<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:xopus="http://www.xopus.com/xmlns/xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta>
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>344081_1</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet 2015 gemeente het Bildt</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">het Bildt</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2014-12-02T15:04:06Z</dcterms:modified>
      <dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:spatial>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2015 gemeente het Bildt </dcterms:alternative>
      <dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art. 8, lid 1</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art. 60b</dcterms:source>
      <dcterms:issued>2014-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP, 2014</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:publisher scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:publisher>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-02-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>Invoering nieuwe participatiewet</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
        <al>Geen.</al>
      </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Geen.</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule/>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente het Bildt;</al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 8
                        oktober 2014;</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel d en artikel 60b van de
                        Participatiewet; </al>
          <al/>
          <al>besluit vast te stellen de </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>Participatiewet 2015 gemeente het Bildt</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al/>
            <table>
              <tgroup cols="3">
                <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/>
                <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/>
                <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/>
                <tbody>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>1. </al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col3" namest="col2">
                      <al>Alle begrippen die in deze verordening worden
                                                gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben
                                                dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de
                                                Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>2. </al>
                    </entry>
                    <entry nameend="col3" namest="col2">
                      <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>a. dagelijks bestuur:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>het dagelijks bestuur van de Dienst Sociale Zaken en
                                                Werkgelegenheid Noardwest Fryslân;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>b. dienst:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest
                                                Fryslân;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>c. beslagvrije voet: </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen475c tot
                                                en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke
                                                Rechtsvordering;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>d. recidiveboete: </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a,
                                                vijfde lid, van de Participatiewet;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>e.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>bezit: waarde van de bezittingen waarover
                                                belanghebbende of diens gezin beschikt of
                                                redelijkerwijs kan beschikken, met uitzondering van
                                                het in de woning met bijbehorend erf gebonden
                                                vermogen, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de
                                                Participatie wet;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>f.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al> verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60,
                                                vierde lid, van de Participatiewet</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>g. bijstandsnorm:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld
                                                in artikel 5 onderdeel c Participatiewet.</al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Indien het bezit van een belanghebbende tenminste driemaal de
                                    toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het dagelijks
                                    bestuur de recidiveboete zonder inachtneming van de beslagvrije
                                    voet.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende
                                    een tijdvak van drie maanden vanaf het moment van de dagtekening
                                    waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Indien de belanghebbende desgevraagd geen gegevens verstrekt
                                    over zijn bezit, verrekent het dagelijks bestuur de
                                    recidiveboete zonder inachtneming van de beslagvrije voet.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Indien het bezit van een belanghebbende niet tenminste driemaal
                                    de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het dagelijks
                                    bestuur de recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming
                                    van de beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf het
                                    moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is
                                    opgelegd.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid,
                                    verrekent het dagelijks bestuur de recidiveboete in de daarop
                                    volgende twee maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende
                                    blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de
                                    toepasselijke bijstandsnorm.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen
                                    gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n, r
                                    en z van de Participatiewet.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel>
            </kop>
            <al>In afwijking van de artikelen 2 en 3 kan het dagelijks bestuur de
                            recidiveboete met inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen
                            indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a.">
                <al>aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in de
                                    artikelen 2 of 3, zou leiden tot huisuitzetting van
                                    belanghebbende en diens gezin; of </al>
              </li>
              <li nr="b.">
                <al>anderszins sprake is van dringende redenen.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel>
            </kop>
            <al>De artikelen 2, 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                            verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste
                            lid, van de Participatiewet, indien en voor zover deze boete nog niet is
                            betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening
                            bestuurlijke boete bij recidive 2015 gemeente het Bildt</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente het
                        Bildt d.d. 6 november 2014.</al>
          <al/>
          <al>Gemeenteraad van de gemeente het Bildt,</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>G. Krol (voorzitter),</al>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
        </slotformulering>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <al>
          <vet>Toelichting</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Algemeen</vet>
        </al>
        <al>Op 1 januari 2013 is in werking getreden de "Wet aanscherping handhaving
                            en sanctiebeleid SZW-wetgeving". Voor de Wet werk en bijstand (WWB)
                            introduceert deze wet de bestuurlijke boete bij schending van de
                            inlichtingenplicht. Het college i.c. het dagelijks bestuur is verplicht
                            de bestuurlijke boete met de lopende uitkering te verrekenen. In
                            beginsel moet bij deze verrekening de bescherming van de beslagvrije
                            voet in acht genomen worden. Is echter sprake van een bestuurlijke boete
                            wegens recidive, dan heeft het college i.c. het dagelijks bestuur de
                            bevoegdheid gedurende maximaal drie maanden met de beslagvrije voet te
                            verrekenen. </al>
        <al/>
        <al>De Participatiewet verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere
                            regels te stellen over de bevoegdheid de beslagvrije voet tijdelijk
                            buiten werking te stellen bij verrekening van de recidiveboete.
                            Gemeenten krijgen daarmee de ruimte een afweging te maken van situaties
                            of omstandigheden waarin het buiten werking stellen van de beslagvrije
                            voet niet proportioneel wordt geacht. Deze bevoegdheid kan op
                            verschillende manieren worden ingevuld.</al>
        <al/>
        <al>In het kader van pseudoverrekening kunnen gemeenten i.c. de Dienst
                            SoZaWe Nw. Fryslân te maken krijgen met verzoeken van andere
                            gemeenten/sociale diensten om een door hen opgelegde recidiveboete te
                            verrekenen. Het college of dagelijks bestuur dat de boete heeft opgelegd
                            zal in dat geval aangeven in hoeverre het de beslagvrije voet in acht
                            wil nemen (volgens de regels van zijn eigen verordening). </al>
        <al>De gemeente/sociale dienst die de uitkering verstrekt, moet in beginsel
                            gehoor geven aan dit verzoek. Mocht de beslagvrije voet niet
                            gerespecteerd worden, dan kan de belanghebbende het college of het
                            college van burgemeester en wethouders waarvan hij uitkering ontvangt,
                            verzoeken de beslagvrije voet toch in acht te nemen. In artikel 60b,
                            tweede lid, van de WWB en thans artikel 60b, tweede lid, van de
                            Participatiewet is geregeld dat het college i.c. het dagelijks bestuur
                            die de uitkering verstrekt, de bevoegdheid heeft aan dit verzoek van
                            belanghebbende tegemoet te komen. Het ligt voor de hand dat het
                            college/dagelijks bestuur bij de beslissing op dat verzoek handelt
                            analoog aan de regels die in de eigen verordening zijn vastgelegd.</al>
        <al/>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikelsgewijze toelichting</vet>
        </al>
        <al>
          <vet/>
        </al>
        <al>
          <vet>Artikel 1. Begripsbepalingen</vet>
        </al>
        <al>In deze bepaling zijn een aantal begrippen nader omschreven. Deze
                            behoeven geen nadere toelichting.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Bezit</vet>
        </al>
        <al>De verordening kent een definitie van het begrip bezit. Het gaat daarbij
                            om (de waarde van) alle bezittingen waarover een belanghebbende of diens
                            gezinsleden beschikken of redelijkerwijs kunnen beschikken. Bezittingen
                            kunnen zowel bestaan uit geld als op geld waardeerbare goederen.</al>
        <al>Bij het begrip bezit zoals dat in deze verordening wordt gebruikt, gaat
                            het nadrukkelijk niet om vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet. Eventueel aanwezige schulden spelen geen rol en worden
                            dus ook niet op het bezit in mindering gebracht. Ook de vrijlatingen van
                            artikel 34, tweede lid, van de Participatiewet zijn hier niet van
                            toepassing. Een belanghebbende die vanwege de volledige verrekening met
                            de beslagvrije voet zonder inkomsten komt te zitten, zal de bezittingen
                            waarover hij beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, volledig moeten
                            aanwenden om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen
                            voorzien. Een uitzondering is gemaakt voor de door belanghebbende en
                            zijn gezin bewoonde (eigen) woning.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Verrekenen</vet>
        </al>
        <al>De Participatiewet en diens voorganger, de WWB, kent een ruimer begrip
                            van verrekenen dan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Voor de
                            duidelijkheid is daarom een aparte</al>
        <al>begripsbepaling opgenomen in deze verordening.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 2. Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende
                                bezit</vet>
        </al>
        <al>Uitgangspunt van deze verordening is dat volledige verrekening met de
                            beslagvrije voet plaats vindt voor de maximale termijn van drie maanden
                            als een belanghebbende over voldoende </al>
        <al>bezittingen beschikt om dit op te kunnen vangen. Dat uitgangspunt is
                            vastgelegd in artikel 2 van deze verordening. Van voldoende bezit is
                            sprake als de waarde van de bezittingen waarover belanghebbende beschikt
                            (of redelijkerwijs kan beschikken), ten minste driemaal de </al>
        <al>toepasselijke bijstandsnorm bedraagt. Immers, bij aanwending of
                            tegeldemaking van deze </al>
        <al>bezittingen, zou een periode van drie maanden overbrugd moeten kunnen
                            worden.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 3. Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit</vet>
        </al>
        <al>Heeft een belanghebbende onvoldoende bezittingen om een periode van drie
                            maanden volledige verrekening met de beslagvrije voet te kunnen
                            overbruggen, dan verrekent het dagelijks bestuur slechts één maand
                            zonder inachtneming van de beslagvrije voet. Voor de overige twee
                            maanden vindt weliswaar verrekening met de beslagvrije voet plaats, maar
                            niet volledig. Belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter
                            hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm.</al>
        <al>Voor het percentage van 80% is aansluiting gezocht bij de
                            invorderingsmogelijkheden die de Belastingdienst heeft bij notoire
                            wanbetalers. Onder omstandigheden kan deze de beslagvrije voet (90% van
                            de toepasselijke bijstandsnorm) verlagen met 10% op grond van artikel
                            19, eerste lid, van de Invorderingswet 1990.</al>
        <al/>
        <al>Met de gekozen opzet wordt enerzijds uiting gegeven aan het principe dat
                            fraude niet mag lonen. Het gaat hier immers om belanghebbenden die
                            herhaaldelijk hun inlichtingenplicht hebben geschonden. Daar mag een
                            duidelijk signaal tegenover staan. Anderzijds wordt rekening gehouden
                            met de zorgplicht van gemeenten i.c. de Dienst. Het volledig buiten
                            werking stellen van de beslagvrije voet gedurende drie maanden kan
                            kwalijke maatschappelijke consequenties hebben. Dat moet voorkomen
                            worden, omdat de regeling daarmee zijn doel voorbij zou schieten.</al>
        <al/>
        <al>Een belanghebbende kan inkomsten uit arbeid hebben die op grond van
                            artikel 31, tweede lid, onderdelen n, r of z, van de Participatiewet
                            worden vrijgelaten voor de algemene bijstand. Bij verrekening van een
                            recidiveboete tot 80% van de bijstandsnorm, tellen deze inkomsten echter
                            gewoon mee. Het dagelijks bestuur laat deze inkomsten niet buiten
                            beschouwing bij de beoordeling van de vraag of een belanghebbende nog
                            over voldoende inkomen beschikt. Dat is geregeld in het derde lid.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 4. Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</vet>
        </al>
        <al>Hoewel het hier gaat om een herhaaldelijke schending van de
                            inlichtingenplicht, zijn situaties denkbaar waarin volledige verrekening
                            met de beslagvrije voet niet aanvaardbaar wordt geacht. Die situaties
                            komen aan de orde in artikel 4. Het gaat daarbij altijd om individuele
                            omstandigheden waaraan het dagelijks bestuur zal moeten toetsen.</al>
        <al/>
        <al>In onderdeel a is geregeld dat het dagelijks bestuur kan besluiten in
                            afwijking van de artikelen 2 en 3 toch de beslagvrije voet te
                            respecteren wanneer volledige verrekening waarschijnlijk leidt tot
                            huisuitzetting van belanghebbende en diens gezin. Voorkomen moet worden
                            dat een belanghebbende door de volledige verrekening op straat komt te
                            staan, nu dit de problematiek alleen maar verergert, met alle
                            maatschappelijke kosten van dien.</al>
        <al/>
        <al>Een dreigende huisuitzetting wordt in deze verordening gezien als een
                            dusdanige dringende reden om van verrekening met de beslagvrije voet af
                            te zien. Dat volgt uit het woord 'anderszins' in onderdeel b. Ook bij
                            aanwezigheid van andere dringende redenen dan een dreigende
                            huisuitzetting, kan het dagelijks bestuur rekening houden met de
                            bescherming van de beslagvrije voet. Van dringende redenen is niet snel
                            sprake. Het gaat slechts om incidentele gevallen, waarbij de behoeftige
                            omstandigheden waarin de belanghebbende en diens gezinsleden verkeren op
                            geen enkele andere wijze te verhelpen zijn. Het enkele feit dat het
                            belanghebbende door de verrekening aan middelen ontbreekt om in het
                            bestaan te voorzien, is op zich geen voldoende voorwaarde om te kunnen
                            spreken van dringende redenen.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 5. Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</vet>
        </al>
        <al>In artikel 60b, derde lid, van de Participatiewet is bepaald dat de
                            bevoegdheid om te verrekenen met de beslagvrije voet ook van toepassing
                            is op eerder opgelegde bestuurlijke boetes voor zover op het moment van
                            verrekening van de recidiveboete, die eerdere boetes nog niet zijn
                            betaald. Mocht het dagelijks bestuur die eerdere, nog openstaande boetes
                            gaan verrekenen, dan regelt artikel 5 dat de bepalingen in deze
                            verordening van overeenkomstige toepassing zijn.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 6. Inwerkingtreding</vet>
        </al>
        <al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 7. Citeertitel</vet>
        </al>
        <al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al>
      </nota-toelichting>
      <bijlage/>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
