<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:xopus="http://www.xopus.com/xmlns/xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta>
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>31174_1</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Verordeningen voorzieningen huisvestiging onderwijs gemeente het Bildt 2007</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">het Bildt</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2010-10-05</dcterms:modified>
      <dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:spatial>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:alternative>Verordeningen voorzieningen huisvestiging onderwijs gemeente het Bildt 2007</dcterms:alternative>
      <dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het primair onderwijs</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het voortgezet onderwijs</dcterms:source>
      <dcterms:issued>2007-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Bildtse Post </dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:publisher scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:publisher>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>Raadsvoorstel 29-11-2007, agendapunt 5 Raadsvergadering 20-12-2007</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
        <al>Geen</al>
      </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Op grond van artikel 28 Wet algemene regels herindeling is deze verordening per 1 januari 2020 vervallen.</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule/>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs</vet>
          </al>
          <al><vet>gemeente het Bildt 2007 </vet>
                        ***************************************************************************</al>
          <al/>
          <al>De raad van de gemeente het Bildt;</al>
          <al>overwegende dat ontwikkelingen in de wet- en regelgeving het noodzakelijk
                        maken de in 1999 vastgestelde en sedert dien gewijzigde Verordening
                        voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente het Bildt aan te passen;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gezien
                        het gevoerde op overeenstemming gerichte overleg met de vertegenwoordigers
                        van de bevoegde gezagsorganen; gelet op artikel 102 van de Wet op het
                        primair onderwijs, artikel 76m en artikel 217 van de Wet op het voortgezet
                        onderwijs; overwegende dat het noodzakelijk is de toekenning van
                        voorzieningen in de huisvesting voor het basisonderwijs en het voortgezet
                        onderwijs bij verordening te regelen; gelet op de artikelen XIII, XV, XVII
                        van de Wet dualisering gemeentelijke medebewinds-</al>
          <al>bevoegdheden; </al>
          <al>gelet op de bepalingen van de Gemeentewet en de Algemene Wet bestuursrecht; </al>
          <al>BESLUIT:</al>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="I.">
              <al>in te trekken de “Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs
                                gemeente het Bildt, vastgesteld met raadsbesluit van 25 maart 1999,
                                sedert gewijzigd.</al>
              <al/>
            </li>
            <li nr="II.">
              <al>vast te stellen de volgende:</al>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
            </li>
          </lijst>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al><vet/> In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a.">
                <al>minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en
                                    Wetenschappen;</al>
              </li>
              <li nr="b.">
                <al>bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het
                                    primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs
                                    bekostigde openbare of bijzondere school, die geheel of
                                    gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het
                                    grondgebied van de gemeente;</al>
              </li>
              <li nr="c.">
                <al>school: school voor basisonderwijs en school voor voortgezet
                                    onderwijs;</al>
              </li>
              <li nr="d.">
                <al>- school voor basisonderwijs: een basisschool als bedoeld in
                                        <extref doc="http://wetten.nl/wet%20op%20primair%20onderwijs%20artikel%201">artikel 1 </extref>van de Wet</al>
                <al> op het primair onderwijs; </al>
                <al>- school voor voortgezet onderwijs: school of scholengemeenschap
                                    voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en
                                    middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend
                                    beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs.</al>
              </li>
              <li nr="e.">
                <al>nevenvestiging: deel van een school dat door de minister
                                    ingevolge artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs of
                                        <extref doc="http://www.wetten.nl/wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs%20artikel%2075">artikel 75 </extref>van de Wet op het voortgezet onderwijs
                                    voor bekostiging in aanmerking is gebracht;</al>
              </li>
              <li nr="f.">
                <al>voorziening: één van de voorzieningen in de huisvesting als
                                    bedoeld in artikel 2 van deze verordening;</al>
              </li>
              <li nr="">
                <al>programma: het programma als bedoeld in artikel 12 van deze
                                    verordening;</al>
              </li>
              <li nr="h.">
                <al>overzicht: het overzicht van de niet in het kader van de
                                    vaststelling van het programma ingewilligde aanvragen als
                                    bedoeld in artikel 13 van deze verordening;</al>
              </li>
              <li nr="i.">
                <al>aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag voor vergoeding
                                    van een voorziening of voor bekostiging van bouwvoorbereiding
                                    van een voorziening als bedoeld in artikel 25 van deze
                                    verordening heeft ingediend;</al>
              </li>
              <li nr="j.">
                <al>aanvraag: verzoek om vergoeding van een voorziening of om
                                    bekostiging van bouwvoorbereiding;</al>
              </li>
              <li nr="k.">
                <al>voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening in de
                                    huisvesting die, volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld
                                    in <extref doc="#B2">bijlage II </extref>van deze verordening,
                                    15 jaren of langer noodzakelijk is;</al>
              </li>
              <li nr="l.">
                <al>voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening in de
                                    huisvesting die, volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld
                                    in bijlage II van deze verordening, niet langer dan 15 jaren
                                    noodzakelijk is;</al>
              </li>
              <li nr="m.">
                <al>permanent gebouw: schoolgebouw dat door de keuze van het ontwerp
                                    en de aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaren
                                    als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan
                                    functioneren;</al>
              </li>
              <li nr="n.">
                <al>noodlokaal: verplaatsbare ruimte die door de keuze van het
                                    ontwerp en de aard van de constructie en materialen ten minste
                                    15 jaren als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan
                                    functioneren;</al>
              </li>
              <li nr="o.">
                <al>gymnastiekruimte: ruimte die geschikt is voor het onderwijs in
                                    lichamelijke oefening;</al>
              </li>
              <li nr="p.">
                <al>advies Onderwijsraad: een advies van de Onderwijsraad over de
                                    vaststelling van het programma in relatie tot de vrijheid van
                                    richting en de vrijheid van inrichting, als bedoeld in <extref doc="http://www.wetten.nl/wet%20op%20het%20primair%20onderwijs%20artikel%2095">artikel 95 </extref>van de Wet op het primair onderwijs,
                                        <extref doc="http://www.wetten.nl/wet%20op%20de%20expertisecentra%20artikel%2076f">artikel 76f </extref>en <extref doc="http://www.wetten.nl/wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs%20artikel%20210">210 </extref>, negende lid van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs;</al>
              </li>
              <li nr="q.">
                <al>verhuur: het gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet
                                    zijnde onderwijsgebruik of gebruik ten behoeve van culturele,
                                    maatschappelijke of recreatieve doeleinden. </al>
              </li>
              <li nr="r.">
                <al>gezamenlijke akte: de akte als bedoeld in <extref doc="http://www.wetten.nl/wet%20op%20het%20primair%20onderwijs%20artikel%20110">artikel 110 </extref>van de Wet op het primair onderwijs,
                                        <extref doc="http://www.wetten.nl/wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs%20artikel%2076u">artikel 76u </extref>en <extref doc="http://www.wetten.nl/wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs%20artikel%20225">artikel 225 </extref>, eerste lid van de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs;</al>
              </li>
              <li nr="s.">
                <al>beslissing gedeputeerde staten: de beslissing van gedeputeerde
                                    staten in een geschil als bedoeld in <extref doc="http://www.wetten.nl/wet%20op%20het%20primair%20onderwijs%20artikel%20110">artikel 110 </extref>, tweede lid van de Wet op het primair
                                    onderwijs, <extref doc="http://www.wetten.nl/wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs%20artikel%2076u">artikel 76u </extref>, tweede lid en <extref doc="http://www.wetten.nl/wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs%20artikel%20225">artikel 225 </extref>, tweede lid van de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs;</al>
              </li>
              <li nr="t.">
                <al>eigendomsoverdracht: de eigendomsoverdracht als bedoeld in
                                        <extref doc="http://www.wetten.nl/wet%20op%20het%20primair%20onderwijs%20artikel%20110">artikel 110 </extref>van de Wet op het primair onderwijs,
                                        <extref doc="http://www.wetten.nl/wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs%20artikel%2076u">artikel 76u </extref>en <extref doc="http://www.wetten.nl/wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs%20artikel%20225">artikel 225 </extref>, vierde lid van de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs.</al>
                <al/>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Omschrijving voorzieningen in de huisvesting</titel>
            </kop>
            <al> Bij de toepassing van deze verordening worden de volgende voorzieningen
                            onderscheiden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a.">
                <al>de voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde
                                    voorzieningen bestaande uit:</al>
                <lijst>
                  <li nr="1.">
                    <al>nieuwbouw voor een school die voor het eerst voor
                                            rijksbekostiging in aanmerking is gebracht, dan wel
                                            nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke</al>
                    <al>vervanging van een gebouw waarin een school is
                                            gehuisvest, al dan niet op dezelfde locatie;</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>uitbreiding van een gebouw waarin een school is gehuisvest;</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>gehele of gedeeltelijke ingebruikneming van een bestaand gebouw
                                    ten behoeve van de huisvesting van een school;</al>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>verplaatsing van een of meer bestaande noodlokalen ten behoeve
                                    van de huisvesting van een school;</al>
              </li>
              <li nr="5.">
                <al>terrein voor zover benodigd voor de realisering van een onder a
                                    sub 1o tot en met 4o omschreven voorziening;</al>
              </li>
              <li nr="">
                <al>inrichting met onderwijsleerpakket of met leer- en hulpmiddelen
                                    voor zover deze nog niet eerder voor bekostiging van rijks- of
                                    gemeentewege in aanmerking is gebracht;</al>
              </li>
              <li nr="7.">
                <al>inrichting met meubilair voor zover deze nog niet eerder voor
                                    bekostiging van rijks- of gemeentewege in aanmerking is
                                    gebracht;</al>
              </li>
              <li nr="8.">
                <al>medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een gebouw dat
                                    al bij een andere school in gebruik is en medegebruik van een
                                    gymnastiekruimte;</al>
                <lijst>
                  <li nr="b.">
                    <al>aanpassingen aan gebouwen bestaande uit een of meer activiteiten
                                    zoals onderscheiden in <extref doc="#B1">bijlage I
                                    </extref>;</al>
                  </li>
                  <li nr="c.">
                    <al>onderhoud aan gebouwen van een school voor basisonderwijs
                                    bestaande uit een of meer activiteiten zoals onderscheiden in
                                    bijlage I;</al>
                  </li>
                  <li nr="d.">
                    <al>herstel van een constructiefout bestaande uit schade aan een
                                    gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, alsmede
                                    uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet manifest
                                    geworden materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit
                                    ontwerpfouten, uitvoeringsfouten of wanprestatie;</al>
                  </li>
                  <li nr="e.">
                    <al>herstel en vervanging in verband met schade aan een gebouw,
                                    onderwijsleerpakket of leer- en hulpmiddelen en meubilair
                                    ingeval van bijzondere omstandigheden;</al>
                  </li>
                  <li nr="f.">
                    <al>huur van een sportterrein, dat niet in eigendom is van een
                                    bevoegd gezag, voor een school voor voortgezet onderwijs ten
                                    behoeve van het onderwijs in lichamelijke oefening; </al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Bouwvoorbereiding voorzieningen</titel>
            </kop>
            <al> Ten aanzien van voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder a1 en a2
                            kan een aanvraag worden ingediend voor bekostiging van
                            bouwvoorbereiding. Hierbij is het bepaalde in hoofdstuk 4 van
                            toepassing. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Vaststelling vergoeding voorzieningen</titel>
            </kop>
            <al>
              <vet/>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Bij toekenning van één van de in artikel 2 genoemde
                                    voorzieningen, of bij toekenning van bekostiging van
                                    bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 3, wordt bij de wijze
                                    van vaststelling van de hoogte van de vergoeding een onderscheid
                                    gemaakt tussen vooraf genormeerde bedragen en bedragen gebaseerd
                                    op de feitelijk voorziene kosten per geval. </al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>De genormeerde vergoedingsbedragen worden vastgesteld met
                                    inachtneming van het bepaalde in <extref doc="#B4">bijlage IV
                                    </extref>, deel A. De vergoedingsbedragen die zijn gebaseerd op
                                    de feitelijke kosten worden vastgesteld met inachtneming van het
                                    bepaalde in bijlage IV, deel B.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Deel A van bijlage IV is van toepassing op de voorzieningen als
                                    bedoeld in artikel 2, onder a6, a7, a8 en f; Deel B van bijlage
                                    IV is van toepassing op de overige voorzieningen als bedoeld in
                                    artikel 2 en de voorzieningen bouwvoorbereiding als bedoeld in
                                    artikel 3. </al>
                <al/>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Informatieverstrekking</titel>
            </kop>
            <al/>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Het bevoegd gezag verstrekt aan het college gegevens die
                                    noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze
                                    verordening. </al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Ter uitvoering hiervan kunnen door het college nadere
                                    aanwijzingen worden gegeven. </al>
              </li>
              <li nr="">
                <al>Bij de gegevensverstrekking wordt gebruik gemaakt van een door
                                    het college vastgesteld formulier. </al>
                <al/>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Programma en overzicht</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2.1</nr>
              <titel>Aanvragen programma</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6</nr>
                <titel>Indiening aanvraag</titel>
              </kop>
              <al/>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>Een aanvraag voor opneming van een voorziening op het
                                        programma wordt <vet>vóór 1 april</vet> van het jaar van
                                        vaststelling van het betreffende programma door het bevoegd
                                        gezag ingediend bij het college. Hierbij wordt gebruik
                                        gemaakt van een door het college vastgesteld
                                        aanvraagformulier.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Indien de aanvraag niet vóór 1 april is ingediend, besluit
                                        het college de aanvraag niet te behandelen. </al>
                  <al/>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7</nr>
                <titel>Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet
                                    behandelen onvolledige aanvraag</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet/>
              </al>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>De aanvraag vermeldt in ieder geval:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a.">
                      <al>de naam en het adres van de aanvrager;</al>
                    </li>
                    <li nr="b.">
                      <al>de dagtekening;</al>
                    </li>
                    <li nr="c.">
                      <al>de naam van de school en, voor zover van toepassing,
                                                het gebouw ten behoeve waarvan de voorziening is
                                                bestemd;</al>
                    </li>
                    <li nr="d.">
                      <al>welke voorziening wordt aangevraagd;</al>
                    </li>
                    <li nr="e.">
                      <al>de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de
                                                gewenste voorziening; </al>
                    </li>
                    <li nr="f.">
                      <al>de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de
                                                voorziening.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>In aanvulling op de in het eerste lid vermelde gegevens gaat
                                        de aanvraag vergezeld van:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="g.">
                      <al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen
                                                van de school, die voldoet aan de in bijlage II
                                                omschreven vereisten, tenzij het een voorziening
                                                betreft als bedoeld in artikel 2, onder a onderdelen
                                                6° tot en met 8° en artikel 2, onder d, e en f;
                                            </al>
                    </li>
                    <li nr="h.">
                      <al>de aanduiding van de gewenste plaats waar de
                                                voorziening moet worden gerealiseerd, indien het een
                                                voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder
                                                a, onderdelen 1° tot en met 4°;</al>
                    </li>
                    <li nr="i.">
                      <al>een rapportage waaruit de bouwkundige noodzaak
                                                blijkt indien het een voorziening betreft bestaande
                                                uit nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke vervanging
                                                van een gebouw, uit onderhoud aan een gebouw van een
                                                school voor basisonderwijs, of uit herstel van een
                                                constructiefout;</al>
                    </li>
                    <li nr="j.">
                      <al>een begroting van de kosten gemoeid met de
                                                uitvoering van de voorziening, indien de aanvraag
                                                betrekking heeft op een voorziening waarop het
                                                gestelde in artikel 4, derde lid, laatste volzin van
                                                toepassing is;</al>
                    </li>
                    <li nr="k.">
                      <al>een voor aanbesteding gereed bouwplan en
                                                bouwbegroting, indien de aanvraag volgt op een
                                                toekenning van een vergoeding van de kosten van
                                                bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 27.</al>
                      <al>Bij de rapportage als bedoeld onder c wordt gebruik
                                                gemaakt van het door het college vastgestelde
                                                formulier 'Bouwkundige opname'.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
                <li nr="">
                  <al>Bij het ontbreken van één of meer gegevens als bedoeld in
                                        het eerste of tweede lid deelt het college dit vóór 15 april
                                        schriftelijk mee aan de aanvrager. Daarbij wordt de
                                        aanvrager in de gelegenheid gesteld vóór 15 mei de
                                        ontbrekende gegevens aan te vullen. Indien de aanvrager de
                                        vereiste ontbrekende gegevens niet heeft verstrekt voor 15
                                        mei, besluit het college de aanvraag niet te
                                        behandelen.</al>
                </li>
                <li nr="4.">
                  <al>Indien een door het college in behandeling genomen aanvraag
                                        betrekking heeft op een voorziening voor een school waarvan
                                        de beoordeling van de noodzaak mede is gebaseerd op het
                                        aantal leerlingen van de betrokken school op de wettelijke
                                        teldatum van 1 oktober van het jaar waarin de datum genoemd
                                        in artikel 6 valt, dan zendt de aanvrager onverwijld aan het
                                        college een afschrift van de jaarlijkse opgave aan de
                                        minister van het aantal leerlingen dat op de wettelijk
                                        teldatum staat ingeschreven op de school, die geheel of
                                        gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw gelegen op het
                                        grondgebied van de gemeente. Indien het afschrift niet
                                        binnen een week na het tijdstip van de wettelijke teldatum
                                        is ontvangen, deelt het college dit schriftelijk mee aan de
                                        aanvrager. Daarbij wordt de aanvrager in de gelegenheid
                                        gesteld het afschrift van de opgave alsnog binnen drie dagen
                                        na de datum van ontvangst van de mededeling in te dienen.
                                        Indien het afschrift van de opgave niet binnen de termijn
                                        bedoeld in de vorige volzin is verstrekt, besluit het
                                        college de aanvraag niet te behandelen.</al>
                  <al/>
                  <al/>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8</nr>
                <titel>Opgave ingediende aanvragen</titel>
              </kop>
              <al><vet/>Het college verstrekt ter informatie aan de bevoegde
                                gezagsorganen een opgave van de ingevolge artikel 6 en artikel 25
                                ingediende aanvragen. Voor zover van toepassing geeft het college
                                daarbij aan welke aanvraag of aanvragen niet in behandeling worden
                                genomen. </al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2.2</nr>
              <titel>Overleg voorafgaand aan vaststelling programma en
                                overzicht</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9</nr>
                <titel>Toelichting aanvraag; overleg over ingediende
                                    begroting</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet/>
              </al>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>De aanvraag kan op verzoek van de aanvrager of van het
                                        college nader worden toegelicht.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Indien de aanvraag een voorziening betreft waarop het
                                        gestelde in artikel 4, derde lid, laatste volzin van
                                        toepassing is, treedt het college in overleg met de
                                        aanvrager indien het college van oordeel is dat de door de
                                        aanvrager overgelegde begroting van de kosten dient te
                                        worden aangepast. Wanneer in het overleg geen
                                        overeenstemming wordt bereikt over de hoogte van het
                                        geraamde bedrag dan geeft het college dat, onder vermelding
                                        van de redenen, aan in het voorstel tot vaststelling van het
                                        bedrag, het programma en het overzicht als bedoeld in
                                        paragraaf 2.3. Het college geeft in dit voorstel tevens de
                                        hoogte van het geraamde bedrag aan waarvan voor de
                                        aangevraagde voorziening wordt uitgegaan bij de toepassing
                                        van het gestelde in paragraaf 2.3.</al>
                  <al/>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10</nr>
                <titel>Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet/>
              </al>
              <lijst>
                <li nr="">
                  <al>Alvorens het college het programma en het overzicht
                                        vaststelt, worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg
                                        in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen
                                        inhoud van dat voorstel naar voren te brengen.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Het overleg als bedoeld in het eerste lid vindt plaats
                                            <vet>vóór 1 december</vet>. De bevoegde gezagsorganen
                                        worden ten minste twee weken voor de door het college
                                        vastgestelde datum schriftelijk daarvan in kennis gesteld.
                                        Zij worden hierbij tevens in kennis gesteld van de
                                        voorgenomen inhoud van het voorstel. </al>
                </li>
                <li nr="3.">
                  <al>De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg
                                        als bedoeld in het eerste lid, kunnen vóór de in het tweede
                                        lid bedoelde datum hun zienswijze schriftelijk kenbaar maken
                                        aan het college. Het college stelt de deelnemers aan het
                                        overleg hiervan in kennis. </al>
                </li>
                <li nr="4.">
                  <al>Van de in het overleg door de bevoegde gezagsorganen naar
                                        voren gebrachte zienswijzen, van de tijdig ingediende,
                                        schriftelijk kenbaar gemaakte zienswijzen en van de reactie
                                        van het college op deze zienswijzen, wordt door het college
                                        een verslag gemaakt. Het verslag wordt toegezonden aan alle
                                        bevoegde gezagsorganen.</al>
                </li>
                <li nr="5.">
                  <al>Indien een bevoegd gezag of het college een advies wenst van
                                        de Onderwijsraad over het voorstel met betrekking tot de
                                        voorgenomen inhoud van het programma in relatie tot de
                                        vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting, dan
                                        wordt dit door het bevoegd gezag of het college tijdens het
                                        overleg als bedoeld in het eerste lid kenbaar gemaakt. Dit
                                        gebeurt aan de hand van een schriftelijk gemotiveerde
                                        omschrijving van de onderwerpen waarover het advies van de
                                        Onderwijsraad wordt verwacht. Hierbij wordt tevens het
                                        verband aangegeven tussen deze onderwerpen en de vrijheid
                                        van richting en de vrijheid van inrichting.</al>
                </li>
                <li nr="6.">
                  <al>De bevoegde gezagsorganen en het college worden in het
                                        overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen naar voren
                                        te brengen over een verzoek om advies van de Onderwijsraad.
                                        Het schriftelijke verzoek om advies en de daarover naar
                                        voren gebrachte zienswijzen maken deel uit van het verslag
                                        van het overleg als bedoeld in het vierde lid.</al>
                </li>
                <li nr="7.">
                  <al>Het college is belast met de indiening van een verzoek om
                                        advies bij de Onderwijsraad. Daarbij zorgen zij ervoor dat
                                        de Onderwijsraad alle stukken, waaronder het schriftelijk
                                        verslag van het overleg met de daarin opgenomen zienswijzen,
                                        ontvangt die nodig zijn voor de beoordeling van het verzoek.
                                    </al>
                </li>
                <li nr="8.">
                  <al>Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte
                                        advies wordt zo spoedig mogelijk door het college
                                        toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen. Indien het geheel
                                        of gedeeltelijk opvolgen van het advies van de Onderwijsraad
                                        zou leiden tot een of meer inhoudelijke bijstellingen van de
                                        voorgenomen inhoud van het programma, dan worden de bevoegde
                                        gezagsorganen door het college bij de toezending van het
                                        afschrift van het advies uitgenodigd voor een nader overleg.
                                        In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader
                                        bestuurlijk overleg over het advies van de Onderwijsraad
                                        noodzakelijk is. Het college geeft dit aan bij de toezending
                                        van het afschrift van het advies van de Onderwijsraad. </al>
                </li>
                <li nr="9.">
                  <al>Het nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt binnen
                                        twee weken plaats na toezending van het advies van de
                                        Onderwijsraad aan de bevoegde gezagsorganen. Het college
                                        maakt van dit overleg een verslag en voegt dit toe aan het
                                        verslag als bedoeld in het vierde lid.</al>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2.3</nr>
              <titel>Vaststelling bekostigingsplafond, programma en overzicht</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>11</nr>
                <titel>Tijdstip vaststelling</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet/>
              </al>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>Het college stelt het bekostigingsplafond vast dat
                                        beschikbaar is voor de vergoeding van de aangevraagde
                                        voorzieningen. Dit bekostigingsplafond kan worden gesplitst
                                        in afzonderlijke bedragen per onderwijssoort en/of per
                                        voorziening.</al>
                </li>
                <li nr="">
                  <al>Het programma en het overzicht worden vastgesteld uiterlijk
                                        op 31 december van het jaar waarin de datum genoemd in
                                        artikel 6 valt.</al>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>12</nr>
                <titel>Inhoud programma</titel>
              </kop>
              <al/>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>De aangevraagde voorzieningen waarmee in het jaar volgend op
                                        het jaar van vaststelling van het programma een aanvang kan
                                        worden gemaakt, komen, voor zover het college heeft
                                        vastgesteld dat geen van de in de Wet op het primair
                                        onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs opgenomen
                                        weigeringsgronden van toepassing is, in aanmerking voor
                                        plaatsing op het programma. Daarbij past het college de
                                        regels toe met betrekking tot: </al>
                  <lijst>
                    <li nr="a.">
                      <al>de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage I;
                                            </al>
                    </li>
                    <li nr="b.">
                      <al>de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II ;
                                            </al>
                    </li>
                    <li nr="c.">
                      <al>de oppervlakte en indeling van schoolgebouwen als
                                                bedoeld in bijlage III. Van de voor plaatsing op het
                                                programma in aanmerking komende voorzieningen neemt
                                                het college, aan de hand van de urgentiecriteria als
                                                bedoeld in bijlage V, uitsluitend voorzieningen op
                                                in het programma voor zover het bedrag of de
                                                deelbedragen als bedoeld in artikel 11, eerste lid,
                                                toereikend zijn. </al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Op voorstel van het overleg als bedoeld in artikel 10, kan
                                        het college de raad verzoeken bij de vaststelling van het
                                        programma af te mogen wijken van de urgentiecriteria als
                                        bedoeld in bijlage V.</al>
                </li>
                <li nr="3.">
                  <al>Ten aanzien van de in het programma opgenomen voorzieningen
                                        wordt, voor zover van toepassing, door het college
                                        aangegeven: </al>
                  <lijst>
                    <li nr="d.">
                      <al>het genormeerde bedrag dat ingevolge bijlage IV,
                                                deel A voor de betreffende voorziening beschikbaar
                                                wordt gesteld; </al>
                    </li>
                    <li nr="e.">
                      <al>het geraamde bedrag gemoeid met de uitvoering van de
                                                voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid,
                                                laatste volzin; </al>
                    </li>
                    <li nr="f.">
                      <al>de voorwaarden betreffende ingebruikneming of
                                                buitengebruikstelling van gebouwen of lokalen. </al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>13</nr>
                <titel>Inhoud overzicht</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet/>
              </al>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>Het overzicht bevat de aangevraagde voorzieningen die, gelet
                                        op het bepaalde in artikel 12, eerste lid, niet in het
                                        programma zijn opgenomen.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Ten aanzien van elk van de in het overzicht opgenomen
                                        voorzieningen wordt aangegeven waarom deze niet in het
                                        programma zijn opgenomen. </al>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>14</nr>
                <titel>Bekendmaking besluiten vaststelling bekostigingsplafond,
                                    programma en overzicht</titel>
              </kop>
              <al/>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>De bekendmaking van de besluiten tot vaststelling van het
                                        bekostigingsplafond, het programma en het overzicht
                                        geschiedt binnen twee weken na de datum van vaststelling
                                        door toezending door het college van de besluiten aan de
                                        aanvragers. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van de
                                        besluiten door het college schriftelijk mededeling gedaan
                                        aan de overige bevoegde gezagsorganen.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>De besluiten als bedoeld in het eerste lid worden
                                        tegelijkertijd met de bekendmaking ter inzage gelegd.</al>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2.4</nr>
              <titel>Uitvoering programma</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>15</nr>
                <titel>Overleg wijze van uitvoering</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet/>
              </al>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>Binnen vier weken na de datum van vaststelling van het
                                        programma treedt het college in overleg met de aanvrager
                                        over de wijze van uitvoering van de op het programma
                                        geplaatste voorziening. In dit overleg wordt alle informatie
                                        verstrekt die nodig is voor de uitvoering van de
                                        voorziening. Daarbij worden, voor zover van toepassing,
                                        afspraken gemaakt over:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a.">
                      <al>het bouwheerschap als bedoeld in de wet;</al>
                    </li>
                    <li nr="b.">
                      <al>het tijdstip van indiening van het bouwplan en de
                                                begroting door de aanvrager;</al>
                    </li>
                    <li nr="c.">
                      <al>een andere wijze van uitvoering van het besluit met
                                                inachtneming van het beschikbaar te stellen bedrag;
                                            </al>
                    </li>
                    <li nr="d.">
                      <al>de wijze waarop door het college toepassing wordt
                                                gegeven aan de toetsing van het bouwplan en de
                                                begroting, alsmede aan de toetsing in verband met
                                                wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en
                                                omstandigheden als bedoeld in artikel 16; de
                                                controle op en het afleggen van verantwoording over
                                                de besteding van de beschikbaar te stellen
                                                middelen.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Indien het overleg betrekking heeft op de uitvoering van een
                                        voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste
                                        volzin, dan geeft de aanvrager aan op welke wijze de
                                        aanbesteding van de uitvoering zal plaatsvinden. Daarbij
                                        worden, voor zover van toepassing gezien de aard van de
                                        voorziening, de gestelde richtlijnen als bedoeld in bijlage
                                        IV, deel B in acht genomen. </al>
                </li>
                <li nr="3.">
                  <al>De inhoud van de afspraken of de constatering dat het
                                        overleg niet tot overeenstemming heeft geleid, wordt door
                                        het college schriftelijk vastgelegd in een verslag van het
                                        overleg en binnen vier weken na afloop van het overleg ter
                                        kennis gebracht van de aanvrager. Indien de aanvrager
                                        schriftelijk instemt met het verslag of binnen twee weken na
                                        ontvangst nog niet schriftelijk heeft gereageerd, wordt,
                                        afhankelijk van de inhoud van het vastgestelde verslag,
                                        geacht dat er overeenstemming of geen overeenstemming is
                                        bereikt.</al>
                </li>
                <li nr="4.">
                  <al>Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel
                                        16, vierde lid, neemt het college binnen vier weken nadat de
                                        overeenstemming als bedoeld in het derde lid is bereikt, een
                                        beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging een
                                        aanvang kan nemen. Het bepaalde in artikel 17 is daarbij van
                                        overeenkomstige toepassing.</al>
                </li>
                <li nr="5.">
                  <al>Indien in het overleg geen overeenstemming als bedoeld in
                                        het derde lid is bereikt, deelt het college binnen vier
                                        weken nadat het verslag is vastgesteld, dit schriftelijk mee
                                        aan de aanvrager. Daarbij wordt aangegeven dat de
                                        bekostiging van de uitvoering van de voorziening geen
                                        aanvang zal nemen.</al>
                  <al/>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>16</nr>
                <titel>Instemming bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang
                                    bekostiging; toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe feiten
                                    en omstandigheden; overlegging offertes</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet/>
              </al>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>Nadat de overeenstemming als bedoeld in artikel 15, derde
                                        lid, is bereikt en voorafgaand aan het verlenen van een
                                        bouwopdracht, dient de aanvrager met inachtneming van de
                                        hierover gemaakte afspraken, de bouwplannen, de
                                        desbetreffende begroting en een aanduiding van het tijdstip
                                        waarop de bekostiging een aanvang dient te nemen, ter
                                        instemming in bij het college.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Binnen zes weken na ontvangst beslist het college over de
                                        instemming met de bouwplannen en de desbetreffende begroting
                                        en over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan
                                        nemen. Het college kan, onder mededeling daarvan aan de
                                        aanvrager, deze termijn verlengen met drie weken. Indien
                                        niet binnen deze termijn is besloten, wordt geacht
                                        instemming te zijn verleend met de bouwplannen en de
                                        begroting en vangt de bekostiging aan op het door de
                                        aanvrager aangegeven tijdstip. Binnen twee weken na de datum
                                        van de beslissing over het bouwplan, de desbetreffende
                                        begroting en het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang
                                        neemt, deelt het college de beslissing schriftelijk mee aan
                                        de aanvrager.</al>
                </li>
                <li nr="3.">
                  <al>Bij de beslissing als bedoeld in het tweede lid stelt het
                                        college eveneens vast of de feiten en omstandigheden waarin
                                        de school verkeert ten opzichte van de feiten en
                                        omstandigheden ten tijde van de vaststelling van het
                                        programma, al dan niet ingrijpend zijn gewijzigd. Bij een
                                        naar het oordeel van het college ingrijpende wijziging van
                                        de feiten en omstandigheden komt de voorziening alsnog niet
                                        voor bekostiging in aanmerking.</al>
                </li>
                <li nr="4.">
                  <al>De instemming met de bouwplannen, de instemming met de
                                        begroting, de toetsing of voldaan wordt aan de bij of
                                        krachtens de wet gestelde voorschriften, en de toetsing of
                                        er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden kunnen
                                        achterwege blijven als naar het oordeel van het college dat
                                        niet noodzakelijk is gezien de inhoud van de in het
                                        programma opgenomen voorziening. Het college doet hiervan
                                        mededeling aan de aanvrager in het overleg als bedoeld in
                                        artikel 15.</al>
                </li>
                <li nr="5.">
                  <al>De indiening van de in het eerste en het tweede lid bedoelde
                                        begroting blijft achterwege indien het de uitvoering betreft
                                        van een voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid,
                                        laatste volzin. De beslissing van het college als bedoeld in
                                        het tweede lid betreft dan uitsluitend de beoordeling van
                                        het bouwplan. Daarbij zijn de genoemde termijnen in het
                                        tweede lid van overeenkomstige toepassing. </al>
                </li>
                <li nr="6.">
                  <al>Nadat het college met het bouwplan van een voorziening als
                                        bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin, heeft
                                        ingestemd, overlegt de aanvrager met inachtneming van de
                                        hierover gemaakte afspraken als bedoeld in artikel 15,
                                        tweede lid, aan het college de aan de aanvrager uitgebrachte
                                        offertes voor de uitvoering van de voorziening. Het college
                                        beslist binnen vier weken na ontvangst van de offertes over
                                        het bedrag dat definitief beschikbaar wordt gesteld voor de
                                        uitvoering van de voorziening en over het tijdstip waarop de
                                        bekostiging een aanvang kan nemen. De aanvrager wordt binnen
                                        twee weken na de datum van deze beslissing hiervan
                                        schriftelijk in kennis gesteld. Voor de vaststelling van het
                                        definitieve bedrag is de offerte met de laagste
                                        prijsstelling bepalend.</al>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>17</nr>
                <titel>Aanvang bekostiging</titel>
              </kop>
              <al><vet/>Het college kan bij de beslissing als bedoeld in artikel 16,
                                tweede lid of artikel 16, zesde lid, over het tijdstip waarop de
                                bekostiging een aanvang kan nemen, bepalen dat de
                                beschikbaarstelling van de gelden in termijnen plaatsvindt. De
                                beschikbaarstelling van de gelden geschiedt dan telkens op een
                                zodanig tijdstip dat de aanvrager kan voldoen aan de financiële
                                verplichtingen voortkomend uit de realisering van de op het
                                programma geplaatste voorziening. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>18</nr>
                <titel>Vervallen aanspraak op bekostiging</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet/>
              </al>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>De aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt,
                                        indien niet door de aanvrager vóór 1 oktober van het jaar
                                        volgend op de vaststelling van het programma een
                                        bouwopdracht is verleend dan wel een koop-, huur- of
                                        erfpachtovereenkomst is gesloten en een afschrift hiervan
                                        niet vóór 15 oktober daaropvolgend aan het college is
                                        gezonden. De in de eerste volzin bedoelde bouwopdracht is
                                        onherroepelijk en vermeldt de aanvangsdatum van het werk en
                                        de termijn, uitgedrukt in het aantal werkbare dagen, binnen
                                        welke het werk wordt opgeleverd. De in de eerste volzin
                                        bedoelde overeenkomsten zijn onherroepelijk. In geval van
                                        een huur- of erfpachtovereenkomst wordt daarin de datum van
                                        inwerkingtreding vermeld, alsmede de duur van de
                                        overeenkomst. In geval van een koopovereenkomst wordt daarin
                                        de datum van aankoop vermeld.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de
                                        overschrijding van de termijn als bedoeld in het eerste lid
                                        veroorzaakt wordt door bijzondere omstandigheden die niet
                                        aan de aanvrager zijn toe te rekenen en de aanvrager vóór 1
                                        september een schriftelijk gemotiveerd verzoek heeft
                                        ingediend bij het college tot verlenging van de termijn als
                                        bedoeld in het eerste lid. </al>
                </li>
                <li nr="3.">
                  <al>Het college beslist vóór 15 september over het verzoek tot
                                        verlenging van de termijn. Indien het verzoek wordt
                                        ingewilligd, wordt in het besluit aangegeven tot welke datum
                                        de termijn als bedoeld in het eerste lid wordt
                                        verlengd.</al>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Aanvragen met spoedeisend karakter</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>3.1</nr>
              <titel>Aanvraag</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>19</nr>
                <titel>Indiening aanvraag</titel>
              </kop>
              <al> Een aanvraag om bekostiging van een voorziening in de huisvesting
                                die gelet op de voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden,
                                kan worden ingediend bij het college. Hierbij wordt gebruik gemaakt
                                van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>20</nr>
                <titel>Inhoud aanvraag</titel>
              </kop>
              <al/>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>De aanvraag bevat in ieder geval de gegevens zoals vermeld
                                        in artikel 7, eerste lid. In aanvulling daarop dient de
                                        aanvrager de volgende gegevens te verstrekken:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a.">
                      <al>een nadere aanduiding van de omstandigheden die de
                                                voorziening in de huisvesting spoedeisend
                                                maken;</al>
                    </li>
                    <li nr="b.">
                      <al>de reden waarom de voorziening in de huisvesting
                                                niet kon worden aangevraagd in het kader van een nog
                                                vast te stellen programma;</al>
                    </li>
                    <li nr="c.">
                      <al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen
                                                van de school, die voldoet aan de in bijlage II
                                                omschreven vereisten, tenzij het een voorziening
                                                betreft als bedoeld in artikel 2 onder a, onderdelen
                                                6o tot en met 8o en artikel 2 onder d, e en f;</al>
                    </li>
                    <li nr="d.">
                      <al>een begroting van de kosten gemoeid met de
                                                uitvoering indien het een voorziening betreft als
                                                bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste
                                                volzin.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Indien naar het oordeel van het college één of meer gegevens
                                        als bedoeld in het eerste lid ontbreken, wordt dit binnen
                                        twee weken na datum van indiening van de aanvraag
                                        schriftelijk medegedeeld aan de aanvrager. De aanvrager
                                        heeft de gelegenheid de ontbrekende gegevens binnen twee
                                        weken na ontvangst van de mededeling in te dienen bij het
                                        college. Indien de aanvrager de vereiste ontbrekende
                                        gegevens niet binnen de in de vorige volzin bedoelde termijn
                                        heeft verstrekt, besluit het college de aanvraag niet te
                                        behandelen.</al>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>3.2</nr>
              <titel>Beoordeling aanvraag; uitvoering besluit</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>21</nr>
                <titel>Tijdstip beslissing</titel>
              </kop>
              <al/>
              <lijst>
                <li nr="">
                  <al>Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van de
                                        aanvraag of binnen vier weken nadat de aanvullende gegevens
                                        zijn verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt. Binnen twee
                                        weken na de datum van de beslissing wordt de aanvrager
                                        hiervan schriftelijk in kennis gesteld door het
                                        college.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Indien een beschikking niet binnen vier weken kan worden
                                        gegeven, stelt het college de aanvrager daarvan in kennis en
                                        noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de
                                        beschikking wel tegemoet kan worden gezien.</al>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>22</nr>
                <titel>Inhoud beslissing</titel>
              </kop>
              <al/>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>De aangevraagde voorziening wordt toegewezen, indien het
                                        college heeft vastgesteld dat het treffen van de
                                        voorziening, gelet op de voortgang van het onderwijs, geen
                                        uitstel kan lijden en geen van de in de Wet op het primair
                                        onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs opgenomen
                                        weigeringsgronden van toepassing is. Bij deze vaststelling
                                        past het college de regels toe met betrekking tot:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a.">
                      <al>de beoordelingscriteria als bedoeld in <extref doc="#B1">bijlage I </extref>;</al>
                    </li>
                    <li nr="b.">
                      <al>de prognosecriteria als bedoeld in <extref doc="#B2">bijlage II </extref>;</al>
                    </li>
                    <li nr="c.">
                      <al>de oppervlakte en indeling van gebouwen als bedoeld
                                                in <extref doc="#B3">bijlage III </extref>.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>De beslissing van het college kan een gedeelte van de
                                        gewenste voorziening dan wel een andere dan de gevraagde
                                        voorziening omvatten. </al>
                </li>
                <li nr="3.">
                  <al>Indien de aanvraag wordt toegewezen, vermeldt het college
                                        welk genormeerd bedrag ingevolge het bepaalde in <extref doc="#B4">bijlage IV </extref>, deel A voor de
                                        toegewezen voorziening beschikbaar wordt gesteld, dan wel
                                        wat het geraamde bedrag is indien het een voorziening
                                        betreft als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin.
                                        Bij de beschikking stelt het college vast voor welke datum
                                        een bouwopdracht moet zijn verleend, dan wel een koop-,
                                        huur- of erfpachtovereenkomst moet zijn gesloten, en voor
                                        welke datum een afschrift daarvan aan het college moet zijn
                                        toegezonden. Binnen <cursief>vier</cursief> maanden na de
                                        datum van de beschikking door het college moet een
                                        bouwopdracht zijn verleend, dan wel een koop-, huur-, of
                                        erfpachtovereenkomst zijn gesloten.</al>
                  <al/>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>23</nr>
                <titel>Uitvoering beslissing</titel>
              </kop>
              <al><vet/>Na bekendmaking van de beslissing als bedoeld in artikel 21,
                                eerste lid, waarbij een vergoeding is toegewezen, treedt het college
                                zo spoedig mogelijk in overleg met de aanvrager over de wijze van
                                uitvoering. Het bepaalde in de artikelen 15, 16 en 17 is daarbij
                                overeenkomstig van toepassing, met uitzondering van de in tweede lid
                                van artikel 16 genoemde termijn van zes weken. Hiervoor moet worden
                                gelezen drie weken. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>24</nr>
                <titel>Vervallen aanspraak bekostiging</titel>
              </kop>
              <al/>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>Indien niet voor de in artikel 22, derde lid bedoelde
                                        tijdstippen een bouwopdracht is verleend, dan wel een koop-,
                                        huur- of erfpachtovereenkomst is gesloten en een afschrift
                                        daarvan is gezonden aan het college, vervalt de aanspraak op
                                        bekostiging. Ten aanzien van de inhoud van een bouwopdracht,
                                        dan wel koop-, huur- of erfpachtovereenkomst is het gestelde
                                        in artikel 18, eerste lid van overeenkomstige
                                        toepassing.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de
                                        overschrijding van de datum veroorzaakt wordt door
                                        bijzondere omstandigheden, die niet aan de aanvrager zijn
                                        toe te rekenen, en de aanvrager uiterlijk vier weken voor
                                        het verstrijken van deze datum een schriftelijk gemotiveerd
                                        verzoek heeft ingediend bij het college tot verlenging van
                                        de termijn.</al>
                </li>
                <li nr="">
                  <al>Dit verzoek schort het vervallen van de aanspraak op
                                        bekostiging op totdat het college op het verzoek heeft
                                        beslist. Indien het college het verzoek inwilligt, noemt het
                                        college een nieuwe datum waarop de aanspraak op bekostiging
                                        vervalt. Indien het college het verzoek afwijst, geldt de
                                        datum van beslissing op het verzoek als vervaldatum, met
                                        dien verstande dat deze datum niet voor de oorspronkelijke
                                        vervaldatum kan vallen.</al>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Bekostiging bouwvoorbereiding</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>25</nr>
              <titel>Aanvraag</titel>
            </kop>
            <al/>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Het bevoegd gezag dat voornemens is een aanvraag in te dienen
                                    voor plaatsing op het programma van een voor blijvend gebruik
                                    bestemde voorziening als bedoeld in artikel 3, kan daaraan
                                    voorafgaand een aanvraag indienen bij het college voor
                                    bekostiging van de bouwvoorbereiding. Het betreft de
                                    voorbereiding voorafgaand aan het moment van aanbesteding van
                                    die voorziening. </al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>De aanvraag wordt gedaan vóór 1 april van het jaar voorafgaand
                                    aan het jaar waarin de bekostiging gewenst wordt. Hierbij wordt
                                    gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld
                                    aanvraagformulier.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>de naam en het adres van de aanvrager;</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>de dagtekening;</al>
                  </li>
                  <li nr="c.">
                    <al>de naam van de school ten behoeve waarvan de vergoeding
                                            wordt gewenst;</al>
                  </li>
                  <li nr="d.">
                    <al>de reden, de gewenste omvang en de aanduiding van de
                                            gewenste locatie van de voorziening;</al>
                  </li>
                  <li nr="e.">
                    <al>het gewenste tijdstip van realisering van de
                                            voorziening;</al>
                  </li>
                  <li nr="f.">
                    <al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van
                                            de school die voldoet aan de in bijlage II omschreven
                                            vereisten;</al>
                  </li>
                  <li nr="g.">
                    <al>indien het nieuwbouw betreft ter vervanging van een
                                            bestaand gebouw: een rapportage waaruit de bouwkundige
                                            noodzaak van de vervanging blijkt; </al>
                  </li>
                  <li nr="h.">
                    <al>een begroting van de kosten als bedoeld in het eerste
                                            lid, indien de bekostiging bouwvoorbereiding is
                                            aangemerkt als een voorziening bedoeld in artikel 4,
                                            derde lid, laatste volzin. Bij de rapportage als bedoeld
                                            onder g wordt gebruik gemaakt van het door de raad
                                            vastgestelde formulier 'Bouwkundige opname'.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>Bij het ontbreken van een of meer gegevens als bedoeld in het
                                    derde lid, deelt het college dit voor 15 april schriftelijk mee
                                    aan de aanvrager en stellen hem in de gelegenheid om voor 15 mei
                                    de gegevens aan te vullen. Het gestelde in artikel 7, derde lid
                                    is daarbij van overeenkomstige toepassing.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>26</nr>
              <titel>Toelichting en overleg aanvraag</titel>
            </kop>
            <al/>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Ten aanzien van het geven van een toelichting op de aanvraag of
                                    het overleg over de begroting is het gestelde in artikel 9 van
                                    overeenkomstige toepassing.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Voordat het college een besluit neemt over de aanvraag voor
                                    bekostiging van bouwvoorbereiding, treedt het college in overleg
                                    met de aanvrager. Dit overleg over de aanvraag vindt plaats
                                    tezamen met het overleg als bedoeld in artikel 10, eerste lid.
                                    De leden twee, drie en vier van artikel 10 zijn daarbij van
                                    overeenkomstige toepassing.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>27</nr>
              <titel>Beschikking op aanvraag</titel>
            </kop>
            <al/>
            <lijst>
              <li nr="">
                <al>Het college neemt op het tijdstip als bedoeld in artikel 11 een
                                    beslissing over de aanvraag.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>De aanvraag wordt toegewezen indien en voor zover:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>er voldoende middelen voor de vergoeding van de kosten
                                            van bouwvoorbereiding beschikbaar zijn;</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>de noodzaak van de gewenste voorziening voldoende
                                            vaststaat;</al>
                  </li>
                  <li nr="c.">
                    <al>er een reële mogelijkheid is dat de voorziening in het
                                            gewenste jaar van uitvoering voor bekostiging in
                                            aanmerking kan worden gebracht. </al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Indien de aanvraag wordt toegewezen, wordt in de beschikking
                                    vermeld tot welk bedrag de kosten van bouwvoorbereiding worden
                                    vergoed. Het bedrag kan in termijnen aan de aanvrager
                                    beschikbaar worden gesteld, echter steeds op een zodanig
                                    tijdstip dat de aanvrager aan zijn financiële verplichtingen
                                    jegens derden die hij heeft ingeschakeld bij de
                                    bouwvoorbereiding, kan voldoen. Over de daadwerkelijke
                                    beschikbaarstelling van het bedrag worden afspraken gemaakt
                                    tussen aanvrager en het college. </al>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>Aan een toewijzing als bedoeld in het tweede lid kunnen door de
                                    aanvrager geen rechten worden ontleend ten aanzien van de
                                    plaatsing van de voorziening op enig toekomstig programma. </al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>28</nr>
              <titel>Vervallen aanspraak bekostiging</titel>
            </kop>
            <al> De aanspraak die voortvloeit uit de beschikking tot toekenning van
                            bekostiging van bouwvoorbereiding vervalt, indien door de aanvrager niet
                            vóór 1 oktober van het jaar dat volgt op het jaar waarin de beschikking
                            is genomen, daadwerkelijk gestart is met de bouwvoorbereiding en niet
                            vóór 15 oktober daaropvolgend informatie is verstrekt aan het college
                            waaruit dit blijkt. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Medegebruik en verhuur</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>5.1</nr>
              <titel>Medegebruik ten behoeve van onderwijs of educatie</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>29</nr>
                <titel>Aanduiding omstandigheden</titel>
              </kop>
              <al> Het college kan overgaan tot vordering van een gedeelte van een
                                gebouw of terrein, bestemd voor een school, indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al>er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij
                                        een school berekend volgens het gestelde in bijlage III,
                                        delen A en B en het bevoegd gezag van die school een
                                        aanvraag als bedoeld in artikel 6 of 19 voor medegebruik of
                                        uitbreiding heeft ingediend;</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>het bevoegd gezag van een school een aanvraag voor een
                                        andere huisvestingsvoorziening heeft ingediend en door
                                        medegebruik aan de behoefte aan huisvesting kan worden
                                        voorzien;</al>
                </li>
                <li nr="c.">
                  <al>er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij
                                        een andere school of een instelling als bedoeld in de Wet
                                        educatie en beroepsonderwijs, vastgesteld aan de hand van de
                                        voor die school of instelling gangbare berekeningswijze en
                                    </al>
                </li>
                <li nr="d.">
                  <al>er sprake is van leegstand in een lesgebouw van een
                                        school;</al>
                </li>
                <li nr="e.">
                  <al>er sprake is van leegstand in gymnastiekruimte van een
                                        school.</al>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>30</nr>
                <titel>Omschrijving leegstand</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet/>
              </al>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>Er is sprake van leegstand in een lesgebouw:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="">
                      <al>wanneer het betreft een gebouw van een school voor
                                                basisonderwijs indien uit de vergelijking van het
                                                aantal groepen zoals berekend op basis van <extref doc="#B3">bijlage III </extref>, deel B en de
                                                capaciteit van het gebouw zoals vastgesteld op basis
                                                van bijlage III, deel A blijkt dat er ten minste één
                                                leslokaal niet nodig is voor de daar gevestigde
                                                school of scholen;</al>
                    </li>
                    <li nr="b.">
                      <al>wanneer het betreft een gebouw van een school voor
                                                voortgezet onderwijs (met uitzondering van een
                                                zelfstandige school voor praktijkonderwijs), indien
                                                uit de vergelijking van de ruimtebehoefte zoals
                                                berekend op basis van Bijlage III, deel B en de
                                                capaciteit van het gebouw zoals vastgesteld op basis
                                                van Bijlage III, deel A blijkt dat er een overschot
                                                is aan vierkante meters bruto vloeroppervlakte
                                                tenzij het bevoegd gezag op basis van het lesrooster
                                                of lesroosters voor het lopende of eerstkomende
                                                schooljaar aantoont dat er binnen het overschot aan
                                                vierkante meters bruto vloeroppervlakte geen sprake
                                                is van onderbenutting van de onderwijsruimten. Voor
                                                een zelfstandige school voor praktijkonderwijs (niet
                                                zijnde een afdeling voor praktijkonderwijs) is
                                                hetgeen bepaald in lid a van dit artikel van
                                                toepassing.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Er is sprake van leegstand in een gymnastiekruimte:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="c.">
                      <al>wanneer het betreft een gebouw dat gebruikt wordt
                                                door een of meer scholen voor basisonderwijs, indien
                                                de som van het aantal klokuren gebruik dat door het
                                                college wordt vergoed minder is dan 40 klokuren;
                                            </al>
                    </li>
                    <li nr="d.">
                      <al>wanneer het betreft een gebouw van een school voor
                                                voortgezet onderwijs, indien uit de berekening op
                                                basis van Bijlage III, Deel B blijkt dat benutting
                                                van het gebouw lager is dan 40 lesuren, tenzij het
                                                bevoegd gezag op basis van het lesrooster of de
                                                lesroosters voor het lopende of eerstkomende
                                                schooljaar aantoont dat dit niet het geval is;</al>
                    </li>
                    <li nr="e.">
                      <al>wanneer het een gebouw betreft dat gebruikt wordt
                                                door een of meer scholen voor basisonderwijs en
                                                voortgezet onderwijs, indien de som van de
                                                berekeningswijzen genoemd onder a en b een aantal
                                                klokuren lager dan 40 oplevert.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>31</nr>
                <titel>Nalaten vordering; volgorde van vorderen</titel>
              </kop>
              <al/>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>Het college gaat niet over tot vordering ten behoeve van
                                        medegebruik indien het bevoegd gezag de leegstand van het
                                        gebouw waarin het beoogde medegebruik dient plaats te vinden
                                        in gebruik heeft gegeven aan een andere school of scholen
                                        ten behoeve van het onderwijs aan die school of scholen.
                                    </al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing indien
                                        het gebruik van die andere school of scholen kan
                                        plaatsvinden in de aan die scholen reeds ter beschikking
                                        staande huisvestingscapaciteit. </al>
                </li>
                <li nr="3.">
                  <al>Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand voordoet
                                        wordt:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a.">
                      <al>als eerste de leegstand gevorderd in het gebouw dat
                                                in gebruik is bij een school van hetzelfde bevoegd
                                                gezag, tenzij uit oogpunt van doelmatigheid het
                                                vorderen van leegstand in een ander gebouw een
                                                betere oplossing biedt;</al>
                    </li>
                    <li nr="b.">
                      <al>vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw
                                                waarin een school van dezelfde richting is
                                                gehuisvest en</al>
                    </li>
                    <li nr="c.">
                      <al>vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw dat
                                                het dichtst gelegen is bij het hoofdgebouw van de
                                                school ten behoeve waarvan de vordering plaatsvindt.
                                            </al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
                <li nr="4.">
                  <al>Het college kan, indien de bij de vordering betrokken
                                        bevoegde gezagsorganen daarmee instemmen, in een individueel
                                        geval van de in het derde lid opgenomen volgorde afwijken.
                                    </al>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>32</nr>
                <titel>Overleg en mededeling</titel>
              </kop>
              <al/>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>Indien het college voornemens is om over te gaan tot
                                        vordering van leegstand in een lesgebouw of
                                        gymnastiekruimte, voert het college daarover overleg met het
                                        bevoegd gezag waarvan de leegstand gevorderd wordt en met
                                        het bevoegd gezag waarvoor de huisvesting is bestemd. Dit
                                        overleg maakt deel uit van het overleg als bedoeld in
                                        artikel 10.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Binnen vier weken na de vaststelling van het programma als
                                        bedoeld in artikel 11, doet het college schriftelijk
                                        mededeling van de vordering aan het bevoegd gezag waarvan
                                        gevorderd wordt. Van deze mededeling kan worden afgezien als
                                        dat bevoegd gezag in het overleg te kennen heeft gegeven
                                        geen bezwaar tegen de vordering te hebben. </al>
                </li>
                <li nr="3.">
                  <al>Indien het college voornemens is om over te gaan tot
                                        vordering in het kader van een aanvraag als bedoeld in
                                        artikel 19, voert het college daarover zo spoedig mogelijk
                                        overleg met het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt en met
                                        het bevoegd gezag waarvoor de huisvesting is bestemd. </al>
                </li>
                <li nr="4.">
                  <al>Binnen een week na afloop van het overleg als bedoeld in het
                                        vorige lid, doet het college schriftelijk mededeling van de
                                        vordering aan het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt. Van
                                        deze mededeling kan worden afgezien als dat bevoegd gezag in
                                        het overleg te kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen de
                                        vordering te hebben.</al>
                </li>
                <li nr="5.">
                  <al>De schriftelijke mededeling van het college als bedoeld in
                                        het tweede en vierde lid, bevat in ieder geval:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a.">
                      <al>de naam van de school en het bevoegd gezag ten
                                                behoeve waarvan wordt gevorderd;</al>
                    </li>
                    <li nr="b.">
                      <al>een aanduiding van het aantal groepen of aantal
                                                leerlingen ten behoeve waarvan gevorderd wordt of,
                                                indien het betreft het onderwijs in lichamelijke
                                                oefening, het aantal klokuren dat gevorderd
                                                wordt;</al>
                    </li>
                    <li nr="c.">
                      <al>een aanduiding van het gebouw waarop de vordering
                                                betrekking heeft;</al>
                    </li>
                    <li nr="d.">
                      <al>een aanduiding van het aantal en het type ruimten
                                                dat gevorderd wordt;</al>
                    </li>
                    <li nr="e.">
                      <al>de periode waarvoor gevorderd wordt en de
                                                ingangsdatum van het medegebruik. </al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>33</nr>
                <titel>Vergoeding</titel>
              </kop>
              <al> De bevoegde gezagsorganen die het betreft stellen in onderling
                                overleg, met inachtneming van de wettelijke bepalingen, een
                                vergoeding voor het medegebruik vast. Indien dit overleg niet tot
                                overeenstemming leidt, geldt het bepaalde in <extref doc="#B4">bijlage IV </extref>, deel C. </al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>5.2</nr>
              <titel>Medegebruik ten behoeve van culturele, maatschappelijke of
                                recreatieve doeleinden.</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>34</nr>
                <titel>Aanduiding omstandigheden</titel>
              </kop>
              <al> Het college kan overgaan tot vordering indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al>er sprake is van leegstand van een lesgebouw of een
                                        gymnastiekruimte zoals bepaald in artikel 30;</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>er sprake is van onderbenutting van een sportveld van een
                                        school voor voortgezet onderwijs, blijkend uit het
                                        lesrooster van de school of scholen die dat sportveld voor
                                        het onderwijs gebruiken.</al>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>35</nr>
                <titel>Overleg en mededeling</titel>
              </kop>
              <al/>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>Alvorens over te gaan tot vordering voert het college
                                        overleg met het bevoegd gezag. </al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>In dat overleg komt in ieder geval aan de orde:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a.">
                      <al>voor welke activiteit of activiteiten gevorderd
                                                wordt;</al>
                    </li>
                    <li nr="b.">
                      <al>of die activiteit of activiteiten zich verdragen met
                                                het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde
                                                school;</al>
                    </li>
                    <li nr="c.">
                      <al>welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn om te
                                                voorkomen dat het onderwijs aan de in het gebouw
                                                gevestigde school hinder van het medegebruik
                                                ondervindt;</al>
                    </li>
                    <li nr="d.">
                      <al>wat naar de mening van het college en het bevoegd
                                                gezag een redelijke vergoeding voor het medegebruik
                                                is;</al>
                    </li>
                    <li nr="">
                      <al>de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs een
                                                aanvang kan nemen.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
                <li nr="3.">
                  <al>Binnen vier weken na afloop van het overleg doet het college
                                        schriftelijk mededeling van de vordering aan het bevoegd
                                        gezag. Indien het overleg zoals bedoeld in het eerste lid
                                        heeft geleid tot afspraken, bevat de mededeling in ieder
                                        geval die afspraken. Voorzover het overleg niet tot
                                        overeenstemming heeft geleid, bevat de mededeling de
                                        beslissing van het college over de punten waarover geen
                                        overeenstemming bestond. Indien het bevoegd gezag in het
                                        overleg te kennen heeft gegeven geen bezwaar te hebben tegen
                                        de vordering, kan van de schriftelijke mededeling als hier
                                        bedoeld worden afgezien.</al>
                  <al/>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>5.3</nr>
              <titel>Verhuur</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>36</nr>
                <titel>Toestemming college</titel>
              </kop>
              <al/>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>Alvorens een huurovereenkomst te sluiten, vraagt het bevoegd
                                        gezag toestemming voor de verhuur aan het college.</al>
                </li>
                <li nr="2.">
                  <al>Het verzoek om toestemming wordt schriftelijk gedaan en
                                        bevat een aanduiding van de huurder, alsmede van de
                                        bestemming van de te verhuren ruimte. </al>
                </li>
                <li nr="3.">
                  <al>Het college verleent de toestemming niet indien:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a.">
                      <al>de bestemming van de te verhuren ruimte in strijd is
                                                met bepalingen daaromtrent uit de Wet op het primair
                                                onderwijs en Wet op het voortgezet onderwijs of
                                                regelgeving;</al>
                    </li>
                    <li nr="b.">
                      <al>de te verhuren ruimte onmiddellijk nodig is voor een
                                                school.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Einde gebruik gebouwen en terreinen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>37</nr>
              <titel>Tijdstip beëindiging gebruik; staat van onderhoud</titel>
            </kop>
            <al>
              <vet/>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Nadat een gebouw of terrein niet meer door het bevoegd gezag
                                    nodig is voor de huisvesting van een school wordt het gebruik
                                    van het gebouw of terrein zo spoedig mogelijk beëindigd, doch
                                    uiterlijk op de datum genoemd in de door het college en het
                                    bevoegd gezag ondertekende gezamenlijke akte of de datum zoals
                                    vastgesteld door gedeputeerde staten bij de beslissing inzake
                                    een geschil over de totstandkoming van een gezamenlijke akte.
                                </al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Indien er, naar het oordeel van het college, mogelijk sprake is
                                    van achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein bedoeld in
                                    het eerste lid, dat tot de verantwoordelijkheid van het bevoegd
                                    gezag behoort, wordt, voordat de eigendomsoverdracht heeft
                                    plaatsgevonden, een staat van onderhoud opgemaakt. </al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>De staat van onderhoud wordt opgemaakt in opdracht van het
                                    college na overleg met het bevoegd gezag. </al>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het
                                    bevoegd gezag. In dat overleg wordt, indien van toepassing,
                                    vastgesteld welk deel van het onderhoud alsnog door het bevoegd
                                    gezag wordt uitgevoerd of welk bedrag in plaats daarvan aan het
                                    college betaald wordt. Indien het overleg niet tot
                                    overeenstemming leidt, stellen partijen vast welke handelwijze
                                    gevolgd wordt. </al>
              </li>
              <li nr="5.">
                <al>Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege indien
                                    dit naar het oordeel van het college niet nodig is. </al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Gebruik gymnastiekruimte voor basisonderwijs</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>38</nr>
              <titel>Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit;
                                inroostering gebruik</titel>
            </kop>
            <al/>
            <lijst>
              <li nr="">
                <al>Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs verstrekt
                                    jaarlijks voor <cursief>1 april</cursief> voorafgaande aan het
                                    volgende schooljaar een opgave van de voor dat schooljaar voor
                                    de school gewenste onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte.
                                    Deze opgave bevat de volgende gegevens: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>de gewenste omvang van het onderwijsgebruik uitgedrukt
                                            in een aantal klokuren; </al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>de aanduiding van de gymnastiekruimte of -ruimten waarin
                                            het gebruik wordt gewenst; </al>
                  </li>
                  <li nr="c.">
                    <al>de tijden waarop het onderwijsgebruik gedurende een
                                            schoolweek wordt gewenst. </al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>De jaarlijkse opgave van het gewenste onderwijsgebruik van een
                                    gymnastiekruimte als bedoeld in het eerste lid wordt beschouwd
                                    als een aanvraag in de zin van artikel 19, met dien verstande
                                    dat op de afhandeling van een dergelijke aanvraag het bepaalde
                                    in dit artikel van toepassing is. </al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>Het college stelt jaarlijks voor <cursief>1 mei</cursief>
                                    voorafgaande aan het daaropvolgende schooljaar op basis van de
                                    ingediende opgaven een voorstel tot inroostering vast van het
                                    onderwijsgebruik door scholen voor basisonderwijs van de op het
                                    grondgebied van de gemeente gelegen gymnastiekruimten. Hiertoe
                                    wordt het gewenste onderwijsgebruik afgezet tegen de beschikbare capaciteit van de
                                    gymnastiekruimten, waarbij wordt uitgegaan van een capaciteit van 26 klokuren per week per
                                    gymnastiekruimte. </al>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>Het college neemt bij de vaststelling van het voorstel tot
                                    inroostering het volgende in acht: </al>
                <lijst>
                  <li nr="d.">
                    <al>de afstanden in relatie tot de omvang van het
                                            onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte, zoals
                                            opgenomen in bijlage I, deel B; </al>
                  </li>
                  <li nr="e.">
                    <al>het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand
                                            gehouden school dat eigenaar is van een gymnastiekruimte
                                            wordt voor de betreffende school het eerste ingeroosterd
                                            voor die gymnastiekruimte; </al>
                  </li>
                  <li nr="f.">
                    <al>het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel
                                            mogelijk ingeroosterd in één gymnastiekruimte. </al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="5.">
                <al>Het voorstel tot inroostering vermeldt per school voor
                                    basisonderwijs de volgende gegevens: </al>
                <lijst>
                  <li nr="g.">
                    <al>het aantal klokuren waarvoor de school wordt
                                            ingeroosterd in een gymnastiekruimte; </al>
                  </li>
                  <li nr="h.">
                    <al>de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de
                                            tijden gedurende welke het onderwijsgebruik plaatsvindt;
                                        </al>
                  </li>
                  <li nr="i.">
                    <al>een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per
                                            gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan één
                                            gymnastiekruimte plaatsvindt; </al>
                  </li>
                  <li nr="j.">
                    <al>voor zover het gewenste aantal klokuren hoger is dan het
                                            aantal klokuren dat ingevolge de beleidsregel
                                            bekostiging gymnastiekruimte voor basisonderwijs
                                            <cursief/>voor bekostiging door de gemeente in
                                            aanmerking komt, wordt vermeld hoeveel klokuren voor
                                            rekening komen van het bevoegd gezag van de school. Het
                                            college neemt het aantal klokuren als bedoeld in dit lid
                                            onder d slechts op in het voorstel tot inroostering voor
                                            zover daarvoor nog capaciteit beschikbaar is, nadat
                                            rekening is gehouden met het totale klokuurgebruik dat
                                            voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt.
                                        </al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="6.">
                <al>Het voorstel tot inroostering wordt door het college binnen
                                        <cursief>twee weken</cursief> na vaststelling toegezonden
                                    aan de bevoegde gezagsorganen voor basisonderwijs. De bevoegde
                                    gezagsorganen worden daarbij uitgenodigd voor een overleg over
                                    het voorstel. Dit overleg vindt plaats binnen <cursief>twee
                                        weken</cursief> na toezending van het voorstel. In het
                                    overleg worden de vertegenwoordigers van de bevoegde
                                    gezagsorganen in de gelegenheid gesteld te reageren op het
                                    voorstel tot inroostering. </al>
              </li>
              <li nr="7.">
                <al>Met inachtneming van de reacties van de bevoegde gezagsorganen
                                    stelt het college vóór <cursief>15 juni</cursief> volgend op de
                                    genoemde datum in het derde lid, de definitieve inroostering
                                    vast van het gebruik van de gymnastiekruimte voor het volgende
                                    schooljaar. Indien het college daarbij afwijkt van één of meer
                                    in het overleg als bedoeld in het zesde lid naar voren gebrachte
                                    reacties, dan wordt dit gemotiveerd. </al>
              </li>
              <li nr="8.">
                <al>Binnen <cursief>twee weken </cursief>na vaststelling van de
                                    inroostering ontvangen de betreffende bevoegde gezagsorganen een
                                    schriftelijke mededeling van het college over de inroostering in
                                    de beschikbare gymnastiekruimten van de onder hun bevoegd gezag
                                    staande school of scholen voor het volgende schooljaar. Deze
                                    mededeling is te beschouwen als een beslissing in de zin van
                                    artikel 22 en, indien van toepassing, een beslissing in de zin
                                    van artikel 32, vierde lid. </al>
                <al/>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>39</nr>
              <titel>Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel>
            </kop>
            <al><vet/> In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende,
                            waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>40</nr>
              <titel>Indexering</titel>
            </kop>
            <al><vet/> Het college stelt jaarlijks de in het kader van deze verordening
                            gehanteerde normbedragen voor de vergoeding van voorzieningen bij op
                            basis van de in <extref doc="#B4">bijlage IV </extref>, deel A opgenomen
                            prijsindexen en systematiek van prijsbijstelling.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>40a</nr>
              <titel>Bijlagen</titel>
            </kop>
            <al/>
            <al>Bij deze verordening behoren de bijlagen:</al>
            <lijst>
              <li nr="I.">
                <al>Criteria voor beoordeling van aangevraagde voorzieningen:</al>
              </li>
              <li nr="II.">
                <al>Criteria voor opstelling en toetsing van leerlingprognoses;</al>
              </li>
              <li nr="III.">
                <al>Criteria voor oppervlakte en indeling;</al>
              </li>
              <li nr="IV.">
                <al>Financiële normering</al>
              </li>
              <li nr="V.">
                <al>Criteria voor de urgentie van de aangevraagde voorzieningen</al>
                <al>Een en ander overeenkomstig de tekst van de bijlagen behorende
                                    bij de modelverordening van de VNG, zoals opgenomen in het
                                    “Handboek Onderwijshuisvesting” van SDU-uitgevers.</al>
                <al>De onderhavige bijlagen liggen voor een ieder kosteloos ter
                                    inzage op het gemeentehuis van het Bildt te St.-Annaparochie.
                                </al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>41</nr>
              <titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al/>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                                    voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente het Bildt
                                    2007.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de
                                    datum van de bekendmaking van deze verordening.</al>
                <al/>
                <al/>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 20
                        december 2007. </al>
          <al/>
          <al> Voorzitter, </al>
          <al/>
          <al/>
          <al>Griffier, </al>
          <al/>
        </slotformulering>
      </regeling-sluiting>
      <bijlage/>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
