<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:xopus="http://www.xopus.com/xmlns/xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta>
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>339575_1</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Verordening Jeugdhulp 2015 gemeente het Bildt</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">het Bildt</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2014-10-20T14:39:04Z</dcterms:modified>
      <dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:spatial>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:alternative>Verordening Jeugdhulp</dcterms:alternative>
      <dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Jeugdwet, art. 2.8</dcterms:source>
      <dcterms:issued>2014-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP, 2014</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:publisher scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:publisher>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-02-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
        <al>Geen.</al>
      </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Geen.</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule/>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>Raadsbesluit</vet>
          </al>
          <al/>
          <al/>
          <al>Raadsvergadering d.d. 9 oktober 2014, agendapunt 10 (besluitnummer
                        141010)</al>
          <al/>
          <al>De Raad van de gemeente het Bildt</al>
          <al/>
          <al>overwegende dat:</al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van het College d.d. 25 augustus 2014;</al>
          <al/>
          <al>gelet op:</al>
          <al/>
          <al/>
          <al><vet>BESLUIT</vet>:</al>
          <al/>
          <al>de Verordening Jeugdhulp 2015 gemeente het Bildt als volgt vast te
                        stellen:</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                        onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a.">
              <al>andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de
                                Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke
                                ondersteuning of werk en inkomen;</al>
            </li>
            <li nr="b.">
              <al>hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in
                                verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en
                                stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de
                                wet;</al>
            </li>
            <li nr="c.">
              <al>individuele voorziening: op de jeugdige of zijn ouders toegesneden
                                voorziening als bedoeld in artikel 2, tweede lid;</al>
            </li>
            <li nr="d.">
              <al>overige voorziening: overige voorziening als bedoeld in artikel 2,
                                eerste lid;</al>
            </li>
            <li nr="e.">
              <al>pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de
                                wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige
                                of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de
                                individuele voorziening behoort van derden te betrekken;</al>
            </li>
            <li nr="f.">
              <al>gezinsplan: plan betreffende de verlening van jeugdhulp als bedoeld
                                in artikel 4.1.2.; </al>
            </li>
            <li nr="g.">
              <al>wet: Jeugdwet.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Vormen van jeugdhulp</titel>
          </kop>
          <table>
            <tgroup cols="3">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/>
              <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>1.</al>
                  </entry>
                  <entry nameend="col3" namest="col2">
                    <al>De volgende vormen van overige voorzieningen zijn
                                            beschikbaar: </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>begeleiding en verzorging jeugdigen met verstandelijke
                                            beperking </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>generalistische basis-ggz voor jeugdigen </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>gezinsondersteuning </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>jongerentrajecten </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>ambulante opvoedhulp </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>2.</al>
                  </entry>
                  <entry nameend="col3" namest="col2">
                    <al>De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn
                                            beschikbaar: </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>langdurige crisisopvang </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>forensische hulp </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>gesloten jeugdhulp </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>medische kinderdagbehandeling </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>pleegzorg </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>residentiële hulp in vrijwillig kader </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>residentiële hulp voor jeugdigen met verstandelijke
                                            beperkingen </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>specialistische dagbehandeling en verzorging
                                            verstandelijk beperkte jeugd </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>specialistische ggz voor jeugdigen </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>verzorging van jeugd met een lichamelijke en
                                            zintuiglijke beperking </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>3.</al>
                  </entry>
                  <entry nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Het college stelt bij nadere regeling vast welke overige
                                            en individuele voorzieningen op basis van het eerste en
                                            tweede lid beschikbaar zijn.</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of
                            jeugdarts</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na een
                                verwijzing door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar
                                een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde
                                jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig
                                is.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Als de jeugdige of zijn ouders hierom verzoeken, legt het college de
                                te verlenen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan,
                                vast in een beschikking als bedoeld in artikel 9.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Toegang jeugdhulp via de gemeente</titel>
          </kop>
          <al>Het college stelt bij nadere regeling regels met betrekking tot de
                        voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de
                        afwegingsfactoren bij een individuele voorziening. Het college geeft daarbij
                        aan op welke wijze hij jeugdigen en ouders informeert over de mogelijkheid
                        en het belang om in bepaalde gevallen een beroep op jeugdhulp te doen. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Inhoud beschikking</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening
                                wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als
                                pgb wordt verstrekt en wordt aangegeven hoe bezwaar tegen de
                                beschikking kan worden gemaakt.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Bij het verstrekken van een individuele voorziening worden in de
                                beschikking ook de met de jeugdige of zijn ouders gemaakte afspraken
                                vastgelegd.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>Regels voor pgb</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1
                                van de wet.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Het college bepaalt bij nadere regeling op welke wijze de hoogte van
                                een pgb wordt vastgesteld.</al>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>Het college bepaalt bij nadere regeling onder welke voorwaarden de
                                persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken
                                van een persoon die behoort tot het sociale netwerk.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7.</nr>
            <titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                            terugvordering</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn
                                ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college
                                mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun
                                redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn
                                tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele
                                voorziening. </al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing
                                aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als
                                het college vaststelt dat:</al>
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al>de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens
                                        hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige
                                        gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele
                                        voorziening of op het pgb zijn aangewezen;</al>
                </li>
                <li nr="c.">
                  <al>de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend
                                        is te achten;</al>
                </li>
                <li nr="d.">
                  <al>de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden
                                        van de individuele voorziening of het pgb, of</al>
                </li>
                <li nr="e.">
                  <al>de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het
                                        pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het
                                        is bestemd.</al>
                </li>
              </lijst>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a,
                                heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige
                                gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van
                                degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten
                                onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten
                                pgb.</al>
            </li>
            <li nr="4.">
              <al>Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als
                                blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is
                                aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de
                                verlening heeft plaatsgevonden.</al>
            </li>
            <li nr="5.">
              <al>Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de
                                geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van
                                pgb’s.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8.</nr>
            <titel>Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders
                            kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering</titel>
          </kop>
          <al>Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij
                        de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren
                        jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of
                        jeugdreclassering, rekening met:</al>
          <lijst>
            <li nr="a.">
              <al>de aard en omvang van de te verrichten taken;</al>
            </li>
            <li nr="b.">
              <al>de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de
                                zwaarte van de functie;</al>
            </li>
            <li nr="c.">
              <al>een redelijke toeslag voor overheadkosten;</al>
            </li>
            <li nr="d.">
              <al>een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het
                                personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en
                                werkoverleg;</al>
            </li>
            <li nr="e.">
              <al>kosten voor bijscholing van het personeel.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9.</nr>
            <titel>Inspraak en medezeggenschap</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente bij de
                                voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp overeenkomstig de
                                krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met
                                betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen
                                vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid
                                betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de
                                besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende
                                jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te
                                kunnen vervullen.</al>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan
                                periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen
                                aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate
                                deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.</al>
            </li>
            <li nr="4.">
              <al>Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede
                                en derde lid. </al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10.</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdhulp 2015
                                gemeente het Bildt. </al>
              <al/>
              <al/>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente het
                        Bildt van 9 oktober 2014.</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>De Raad voornoemd,</al>
          <al/>
          <al>de griffier</al>
          <al/>
          <al>de voorzitter</al>
        </slotformulering>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <al/>
        <al>
          <vet>Algemeen</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Deze verordening geeft uitvoering aan de Jeugdwet. Deze wet maakt onderdeel uit
                    van de bestuurlijke en financiële decentralisatie naar gemeenten van de
                    jeugdzorg, de jeugd-ggz, de zorg voor verstandelijk beperkte jeugdigen en de
                    begeleiding en persoonlijke verzorging van jeugdigen. Daarnaast wordt met deze
                    wet een omslag gemaakt van een stelsel gebaseerd op een wettelijk recht op zorg
                    (aanspraak) naar een stelsel op basis van een voorzieningenplicht voor gemeenten
                    (voorziening), op een wijze zoals eerder is gebeurd met de Wet maatschappelijke
                    ondersteuning (Wmo). Het wettelijke recht op jeugdzorg en individuele aanspraken
                    op jeugdzorg worden hierbij vervangen door een voorzieningenplicht waarvan de
                    aard en omvang in beginsel door de gemeente worden bepaald (maatwerk). Het doel
                    van het jeugdzorgstelsel blijft echter onverminderd overeind: jeugdigen en
                    ouders krijgen waar nodig tijdig bij hun situatie passende hulp, met als beoogd
                    doel ervoor te zorgen de eigen kracht van de jongere en het zorgend en
                    probleemoplossend vermogen van het gezin te versterken.</al>
        <al/>
        <al>De Jeugdwet schrijft voor dat de gemeenteraad per verordening in ieder geval
                    regels opstelt:</al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>•</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>over de door het college te verlenen individuele
                                        voorzieningen en overige (jeugdhulp)voorzieningen; </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>•</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning, de wijze
                                        van beoordeling van en de afwegingsfactoren bij een
                                        individuele voorziening;</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>•</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een
                                        individuele voorziening wordt afgestemd met andere
                                        voorzieningen op gebied van zorg, onderwijs,
                                        maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen;</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>•</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>over de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden
                                        budget wordt vastgesteld;</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>•</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een
                                        individuele voorziening of persoonsgebonden budget, alsmede
                                        van misbruik of oneigenlijke gebruik van de Jeugdwet; </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>•</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>over de wijze waarop ingezetenen worden betrokken bij de
                                        uitvoering van de Jeugdwet, en</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>•</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs
                                        voor de levering en de eisen die worden gesteld aan de
                                        kwaliteit van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of
                                        jeugdreclassering, waar het college ten aanzien daarvan de
                                        uitvoering van de Jeugdwet door derden laat verrichten.
                                        Hierbij dient rekening gehouden te worden met de
                                        deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke
                                        arbeidsvoorwaarden. </al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al/>
        <al>Deze verordening kan niet los worden gezien van het beleidsplan, dat de raad op
                    grond van de Jeugdwet moet vaststellen. In dit beleidsplan wordt het door het
                    gemeentebestuur te voeren beleid vastgelegd met betrekking tot preventie en
                    jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.
                    In het beleidsplan sociaal domein wordt de jeugdhulp opgedeeld in
                    vrij-toegankelijk en niet vrij- toegankelijk. In de jeugdwet is echter bepaald
                    dat in de verordening onderscheid wordt gemaakt tussen respectievelijk overige
                    en individuele voorzieningen op het gebied van jeugdhulp. </al>
        <al/>
        <al/>
        <al>
          <vet>Toeleiding naar de jeugdhulp</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>De toeleiding naar de jeugdhulp vindt op verschillende manieren plaats.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Vrij toegankelijk</cursief>
        </al>
        <al>Voor een deel van de hulpvragen kan worden volstaan met een vrij-toegankelijke
                    voorziening. Hier kunnen de jeugdige en zijn ouders gebruik van maken zonder dat
                    zij daarvoor een verwijzing of een besluit van de gemeente nodig hebben. De
                    jeugdige en zijn ouders kunnen zich voor deze jeugdhulp dus rechtstreeks tot de
                    jeugdhulpaanbieder wenden. Voor de niet vrij-toegankelijke (individuele)
                    voorzieningen is een beschikking nodig.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Toegang jeugdhulp via de gemeente</cursief>
        </al>
        <al>Ook kan een hulpvraag van een jeugdige of zijn ouder binnenkomen bij de
                    gemeente. De beslissing door de gemeente welke zorg een jeugdige of zijn ouder
                    precies nodig heeft, komt vervolgens tot stand in overleg met die jeugdige en
                    zijn ouders. In een gesprek tussen een door de gemeente ingezette deskundige en
                    de jeugdige en zijn ouders wordt gekeken wat de jeugdige en zijn ouders
                    eventueel zelf of met behulp van hun netwerk kunnen doen aan het probleem. Als
                    aanvullend daarop een voorziening op het gebied van jeugdhulp nodig is, dan
                    wordt eerst gekeken of dit een vrij-toegankelijke voorziening is of een niet
                    vrij-toegankelijke voorziening. Is het laatste het geval dan neemt deze
                    deskundige, namens het college, een besluit en verwijst hij de jeugdige door
                    naar de jeugdhulpaanbieder die volgens de deskundige de aangewezene is om de
                    betreffende problematiek aan te pakken. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Toegang via de huisarts, de jeugdarts en de medisch
                        specialist</cursief>
        </al>
        <al>De Jeugdwet regelt daarnaast dat de jeugdhulp toegankelijk is na een verwijzing
                    door de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist. Na een dergelijke
                    verwijzing staat nog niet vast welke specifieke behandelvorm van jeugdhulp een
                    jeugdige of zijn ouder precies nodig heeft. Een jeugdige kan op dat moment
                    terecht bij de jeugdhulpaanbieders die de gemeente heeft ingekocht. In de
                    praktijk zal het de jeugdhulpaanbieder zelf zijn die op basis van zijn
                    professionele autonomie na de verwijzing beoordeelt welke voorziening precies
                    nodig is, hoe vaak iemand moet komen en hoe lang. Bij deze beoordeling moet de
                    jeugdhulpaanbieder zich houden aan de afspraken die hij daarover met de gemeente
                    heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie. Deze afspraken
                    zien op hoe de gemeente haar regierol kan waarmaken en op de omvang van het
                    pakket. Deze afspraken gaan ook in op hoe de artsen en de gemeentelijke toegang
                    goed van elkaar op de hoogte zijn van de doorverwijzing of behandeling van een
                    kind. Dit om de integrale benadering rond het kind en het principe van 1 gezin –
                    1 plan – 1 contactpersoon, vooral bij multiproblematiek, te waarborgen en om te
                    voorkomen dat er nieuwe ‘verkokering’ plaats vindt, waarbij professionals niet
                    goed van elkaar weten dat zij bij het gezin betrokken zijn. Daarnaast moet de
                    jeugdhulpaanbieder rekening houden met de regels die de gemeente bij verordening
                    heeft gesteld. Deze verordening regelt welk aanbod van de gemeente alleen via
                    verwijzing of met een besluit van de gemeente toegankelijk is (zie artikel 2).
                    Omdat de gemeente verder geen nadrukkelijke rol speelt bij de toegang via de
                    huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist, regelt de gemeente alleen de
                    aspecten met betrekking tot het proces (zie artikel 3). </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Toegang via de gecertificeerde instelling, de kinderrechter, het
                        openbaar ministerie en de directeur of de selectiefunctionaris van de
                        justitiële jeugdinrichting</cursief>
        </al>
        <al>Een andere ingang tot de jeugdhulp is via de gecertificeerde instelling, de
                    kinderrechter (via een kinderbeschermingsmaatregel of een maatregel tot
                    jeugdreclassering), het openbaar ministerie en de directeur of de
                    selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting. De gecertificeerde
                    instelling is verplicht om bij de bepaling van de in te zetten jeugdhulp in het
                    kader van een door de rechter opgelegde kinderbeschermingsmaatregel of
                    jeugdreclassering te overleggen met de gemeente. Uiteraard kan bij dit overleg
                    een kostenafweging plaatsvinden. De gemeente is op haar beurt vervolgens
                    gehouden de jeugdhulp in te zetten die deze partijen nodig vinden om een
                    kinderbeschermingsmaatregel of een maatregel tot jeugdreclassering uit te
                    voeren. Ook hier geldt dat de gecertificeerde instelling in beginsel gebonden is
                    aan de jeugdhulp die de gemeente heeft ingekocht. Als de kinderrechter een
                    ondertoezichtstelling of gezagsbeëindiging uitspreekt, wijst hij gelijktijdig in
                    de beschikking de gecertificeerde instelling aan die de maatregel gaat
                    uitvoeren. Dit kan de rechter doen omdat de raad voor de kinderbescherming in
                    zijn verzoekschrift een concreet advies geeft over welke gecertificeerde
                    instelling de maatregel zou moeten uitvoeren. De raad voor de kinderbescherming
                    neemt een gecertificeerde instelling in zijn verzoekschrift op die na overleg
                    met de gemeente en gezien de concrete omstandigheden van het geval hiervoor het
                    meest geschikt lijkt. De raad voor de kinderbescherming is verplicht om hierover
                    met de gemeente te overleggen. Deze toegang wordt al in de Jeugdwet zelf
                    geregeld en komt verder dus niet terug in deze verordening.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Toegang via de advies- en meldpunt huiselijk geweld en
                        kindermishandeling (AMHK)</cursief>
        </al>
        <al>Ten slotte vormt ook het AMHK een toegang tot onder andere jeugdhulp. Het AMHK
                    geeft advies over vermoedens en gevallen van huiselijk geweld en
                    kindermishandeling, onderzoekt wanneer nodig op basis van een melding of er
                    sprake is van kindermishandeling, motiveert zo nodig ouders tot accepteren van
                    jeugdhulp en legt daartoe contacten met de hulpverlening. Deze toegang wordt al
                    in de Jeugdwet zelf geregeld en komt verder dus niet terug in deze
                    verordening.</al>
        <al/>
        <al/>
        <al>
          <vet>Regelen in de verordening of in beleidsregels</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Deze verordening is gebaseerd op de modelverordening die de VNG heeft opgesteld. </al>
        <al>De Modelverordening Jeugdhulp kent een aantal bepalingen die als ‘niet
                    verplicht’ (facultatief) zijn aangemerkt. Daarnaast biedt het model de raad de
                    mogelijkheid om de uitwerking van bepaalde onderwerpen te delegeren aan het
                    college. </al>
        <al/>
        <al>Het vormgeven van de verordening kan dus op twee manieren.</al>
        <al>De eerste mogelijkheid is dat voor de uitgebreide variant wordt gekozen. De raad
                    legt dan zaken in detail vast in de verordening. Dit heeft als voordeel dat de
                    raad de directe controle houdt. Het nadeel is de gebrekkige flexibiliteit. Voor
                    iedere wijziging moet de verordening door de raad aangepast worden.</al>
        <al/>
        <al>De tweede mogelijkheid is dat de raad de hoofdlijnen vastlegt en de nadere
                    uitwerking van bepaalde onderwerpen delegeert aan het college. Voordeel van deze
                    variant is dat de raad zelf de kaders kan stellen en dat de verdere uitwerking
                    daarvan door het college plaatsvindt. Dit zorgt voor de nodige flexibiliteit om
                    sneller in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen.</al>
        <al>Nieuwe inzichten – zeker in de beginjaren – zullen het af en toe noodzakelijk
                    maken om</al>
        <al>zaken bij te stellen. Het wijzigen van een regeling van het college is dan
                    sneller</al>
        <al>gerealiseerd dan een wijziging van de verordening door de raad. Nadeel kan</al>
        <al>mogelijk gevonden worden in het feit dat de raad weinig directe controle heeft
                    over</al>
        <al>de nadere uitwerking door het college. Indirecte (politieke) controle behoudt de
                    raad</al>
        <al>uiteraard altijd. Bovendien kan door goede kaderstelling veel bereikt worden. </al>
        <al/>
        <al>In deze verordening is er voor gekozen dat de raad de hoofdlijnen vastlegt en de
                    nadere uitwerking van bepaalde onderwerpen delegeert aan het college. </al>
        <al/>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikelsgewijs</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 1. Begripsbepalingen</vet>
        </al>
        <al/>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>•</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Onder het begrip ‘andere voorziening’ wordt in deze
                                        verordening verstaan een voorziening die niet op grond van
                                        de Jeugdwet wordt getroffen, maar in het kader van
                                        maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, werk en inkomen
                                        of zorg. </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>•</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>De individuele voorzieningen en overige voorzieningen zijn
                                        opgenomen in artikel 2. Hoe individuele voorzieningen
                                        verkregen kunnen worden, is geregeld in artikel 3 .</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>•</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>De definitie van ‘pgb’ is opgenomen omdat de afkorting pgb
                                        in het spraakgebruik inmiddels meer is ingeburgerd dan
                                        voluit ‘persoonsgebonden budget’.</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>•</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Het gezinsplan is een onderdeel van verantwoorde hulp, zoals
                                        opgenomen in artikel 4.1.1. van de Jeugdwet. Een goede
                                        hulpverlener overlegt zorgvuldig met de jeugdige en ouders
                                        over de verlening van de jeugdhulp of de uitvoering van de
                                        kinderbeschermingsmaatregel en jeugdreclassering. Om dat te
                                        waarborgen moet voordat het plan wordt opgesteld, overlegd
                                        worden met de jeugdige en de ouders. Het plan moet afgestemd
                                        zijn op de behoeften van de jeugdige.</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al/>
        <al>Het aantal definities van artikel 1 is beperkt omdat de wet al een flink aantal
                    definities kent die ook bindend zijn voor deze verordening. Het gaat dan
                    bijvoorbeeld om definities van centrale begrippen als ‘jeugdhulp’, ‘jeugdige’ en
                    ‘ouder’. In de verordening gebruiken we de begrippen jeugdige en ouder
                    overeenkomstig de Jeugdwet. </al>
        <al/>
        <al>Ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kent een aantal definitiebepalingen die
                    voor deze verordening van belang zijn, zoals: ‘aanvraag’ en ‘beschikking’.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 2. Vormen van jeugdhulp </vet>
        </al>
        <al>Het begrip 'voorziening' is een lastig te vatten begrip. De wetgever waagt zich
                    dan ook niet aan een definitie, maar geeft wel in de memorie van toelichting aan
                    dat de door de gemeente te treffen voorziening zowel een algemene, vrij
                    toegankelijke voorziening kan zijn als een individuele voorziening. Een
                    individuele voorziening heeft vaak betrekking op meer gespecialiseerde zorg. De
                    gemeente bepaalt zelf welke hulp vrij toegankelijk is en welke niet. Voor de
                    niet vrij toegankelijke vormen van ondersteuning moet door de gemeente of door
                    de huisarts, medisch specialist of jeugdarts en de jeugdhulpaanbieder eerst
                    beoordeeld worden of de jeugdige of zijn ouders deze ondersteuning daadwerkelijk
                    nodig hebben. </al>
        <al>Een voorziening kan dus een breed spectrum van verschillende soorten
                    ondersteuning, hulp en zorg omvatten. Een beschrijving is gewenst omdat de
                    wetgever gemeenten opdraagt ervoor te zorgen dat de burger zich een beeld kan
                    vormen van de voorzieningen in het kader van jeugdhulp.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 3 Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of
                        jeugdarts</vet>
        </al>
        <al>In de Jeugdwet is geregeld dat, naast de gemeentelijk georganiseerde toegang tot
                    jeugdhulp, ook de directe verwijzingsmogelijkheid door de huisarts, medisch
                    specialist en jeugdarts naar de jeugdhulp blijft bestaan. Dit laatste geldt
                    zowel voor de vrij-toegankelijke (overige) voorzieningen als de niet
                    vrij-toegankelijke (individuele) voorzieningen. Met een dergelijke verwijzing
                    kan de jeugdige rechtstreeks aankloppen bij de jeugdhulpaanbieder. In de
                    praktijk zal het de jeugdhulpaanbieder zijn die na de verwijzing beoordeelt
                    welke jeugdhulp precies nodig is. Deze bepaalt in overleg met de jeugdige of
                    ouder daadwerkelijk de concrete inhoud, vorm, omvang en duur van de benodigde
                    jeugdhulp. </al>
        <al/>
        <al>In dit artikel is geregeld dat het verlenen van een individuele voorziening, of
                    het afwijzen daarvan, alleen op verzoek wordt vastgelegd in een beschikking. Op
                    die manier wordt de jeugdige en zijn ouders toch de benodigde rechtsbescherming
                    geboden, maar wordt voorkomen dat het college talloze beschikkingen moet afgeven
                    die hetzelfde luiden als het wat de jeugdige naar het oordeel van de
                    jeugdhulpaanbieder nodig heeft.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 4. Toegang jeugdhulp via de gemeente</vet>
        </al>
        <al>Deze bepaling regelt de toegang van jeugdhulp via de gemeente en is opgenomen om
                    een zorgvuldige procedure te waarborgen. In dit artikel is bepaald dat de raad
                    de vaststelling van de procedureregels voor de toegang tot jeugdhulp via de
                    gemeente delegeert aan het college. Hierbij valt onder andere te denken aan
                    regels die betrekking hebben op de voorwaarden voor toekenning van een
                    individuele of overige voorziening, de wijze van beoordeling en de
                    afwegingsfactoren bij een individuele voorziening.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 5. Inhoud beschikking</vet>
        </al>
        <al>Wanneer de jeugdige of zijn ouders een formele aanvraag bij het college indienen
                    of wanneer er op grond van artikel 3, tweede lid, een beschikking afgegeven
                    wordt, moet het college een beschikking opstellen, waartegen zij in bezwaar of
                    beroep kunnen gaan. Uitgangspunt van de wet is dat de jeugdige of zijn ouders
                    een voorziening in ‘natura’ krijgen. Wanneer gewenst door de jeugdige of zijn
                    ouders bestaat ook de mogelijkheid van het toekennen van een pgb. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 6. Regels pgb</vet>
        </al>
        <al>In het eerste lid is een verwijzing opgenomen naar het centrale pgb-artikel van
                    de wet. Dit lid is opgenomen om een compleet beeld van rechten en plichten te
                    geven. </al>
        <al/>
        <al>In de wet is opgenomen dat in de verordening wordt bepaald op welke wijze de
                    hoogte van het pgb wordt vastgesteld. In deze verordening is er voor gekozen dat
                    de raad de bevoegdheid om de hoogte van het pgb vast te stellen delegeert aan
                    het college. </al>
        <al/>
        <al>Volgens de wet <onderstreept>kunnen</onderstreept> gemeenten bepalen onder welke
                    voorwaarden de persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de
                    jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk.
                    Gemeenten hoeven dit dus niet te doen. Toch is dit onderwerp opgenomen in de
                    verordening. Het is namelijk niet goed denkbaar dat gemeenten geen voorwaarden
                    stellen gezien de taakstelling van de wet. Wanneer gemeenten dit niet regelen,
                    dan gelden er immers geen nadere voorwaarden voor het inkopen van de
                    ondersteuning van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. Een
                    voorwaarde kan bijvoorbeeld zijn dat een pgb alleen wordt verstrekt wanneer de
                    jeugdige of zijn ouders gemotiveerd kunnen aantonen dat de individuele
                    voorziening die door een aanbieder wordt geleverd, niet passend is. Een andere
                    voorwaarde kan zijn dat een pgb alleen wordt verstrekt wanneer de jeugdhulp die
                    uit het sociale netwerk wordt betrokken van goede kwaliteit is. In deze
                    verordening is er voor gekozen dat de raad de bevoegdheid om voorwaarden te
                    stellen aan een pgb wanneer de jeugdhulp wordt betrokken uit het sociaal netwerk
                    delegeert aan het college.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 7. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                        terugvordering</vet>
        </al>
        <al>Dit artikel is een uitwerking van de verplichte bepaling in de wet dat de
                    gemeente bij verordening regels stelt voor de bestrijding van het ten onrechte
                    ontvangen van een individuele voorziening, of van misbruik of oneigenlijk
                    gebruik van de wet. Deze bepaling heeft tot doel om regelgeving met betrekking
                    tot de aanverwante beleidsterreinen van jeugdhulp en maatschappelijke
                    ondersteuning te standaardiseren. Volgens de wetgever behoort het tot de
                    gemeentelijke verantwoordelijkheid om misbruik van de geboden voorzieningen te
                    voorkomen en, waar nodig, op te treden tegen onterecht gebruik van individuele
                    voorzieningen of persoonsgebonden budgetten. Een zorgvuldig gebruik van
                    collectieve middelen is wezenlijk voor het draagvlak daarvan. </al>
        <al/>
        <al>In het eerste lid is de zogenaamde inlichtingenverplichting geregeld. Deze
                    verplichting houdt in dat van de jeugdige of zijn ouders verlangd kan worden dat
                    ze voldoende gegevens en inlichtingen verstrekken om het college in staat te
                    stellen te beoordelen of het beroep op die individuele voorziening of het
                    daaraan gekoppelde pgb terecht is gedaan. Wanneer het de jeugdige of zijn ouders
                    redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat er feiten en omstandigheden, of daarin
                    opgetreden wijzigingen, zijn die van invloed kunnen zijn op de toekenning van de
                    individuele voorziening of het daaraan gekoppelde pgb, moeten zij dit onverwijld
                    aan het college te melden. Het college kan een individuele voorziening of het
                    daaraan gekoppelde pgb herzien of intrekken. De voorwaarden om over te gaan tot
                    herziening of intrekking zijn geregeld in lid twee tot en met vier van dit
                    artikel. Het college kan niet alleen bij een aanvraag, maar ook in andere stadia
                    concrete informatie en bewijsstukken vragen. Dit is geregeld in het vierde
                    lid.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 8. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en
                        uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering</vet>
        </al>
        <al>Met uitzondering van het vaststellen van de rechten en plichten van de jeugdige
                    of zijn ouders, kan het college de uitvoering van de Jeugdwet door aanbieders
                    laten verrichten. Met het oog op gevallen waarin dit gebeurt met betrekking tot
                    jeugdhulp, kinderbeschermings- maatregelen of jeugdreclassering, moeten bij
                    verordening regels worden gesteld. Het gaat dan om regels ter waarborging van
                    een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de
                    uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen
                    die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan. Daarbij moet in ieder geval
                    rekening gehouden worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de
                    toepasselijke arbeidsvoorwaarden.</al>
        <al>Om te voorkomen dat er alleen gekeken wordt naar de laagste prijs voor de
                    uitvoering worden in dit artikel een aantal andere aspecten genoemd waarmee het
                    college bij het vaststellen van tarieven (naast de prijs) rekening moet houden.
                    Hiermee wordt bereikt dat er een beter beeld ontstaat van een reële kostprijs
                    voor de activiteiten die zij door aanbieders willen laten uitvoeren.
                    Uitgangspunt is dat de aanbieder kundig personeel inzet tegen de
                    arbeidsvoorwaarden die passen bij de vereiste vaardigheden. Hiervoor is ten
                    minste een beeld nodig van de vereiste activiteiten en de arbeidsvoorwaarden die
                    daarbij horen. Dit biedt een waarborg voor werknemers dat hun werkzaamheden
                    aansluiten bij de daarvoor geldende arbeidsvoorwaarden.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 9. Inspraak en medezeggenschap</vet>
        </al>
        <al>In dit artikel zijn bepalingen opgenomen over inspraak en medezeggenschap bij de
                    gemeente. Op deze manier wordt gewaarborgd dat eenzelfde inspraakprocedure geldt
                    voor het jeugdhulpbeleid als op andere terreinen. De inspraak geldt voor alle
                    ingezetenen. Met het vierde lid wordt het aan het college overgelaten om de
                    exacte invulling van de medezeggenschap vorm te geven.</al>
        <al/>
        <al>De mogelijkheid tot inspraak en medezeggenschap tegenover de aanbieder is al
                    geregeld in de wet. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 10. Inwerkingtreding en citeertitel</vet>
        </al>
        <al>Dit artikel spreekt voor zich.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
