<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta>
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>341855_1</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap Zuidwestelijke Delta</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bernisse</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2014-11-14</dcterms:modified>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Bernisse</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap Zuidwestelijke Delta</dcterms:alternative>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Provinciewet en de Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">wet bestuursrecht</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier=""/>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
      <dcterms:subject>milieu</dcterms:subject>
      <dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights>
      <dcterms:issued>2014-05-13</dcterms:issued>
      <dcterms:source resourceIdentifier=""/>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
        <al>Geen</al>
      </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Geen</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule/>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap Zuidwestelijke Delta</titel>
          </kop>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>INHOUDSOPGAVE</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen en werkgebied</al>
            <al>Artikel 1 Begripsbepalingen</al>
            <al>Hoofdstuk 2</al>
            <al>Artikel 2</al>
            <al>Artikel 3</al>
            <al>Het openbaar lichaam</al>
            <al>Instelling</al>
            <al>Bestuursorganen</al>
            <al>Hoofdstuk 3</al>
            <al>Artikel 4</al>
            <al>Artikel 5</al>
            <al>Doel en taken</al>
            <al>Doel</al>
            <al>Taken</al>
            <al>Hoofdstuk 4 Het algemeen bestuur</al>
            <al>Artikel 6 Samenstelling</al>
            <al>Artikel 7 Taken en bevoegdheden</al>
            <al>Artikel 8 Werkwijze</al>
            <al>Artikel 9 Openbaarheid</al>
            <al>Artikel 10 Geheimhouding stukken</al>
            <al>Artikel 11 Immuniteit</al>
            <al>Artikel 12 Stemming</al>
            <al>Artikel 13 Besluitvorming</al>
            <al>Artikel 14 Vergoedingen</al>
            <al>Artikel 15 Informatie en verantwoording</al>
            <al>Hoofdstuk 5 Het dagelijks bestuur</al>
            <al>Artikel 16 Samenstelling</al>
            <al>Artikel 17 Taken en bevoegdheden</al>
            <al>Artikel 18 Informatie en verantwoording</al>
            <al>Hoofdstuk 6</al>
            <al>Artikel 19</al>
            <al>Artikel 20</al>
            <al>Hoofdstuk 7</al>
            <al>Artikel 21</al>
            <al>Artikel 22</al>
            <al>De voorzitter</al>
            <al>Aanwijzing en vervanging</al>
            <al>Taken en bevoegdheden</al>
            <al>Commissies</al>
            <al>Commissies van advies</al>
            <al>Bestuurscommissies</al>
            <al>Hoofdstuk 8 Secretaris en ambtelijke bijstand</al>
            <al>Artikel 23 Secretaris</al>
            <al>Artikel 24 Taken en bevoegdheden</al>
            <al>Artikel 25 Ambtelijke bijstand</al>
            <al>Hoofdstuk 9</al>
            <al>Artikel 26</al>
            <al>Artikel 27</al>
            <al>Verordeningen</al>
            <al>Vaststelling en bekendmaking van verordeningen</al>
            <al>Onderlinge verhouding van verordeningen</al>
            <al>Hoofdstuk 10 Financiële bepalingen</al>
            <al>Artikel 28 Begroting</al>
            <al>Artikel 29 Ontwerp van de begroting</al>
            <al>Artikel 30 Jaarrekening</al>
            <al>Artikel 31 Financiële administratie</al>
            <al>Artikel 32 Financiële bijdragen</al>
            <al>Artikel 33 Garantstelling</al>
            <al>Hoofdstuk 11</al>
            <al>Artikel 34</al>
            <al>Artikel 35</al>
            <al>Artikel 36</al>
            <al>Artikel 37</al>
            <al>Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing</al>
            <al>Wijziging van de regeling</al>
            <al>Toetreding</al>
            <al>Uittreding</al>
            <al>Opheffing</al>
            <al>Hoofdstuk 12 Overige bepalingen</al>
            <al>Artikel 38 Treffen gemeenschappelijke regeling</al>
            <al>Artikel 39 Archief</al>
            <al>Hoofdstuk 13</al>
            <al>Artikel 40</al>
            <al>Artikel 41</al>
            <al>Slotbepalingen</al>
            <al>Inwerkingtreding</al>
            <al>Citeertitel</al>
            <al>Bijlagen:</al>
            <lijst>
              <li nr="-">
                <al>A Kaart werkgebied Haringvliet</al>
              </li>
              <li nr="-">
                <al>B Kaart werkgebied De Grevelingen</al>
              </li>
            </lijst>
            <al>Toelichting</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap Zuidwestelijke Delta</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Provinciale staten en gedeputeerde staten van de provincies Zuid-Holland en Zeeland, de</al>
            <al>raden, respectievelijk de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten</al>
            <al>Bernisse, Cromstrijen, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis en Schouwen-Duiveland.</al>
            <al>Overwegende dat</al>
            <al>het wenselijk is te komen tot een heroriëntatie op de maatschappelijke betekenis van de</al>
            <al>natuur- en recreatiegebieden en de rol en taken van de overheden;</al>
            <al>de deelnemende provincies en gemeenten afspraken hebben gemaakt omtrent het beheer</al>
            <al>en de afstemming van de ontwikkeling van watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden</al>
            <al>binnen het grondgebied van de deelnemende gemeenten;</al>
            <al>de deelnemende gemeenten en de provincies de intentie hebben uitgesproken deel te</al>
            <al>nemen aan een gemeenschappelijke regeling inhoudende de oprichting van een openbaar</al>
            <al>lichaam voor het als Zuidwestelijke Delta aangeduide grondgebied van de deelnemende</al>
            <al>gemeenten onder gelijktijdige opheffing van de bestaande natuur- en recreatieschappen De</al>
            <al>Grevelingen en Haringvliet;</al>
            <al>het bestuur van het in te stellen natuur- en recreatieschap Zuidwestelijke Delta de</al>
            <al>bevoegdheid krijgt tot het nemen van strategische besluiten betreffende het beheer en de</al>
            <al>ontwikkeling van watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden van bovengemeentelijke</al>
            <al>betekenis binnen het werkterrein van de deelnemende gemeenten, alsmede de bevoegdheid</al>
            <al>krijgt tot het per werkterrein van daartoe in te stellen commissies van advies uitvoeren of</al>
            <al>doen uitvoeren van beheer- en ontwikkelingstaken, waaronder onderhoudstaken,</al>
            <al>vergunningverlenende, toezichthoudende en handhavingstaken in de gebieden die door het</al>
            <al>deltaschap worden beheerd;</al>
            <al>de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten,</al>
            <al>alsmede provinciale staten en gedeputeerde staten van de deelnemende provincies, zijn</al>
            <al>overeengekomen een gemeenschappelijke regeling te treffen voor het vormen van het</al>
            <al>natuur- en recreatieschap Zuidwestelijke Delta.</al>
            <al>Gelet op</al>
            <al>de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Provinciewet en de Algemene</al>
            <al>wet bestuursrecht</al>
            <al>BESLUITEN:</al>
            <al>de volgende gemeenschappelijke regeling te treffen: Gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap Zuidwestelijke Delta.</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsbepalingen en werkgebied</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:</al>
            <al>regeling:</al>
            <al>deelnemende gemeente:</al>
            <al>deelnemende provincie:</al>
            <al>deltaschap:</al>
            <al>werkgebied:</al>
            <al>wet:</al>
            <al>deze gemeenschappelijke regeling;</al>
            <al>een aan de regeling deelnemende gemeente;</al>
            <al>een aan de regeling deelnemende provincie;</al>
            <al>het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2;</al>
            <al>het grondgebied zoals is aangegeven op de bij deze regeling</al>
            <al>behorende en daartoe gewaarmerkte kaart;</al>
            <al>de Wet gemeenschappelijke regelingen.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Het openbaar lichaam</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Instelling</titel>
            </kop>
            <al>1.Er is een openbaar lichaam, genaamd: natuur- en recreatieschap Zuidwestelijke</al>
            <al>Delta.</al>
            <al>2.Het deltaschap is rechtspersoon en is gevestigd in de gemeente Goeree-Overflakkee.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Bestuursorganen</titel>
            </kop>
            <al>Het bestuur bestaat uit het algemeen bestuur het dagelijks bestuur en de voorzitter.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Doel en taken</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Doel en taken</titel>
            </kop>
            <al>De regeling wordt getroffen ter behartiging van de bovengemeentelijke belangen inzake het</al>
            <al>beheer en de ontwikkeling van watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden binnen het</al>
            <al>werkgebied van het deltaschap, daaronder begrepen het behoud en de versterking van de</al>
            <al>recreatieve watergebieden en vaarverbindingen, de landschappelijke kwaliteiten van en de</al>
            <al>biodiversiteit binnen de gebieden, alsmede de bevordering van de economische, recreatieve</al>
            <al>en toeristische aantrekkingskracht daarvan.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Taken</titel>
            </kop>
            <al>1.Aan het bestuur van het deltaschap worden ter vervulling van het in artikel 4</al>
            <al>omschreven doel alle bevoegdheden van regeling en bestuur toegekend binnen de</al>
            <al>grenzen van de wet.</al>
            <lijst>
              <li nr="2.">
                <al>Tot de taken van het bestuur van het deltaschap behoren onder meer:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>het vaststellen van algemene kwaliteitseisen voor het beheer van</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
            <al>watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden, daaronder begrepen</al>
            <al>algemene eisen aan de exploitatie, de instandhouding, het onderhoud en de</al>
            <al>inrichting van de gebieden;</al>
            <al>b.het vaststellen van een meerjaren investeringsprogramma ter zake van de</al>
            <al>ontwikkeling van watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden, waaronder</al>
            <al>begrepen de financiële bijdragen van de deelnemende gemeenten en</al>
            <al>provincies aan het programma;</al>
            <lijst>
              <li nr="c.">
                <al>het uitvoeren of doen uitvoeren van beheer- en ontwikkelingsplannen;</al>
              </li>
              <li nr="d.">
                <al>beslissingen omtrent het verwerven of vervreemden door het deltaschap van</al>
              </li>
            </lijst>
            <al>eigendom of van andere zakelijke dan wel persoonlijke rechten op daarvoor in</al>
            <al>aanmerking komende binnen het werkgebied liggende of buiten het</al>
            <al>werkgebied maar voor het werkgebied van belang zijnde gronden, wateren en</al>
            <al>opstallen, voor zover dit voor de verwezenlijking van het in artikel 4</al>
            <al>omschreven doel noodzakelijk moet worden geacht;</al>
            <al>e.beslissingen omtrent het door of vanwege het deltaschap onderhouden of</al>
            <al>exploiteren van de totstandgebrachte of overgenomen werken en inrichtingen,</al>
            <al>verworven eigendommen en goederen;</al>
            <al>f.het verlenen van medewerking, onder meer door subsidiëring, bij de uitvoering</al>
            <al>van werken of de verwerving van eigendommen in opdracht van of door</al>
            <al>deelnemers of derden.</al>
            <al>g.het vaststellen van verordeningen tot het heffen van belastingen binnen de</al>
            <al>grenzen van artikel 54 van de wet, alsmede het vaststellen van door</al>
            <al>strafbepaling of bestuursdwang te handhaven verordeningen ter</al>
            <al>verwezenlijking van het in artikel 4 omschreven doel.</al>
            <al>3.Het in het tweede lid onder b. bedoelde investeringsprogramma behoeft de</al>
            <al>instemming van elk van de raden van de deelnemende gemeenten en van provinciale</al>
            <al>staten van de deelnemende provincies.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Het algemeen bestuur</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Samenstelling</titel>
            </kop>
            <al>1.Het algemeen bestuur bestaat uit één lid per deelnemende gemeente, die door de</al>
            <al>raad van de gemeente uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders</al>
            <al>worden aangewezen, alsmede uit één lid per deelnemende provincie, die door</al>
            <al>provinciale staten van de provincie uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de</al>
            <al>gedeputeerden worden aangewezen.</al>
            <al>2.De raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten van de</al>
            <al>deelnemende provincies wijzen voor ieder lid een plaatsvervanger aan die het lid bij</al>
            <al>verhindering of ontstentenis vervangt.</al>
            <al>3.Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de</al>
            <al>zittingperiode van de raad of provinciale staten afloopt of zodra men ophoudt lid of</al>
            <al>voorzitter te zijn van de raad of provinciale staten uit wiens midden men is</al>
            <al>aangewezen dan wel ophoudt wethouder van de betreffende deelnemende gemeente</al>
            <al>of gedeputeerde van de betreffende deelnemende provincie te zijn.</al>
            <al>4.De raad van een deelnemende gemeente en provinciale staten van de deelnemende</al>
            <al>provincies wijzen in de eerste vergadering van de nieuwe zittingsperiode het lid en</al>
            <al>plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur aan, dan wel bij tussentijdse</al>
            <al>vervanging van een lid of plaatsvervangend lid in de eerste vergadering nadat het</al>
            <al>lidmaatschap van het lid uit eigen beweging, of van rechtswege, is beëindigd.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Taken en bevoegdheden</titel>
            </kop>
            <al>1.Aan het algemeen bestuur behoren alle taken en bevoegdheden die aan het bestuur</al>
            <al>van het deltaschap bij of krachtens deze regeling zijn opgedragen en niet aan een</al>
            <al>ander orgaan zijn opgedragen.</al>
            <al>2.Tot de taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur behoort het jaarlijks</al>
            <al>vaststellen van een beheerplan watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden</al>
            <al>inhoudende de in het volgend begrotingsjaar te plannen werkzaamheden.</al>
            <al>3.Het algemeen bestuur kan zijn bevoegdheden aan andere organen van het bestuur</al>
            <al>van het deltaschap overdragen voor zover de wet of de aard van de bevoegdheid zich</al>
            <al>daar niet tegen verzet. Niet gedelegeerd wordt de bevoegdheid tot het vaststellen van</al>
            <al>verordeningen,van de begroting en van de jaarrekening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Werkwijze</titel>
            </kop>
            <al>1.Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een</al>
            <al>reglement van orde vast.</al>
            <al>2.Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en voorts zo dikwijls</al>
            <al>als het daartoe beslist, alsmede als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig</al>
            <al>oordeelt, dan wel ten minste een vijfde van het aantal leden dit, zonder opgaaf van</al>
            <al>redenen, schriftelijk verzoekt.</al>
            <al>3.De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op onder gelijktijdige</al>
            <al>openbare kennisgeving van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. De agenda en</al>
            <al>de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de in artikel 10 bedoelde</al>
            <al>stukken worden gelijktijdig met de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving</al>
            <al>aan te geven wijze ter inzage gelegd.</al>
            <al>4.De vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de</al>
            <al>helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.</al>
            <al>5.Indien de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter onder verwijzing</al>
            <al>naar dit artikel opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig</al>
            <al>uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.</al>
            <al>6.Op de vergadering bedoeld in het vijfde lid is het vierde lid niet van toepassing. Het</al>
            <al>algemeen bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de in</al>
            <al>het vierde lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of</al>
            <al>besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting</al>
            <al>hebbende leden tegenwoordig is.</al>
            <al>7.Voor zover daarvan in deze regeling niet is afgeweken zijn de artikelen 22, 26, 28, 31</al>
            <al>en 32 van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing op het houden en de</al>
            <al>orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Openbaarheid</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte van de aanwezige leden</al>
              </li>
            </lijst>
            <al>daarom verzoeken of de voorzitter het nodig oordeelt.</al>
            <al>3.Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Geheimhouding stukken</titel>
            </kop>
            <al>1.Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen</al>
            <al>genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die</al>
            <al>vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de stukken welke aan het</al>
            <al>algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen.</al>
            <al>2.Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van</al>
            <al>bestuur kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het dagelijks bestuur</al>
            <al>en de voorzitter en door een commissie als bedoeld in de artikelen 21 en 22, ieder ten</al>
            <al>aanzien van stukken die zij aan het algemeen bestuur of aan de leden van het</al>
            <al>algemeen bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.</al>
            <al>3.De krachtens het tweede lid aan leden van het algemeen bestuur opgelegde</al>
            <al>verplichting tot geheimhouding vervalt, indien de oplegging niet door het algemeen</al>
            <al>bestuur in zijn eerstvolgende vergadering, die blijkens de presentielijst door meer dan</al>
            <al>de helft van het aantal zitting hebbende leden, tezamen vertegenwoordigend meer</al>
            <al>dan de helft van het aantal stemmen, is bezocht, is bekrachtigd.</al>
            <al>4.De krachtens het tweede lid aan leden van het algemeen bestuur opgelegde</al>
            <al>verplichting tot geheimhouding wordt door hen in acht genomen totdat het orgaan, dat</al>
            <al>de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het onderwerp waaromtrent</al>
            <al>geheimhouding is opgelegd aan het algemeen bestuur is voorgelegd, totdat het</al>
            <al>algemeen bestuur haar opheft. Het algemeen bestuur kan deze beslissing alleen</al>
            <al>nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het</al>
            <al>aantal zitting nemende leden, tezamen vertegenwoordigend meer dan de helft van</al>
            <al>het aantal stemmen, is bezocht.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Immuniteit</titel>
            </kop>
            <al>De leden van het bestuur van het deltaschap en andere personen die deelnemen aan de</al>
            <al>beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor dan wel</al>
            <al>getuigenis af te leggen als bedoeld in artikel 165, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke</al>
            <al>Rechtsvordering over hetgeen zij in de vergadering van het bestuur hebben gezegd of aan</al>
            <al>deze schriftelijk hebben overgelegd.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Stemming</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Een lid van het algemeen bestuur neemt niet deel aan een stemming over:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
            <al>waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;</al>
            <al>b.de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij</al>
            <al>rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort.</al>
            <al>2.Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat</al>
            <al>zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan</al>
            <al>heeft deelgenomen.</al>
            <lijst>
              <li nr="3.">
                <al>Het tweede lid is niet van toepassing:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming,</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
            <al>voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in</al>
            <al>een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was.</al>
            <al>b.in een vergadering als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, voor zover het betreft</al>
            <al>onderwerpen die in de daaraan voorafgaande, ingevolge artikel 8, vierde lid,</al>
            <al>niet geopende vergadering aan de orde was gesteld.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Besluitvorming</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Elk lid van het algemeen bestuur heeft één stem.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Voor zover in deze regeling niet anders is geregeld is voor het tot stand komen van</al>
              </li>
            </lijst>
            <al>een besluit bij stemming de volstrekte meerderheid vereist van het aantal</al>
            <al>uitgebrachte stemmen.</al>
            <al>3.Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het</al>
            <al>inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Vergoedingen</titel>
            </kop>
            <al>1.De leden van het bestuur van het deltaschap en de leden van commissies als</al>
            <al>bedoeld in de artikelen 21 en 22 kunnen een door het algemeen bestuur vast te</al>
            <al>stellen tegemoetkoming voor hun werkzaamheden ontvangen, alsmede een</al>
            <al>tegemoetkoming of vergoeding van bijzondere kosten en andere financiële</al>
            <al>voorzieningen die verband houden met de vervulling van het lidmaatschap van het</al>
            <al>bestuur of van de commissies van het deltaschap.</al>
            <al>2.Artikel 21 van de wet en artikel 96 van de Provinciewet zijn van overeenkomstige</al>
            <al>toepassing op de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming of vergoeding aan</al>
            <al>bestuursleden.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Informatie en verantwoording</titel>
            </kop>
            <al>1 Het bestuur van het deltaschap verstrekt aan de raden van de deelnemende</al>
            <al>gemeenten en provinciale staten van de deelnemende provincies de door een of</al>
            <al>meer van hun leden gevraagde inlichtingen.</al>
            <al>2.De raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten van de</al>
            <al>deelnemende provincies stellen ieder regels vast omtrent:</al>
            <al>a.de wijze waarop een door hen benoemd lid van het algemeen bestuur de door één</al>
            <al>of meer leden van provinciale staten van de deelnemende provincies of raden</al>
            <al>gevraagde inlichtingen dient te verstrekken;</al>
            <al>b.de wijze waarop een door hen benoemd lid ter verantwoording kan worden</al>
            <al>geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.</al>
            <al>3.De raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten van de</al>
            <al>deelnemende provincies zijn bevoegd een door hen aangewezen lid van het</al>
            <al>algemeen bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van de staten of</al>
            <al>de raad niet meer bezit.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Het dagelijks bestuur</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Samenstelling</titel>
            </kop>
            <al>1.Het dagelijks bestuur bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter, door en uit het</al>
            <al>algemeen bestuur aan te wijzen, te weten:</al>
            <al>a.een lid van het algemeen bestuur aan te wijzen uit de leden benoemd door de</al>
            <al>provincie Zuid-Holland en de gemeenten Bernisse, Cromstrijen en</al>
            <al>Hellevoetsluis;</al>
            <al>b.het lid van het algemeen bestuur benoemd door de gemeente Goeree-</al>
            <al>Overflakkee;</al>
            <al>c.een lid van het algemeen bestuur aan te wijzen uit de leden benoemd door de</al>
            <al>provincie Zeeland en de gemeente Schouwen-Duiveland.</al>
            <al>2.Het algemeen bestuur kan een plaatsvervanger per lid van het dagelijks bestuur</al>
            <al>aanwijzen.</al>
            <al>3.Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt op de dag waarop het</al>
            <al>lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Taken en bevoegdheden</titel>
            </kop>
            <al>1.De dagelijkse leiding berust bij het dagelijks bestuur voor zover niet bij of krachtens</al>
            <al>deze regeling de voorzitter hiermee is belast.</al>
            <lijst>
              <li nr="2.">
                <al>Tot de taken van het dagelijks bestuur behoren onder meer:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>het voorbereiden van al hetgeen in de vergadering van het algemeen bestuur</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
            <al>ter beraadslaging en beslissing moet worden gebracht;</al>
            <al>b.het uitvoeren of doen uitvoeren van besluiten van het algemeen bestuur, tenzij</al>
            <al>de voorzitter hiermee is belast of de uitvoering is gemandateerd aan andere</al>
            <al>personen;</al>
            <al>c.het zorg dragen voor de bekendmaking van besluiten van het algemeen</al>
            <al>bestuur;</al>
            <al>d.het toezicht op het beheer en onderhoud van alle werken, inrichtingen en</al>
            <al>eigendommen;</al>
            <al>e.de dagelijkse zorg voor de controle op het geldelijk beheer en de</al>
            <al>boekhouding;</al>
            <al>f.het nemen van alle conservatoire maatregelen, alvorens is besloten tot het</al>
            <al>voeren van een rechtsgeding, zowel in als buiten rechte en het doen wat nodig</al>
            <al>is ter voorkoming van verjaring en ander verlies van recht en bezit;</al>
            <lijst>
              <li nr="g.">
                <al>het gedurig toezicht op al wat het deltaschap aangaat;</al>
              </li>
              <li nr="h.">
                <al>de zorg voor de bewaring van archiefbescheiden.</al>
                <lijst>
                  <li nr="3.">
                    <al>Tot de in het tweede lid onder b. genoemde taken behoort de bevoegdheid tot</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
            <al>oplegging van een last onder bestuursdwang, indien de last dient tot handhaving van</al>
            <al>regels welke het bestuur van het deltaschap uitvoert.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>Informatie en verantwoording</titel>
            </kop>
            <al>1.De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het</al>
            <al>algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.</al>
            <al>Zij geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door hen gevraagde</al>
            <al>inlichtingen.</al>
            <al>2.Het dagelijks bestuur verschaft de raden van de deelnemende gemeenten en</al>
            <al>provinciale staten van de deelnemende provincies alle inlichtingen die door deze</al>
            <al>organen of een of meer van hun leden worden gevraagd.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>De voorzitter</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19</nr>
              <titel>Aanwijzing en vervanging</titel>
            </kop>
            <al>1.De voorzitter van het deltaschap wordt door en uit het algemeen bestuur</al>
            <al>aangewezen.</al>
            <al>2.Het algemeen bestuur wijst uit de andere leden een plaatsvervangend voorzitter aan.</al>
            <al>Artikel 20 Taken en bevoegdheden</al>
            <al>1.De voorzitter leidt de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks</al>
            <al>bestuur.</al>
            <lijst>
              <li nr="2.">
                <al>De voorzitter vertegenwoordigt het deltaschap in en buiten rechte.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Door de voorzitter worden alle stukken welke van het algemeen en het dagelijks</al>
              </li>
            </lijst>
            <al>bestuur uitgaan, ondertekend.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Commissies</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21</nr>
              <titel>Commissies van advies</titel>
            </kop>
            <al>1.Het algemeen bestuur kan commissies van advies instellen en regelt hun</al>
            <al>bevoegdheden en samenstelling.</al>
            <al>2.Het algemeen bestuur stelt ten minste een tweetal commissies van advies in ter</al>
            <al>advisering omtrent aangelegenheden binnen de op de bij deze regeling behorende</al>
            <al>gewaarmerkte kaart als A en B aangegeven gebieden van onderscheidenlijk:</al>
            <lijst>
              <li nr="a.">
                <al>de gemeenten Bernisse, Cromstrijen, Hellevoetsluis en Goeree-Overflakkee;</al>
              </li>
              <li nr="b.">
                <al>de gemeenten Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland.</al>
                <lijst>
                  <li nr="3.">
                    <al>De in het tweede lid onder a. en b. genoemde commissies van advies geven in elk</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
            <al>geval advies omtrent het vaststellen van beheer- en ontwikkelingsplannen en de</al>
            <al>uitvoering daarvan in het onderscheidenlijke werkgebied van de commissie.</al>
            <al>4.Vaste commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter en de</al>
            <al>regeling van hun bevoegdheden en samenstelling geschieden door het algemeen</al>
            <al>bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter.</al>
            <al>5.Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter, worden</al>
            <al>door het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld.</al>
            <al>6.Artikel 11 is van overeenkomstige toepassing op de leden van de commissies van</al>
            <al>advies.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>22</nr>
              <titel>Bestuurscommissies</titel>
            </kop>
            <al>1.Het algemeen bestuur kan commissies instellen met het oog op de behartiging van</al>
            <al>bepaalde belangen. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en de</al>
            <al>samenstelling. De artikelen 136 tot en met 140 van de Provinciewet en artikel 11 van</al>
            <al>deze regeling zijn van overeenkomstige toepassing.</al>
            <al>2.Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie als bedoeld</al>
            <al>in het eerste lid dan na verkregen toestemming van de raden van elk van de</al>
            <al>deelnemende gemeenten en provinciale staten van de deelnemende provincies. De</al>
            <al>toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het</al>
            <al>algemeen belang.</al>
            <al>3.Het algemeen bestuur kan aan een commissie als bedoeld in het eerste lid</al>
            <al>bevoegdheden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur overdragen, tenzij</al>
            <al>de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Het algemeen bestuur kan in</al>
            <al>ieder geval niet overdragen de bevoegdheid tot:</al>
            <lijst>
              <li nr="a.">
                <al>het vaststellen van de begroting of van de jaarrekening;</al>
              </li>
              <li nr="b.">
                <al>het heffen van rechten;</al>
              </li>
              <li nr="c.">
                <al>het vaststellen van verordeningen.</al>
                <lijst>
                  <li nr="4.">
                    <al>Bevoegdheden van het dagelijks bestuur kunnen niet dan op voorstel van het</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
            <al>dagelijks bestuur worden overgedragen.</al>
            <al>5.Ten aanzien van een commissie als bedoeld in het eerste lid regelt het algemeen</al>
            <al>bestuur tevens voor zover zulks in verband met aard en omvang van de</al>
            <al>overgedragen bevoegdheden nodig is:</al>
            <lijst>
              <li nr="a.">
                <al>de werkwijze van de commissie;</al>
              </li>
              <li nr="b.">
                <al>de openbaarheid van vergaderingen;</al>
              </li>
              <li nr="c.">
                <al>de voorbereiding, de uitvoering en de openbaarmaking van besluiten van de</al>
              </li>
            </lijst>
            <al>commissie;</al>
            <al>d.het toezicht van het algemeen, respectievelijk het dagelijks bestuur op de</al>
            <al>uitoefening van de bevoegdheden van de commissie;</al>
            <al>e.de verhouding van de overgedragen bevoegdheden tot die van het algemeen</al>
            <al>bestuur en het dagelijks bestuur;</al>
            <lijst>
              <li nr="f.">
                <al>de verantwoording aan het algemeen bestuur.</al>
                <lijst>
                  <li nr="6.">
                    <al>Ten aanzien van de vergadering van een commissie waaraan bevoegdheden van het</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
            <al>algemeen bestuur zijn overgedragen is artikel 9 van overeenkomstige toepassing met</al>
            <al>inachtneming van door het algemeen bestuur vastgestelde nadere regels.</al>
            <al>7.Indien de commissie zich ter zake van het behandelde waarvoor een verplichting tot</al>
            <al>geheimhouding geldt tot het algemeen bestuur heeft gericht, wordt de geheimhouding</al>
            <al>in acht genomen totdat het algemeen bestuur haar opheft.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Secretaris en ambtelijke bijstand</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>23</nr>
              <titel>Secretaris</titel>
            </kop>
            <al>1.Het algemeen bestuur beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de</al>
            <al>secretaris en kan instructies voor hem vaststellen.</al>
            <al>2.De secretaris wordt bij verhindering of ontstentenis vervangen op de door het</al>
            <al>algemeen bestuur te bepalen wijze.</al>
            <al>3.Door de secretaris worden alle stukken welke van het algemeen en het dagelijks</al>
            <al>bestuur uitgaan, meeondertekend.</al>
            <al>Artikel 24 Taken en bevoegdheden</al>
            <al>1.De secretaris is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de</al>
            <al>commissies behulpzaam in alles wat de hen opgedragen taken aangaat. Hij woont de</al>
            <al>vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur bij, alsmede de vergaderingen</al>
            <al>van de commissies.</al>
            <al>2.De secretaris geeft namens het algemeen bestuur en gehoord de in artikel 21,</al>
            <al>tweede lid onder a. of b. genoemde commissie van advies, opdracht ten aanzien van</al>
            <al>uitvoerende werkzaamheden binnen het werkgebied van de commissie van advies.</al>
            <al>3.De secretaris is bevoegd de in het tweede lid genoemde taken onder te mandateren.</al>
            <al>Artikel 25 Ambtelijke bijstand</al>
            <al>Het algemeen bestuur regelt op welke wijze ambtelijke bijstand wordt verleend aan het</al>
            <al>algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de commissies als bedoeld in de</al>
            <al>artikelen 21 en 22, alsmede aan de leden van de onderscheidenlijke organen en</al>
            <al>commissies.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Verordeningen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>26</nr>
              <titel>Vaststelling en bekendmaking van verordeningen</titel>
            </kop>
            <al>1.Het algemeen bestuur is bevoegd ten behoeve van de uitoefening van de taak van</al>
            <al>het bestuur van het deltaschap verordeningen vast te stellen.</al>
            <al>2.Het besluit tot vaststelling van een verordening door strafbepaling of bestuursdwang</al>
            <al>te handhaven behoeft ten minste een twee derde meerderheid van het aantal</al>
            <al>uitgebrachte stemmen.</al>
            <al>3.Voordat een verordening wordt vastgesteld, zendt het dagelijks bestuur het ontwerp</al>
            <al>daarvan aan gedeputeerde staten van de deelnemende provincies en aan de</al>
            <al>colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. Het</al>
            <al>besluit tot vaststelling van de verordening wordt niet genomen binnen zes weken na</al>
            <al>de datum van verzending van het ontwerp.</al>
            <al>4.De verordeningen van het deltaschap worden bekendgemaakt in het provinciaal blad</al>
            <al>van elk van de deelnemende provincies, alsmede in elk van de deelnemende</al>
            <al>gemeenten op de aldaar gebruikelijk wijze.</al>
            <al>Artikel 27 Onderlinge verhouding van verordeningen</al>
            <al>1.Voor zover een verordening van het deltaschap voorziet in hetzelfde onderwerp als</al>
            <al>een verordening van een deelnemende provincie of een deelnemende gemeente,</al>
            <al>regelt eerstgenoemde verordening de onderlinge verhouding. De verordening van het</al>
            <al>deltaschap kan bepalen, dat de verordening van de provincie of gemeente voor het</al>
            <al>hele werkgebied dan wel voor een gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk ophoudt te</al>
            <al>gelden.</al>
            <al>2.Voor zover een verordening van een deelnemende provincie of van een</al>
            <al>deelnemende gemeente in hetzelfde onderwerp voorziet als een eerder in werking</al>
            <al>getreden verordening van het deltaschap, geldt eerstbedoelde verordening niet voor</al>
            <al>het binnen het werkgebied gelegen deel van de provincie of gemeente.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Financiële bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>28</nr>
              <titel>Begroting</titel>
            </kop>
            <al>1.Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat</al>
            <al>waarvoor zij dient.</al>
            <al>2.In de begroting wordt de bijdrage van elke deelnemende gemeente en elk van de</al>
            <al>deelnemende provincies vastgelegd.</al>
            <al>3.Voor de vaststelling van de begroting is een drie vierde meerderheid vereist van het</al>
            <al>aantal uitgebrachte stemmen, waaronder in ieder geval de stemmen van de</al>
            <al>provincies.</al>
            <al>4.Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch</al>
            <al>in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting</al>
            <al>dient, aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>29</nr>
              <titel>Ontwerp van de begroting</titel>
            </kop>
            <al>1.Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat zij aan het</al>
            <al>algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemende</al>
            <al>gemeenten en aan provinciale staten van de deelnemende provincies.</al>
            <al>2.De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemende gemeenten en</al>
            <al>provincies voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten,</al>
            <al>algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging wordt openbaar kennis</al>
            <al>gegeven.</al>
            <al>3.De raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten van de</al>
            <al>deelnemende provincies beraadslagen over de ontwerpbegroting niet eerder dan</al>
            <al>twee weken na de openbare kennisgeving als in het tweede lid bedoeld.</al>
            <al>4.De raad van een deelnemende gemeente en provinciale staten van de deelnemende</al>
            <al>provincies kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting</al>
            <al>naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze</al>
            <al>zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur</al>
            <al>wordt aangeboden.</al>
            <al>5.Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan</al>
            <al>de raden der deelnemende gemeenten en provinciale staten van de deelnemende</al>
            <al>provincies, die ter zake bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties</al>
            <al>hun zienswijze naar voren kunnen brengen.</al>
            <al>6.Het bepaalde in het eerste, vierde en vijfde lid is mede van toepassing op besluiten</al>
            <al>tot wijziging van de begroting.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>30</nr>
              <titel>Jaarrekening</titel>
            </kop>
            <al>1.Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar</al>
            <al>waarop deze betrekking heeft.</al>
            <al>2.Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling,</al>
            <al>doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de</al>
            <al>jaarrekening betrekking heeft, aan de raden van de deelnemende gemeenten en</al>
            <al>provinciale staten van de deelnemende provincies, alsmede aan de Minister van</al>
            <al>Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>31</nr>
              <titel>Financiële administratie</titel>
            </kop>
            <al>1.Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële</al>
            <al>beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële</al>
            <al>organisatie vast.</al>
            <al>2.Bij de verordening als bedoeld in eerste lid worden tevens regels gesteld voor de</al>
            <al>controle op het financiële beheer en de financiële organisatie.</al>
            <al>3.De artikelen 216 tot en met 219 van de Provinciewet zijn van overeenkomstige</al>
            <al>toepassing.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>32</nr>
              <titel>Financiële bijdragen</titel>
            </kop>
            <al>De deelnemende gemeenten en de deelnemende provincies betalen uiterlijk 15 februari, 15</al>
            <al>mei, 15 augustus en 15 november, een voorschot van 25 procent volgens de in de begroting</al>
            <al>voor het lopende kalenderjaar opgenomen voor hen geldende financiële bijdragen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>33</nr>
              <titel>Garantstelling</titel>
            </kop>
            <al>1.De deelnemende gemeenten en de deelnemende provincies zullen er steeds zorg</al>
            <al>voor dragen dat het deltaschap te allen tijde over voldoende middelen beschikt om</al>
            <al>aan al zijn verplichtingen jegens derden te voldoen.</al>
            <al>2.Voor zover sprake is van een nadelig exploitatiesaldo van een vastgestelde</al>
            <al>jaarrekening komt deze ten laste van de provincies en de deelnemende gemeenten</al>
            <al>volgens de volgende verdeelsleutel:</al>
            <al>a.In het gedeelte van het werkgebied dat op de bij deze regeling behorende</al>
            <al>gewaarmerkte kaart als A (Haringvliet) is aangeduid, wordt de bijdrage van de</al>
            <al>provincie Zuid-Holland bepaald op 20,00/) van het nadelig exploitatiesaldo. De</al>
            <al>gezamenlijke bijdrage van de gemeenten Bernisse en Hellevoetsluis bedraagt</al>
            <al>45,0o7o en van de gemeenten Cromstrijen en Goeree-Overflakkee 35,00/) van het</al>
            <al>nadelig exploitatiesaldo. De bijdragen van de gemeenten zijn onderling te</al>
            <al>verdelen naar rato van het inwonertal op 1 januari van het jaar voorafgaande aan</al>
            <al>het boekjaar.</al>
            <al>b.In het gedeelte van het werkgebied dat op de bij deze regeling behorende</al>
            <al>gewaarmerkte kaart als B (De Grevelingen) is aangeduid, worden de bijdragen</al>
            <al>van de provincies Zuid-Holland en Zeeland bepaald op 62,507o respectievelijk 2507o</al>
            <al>van het nadelig exploitatiesaldo. De gezamenlijke bijdrage van de gemeenten</al>
            <al>Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland bedraagt M,50Zo van het</al>
            <al>exploitatiesaldo, te verdelen naar rato van hun inwonertal op 1 januari van het jaar</al>
            <al>voorafgaande aan het boekjaar.</al>
            <al>c.Indien het algemeen bestuur bij begroting besluit dat een deel van het nadelig</al>
            <al>exploitatiesaldo niet ten laste van één van de te onderscheiden deelgebieden</al>
            <al>wordt gebracht, bepaalt zij tevens de daarbij behorende verdeelsleutel.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>34</nr>
              <titel>Wijziging van de regeling</titel>
            </kop>
            <al>1.De betrokken bestuursorganen van de deelnemers, alsmede het algemeen bestuur</al>
            <al>en het dagelijks bestuur kunnen voorstellen doen voor wijziging van de regeling.</al>
            <al>2.De regeling wordt gewijzigd bij unaniem besluit van de betrokken bestuursorganen</al>
            <al>van de deelnemers.</al>
            <lijst>
              <li nr="3.">
                <al>De wijziging van de regeling wordt op de gebruikelijke wijze bekendgemaakt.</al>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>De wijziging van de regeling bepaalt wanneer deze in werking treedt.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>35</nr>
              <titel>Toetreding</titel>
            </kop>
            <al>1.Een openbaar lichaam dat of een rechtspersoon die wil toetreden dient hiertoe een</al>
            <al>verzoek in bij het dagelijks bestuur van het deltaschap.</al>
            <al>2.Het dagelijks bestuur brengt het verzoek ter kennis van het algemeen bestuur en</al>
            <al>geeft daarbij een advies over de toetreding.</al>
            <lijst>
              <li nr="3.">
                <al>Toetreding dient te geschieden bij unaniem besluit van het algemeen bestuur.</al>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>De toetreding wordt eerst van kracht na verkregen instemming van de raden van de</al>
              </li>
            </lijst>
            <al>deelnemende gemeenten en provinciale staten van de deelnemende provincies.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>36</nr>
              <titel>Uittreding</titel>
            </kop>
            <al>1.Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van de</al>
            <al>daartoe strekkende besluiten van de raad van de deelnemende gemeente, van</al>
            <al>provinciale staten van de deelnemende provincies, of van een rechtspersoon.</al>
            <al>2.De uittreding gaat in op 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar waarin het</al>
            <al>algemeen bestuur van het besluit tot uittreding in kennis is gesteld, tenzij door het</al>
            <al>algemeen bestuur een andere datum wordt bepaald.</al>
            <al>3.Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding en kan aan de uittreding</al>
            <al>voorwaarden, waaronder financiële, verbinden.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>37</nr>
              <titel>Opheffing</titel>
            </kop>
            <al>1.De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de</al>
            <al>betrokken bestuursorganen van alle deelnemers.</al>
            <al>2.Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de opheffing, waaronder de vereffening</al>
            <al>van het vermogen.</al>
            <al>3.Bij ontbinding van het deltaschap in verband met opheffing van de regeling blijft het</al>
            <al>deltaschap voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van het vermogen</al>
            <al>noodzakelijk is.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Overige bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>38</nr>
              <titel>Treffen gemeenschappelijke regeling</titel>
            </kop>
            <al>1.Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kunnen, ieder voor zover zij voor het</al>
            <al>deltaschap bevoegd zijn en met inachtneming van het bepaalde in de hoofdstukken</al>
            <al>VIII en IX van de wet, een gemeenschappelijke regeling treffen ter behartiging van</al>
            <al>een of meer bepaalde belangen van het deltaschap.</al>
            <al>2.Het dagelijks bestuur gaat niet over tot het treffen van een gemeenschappelijke</al>
            <al>regeling dan na verkregen toestemming van het algemeen bestuur.</al>
            <al>3.Onder het treffen van een gemeenschappelijke regeling wordt mede verstaan het</al>
            <al>wijzigen van, toetreden tot en uittreden uit een gemeenschappelijke regeling.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>39</nr>
              <titel>Archief</titel>
            </kop>
            <al>1.Het dagelijks bestuur van het deltaschap draagt zorg voor het in goede, geordende</al>
            <al>en toegankelijke staat onderbrengen en bewaren van de archiefbescheiden, alsmede</al>
            <al>zorg te dragen voor de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende</al>
            <al>archiefbescheiden.</al>
            <lijst>
              <li nr="2.">
                <al>De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Voor de bewaring van de op grond van de Archiefwet 1995 over te brengen</al>
              </li>
            </lijst>
            <al>archiefbescheiden wordt door het dagelijks bestuur gebruik gemaakt van de</al>
            <al>archiefbewaarplaats van de gemeente Goeree-Overflakkee.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>40</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>1.De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgend</al>
            <al>op die, waarop door alle in de aanhef genoemde bestuursorganen van de</al>
            <al>deelnemende gemeenten en de provincie is besloten tot het treffen daarvan, maar</al>
            <al>niet eerder dan op 1 mei 2014.</al>
            <al>2.Gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland zenden de regeling aan de</al>
            <al>Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>41</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>De regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling natuur- en recreatieschap</al>
            <al>Zuidwestelijke Delta.</al>
            <al>Deze regeling zal met toelichting in het provinciaal blad van de deelnemende provincies en</al>
            <al>in het publicatieblad van de deelnemende gemeenten worden geplaatst.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Toelichting bij de Gemeenschappelijke regeling natuur- en recreatieschap</titel>
        </kop>
        <tussenkop>Zuidwestelijke Delta</tussenkop>
        <tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop>
        <al>De meeste recreatiegebieden in Zuid-Holland zijn vanaf de vijftiger jaren door de overheden</al>
        <al>ingericht om te voorzien in de behoefte aan recreatiemogelijkheden, die ontstond als gevolg</al>
        <al>van de toename van vrije tijd. De provincies Zuid-Holland en Zeeland en 39 gemeenten</al>
        <al>participeren in wisselende samenstelling in elf natuur- en recreatieschappen en het</al>
        <al>Koepelschap Buitenstedelijk Groen voor het beheer van de recreatiegebieden. De schappen</al>
        <al>Haringvliet en De Grevelingen liggen beide in het noordelijk gedeelte van de Zuidwestelijke</al>
        <al>Delta binnen de provincie Zuid-Holland en deels binnen de provincie Zeeland.</al>
        <al>Het recreatieve karakter in de Haringvliet en Grevelingen is verschillend in omvang en</al>
        <al>kwaliteit. In de Grevelingen is er met name rond de Brouwersdam een concentratie aan</al>
        <al>recreatieve voorzieningen, terwijl rond het Haringvliet sprake is van minder intensieve en</al>
        <al>soms gedateerde voorzieningen. De maatschappelijke waarde van de watergerelateerde</al>
        <al>natuur- en recreatiegebieden is echter van groot belang. De watergerelateerde</al>
        <al>recreatiegebieden dicht bij de steden dragen bij aan de leefkwaliteit voor de inwoners,</al>
        <al>gezondheid en biodiversiteit, maar hebben ook een belangrijke economische betekenis zoals</al>
        <al>voor het toerisme en als gunstige vestigingsvoorwaarde voor bedrijven.</al>
        <al>Gebleken is dat de sturingsmogelijkheden voor de schapsbestuurders beperkt zijn en dat de</al>
        <al>besluitvormingsprocessen veel tijd in beslag nemen. Daardoor is ook het vermogen beperkt</al>
        <al>om het beheer van de watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden aan de nieuwe</al>
        <al>maatschappelijke omstandigheden aan te passen. Tijdens de bestuurlijke dialogen tussen de</al>
        <al>provincies en de gemeenten die betrokken zijn bij de natuur- en recreatieschappen, bleek</al>
        <al>dat er draagvlak is voor een bestuurlijke opschaling door middel van samenvoeging van de</al>
        <al>schappen. Deze opschaling past in de ontwikkeling van de regio in relatie tot de omliggende</al>
        <al>regio's en het versterken van de aantrekkingskracht van de regio voor de recreant en toerist.</al>
        <al>De voorliggende gemeenschappelijke regeling strekt tot de oprichting van een nieuw</al>
        <al>openbaar lichaam: het natuur- en recreatieschap Zuidwestelijke Delta. Met de oprichting van</al>
        <al>het deltaschap dat het gehele werkgebied van de gelijktijdig op te heffen natuur- en</al>
        <al>recreatieschappen Haringvliet en De Grevelingen omvat, wordt het vermogen vergroot om</al>
        <al>het beheer en de recreatief-toeristische ontwikkeling van de watergerelateerde natuur- en</al>
        <al>recreatiegebieden aan de nieuwe maatschappelijke omstandigheden aan te passen. Daarbij</al>
        <al>kan gedacht worden aan meer variatie, flexibiliteit, eigen identiteit, bescherming van</al>
        <al>natuurwaarden en landschap en een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen die aansluiten</al>
        <al>bij de maatschappelijke vraag.</al>
        <al>Het algemeen bestuur van het natuur- en recreatieschap Zuidwestelijke Delta kan middels</al>
        <al>strategische beslissingen zorg dragen voor deze aanpassingen aan de nieuwe</al>
        <al>maatschappelijke omstandigheden, terwijl lokale zeggenschap en samenwerking wordt</al>
        <al>gegarandeerd door per subgebied een adviescommissie in te stellen waarin de</al>
        <al>waterschappen en andere terreinbeheerders ook een plaats kunnen krijgen.</al>
        <tussenkop>Artikelgewijze toelichting</tussenkop>
        <tussenkop>Algemeen</tussenkop>
        <al>De gemeenschappelijke regeling is gegrond op artikel 51 van de Wet gemeenschappelijke</al>
        <al>regelingen (Wgr). Artikel 51 maakt het mogelijk dat de bestuursorganen van gemeenten,</al>
        <al>afzonderlijk of tezamen, met de bestuursorganen van een provincie, ieder voor zover zij voor</al>
        <al>de eigen gemeente onderscheidenlijk provincie bevoegd zijn, een gemeenschappelijke</al>
        <al>regeling treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van die gemeenten of de</al>
        <al>provincies. In Hoofdstuk IV van de Wgr zijn de bepalingen terug te vinden die regelingen</al>
        <al>tussen de gemeenten en de provincies regelen.</al>
        <al>Hoofdstuk IV van de wet verwijst meermaals naar overeenkomstige toepassing van artikelen</al>
        <al>van de Provinciewet. Ingevolge artikel 136 Wgr gaat het daarbij om de Provinciewet zoals</al>
        <al>die luidde op 11 maart 2003, zijnde de Provinciewet zoals die gold direct voorafgaand aan de</al>
        <al>inwerkingtreding van de Wet dualisering provinciebestuur. Omwille van de duidelijkheid en</al>
        <al>de kenbaarheid van de regels is getracht zoveel als mogelijk de regels waarnaar de Wgr</al>
        <al>verwijst in deze regeling op te nemen. Waar de regeling desalniettemin nog verwijst naar</al>
        <al>overeenkomstige toepassing van artikelen van de Provinciewet wordt gedoeld op de</al>
        <al>Provinciewet zoals die thans luidt.</al>
        <tussenkop>Artikel 1</tussenkop>
        <al>Dit artikel bevat de omschrijving van enkele begrippen, zoals die in de gemeenschappelijke</al>
        <al>regeling worden gehanteerd. Van belang is dat onder deelnemers worden verstaan de aan</al>
        <al>de regeling deelnemende gemeenten en provincies. Indien de bij de regeling betrokken</al>
        <al>bestuursorganen van de deelnemers worden bedoeld dan wordt in de regeling gesproken</al>
        <al>van betrokken bestuursorganen van de deelnemers.</al>
        <al>Bij de inwerkingtreding van de regeling is voorzien in deelname van de gemeenten Bernisse,</al>
        <al>Cromstrijen, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis en Schouwen-Duiveland, alsmede van de</al>
        <al>de provincies Zeeland en Zuid-Holland.</al>
        <tussenkop>Artikel 2</tussenkop>
        <al>Dit artikel regelt de daadwerkelijke instelling van het openbaar lichaam, genaamd natuur- en</al>
        <al>recreatieschap Zuidwestelijke Delta. Het openbaar lichaam is rechtspersoon ingevolge het</al>
        <al>bepaalde bij artikel 52 juncto artikel 8, eerste lid, Wgr. Dat betekent dat het openbaar</al>
        <al>lichaam privaatrechtelijke handelingen kan verrichten op eigen titel. In de</al>
        <al>gemeenschappelijke regeling zijn geen beperkingen opgenomen ten aanzien van het</al>
        <al>aangaan van privaatrechtelijke handelingen.</al>
        <tussenkop>Artikel 3</tussenkop>
        <al>Het deltaschap kent drie bestuursorganen, te weten het algemeen bestuur, het dagelijks</al>
        <al>bestuur en de voorzitter. Het algemeen bestuur is het hoogste orgaan.</al>
        <tussenkop>Artikel 4</tussenkop>
        <al>Een gemeenschappelijke regeling wordt getroffen ter behartiging van bepaalde belangen van</al>
        <al>de deelnemende bestuursorganen van de gemeenten en de provincies. Deze regeling is</al>
        <al>getroffen ter behartigen van de bovengemeentelijke belangen als in dit artikel omschreven</al>
        <al>inzake het beheer en de ontwikkeling van watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden.</al>
        <al>Wat betreft de bovengemeentelijke belangen kan naast de belangen als in het artikel</al>
        <al>omschreven ook worden gedacht aan het nastreven van een goede economische structuur</al>
        <al>en een goed vestigingsklimaat dat met het beheer en ontwikkeling van de watergerelateerde</al>
        <al>natuur- en recreatiegebieden is gediend.</al>
        <al>Het gaat om beheer en ontwikkeling van watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden van</al>
        <al>meer dan bovengemeentelijke betekenis binnen de algemene ruimtelijke kaders zoals door</al>
        <al>de gemeenten en de provincies zijn vastgesteld. Met beheer wordt gedoeld op zaken als</al>
        <al>bestuur en toezicht over de watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden, alsmede de</al>
        <al>exploitatie en het onderhoud van die gebieden. De watergerelateerde natuur- en</al>
        <al>recreatiegebieden betreffen meestal buiten de bebouwde kom gelegen natuur- en</al>
        <al>recreatiegebieden rond of tussen wateren. Het kan oevers, slikken en gorzen van wateren</al>
        <al>betreffen alsmede de verbindingen tussen wateren, havens en andere watergerelateerde</al>
        <al>bestemmingen van gebieden. De regeling ziet niet toe op zaken als waterkwaliteit en</al>
        <al>waterveiligheid of lokale belangen met betrekking tot het beheer en de ontwikkeling van</al>
        <al>kleinere lokale natuur- of recreatieterreinen rond wateren binnen de gemeenten.</al>
        <tussenkop>Artikel 5</tussenkop>
        <al>De aan het bestuur van het deltaschap bij deze regeling toegekende bevoegdheden</al>
        <al>betreffen nadrukkelijk slechts de bevoegdheden van regeling en bestuur aangaande de</al>
        <al>bovengemeentelijke belangen inzake het beheer en de ontwikkeling van watergerelateerde</al>
        <al>natuur- en recreatiegebieden van bovengemeentelijke betekenis. De bevoegdheden vinden</al>
        <al>voorts hun beperking in artikel 54 Wgr voor wat betreft de bevoegdheid tot het heffen van</al>
        <al>andere belastingen dan aldaar genoemd.</al>
        <al>De in het tweede lid omschreven taken ter vervulling van het doel van de regeling zijn te</al>
        <al>onderscheiden in taken op het gebied van het beheer van de gebieden, op het gebied van de</al>
        <al>ontwikkeling van watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden, alsmede in taken</al>
        <al>betreffende de privaatrechtelijke handelingen van het deltaschap.</al>
        <al>Wat betreft het beheer dient het bestuur van het deltaschap in ieder geval algemene</al>
        <al>kwaliteitseisen vast te stellen waaraan dat beheer moet voldoen. Wat betreft het ontwikkelen</al>
        <al>van watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden dient het bestuur een</al>
        <al>investeringsprogramma vast te stellen, dat geldt voor meerdere jaren en waarin de financiële</al>
        <al>verplichtingen voor elke deelnemende gemeente en de provincies zijn omschreven. Daarbij</al>
        <al>is het uiteraard goed mogelijk dat ook derden aan de financiering van het</al>
        <al>investeringsprogramma een bijdrage leveren. Aangezien dit meerjaren</al>
        <al>investeringsprogramma en met name de daarin opgenomen financiële bijdragen van groot</al>
        <al>belang zijn voor de begrotingen van de deelnemende gemeenten en provincies, wordt dit</al>
        <al>programma ingevolge het derde lid eerst van kracht na instemming daarvan van elk van de</al>
        <al>raden van de deelnemende gemeenten, alsmede de instemming van elk van de provinciale</al>
        <al>staten van de provincies.</al>
        <al>De in het tweede lid genoemde taken zijn geen limitatieve opsomming van de taken van het</al>
        <al>bestuur van het deltaschap. Uiteraard kunnen daarvan ook andere taken deel uitmaken,</al>
        <al>zoals het adviseren van de deelnemers omtrent bestemmingsplannen die het belang van de</al>
        <al>door het deltaschap beheerde watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden raken,</al>
        <al>alsmede het zo nodig en gewenst meewerken aan de uitvoering van die</al>
        <al>bestemmingsplannen.</al>
        <tussenkop>Artikel 6</tussenkop>
        <al>Het algemeen bestuur bestaat uit één lid per deelnemende gemeente en één lid te</al>
        <al>benoemen per deelnemende provincie. Derhalve bestaat het algemeen bestuur van het</al>
        <al>deltaschap bij de inwerkingtreding van deze regeling uit 7 leden. Artikel 52 juncto artikel 20</al>
        <al>Wgr, bepaalt dat een lid van het algemeen bestuur niet werkzaam mag zijn in bepaalde</al>
        <al>beroepen of ambten, zoals advocaat, gemachtigde of adviseur ten behoeve van het bestuur</al>
        <al>in geschillen of ten behoeve van de wederpartij van het deltaschap. Ook kent het enkele</al>
        <al>verboden handelingen voor de leden van het bestuur, zoals het rechtstreeks of middellijk</al>
        <al>aangaan van bepaalde overeenkomsten betreffende het deltaschap.</al>
        <tussenkop>Artikel 7</tussenkop>
        <al>Het algemeen bestuur van het deltaschap bezit als hoogste orgaan alle bevoegdheden voor</al>
        <al>zover deze niet bij of krachtens de regeling aan andere organen zijn opgedragen. Dat wil</al>
        <al>zeggen dat alle taken ter vervulling van het doel van de regeling, waaronder de taken als</al>
        <al>genoemd in artikel 5, tweede lid, in beginsel behoren tot de taken van het algemeen bestuur.</al>
        <al>Daarenboven noemt het tweede lid nog uitdrukkelijk de bevoegdheid tot het jaarlijks</al>
        <al>vaststellen van een beheerplan met daarin de in het volgend begrotingsjaar te plannen</al>
        <al>werkzaamheden inzake het beheer van de watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden.</al>
        <al>Op deze wijze kan bij het vaststellen van de begroting rekening worden gehouden met de</al>
        <al>kosten van het beheer van de watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden in dat jaar.</al>
        <al>Het algemeen bestuur kan ingevolge het derde lid zijn taken in beginsel overdragen aan het</al>
        <al>dagelijks bestuur of de voorzitter. Aangezien de Algemene wet bestuursrecht voor de</al>
        <al>delegatie van bevoegdheden een wettelijke basis vereist, is hierin in het derde lid voorzien.</al>
        <tussenkop>Artikel 8</tussenkop>
        <al>Artikel 8 regelt zoveel mogelijk de werkwijze rond de vergaderingen van het algemeen</al>
        <al>bestuur. De regels vloeien voort uit de relevante bepalingen van de Wgr. De regels uit de</al>
        <al>Wgr en de regels uit de Provinciewet, die de Wgr van overeenkomstige toepassing</al>
        <al>verklaard, zijn voor de kenbaarheid zoveel mogelijk overgenomen. Voor zover regels op het</al>
        <al>houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur niet in dit artikel zijn</al>
        <al>overgenomen, verwijst het zevende lid naar de overeenkomstige bepalingen uit de</al>
        <al>Provinciewet.</al>
        <tussenkop>Artikel 9</tussenkop>
        <al>De regels omtrent openbaarheid van de vergaderingen zijn gelijk aan de regels als</al>
        <al>neergelegd in artikel 52 juncto artikel 22, derde tot en met vijfde lid, Wgr. Voor de</al>
        <al>kenbaarheid zijn de regels in dit artikel overgenomen.</al>
        <tussenkop>Artikel 10</tussenkop>
        <al>De regels omtrent de geheimhouding van stukken vloeien voort uit de bepalingen van artikel</al>
        <al>52 juncto artikel 23 Wgr. Voor de kenbaarheid zijn de regels op deze plaats in de regeling</al>
        <al>overgenomen.</al>
        <tussenkop>Artikel 11</tussenkop>
        <al>De regels omtrent immuniteit van de leden van het bestuur van het deltaschap zijn geregeld</al>
        <al>in artikel 52 juncto artikel 22, eerste lid, Wgr, juncto artikel 22 van de Provinciewet. Artikel</al>
        <al>165, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat een ieder,</al>
        <al>daartoe op wettige wijze opgeroepen, verplicht is getuigenis af te leggen.</al>
        <tussenkop>Artikel 12</tussenkop>
        <al>De regels omtrent het verloop van een stemming vloeien voort uit de regels zoals die in de</al>
        <al>artikelen 28 en 29 van de Provinciewet zijn neergelegd en die ingevolge artikel 52 juncto</al>
        <al>artikel 22, eerste lid, Wgr van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. Een benoeming</al>
        <al>gaat iemand volgens artikel 28, derde lid, van de Provinciewet persoonlijk aan, wanneer</al>
        <al>diegene behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een</al>
        <al>herstemming is beperkt. Voorts kan nog worden opgemerkt dat ingevolge het van</al>
        <al>overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 28, tweede lid, van de Provinciewet is</al>
        <al>bepaald dat bij een schriftelijke stemming onder het deelnemen aan een stemming wordt</al>
        <al>verstaan het inleveren van een stembriefje.</al>
        <tussenkop>Artikel 13</tussenkop>
        <al>Elk lid van het algemeen bestuur heeft één stem. Derhalve kunnen in een vergadering van</al>
        <al>het algemeen bestuur maximaal zeven stemmen worden uitgebracht bij een stemming.</al>
        <al>Daarbij geldt voor het tot stand komen van een besluit een volstrekte meerderheid van de</al>
        <al>uitgebrachte stemmen. Dat wil zeggen dat in het geval zeven geldige stemmen zijn</al>
        <al>uitgebracht, een besluit tot stand is gekomen indien vier stemmen voor de totstandkoming</al>
        <al>van dat besluit zijn uitgebracht.</al>
        <tussenkop>Artikel 14</tussenkop>
        <al>Het algemeen bestuur kan regels stellen over de vergoedingen aan de leden van het bestuur</al>
        <al>en aan de door het algemeen bestuur benoemde leden van advies- en bestuurscommissies.</al>
        <al>Voor wat betreft de vergoeding en tegemoetkoming aan een bestuurslid bepaalt artikel 52</al>
        <al>juncto artikel 21 Wgr dat deze in redelijke verhouding dient te staan tot de aan het</al>
        <al>lidmaatschap verbonden werkzaamheden, mede rekening houdende met de vergoeding voor</al>
        <al>werkzaamheden welke het bestuurslid ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van het aan</al>
        <al>de regeling deelnemende bestuursorgaan. Artikel 96 van de Provinciewet bepaalt voorts dat</al>
        <al>naast hetgeen de bestuursleden krachtens het eerste lid is toegekend, zij geen andere</al>
        <al>vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van het deltaschap mogen ontvangen.</al>
        <al>Voordelen ten laste van het deltaschap, anders dan in de vorm van vergoedingen en</al>
        <al>tegemoetkomingen, genieten de bestuursleden slechts voor zover het algemeen bestuur dit</al>
        <al>bij een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurde</al>
        <al>verordening bepalen.</al>
        <tussenkop>Artikel 15</tussenkop>
        <al>Artikel 52 juncto de artikelen 16 en 17 Wgr bepaalt dat de regeling bepalingen inhoudt</al>
        <al>omtrent de wijze waarop het bestuur van een openbaar lichaam of een lid van het algemeen</al>
        <al>bestuur van dat lichaam inlichtingen dient te verstrekken aan de raden of provinciale staten.</al>
        <al>Evenzo dient de regeling bepalingen te bevatten omtrent de wijze waarop de leden</al>
        <al>verantwoording dienen af te leggen aan de raden of staten waardoor zij zijn benoemd.</al>
        <al>Hiertoe dienen het eerste en tweede lid van artikel 15 van de regeling. Het derde lid geeft de</al>
        <al>raden of de staten de bevoegdheid door hen benoemde leden van het algemeen bestuur te</al>
        <al>ontslaan indien deze het vertrouwen van de raad of staten niet meer bezitten.</al>
        <tussenkop>Artikel 16</tussenkop>
        <al>Dit artikel regelt de samenstelling van het dagelijks bestuur. Tot de door het algemeen</al>
        <al>bestuur aan te wijzen leden behoort tevens de door het algemeen bestuur uit haar midden</al>
        <al>aangewezen voorzitter van het deltaschap. Naast de voorzitter bestaat het dagelijks bestuur</al>
        <al>dus nog uit twee leden, aangewezen op de wijze als in het artikel geregeld.</al>
        <tussenkop>Artikel 17</tussenkop>
        <al>Het dagelijks bestuur geeft dagelijkse leiding aan het deltaschap en bereidt alle zaken voor</al>
        <al>die in het algemeen bestuur worden besproken en waarover het algemeen bestuur dient te</al>
        <al>beslissen. Tot het geven van dagelijkse leiding behoren in ieder geval de in het tweede lid</al>
        <al>genoemde taken. Daaronder behoort het uitvoeren van besluiten van het algemeen bestuur,</al>
        <al>tenzij de voorzitter hiermee is belast dan wel het algemeen bestuur bepaalde</al>
        <al>uitvoeringstaken heeft gemandateerd aan andere personen.</al>
        <al>Te denken valt hierbij aan het door het algemeen bestuur mandateren van uitvoerende taken</al>
        <al>aan de secretaris, zoals het geven van opdrachten namens het algemeen bestuur inzake</al>
        <al>werkzaamheden rond het beheer van watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden, zoals</al>
        <al>geregeld in artikel 24, tweede lid, van deze regeling.</al>
        <al>Voor zover het de handhaving van regels, bijvoorbeeld verordeningen, van het algemeen</al>
        <al>bestuur betreft is het dagelijks bestuur bevoegd tot het opleggen van een last onder</al>
        <al>bestuursdwang. Onder een last onder bestuursdwang wordt verstaan de herstelsanctie,</al>
        <al>inhoudende een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van een overtreding en de</al>
        <al>bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen,</al>
        <al>indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.</al>
        <al>Artikel 5:4 van de Algemene wet bestuursrecht vereist een wettelijke grondslag voor de</al>
        <al>bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie. Daarin voorziet het derde lid van</al>
        <al>artikel 17.</al>
        <tussenkop>Artikel 18</tussenkop>
        <al>Dit artikel regelt de inlichtingen- en verantwoordingsplicht voor het dagelijks bestuur en leden</al>
        <al>van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur en aan de raden van de deelnemende</al>
        <al>gemeenten en provinciale staten. Dit artikel vindt zijn grondslag in artikel 52 juncto artikel 16,</al>
        <al>tweede lid, Wgr.</al>
        <tussenkop>Artikelen 19 en 20</tussenkop>
        <al>Deze artikelen regelen de aanwijzing van de voorzitter van het deltaschap en de taken van</al>
        <al>de voorzitter. De voorzitter van het deltaschap is tevens voorzitter en lid van het algemeen</al>
        <al>bestuur en van het dagelijks bestuur.</al>
        <al>De functies van bestuurlijk secretaris en penningmeester zijn wettelijk niet verplicht en</al>
        <al>voegen niets meer toe. Dergelijke taken worden in opdracht van het bestuur verricht door</al>
        <al>ambtelijk secretaris (zie artikel 23 en 24).</al>
        <tussenkop>Artikel 21</tussenkop>
        <al>Overeenkomstig het bepaalde in artikel 52 juncto artikel 24 Wgr bepaalt artikel 21 dat het</al>
        <al>algemeen bestuur commissies van advies kan instellen. Het tweede lid van artikel 21</al>
        <al>verplicht het algemeen bestuur ten minste twee commissies van advies in te stellen. Deze</al>
        <al>twee commissies adviseren het bestuur omtrent aangelegenheden als bedoeld in het derde</al>
        <al>lid betreffende de werkgebieden van de voormalige natuur- en recreatieschappen Haringvliet</al>
        <al>en De Grevelingen. Op de bij de regeling behorende kaart worden deze werkgebieden</al>
        <al>onderscheidenlijk als A en B aangegeven.</al>
        <al>Het algemeen bestuur regelt de samenstelling van de commissies. Daarbij is het mogelijk dat</al>
        <al>het algemeen bestuur naast door de onderscheidenlijke gemeenten voorgestelde leden</al>
        <al>tevens leden benoemt voorgedragen door andere organisaties zoals waterschappen,</al>
        <al>terreinbeherende organisaties of organisaties van eigenaren van watergerelateerde natuuren</al>
        <al>recreatiegebieden.</al>
        <al>Voorts bestaat de mogelijkheid dat ook het dagelijks bestuur en de voorzitter al dan niet</al>
        <al>vaste commissies van advies instellen die het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de</al>
        <al>voorzitter kunnen adviseren.</al>
        <tussenkop>Artikel 22</tussenkop>
        <al>Artikel 52 juncto artikel 25 Wgr regelt dat het algemeen bestuur tevens bestuurscommissies</al>
        <al>kan instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen indien de regeling dit</al>
        <al>mogelijk maakt. Daartoe is artikel 22 in de regeling opgenomen. Aan deze commissies,</al>
        <al>indien ingesteld, kan het algemeen bestuur tevens bepaalde bevoegdheden delegeren. Om</al>
        <al>de kenbaarheid rond de bevoegdheden en de werkwijze van deze commissies te</al>
        <al>verduidelijken is de tekst van artikel 25 Wgr hier grotendeels overgenomen.</al>
        <tussenkop>Artikelen 23 en 24</tussenkop>
        <al>Het algemeen bestuur benoemt een secretaris van het deltaschap die het bestuur en de</al>
        <al>commissies bijstaat in de werkzaamheden en kan instructies voor hem vaststellen. De</al>
        <al>secretaris heeft tevens tot taak namens het algemeen bestuur en gehoord de betreffende</al>
        <al>commissie van advies, opdrachten te geven ten aanzien van uitvoerende werkzaamheden in</al>
        <al>de watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden. Het derde lid van artikel 24 maakt het</al>
        <al>mogelijk dat de secretaris zijn taken ondermandateert. Op deze wijze kunnen ook andere</al>
        <al>personen, bijvoorbeeld verschillende personen per werkgebied van een commissie van</al>
        <al>advies, opdrachten geven ten aanzien van uitvoerende werkzaamheden. Ten aanzien van</al>
        <al>(onder)gemandateerde bevoegdheden blijft het algemeen bestuur het verantwoordelijke</al>
        <al>bestuursorgaan.</al>
        <tussenkop>Artikel 25</tussenkop>
        <al>Bij gebreke aan een ambtelijk apparaat van het deltaschap dient het algemeen bestuur te</al>
        <al>regelen op welke wijze in ambtelijke bijstand wordt voorzien voor de werkzaamheden van het</al>
        <al>deltaschap.</al>
        <tussenkop>Artikel 26</tussenkop>
        <al>Tot de taken van het bestuur van het deltaschap behoort ingevolge artikel 5, tweede lid</al>
        <al>onder g. van de regeling, het vaststellen van verordeningen binnen de grenzen van de wet</al>
        <al>en ter verwezenlijking van het in artikel 4 omschreven doel. In artikel 26 wordt het vaststellen</al>
        <al>van verordeningen door het algemeen bestuur nader uitgewerkt. Zo moet een verordening</al>
        <al>met handhavingsbepalingen door het algemeen bestuur met een twee derde meerderheid</al>
        <al>van het aantal uitgebrachte stemmen worden vastgesteld. Dat betekent dat bij een totaal van</al>
        <al>7 uitgebrachte stemmen ten minste 5 stemmen dienen te zijn uitgebracht voor het vaststellen</al>
        <al>van de verordening. Hoewel het algemeen bestuur ingevolge artikel 12 doorgaans besluit</al>
        <al>met een volstrekte meerderheid van stemmen is het handhaven van de bepalingen van een</al>
        <al>verordening middels een strafbepaling of bestuursdwang dermate vergaand dat daarvoor</al>
        <al>een extra ruime meerderheid wordt vereist.</al>
        <al>Het derde lid voorziet in het toezenden van het ontwerp van een verordening aan</al>
        <al>gedeputeerde staten van de provincies en de colleges van burgemeester en wethouders</al>
        <al>alvorens tot vaststelling kan worden overgegaan, zodat op deze wijze de zienswijze van de</al>
        <al>deelnemende gemeenten en de provincies in de besluitvorming kan worden meegenomen.</al>
        <tussenkop>Artikel 27</tussenkop>
        <al>Ingevolge artikel 54, tweede lid Wgr, dient bij de overdracht van bevoegdheden van regeling</al>
        <al>en bestuur als bij deze regeling voorzien, tevens de verhouding van de overgedragen</al>
        <al>bevoegdheden tot die van de besturen van de deelnemende gemeenten en de provincies te</al>
        <al>worden geregeld. Daartoe dient artikel 27.</al>
        <al>Het eerste lid is reeds geregeld in artikel 54, derde lid Wgr, en is hier integraal overgenomen</al>
        <al>in verband met de kenbaarheid van de bepaling. Het tweede lid is met name van belang voor</al>
        <al>zover een verordening van de provincie van kracht is terwijl voordien voor een gedeelte van</al>
        <al>het grondgebied van de provincie, zijnde het werkgebied van het deltaschap, een</al>
        <al>verordening van het deltaschap is vastgesteld welke voorziet in regeling van hetzelfde</al>
        <al>onderwerp. In dat geval geldt de verordening van de provincie niet voor het binnen het</al>
        <al>werkgebied van het deltaschap gelegen deel van de provincie.</al>
        <tussenkop>Artikelen 28, 29 en 30</tussenkop>
        <al>De procedure rond het vaststellen van de begroting en de jaarrekening is geregeld in de</al>
        <al>artikelen 58 en 59 Wgr en is omwille van de kenbaarheid in de artikelen 28, 29 en 30 zoveel</al>
        <al>mogelijk integraal overgenomen. In de begroting wordt ingevolge artikel 28, tweede lid, de</al>
        <al>bijdrage van elke deelnemende gemeente en de provincie vastgelegd. Beide provincies</al>
        <al>beschikken op grond van artikel 28, derde lid, over een doorslaggevende stem bij het</al>
        <al>vaststellen van de begroting. De bijdragen van de gemeenten en de provincie zullen voor</al>
        <al>wat betreft de investerings- en ontwikkelingskosten reeds voortvloeien uit het met</al>
        <al>instemming van de raden en provinciale staten van de provincies vastgestelde meerjaren</al>
        <al>investeringsprogramma groen zoals geregeld in artikel 5, tweede lid onder b. en derde lid,</al>
        <al>van de regeling. Ook de bijdragen van de gemeenten en de provincies voor de beheerkosten</al>
        <al>zullen grotendeels voortvloeien uit het ingevolge artikel 7, tweede lid, van de regeling</al>
        <al>vastgestelde beheerplan groengebieden.</al>
        <tussenkop>Artikel 31</tussenkop>
        <al>Artikel 31 is de neerslag van de financiële administratie en de controle zoals dat in hoofdstuk</al>
        <al>XIV van de Provinciewet is geregeld. Het betreft het vaststellen van een verordening voor het</al>
        <al>beleid, beheer en organisatie van de financiën van het deltaschap. Ingevolge de van</al>
        <al>toepassing verklaarde artikelen van de Provinciewet worden daarbij een of meerdere</al>
        <al>accountants aangewezen belast met de controle van de jaarrekening en het daarbij</al>
        <al>verstrekken van een verslag van bevindingen. Tevens verricht het dagelijks bestuur</al>
        <al>periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het deltaschap</al>
        <al>gevoerde bestuur. De verordening dient voorts binnen twee weken na vaststelling aan de</al>
        <al>Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te worden gezonden. De Minister</al>
        <al>kan te allen tijde een onderzoek instellen naar het beheer en de inrichting van de financiële</al>
        <al>organisatie.</al>
        <tussenkop>Artikel 32</tussenkop>
        <al>Om te zorgen dat het deltaschap op elk moment beschikt over voldoende financiële</al>
        <al>middelen om te kunnen voldoen aan de verplichtingen zijn de deelnemende gemeenten en</al>
        <al>de provincies verplicht om op vier momenten in het jaar een voorschot van 25Vo te betalen</al>
        <al>van de in de begroting van het betreffende jaar opgenomen voor hen geldende bijdragen.</al>
        <tussenkop>Artikel 33</tussenkop>
        <al>Artikel 33 regelt het algemene beginsel dat de provincies en de deelnemende gemeenten</al>
        <al>garant staan voor het door het deltaschap te allen tijde beschikken over voldoende middelen</al>
        <al>om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Voor zover blijkens de jaarrekening sprake is</al>
        <al>van een nadelig exploitatiesaldo, wordt dit ten laste gebracht van de deelnemers. Voor elk</al>
        <al>van de twee delen (compartimenten) van het werkgebied De Grevelingen respectievelijk</al>
        <al>Haringvliet wordt het nadelig saldo bepaald en vervolgens verdeeld volgens de</al>
        <al>oorspronkelijke afspraken omtrent de twee compartimenten. Het bestuur kan ook bij</al>
        <al>begroting besluiten dat een deel van het nadelig saldo niet ten laste van één van de</al>
        <al>compartimenten maar ten laste van het geheel wordt gebracht, volgens een daarbij te</al>
        <al>bepalen verdeelsleutel.</al>
        <tussenkop>Artikelen 34, 35, 36 en 37</tussenkop>
        <al>Artikel 52 juncto artikel 9 Wgr bepaalt dat een voor onbepaalde tijd getroffen</al>
        <al>gemeenschappelijke regeling, zoals het geval bij deze regeling, bepalingen dient in te</al>
        <al>houden omtrent wijziging, opheffing, toetreding en uittreding. Daarin is in de artikelen 34 tot</al>
        <al>en met 37 voorzien. Van belang daarbij is dat voor wijziging of opheffing van de regeling een</al>
        <al>unaniem besluit van de bij de regeling betrokken bestuursorganen is vereist. Tot de</al>
        <al>toetreding van een gemeente, provincie, waterschap of een ander openbaar lichaam dan wel</al>
        <al>een rechtspersoon kan worden besloten bij unaniem besluit van het algemeen bestuur van</al>
        <al>het deltaschap. In het geval van opheffing van de regeling regelt het algemeen bestuur de</al>
        <al>gevolgen van de opheffing, waaronder de vereffening van het vermogen.</al>
        <tussenkop>Artikel 38</tussenkop>
        <al>De bestuursorganen van het deltaschap kunnen ingevolge de hoofdstukken VIII en IX Wgr,</al>
        <al>alleen een gemeenschappelijke regeling treffen met bestuursorganen van andere</al>
        <al>gemeenten, provincies, waterschappen of andere openbare lichamen dan wel het bestuur</al>
        <al>van een rechtspersoon indien deze daartoe bevoegd zijn. In artikel 38 wordt voorzien in deze</al>
        <al>bevoegdheid voor het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.</al>
        <tussenkop>Artikel 39</tussenkop>
        <al>Ingevolge de Archiefwet 1995 zijn overheidsorganen verplicht de onder hen berustende</al>
        <al>archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren,</al>
        <al>alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van de daarvoor in aanmerking komende</al>
        <al>archiefbescheiden. Een regeling waarbij een of meer taken van een overheidsorgaan worden</al>
        <al>overgedragen aan een ander overheidsorgaan, hetgeen in deze gemeenschappelijke</al>
        <al>regeling aan de orde is, houdt een voorziening in omtrent de archiefbescheiden. Hierin wordt</al>
        <al>voorzien in artikel 39. Reeds ingevolge artikel 17, tweede lid onder h., is bepaald dat het</al>
        <al>dagelijks bestuur belast is met de zorg voor de bewaring van archiefbescheiden. De</al>
        <al>daadwerkelijke bewaring en het beheer van archiefbescheiden in de tijdelijke archiefruimte</al>
        <al>geschiedt ingevolge het tweede lid door de door het algemeen bestuur benoemde secretaris</al>
        <al>van het deltaschap. Als archiefbewaarplaats voor de blijvende bewaring van de</al>
        <al>archiefbescheiden wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Goeree-</al>
        <al>Overflakkee.</al>
        <tussenkop>Artikel 40 en 41</tussenkop>
        <al>Deze artikelen regelen de inwerkingtreding en bepalen de citeertitel van de regeling.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
