<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:xopus="http://www.xopus.com/xmlns/xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta>
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>31179_2</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Monumentenverordening Gemeente het Bildt 2010 </dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">het Bildt</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2010-10-15</dcterms:modified>
      <dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:spatial>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:alternative>Monumentenverordening Gemeente het Bildt 2010 </dcterms:alternative>
      <dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source>
      <dcterms:issued>2010-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Bildtse Post 29-09-2010</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:publisher scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:publisher>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-11-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>No. 100909c </overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
        <al>Onbekend</al>
      </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 september 2010</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule/>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al/>
          <al/>
          <al>No. 100909c St.-Annaparochie, 16 September 2010</al>
          <al/>
          <al>De raad van de gemeente het Bildt;</al>
          <al>Overwegende; dat in verband met de inwerkingtreding van de Wet algemene
                        Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) de monumentenverordening 2006 dient te
                        worden herzien;</al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 augustus
                        2010;</al>
          <al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al>
          <al/>
          <al>B E S L U I T:</al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de volgende</al>
          <al/>
          <al>Monumentenverordening Gemeente het Bildt 2010</al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
          <al>a. monument:</al>
          <al>1. zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de
                        wetenschap of cultuurhistorische waarde;</al>
          <al>2. terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als
                        bedoeld onder 1;</al>
          <al>b. gemeentelijk archeologisch monument: monument, bedoeld in onderdeel a,
                        onder 2;</al>
          <al>c. gemeentelijk monument: onroerend monument, dat overeenkomstig de
                        bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is
                        aangewezen;</al>
          <al>d. gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de
                        overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen
                        zaken;</al>
          <al>e. beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de
                        ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers;</al>
          <al>f. kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een
                        kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke
                        instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt
                        voor de uitoefening van de eredienst;</al>
          <al>g. monumentencommissie: de op basis van art. 15, lid 1 Monumentenwet 1988
                        ingestelde commissie met als taak het bevoegd gezag op verzoek of uit eigen
                        beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de
                        verordening en het monumentenbeleid;</al>
          <al>h. bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd
                        onderzoek naar de</al>
          <al>bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Het gebruik van het monument</titel>
          </kop>
          <al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                        gebruik van het</al>
          <al>monument.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel>
          </kop>
          <al>1. Het bevoegd gezag kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende,
                        een monument aanwijzen als gemeentelijk monument.</al>
          <al>2. Voordat het bevoegd gezag over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt
                        hij advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het
                        vragen van dit advies achterwege blijven.</al>
          <al>3. Het bevoegd gezag kan ten behoeve van de aanwijzing van een gemeentelijk
                        monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.</al>
          <al>4. Het bevoegd gezag brengt de raad in kennis van het besluit over de
                        aanwijzing van een gemeentelijk monument.</al>
          <al>5. Voordat het bevoegd gezag een kerkelijk monument als gemeentelijk
                        monument aanwijst, voert hij overleg met de eigenaar.</al>
          <al>6. Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                        kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk
                        monument ontvangt tot het moment dat de registratie als bedoeld in artikel 6
                        plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd,
                        zijn de artikelen 9 tot en met 13 van overeenkomstige toepassing.</al>
          <al>7. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van
                        artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de
                        monumentenverordening van de provincie Fryslân.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel>
          </kop>
          <al>1. De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na
                        ontvangst van het verzoek van het bevoegd gezag.</al>
          <al>2. Het bevoegd gezag beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies
                        van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na de
                        adviesaanvraag.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel>
          </kop>
          <al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan
                        degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan en aan de
                        ingeschreven hypothecaire schuldeisers.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel>
          </kop>
          <al>1. Het bevoegd gezag registreert het gemeentelijke monument op de
                        gemeentelijke monumentenlijst.</al>
          <al>2. De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de
                        datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving
                        van het gemeentelijke monument.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel>
          </kop>
          <al>1. Het bevoegd gezag kan de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een
                        belanghebbende wijzigen.</al>
          <al>2. Artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, alsmede artikel 4 zijn van
                        overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.</al>
          <al>3. Indien de wijziging naar het oordeel van het bevoegd gezag van
                        ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing van artikel
                        3, tweede tot en met vijfde lid, alsmede artikel 4, eerste lid,
                        achterwege.</al>
          <al>4. De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke
                        monumentenlijst aangetekend.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Intrekken van de aanwijzing</titel>
          </kop>
          <al>1. Indien het bevoegd gezag de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede,
                        vierde en vijfde lid, en artikel 4 van overeenkomstige toepassing.</al>
          <al>2. De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt
                        gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of aan de
                        monumentenverordening van de provincie Fryslân.</al>
          <al>3. De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Verbodsbepaling</titel>
          </kop>
          <al>Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te
                        vernielen.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Vergunning</titel>
          </kop>
          <al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag of in strijd met bij
                        zodanige vergunning gestelde voorschriften:</al>
          <al>a. een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of
                        in enig opzicht te wijzigen;</al>
          <al>b. een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten
                        gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Termijnen advies en vergunningverlening</titel>
          </kop>
          <al>1. op de voorbereiding van een besluit om de aanvraag om vergunning als
                        bedoeld in artikel 10 is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van
                        toepassing.</al>
          <al>2. Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke
                        aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument aan de
                        monumentencommissie voor advies.</al>
          <al>3. Binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift brengt
                        de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag.</al>
          <al>4. Indien het bevoegd gezag niet besluit binnen de (in artikel 3:18 Algemene
                        wet bestuursrecht) gestelde termijn, wordt de vergunning geacht te zijn
                        verleend.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Kerkelijk monument</titel>
          </kop>
          <al>Het bevoegd gezag verleent met betrekking tot een kerkelijk monument geen
                        vergunning ingevolge de bepalingen van artikel 10 dan in overeenstemming met
                        de eigenaar, indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij
                        wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het
                        geding zijn.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Intrekken van de vergunning</titel>
          </kop>
          <al>1. De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:</al>
          <al>a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige
                        opgave is verleend;</al>
          <al>b. blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10
                        niet naleeft;</al>
          <al>c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben
                        gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;</al>
          <al>d. niet binnen één jaar van de vergunning gebruik wordt gemaakt.</al>
          <al>e. Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de
                        monumentencommissie.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Vergunning voor beschermd rijksmonument</titel>
          </kop>
          <al>1. Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke
                        aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de
                        monumentencommissie.</al>
          <al>2. De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen
                        acht weken na de datum van verzending van het afschrift.</al>
          <al>3. Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt
                        de monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15</nr>
            <titel>Schadevergoeding</titel>
          </kop>
          <al>1. Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van:</al>
          <al>a. de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in artikel
                        10 te verlenen;</al>
          <al>b. voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als
                        bedoeld in artikel 10; schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet
                        of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag
                        hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding
                        toe.</al>
          <al>2. Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de
                        verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 49 van
                        de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige toepassing.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>16</nr>
            <titel>Strafbepaling</titel>
          </kop>
          <al>Hij, die handelt in strijd met de artikelen 9 en 10 van deze verordening,
                        wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>17</nr>
            <titel>Toezichthouders</titel>
          </kop>
          <al>1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                        verordening zijn belast: de daartoe door het bevoegd gezag aangewezen
                        ambtenaren van de afdeling Bouw- en Woningtoezicht.</al>
          <al>2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                        krachtens deze verordening belast de bij besluit van het bevoegd gezag dan wel de
                        burgemeester aan te wijzen personen.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>18</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>1. Voor zover deze verordening betrekking heeft op gemeentelijke monumenten
                        treedt zij in werking op 1 oktober 2010.</al>
          <al>2. De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de raad van 21
                        december 2006, voor zover het betreft bepalingen over gemeentelijke
                        monumenten, vervalt op de datum waarop het eerste lid toepassing vindt.</al>
          <al>3. Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
                        rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in
                        artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988.</al>
          <al>4. De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de raad 21 december
                        2006, voor zover het betreft bepalingen over beschermde rijksmonumenten,
                        vervalt op de datum waarop het derde lid toepassing vindt.</al>
          <al>5. De op grond van de ingevolge het tweede lid vervallen verordening
                        geregistreerde gemeentelijke monumenten worden geacht aangewezen te zijn overeenkomstig
                        de bepalingen van deze verordening.</al>
          <al>6. De gemeentelijke monumenten, geregistreerd op de monumentenlijst van de
                        ingevolge het tweede lid genoemde vervallen verordening, worden geacht
                        geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze
                        verordening.</al>
          <al>7. Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van
                        deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in het tweede lid
                        ingetrokken verordening.</al>
          <al/>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>19</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Monumentenverordening Gemeente
                        het Bildt 2010'.</al>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 september
                        2010.</al>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
          <al>voorzitter,</al>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
          <al>griffier,</al>
          <al/>
          <al/>
        </slotformulering>
      </regeling-sluiting>
      <bijlage/>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
