekeren waarde
                                        van de opstal. Dit risico dient in de opstal- verzekering
                                        gedekt te worden. Indien vervolgens bij brand blijkt dat de
                                        woning onvoldoende verzekerd is, dan kan op dat moment geen
                                        beroep op deze verordening worden gedaan.</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>( g.):</al>
                </entry>
                <entry nameend="col3" namest="col2">
                  <al>De maatwerkvoorziening is gericht op een individuele cliënt.
                                        Het past hier niet om generieke voorzieningen te treffen.
                                        Daarvoor zijn de algemene maatregelen en algemene
                                        voorzieningen geschikte instrumenten.</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>( h.):</al>
                </entry>
                <entry nameend="col3" namest="col2">
                  <al>De eigen verantwoordelijkheid van cliënten speelt een
                                        prominente rol in de Wmo, getuige bijvoorbeeld CRvB
                                        21-5-2012, nr. 11/5321 WMO. De CRvB heeft echter
                                        herhaaldelijk (zo ook in de hier genoemde uitspraak)
                                        geoordeeld dat de eigen verantwoordelijkheid binnen de Wmo
                                        een grote rol speelt, zodat een grondslag niet expliciet
                                        nodig lijkt te zijn.</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al/>
        <al>De in het tweede lid opgenomen gronden zijn specifiek van toepassing op
                    maatwerkvoorzieningen ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en
                    participatie.</al>
        <al>Deze weigeringsgrond geldt niet als een kortdurende maatwerkvoorziening leidt
                    tot het te bereiken resultaat. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om kortdurende
                    hulp bij het huishouden en kortdurend verblijf indien de cliënt is aangewezen op
                    permanent toezicht en ondersteuning in-dien de mantelzorger overbelast dreigt te
                    worden. Er kan hierbij niet over langdurig noodzakelijk gesproken worden. De
                    criteria hiervoor worden in nadere regelgeving vastgelegd.</al>
        <al/>
        <al>In het derde lid zijn enkele afwijzingsgronden opgenomen die specifiek zien op
                    een maatwerk-voorziening die onder de Wmo 2007 zouden worden aangeduid met de
                    term 'woonvoorziening', een term die binnen de Wmo 2015 ook gebruikt kan
                    worden.</al>
        <al/>
        <al>In het vierde lid heeft het primaat van collectief vervoer een grondslag
                    gekregen. Wanneer dit in de gemeente/ een gebied niet aanwezig is, hoeft het
                    artikellid uiteraard niet overgenomen te worden. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 11. Inhoud beschikking</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Uitgangspunt van de wet is dat de cliёnt een maatwerkvoorziening in ‘natura’
                    krijgt. Indien gewenst door de cliёnt bestaat echter de mogelijkheid van het
                    toekennen van een budget, een pgb.</al>
        <al/>
        <al>Tweede lid, onder a, en derde lid, onder a: het beoogde resultaat is
                    bijvoorbeeld ‘mobiliteit’ en niet ‘een scootmobiel’. Zie ook de toelichting op
                    artikel 5, eerste lid, onder b.</al>
        <al>Tweede, onder b, en derde lid, onder d: onder ‘duur’ valt ook de termijn waarop
                    een voorziening technisch is afgeschreven.</al>
        <al/>
        <al>In de beschikking wordt niet de hoogte van de bijdrage in de kosten opgenomen.
                    Dat loopt immers via het CAK, evenals de mogelijkheid van bezwaar en beroep
                    daartegen. Zie artikel 12 van de Verordening en artikel 2.14, zesde lid, van de
                    Wmo 2015, waarin is bepaald dat de bijdrage voor een maatwerkvoorziening dan wel
                    een pgb, met uitzondering van die voor opvang, wordt vastgesteld en voor de
                    gemeente resp. de Dienst geïnd door het CAK.</al>
        <al>Artikel 12. Regels voor pgb </al>
        <al/>
        <al>Het dagelijks bestuur kan op grond van artikel 2.3.6 van de wet een pgb
                    verstrekken. Als aan alle wettelijke voorwaarden daartoe is voldaan, kan zelfs
                    van een verplichting van het dagelijks bestuur worden gesproken. Van belang is
                    dat een pgb alleen wordt verstrekt indien de cliёnt dit gemotiveerd vraagt (zie
                    artikel 2.3.6, tweede lid, onder b). Met behoud van de motivatie-eis wordt
                    geborgd dat duidelijk is dat het de beslissing van de aanvrager zelf is om een
                    pgb aan te vragen (zie de toelichting op amendement Voortman c.s., Kamerstukken
                    II 2013/14, 33 841, nr. 103).</al>
        <al/>
        <al>Het tweede lid geeft aan dat het in beginsel niet mogelijk is om achteraf kosten
                    te declareren. </al>
        <al/>
        <al>Het derde tot en met vijfde lid berusten op artikel 2.1.3, tweede lid, onder b,
                    van de wet. Hierin staat dat in de verordening in ieder geval wordt bepaald op
                    welke wijze de hoogte van een pgb wordt vastgesteld, waarbij geldt dat de hoogte
                    toereikend moet zijn. In de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2013/14, 33
                    841, nr. 3, blz. 39) is vermeld dat kan worden bepaald dat het pgb niet hoger
                    mag zijn dan een percentage van de kosten die voor de Dienst verbonden zijn aan
                    het verlenen van compenserende ondersteuning in natura. De Dienst heeft daarmee
                    ook de mogelijkheid om differentiatie aan te brengen in de hoogte van het pgb.
                    De Dienst kan verschillende tarieven hanteren voor verschillende vormen van
                    ondersteuning en voor verschillende typen hulpverleners.</al>
        <al>Een aanvraag voor een pgb kan geweigerd worden voor zover de kosten van het pgb
                    hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening (artikel 2.3.6, vijfde lid,
                    onder a, van de wet). De situatie waarin het door de cliënt beoogde aanbod
                    duurder is dan het aanbod van het dagelijks bestuur betekent dus niet bij
                    voorbaat dat het pgb om die reden geheel geweigerd kan worden. Cliënten kunnen
                    zelf bijbetalen wanneer het tarief van de door hen gewenste aanbie-der duurder
                    is dan het door het dagelijks bestuur voorgestelde aanbod. Een pgb kan slechts
                    worden geweigerd voor dat gedeelte dat duurder is dan het door het dagelijks
                    bestuur voorge-stelde aanbod. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen doordat de
                    Dienst vanwege inkoopvoordelen maatwerkvoorzieningen al snel goedkoper zal
                    kunnen leveren dan wanneer iemand zelf onder-steuning inkoopt met een pgb.
                    Daarbij kan gedacht worden aan vervoers- of opvangvoorzieningen.</al>
        <al>Een pgb is gemiddeld genomen ook goedkoper dan zorg in natura omdat er minder
                    overhead-kosten hoeven te worden meegerekend. De maximale hoogte van een pgb is
                    in de verordening begrensd op de kostprijs van de in de betreffende situatie
                    goedkoopst compenserende door het dagelijks bestuur ingekochte
                    maatwerkvoorziening in natura.</al>
        <al/>
        <al>Ten aanzien van het zesde lid is van belang dat in de nota naar aanleiding van
                    het verslag (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 34) de regering heeft
                    aangegeven dat onder dit sociale netwerk ook mantelzorgers kunnen vallen. Wel is
                    de regering van mening dat de beloning van het sociale netwerk in elk geval
                    beperkt moet blijven tot die gevallen waarin het de gebruikelijke hulp
                    overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en
                    aantoonbaar doelmatiger is. Overeenkomstig de huidige Wmo-praktijk met
                    betrekking tot in-formele hulp wordt hierbij in ieder geval gedacht aan diensten
                    (zorg van mantelzorgers bijvoorbeeld). Ingeval ook hiervoor een pgb wordt
                    aangevraagd is voor de Dienst van belang dat slechts een pgb wordt verstrekt
                    indien naar het oordeel van het dagelijks bestuur is gewaarborgd dat de in te
                    kopen diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen veilig,
                    doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt (artikel 2.3.6, tweede lid, onder
                    c, van de wet). Bij het beoordelen van de kwaliteit als bedoeld in artikel
                    2.3.6, tweede lid, onder c, van de wet weegt het dagelijks bestuur mee of de
                    diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen in redelijkheid
                    geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt
                    (artikel 2.3.6, derde lid, van de wet).</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 13. Controle</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Op grond van artikel 2.1.3., vierde lid van de wet dienen in de verordening
                    regels te worden gesteld over de bestrijding van ten onrechte ontvangen van
                    maatwerkvoorzieningen of persoonsgebonden budget alsmede van misbruik of
                    oneigenlijk gebruik van de wet. Essentieel daarbij is dat het dagelijks bestuur
                    periodiek controles uitvoert naar het gebruik en de besteding van voorzieningen
                    op grond van deze wet.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Hoofdstuk 4. Informatieplicht, herziening en terugvordering</vet>
        </al>
        <al>
          <vet/>
          <vet>Artikel 14. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking
                        of terugvordering</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Deze bepaling betreft een uitwerking van de verordeningsplicht in artikel 2.1.3,
                    vierde lid, van de wet, waarin is bepaald dat in de verordening in ieder geval
                    regels worden gesteld voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een
                    maatwerkvoorziening of een pgb, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van
                    de wet.</al>
        <al/>
        <al>Het eerste, tweede en vierde lid bevatten een herhaling van hetgeen al in de
                    tekst van de wet is opgenomen (artikel 2.3.8, 2.3.10 en 2.4.1). Met opname van
                    deze wettekst in de verordening wordt beoogd een compleet beeld te geven van de
                    regels voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een
                    maatwerkvoorziening of een pgb, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van
                    de Wmo 2015.]</al>
        <al/>
        <al>Het derde lid is in tegenstelling tot de Wmo 2015 geen ‘kan’-bepaling. Een pgb
                    wordt verstrekt met de bedoeling dat men daarmee een voorziening treft. Als
                    binnen zes maanden na de beslissing tot het verstrekken van het pgb nog geen
                    voorziening is getroffen, heeft het dagelijks bestuur de bevoegdheid om de
                    beslissing geheel of gedeeltelijk in te trekken. Deze bepaling is te zien als
                    een verbijzondering van de bepaling in het tweede lid, onder e (dat tevens op
                    maatwerkvoorzieningen (in natura) ziet).</al>
        <al/>
        <al>In artikel 2.4.1 tot en met 2.4.4 van de Wmo 2015 zijn regels voor het verhaal
                    van kosten opgenomen en is de bevoegdheid aan het dagelijks bestuur gegeven tot
                    het (in geldswaarde) terugvorderen van een ten onrechte verstrekte
                    maatwerkvoorziening of pgb. Hierbij is tevens bepaald dat het dagelijks bestuur
                    het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel kan invorderen. Uit de memorie van
                    toelichting op artikel 2.4.1 (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, blz. 157)
                    wordt duidelijk dat daarnaast de mogelijkheid blijft bestaan om
                    maatwerkvoorzieningen terug te vorderen; ‘omdat het niet in alle gevallen
                    mogelijk is een al genoten maatwerk-voorziening terug te vorderen, kan het
                    college de waarde van de genoten maatwerk-voorziening uitdrukken in een bedrag
                    dat voor terugvordering in aanmerking komt.’</al>
        <al>In het vijfde en zesde lid zijn dan ook bepalingen opgenomen die het dagelijks
                    bestuur de bevoegdheid geven tot terugvordering van in eigendom en in bruikleen
                    verstrekte voorzieningen.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Hoofdstuk 5. Bijdrage in de kosten</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 15. Regels voor bijdrage voor maatwerkvoorzieningen en algemene
                        voorzieningen </vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Deze bepaling geeft uitvoering aan de artikelen 2.1.4, eerste tot en met derde
                    en zevende lid, en 2.1.5, eerste lid van de Wmo 2015. Van cliënten mag een
                    bijdrage worden gevraagd in de kosten voor maatwerkvoorzieningen in natura en in
                    de vorm van een pgb alsmede voor algemene voorzieningen.</al>
        <al/>
        <al>De wet maakt een onderscheid tussen de bijdragen in de kosten van algemene
                    voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. De bijdragen in de kosten van algemene
                    voorzieningen mag de gemeente i.c. dienst zelf bepalen en dit mag kostendekkend
                    zijn. In de nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstukken II 2013/14, 33
                    841, nr. 34, blz. 95) staat hierover dat de regering gemeenten beleidsruimte
                    geeft door hen de mogelijkheid te bieden om in de verordening te bepalen welke
                    eigen bijdrage een cliënt verschuldigd is voor een algemene voorziening. Bij het
                    bieden van deze beleidsruimte gaat de regering ervan uit dat gemeenten hier
                    verstandig mee omgaan en voorzieningen, zoals laagdrempelige
                    informatievoorziening uit zal sluiten van eigen bijdragen. </al>
        <al/>
        <al>In het tweede lid is het uitgangspunt benadrukt dat de bijdrage de kostprijs van
                    de voorziening niet mag overstijgen: de gemeente i.c. de Dienst mag geen winst
                    maken op de bijdragen. In het derde en vierde lid is uiteengezet hoe de
                    kostprijs tot stand komt.</al>
        <al/>
        <al>De bijdragen in de kosten van maatwerkvoorzieningen dan wel pgb’s zijn
                    gelimiteerd tot een bedrag gelijk aan de kostprijs van de voorziening (artikel
                    2.1.4, derde lid, eerste zin, Wmo 2015) en in het landelijk besluit zijn regels
                    vastgesteld met betrekking tot deze bijdragen (artikel 2.1.4, vierde lid van de
                    wet). De bijdrageregels moeten passen binnen de kaders die het
                    Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 stelt. De wet verplicht tot het vaststellen van de
                    kostprijs van een maatwerkvoorziening (artikel 2.1.4, derde lid, tweede zin).
                    Dat kan op drie manieren en deze zijn vastgelegd in de drie onderdelen van het
                    derde lid. </al>
        <al/>
        <al>In lid 5 is gevolg gegeven aan artikel 2.1.4, zevende lid, waar is bepaald dat
                    in de verordening wordt bepaald welke instantie de bijdrage voor een
                    maatwerkvoorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget voor
                    opvang vaststelt en int.</al>
        <al>In lid 7 en lid 8 is de mogelijkheid van artikel 2.1.5, om de bijdrage ook aan
                    de ouders van minderjarige cliënten op te leggen, benut.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Hoofdstuk 6. Kwaliteit en veiligheid</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 16. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Deze bepaling betreft een uitwerking van de verordeningsplicht in artikel 2.1.3,
                    tweede lid, onder c, van de wet, waarin is bepaald dat in de verordening in
                    ieder geval wordt bepaald welke eisen worden gesteld aan de kwaliteit van
                    voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten
                    daaronder begrepen.</al>
        <al/>
        <al>De regering legt de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van voorzieningen bij
                    de gemeente i.c. de Dienst SoZaWe en de aanbieder. Het is aan de gemeente om in
                    de verordening te bepalen welke kwaliteitseisen worden gesteld aan aanbieders
                    van voorzieningen. Die eisen zullen ook betrekking kunnen hebben op de
                    deskundigheid van het in te schakelen personeel. De regering benadrukt in de
                    memorie van toelichting op artikel 2.1.3, tweede lid, onder c, van de wet
                    (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3) dat de kwaliteitseisen die zijn vervat
                    in de artikelen 3.1 e.v. van de wet en die zich rechtstreeks tot aanbieders
                    richten, daarbij uitgangspunt zijn. De eis dat een voorziening van goede
                    kwaliteit wordt verleend, biedt veel ruimte voor de Dienst om in overleg met
                    organisaties van cliënten en aanbieders te werken aan kwaliteitsstandaarden voor
                    de ondersteuning.</al>
        <al/>
        <al>In het eerste lid zijn een aantal voor de hand liggende kwaliteitseisen
                    uitgewerkt. Het in het tweede lid genoemde jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek
                    is verplicht op grond van artikel 2.5.1, eerste lid, van de Wmo 2015.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 17. Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door
                        derden</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Het dagelijks bestuur kan de uitvoering van de wet, met uitzondering van de
                    vaststelling van de rechten en plichten van de cliënt, door aanbieders laten
                    verrichten (artikel 2.6.4, eerste lid, van de wet). Met het oog op gevallen
                    waarin dit ten aanzien van een voorziening gebeurt, moeten bij verordening
                    regels worden gesteld ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs
                    voor de levering van een voorziening en de eisen die worden gesteld aan de
                    kwaliteit daarvan (artikel 2.6.6, eerste lid, van de wet). Daarbij dient in
                    ieder geval rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de
                    beroepskrachten en de arbeids-</al>
        <al>voorwaarden.</al>
        <al>Om te voorkomen dat alleen gekeken wordt naar de laagste prijs voor de
                    uitvoering worden in dit artikel een aantal andere aspecten genoemd waarmee het
                    dagelijks bestuur bij het vaststellen van tarieven (naast de prijs) rekening
                    dient te houden. Hiermee wordt bereikt dat een beter beeld ontstaat van reële
                    kostprijs voor de activiteiten die zij door aanbieders willen laten uitvoeren.
                    Uitgangspunt is dat de aanbieder kundig personeel inzet tegen de
                    arbeidsvoorwaarden die passen bij de vereiste vaardigheden. Hiervoor is ten
                    minste een beeld nodig van de vereiste activiteiten en de arbeidsvoorwaarden die
                    daarbij horen. Dit biedt een waarborg voor werknemers dat hun werkzaamheden
                    aansluiten bij de daarvoor geldende arbeidsvoorwaarden.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 18. Meldingsregeling calamiteiten en geweld</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>In artikel 3.4, eerste lid, van de Wmo 2015 is bepaald dat de aanbieder bij de
                    toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1 van de wet onverwijld melding
                    doet van iedere calamiteit die bij de verstrekking van een voorziening heeft
                    plaatsgevonden en van geweld bij de verstrekking van een voorziening. In artikel
                    6.1 van de wet is bepaald dat het dagelijks bestuur personen aanwijst die zijn
                    belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                    krachtens de wet.</al>
        <al>In aanvulling op het bovenstaande wordt door het dagelijks bestuur een regeling
                    wordt opgesteld over het doen van meldingen en dat de toezichthoudend ambtenaar
                    deze meldingen onderzoekt en dagelijks bestuur adviseert over het voorkomen van
                    verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. Overeenkomstig het vierde lid
                    kan het dagelijks be-stuur bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen
                    gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een
                    voorziening.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Hoofdstuk 7. Waardering mantelzorgers en tegemoetkoming
                    meerkosten</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 19. Jaarlijkse waardering mantelzorgers</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Deze bepaling betreft een uitwerking van de verordeningsplicht in artikel 2.1.6
                    van de Wmo 2015. Hierin is opgenomen dat bij verordening wordt bepaald op welke
                    wijze het college zorg draagt voor een jaarlijkse blijk van waardering voor de
                    mantelzorgers van cliënten in de gemeente.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 2.1.6 stelt dat het moet gaan om mantelzorgers van cliënten in de
                    gemeente. Artikel 1.1.1 van de wet definieert een cliënt als een persoon die
                    gebruik maakt van een algemene voorziening, maatwerkvoorziening of pgb, of door
                    of namens wie een melding is gedaan. Het gaat dus ook om mantelzorgers van
                    cliënten die een hulpvraag hebben aangemeld, ook al is daar geen voorziening op
                    basis van deze wet uitgekomen. Voorts is de woonplaats van de cli-ent bepalend,
                    zodat het dus ook mantelzorgers kan betreffen die in andere gemeenten wonen. </al>
        <al/>
        <al>De bepaling in het derde lid betreft een uitwerking van artikel 2.2.2. van de
                    Wmo 2015. Het college werkt in nadere regelgeving uit hoe de ondersteuning van
                    mantelzorgers wordt vormgegeven om mantelzorgers en vrijwilligers zoveel
                    mogelijk in staat te stellen hun taken als mantelzorger en vrijwilliger uit te
                    voeren. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 20. Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of
                        chronische problemen </vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Deze bepaling betreft een uitwerking van artikel 2.1.7 van de Wmo 2015. Daarin
                    is opgenomen dat bij verordening kan worden bepaald dat door het dagelijks
                    bestuur aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale
                    problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben, een
                    tegemoetkoming wordt verstrekt ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de
                    participatie. </al>
        <al/>
        <al>De tegemoetkoming kan op aanvraag worden verstrekt. De beslissing op een
                    dergelijke aanvraag is een beschikking en meer in het bijzonder een
                    subsidiebeschikking. De bepalingen in de Awb, onder andere over bezwaar en
                    beroep en subsidies zijn hierop van toepassing.</al>
        <al>De tegemoetkoming kan een alternatief zijn voor een maatwerkvoorziening of pgb.
                    Hiervoor is wel vereist dat de cliënt zelf kiest voor een tegemoetkoming.
                    Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een cliënt die een aanvraag doet voor
                    een maatwerkvoorziening of pgb en die tijdens het onderzoek naar de aanvraag de
                    keuze krijgt om een tegemoetkoming te ontvangen voor de door hem gewenste
                    voorziening. Deze tegemoetkoming is niet kostendekkend maar geeft de cliënt wel
                    het voordeel dat hij zelf een bedrag in handen krijgt waarmee hij meer regie
                    heeft bij de inkoop van de gewenste voorziening. Indien hij het geld niet
                    aanwendt voor dit doel, kan op grond van de subsidietitel van de Awb worden
                    gehandhaafd. Indien hij later wederom een aanvraag zou doen voor
                    maatschappelijke ondersteuning, zonder dat er nieuwe feiten of omstandigheden in
                    zijn situatie zijn, kan deze aanvraag worden afgewezen op grond van de Awb onder
                    verwijzing naar de eerdere beschikking ter verstrekking van de tegemoetkoming. </al>
        <al/>
        <al>Op grond van het tweede lid kan het dagelijks bestuur in de nadere regels
                    opnemen welke tegemoetkomingen kunnen worden verstrekt. Door dit bij financieel
                    besluit Wmo vast te leggen, is voor de burger op voorhand duidelijk op welke
                    tegemoetkoming hij recht heeft. </al>
        <al/>
        <al>Deze bepaling heeft in ieder geval betrekking op de afschaffing van de Wet
                    tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg).</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Hoofdstuk 8. Klachten, medezeggenschap en inspraak</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 21. Klachtregeling</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>De gemeente is op grond van de Awb in het algemeen verplicht tot een behoorlijke
                    behandeling van mondelinge en schriftelijke klachten over gedragingen van
                    personen en bestuursorganen die onder haar verantwoordelijkheid werkzaam zijn. </al>
        <al>In het eerste lid is een bepaling opgenomen over het klachtrecht. Deze bepaling
                    is niet verplicht op grond van deze Wmo 2015 en is hier opgenomen in het belang
                    om in de verordening een compleet overzicht van rechten en plichten van cliënten
                    te geven. Gelet op het van toepassing zijnde hoofdstuk 9 van de Awb, waarin een
                    uitvoerige regeling omtrent klachtbehandeling is gegeven, en ook het recht is
                    neergelegd om na de afhandeling van de klacht de bevoegde ombudsman te verzoeken
                    een onderzoek in te stellen, kan in deze verordening met de eenvoudige bepaling
                    van het eerste lid worden volstaan.</al>
        <al/>
        <al>In het tweede lid is een bepaling over klachten ten aanzien van aanbieders
                    opgenomen. Een dergelijke bepaling is verplicht op grond van artikel 2.1.3,
                    tweede lid, onder e, van de Wmo 2015, waarin is bepaald dat in de verordening in
                    ieder geval wordt bepaald ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor
                    de afhandeling van klachten van cliënten is vereist. De aanbieder is ten aanzien
                    van de in de verordening genoemde voorzieningen verplicht een klachtregeling op
                    te stellen (artikel 3.2, eerste lid, onder a, van de wet).</al>
        <al>In de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, blz.
                    57-58) staat dat cliënten in beginsel moeten kunnen klagen over alles wat hen
                    niet aanstaat in de manier waarop zij zich bejegend voelen. De cliënt kan
                    ontevreden zijn over het gedrag van een medewerker van de Dienst, bijvoorbeeld
                    over de wijze waarop een gesprek is gevoerd of over diens (vermeende) gebrek aan
                    deskundigheid. Is de cliënt niet tevreden over een gedraging van de aanbieder,
                    dan kan het ook gaan om bijvoorbeeld de kwaliteit van de geleverde
                    maatschappelijke ondersteuning (in verband met de deskundigheid van de
                    medewerker of een bepaalde houding of uitlating, gebrekkige communicatie of
                    (on)bereikbaarheid van de aanbieder).</al>
        <al>Het ligt voor de hand dat cliënten die zich benadeeld voelen zo veel mogelijk
                    deze klacht eerst bij de betreffende aanbieder deponeren. Zij moeten erop kunnen
                    vertrouwen dat de aanbieder de klacht snel in behandeling neemt en de klacht ook
                    snel afhandelt. Daar waar de afhandeling niet naar wens is, staat de weg naar de
                    Dienst voor het indienen van de klacht open.</al>
        <al/>
        <al>In het derde lid zijn een aantal instrumenten aangegeven om te zorgen dat de
                    verplichting tot medezeggenschap door aanbieders goed wordt uitgevoerd.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 22. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke
                        ondersteuning</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, tweede lid, onder f, van de Wmo
                    2015, waarin is bepaald dat in ieder geval moet worden bepaald ten aanzien van
                    welke voorzieningen een regeling voor medezeggenschap van cliënten over
                    voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn,
                    vereist is.</al>
        <al>In dit artikel gaat het dus om medezeggenschap van cliënten tegenover de
                    aanbieder. Voorheen moest de aanbieder voldoen aan de in de Wet klachtrecht
                    cliënten en de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) gestelde
                    regels. Onder de Wmcz werd inspraak tegenover de aanbieder reeds verwezenlijkt
                    via de cliëntenraad. Onder de Wmo 2015 is het stellen van regels geheel aan
                    gemeenten overgelaten. </al>
        <al>In het eerste lid is dit uitgewerkt door te bepalen dat aanbieders een regeling
                    voor medezeggenschap dienen vast te stellen. De aanbieder is ten aanzien van de
                    in de verordening genoemde voorzieningen verplicht een medezeggenschapsregeling
                    op te stellen (artikel 3.2, eerste lid, onder b, van de Wmo 2015).</al>
        <al>In het tweede lid zijn een aantal instrumenten voor het dagelijks bestuur
                    aangegeven om te zorgen dat de verplichting tot medezeggenschap door aanbieders
                    goed wordt uitgevoerd.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 23. Betrekken van ingezetenen bij het beleid </vet>
        </al>
        <al>Deze bepaling geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, derde lid, van de Wmo
                    2015.</al>
        <al/>
        <al>Met het derde lid wordt het aan het college en/of dagelijks bestuur overgelaten
                    om de exacte invulling van de medezeggenschap vorm te geven.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Hoofdstuk 9. Slotbepalingen</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 24. Pilot</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Dit artikel maakt het mogelijk om bij wijze van experiment en niet gehinderd
                    door de op dat moment geldende plaatselijke regelgeving, in de vorm van
                    verordening of beleidsregels, de mogelijkheden van de Wet maatschappelijke
                    ondersteuning zo maximaal mogelijk te benutten.</al>
        <al>Dit artikel maakt het tevens mogelijk dat per gebiedsteam hier een eigen
                    invulling aan wordt gegeven.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 25. Evaluatie</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>De wet vereist evaluatie. Dit artikel biedt de mogelijkheid deze evaluatie in de
                    tijd vast te leggen. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 26. Nadere regels en hardheidsclausule</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Juist omdat het in de Wmo om maatwerk gaat zal het dagelijks bestuur er niet aan
                    ontkomen om, ook al is er een zorgvuldige afweging gemaakt, uiteindelijk toch te
                    beoordelen of deze afweging niet leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
                    Deze afweging zal minder vaak voorkomen dan in normale omstandigheden te
                    verwachten is, Immers, bij de afwegingen gaat het al om een zeer persoonlijke
                    beoordeling. Als desondanks die zeer persoonlijke afweging toch nog sprake is
                    van een niet billijke situatie is de hardheidsclausule een vangnet. Daarbij kan
                    de aanvrager ook een beroep doen op deze clausule. Wordt de hardheidsclausule
                    vaker voor één onderwerp gebruikt dan kan men zich afvragen of het beleid
                    terzake niet aangepast zou moeten worden.</al>
        <al>Artikel 27. Intrekking oude verordening en overgangsrecht</al>
        <al/>
        <al>De wet zelf bevat overgangsrecht voor cliënten die vanuit de AWBZ overgaan naar
                    de Wmo en voor de doelgroep beschermd wonen, zie de artikelen 8.1 tot en met
                    8.4. In dit artikel is het overgangsrecht op gemeentelijk niveau geregeld. </al>
        <al>In het eerste lid is duidelijk gemaakt dat bestaande rechten doorlopen, totdat
                    een nieuwe be-oordeling heeft plaatsgevonden.</al>
        <al>In het tweede lid is bepaald dat aanvragen die voor de inwerkingtreding van deze
                    nieuwe verordening zijn ingediend maar waarop bij de inwerkingtreding nog niet
                    is beslist, worden af-gedaan op grond van de nieuwe verordening. Indien er een
                    situatie ontstaat die voor de aan-vrager nadelige gevolgen heeft, wordt de
                    aanvraag afgehandeld krachtens de oude verordening. </al>
        <al>In het derde lid is voor lopende bezwaarschriften bepaald dat deze volgens de
                    oude verordening worden afgedaan. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 28. Inwerkingtreding en citeertitel</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Dit artikel bepaalt de inwerkingtreding van deze verordening en legt vast hoe de
                    verordening dient te worden aangehaald.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
