<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:xopus="http://www.xopus.com/xmlns/xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta>
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>31189_1</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Exploitatieverordening gemeente het Bildt 2006</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">het Bildt</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2010-12-20</dcterms:modified>
      <dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:spatial>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente het Bildt 2006</dcterms:alternative>
      <dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de Ruimtelijke Ordening, art. 42</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 222</dcterms:source>
      <dcterms:issued>2006-09-28</dcterms:issued>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Bildtse Post</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:publisher scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:publisher>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-10-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
        <al>Geen.</al>
      </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Op grond van artikel 28 Wet algemene regels herindeling is deze verordening per 1 januari 2020 vervallen.</al>
        <al>Datum ondertekening inwerkingstredingbesluit 28-09-2006</al>
        <al>Bron ondertekening inwerkingstredingbesluit Bildtse Post</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule/>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente het Bildt, </al>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 augustus 2006, </al>
          <al>gezien het advies van de commissie d.d. 13 september 2006, </al>
          <al>gelet op artikel 42 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, artikel 222
                        Gemeentewet en de Algemene Wet Bestuursrecht, </al>
          <al>besluit vast te stellen de volgende verordening houdende de voorwaarden
                        waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie
                        brengen van gronden. </al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al/>
            <al/>
          </structuurtekst>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Algemene begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder </al>
            <al>a medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden: het door of
                            met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van openbaar
                            nut, waardoor de in het exploitatiegebied gelegen onroerende zaken
                            gebaat worden; </al>
            <al>b exploitatiegebied: een als zodanig door de gemeenteraad aangewezen
                            gebied, dat gebaat is door de aanleg van voorzieningen van openbaar nut; </al>
            <al>c exploitant: de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt
                            recht of anderszins rechthebbende van een in het exploitatiegebied
                            gelegen onroerende zaak welke door het treffen van voorzieningen van
                            openbaar nut gebaat is; </al>
            <al>d exploitatieovereenkomst: de overeenkomst, onder welke naam dan ook
                            gesloten, waarin de gemeente met een exploitant de voorwaarden
                            overeenkomt waaronder de gemeente voorzieningen van openbaar nut zal
                            treffen of daaraan medewerking zal verlenen; </al>
            <al>e aangevuld bekostigingsbesluit: een besluit van de gemeenteraad waarin
                            niet alleen overeenkomstig artikel 222 Gemeentewet, wordt besloten in
                            welke mate de aan de voorzieningen verbonden lasten zullen kunnen worden
                            verhaald op een daarbij aangeduid gebied, maar waarin ook een
                            omschrijving van de voorzieningen van openbaar nut en een begroting van
                            kosten en opbrengsten is opgenomen; </al>
            <al>f voorzieningen van openbaar nut, waardoor de in het exploitatiegebied
                            gelegen onroerende zaken gebaat worden: onder meer: </al>
            <al>1. riolering, met inbegrip van bijbehorende werken; </al>
            <al>2. wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
                            rijwielpaden, straatmeubilair, waterpartijen, watergangen, bruggen,
                            tunnels en andere rechtstreeks met de aanleg en inrichting van deze
                            voorzieningen en kunstwerken verband houdende werken; </al>
            <al>3. plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder begrepen de
                            aanleg en inrichting van openbare speelplaatsen en speelweiden alsmede
                            de sierende elementen welke rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
                            uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan; </al>
            <al>4. openbare verlichting en brandkranen met de nodige aansluitingen; </al>
            <al>5. waterhuishoudkundige voorzieningen, met inbegrip van
                            drainagevoorzieningen; </al>
            <al>6. afstand van gronden aan de gemeente: eigendomsoverdracht van gronden
                            aan de gemeente. </al>
            <al/>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Kosten van exploitatie</titel>
            </kop>
            <al>Voor de berekening ten behoeve van de begroting van kosten en ten
                            behoeve van de vaststelling van exploitatiebijdragen, wordt onder de
                            kosten, verband houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                            exploitatie brengen van grond begrepen: </al>
            <al>1. De inbrengwaarde van alle binnen het exploitatiegebied gelegen
                            gronden, zijnde: </al>
            <al>a de waarde van de grond; </al>
            <al>b de waarde van de opstallen, die voor de verwezenlijking van de
                            bestemming niet gehandhaafd kunnen worden; </al>
            <al>c de kosten van het vrijmaken van de gronden van opstallen; </al>
            <al>d de kosten van vrijmaken van de grond van zich in de grond bevindende
                            resten, zoals funderingen, leidingen en kabels, en van persoonlijke
                            rechten en lasten, eigendom, bezit of beperkt recht, zakelijke lasten,
                            alsmede de kosten van schadevergoedingen. </al>
            <al>2. De kosten van aanleg binnen een exploitatiegebied door de gemeente
                            van de onder artikel 1, onder f omschreven voorzieningen van openbaar
                            nut. </al>
            <al>3. De kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut buiten het
                            exploitatiegebied voor zover de binnen het exploitatiegebied liggende
                            onroerende zaken door deze voorzieningen direct dan wel indirect gebaat
                            zijn. </al>
            <al>4. De kosten van: </al>
            <al>a het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken ten behoeve
                            van voorzieningen van openbaar nut met inbegrip van het egaliseren,
                            ophogen en afgraven; </al>
            <al>b het verrichten van bodemonderzoek en -sanering, voorzover het de
                            ondergrond van voorzieningen van openbaar nut betreft en voorzover
                            verhaal bij derden van de daarmee verband houdende kosten niet in de
                            rede ligt; </al>
            <al>c in verband met de milieuwetgeving of milieutechnisch noodzakelijke
                            maatregelen en voorzieningen ter uitvoering van een bestemmingsplan; </al>
            <al>d de verwerving van de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut
                            buiten het exploitatiegebied; </al>
            <al>e het slopen van opstallen op de ondergrond van voorzieningen van
                            openbaar nut buiten het exploitatiegebied; </al>
            <al>f alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het verlenen van
                            medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden, in ieder geval: </al>
            <lijst>
              <li nr="a)">
                <al>de kosten van planontwikkeling, planvoorbereiding en planbeheer
                                    en plantoezicht. Onder deze kosten wordt ten minste verstaan: de
                                    kosten verband houdende met het opstellen van structuurplannen
                                    en bestemmingsplannen, het opstellen van planmatige uitwerkingen
                                    of wijzigingen, het vervaardigen van besluiten tot het verlenen
                                    van vrijstelling van een bestemmingsplan alsmede van overige
                                    planologische maatregelen voorzover deze nodig zijn voor het in
                                    exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied;
                                </al>
              </li>
              <li nr="b)">
                <al>de kosten verband houdende met onderzoeken, voorbereiding en
                                    toezicht ten behoeve van de voorzieningen van openbaar nut
                                    voorzover deze verband houden met het in exploitatie brengen van
                                    gronden binnen het exploitatiegebied;</al>
              </li>
              <li nr="c)">
                <al>de kosten van het gemeentelijk apparaat, voorzover die
                                    rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van gronden kunnen
                                    worden toegerekend; </al>
              </li>
              <li nr="d)">
                <al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten,
                                    verminderd met rente- opbrengsten; </al>
              </li>
              <li nr="e)">
                <al>de kosten van tijdelijk beheer van de ondergrond van
                                    voorzieningen van openbaar nut, zijnde de kosten die tengevolge
                                    van een noodzakelijk actief verwervingsbeleid worden gemaakt en
                                    niet dan wel niet geheel door middel van tijdelijke verhuur
                                    worden gedekt; </al>
              </li>
              <li nr="f)">
                <al>overige kosten, die in beginsel ten laste van de
                                    grondexploitatie behoren te worden gebracht. </al>
                <al/>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>In exploitatie brengen op initiatief van de gemeente</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al/>
          </structuurtekst>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Vaststelling aangevuld bekostigingsbesluit</titel>
            </kop>
            <al>1. Voordat op initiatief van de gemeente met het treffen van
                            voorzieningen van openbaar nut in een exploitatiegebied wordt
                            aangevangen, wordt door de gemeenteraad een aangevuld
                            bekostigingsbesluit voor dat exploitatiegebied vastgesteld en
                            bekendgemaakt op de wijze zoals bedoeld in artikel 139 Gemeentewet. </al>
            <al>2. Het aangevuld bekostigingsbesluit bevat in ieder geval de volgende
                            onderdelen: </al>
            <al>a aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van de daarin
                            gelegen onroerende zaken die gebaat zijn door de aanleg van
                            voorzieningen van openbaar nut; </al>
            <al>b aanduiding van de mate waarin de kosten, verband houdende met het
                            verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden, op
                            de genothebbenden van de in het vorige lid bedoelde onroerende zaken
                            kunnen worden verhaald; </al>
            <al>c omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren voorzieningen van
                            openbaar nut en daarmee verband houdende werkzaamheden; </al>
            <al>d de bepaling dat, in geval met een exploitant niet tot overeenstemming
                            kan worden gekomen over een exploitatie-overeenkomst, kostenverhaal zal
                            kunnen plaatsvinden door middel van heffing van baatbelasting; e een
                            begroting van de ten laste van de onroerende zaken in het
                            exploitatiegebied komende kosten, verband houdende met het verlenen van
                            medewerking aan het in exploitatie brengen van grond, en van de ten
                            gunste van het in exploitatie nemen van gronden komende opbrengsten. De
                            opbrengsten bestaan uit: </al>
            <al>a) subsidies; </al>
            <al>b) verkoop van gronden; </al>
            <al>c) bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut,
                            hetzij via overeenkomst hetzij via baatbelasting; </al>
            <al>d) overige bijdragen. Van deze begroting maakt eveneens deel uit de
                            wijze van toerekening van de totale kosten en opbrengsten aan de
                            onroerende zaken in het exploitatiegebied, zoveel mogelijk naar de mate
                            van het profijt dat de onroerende zaken hebben van het samenhangend
                            geheel van voorzieningen van openbaar nut. </al>
            <al>3. In het aangevuld bekostigingsbesluit kan worden bepaald dat de
                            begroting als bedoeld in het tweede lid onder e later door de
                            gemeenteraad wordt vastgesteld. De begroting kan door de gemeenteraad
                            periodiek worden herzien. De begroting wordt bekendgemaakt op de wijze
                            als bedoeld in artikel 139 Gemeentewet. </al>
            <al>4. Voor de berekening van de in het tweede lid onder e bedoelde kosten
                            wordt ervan uitgegaan dat het exploitatiegebied in zijn geheel door de
                            gemeente in exploitatie zal worden gebracht. </al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Wijze van toerekening naar mate van profijt</titel>
            </kop>
            <al>1. Voor de toerekening van het profijt wordt als rekeneenheid gebruikt
                            het gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                            gemaakte of te maken kosten per m² grondoppervlakte.</al>
            <al>2. Onder de grondoppervlakte wordt verstaan de kadastrale oppervlakte
                            van de onroerende zaken, waar mogelijk ingedeeld naar de in een
                            bestemmingsplan opgenomen geprojecteerde kavels (bouw)grond,
                            vermenigvuldigd met factoren voor ligging en bestemming en objectieve
                            gebruiksmogelijkheid, waarin het profijt van de van gemeentewege
                            getroffen voorzieningen van openbaar nut tot uitdrukking komt. </al>
            <al>3. Ingeval de toerekening op basis van m² grondoppervlakte geen
                            geschikte grondslag blijkt te zijn, geschiedt de toerekening op basis
                            van een nader door de gemeenteraad te bepalen grondslag, welke voorziet
                            in de aanwezige verschillen in profijt. </al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel>
            </kop>
            <al>1. De exploitant betaalt als bijdrage in de kosten verband houdende met
                            het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden
                            het bedrag dat volgens de in de begroting als bedoeld in artikel 3,
                            tweede lid onder e uitgewerkte wijze aan zijn onroerende zaak wordt
                            toegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand van de gronden
                            bestemd voor de aanleg en/of aanpassing van voorzieningen van openbaar
                            nut vallende en de kosten van kadastrale uitmeting, en verminderd met de
                            inbrengwaarde van de bij de exploitant in eigendom zijnde en voor
                            exploitatie bedoelde gronden en van de gronden welke zijn bestemd voor
                            het treffen van voorzieningen van openbaar nut en door exploitant aan de
                            gemeente worden afgestaan. </al>
            <al>2. De waarde van de in het eerste lid bedoelde grond die door de
                            exploitant is ingebracht wordt door de gemeente en de exploitant
                            gezamenlijk door middel van taxatie vastgesteld. Indien hierover geen
                            overeenstemming kan worden bereikt, wordt deze waarde vastgesteld door
                            een commissie van drie deskundigen, van wie één aan te wijzen door de
                            gemeente, één door de exploitant en een derde door de beide reeds
                            aangewezen deskundigen of, indien zij het daarover niet eens kunnen
                            worden, door de terzake bevoegde kantonrechter. </al>
            <al>3. Indien de exploitant zelf conform artikel 6, derde lid, onder e
                            voorzieningen van openbaar nut aanlegt bestaat de exploitatiebijdrage
                            uit de bijdrage, zoals deze op grond van het eerste lid van dit artikel
                            wordt bepaald, verminderd met de kosten van de door exploitant uit te
                            voeren werkzaamheden, voorzover deze kosten corresponderen met de
                            begroting van kosten zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder e. </al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Inhoud exploitatieovereenkomst</titel>
            </kop>
            <al>1. Het verhaal van kosten verband houdende met het verlenen van
                            medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden vindt plaats met
                            inachtneming van de voorgaande artikelen. Van de exploitatieovereenkomst
                            wordt een akte opgemaakt. Indien de exploitatieovereenkomst mede een
                            grondtransactie betreft, is dit een notariële akte. </al>
            <al>2. Burgemeester en wethouders besluiten tot het aangaan van een
                            exploitatieovereenkomst op initiatief van de gemeente slechts nadat een
                            aangevuld bekostigingsbesluit is vastgesteld. </al>
            <al>3. De exploitatieovereenkomst bevat in ieder geval bepalingen over: </al>
            <al>a) de aard, omvang en kwaliteit van de door de gemeente of exploitant
                            aan te leggen voorzieningen van openbaar nut; </al>
            <al>b) het tijdvak waarbinnen deze voorzieningen worden uitgevoerd; </al>
            <al>c) de ten laste van de exploitant komende bijdrage als bedoeld in
                            artikel 5, eerste lid; </al>
            <al>d) in voorkomende gevallen de afstand van gronden aan de gemeente,
                            openbaar nut, en in deze gevallen het verrichten van onderzoek naar
                            bodemverontreiniging op kosten van exploitant; </al>
            <al>e) in gevallen waarbij burgemeester en wethouders besluiten de gehele of
                            gedeeltelijke uitvoering van de door de gemeente aan te leggen
                            voorzieningen van openbaar nut aan de exploitant op te dragen: deze
                            opdracht en de waarborging van een tijdige en kwalitatief goede
                            uitvoering; </al>
            <al>f) een betalingsregeling; </al>
            <al>g) in voorkomende gevallen een taakverdeling; </al>
            <al>h) in voorkomende gevallen een regeling voor gewijzigde omstandigheden,
                            wanprestatie, aansprakelijkheid en faillissement. </al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>In exploitatie brengen op verzoek van exploitant</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al/>
            <al/>
          </structuurtekst>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Indiening aanvraag voor medewerking</titel>
            </kop>
            <al>1. Een belanghebbende kan bij burgemeester en wethouders een aanvraag
                            indienen voor medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden. </al>
            <al>2. Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het op
                            aanvraag van exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens een
                            exploitatieovereenkomst als bedoeld in artikel 6, met dien verstande dat
                            artikel 6, tweede lid in dat geval niet van toepassing is. </al>
            <al>3. Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd: </al>
            <al>a) een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te brengen
                            onroerende zaken; </al>
            <al>b) gegevens, waaruit blijkt dat de belanghebbende genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de in exploitatie te
                            brengen onroerende zaken is of kan worden; </al>
            <al>c) gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                            (bouw)werkzaamheden. </al>
            <al>3. Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                            bouwvergunning, eventueel in combinatie met een aanvraag voor
                            vrijstelling, wordt ontvangen, waarbij in geval van verlening van de
                            vrijstelling en/of bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen van
                            openbaar nut moeten worden getroffen, wordt hiervan zo spoedig mogelijk,
                            doch in ieder geval voor de beslissing op de aanvraag mededeling gedaan
                            aan de aanvrager. Daarbij zal een zo nauwkeurig mogelijke raming van de
                            voor rekening van de exploitant komende kosten, verband houdende met het
                            in exploitatie brengen van gronden, worden verstrekt. Tevens zal daarbij
                            aan de aanvrager de gelegenheid worden gegeven tot het indienen van een
                            aanvraag voor medewerking. </al>
            <al>4. Burgemeester en wethouders reageren op de aanvraag voor medewerking,
                            hetzij met een weigering hetzij met de aanbieding van een
                            conceptovereenkomst, binnen zes maanden na de dag waarop het verzoek is
                            ontvangen. </al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Aanhouding verzoek</titel>
            </kop>
            <al> De reactie op een aanvraag kan worden aangehouden: a ingeval de
                            procedure tot goedkeuring van een van toepassing zijnd bestemmingsplan
                            of een herziening daarvan nog niet is afgerond, tot vier weken na het
                            onherroepelijk worden van (het betreffende deel van) het bestemmingsplan
                            of de herziening daarvan; b ingeval voorzienbaar is dat de in artikel 9
                            genoemde belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden
                            weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn weggenomen. </al>
            <al/>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Overige bepalingen</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al/>
          </structuurtekst>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Weigeringsgronden voor een exploitatieovereenkomst</titel>
            </kop>
            <al>De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft in
                            ieder geval niet te worden verleend, indien: </al>
            <al>a de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied
                            waarvoor een bestemmingsplan geldt; </al>
            <al>b de door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de daartoe
                            benodigde voorzieningen van openbaar nut zouden leiden tot strijd met
                            het bestemmingsplan of de Woningwet; </al>
            <al>c het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
                            bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen van een
                            doeltreffende uitbreiding van bebouwing of herinrichting; </al>
            <al>d het in exploitatie brengen van grond anderszins zou leiden tot ten
                            laste van de gemeente blijvende kosten van voorzieningen van openbaar
                            nut of tot bezwaren ten aanzien van het doeltreffend voorzien in
                            watervoorziening, openbare verlichting, riolering en andere
                            voorzieningen van openbaar nut; </al>
            <al>e exploitant geen afstand wil doen van gronden ten behoeve van aanleg
                            van voorzieningen van openbaar nut; f exploitant de ondergrond van
                            voorzieningen van openbaar nut niet wil onderzoeken op de aanwezigheid
                            van bodemverontreiniging, dan wel de bodem niet wil saneren wanneer dat
                            noodzakelijk is. </al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Relatie baatbelasting</titel>
            </kop>
            <al>In een gebied waarvoor een aangevuld bekostigingsbesluit is genomen,
                            zal, indien de exploitant een exploitatieovereenkomst aangaat, in de
                            overeenkomst worden bepaald dat, met betrekking tot de uitvoering van de
                            in deze overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut, geen
                            aanvullend kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de
                            betreffende onroerende zaak zal plaatsvinden. </al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Uitzonderingsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>1. Het bepaalde in artikel 2, onder 1, en de artikelen 3, 5, en 6 van
                            deze verordening is niet van toepassing voor voorzieningen van openbaar
                            nut van ondergeschikt belang, zoals een uitweg op de openbare weg of een
                            aansluiting op het openbare riool. In dergelijke gevallen besluiten
                            burgemeester en wethouders onder welke voorwaarden deze voorzieningen
                            van openbaar nut door of met medewerking van de gemeente zullen worden
                            aangelegd. </al>
            <al>2. Het bepaalde in artikel 2, onder 1, voor zover geen betrekking
                            hebbend op de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut, en artikel
                            5, eerste en tweede lid van deze verordening kan buiten toepassing
                            blijven ten aanzien van </al>
            <al>a een exploitatiegebied dat in de naaste toekomst niet of niet geheel
                            voor bebouwing in aanmerking komt; </al>
            <al>b de in een exploitatiegebied gelegen gronden die in de naaste toekomst
                            niet voor bebouwing in aanmerking komen. </al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al/>
          </structuurtekst>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Ingeval vóór het moment van inwerkingtreding van deze verordening een
                            aangevuld bekostigingsbesluit is genomen dan wel een aanvraag als
                            bedoeld in artikel 7 is ingediend, kan de exploitatieovereenkomst worden
                            gebaseerd op de Exploitatieverordening 2000 zoals vastgesteld bij
                            raadsbesluit van 25 mei 2000, met dien verstande dat, voor zover van
                            belang, in afwijking van de Exploitatieverordening 2000, het aangaan van
                            overeenkomsten geschiedt door burgemeester en wethouders. </al>
            <al/>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 5 oktober 2006 (dag
                            na die van bekendmaking). </al>
            <al>2. Op hetzelfde tijdstip vervalt de 'Exploitatieverordening 2000', zoals
                            vastgesteld bij raadsbesluit van 25 mei 2000. </al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Exploitatieverordening
                            gemeente het Bildt 2006'. </al>
            <al/>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 september
                        2006.</al>
          <al/>
          <al/>
          <al> , griffier , voorzitter.</al>
          <al/>
        </slotformulering>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
