<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta>
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>342334_1</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen Gemeente Bernisse 2011</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bernisse</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2014-11-19</dcterms:modified>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad de Bernisser</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:alternative>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen Gemeente Bernisse 2011</dcterms:alternative>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 Gemeentewet, Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen </dcterms:source>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
      <dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject>
      <dcterms:issued>2011-08-30</dcterms:issued>
      <dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-08-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>Wijziging</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
        <al>Geen</al>
      </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Geen</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule/>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen Gemeente Bernisse</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>
              <vet>Gemeente Bernisse 2011</vet>
            </al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Inhoudsopgave</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <lijst>
              <li nr="§">
                <al>Artikel 1 Begripsbepaling</al>
              </li>
              <li nr="§">
                <al>Artikel 2 Groepspeelruimte</al>
              </li>
              <li nr="§">
                <al>Artikel 3 Buitenspeelruimte</al>
              </li>
              <li nr="§">
                <al>Artikel 4 Aanwijzing toezichthouders</al>
              </li>
              <li nr="§">
                <al>Artikel 5 Onderzoek door de toezichthouder</al>
              </li>
              <li nr="§">
                <al>Artikel 6 Vastleggen onderzoeksresultaten</al>
              </li>
              <li nr="§">
                <al>Artikel 7 Hardheidsclausule</al>
              </li>
              <li nr="§">
                <al>Artikel 8 Overgangsbepaling</al>
              </li>
              <li nr="§">
                <al>Artikel 9 Intrekking voorgaande regeling en inwerkingtreding</al>
              </li>
              <li nr="§">
                <al>Artikel 10 Citeertitel</al>
              </li>
              <li nr="§">
                <al>Algemene toelichting</al>
              </li>
              <li nr="§">
                <al>Artikelsgewiize toelichting</al>
              </li>
              <li nr="§">
                <al>Artikel 2 Groepspeelruimte</al>
              </li>
              <li nr="§">
                <al>Artikel 3 Buitenspeelruimte</al>
              </li>
              <li nr="§">
                <al>Artikel 4 Aanwijzing toezichthouders</al>
              </li>
              <li nr="§">
                <al>Artikel 5 Onderzoek door de toezichthouder</al>
              </li>
              <li nr="§">
                <al>Artikel 6 Vastleggen onderzoeksresultaten</al>
              </li>
              <li nr="§">
                <al>Artikel 7</al>
              </li>
              <li nr="§">
                <al>Artikel 8</al>
              </li>
              <li nr="§">
                <al>Artikel 9 en 10</al>
              </li>
            </lijst>
          </structuurtekst>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsbepaling</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder peuterspeelzaal hetgeen daaronder wordt</al>
            <al>verstaan in de <onderstreept>Wet kinderopvang</onderstreept> en <onderstreept>Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en</onderstreept></al>
            <al><onderstreept>peuterspeelzalen</onderstreept>.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Groepspeelruimte</titel>
            </kop>
            <al>§1. In een peuterspeelzaal is voor ieder kind minimaal 3,5 m2 bruto-oppervlakte</al>
            <al>aan groepsspeelruimte beschikbaar.</al>
            <al>§2. Elke ruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd</al>
            <al>van de op te vangen kinderen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Buitenspeelruimte</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="§">
                <al>1.De peuterspeelzaal beschikt over aangrenzende buitenspeelruimte.</al>
              </li>
              <li nr="§">
                <al>2. De buitenspeelruimte voldoet aan de volgende eisen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar;</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>een oppervlakte van minimaal 3 m2 bruto-oppervlakte speelruimte</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
            <al>per aanwezig kind;</al>
            <al>c.ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen</al>
            <al>kinderen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Aanwijzing toezichthouders</titel>
            </kop>
            <al>§1. Burgemeester en wethouders zien toe op de naleving van de bij deze</al>
            <al>verordening gestelde regels.</al>
            <al>§2. Burgemeester en wethouders wijzen de directeur van de GGD aan als</al>
            <al>toezichthouder.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel>
            </kop>
            <al>• 1. De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2,</al>
            <al> eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen of</al>
            <al> de instandhouding redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de</al>
            <al> voorschriften uit deze verordening.</al>
            <al>• 2. Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks of de</al>
            <al> exploitatie van een peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met de</al>
            <al> voorschriften uit deze verordening.</al>
            <al>• 3. Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de</al>
            <al>toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van de bij</al>
            <al>deze verordening gestelde voorschriften.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Vastleggen onderzoeksresultaten</titel>
            </kop>
            <al>• 1. De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek bij</al>
            <al>een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.</al>
            <al>§2. Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de bij of krachtens</al>
            <al>artikel 2 en 3 gegeven voorschriften niet zijn of zullen worden nageleefd,</al>
            <al>vermeldt hij dat in het rapport.</al>
            <al>§3. Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de houder in de</al>
            <al>gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover zijn</al>
            <al>zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de zienswijze van</al>
            <al>de houder in een bijlage bij het rapport.</al>
            <al>• 4. De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder, die</al>
            <al>een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage legt op een voor ouders</al>
            <al>en personeel toegankelijke plaats,</al>
            <al>§5. De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de</al>
            <al>vaststelling daarvan openbaar,</al>
            <al>§6. De toezichthouder stelt burgemeester en wethouders in kennis van de</al>
            <al>vaststelling van het rapport.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <al>Burgemeester en wethouders kunnen artikel 2 en 3 buiten toepassing laten of</al>
            <al>daarvan afwijken, voorzover toepassing gelet op het belang van kwalitatief</al>
            <al>verantwoorde opvang voor kinderen in een peuterspeelzaal leidt tot een onbillijkheid</al>
            <al>van overwegende aard.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van deze verordening voldoet de houder</al>
            <al>van een peuterspeelzaal aan de voorschriften uit deze verordening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar</al>
            <al>bekendmaking.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ruimte- en inrichtingseisen</al>
            <al>peuterspeelzalen gemeente Bemisse 2011</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Algemene toelichting</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Op 1 augustus 2010 treedt de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen</al>
            <al>(hierna: de Wet) in werking. Het doel van deze Wet is om jonge kinderen in</al>
            <al>peuterspeelzalen en kindercentra een veilig en stimulerende omgeving te bieden 1.</al>
            <al>Eén van de onderliggende doelstellingen van de nieuwe Wet is de regelgeving over</al>
            <al>peuterspeelzalen te harmoniseren met de kinderdagopvang. Hierdoor ontstaat een</al>
            <al>landelijk kwaliteitskader voor zowel de peuterspeelzalen als de kinderdagopvang met</al>
            <al>minimum kwaliteitseisen. In de Wet zijn dan ook een aantal minimale eisen voor de</al>
            <al>peuterspeelzalen vastgelegd en is tevens aan de minister de bevoegdheid gegeven</al>
            <al>aanvullende regelgeving voor de kwaliteit in een Algemene maatregel van Bestuur</al>
            <al>vast te leggen (AmvB). Van deze bevoegdheid is tot op heden geen gebruik gemaakt</al>
            <al>omdat de partijen een convenant hebben afgesloten waarin de kwaliteitseisen voor</al>
            <al>de houders van peuterspeelzalen nader zijn uitgewerkt 2).</al>
            <al>De eisen in het convenant hebben als uitgangpunt gediend voor de Beleidsregels</al>
            <al>kwaliteit peuterspeelzalen (hierna: Beleidsregels) van de minister van Onderwijs,</al>
            <al>Cultuur en Wetenschap (OCW) 3). Echter, in deze Beleidsregels zijn geen eisen</al>
            <al>opgenomen ten aanzien van ruimte en inrichting van de peuterspeelzalen. Bij het</al>
            <al>opstellen van de modelverordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen is</al>
            <al>aangesloten bij het convenant en de Beleidsregels kwaliteitseisen kinderopvang.</al>
            <al>Het onderhavige model is in overleg met diverse deskundigen op het gebied van</al>
            <al>peuterspeelzaalwerk en kinderopvang en de brancheorganisaties tot stand gekomen.</al>
            <al>Ruimte en inrichting</al>
            <al>Kwalitatief verantwoorde opvang voor kinderen kan niet zonder het stellen van</al>
            <al>kwaliteitseisen. Eisen inzake ruimte en inrichting vormen hier een essentieel</al>
            <al>onderdeel van. De eerste levensjaren van een kind zijn belangrijk voor de</al>
            <al>ontwikkeling van de cognitieve, de sociaal-emotionele en de motorische</al>
            <al>vaardigheden. De opvoeding door de ouders legt daarvoor de basis, maar ook de</al>
            <al>rest van de omgeving waarin het kind opgroeit is van belang. Veel kinderen brengen</al>
            <al>enkele uren per dag door in peuterspeelzalen en andere kindercentra. Ze moeten</al>
            <al>daar veilig kunnen spelen en voldoende ruimte hebben.</al>
            <al>Bestaande eisen over veiligheid en gezondheid die algemeen geldend zijn en volgen</al>
            <al>uit andere wet- en regelgeving zoals bouwvoorschriften,</al>
            <al>brandveiligheidsvoorschriften, eisen aan speeltoestellen, keukenhygiëne en</al>
            <al>dergelijke.</al>
            <al>Toezicht</al>
            <al>In dit hoofdstuk is het kader voor het toezicht beschreven. Op de handhaving, zijn de</al>
            <al>algemene handhavingsbevoegdheden uit de Awb van toepassing.</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Artikelsgewijze toelichting</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Groepspeelruimte</titel>
            </kop>
            <al>In dit artikel wordt bepaald dat voor elk kind 3,5m2 bruto oppervlak speelruimte</al>
            <al>aanwezig moet zijn. Speelruimtes dienen passend te zijn ingericht voor spelen en</al>
            <al>rusten. Bij de inrichting van de binnenruimte dient rekening te worden gehouden met</al>
            <al>zowel het aantal kinderen dat van een ruimte gebruik maakt als de leeftijd van de</al>
            <al>kinderen. Het gaat om het totale aantal vierkante meters die beschikbaar zijn in de</al>
            <al>groepsruimten. Dus de lengte vermenigvuldigd met de breedte van de ruimtes waar</al>
            <al>de kinderen spelen.</al>
            <al>Daarnaast is de houder van een peuterspeelzaal gehouden aan de eisen die zijn</al>
            <al>vastgelegd in het Bouwbesluit 2003. Het Bouwbesluit bevat bouwtechnische</al>
            <al>voorschriften waaraan alle bouwwerken minimaal moeten voldoen. Peuterspeelzalen</al>
            <al>vallen onder de categorie 'bijeenkomstfunctie voor kinderopvang'. De eisen uit het</al>
            <al>Bouwbesluit hebben betrekking op veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid,</al>
            <al>energiezuinigheid en milieu.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Buitenspeelruimte</titel>
            </kop>
            <al>Dit artikel geeft aan dat de buitenspeelruimte voor kinderen die gebruik maken van</al>
            <al>de peuterspeelzaal aangrenzend aan de peuterspeelzaal dient te zijn gesitueerd.</al>
            <al>Evenals de binnenruimte dient de buitenruimte voor spel geschikt te zijn en ingericht</al>
            <al>in overeenstemming met de behoeften en mogelijkheden van de kinderen. Ook voor</al>
            <al>de buitenspeelruimte geldt dat bij de inrichting rekening dient te worden gehouden</al>
            <al>met het aantal kinderen en de leeftijd van de kinderen die gebruik maken van de</al>
            <al>ruimte. De speelruimte bestaat per aanwezig kind uit minimaal 3m2 bruto</al>
            <al>oppervlakte. Met aanwezig kind wordt gedoeld op in de peuterspeelzaal aanwezige</al>
            <al>kinderen, niet noodzakelijkerwijs buitenspelend.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Aanwijzing toezichthouders</titel>
            </kop>
            <al>Dit artikel maakt burgemeester en wethouders (hierna B&amp;W) verantwoordelijk voor</al>
            <al>de naleving van deze verordening. B&amp;W wijzen de directeur van de GGD aan als</al>
            <al>toezichthouder. Dit is in overeenstemming met het systeem van de wet. De directeur</al>
            <al>van de GGD oefent aldus het toezicht uit onder het gezag van de burgemeester en</al>
            <al>wethouders. Afdeling 5.2. van de Algemene wet bestuursrecht bevat een algemene</al>
            <al>regeling van de bevoegdheden van toezichthouders, zoals het recht op het betreden</al>
            <al>van plaatsen, op het vorderen van inlichtingen en het inzien van schriftelijke stukken.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel>
            </kop>
            <al>In dit artikel worden drie soorten van onderzoek onderscheiden. In de eerste plaats</al>
            <al>onderzoekt de toezichthouder naar aanleiding van een aanvraag voor de exploitatie</al>
            <al>van een peuterspeelzaal of aan de voorschriften uit deze verordening zal worden</al>
            <al>voldaan. Daarnaast voert de toezichthouder jaarlijks regulier onderzoek uit bij</al>
            <al>bestaande peuterspeelzalen. Voorts beschikt de toezichthouder op grond van lid 3</al>
            <al>over de mogelijkheid om incidenteel onderzoek te verrichten naar de naleving van de</al>
            <al>voorschriften uit deze verordening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Vastleggen onderzoeksresultaten</titel>
            </kop>
            <al>De resultaten van het onderzoek uit artikel 5 worden door de toezichthouder</al>
            <al>schriftelijk vastgelegd in een inspectierapport. De toezichthouder zendt het ontwerpinspectierapport</al>
            <al>aan de houder van de peuterspeelzaal. De houder wordt hiermee in</al>
            <al>de mogelijkheid gesteld om een reactie te geven op de inhoud van het rapport. De</al>
            <al>toezichthouder dient de reactie van de houder als bijlage bij het rapport te voegen.</al>
            <al>De houder zorgt er voor dat zowel ouders van kinderen in de peuterspeelzaal als het</al>
            <al>personeel inzage hebben in het inspectierapport van de toezichthouder. Uiterlijk 3</al>
            <al>weken na ontvangst maakt de toezichthouder het inspectierapport openbaar. Het ligt</al>
            <al>voor de hand dat de toezichthouder voor de openbaarmaking een breed toegankelijk</al>
            <al>medium kiest. Gedacht kan worden aan de mogelijkheden die het internet biedt. Van</al>
            <al>deze vaststelling worden burgemeester en wethouders door de houder op de hoogte</al>
            <al>gebracht. In de praktijk zal het veelal betekenen dat de toezichthouder het</al>
            <al>inspectierapport naar burgemeester en wethouders toezendt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
            </kop>
            <al>Het opnemen van een hardheidsclausule in deze verordening opent de mogelijkheid</al>
            <al>voor burgemeester en wethouders om, in gevallen waarin toepassing van een artikel</al>
            <al>van de verordening een onbillijkheid van overwegende aard zou opleveren, artikel 2</al>
            <al>en 3 buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken. Het afwijkende besluit van</al>
            <al>burgemeester en wethouders moet altijd binnen de doelstellingen van de verordening</al>
            <al>passen. De toepassing van de hardheidsclausule moet beperkt blijven tot individuele</al>
            <al>gevallen. Het gebruik van dit artikel is slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
            </kop>
            <al>De overgangsbepaling is opgenomen om houders van bestaande peuterspeelzalen</al>
            <al>de tijd en gelegenheid te bieden om aan de voorschriften zoals gesteld in de</al>
            <al>verordening te voldoen. Indien er binnen een gemeente al een verordening bestaat</al>
            <al>met eisen aan ruimte- en inrichting van peuterspeelzalen, dan is het niet nodig om</al>
            <al>deze overgangsbepaling op te nemen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>en 10</titel>
            </kop>
            <al>Voetnoten:</al>
            <al>1) Voorheen de Wet kinderopvang (zie Staatsblad 2010, 296).</al>
            <al>2) Verantwoord peuterspeelzaalwerk: een eerste stap naar de toekomst, Convenant</al>
            <al>Kwaliteit peuterspeelzaalwerk d.d. 9 november 2009.</al>
            <al>3) Deze beleidsregels zijn in concept gereed (mei 2010).</al>
            <al>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Bernisse in de vergadering van</al>
            <al>30 augustus 2011</al>
            <al>Abbenbroek, 30 augustus 2011</al>
            <al>De raad voornoemd,</al>
            <al>De griffier, De voorzitter,</al>
            <al>J.A. Fröling-Kok P.J. Bouvy-Koene</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
