<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:xopus="http://www.xopus.com/xmlns/xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta>
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>31158_6</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Afvalstoffenverordening van de gemeente het Bildt 2004</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">het Bildt</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2010-11-17</dcterms:modified>
      <dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:spatial>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:alternative>Afvalstoffenverordening van de gemeente het Bildt 2004</dcterms:alternative>
      <dcterms:subject>milieu</dcterms:subject>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Milieubeheer, art. 10.23</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Milieubeheer, art. 10.24</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Milieubeheer, art. 10.25</dcterms:source>
      <dcterms:issued>2004-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Bildtse Post</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:publisher scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:publisher>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-05-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2004-05-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>04.04.04</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
        <al>Geen.</al>
      </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>6 weken na bekendmaking</al>
        <al/>
        <al>Datum ondertekening inwerkingstredingbesluit 04-04-2004</al>
        <al>Bron ondertekening inwerkingstredingbesluit Bildtse Post</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule/>
    <regeling>
      <officiele-inhoudsopgave>
        <al>INHOUDSOPGAVE </al>
        <al/>
        <al>Algemene toelichting </al>
        <al/>
        <al>§1 Algemene bepalingen</al>
        <al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</al>
        <al>Artikel 2 Beslistermijn</al>
        <al>Artikel 3 Indiening aanvraag</al>
        <al>Artikel 4 Voorschriften en beperkingen</al>
        <al>Artikel 5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al>
        <al>Artikel 6 Intrekking of wijziging van de vergunning of ontheffing</al>
        <al/>
        <al>§2 Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen</al>
        <al> Artikel 7 Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars</al>
        <al>Artikel 8 Afzonderlijke inzameling</al>
        <al>Artikel 9 Inzamelmiddelen en -voorzieningen</al>
        <al>Artikel 10 Frequentie van inzamelen </al>
        <al>Artikel 11 Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                    vergunning</al>
        <al/>
        <al>§3 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</al>
        <al>Artikel 12 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke </al>
        <al>afvalstoffen aan anderen</al>
        <al>Artikel 13 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke </al>
        <al>afvalstoffen door anderen dan gebruikers van percelen</al>
        <al>Artikel 14 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</al>
        <al>Artikel 15 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een
                    inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel</al>
        <al>Artikel 16 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een
                    inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen</al>
        <al>Artikel 17 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via
                    inzamelvoorzieningen op wijkniveau</al>
        <al>Artikel 18 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een
                    brengdepot op lokaal of regionaal niveau</al>
        <al>Artikel 19 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder
                    inzamelmiddel</al>
        <al>Artikel 20 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden </al>
        <al>Artikel 21 Het in bijzondere gevallen aanbieden van huishoudelijke
                    afvalstoffen</al>
        <al/>
        <al>§ 4 Inzameling van bedrijfsafvalstoffen</al>
        <al>Artikel 22 Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen</al>
        <al>Artikel 23 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                    inzameldienst</al>
        <al> Artikel 24 Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een </al>
        <al> ander dan de inzameldienst</al>
        <al/>
        <al>§ 5 Zwerfafval</al>
        <al>Artikel 25 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</al>
        <al>Artikel 26 Achterlaten van straatafval </al>
        <al>Artikel 27 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande</al>
        <al> afvalstoffen </al>
        <al>Artikel 28 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en </al>
        <al> drinkwaren</al>
        <al>Artikel 29 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal</al>
        <al>Artikel 30 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                    werkzaamheden</al>
        <al/>
        <al>§6 Overige onderwerpen die de verordening aangaan</al>
        <al>Artikel 31 Verbod op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig</al>
        <al>hebben van afvalstoffen</al>
        <al>Artikel 32 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</al>
        <al/>
        <al>§7 Slotbepalingen</al>
        <al>Artikel 33 Strafbepaling</al>
        <al>Artikel 34 Aanwijzing toezichthouders</al>
        <al>Artikel 35 Inwerkingtreding</al>
        <al>Artikel 36 Overgangsbepaling</al>
        <al>Artikel 37 Citeertitel</al>
      </officiele-inhoudsopgave>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>AFVALSTOFFENVERORDENING </al>
          <al/>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1:</nr>
            <titel>DE AFVALSTOFFENVERORDENING</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al/>
            <al>Algemene toelichting </al>
            <al>De afvalstoffenverordening heeft betrekking op die bepalingen die worden
                            gesteld voor het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen. Op
                            grond van artikel 10.23 Wm zijn gemeenten verplicht een
                            afvalstoffenverordening vast te stellen in het belang van de bescherming
                            van het milieu. Artikel 10.24 Wm schrijft de verplichte inhoud van de
                            afvalstoffenverordening voor. Artikel 10.25 Wm somt een aantal
                            onderwerpen op die facultatief in de afvalstoffenverordening kunnen
                            worden opgenomen.</al>
            <al/>
            <al>Overige wetgeving</al>
            <al>Met betrekking tot de inzameling van afvalstoffen zijn - voor de
                            gemeente en derden - ook andere wetten en verordeningen van belang. Wij
                            noemen de Wet milieubeheer (milieuvergunning), de bouwverordening
                            (bouwvergunning) en de APV (plaatsen voorwerpen op of aan de openbare
                            weg).</al>
            <al/>
            <al>Opbouw van de afvalstoffenverordening </al>
            <al/>
            <al>Paragraaf 1: Algemene bepalingen </al>
            <al/>
            <al>Paragraaf 2: Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen (regels over
                            inzameldienst, andere inzamelaars en houders van een inzamelvergunning
                            en de inzamelstructuur; geen regels voor het ter inzameling aanbieden
                            van afvalstoffen door de burger)</al>
            <al/>
            <al>Paragraaf 3: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                            (regels voor de burger over de aanbieding van huishoudelijke
                            afvalstoffen)</al>
            <al/>
            <al>Paragraaf 4: Inzameling van bedrijfsafvalstoffen</al>
            <al/>
            <al>Paragraaf 5: Zwerfafval</al>
            <al/>
            <al>Paragraaf 6: Overige onderwerpen die de afvalstoffenverordening
                            aangaan</al>
            <al/>
            <al>Paragraaf 7: Slotbepalingen (strafbaarstelling, toezicht en
                            overgangstermijn).</al>
            <al/>
            <al/>
            <al/>
          </structuurtekst>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>§1 ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>1. In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan:</al>
              <al>a. wet: Wet milieubeheer; </al>
              <al>b. inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van
                                afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden
                                en het feitelijk ophalen en innemen daarvan;</al>
              <al>c. ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van
                                afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief het
                                achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de
                                inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of
                                -voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats;</al>
              <al>d. inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd
                                hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer,
                                afvalemmer, kca-box of big bag, ten behoeve van één huishouden;</al>
              <al>e. inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen
                                bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een
                                verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot, ten behoeve van
                                meerdere huishoudens;</al>
              <al>f. inzameldienst: de krachtens artikel 7, eerste lid, aangewezen
                                inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke
                                afvalstoffen;</al>
              <al>g. andere inzamelaars: de krachtens artikel 7, tweede lid,
                                aangewezen personen en instanties, belast met het afzonderlijk
                                inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen;</al>
              <al>h. inzamelvergunning: de vergunning zoals bedoeld in artikel
                                11;</al>
              <al>i. gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente feitelijk
                                gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel
                                10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van
                                huishoudelijke afvalstoffen geldt;</al>
              <al>j. straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang
                                en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom,
                                plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet
                                zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel;</al>
              <al>k. wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden
                                met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die
                                wegen behorende paden en bermen of zijkanten;</al>
              <al>l. motorrijtuigen: alle voertuigen, bestemd om anders dan langs
                                spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een
                                mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel
                                door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>Beslistermijn</titel>
              </kop>
              <al>1. Het college beslist op een aanvraag voor een vergunning of
                                ontheffing binnen 8 weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen
                                is.</al>
              <al>2. Het college kan zijn beslissing voor ten hoogste 8 weken
                                verdagen.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3</nr>
                <titel>Indiening aanvraag</titel>
              </kop>
              <al>1. Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het college
                                besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al>
              <al>2. Voor bepaalde, door het college aan te wijzen, vergunningen of
                                ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4</nr>
                <titel>Voorschriften en beperkingen</titel>
              </kop>
              <al>1. Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in
                                het belang van de bescherming van het milieu. </al>
              <al>2. De houder van een vergunning of ontheffing is verplicht de
                                daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5</nr>
                <titel>Persoonlijk karakter van de vergunning of ontheffing</titel>
              </kop>
              <al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of
                                krachtens verordening anders is bepaald.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6</nr>
                <titel>Intrekking of wijziging van de vergunning of
                                    ontheffing</titel>
              </kop>
              <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of
                                gewijzigd:</al>
              <al>a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                gegevens zijn verstrekt;</al>
              <al>b. indien op grond van verandering van de omstandigheden of
                                inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging moet
                                worden gevorderd in het belang van de bescherming van het
                                milieu;</al>
              <al>c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften
                                en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al>
              <al>d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt
                                binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een
                                dergelijke termijn binnen een redelijke termijn;</al>
              <al>e. indien de houder dit verzoekt.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>§2 INZAMELING VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
              <al/>
            </structuurtekst>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7</nr>
                <titel>Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars</titel>
              </kop>
              <al>1. Het college wijst de inzameldienst aan, die belast is met de
                                inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.</al>
              <al>2. Naast de in het eerste lid genoemde inzameldienst kunnen
                                burgemeester en wethouders andere inzamelaars aanwijzen die belast
                                zijn met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke
                                afvalstoffen. </al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8</nr>
                <titel>Afzonderlijke inzameling</titel>
              </kop>
              <al>1. Door de inzameldienst of andere inzamelaars worden de volgende
                                categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk
                                ingezameld:</al>
              <al> a. groente-, fruit- en tuinafval</al>
              <al> b. klein chemisch afval; </al>
              <al> c. glas;</al>
              <al> d. oud papier en karton;</al>
              <al> e. textiel;</al>
              <al> f. wit- en bruingoed; </al>
              <al>g. particulier bouw- en sloopafval;</al>
              <al>h. (verduurzaamd) hout;</al>
              <al> i. grof tuinafval;</al>
              <al>j. asbest en asbesthoudend afval;</al>
              <al>k. grof huishoudelijk restafval;</al>
              <al> l. huishoudelijk restafval;</al>
              <al> m. metalen.</al>
              <al>2. Burgemeester en wethouders kunnen een omschrijving vaststellen
                                van de categorieën huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in het
                                eerste lid. </al>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9</nr>
                <titel>Inzamelmiddelen en -voorzieningen</titel>
              </kop>
              <al>1. De inzameling kan plaatsvinden via:</al>
              <al>a. een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel;</al>
              <al>b. een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal
                                percelen;</al>
              <al>c. een inzamelvoorziening op wijkniveau;</al>
              <al>d. een door het college aangewezen brengdepot op lokaal of regionaal
                                niveau.</al>
              <al>2. Burgemeester en wethouders kunnen aanwijzen via welk al dan niet
                                van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel of via welke
                                inzamelvoorziening de inzameling van een bepaalde categorie
                                huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een
                                perceel plaatsvindt. </al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10</nr>
                <titel>Frequentie van inzamelen</titel>
              </kop>
              <al>1. Huishoudelijk restafval wordt tenminste een maal per twee weken
                                bij elk perceel ingezameld.</al>
              <al>2. Groente-, fruit- en tuinafval wordt tenminste een maal per twee
                                weken afzonderlijk bij elk perceel ingezameld.</al>
              <al>3. Burgemeester en wethouders kunnen de frequentie van inzameling
                                vaststellen van de overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                die afzonderlijk in aangewezen delen van de gemeente bij elk perceel
                                worden ingezameld. </al>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>11</nr>
                <titel>Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                                    vergunning</titel>
              </kop>
              <al>1. Het is verboden zonder inzamelvergunning van burgemeester en
                                wethouders huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.</al>
              <al>2. De inzamelvergunning kan worden geweigerd in het belang van een
                                doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen.</al>
              <al>3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de
                                inzameldienst of andere inzamelaars.</al>
              <al>4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor personen of
                                instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij
                                algemene maatregel van bestuur een inzamelplicht hebben gekregen
                                voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>12</nr>
                <titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen aan anderen</titel>
              </kop>
              <al>1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te
                                bieden aan een ander dan de inzameldienst, andere inzamelaars en aan
                                de houders van een inzamelvergunning. </al>
              <al>2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor personen of
                                instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij
                                algemene maatregel van bestuur een inzamelplicht hebben gekregen
                                voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>13</nr>
                <titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen</titel>
              </kop>
              <al>1. Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om
                                huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan de
                                inzameldienst of de andere inzamelaars. </al>
              <al>2. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten dat het aan anderen
                                dan gebruikers van percelen verboden is om huishoudelijke
                                afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan de houder van een
                                inzamelvergunning. </al>
              <al/>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>14</nr>
                <titel>Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</titel>
              </kop>
              <al>1. Het is verboden om de volgende categorieën huishoudelijke
                                afvalstoffen anders dan afzonderlijk ter inzameling aan te
                                bieden:</al>
              <al> a. groente-, fruit- en tuinafval</al>
              <al> b. klein chemisch afval; </al>
              <al> c. glas;</al>
              <al> d. oud papier en karton;</al>
              <al> e. textiel;</al>
              <al> f. wit- en bruingoed; </al>
              <al>g. particulier bouw- en sloopafval;</al>
              <al>h. (verduurzaamd) hout;</al>
              <al>i. grof tuinafval;</al>
              <al>j. asbest en asbesthoudend afval;</al>
              <al>k. grof huishoudelijk restafval;</al>
              <al>l. huishoudelijk restafval;</al>
              <al>m. metalen.</al>
              <al>2. Burgemeester en wethouders kunnen de inzameldienst en andere
                                inzamelaars aanwijzen aan wie de in het eerste lid aangewezen
                                categorieën huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden. </al>
              <al>3. Het is verboden de aangewezen categorieën huishoudelijke
                                afvalstoffen aan te bieden aan anderen dan de krachtens het tweede
                                lid aangewezen inzameldienst en andere inzamelaars.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>15</nr>
                <titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via
                                    een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel</titel>
              </kop>
              <al>1. Het is voor de gebruiker van een perceel ten behoeve van wie
                                krachtens artikel 9, tweede lid, voor een bepaalde categorie
                                huishoudelijke afvalstoffen een inzamelmiddel is aangewezen of van
                                gemeentewege is verstrekt, verboden de betreffende afvalstoffen
                                anders aan te bieden dan via het daartoe aangewezen of verstrekte
                                inzamelmiddel.</al>
              <al>2. Het is voor de gebruiker van een perceel verboden andere
                                categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel aan te
                                bieden, dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel krachtens
                                artikel 9, tweede lid, is bestemd. </al>
              <al>3. Burgemeester en wethouders kan regels stellen omtrent de plaatsen
                                en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel
                                ter inzameling moeten worden aangeboden. </al>
              <al>4. Burgemeester en wethouders kan regels stellen met betrekking tot
                                het maximale gewicht van de afvalstoffen per inzamelmiddel en het
                                maximale aantal inzamelmiddelen dat per keer kan worden
                                aangeboden.</al>
              <al>5. Indien van gemeentewege een inzamelmiddel aan de gebruiker van
                                een perceel is verstrekt kan burgemeester en wethouders regels
                                stellen omtrent de voorwaarden waaronder het inzamelmiddel is
                                verstrekt, het gebruik en het reinigen daarvan. </al>
              <al>6. Indien het inzamelmiddel niet van gemeentewege is verstrekt, kan
                                burgemeester en wethouders eisen stellen aan het te gebruiken
                                inzamelmiddel.</al>
              <al>7. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze ter
                                inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald.</al>
              <al>8. Het is verboden voor anderen dan de gebruiker van een perceel ten
                                behoeve van wie krachtens artikel 9, tweede lid, een inzamelmiddel
                                is verstrekt of aangewezen, hun afvalstoffen ter inzameling aan te
                                bieden via dit inzamelmiddel. </al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>16</nr>
                <titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via
                                    een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep
                                    percelen</titel>
              </kop>
              <al>1. Het is de gebruiker van een perceel voor wie krachtens artikel 9,
                                tweede lid, mede ten behoeve van zijn perceel een inzamelvoorziening
                                voor een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen is
                                aangewezen, verboden de betreffende afvalstoffen anders aan te
                                bieden dan via de betreffende inzamelvoorziening.</al>
              <al>2. Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                via een inzamelvoorziening voor een aantal percelen aan te bieden,
                                dan de categorie waarvoor deze inzamelvoorziening krachtens artikel
                                9, tweede lid, is bestemd.</al>
              <al>3. Burgemeester en wethouders kan regels stellen ten aanzien van de
                                wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening
                                ten behoeve van een groep percelen moet worden aangeboden. </al>
              <al>4. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze aan
                                te bieden via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep
                                percelen dan krachtens het derde lid is bepaald.</al>
              <al>5. Het is verboden voor anderen dan de gebruikers van percelen voor
                                wie krachtens artikel 9, tweede lid, een inzamelvoorziening is
                                aangewezen, huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden via deze
                                inzamelvoorziening.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>17</nr>
                <titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via
                                    inzamelvoorzieningen op wijkniveau</titel>
              </kop>
              <al>1. Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                via een inzamelvoorziening op wijkniveau aan te bieden dan de
                                categorie waarvoor de inzamelvoorziening krachtens artikel 9, tweede
                                lid, is bestemd.</al>
              <al>2. Burgemeester en wethouders kan regels stellen omtrent de wijze
                                waarop huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                aangeboden via een inzamelvoorziening op wijkniveau. </al>
              <al>3. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze via
                                een inzamelvoorziening op wijkniveau ter inzameling aan te bieden
                                dan krachtens het tweede lid is bepaald.</al>
              <al>4. Het verbod in artikel 15, zevende lid, en artikel 16, vierde lid,
                                geldt niet voor het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via
                                inzamelvoorzieningen op wijkniveau overeenkomstig dit artikel.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>18</nr>
                <titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via
                                    een brengdepot op lokaal of regionaal niveau</titel>
              </kop>
              <al>1. Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau aan te bieden dan
                                de categorieën waarvoor het brengdepot krachtens artikel 9, tweede
                                lid, is bestemd. </al>
              <al>2. Burgemeester en wethouders kan regels stellen omtrent de wijze
                                waarop huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                aangeboden bij het brengdepot op lokaal of regionaal niveau. </al>
              <al>3. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze via
                                een brengdepot op lokaal of regionaal niveau ter inzameling aan te
                                bieden dan krachtens het derde lid is bepaald.</al>
              <al>4. Het verbod in artikel 15, zevende lid, en artikel 16, vierde lid,
                                geldt niet voor het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via
                                een brengdepot op lokaal of regionaal niveau overeenkomstig dit
                                artikel.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>19</nr>
                <titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                    zonder inzamelmiddel</titel>
              </kop>
              <al>1. Burgemeester en wethouders kan categorieën huishoudelijke
                                afvalstoffen aanwijzen die zonder inzamelmiddel als bedoeld in
                                artikel 9 van deze verordening ter inzameling kunnen worden
                                aangeboden.</al>
              <al>2. Burgemeester en wethouders kan regels stellen over de wijze
                                waarop deze categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling
                                moeten worden aangeboden. </al>
              <al>3. Het college kan regels stellen over het maximale gewicht, de
                                afmetingen en het volume waarop deze categorieën huishoudelijke
                                afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden. </al>
              <al>4. Het is verboden deze categorieën huishoudelijke afvalstoffen op
                                andere wijze ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel
                                is bepaald. </al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>20</nr>
                <titel>Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</titel>
              </kop>
              <al>1. Burgemeester en wethouders stelt de dagen en tijden vast waarop
                                categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                aangeboden. </al>
              <al>2. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen en
                                tijden ter inzameling aan te bieden dan krachtens het eerste lid is
                                bepaald. </al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>21</nr>
                <titel>Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                                    huishoudelijke afvalstoffen</titel>
              </kop>
              <al>In afwijking van hetgeen in deze paragraaf is bepaald kan
                                burgemeester en wethouders regels stellen omtrent het in bijzondere
                                gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                aan de inzameldienst of andere inzamelaars.</al>
              <al/>
              <al/>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>§4 INZAMELING VAN BEDRIJFSAFVALSTOFFEN</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
              <al/>
            </structuurtekst>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>22</nr>
                <titel>Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kan categorieën bedrijfsafvalstoffen
                                aanwijzen die door de inzameldienst worden ingezameld. </al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>23</nr>
                <titel>Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                                    inzameldienst</titel>
              </kop>
              <al>1. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen aan te bieden aan de
                                inzameldienst.</al>
              <al>2. Het verbod geldt niet voor de krachtens artikel 22 aangewezen
                                categorieën bedrijfsafvalstoffen, voorzover degene die gebruik maakt
                                van de inzameling door de inzameldienst voldoet aan de daarmee
                                ontstane belastingplicht. </al>
              <al>3. Burgemeester en wethouders kan regels stellen omtrent de dagen,
                                tijden, wijzen en plaatsen waarop de krachtens artikel 22 aangewezen
                                bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst ter inzameling kunnen
                                worden aangeboden. </al>
              <al>4. Het is verboden de krachtens artikel 22 aangewezen
                                bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden in strijd met deze
                                regels. </al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>24</nr>
                <titel>Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een
                                    ander dan de inzameldienst</titel>
              </kop>
              <al>1. HBurgemeester en wethouders kan regels stellen voor het ter
                                inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de
                                inzameldienst.</al>
              <al>2. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden
                                in strijd met deze regels. </al>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>§5 ZWERFAFVAL</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
            </structuurtekst>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>25</nr>
                <titel>Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</titel>
              </kop>
              <al>1. Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde
                                plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer
                                een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te
                                storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een
                                wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding
                                van het milieu.</al>
              <al>2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
              <al>Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden ter
                                bescherming van het milieu.</al>
              <al>3. Het verbod is niet van toepassing op:</al>
              <al>a. het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden van
                                huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen;</al>
              <al>b. het thuiscomposteren van groente-, fruit- en tuinafval;</al>
              <al>c. voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of
                                worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of
                                vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten van andere
                                werkzaamheden op of aan de weg.</al>
              <al>4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover de Wet
                                bodembescherming of het Bouwstoffenbesluit voorziet in de beoogde
                                bescherming van het milieu.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>26</nr>
                <titel>Achterlaten van straatafval</titel>
              </kop>
              <al>1. Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te laten
                                zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins
                                geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke
                                voorwerpen.</al>
              <al>2. Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te
                                laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of
                                voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>27</nr>
                <titel>Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                                    afvalstoffen</titel>
              </kop>
              <al>1. Het is verboden afvalstoffen of inzamelmiddelen die ter
                                inzameling gereed staan te doorzoeken en te verspreiden.</al>
              <al>2. Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter
                                inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen of deze omver te
                                werpen.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>28</nr>
                <titel>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                                    drinkwaren</titel>
              </kop>
              <al>De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren
                                worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is
                                verplicht:</al>
              <al>a. een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de
                                inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben,
                                waarin het publiek afval kan achterlaten;</al>
              <al>b. zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp
                                van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk
                                geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds tijdig
                                wordt geledigd;</al>
              <al>c. zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van
                                de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van
                                een ambtenaar, belast met de toezicht op de naleving van dit
                                artikel, in de nabijheid van de inrichting achtergebleven afval,
                                voorzover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, wordt
                                opgeruimd.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>29</nr>
                <titel>Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                                    promotiemateriaal</titel>
              </kop>
              <al>Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of dergelijke of
                                ander promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht
                                deze of de verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten
                                opruimen, indien deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op
                                de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het
                                publiek worden weggeworpen.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>30</nr>
                <titel>Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                                    werkzaamheden</titel>
              </kop>
              <al>1. Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te
                                laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te
                                verrichten dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan
                                worden beïnvloed.</al>
              <al>2. Indien bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen,
                                stoffen of voorwerpen deze weg wordt verontreinigd of het milieu
                                nadelig wordt beïnvloed, is degene die genoemde werkzaamheden
                                verricht alsmede diens opdrachtgever verplicht deze weg te reinigen
                                of te laten reinigen:</al>
              <al>a. direct na het ontstaan van de verontreiniging, indien de
                                verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of
                                beschadiging van het wegdek oplevert;</al>
              <al>b. direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de
                                verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het verkeer of
                                beschadiging van het wegdek oplevert;</al>
              <al>c. indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke dag direct
                                na beëindiging van de werkzaamheden.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>§6 OVERIGE ONDERWERPEN DIE DE VERORDENING AANGAAN</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
              <al/>
            </structuurtekst>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>31</nr>
                <titel>Verbod opslag van afvalstoffen</titel>
              </kop>
              <al>1. Het is verboden afvalstoffen op voor het publiek zichtbare plaats
                                in de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben.</al>
              <al>2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod. </al>
              <al>3. Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter
                                inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de
                                inzameldienst, andere inzamelaars of aan houders van een
                                inzamelvergunning.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>32</nr>
                <titel>Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</titel>
              </kop>
              <al>Het is de eigenaar of kentekenhouder verboden zich te ontdoen van
                                een autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door
                                afgifte aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit
                                Beheer Autowrakken.</al>
              <al/>
              <al/>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>§7 SLOTBEPALINGEN</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
            </structuurtekst>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>33</nr>
                <titel>Strafbepaling</titel>
              </kop>
              <al>Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een strafbaar
                                feit in de zin van artikel 1a, onder 3º, Wet op de economische
                                delicten:</al>
              <al/>
              <al>Artikel Onderwerp </al>
              <al>Artikel 12 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen aan anderen</al>
              <al>Artikel 13 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen door anderen dan gebruikers van percelen</al>
              <al>Artikel 14 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</al>
              <al>Artikel 15 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel</al>
              <al>Artikel 16 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen</al>
              <al>Artikel 17 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                via inzamelvoorzieningen op wijkniveau</al>
              <al>Artikel 18 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau</al>
              <al>Artikel 19 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                zonder inzamelmiddel</al>
              <al>Artikel 20 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden </al>
              <al>Artikel 23 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                                inzameldienst</al>
              <al>Artikel 24 Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan
                                een ander dan de inzameldienst</al>
              <al>Artikel 25 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</al>
              <al>Artikel 26 Achterlaten van straatafval </al>
              <al>Artikel 27 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed
                                staande afvalstoffen </al>
              <al>Artikel 28 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet-
                                en drinkwaren</al>
              <al>Artikel 29 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                                promotiemateriaal</al>
              <al>Artikel 30 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                                werkzaamheden</al>
              <al>Artikel 31 Verbod op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig
                                hebben van afvalstoffen</al>
              <al>Artikel 32 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>34</nr>
                <titel>Toezichthouders</titel>
              </kop>
              <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de krachtens artikel 18.4, derde lid,
                                van de wet aangewezen ambtenaren.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>35</nr>
                <titel>Inwerkingtreding</titel>
              </kop>
              <al>1. Deze verordening treedt in werking zes weken na
                                bekendmaking.</al>
              <al>2. Afdeling 4.2 Afvalstoffen (artikel 4.2.1.1 t/m 4.2.4.3) en de
                                artikelen 4.4.1 t/m 4.4.4 en 4.4.7 van de Algemene Plaatselijke
                                Verordening voor de gemeente het Bildt 1994, in 2000 is gewijzigd
                                bij raadsbesluit van 23 november 2000, No. 001105, wordt
                                ingetrokken.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>36</nr>
                <titel>Overgangsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>1. Vergunningen en ontheffingen verleend krachtens de verordening
                                bedoeld in artikel 35, tweede lid, blijven - indien en voorzover het
                                gebod of het verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking
                                heeft, ook vervat is in deze verordening en voorzover zij niet
                                eerder zijn vervallen of ingetrokken na de inwerkingtreding van deze
                                verordening van kracht.</al>
              <al>2. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordening
                                bedoeld in artikel 35, tweede lid, blijven - indien en voor zover de
                                bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn
                                opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet
                                eerder zijn vervallen of ingetrokken na de inwerkingtreding van deze
                                verordening van kracht.</al>
              <al>3. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond
                                van de verordening bedoeld in artikel 35, tweede lid, is ingediend
                                en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog
                                niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige
                                bepaling van de onderhavige verordening toegepast.</al>
              <al>4. Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
                                vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel
                                voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na
                                het tijdstip bedoeld in artikel 35, eerste lid, is ingekomen binnen
                                de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing
                                van de verordening bedoeld in artikel 35, tweede lid.</al>
              <al>5. In afwijking van het eerste lid, blijft een vergunning of
                                ontheffing van kracht, totdat onherroepelijk is beslist op een
                                aanvraag voor een, krachtens een in deze verordening overeenkomstig
                                opgenomen gebod of verbod vereiste vergunning of ontheffing, indien
                                deze aanvraag ten minste acht weken voor afloop van de in het eerste
                                lid genoemde termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is
                                ingediend.</al>
              <al>6. Gebod- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing
                                vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in de
                                verordening als bedoeld in artikel 35, tweede lid zijn niet van
                                toepassing:</al>
              <al>a. gedurende 26 weken na het in werking treden van deze
                                verordening;</al>
              <al>b. ook na de onder a bepaalde termijn, voor zover degene die de
                                vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een
                                aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze aanvraag is
                                beslist.</al>
              <al>7. De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 35, tweede
                                lid heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die
                                verordening genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en
                                voorzover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn
                                gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet
                                eerder zijn vervallen of ingetrokken. </al>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>37</nr>
                <titel>Citeerbepaling</titel>
              </kop>
              <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening van
                                de gemeente het Bildt 2004.</al>
              <al/>
              <al/>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2:</nr>
            <titel>ARTIKELGEWIJS COMMENTAAR</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 1</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.2.1.1 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Definities uit de Wet milieubeheer(Wm)</al>
            <al>In dit artikel zijn alleen die begripsomschrijvingen opgenomen die
                            specifiek zijn voor deze verordening. Relevante begrippen die reeds in
                            artikel 1.1 van de Wet milieubeheer (hierna te noemen Wm) zijn
                            omschreven, worden, voorzover bij de omschrijving in de wet wordt
                            aangesloten, niet in dit artikel herhaald. Daarbij gaat het om de
                            volgende begrippen.</al>
            <al/>
            <al>Afvalstoffen Alle stoffen, preparaten of andere producten die behoren
                            tot de categorieën die zijn genoemd in bijlage I bij richtlijn nr.
                            75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975
                            betreffende afvalstoffen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is
                            zich te ontdoen of zich moet ontdoen.</al>
            <al/>
            <al>Doelmatig beheer van afvalstoffen Zodanig beheer van afvalstoffen dat
                            daarbij rekening wordt gehouden met het geldende afvalbeheerplan, dan
                            wel de voor de vaststelling van het plan geldende bepalingen, dan wel de
                            voorkeursvolgorde aangegeven in artikel 10.4, en de criteria, genoemd in
                            artikel 10.5, eerste lid.</al>
            <al/>
            <al>Huishoudelijke afvalstoffen Afvalstoffen afkomstig uit particuliere
                            huishoudens, behoudens voor zover het afgegeven of ingezamelde
                            bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als
                            gevaarlijke afvalstoffen.</al>
            <al/>
            <al>Bedrijfsafvalstoffen Afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke
                            afvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.</al>
            <al/>
            <al>Gevaarlijke afvalstoffen Bij ministeriële regeling als zodanig
                            aangewezen afvalstoffen, met inachtneming van ter zake voor Nederland
                            verbindende verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke
                            organisaties.</al>
            <al/>
            <al>Afvalbeheerplan Het afvalbeheerplan, bedoeld in 10.3. (nb. LAP
                            2002-2012)</al>
            <al/>
            <al>Afvalstoffenverordening De verordening, bedoeld in 10.23.</al>
            <al/>
            <al>Beheer van afvalstoffen Inzameling, vervoer, nuttige toepassing of
                            verwijdering van afvalstoffen.</al>
            <al/>
            <al>Nuttige toepassing De handelingen die zijn genoemd in bijlage II B bij
                            richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van
                            15 juli 1975 betreffende afvalstoffen.</al>
            <al/>
            <al>Verwijdering De handelingen die zijn genoemd in bijlage II A bij
                            richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van
                            15 juli 1975 betreffende afvalstoffen.</al>
            <al/>
            <al>Grof huishoudelijk afval</al>
            <al>Het begrip huishoudelijke afvalstoffen omvat ook grof huishoudelijk
                            afval. Onder grof huisafval worden verstaan ‘huishoudelijke afvalstoffen
                            die te groot en te zwaar zijn om op dezelfde wijze als de andere
                            huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst te worden aangeboden’. </al>
            <al/>
            <al>b. Inzamelen</al>
            <al>Het begrip ‘inzamelen’ is gedefinieerd om uitdrukkelijk vast te leggen
                            dat er sprake is van een brede omschrijving. Hiervoor is gekozen om
                            recht te doen aan het feit dat een gemeentelijke inzamelstructuur steeds
                            meer bestaat uit zowel haal- als brengvoorzieningen op verschillende
                            niveaus. Om te kunnen beoordelen of het verlenen van een
                            inzamelvergunning in strijd is met de gemeentelijke inzamelstructuur,
                            moet dan ook naar dat geheel van haal- en brengvoorzieningen worden
                            gekeken. Ook voor het innemen van huishoudelijke afvalstoffen in een
                            winkel, of een brengvoorziening voor textielafval, is een
                            inzamelvergunning nodig (tenzij sprake is van een aanwijzing op grond
                            van artikel 7, tweede lid - zie de toelichting bij artikel 7). Bovendien
                            maakt een bredere omschrijving van het begrip inzamelen de veelheid van
                            termen uit de vorige modelbepalingen (‘aan te bieden of over te dragen’,
                            ‘achterlaten’, etc.) overbodig. Wel is een ondergrens aangebracht:
                            voordat sprake kan zijn van inzamelen, dienen de afvalstoffen ter
                            inzameling te worden aangeboden. Voor de omschrijving van het begrip
                            ‘ter inzameling aanbieden’ geldt dezelfde brede invulling met betrekking
                            tot haal- en brengvoorzieningen, nu van de kant van degene die zich van
                            afval wenst te ontdoen.</al>
            <al/>
            <al>i. Straatafval, zwerfafval en illegale dumping</al>
            <al>Straatafval wordt gedefinieerd als “huishoudelijke afvalstoffen van zeer
                            beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken,
                            kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren,
                            niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel”. </al>
            <al/>
            <al>De Wet milieubeheer voorziet niet in een definitie van het begrip
                            zwerfafval. Dit heeft te maken met het feit dat het begrip in de
                            praktijk weinig problemen oplevert, terwijl een juridisch sluitende
                            definitie moeilijk te geven is. In het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP)
                            en het Convenant verpakkingen III, deelconvenant zwerfafval is wel een
                            definitie opgenomen: </al>
            <al>“Zwerfafval is afval dat door mensen bewust of onbewust is weggegooid of
                            achtergelaten op plaatsen die daar niet voor bestemd zijn of door
                            indirect toedoen of nalatigheid van mensen op zulke plaatsen terecht is
                            gekomen. Dit afval bestaat voornamelijk uit verpakkingsmateriaal van
                            consumpties (blikjes, flesjes, wikkels, patatbakjes), sigarettenpeuken,
                            kauwgomresten en allerhande gebruiksgoederen als kranten, folders en
                            tissues”.</al>
            <al>Het verschil tussen straatafval en zwerfafval is dat straatafval, dat
                            niet in een prullenmand wordt achtergelaten, maar in de openbare ruimte
                            terecht komt, zwerfafval wordt (zie ook artikel 26 van deze
                            verordening).</al>
            <al/>
            <al>Onder zwerfafval wordt ook niet verstaan illegale dumping van afval. In
                            tegenstelling tot bij zwerfafval, gaat het bij illegale dumping niet om
                            een of enkele restanten van consumptie, maar om grotere hoeveelheden
                            afval (bijvoorbeeld met een volume van tenminste en plastic tas).
                            Bovendien gaat het niet om afval dat uit nalatigheid of gemakzucht wordt
                            achtergelaten of weggegooid. De ontdoener kiest er namelijk zeer bewust
                            voor om het afval niet via de daarvoor geëigende manier af te voeren,
                            maar om het onbeheerd achter te laten in de openbare ruimte. Het kan
                            zowel huishoudelijk als bedrijfsafval zijn Veel voorkomend illegaal
                            gedumpt afval is huisvuil, tuinafval, fietswrakken, accu’s, meubilair en
                            autobanden. Ook het bijplaatsen van afval bij inzamelvoorzieningen valt
                            onder illegale dumping.</al>
            <al/>
            <al>h. Gebruiker van een perceel</al>
            <al>De omschrijving ‘gebruiker van een perceel’ sluit aan bij de
                            begripsomschrijving in de VNG-modelverordening reinigingsheffingen. Deze
                            is opgenomen om te kunnen bepalen dat alleen diegenen die in de gemeente
                            betalen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, gebruik
                            mogen maken van de inzamelvoorzieningen (zie de toelichting bij artikel
                            13).</al>
            <al/>
            <al>j. Wegenverkeerswet 1994</al>
            <al>De omschrijvingen van de begrippen ‘wegen’ en ‘motorrijtuigen’ zijn
                            ontleend aan de Wegenverkeerswet 1994.</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 2</al>
            <al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 1.2 model-APV:
                            Beslistermijn. </al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 3</al>
            <al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 1.3 model-APV: Indiening
                            aanvraag. </al>
            <al/>
            <al>Aanvraagformulier</al>
            <al>Indien daartoe behoefte bestaat, kan dit artikel worden uitgebreid met
                            een derde lid: </al>
            <al>“Voor het aanvragen van een vergunning of ontheffing krachtens deze
                            verordening wordt gebruik gemaakt van het door het college vastgestelde
                            aanvraagformulier.”</al>
            <al>Commentaar artikel 4</al>
            <al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 1.4 model-APV:
                            Voorschriften en beperkingen. </al>
            <al/>
            <al>Belang van de bescherming van het milieu</al>
            <al>De gemeenteraad stelt op grond van artikel 10.23, eerste lid, Wm in het
                            belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening
                            vast. De voorschriften of beperkingen die aan een vergunning of
                            ontheffing krachtens de afvalstoffenverordening kunnen worden verbonden
                            beogen dus het belang van het milieu te beschermen. </al>
            <al>De memorie van toelichting zegt over artikel 10.23, eerste lid, Wm nog
                            het volgende. “De gemeenten zijn gehouden om een afvalstoffenverordening
                            vast te stellen. De regels worden vastgesteld in het belang van het
                            milieu. Dat is ruimer dan de doelmatige verwijdering van afvalstoffen.
                            Ook regels die beogen de milieu-aspecten van handelingen met
                            afvalstoffen te beperken, zijn daardoor mogelijk.” </al>
            <al/>
            <al>Inzage vergunning of ontheffing</al>
            <al>Indien daartoe behoefte bestaat, kan dit artikel worden uitgebreid met
                            een derde lid.</al>
            <al/>
            <al>“De houder van een vergunning of ontheffing is verplicht deze of een
                            gewaarmerkt afschrift daarvan ter inzage te geven op eerste vordering
                            van een ambtenaar, die belast is met de zorg voor de naleving van het
                            bij of krachtens deze verordening bepaalde.”</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 5</al>
            <al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 1.5 model-APV:
                            Persoonlijk karakter van de vergunning of ontheffing.</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 6</al>
            <al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 1.6 model-APV: Intrekking
                            of wijziging van de vergunning of ontheffing. </al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 7</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.2.2.1 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Eerste lid: De aanwijzing van de inzameldienst bij
                            uitvoeringsbesluit</al>
            <al>De gemeente is op basis van artikel 10.24, eerste lid, onder a, Wm
                            verplicht bij of krachtens de verordening een inzameldienst aan te
                            wijzen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Dit is een
                            wezenlijke verandering ten opzichte van artikel 10.10 Wm (oud). Op grond
                            van artikel 10.24, eerste lid, onder a, Wm kan de inzameldienst voortaan
                            bij uitvoeringsbesluit worden aangewezen in plaats van bij verordening.
                            Zie hiervoor ook de parlementaire geschiedenis. </al>
            <al/>
            <al>Tweede lid: De aanwijzing van andere inzamelaars</al>
            <al>De nieuwe, bredere grondslag van de afvalstoffenverordening ten aanzien
                            van huishoudelijk afval is vastgelegd in artikel 10.24, tweede lid,
                            onder b, Wm. Op basis hiervan kunnen regels worden gesteld voor het
                            inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Zoals de Memorie van
                            Toelichting stelt, gaat het hierbij vooral om de inzameling van
                            bestanddelen van het huishoudelijk afval door anderen dan de
                            inzameldienst. </al>
            <al>Voorheen werd in de oude afvalstoffenverordening artikel 10.10 Wm (oud)
                            zodanig geïnterpreteerd dat alleen de inzameldienst bij verordening
                            diende te worden aangewezen en dat andere personen en instanties bij
                            besluit van het college konden worden aangewezen. Het commentaar in de
                            oude afvalstoffenverordening luidde hierover: “Wanneer al deze
                            inzamelaars bij de verordening zouden moeten worden aangewezen, zou
                            iedere keer wanneer zich een wijziging voordoet in het bestand van
                            inzamelaars, de verordening moeten worden gewijzigd door middel van een
                            besluit van de gemeenteraad. Het lijkt gerechtvaardigd artikel 10.24,
                            eerste lid, onder a, Wm zo te interpreteren dat de verplichting om een
                            inzameldienst aan te wijzen alleen geldt voor de integraal ingezamelde
                            huishoudelijke afvalstoffen. Voor de inzameling van de afzonderlijke
                            componenten zou dan een bepaling kunnen worden opgenomen dat het college
                            personen of instanties kan aanwijzen die hiermee belast worden.” </al>
            <al>Naar aanleiding van deze interpretatie werd het tweede lid toegevoegd,
                            op grond waarvan andere inzamelaars bij besluit van het college konden
                            worden aangewezen. Op grond van artikel 10.24, tweede lid, onder b, Wm
                            is deze interpretatie voortaan wettelijk verankerd.</al>
            <al/>
            <al>Tweede lid:Detaillisten/reparatiebedrijven </al>
            <al>De aanwijzing op grond van het tweede lid van dit artikel kan ook worden
                            gebruikt om detaillisten die bijvoorbeeld batterijen van particulieren
                            inzamelen, op hun verzoek aan te merken als inzamelpunt. Zij hoeven dan
                            niet te beschikken over een vergunning als bedoeld in artikel 11. In het
                            kader van de aanwijzing als inzamelpunt kunnen nadere afspraken worden
                            gemaakt met de inzamelende persoon of instantie over bijvoorbeeld de
                            wijze van inzameling, opslag en de afgifte aan de gemeente, monitoring,
                            etc. </al>
            <al>Indien detaillisten en/of reparatiebedrijven in een amvb zijn aangewezen
                            als inzamelende instantie is de gemeente niet bevoegd daarover nadere
                            regels te stellen. Dit betekent dat detaillisten en/of
                            reparatiebedrijven geen vergunning of aanwijzing van de gemeente nodig
                            hebben om huishoudelijke apparaten in te nemen. Dit geldt bijvoorbeeld
                            voor het Besluit beheer wit- en bruingoed (voorheen het Besluit
                            verwijdering wit- en bruingoed).</al>
            <al/>
            <al>Mogelijke inzamelaars</al>
            <al>Onderscheid kan worden gemaakt tussen de volgende inzamelaars.</al>
            <al>De inzameldienst, die op grond van het eerste lid wordt aangewezen door
                            het college, belast met de inzameling van huishoudelijke
                            afvalstoffen.</al>
            <al>Andere inzamelaars, die op grond van het tweede lid worden aangewezen
                            door het college, belast met de afzonderlijke inzameling van categorieën
                            huishoudelijke afvalstoffen.</al>
            <al>Houders van een inzamelvergunning op grond van artikel 11 van deze
                            verordening, belast met de afzonderlijke inzameling van categorieën
                            huishoudelijke afvalstoffen. Zie hiervoor artikel 11.</al>
            <al/>
            <al>Tweede lid:Verzelfstandigde reinigingsdienst</al>
            <al>Gemeenten die hun inzameltaken hebben overgedragen aan een
                            verzelfstandigde reinigingsdienst, worden aangeraden om deze taken in
                            hun geheel over te dragen aan deze dienst (via het eerste lid van
                            artikel 7) en geen gebruik te maken van de aanwijzingsmogelijkheid op
                            basis van het tweede lid van artikel 7. Zie voor meer informatie over de
                            verzelfstandigde reinigingsdiensten de VNG-ledenbrief ‘Verzelfstandiging
                            van gemeentelijke organisatieonderdelen’ van 24 juli 1996, lbr.nr.
                            96/166, FEZ/604822.</al>
            <al/>
            <al>Europese aanbesteding</al>
            <al>Wanneer een gemeentelijke overheid een opdracht te vergeven heeft, kan
                            zij in aanraking komen met aanbestedingsregelgeving (zowel Europees als
                            nationaal). Aanbesteden betreft een vorm van inkopen. De Europese
                            aanbestedingsrichtlijnen zijn onder andere opgesteld om binnen de
                            Europese Unie en ten behoeve van het totstandkomen van een interne
                            markt, de vrije, eerlijke concurrentie te stimuleren. Daarnaast zou een
                            goede toepassing van de richtlijnen opdrachtgevers moeten brengen tot
                            een professioneler inkoopproces, waarbij integriteit van het bestuur,
                            transparantie en het verkrijgen van het beste product tegen de
                            voordeligste prijs (besparingen én efficiëntie derhalve) hoog in het
                            vaandel staan. In de praktijk betekent toepassing van de richtlijnen,
                            dat - voordat gemeenten contracten sluiten voor de uitvoering van
                            (bouw)werken, voor leveringen of voor dienstverlening aan de gemeente -
                            moet worden bekeken of de desbetreffende opdracht volgens een Europese
                            procedure aanbesteed dient te worden. </al>
            <al>De Europese aanbestedingsregels kunnen bij het inzamelen van afval in
                            een gemeente van toepassing zijn op de aanschaf van middelen zoals
                            (ondergrondse) afvalcontainers, inzamelvoertuigen en minicontainers. Ook
                            het uitbesteden van de inzameldienst dient in vrijwel alle gevallen
                            Europees te gebeuren. </al>
            <al>Meer informatie over Europese en nationale aanbesteding kan worden
                            gevonden op www.vngnet.nl, beleidsveld Wonen en economie.</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 8</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.2.2.2 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Eerste lid: Landelijk afvalbeheersplan</al>
            <al>Het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) benoemt in hoofdstuk 14 van deel 1
                            Beleidskader de volgende door de consument te scheiden afvalstoffen:
                            groente-, fruit- en tuinafval, papier en karton, glas, textiel, wit- en
                            bruingoed, klein chemisch afval, en componenten van grof huishoudelijk
                            afval (grof tuinafval, huishoudelijk bouw- en sloopafval, waaronder
                            verduurzaamd hout).</al>
            <al>Bij het vaststellen of wijzigen van de afvalstoffenverordening dient
                            rekening te worden gehouden met het LAP. In de opsomming in het eerste
                            lid van dit artikel is daarom aangesloten bij het LAP.</al>
            <al/>
            <al>Eerste lid: Provinciale milieuverordening</al>
            <al>Gemeenten kunnen daarnaast op basis van de provinciale milieuverordening
                            worden verplicht om bepaalde categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                            afzonderlijk in te zamelen en daarover regels op te nemen in de
                            verordening. In de model-PMV van het IPO betreft dit de categorieën oud
                            papier en karton, glas, textiel en wit- en bruingoed. In lid 1 genoemde
                            categorieën komen overeen met de model-PMV. De PMV´s worden op termijn
                            vervangen door Algemene Maatregelen van Bestuur.</al>
            <al/>
            <al>Eerste lid: GFT-afval</al>
            <al>Artikel 10.21 tweede lid, Wm verplicht gemeenten in ieder geval tot de
                            afzonderlijke inzameling van groente-, fruit- en tuinafval (GFT-afval).
                            Het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) gaat er in ieder geval van uit dat
                            GFT-afval apart wordt ingezameld. Ook het ministerie van VROM houdt vast
                            aan een verplichte GFT-inzameling. </al>
            <al>Desondanks is afwijking van deze verplichting mogelijk in het belang van
                            een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen, bijvoorbeeld om
                            redenen van de GFT-kwaliteit, kostenniveau of de milieuhygiëne. Op grond
                            van artikel 10.26, eerste lid, onder c, Wm kan bij verordening worden
                            bepaald dat in een deel van het grondgebied geen huishoudelijke
                            afvalstoffen worden ingezameld. In dit geval is de inspraakverordening
                            van toepassing en stelt het college de inspecteur op de hoogte van het
                            voornemen. Zie over dit onderwerp ook de VNG-ledenbrief van 3 april 2003
                            (Lbr. 03/43).</al>
            <al/>
            <al>Eerste lid: Besluit beheer wit- en bruingoed</al>
            <al>Ten slotte verplicht het Besluit beheer wit- en bruingoed (voorheen het
                            Besluit verwijdering wit- en bruingoed) gemeenten tot de gescheiden
                            inzameling van wit- en bruingoed, afkomstig van huishoudens. Voor groot
                            wit- en bruingoed geldt de inzamelplicht vanaf 1 januari 1999, voor
                            klein wit- en bruingoed per 1 januari 2000. Het besluit heeft een
                            bijlage waarin categorieën van producten zijn aangewezen. In de Regeling
                            aanwijzing producten wit- en bruingoed van 16 mei 1998 worden deze
                            categorieën omschreven en het onderscheid tussen groot en klein wit- en
                            bruingoed aangegeven. </al>
            <al/>
            <al>Eerste lid: Aanvulling lijst met andere categorieën</al>
            <al>De lijst genoemd in artikel 8 kan naar behoefte met andere categorieën
                            worden uitgebreid. De grondslag hiervoor is te vinden in artikel 10.21,
                            derde lid, Wm, waarin gesteld wordt dat de raad kan besluiten tot het
                            afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke
                            afvalstoffen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld , kunststof, ijzer of
                            autobanden.</al>
            <al/>
            <al>Eerste lid: Afstemming met artikel 14 Afzonderlijk ter inzameling
                            aanbieden</al>
            <al>In artikel 14 is een verbod opgenomen om opgesomde categorieën anders
                            dan afzonderlijk ter inzameling aan te bieden. Afstemming van artikel 8
                            met artikel 14 is gewenst. </al>
            <al/>
            <al>Eerste lid: Uitspraak Raad van State over textiel</al>
            <al>Textiel is een afvalstof in de zin van artikel 1.1, eerste lid, Wm. Dit
                            blijkt uit een uitspraak (voorlopige voorziening) van de Afdeling
                            Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS 28-01-2003,
                            200206958/1). </al>
            <al>Het Intergemeentelijk Orgaan Rivierenland (IOR) had een
                            inzamelvergunning voor textiel verleend aan een charitatieve instelling.
                            Het bestuur van het IOR besloot uit oogpunt van doelmatigheid de
                            inzameling van textiel zelf ter hand te nemen en de samenwerking met de
                            charitatieve instelling te beëindigen. In een spoedprocedure bij de Raad
                            van State werd door de instelling betoogd dat er geen sprake was van een
                            afvalstof, omdat het textiel met het oogmerk op hergebruik werd
                            ingeleverd en ingezameld. </al>
            <al>De Raad van State oordeelde echter anders. Het ingezamelde textiel
                            (draagbare en niet-draagbare kleding, lakens, dekens, grote lappen stof
                            en gordijnen) is aan te merken als een huishoudelijke afvalstof, omdat
                            de aangeboden kleding kennelijk ongesorteerd wordt aangeboden en daarom
                            nog een sorteerbewerking moet ondergaan. Een deel van de ingezamelde
                            textiel kan namelijk gebruikt worden overeenkomstig de oorspronkelijke
                            bestemming, een deel is slechts geschikt voor een ander gebruik en een
                            deel is onbruikbaar. </al>
            <al>De Raad van State verwijst ook naar een uitspraak van het Hof van
                            Justitie, waarin werd geoordeeld dat het toepassingsgebied van het
                            begrip afvalstof afhangt van de term “zich ontdoen van”. In de genoemde
                            feiten ligt volgens de Raad van State een aanwijzing besloten dat de
                            huishoudens zich van het textiel hebben willen ontdoen, voornemens zijn
                            zich daarvan te ontdoen of zich daarvan moeten ontdoen. De inzameling is
                            daarom primair een verantwoordelijkheid van de lokale gemeente.</al>
            <al/>
            <al>Voor de afvalstoffenverordening heeft de uitspraak van de Raad van State
                            de volgende consequentie. Het is niet aannemelijk is dat een burger zijn
                            textiel gesorteerd kan aanbieden. Immers deze kan niet weten voor welke
                            bestemming hij bijvoorbeeld lappen of kleren aanbiedt (hergebruik,
                            poetslap of onbruikbaar). Een sorteerbewerking lijkt hierdoor altijd
                            noodzakelijk. Gesteld kan worden dat de gemeente op grond van artikel
                            10.22 Wm een zorgplicht heeft voor de inzameling van textiel. Dat
                            betekent overigens niet dat de gemeente deze inzameling zelf ter hand
                            moet nemen. De gemeente kan op grond van artikel 7, tweede lid, van deze
                            afvalstoffenverordening besluiten andere inzamelaars aanwijzen die met
                            de inzameling van het textiel belast zijn. Ook kan het college op grond
                            van artikel 11 van deze afvalstoffenverordening besluiten een
                            inzamelvergunning te verlenen.</al>
            <al/>
            <al>Benadrukt moet worden dat de uitspraak van de Afdeling
                            Bestuursrechtspraak van de Raad van State een voorlopige voorziening is
                            en dat in een bodemprocedure anders kan worden bepaald.</al>
            <al/>
            <al>Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede lid</al>
            <al>In het tweede lid van deze bepaling is bepaald dat het college een
                            omschrijving kan vaststellen voor categorieën huishoudelijke
                            afvalstoffen. Voor oud papier en karton, glas en textiel kunnen
                            bijvoorbeeld de volgende omschrijvingen worden gehanteerd:</al>
            <al/>
            <al>- oud papier en karton: droog en schoon oud papier en karton;</al>
            <al>- glas: eenmalige glasverpakkingen;</al>
            <al>- textiel: kleding en huishoudtextiel, zoals lakens, dekens, handdoeken
                            en dergelijke, schoeisel, grote lappen stof en gordijnen.</al>
            <al/>
            <al>Een bredere omschrijving is mogelijk.</al>
            <al/>
            <al>Het vastleggen van een omschrijving van de verschillende categorieën
                            huishoudelijke afvalstoffen is van belang om te kunnen ingrijpen bij
                            vervuiling van de fracties vanwege verkeerd aanbiedgedrag. Een te zeer
                            vervuilde fractie kan leiden tot kostentoerekening voor de verwijdering
                            door de be- of verwerker aan de gemeente, en in het uiterste geval tot
                            weigering van de ingezamelde fractie. </al>
            <al>Het verdient in dat verband aanbeveling om in het collegebesluit ook een
                            ‘welles-nietes’-lijst op te nemen, waarin is aangegeven welke
                            componenten de betreffende afvalcategorie omvat en welke daartoe juist
                            niet behoren (zie bijvoorbeeld de welles-nietes-lijsten in de
                            VNG-handreiking Gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen en in
                            het gft-boekje van het Afval Overleg Orgaan). De lijst kan worden
                            aangepast aan lokale eisen (wel of geen kattenbakvulling met milieukeur
                            bij het gft-afval?). </al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 9</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.2.2.3 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Eerste lid</al>
            <al>In artikel 9 worden de niveaus van inzameling aangegeven. Hiermee wordt
                            recht gedaan aan de vervaging van het onderscheid tussen
                            huis-aan-huisinzameling en inzameling via brengvoorzieningen op
                            verschillende niveaus. </al>
            <al/>
            <al>Eerste lid, onder a: Inzameling bij elk perceel(haalsysteem)</al>
            <al>Op grond van artikel 10.21, eerste lid, Wm is de gemeente verplicht tot
                            het wekelijks inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen bij elk binnen
                            haar grondgebied gelegen perceel. Op grond van artikel 10.21, tweede
                            lid, Wm wordt daarbij in ieder geval groente-, fruit- en tuinafval
                            afzonderlijk ingezameld. </al>
            <al>De raad kan overigens afwijken van de wekelijkse inzamelfrequentie (zie
                            het commentaar op artikel 10 van deze verordening). </al>
            <al>De inzameling bij elk perceel is individueel en vindt plaats bij elke
                            woning via een haalsysteem. De bewoners maken gebruik van individuele
                            inzamelmiddelen, zoals vuilniszakken of minicontainers.</al>
            <al/>
            <al>Eerste lid, onder a: Inzameling bij hoogbouw</al>
            <al>Voor het bewaren en aanbieden van huishoudelijk afval kan van
                            gemeentewege eventueel een bewaar- of inzamelmiddel worden verstrekt. De
                            inzamelmiddelen worden buitengezet op de dag van inzameling. Bij
                            hoogbouw kunnen inpandige inzamelvoorzieningen worden getroffen, zoals
                            stortkokers of containers. Benadrukt moet worden dat een of meer
                            inzamelcontainers bij één flat, moet worden gezien als inzameling bij
                            elk perceel. Zie ook voor inpandige inzamelvoorzieningen ook het
                            commentaar op artikel 16.</al>
            <al/>
            <al>Eerste lid, onder b: Inzameling nabij elk perceel(brengsysteem)</al>
            <al>In afwijking van artikel 10.21 Wm kan de raad op grond van artikel 10.26
                            eerste lid, onder b, Wm bij verordening besluiten dat - in plaats van
                            bij elk perceel - nabij elk perceel wordt ingezameld. Gemeenten moeten
                            daarbij wel voldoen aan randvoorwaarden die zijn opgenomen in de
                            ‘Regeling voorwaarden inzamelen huishoudelijke afvalstoffen nabij elk
                            perceel’. Deze regeling is in november 1998 in werking getreden (zie ook
                            artikel 10.26, vierde lid, Wm).</al>
            <al>Indien de raad besluit tot de inzameling nabij elk perceel, is hij
                            verplicht om de inspraakverordening toe te passen (zie artikel 10.26,
                            tweede lid, Wm). Daarnaast is het college verplicht om de inspecteur op
                            de hoogte te stellen van het voornemen tot dit besluit (zie artikel
                            10.26, derde lid, Wm).</al>
            <al/>
            <al>Voor de inzameling nabij elk perceel wordt gebruik gemaakt van
                            collectieve inzamelmiddelen, brengsystemen waar een groep huishoudens
                            gezamenlijk gebruik van maakt. Huishoudelijk afval wordt dus niet bij
                            elk perceel - bij elke woning - opgehaald, maar vanaf een centraal punt
                            bij voor meerdere huishoudens gezamenlijk. De huishoudens beschikken
                            over individuele bewaarmiddelen en moeten deze brengen naar de plaats
                            waar het collectieve inzamelmiddel staat opgesteld. </al>
            <al/>
            <al>Inzameling nabij elk perceel: clusterplaatsen en
                            inzamelvoorzieningen</al>
            <al>Inzameling nabij elk perceel kan op de volgende manieren plaatsvinden,
                            via clusterplaatsen en via inzamelcontainers nabij elk perceel. </al>
            <al>Een inzamelcontainer kan boven- of ondergronds zijn. </al>
            <al>Een clusterplaats is een plaats waar de burger het inzamelmiddel op de
                            dag van ophalen naar toe brengt. Voorbeelden van clusterplaatsen zijn:
                            een parkje, een pleintje, een parkeerplaats waar op de dag van
                            inzameling niet mag worden geparkeerd of een centrale plaats op de
                            stoep.</al>
            <al/>
            <al>Voor beide vormen van collectieve inzameling geldt dat de inzameling
                            laagdrempelig moet zijn.</al>
            <al>Voor de clusterplaats geldt dat dit het geval is als de afstand tussen
                            perceel en clusterplaats niet meer is dan 75 meter, waarbij de raad in
                            bijzondere gevallen maximaal 125 meter kan toestaan. </al>
            <al>Voor de inzamelvoorzieningen geldt hetzelfde, echter aangevuld met een
                            aantal extra eisen. Deze eisen zijn: de inzamelvoorziening is voor een
                            ieder goed bereikbaar en toegankelijk, de afvalstoffen kunnen eenvoudig
                            worden achtergelaten en er wordt tussen clusterplaatsen en overige
                            inzamelwijzen nabij elk perceel (de zogenaamde inzamelvoorzieningen
                            gelegenheid gegeven om ten minste 12 aaneengesloten uren per week
                            huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden.</al>
            <al/>
            <al>Handreiking inzamelen bij/nabij elk perceel</al>
            <al>Naar aanleiding van deze regeling heeft de VNG de ‘Handreiking inzamelen
                            bij/nabij elk perceel’ opgesteld, die in 1999 verschenen is (ISBN 90 322
                            7344 2). Deze handreiking gaat in op de keuze tussen bij en nabij elk
                            perceel inzamelen en beoogt het bieden van een afwegingskader van alle
                            lokale belangen. Uitgegaan wordt van een gelijkwaardigheid van beide
                            inzamelwijzen. </al>
            <al/>
            <al>Eerste lid, onder c: Inzamelvoorziening op wijkniveau</al>
            <al>Gedacht kan worden aan zogenaamde wijkcontainers waar de burger
                            bijvoorbeeld glas en oud papier en karton naar toe brengt.</al>
            <al/>
            <al>Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede lid</al>
            <al>Het college kan voor iedere gebruiker van een perceel per categorie
                            huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen via welk(e) inzamelmiddel of
                            -voorziening wordt ingezameld. De inzamelmiddelen kunnen van
                            gemeentewege worden verstrekt of geplaatst, of moeten door de burger
                            zelf worden aangeschaft.</al>
            <al>Bij dit uitvoeringsbesluit kan worden gedacht aan een overzicht van de
                            gemeente, waarop is aangegeven waar ingezameld wordt via inzamelmiddelen
                            voor de gebruiker van een perceel, dan wel via inzamelvoorzieningen voor
                            een groep gebruikers van percelen. </al>
            <al>Wat betreft de inzamelvoorzieningen op wijkniveau (zoals glasbakken) en
                            de brengdepots kan eventueel worden volstaan met het aanwijzen van de
                            categorie van huishoudelijk afval waarvoor de voorziening is bestemd
                            (dit kan bijvoorbeeld door het aanbrengen van een pictogram op de
                            container). Het opstellen van een dergelijk overzicht is bewerkelijker
                            naarmate de variatie in inzamelmiddelen en -voorzieningen tussen
                            gebruikers groter is. </al>
            <al>In de artikelen 15 tot en met 18 wordt naar artikel 9, tweede lid,
                            terugverwezen. Specifieke aanwijzing van de groep gebruikers van
                            percelen die hun afvalstoffen via een bepaalde inzamelvoorziening mogen
                            (of moeten) aanbieden, kan van belang zijn om tegen te gaan dat ook
                            inwoners uit andere delen van de gemeente gebruik maken van de
                            inzamelvoorziening, met als gevolg bijvoorbeeld een (vroegtijdig)
                            overvolle container. </al>
            <al>Het aanwijzen van een groep gebruikers is noodzakelijk indien de
                            afvalstoffenheffing binnen de gemeente wordt gedifferentieerd naar het
                            aanbod van afval.</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 10</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.2.2.4 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Wekelijkse inzamelfrequentie</al>
            <al>De gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval
                            en groente-, fruit- en tuinafval bij elk perceel is op grond van artikel
                            10.21, eerste lid, respectievelijk tweede lid, Wm gesteld op tenminste
                            eenmaal per week. Artikel 10.21, eerste lid, Wm bepaalt dat de gemeente,
                            al dan niet in samenwerking met andere gemeenten, er voor zorg draagt
                            dat tenminste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen worden
                            ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel. Op grond van
                            artikel 10.21, tweede lid, Wm wordt daarbij in ieder geval groente-,
                            fruit- en tuinafval afzonderlijk ingezameld. </al>
            <al>De wekelijkse inzamelplicht bij elk perceel geldt uitdrukkelijk niet
                            voor grove huishoudelijke afvalstoffen (zie ook artikel 10.21, eerste
                            lid, Wm). Wel geldt voor deze categorie huishoudelijke afvalstoffen op
                            grond van artikel 10.22, eerste lid, onder a en b, Wm een zorgplicht. </al>
            <al/>
            <al>Eerste lid</al>
            <al>Het eerste lid is een uitwerking van artikel 10.26, eerste lid, onder b,
                            Wm, dat de mogelijkheid biedt om af te wijken van de wekelijkse
                            inzamelfrequentie van huishoudelijk afval en groente-, fruit- en
                            tuinafval. </al>
            <al>Huishoudelijke afvalstoffen mogen - in het belang van een doelmatig
                            beheer - worden ingezameld met een bij de verordening aangegeven
                            regelmaat. </al>
            <al>In dit lid is vastgelegd met welke frequentie de huishoudelijke
                            afvalstoffen bij elk perceel worden ingezameld. Dit kan gebeuren door in
                            het eerste lid van artikel 10 een andere inzamelfrequentie bij elk
                            perceel (bijvoorbeeld eenmaal per twee weken) vast te leggen.</al>
            <al>Indien de raad besluit tot afwijking van de wekelijkse
                            inzamelfrequentie, is de raad verplicht om de inspraakverordening toe te
                            passen (zie artikel 10.26, tweede lid, Wm). Daarnaast is het college
                            verplicht om de inspecteur op de hoogte te stellen van het voornemen tot
                            dit besluit (zie artikel 10.26, derde lid, Wm).</al>
            <al/>
            <al>Tweede lid</al>
            <al>Het tweede lid is een uitwerking van artikel 10.26, eerste lid, onder a,
                            Wm, dat de mogelijkheid biedt om - in het belang van een doelmatig
                            beheer - huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel in te zamelen.
                            Zie voor een uitgebreide toelichting voor de inzameling nabij elk
                            perceel het commentaar onder artikel 9.</al>
            <al>Op grond van het tweede lid wordt de frequentie van inzameling van
                            huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel geregeld. Dit is vooral
                            van belang voor de zogenaamde clusterplaatsen.</al>
            <al/>
            <al>Derde lid</al>
            <al>Het derde lid kan worden gebruikt om een afwijking van de
                            inzamelfrequentie in een deel van de gemeente vast te leggen. </al>
            <al/>
            <al>Vierde lid</al>
            <al>Het vierde lid regelt het niet bij elk perceel inzamelen van
                            huishoudelijke afvalstoffen in een deel van de gemeente. De basis
                            hiervoor wordt gevonden in artikel 10.26, eerste lid, onder c, Wm. De
                            raad kan namelijk, in afwijking van 10.21 Wm, bepalen dat - in het
                            belang van een doelmatig beheer - in een gedeelte van het grondgebied
                            van de gemeente geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld. Bij
                            ‘een deel van de gemeente’ kan gedacht worden aan het aanwijzen van
                            bepaalde wijken, maar ook aan bepaalde bebouwingstypen. </al>
            <al>Indien de raad besluit tot het niet bij elk perceel inzamelen is zij
                            verplicht om de inspraakverordening toe te passen (zie artikel 10.26,
                            tweede lid, Wm). Daarnaast is het college verplicht om de inspecteur op
                            de hoogte te stellen van het voornemen tot dit besluit (zie artikel
                            10.26, derde lid, Wm).</al>
            <al/>
            <al>Vijfde tot en met achtste lid</al>
            <al>Het vijfde tot en met het achtste lid regelt hetzelfde als het eerste
                            tot en met het vierde lid, maar dan voor groente-, fruit- en tuinafval. </al>
            <al/>
            <al>Negende lid</al>
            <al>Het college kan op basis van het negende lid de frequentie van
                            inzameling bij elk perceel bepalen van andere categorieën huishoudelijke
                            afvalstoffen dan huishoudelijk restafval en groente-, fruit- en
                            tuinafval. Dit artikel heeft alleen betrekking op de categorieën
                            huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk bij elk perceel worden
                            ingezameld en is beperkt tot het regelen van de frequentie van
                            inzamelen. </al>
            <al>De dagen en tijden waarop huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling
                            kunnen worden aangeboden, kunnen worden geregeld op basis van artikel 20
                            van deze verordening.</al>
            <al/>
            <al>Verplichting gemeente bij afwijking van de inzamelfrequentie genoemd in
                            artikel 10.21 Wm</al>
            <al>Indien de gemeente op grond van artikel 10.26 onder a, b en c, Wm bij
                            verordening afwijkt van de inzamelfrequentie genoemd in artikel 10.21
                            Wm, is zij op grond van artikel 10.27 Wm verplicht om op ten minste één
                            daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de
                            gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid te
                            bieden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten.</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 11</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.2.2.5 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>De inzamelvergunning</al>
            <al>Gemeenten zijn belast met de zorgplicht voor de inzameling van
                            huishoudelijke afvalstoffen. Zij hebben daarmee ook het recht om te
                            bepalen dat het verboden is aan andere dan de door het college
                            aangewezen inzameldienst en instanties om huishoudelijke afvalstoffen in
                            te zamelen, tenzij zij daartoe beschikken over een vergunning van het
                            college. Op basis van artikel 4 van deze verordening kunnen aan de
                            vergunning voorschriften en beperkingen worden verbonden in het belang
                            van de bescherming van het milieu. </al>
            <al>De Memorie van Toelichting zegt dat op basis van artikel 10.24, derde
                            lid, Wm regels kunnen worden gesteld voor het inzamelen van
                            huishoudelijke afvalstoffen. Hierbij gaat het vooral om de inzameling
                            van bestanddelen van het huishoudelijk afval door anderen dan de
                            inzameldienst, bijvoorbeeld de inzameling van oude kleding door
                            charitatieve instellingen. Deze regels kunnen een vergunningstelsel voor
                            de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen door anderen inhouden,
                            behoudens voorzover daarin is voorzien in een amvb op grond van artikel
                            10.17.</al>
            <al/>
            <al>Derde lid</al>
            <al>In dit kader is de brede omschrijving die in artikel 1 is gegeven van
                            het begrip inzamelen van belang. Ook het innemen van huishoudelijke
                            afvalstoffen in de winkel (bijvoorbeeld batterijen, tl-lampen,
                            huishoudelijke apparaten) valt hieronder. Wanneer de gemeente deze
                            serviceverlening op prijs stelt en hiervoor geen vergunning wil
                            vereisen, kunnen de betreffende winkels op grond van artikel 7, tweede
                            lid, door het college worden aangewezen als inzamelende persoon of
                            instantie. </al>
            <al/>
            <al>Vierde lid</al>
            <al>Het vierde lid is nodig omdat het inzamelverbod behoudens vergunning
                            niet mag gelden voor personen of instanties die bij amvb in het kader
                            van producentenverantwoordelijkheid een inzamelplicht hebben gekregen.
                            Gemeenten kunnen in deze gevallen geen vergunningplicht hanteren (zie
                            het commentaar bij artikel 7).</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 12</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.2.3.1 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Eerste lid </al>
            <al>Burgers mogen hun afvalstoffen alleen aanbieden aan de krachtens in het
                            eerste lid van artikel 7 aangewezen inzameldienst, andere inzamelaars
                            die zijn aangewezen krachtens het tweede lid van artikel 7 en houders
                            van een inzamelvergunning.</al>
            <al/>
            <al>Tweede lid</al>
            <al>Het tweede lid is nodig, omdat het in het eerste lid gestelde verbod
                            niet van toepassing is indien sprake is van een inzamelplicht die
                            personen of instanties hebben gekregen bij amvb in het kader van
                            producentenverantwoordelijkheid (zie het commentaar bij de artikelen 7
                            en 11). In dit geval mag de burger zijn huishoudelijke afvalstoffen,
                            zoals bijvoorbeeld wit- en bruingoed, ook aan deze personen of
                            instanties aanbieden.</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 13</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.2.3.2 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Eerste lid</al>
            <al>Dit artikel bepaalt dat alleen diegenen die binnen de gemeente
                            afvalstoffenheffing betalen, huishoudelijke afvalstoffen mogen aanbieden
                            aan de inzameldienst. Achtergrond van dit artikel is de toename in het
                            illegaal aanbieden van afvalstoffen door inwoners van andere gemeenten
                            (afvaltoerisme) of door bedrijven van binnen en buiten de eigen
                            gemeente, die op deze manier de kosten van de verwijdering van hun
                            afvalstoffen willen ontlopen. </al>
            <al>Een aantal gemeenten heeft een apart artikel in hun
                            afvalstoffenverordening opgenomen om afvaltoerisme tegen te gaan. Deze
                            zou als volgt kunnen luiden.</al>
            <al>“Het is aan personen, die geen woon- of verblijfplaats in de gemeente
                            ... hebben, verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te
                            bieden of achter te laten.”</al>
            <al/>
            <al>De keuze voor de formulering ‘anderen dan de gebruikers van ...’ is
                            gekoppeld aan de Verordening reinigingsrechten. Overigens is het
                            natuurlijk niet de bedoeling om te verbieden dat degene die de heffing
                            betaalt zijn afvalstoffen door iemand anders laat aanbieden namens hem. </al>
            <al/>
            <al>Tweede lid</al>
            <al>Het tweede lid is toegevoegd omdat het wenselijk kan zijn om ook te
                            reguleren wat mag worden aangeboden aan een houder van een
                            inzamelvergunning. Dit kan bijvoorbeeld van belang zijn in verband met
                            afspraken in het kader van producentenverantwoordelijkheid, waarbij de
                            afnamegarantie ‘ten minste om niet’ voor onder andere oud papier en
                            karton alleen geldt voor papier en karton ingezameld bij huishoudens
                            (dus niet bij bedrijven).</al>
            <al>Recreatiewoningen</al>
            <al>Geldt er een zorgplicht voor de gemeente voor de inzameling van
                            huishoudelijke afvalstoffen bij recreatiewoningen? Er zijn twee
                            situaties mogelijk.</al>
            <al>In de eerste plaats kan een recreatiewoning deel uitmaken van een
                            inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Er is sprake van een
                            inrichting zodra er een technische, organisatorische of functionele
                            samenhang is. Dit is bijvoorbeeld zo wanneer het gaat om een
                            recreatiepark of als er voor de recreatiewoningen veel gezamenlijk is
                            geregeld. Bij recreatiewoningen die vaak worden verhuurd is gauw sprake
                            van een organisatorische samenhang. Indien er gezamenlijke technische
                            voorzieningen zijn (bijvoorbeeld gastanks of warmwatervoorzieningen) is
                            er ook al gauw sprake van een inrichting. Vrijkomend afval moet dan
                            worden gezien als bedrijfsafval. De verantwoordelijkheid voor de
                            verwijdering van bedrijfsafval ligt in dat geval bij de houder van de
                            inrichting. De regels die hiervoor gelden, staan in Besluit Horeca-,
                            sport- en recreatie-inrichtingen.</al>
            <al>Maken de recreatiewoningen geen onderdeel uit van een inrichting in de
                            zin van de Wet milieubeheer, dan is het vrijkomende afval huishoudelijk
                            afval.Van belang is vervolgens de vraag of er op het perceel geregeld
                            huishoudelijke afvalstoffen vrijkomen. Artikel 10.22, eerste lid, Wm
                            verklaart de zorgplicht van de gemeente namelijk van toepassing indien
                            er op een perceel geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.
                            Daartegenover staat dat de gemeente in dat geval ook een
                            afvalstoffenheffing kan heffen. Omgekeerd geldt ook hetzelfde. Ontstaan
                            er op een perceel niet geregeld huishoudelijke afvalstoffen, dan geldt
                            de zorgplicht van de gemeente niet en kan eveneens geen
                            afvalstoffenheffing worden geheven.</al>
            <al>In sommige gevallen kan de inzameling van huishoudelijk afval niet
                            doelmatig zijn, bijvoorbeeld wanneer de recreatiewoningen vrijwel
                            onbereikbaar zijn). In dat geval kan de raad op grond van artikel 10.26,
                            eerste lid, onder b en c, Wm beslissen dat op een deel van het
                            grondgebied niet of met een andere regelmaat wordt ingezameld (zie ook
                            artikel 10.26, tweede en derde lid, Wm en artikel 10.27 Wm). Zie
                            hiervoor ook artikel 10.</al>
            <al>Commentaar artikel 14</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.2.3.3 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Landelijk afvalbeheersplan</al>
            <al>Het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) benoemt in hoofdstuk 14 van deel 1
                            Beleidskader de volgende door de consument te scheiden afvalstoffen:
                            groente-, fruit- en tuinafval, papier en karton, glas, textiel, wit- en
                            bruingoed, klein chemisch afval, en componenten van grof huishoudelijk
                            afval (grof tuinafval, huishoudelijk bouw- en sloopafval, waaronder
                            verduurzaamd hout).</al>
            <al>Bij het vaststellen of wijzigen van de afvalstoffenverordening dient
                            rekening te worden gehouden met het LAP. In de opsomming in het eerste
                            lid van dit artikel is derhalve aangesloten bij het LAP.</al>
            <al/>
            <al>GFT-afval</al>
            <al>Afwijking van de wettelijke inzamelplicht van groente-, gruit- en
                            tuinafval is mogelijk in het belang van een doelmatig beheer van
                            huishoudelijke afvalstoffen, bijvoorbeeld om redenen van de
                            GFT-kwaliteit, kostenniveau of de milieuhygiëne. Op grond van artikel
                            10.26, eerste lid, onder c, Wm kan bij verordening worden bepaald dat in
                            een deel van het grondgebied geen huishoudelijke afvalstoffen worden
                            ingezameld. In dit geval is de inspraakverordening van toepassing en
                            stelt het college de inspecteur op de hoogte van het voornemen. Zie over
                            dit onderwerp ook de VNG-ledenbrief van 3 april 2003 (Lbr. 03/43). Zie
                            ook het commentaar op artikel 8.</al>
            <al/>
            <al>Afstemming met artikel 8 Afzonderlijke inzameling</al>
            <al>In artikel 8 is een opsomming opgenomen van de categorieën
                            huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk worden ingezameld. Artikel
                            14 houdt een verbod in voor de burger. Afstemming van artikel 8 met
                            artikel 14 is gewenst. Ook wordt verwezen naar het commentaar op artikel
                            8 en wel de lijst met mogelijke uitbreidingen.</al>
            <al/>
            <al>Ongeadresseerd reclamedrukwerk</al>
            <al>Om het afzonderlijk ter inzameling aanbieden van oud papier te
                            bevorderen, hebben een aantal gemeenten hierover een artikel in hun
                            afvalstoffenverordening opgenomen.</al>
            <al/>
            <al>“Het is verboden ongeadresseerd reclamedrukwerk te bezorgen of te laten
                            bezorgen bij een woning, bedrijf of woonschip, indien de bewoner ervan
                            of gebruiker ervan duidelijk kenbaar heeft gemaakt (op een door het
                            college vastgestelde wijze) geen prijs te stellen op het ontvangen van
                            ongeadresseerd reclamedrukwerk.”</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 15</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.2.3.4 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Bij inzamelmiddelen voor de gebruiker van een perceel kan worden gedacht
                            aan vaste inzamelmiddelen, zoals minicontainers, afvalemmers, kratjes,
                            kca-boxen en dergelijke, maar ook aan huisvuilzakken of big bags waarin
                            asbesthoudend afval moet worden verpakt. </al>
            <al/>
            <al>Al dan niet van gemeentewege verstrekte inzamelmiddelen</al>
            <al>De inzamelmiddelen kunnen al dan niet van gemeentewege worden verstrekt. </al>
            <al>Het eerste lid betreft het verbod om categorieën huishoudelijke
                            afvalstoffen anders aan te bieden dan via een aangewezen of van
                            gemeentewege verstrekt inzamelmiddel. </al>
            <al>Het tweede lid betreft een verbod om categorieën huishoudelijke
                            afvalstoffen anders aan te bieden dan via een niet van gemeentewege
                            verstrekt inzamelmiddel. De burger dient dit aangewezen inzamelmiddel
                            zelf aan te schaffen.</al>
            <al/>
            <al>Uitvoeringsbesluiten</al>
            <al>Artikel 15 biedt tevens de basis tot het stellen van diverse regels die
                            relevant zijn voor de bedoelde inzamelmiddelen. In het onderstaande
                            wordt (niet uitputtend) aangegeven welke regels door het college kunnen
                            worden gesteld.</al>
            <al/>
            <al>Uitvoeringsbesluiten op grond van het derde lid</al>
            <al>Plaats van aanbieden. Bepaald kan worden dat het inzamelmiddel op de
                            krachtens artikel 20 vastgestelde inzameldag langs de inzamelroute op de
                            weg kan worden geplaatst, eventueel uit te breiden met nadere
                            aanwijzingen voor een specifiek verzamelpunt voor het plaatsen van de
                            inzamelmiddelen. Dit kan gebeuren vanuit oogpunt van verkeersveiligheid,
                            maar bijvoorbeeld ook om redenen van doelmatige inzameling en
                            arbeidsbelasting. In de Wet milieubeheer (‘inzameling nabij de
                            percelen’) is hiervoor uitdrukkelijk de bevoegdheid gecreëerd. </al>
            <al>Voorgeschreven kan worden dat bepaalde categorieën huishoudelijke
                            afvalstoffen (met name klein chemisch afval) niet op de weg mogen worden
                            geplaatst, maar persoonlijk moeten worden aangeboden aan de inzamelaar. </al>
            <al>Verder kan worden bepaald dat het inzamelmiddel zodanig op de weg moet
                            worden geplaatst dat het voetgangers- en overige verkeer niet wordt
                            gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en gevaar of schade wordt
                            voorkomen.</al>
            <al/>
            <al>Wijze van aanbieden. Gedacht kan worden aan de volgende regels:</al>
            <al>- het inzamelmiddel dient goed gesloten te zijn;</al>
            <al>- er mag geen sprake zijn van uitsteeksels, die kunnen leiden tot
                            verwondingen of het scheuren van de huisvuilzak.</al>
            <al/>
            <al>Uitvoeringsbesluit op grond van het vierde lid</al>
            <al>Maximaal gewicht en maximaal aantal inzamelmiddelen per keer. Het
                            maximaal toelaatbare gewicht zal onder meer samenhangen met de wijze van
                            inzameling, de toelaatbare arbeidsbelasting van de huisvuilbeladers, het
                            gebruikte inzamelvoertuig. Behalve een beperking aan het gewicht per
                            inzamelmiddel kan ook een beperking worden opgelegd naar aantal
                            inzamelmiddelen dat per keer mag worden aangeboden. Er kan op dit punt
                            een koppeling worden gelegd met de tarieven in de belastingverordening.
                            Overigens moet daarbij wel worden gelet op de handhaafbaarheid van de
                            bepaling.</al>
            <al/>
            <al>Uitvoeringsbesluit op grond van het vijfde lid</al>
            <al>Voorwaarden waaronder het inzamelmiddel wordt verstrekt. Op grond van
                            dit lid kan het college regels stellen over voorwaarden waaronder het
                            inzamelmiddel wordt verstrekt. Gedacht kan worden aan de juridische
                            basis van de verstrekking (bijvoorbeeld bruikleenovereenkomst), regels
                            in geval van verhuizing van een gebruiker van een perceel,
                            aansprakelijkheid voor de schade of verdwijning van het verstrekte
                            inzamelmiddel).</al>
            <al/>
            <al>Gebruik en reiniging van het verstrekte inzamelmiddel. Met betrekking
                            tot het gebruik van vaste inzamelmiddelen kunnen bijvoorbeeld regels
                            worden gesteld rond het aanbrengen van veranderingen aan de container.
                            Dit kan in het bijzonder relevant zijn wanneer de gemeente ook met
                            herkenningssystemen voor individuele containers werkt. Daarnaast kan
                            bijvoorbeeld worden gedacht aan een verbod op het deponeren van hete
                            vloeistoffen in de container. Bepaald kan worden dat het inzamelmiddel
                            in het belang van de doelmatige verwijdering (voorkomen dat afval in de
                            container blijft plakken) regelmatig wordt gereinigd. De burger kan dit
                            eventueel uitbesteden, maar blijft zelf verantwoordelijk voor de
                            naleving van de regels gesteld krachtens de verordening.</al>
            <al/>
            <al>Uitvoeringsbesluit op grond van het zesde lid</al>
            <al>Eisen aan het inzamelmiddel. Wanneer het inzamelmiddel niet door de
                            gemeente wordt verstrekt, kan worden vereist dat het inzamelmiddel aan
                            bepaalde normen voldoet (bijvoorbeeld de NEN-norm voor huisvuilzakken).
                            Ook kan via deze bepaling worden geregeld dat alleen huisvuilzakken met
                            een gepatenteerde gemeentelijke opdruk mogen worden gebruikt indien
                            wordt gewerkt met een systeem van dure zakken als vorm van
                            tariefdifferentiatie. Voor bepaalde categorieën huishoudelijke
                            afvalstoffen (bijvoorbeeld asbest) kunnen specifieke eisen aan het
                            inzamelmiddel worden gesteld.</al>
            <al/>
            <al>Achtste lid</al>
            <al>De bepaling dat anderen dan de gebruiker van een perceel geen
                            afvalstoffen via het individuele inzamelmiddel mogen aanbieden is vooral
                            van belang in gemeenten waar het tarief van de afvalstoffenheffing wordt
                            gedifferentieerd op basis van de hoeveelheid aangeboden afval (DIFTAR).
                            Overigens is hier natuurlijk niet bedoeld te verbieden dat iemand anders
                            - bijvoorbeeld een gezinslid, of de buurman - namens de gebruiker van
                            het perceel (dit is degene die de afvalstoffenheffing betaalt) het
                            inzamelmiddel buiten zet.</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 16</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.2.3.5 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Artikel 16 betreft inzamelvoorzieningen nabij de percelen voor
                            huishoudelijk restafval en groente-, fruit- en tuinafval.</al>
            <al/>
            <al>Uitvoeringsbesluit op grond van het derde lid</al>
            <al>Regels die door het college kunnen worden gesteld ten aanzien van
                            inzamelcontainers omtrent de wijze van aanbieding zijn
                            bijvoorbeeld:</al>
            <al/>
            <al>- de afvalstoffen dienen in een goed gesloten zak in de
                            verzamelcontainer te worden gedeponeerd;</al>
            <al>- de verzamelcontainer dient na gebruik goed te worden gesloten;</al>
            <al>- het is verboden afvalstoffen naast de verzamelcontainer te
                            plaatsen</al>
            <al>- het al dan niet mogen gebruiken van zakken voor groente-, fruit- en
                            tuinafval.</al>
            <al/>
            <al>Inpandige inzamelvoorzieningen</al>
            <al>In hoogbouw kan een inpandige inzamelvoorziening aanwezig zijn als
                            bewaarmiddel voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen voor
                            meerdere huishoudens. Indien daartoe behoefte bestaat, kan er een extra
                            artikel in de afvalstoffenverordening worden opgenomen.</al>
            <al/>
            <al>“Het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in een inpandige
                            inzamelvoorziening.</al>
            <al>Het college kan regels stellen over het ter inzameling aanbieden van
                            huishoudelijke afvalstoffen in een inpandige inzamelvoorziening.”</al>
            <al/>
            <al>Gedacht kan worden aan regels over dagen en tijden, de wijze van
                            aanbieden en het afsluiten van de inpandige inzamelvoorziening.</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 17</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.2.3.6 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Bij inzamelvoorzieningen op wijkniveau kan in de eerste plaats worden
                            gedacht aan glasbakken, textielbakken, en dergelijke. Dit zijn permanent
                            aanwezige voorzieningen. De voorzieningen op wijkniveau kunnen ook
                            mobiel of niet permanent aanwezig zijn. Voorbeelden van dergelijke
                            mobiele voorzieningen zijn de chemokar en ‘afvaleilanden’ die gedurende
                            een bepaalde periode in de wijk aanwezig zijn. Het gebruik van de
                            wijkvoorzieningen is niet beperkt tot de gebruikers van een bepaalde
                            groep percelen. Volgens de model-PMV kan de gemeente in het belang van
                            de doelmatige verwijdering van kca, glas, oud papier en karton en
                            textiel bepalen dat dit afval dient te worden gebracht naar een door de
                            gemeente aangewezen plaats.</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 18</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.2.3.7 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Brengdepot</al>
            <al>Met de term ‘brengdepots’ wordt gedoeld op bemande voorzieningen op
                            lokaal of regionaal niveau waar meerdere afvalcomponenten heen kunnen
                            worden gebracht. Wanneer het een brengdepot op regionaal niveau betreft,
                            zal de vaststelling van de wijze waarop afvalstoffen bij het depot
                            kunnen worden aangeboden, vaak overgedragen zijn aan het bestuur van de
                            regio. De bepaling in het derde lid van dit artikel zal daarop moeten
                            worden aangepast.</al>
            <al/>
            <al>Wettelijke plicht brengdepots in een aantal gevallen</al>
            <al>Op grond van artikel 10.27 Wm is een gemeente in een aantal gevallen
                            verplicht om op tenminste één daartoe ter beschikking gestelde plaats
                            binnen de gemeente (of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt)
                            een brengdepot te realiseren.</al>
            <al>Het gaat om de gevallen waarin de raad op grond van artikel 10.26,
                            eerste lid, onder a, b en c, Wm afwijkt van artikel 10.21 Wm: inzameling
                            nabij elk perceel, inzameling met een bij verordening aangegeven
                            regelmaat en uitsluiting van inzameling op een deel van het grondgebied
                            van de gemeente.</al>
            <al/>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 19</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.2.3.8 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Uitvoeringsbesluit op grond van het eerste lid</al>
            <al>De mogelijkheid om huishoudelijke afvalstoffen te kunnen aanbieden
                            zonder inzamelmiddel of -voorziening (bij het perceel of op een ander
                            inzamelniveau) is vooral van belang voor grof huisvuil of grof
                            tuinafval. </al>
            <al/>
            <al>Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede lid</al>
            <al>Ten aanzien van die componenten kan bepaald worden dat deze bijvoorbeeld
                            gebundeld dienen te worden aangeboden. Ook kan worden gedacht aan de
                            inzameling van oud papier en karton, gebundeld of in kartonnen
                            dozen.</al>
            <al/>
            <al>Uitvoeringsbesluit op grond van het derde lid</al>
            <al>Op grond van het derde lid kunnen regels gesteld worden over het volume,
                            gewicht of afmetingen.</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 20</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.2.3.9 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Uitvoeringsbesluit op grond van het eerste lid</al>
            <al>Bij het vaststellen van de dagen en tijden kan in het besluit van het
                            college een onderscheid worden gemaakt naar de verschillende niveaus van
                            inzameling en de daarbij gehanteerde inzamelmiddelen en -voorzieningen.
                            Voor de inzameling via een inzamelroute bij de percelen kan worden
                            gedacht aan de volgende regels:</al>
            <al/>
            <al>- plaatsing op de weg mag niet geschieden vóór … uur op de vastgestelde
                            inzameldag of de dag voorafgaande aan de vastgestelde inzameldag;</al>
            <al>- bij vaste inzamelmiddelen: het inzamelmiddel dient zo spoedig mogelijk
                            na lediging, doch uiterlijk voor ... uur op de vastgestelde inzameldag,
                            van de weg te zijn verwijderd;</al>
            <al/>
            <al>Bepaald kan ook worden dat inzameling bij het perceel op afroep
                            plaatsvindt. Afvalstoffen kunnen dan worden aangeboden op de dag die, na
                            de melding van de burger dat hij bepaalde afvalstoffen ter inzameling
                            wil aanbieden, wordt aangewezen (niet voor ... uur op de vastgestelde
                            inzameldag).</al>
            <al/>
            <al>Met betrekking tot verzamel- en wijkcontainers kan worden bepaald dat de
                            burger zijn afvalstoffen niet mag aanbieden tussen ... en ... uur. </al>
            <al/>
            <al>Ten slotte kunnen op basis van dit artikel de openingstijden van
                            brengdepots worden vastgelegd. Wanneer dit een regionaal depot betreft
                            en de vaststelling van de openingstijden is overgedragen aan het bestuur
                            van de regio, dient dat in dit artikel tot uitdrukking te komen.</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 21</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.2.3.10 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Dit artikel biedt de grondslag voor een door het college vast te stellen
                            calamiteitenregeling. Een dergelijke (eventueel tijdelijke) regeling zou
                            bijvoorbeeld nodig kunnen zijn in geval van stakingen, etc.</al>
            <al/>
            <al>Ook kan worden gedacht aan een regeling voor het aanbieden van
                            huishoudelijke afvalstoffen bij wegopbrekingen. </al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 22</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.2.4.2 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>De inzameldienst kan naast huishoudelijke afvalstoffen bijvoorbeeld ook
                            bedrijfsafvalstoffen (of een bepaalde categorie van
                            bedrijfsafvalstoffen) inzamelen. Gedacht kan worden aan afval uit de
                            kantoren/winkels/dienstensector of bouw- en sloopafval (voor zover dit
                            niet wordt gerekend tot het huishoudelijk afval). </al>
            <al>De gemeente heeft op dit punt geen zorgplicht en kan niet bepalen wie er
                            binnen de gemeente al dan niet mogen inzamelen zoals dat bij
                            huishoudelijke afvalstoffen het geval is.</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 23</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.2.4.3 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Alleen die bedrijven die betalen voor de gemeentelijke
                            inzamelvoorzieningen mogen, voor zover artikel 18 daartoe de
                            mogelijkheid biedt, hun bedrijfsafvalstoffen aanbieden aan de
                            inzameldienst. Het college kan, net als bij huishoudelijke afvalstoffen,
                            regels stellen over de wijze waarop de afvalstoffen ter inzameling
                            dienen te worden aangeboden.</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 24</al>
            <al/>
            <al>(Alternatief voor artikel 4.2.4.1 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Inzameling bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst</al>
            <al>De basis voor het stellen van regels over de inzameling van
                            bedrijfsafvalstoffen kan worden gevonden in artikel 10.23, derde lid,
                            Wm. De memorie van toelichting zegt hierover: “Ten aanzien van de
                            inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen mogen
                            ook in het belang van de bescherming van het milieu regels worden
                            gesteld. Blijkens het derde lid mogen deze regels geen vergunningstelsel
                            inhouden. Dit is krachtens artikel 10.48 (lees: Wm) voorbehouden aan de
                            minister. Vanzelfsprekend mogen de gemeenten hun bevoegdheid evenmin
                            benutten ter bevoordeling van de eigen inzameldienst en ten nadele van
                            andere aanbieders op de markt.”</al>
            <al/>
            <al>Eerste lid</al>
            <al>De Wet milieubeheer geeft de gemeente uitdrukkelijk de bevoegdheid om
                            regels te stellen over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in het
                            belang van de bescherming van het milieu. Dit artikel is de uitwerking
                            hiervan. Het college kan in het belang van de bescherming van het milieu
                            regels stellen omtrent bijvoorbeeld de dagen, tijden, wijze en plaatsen
                            waarop bedrijfsafvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden. </al>
            <al/>
            <al>Vergunningstelsel inzameling bedrijfsafvalstoffen niet meer
                            mogelijk</al>
            <al>In artikel 4.2.4.1 model-APV (oud) was, indien er specifiek lokale
                            belangen in het geding waren, de mogelijkheid opgenomen voor een
                            gemeentelijk vergunningenstelsel voor de inzameling van
                            bedrijfsafvalstoffen. Het betrof onder andere de overlast in een
                            (historisch) centrum of de verkeersveiligheid. De memorie van
                            toelichting is hier over duidelijk. De gemeente mag geen
                            vergunningstelsel hanteren voor de inzameling van bedrijfsafvalstoffen.
                            Artikel 4.2.4.1 model-APV (oud) keert daarom niet terug in de
                            afvalstoffenverordening. </al>
            <al/>
            <al>Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede lid</al>
            <al>Op grond van het tweede lid kan het college in het belang van de
                            bescherming van het milieu regels stellen over bijvoorbeeld dagen,
                            tijden, wijze en plaatsen waarop de bedrijfsafvalstoffen worden
                            aangeboden.</al>
            <al>Het is dus mogelijk om in het belang van het milieu bepaalde dagen te
                            kunnen aanwijzen waarop bedrijfsafvalstoffen mogen worden ingezameld.
                            Bijvoorbeeld ter beperking of voorkoming van geluidhinder of aanzuigende
                            werking of om ritten zoveel mogelijk te combineren. Dit artikel kan met
                            name van belang zijn voor de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in een
                            (historisch) centrum. Uiteraard gelden deze regels voor alle betrokken
                            inzamelaars die bedrijfsafvalstoffen ophalen.</al>
            <al/>
            <al>Afbakening met artikel 22 en 23</al>
            <al>Op grond van de artikelen 22 en 23 kunnen regels worden gesteld over de
                            inzameling van bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst. Artikel 24
                            betreft het stellen van regels over het ter inzameling aanbieden van
                            bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst. </al>
            <al>Commentaar artikel 25</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.4.1 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Dit artikel heeft een primair een milieubeschermende functie en beoogt
                            de gemeenten een instrument te geven om illegale dumpingen, voorzover er
                            geen hogere wet- of regelgeving van toepassing is, of het ontstaan van
                            zwerfafval tegen te gaan. Zie voor illegale dumpingen ook het commentaar
                            op artikel 1.</al>
            <al>Uiteraard zal in een aantal gevallen het brengen van stoffen op of in de
                            bodem zodanig kunnen gebeuren dat een hogere wet, zoals de Wet
                            bodembescherming of het Bouwstoffenbesluit van toepassing is.</al>
            <al/>
            <al>Met opzet worden in het eerste lid ook de termen “stof” en “voorwerp”
                            gebruikt en niet alleen de term “afvalstof” , omdat niet altijd
                            duidelijk is of de desbetreffende stoffen of voorwerpen afvalstoffen
                            zijn.</al>
            <al/>
            <al>Nieuwe wettelijke grondslag</al>
            <al>Dit artikel is grotendeels overgenomen van artikel 4.4.1 model-APV. Dit
                            artikel was gebaseerd op de autonome verordenende bevoegdheid van de
                            gemeente. In artikel 10.25, onder a, Wm wordt echter de basis gelegd
                            voor het opnemen van een dergelijk artikel in de
                            afvalstoffenverordening. Van belang is dat dit artikel voortaan niet
                            meer is gebaseerd op de Gemeentewet, maar voortaan op artikel 10.25,
                            onder a, Wm.</al>
            <al>Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die hierover zegt: “De
                            onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval. Onderdeel a betreft
                            het voorkomen of het beperken van zwerfafval. Regels hieromtrent kunnen
                            op diverse wijze worden gesteld.”</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 26</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.4.1, eerste lid, onder b, model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Straatafval</al>
            <al>In artikel 1 van deze verordening wordt een definitie gegeven van
                            straatafval: “huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en
                            gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic
                            bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde
                            klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel”.</al>
            <al>Bij het begrip straatafval gaat het in feite om afval ‘dat onderweg
                            ontstaat’, buiten een perceel, dat niet als zwerfafval op straat of in
                            het plantsoen terecht dient te komen en waarvoor je de burger (in dit
                            geval ook toeristen) de mogelijkheid wilt bieden om zich ter plekke
                            ervan te ontdoen (voorzover van zeer beperkte omvang en gewicht). Klein
                            chemisch afval is uitdrukkelijk uitgesloten van de omschrijving. Dit
                            afval dient in alle gevallen via de daartoe opgezette inzamelstructuur
                            te worden verwijderd.</al>
            <al/>
            <al>In de definitie van straatafval wordt uitdrukkelijk gesproken over
                            “buiten een perceel ontstaan”. Een huishoudelijke afvalstof, ontstaan op
                            of binnen het perceel, moet worden aangeboden volgens de bepalingen uit
                            paragraaf 3 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                            (regels voor de burger over de aanbieding van huishoudelijke
                            afvalstoffen).</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 27</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.4.7 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Nieuwe wettelijke grondslag</al>
            <al>Dit artikel stond voorheen in de model-APV (artikel 4.4.7) en was
                            gebaseerd op de autonome verordenende bevoegdheid van de gemeente. In
                            hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer wordt echter in artikel 10.25,
                            onder a, Wm de basis gelegd voor het opnemen van een dergelijk artikel
                            in de afvalstoffenverordening. Van belang is dat dit artikel voortaan
                            niet meer is gebaseerd op de Gemeentewet, maar voortaan op artikel
                            10.25, onder a, Wm</al>
            <al>Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die hierover zegt: “De
                            onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval. Onderdeel a betreft
                            het voorkomen of het beperken van zwerfafval. Regels hieromtrent kunnen
                            op diverse wijze worden gesteld. Zo kunnen er regels worden gesteld
                            omtrent het direct veroorzaken van dit soort verontreiniging. Ook een
                            verbod om ter inzameling gereed gezet afval te doorzoeken (
                            “morgensterrenverbod”) kan op onderdeel a worden gebaseerd”.</al>
            <al/>
            <al>Eerste lid: Morgensterren</al>
            <al>Het eerste lid heeft betrekking op wat wel de “morgenster”-problematiek
                            wordt genoemd. Het beoogt paal en perk te stellen aan het doorzoeken en
                            verwijderen van ter inzameling aangeboden afvalstoffen voordat de
                            medewerkers van de inzameldienst ter plaatse zijn. Vaak immers heeft dit
                            doorzoeken tot gevolg dat het huisvuil over de hele straat verspreid
                            ligt en de inzameldienst zijn werk niet meer kan verrichten. Het aldus
                            ontstane zwerfafval veroorzaakt een zware belasting van de gemeentelijke
                            veegdienst.</al>
            <al/>
            <al>Eerste lid: Vergunningverlening op grond van artikel 11 en
                            toezichthouders</al>
            <al>Het kan in plaatselijke situaties wenselijk en doelmatig zijn, op
                            beperkte schaal vergunningen te verlenen aan “morgensterren” (op grond
                            van artikel 11) en het moet vanzelfsprekend ook mogelijk zijn dat
                            inspecteurs en controleurs van de inzameldienst of de milieupolitie in
                            de gelegenheid zijn om zo nodig de inhoud van aangebroken zakken, emmers
                            en (mini)containers te onderzoeken. In dit geval zou een alternatief
                            voor het eerste lid kunnen zijn: “Het is verboden afvalstoffen die ter
                            inzameling gereed staan te doorzoeken en te verspreiden zonder
                            inzamelvergunning.”</al>
            <al/>
            <al>Eerste lid: Mogelijkheid tot verwijdering van grof huishoudelijk
                            afval</al>
            <al>Indien een gemeente het niet noodzakelijk acht gebruik te laten maken
                            van een vergunning op grond van artikel 11 te verlenen, zou kunnen
                            worden gekozen voor toevoeging van een extra lid: “Het verwijderen van
                            grof huishoudelijke afvalstoffen is toegestaan, mits dit niet gepaard
                            gaat met het veroorzaken van verontreiniging van de omgeving.”</al>
            <al/>
            <al>Tweede lid: Voorkomen van zwerfafval</al>
            <al>In artikel 10.25, onder a, Wm wordt de basis gelegd voor het opnemen van
                            het tweede lid. Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die
                            hierover zegt: “De onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval.
                            Onderdeel a betreft het voorkomen of het beperken van zwerfafval. Regels
                            hieromtrent kunnen op diverse wijze worden gesteld.” Met het tweede lid
                            wordt beoogd om zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                            afvalstoffen te voorkomen.</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 28</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.4.3 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Nieuwe wettelijke grondslag</al>
            <al>Een soortgelijk artikel is ook opgenomen in artikel 4.4.3 model-APV op
                            grond van de autonome verordenende bevoegdheid van de gemeente In
                            artikel 10.25, onder a, Wm is voortaan de basis gelegd voor het opnemen
                            van een dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Van belang is
                            dat dit artikel voortaan niet meer is gebaseerd op de Gemeentewet.</al>
            <al>Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die over dit artikel zegt:
                            “De onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval. Onderdeel a
                            betreft het voorkomen of het beperken van zwerfafval. Regels hieromtrent
                            kunnen op diverse wijze worden gesteld. Zo kunnen er regels worden
                            gesteld omtrent het direct veroorzaken van dit soort verontreiniging.
                            Veelal zal het daarbij gaan om een verbod, bijvoorbeeld om afval op
                            straat of in het water te werpen. De regels kunnen ook de aanwezigheid
                            van bepaalde voorzieningen (bijvoorbeeld een afvalbak bij een snackbar)
                            of het gebruik daarvan voorschrijven." </al>
            <al/>
            <al>Inrichtingen waar eet- en/of drinkwaren worden verkocht zijn
                            bijvoorbeeld een winkel, hal of kraam. Het afval dat hierbij kan
                            vrijkomen zijn bijvoorbeeld papier, etensresten, verpakkingsmateriaal of
                            ander afval.</al>
            <al/>
            <al>Wet milieubeheer</al>
            <al>Opgemerkt wordt dat een inrichting, zoals bedoeld in dit artikel,
                            vergunningsplichtig kan zijn op grond van de Wet milieubeheer dan wel
                            meldingsplichtig op grond van het Besluit Horeca-, sport- en
                            recreatie-inrichtingen milieubeheer. De verplichting zoals opgenomen
                            onder c van deze bepaling kan in deze gevallen als voorschrift aan een
                            dergelijke vergunning worden verbonden dan wel rechtstreeks voortvloeien
                            uit het Besluit Horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen
                            milieubeheer.</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 29</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.4.4 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Nieuwe wettelijke grondslag</al>
            <al>Dit artikel is grotendeels overgenomen van artikel 4.4.4 model-APV op
                            grond van de autonome verordenende bevoegdheid van de gemeente. In
                            artikel 10.25, onder b, Wm is voortaan de basis gelegd voor het opnemen
                            van een dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Van belang is
                            dat dit artikel voortaan niet meer is gebaseerd op de Gemeentewet. Zie
                            hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die over artikel 10.25 Wm
                            zegt:“De onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval. ……..
                            Onderdeel b betreft het opruimen van zwerfafval.”</al>
            <al>Dit artikel is dus een uitwerking van artikel 10.25, onder b, Wm in de
                            vorm van een verplichting tot opruimen of laten opruimen van
                            reclamebiljetten of ander promotiemateriaal.</al>
            <al>Een bepaling als vervat in dit artikel, werd door de Hoge raad
                            verenigbaar geacht met artikel 7 grondwet (oud artikel 7, eerste lid,
                            van de herziene Grondwet). Zie HR 27 februari 1951, 472
                            (Eindhoven).</al>
            <al/>
            <al>Promotiemateriaal</al>
            <al>Niet alleen reclamebiljetten worden aan het publiek uitgereikt. Ook
                            ander promotiemateriaal wordt vaak uitgereikt. Gedacht kan worden aan de
                            zogenaamde samplings, monsters of miniverpakkingen, waarin ter promotie
                            een product in een kleine hoeveelheid wordt aangeboden. Op grond van dit
                            artikel kan degene die dergelijk promotiemateriaal uitreikt, worden
                            verplicht het promotiemateriaal, de verpakking of de inhoud daarvan op
                            te ruimen of te laten opruimen.</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 30</al>
            <al/>
            <al>(Voormalig artikel 4.4.2 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Een soortgelijk artikel is in een minder uitgebreide vorm opgenomen in
                            artikel 4.4.2 model-APV op grond van de autonome verordenende
                            bevoegdheid van de gemeente. In artikel 10.25, onder a en b, Wm is
                            echter voortaan de basis gelegd voor het opnemen van een dergelijk
                            artikel in de afvalstoffenverordening. Van belang is dat dit artikel
                            voortaan niet meer is gebaseerd op de Gemeentewet. </al>
            <al/>
            <al>Eerste lid</al>
            <al>De grondslag voor het eerste lid is opgenomen in artikel 10.25, onder a,
                            Wm. Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die over artikel 10.25
                            Wm zegt: “De onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval.
                            Onderdeel a betreft het voorkomen of het beperken van zwerfafval. Regels
                            hieromtrent kunnen op diverse wijze worden gesteld. Zo kunnen er regels
                            worden gesteld omtrent het direct veroorzaken van dit soort
                            verontreiniging.”</al>
            <al/>
            <al>Eerste lid</al>
            <al>Het eerste lid beoogt het ontstaan van zwerfafval bij het laden of
                            lossen of vervoeren van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te
                            voorkomen. </al>
            <al/>
            <al>Tweede lid</al>
            <al>Het tweede lid vloeit voort uit artikel 10.25, onder b, Wm. De memorie
                            van toelichting zegt hierover: “De onderdelen a en b hebben betrekking
                            op zwerfafval. …….. Onderdeel b betreft het opruimen van zwerfafval.”
                            Dit artikel is dus een uitwerking van artikel 10.25, onder b, Wm in de
                            vorm van een verplichting tot het reinigen of laten reinigen van de weg
                            bij het ontstaan van zwerfafval. De opname van het tweede lid heeft
                            vooral betekenis in verband met het op kosten van de overtreder laten
                            reinigen van de weg (bestuursdwang).</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 31</al>
            <al/>
            <al>(Nieuw, zie ook artikel 4.7.1 model-APV)</al>
            <al/>
            <al>Artikel 10.17 Wm (oud)</al>
            <al>In artikel 10.17 Wm (oud) was een algemeen verbod opgenomen om een
                            autowrak aanwezig te hebben op een voor het publiek zichtbare plaats
                            (met als doel dreigende bodemverontreiniging en schade aan het stads- of
                            dorpsbeeld te voorkomen). Dit verbod is in de Wet milieubeheer komen te
                            vervallen. </al>
            <al>In artikel 10.25, onder c, Wm is voortaan de basis gelegd voor het
                            opnemen van een dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Bij de
                            afvalstoffenverordening kunnen voortaan in ieder geval regels worden
                            gesteld omtrent het op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig
                            hebben van afvalstoffen. </al>
            <al>Artikel 10.25, onder c, Wm strekt mede ter vervanging van artikel 10.17
                            Wm (oud) en geldt nu voor de opslag van alle afvalstoffen. Net als bij
                            de bepalingen over zwerfafval, die zijn gebaseerd op artikel 10.25,
                            onder a en b, Wm is ook hier sprake van facultatief medebewind. </al>
            <al/>
            <al>Definitie autowrak</al>
            <al>Op 2 juli 2002 is het Besluit beheer autowrakken (hierna te noemen BBA,
                            zie Staatsblad 2002, 259) in werking getreden.</al>
            <al>Het begrip autowrak wordt in artikel 1, onder b, BBA als volgt
                            gedefinieerd: “voertuig dat een afvalstof is in de zin van artikel 1.1
                            lid 1 van de Wm”. </al>
            <al>De Wet milieubeheer definieert het begrip afvalstof als: “alle stoffen,
                            preparaten of andere producten …… waarvan de houder zich ontdoet,
                            voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen”.</al>
            <al>Door deze definities wordt een autowrak altijd aangemerkt als afvalstof
                            en valt hiermee dus onder de werking van deze bepaling.</al>
            <al/>
            <al>In de Nota van toelichting van het BBA wordt nader ingegaan op het
                            begrip autowrak. </al>
            <al>“De houder van een voertuig zal zich doorgaans zich daarvan ontdoen,
                            voornemens zijn zich daarvan te ontdoen of zich daarvan moeten ontdoen,
                            wanneer het voertuig rijtechnisch in onvoldoende staat verkeert en het
                            niet meer op rendabele wijze in een rijtechnisch voldoende staat is te
                            brengen. Een motorrijtuig verkeert in een rijtechnisch onvoldoende staat
                            wanneer het niet voldoet aan de wettelijke inrichtingseisen, genoemd in
                            de wegenverkeerswetgeving of aan de apk-eisen of andere ernstige
                            technische gebreken kent, bijvoorbeeld of essentiële onderdelen zijn
                            gedemonteerd. Voor het beantwoorden van de vraag of een voertuig op
                            rendabele wijze weer in rijtechnisch voldoende staat te brengen is, kan
                            worden uitgegaan van de richtprijzen voor gebruikte voertuigen en van de
                            door garages en schadeherstelbedrijven gehanteerde tarieven voor
                            reparatiewerkzaamheden. ….. De vraag of sprake is van een autowrak zal
                            van geval tot geval door een persoon belast met de handhaving bepaald
                            moeten worden op grond van de wet- en regelgeving en de jurisprudentie
                            terzake”. </al>
            <al>Er is dus sprake van een autowrak indien een voertuig niet meer op
                            economisch rendabele wijze in rijtechnisch voldoende staat is te
                            brengen.</al>
            <al/>
            <al>Opslag van autowrakken in inrichtingen in de zin van de Wet
                            milieubeheer</al>
            <al>De provincie is bevoegd gezag voor Wm-inrichtingen die vijf of meer
                            autowrakken opslaan. Het college van de gemeente is bevoegd gezag voor
                            inrichtingen die onder de werking van het Besluit inrichtingen voor
                            motorvoertuigen milieubeheer vallen. In dergelijke inrichtingen is de
                            opslag van maximaal vier autowrakken toegestaan. </al>
            <al/>
            <al>Artikel 4.7.1 model-APV</al>
            <al>In artikel 4.7.1 model-APV is een soortgelijke bepaling opgenomen. Op
                            grond van het eerste lid kan het college buiten de weg geleden plaatsen
                            aanwijzen, waar het verboden is om onder andere afvalstoffen en
                            autowrakken op te slaan. Door het opnemen van deze bepaling in de
                            model-afvalstoffenverordening is artikel 4.7.1 model-APV - alleen - voor
                            wat betreft het aanwijzen van plaatsen voor afvalstoffen en autowrakken
                            komen te vervallen. </al>
            <al/>
            <al>Artikel 5.1.4 model-APV</al>
            <al>Artikel 31 beoogt het belang van het milieu te beschermen. Ten aanzien
                            van autowrakken die op de weg zijn geplaatst , zie ook artikel 5.1.4
                            model-APV. Dit artikel heeft een aanvullend motief op grond van de
                            verkeersveiligheid.</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 32</al>
            <al/>
            <al>(Nieuw)</al>
            <al/>
            <al>Nieuw wettelijk regiem autowrakken</al>
            <al>De regelgeving voor autowrakken is in 2002 drastisch gewijzigd. Op 8 mei
                            2002 is de wijziging van de Wet milieubeheer (structuur beheer
                            afvalstoffen, Staatsblad 2001, 346) gedeeltelijk in werking getreden. Op
                            2 juli 2002 is het Besluit beheer autowrakken (Staatsblad 2002, 259) in
                            werking getreden. Het nieuwe Besluit Beheer Autowrakken (hierna te
                            noemen BBA) verplicht autofabrikanten om een hoogwaardig inname- en
                            verwerkingssysteem voor autowrakken op te zetten. </al>
            <al/>
            <al>Zich ontdoen van een autowrak door huishoudens</al>
            <al>Dit artikel is een uitwerking van artikel 6 BBA. Hierin is de afgifte
                            van autowrakken door huishoudens geregeld. Op grond van artikel 6 BBA
                            moeten gemeenten in hun afvalstoffenverordening bepalen dat een
                            autowrak, zijnde een huishoudelijk afvalstof, slechts mag worden
                            afgegeven aan autodemontagebedrijven, garages en
                            autoschadeherstelbedrijven of aan een persoon die in een ander land dan
                            Nederland is gevestigd (onder strikte voorwaarden). </al>
            <al>Op grond van artikel 7 BBA worden autowrakken, afkomstig van huishoudens
                            uitdrukkelijk uitgezonderd van de gemeentelijke zorgplicht voor de
                            inzameling van huishoudelijk afval. </al>
            <al/>
            <al>Definitie autowrak</al>
            <al>In artikel 1.1, eerste lid 1, Wm (oud) werd de definitie van autowrak
                            gegeven, met een nadere uitwerking in het Besluit nadere omschrijving
                            begrip afvalstoffen. Het begrip autowrak wordt nu gedefinieerd in
                            artikel 1, onder b, BBA als: “voertuig dat een afvalstof is in de zin
                            van artikel 1.1 lid 1 van de Wm.” </al>
            <al/>
            <al>De Wm definieert het begrip afvalstof als volgt: “alle stoffen,
                            preparaten of andere producten …… waarvan de houder zich ontdoet,
                            voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen”. Zie voor de
                            volledige definitie het commentaar op artikel 1 van deze
                            verordening.</al>
            <al/>
            <al>In de Nota van toelichting van het BBA wordt nader ingegaan op het
                            begrip autowrak. </al>
            <al>“De houder van een voertuig zal zich doorgaans zich daarvan ontdoen,
                            voornemens zijn zich daarvan te ontdoen of zich daarvan moeten ontdoen,
                            wanneer het voertuig rijtechnisch in onvoldoende staat verkeert en het
                            niet meer op rendabele wijze in een rijtechnisch voldoende staat is te
                            brengen. Een motorrijtuig verkeert in een rijtechnisch onvoldoende staat
                            wanneer het niet voldoet aan de wettelijke inrichtingseisen, genoemd in
                            de wegenverkeerswetgeving of aan de apk-eisen of andere ernstige
                            technische gebreken kent, bijvoorbeeld of essentiële onderdelen zijn
                            gedemonteerd. Voor het beantwoorden van de vraag of een voertuig op
                            rendabele wijze weer in rijtechnisch voldoende staat te brengen is, kan
                            worden uitgegaan van de richtprijzen voor gebruikte voertuigen en van de
                            door garages en schadeherstelbedrijven gehanteerde tarieven voor
                            reparatiewerkzaamheden. ….. De vraag of sprake is van een autowrak zal
                            van geval tot geval door een persoon belast met de handhaving bepaald
                            moeten worden op grond van de wet- en regelgeving en de jurisprudentie
                            terzake”. </al>
            <al/>
            <al>Er is dus sprake van een autowrak indien een voertuig niet meer op
                            economisch rendabele wijze in rijtechnisch voldoende staat is te
                            brengen.</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 33</al>
            <al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.1 model-APV:
                            Strafbepaling. </al>
            <al/>
            <al>Aanduiding strafbare feiten</al>
            <al>In dit artikel worden de bepalingen opgesomd die als strafbaar feit
                            worden aangeduid om strafrechtelijk gehandhaafd te kunnen worden. </al>
            <al>De strafbaarstelling van artikel 10.23 Wm over de gemeentelijke
                            afvalstoffenverordening is geregeld in de Wet op de economische delicten
                            (Wed). Aangezien niet alle bepalingen in de afvalstoffenverordening zich
                            voor strafrechtelijke handhaving lenen, is de strafbaarstelling
                            geclausuleerd. </al>
            <al>Artikel 1a, aanhef, onder 3º Wed luidt:“Economische delicten zijn
                            eveneens: overtredingen van voorschriften , gesteld bij of krachtens: ….
                            de Wet milieubeheer, 10.23 - voorzover aangeduid als strafbare feiten -
                            en …….”</al>
            <al>In de afvalstoffenverordening moet daarom worden aangegeven welke
                            overtredingen (lees: de overtreding van welke artikelen) een strafbaar
                            feit opleveren. Uitsluitend indien dat het geval is, vormt de
                            overtreding een economisch delict in de zin van artikel 1a, onder 3º
                            Wed. </al>
            <al/>
            <al>Als strafbaar feit aangeduide bepalingen uit de
                            model-afvalstoffenverordening</al>
            <al>Gedragingen in strijd met de volgende artikelen van de
                            model-afvalstoffenverordening kunnen worden aangeduid als een strafbaar
                            feit in de zin van artikel 1a, onder 3º Wed:</al>
            <al/>
            <al>Artikel 12 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                            afvalstoffen aan anderen</al>
            <al>Artikel 13 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                            afvalstoffen door anderen dan gebruikers van percelen</al>
            <al>Artikel 14 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</al>
            <al>Artikel 15 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via
                            een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel</al>
            <al>Artikel 16 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via
                            een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen</al>
            <al>Artikel 17 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via
                            inzamelvoorzieningen op wijkniveau</al>
            <al>Artikel 18 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via
                            een brengdepot op lokaal of regionaal niveau</al>
            <al>Artikel 19 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                            zonder inzamelmiddel</al>
            <al>Artikel 20 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden </al>
            <al>Artikel 23 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                            inzameldienst</al>
            <al>Artikel 24 Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een
                            ander dan de inzameldienst</al>
            <al>Artikel 25 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</al>
            <al>Artikel 26 Achterlaten van straatafval </al>
            <al>Artikel 27 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                            afvalstoffen </al>
            <al>Artikel 28 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                            drinkwaren</al>
            <al>Artikel 29 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                            promotiemateriaal</al>
            <al>Artikel 30 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                            werkzaamheden</al>
            <al>Artikel 31 Verbod op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig
                            hebben van afvalstoffen</al>
            <al>Artikel 32 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</al>
            <al/>
            <al>Strafmaat</al>
            <al>In de Wed is de strafmaat aangegeven van overtredingen van plaatselijke
                            verordeningen die gebaseerd zijn op de Wet milieubeheer. In het geval
                            van de afvalstoffenverordening hechtenis van ten hoogste zes maanden of
                            een geldboete van de vierde categorie. Artikel 23, vierde lid, van het
                            Wetboek van Strafrecht stelt de hoogte van een boete van de vierde
                            categorie vast op maximaal 11.250 euro. Artikel 74 van het Wetboek van
                            Strafrecht geeft de officier van justitie de mogelijkheid om met een
                            boete strafvervolging te voorkomen. </al>
            <al>Het openbaar ministerie heeft richtlijnen opgesteld voor boetes. De
                            boete voor het verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval of voor
                            zwerfafval is op dit moment gesteld op een standaardbedrag van 46
                            euro.</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 34</al>
            <al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.2 model-APV:
                            Toezichthouders. </al>
            <al/>
            <al>Aanwijzing van de toezichthouder in de afvalstoffenverordening is
                            noodzakelijk, indien een toezichthouder tevens opsporingsbevoegdheden
                            dient te krijgen. Alleen voor de aanwijzing van toezichthouders is een
                            bepaling opgenomen in de afvalstoffenverordening. Opsporingsambtenaren
                            worden namelijk aangewezen in de artikelen 141 en 142 Wetboek van
                            Strafvordering.</al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 35</al>
            <al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.4 model-APV:
                            Inwerkingtreding. </al>
            <al/>
            <al>Tweede lid: Intrekking artikelen model-APV</al>
            <al>Het uitbrengen van een aparte afvalstoffenverordening heeft tot gevolg
                            dat in ieder geval de volgende artikelen van de model-APV moeten worden
                            ingetrokken en/of aangepast:</al>
            <al/>
            <al>- afdeling 4.2 Afvalstoffen in het geheel</al>
            <al>- artikel 4.4.1 Verontreiniging van de weg en van terreinen</al>
            <al>- artikel 4.4.2 Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg</al>
            <al>- artikel 4.4.3 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet-
                            en drinkwaren</al>
            <al>- artikel 4.4.4 Wegwerpen van reclame- of strooibiljetten</al>
            <al>- artikel 4.4.7 Verbod doorzoeken van ter inzameling gereed staande
                            afvalstoffen</al>
            <al>- artikel 4.1.7, eerste lid, onder e en f: Opslag bromfietsen,
                            motorvoertuigen, caravans, afvalstoffen, mest, ingekuilde
                            landbouwprodukten e.d. </al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 36</al>
            <al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.5 model-APV:
                            Overgangsbepaling. </al>
            <al/>
            <al>Commentaar artikel 37</al>
            <al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.6 model-APV:
                            Citeerbepaling. </al>
            <al/>
            <al/>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3:</nr>
            <titel>ALGEMENE TOELICHTING AFVALSTOFFENVERORDENING</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al/>
          </structuurtekst>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>EEN APARTE AFVALSTOFFENVERORDENING</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
              <al/>
              <al>Inleiding</al>
              <al>De afvalstoffenverordening is gezien de wijziging van de Wet
                                milieubeheer (structuur beheer afvalstoffen, Staatsblad 2001, 346)
                                aan herziening toe. De wijziging van de Wet milieubeheer is op 8 mei
                                2002 in werking getreden. </al>
              <al>Op grond van artikel XVII, derde lid, Wm geldt voor gemeenten een
                                overgangstermijn van 2 jaar voor het aanpassen van de gemeentelijke
                                afvalstoffenverordening. Concreet betekent dit dat gemeenten de
                                afvalstoffenverordening voor 8 mei 2004 moeten hebben aangepast aan
                                de nieuwe wetgeving.</al>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>§1.1. De afvalstoffenverordening uit de model-APV</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
              <al>In overleg met de sector BJZ, de coördinator van de model-APV, van
                                de VNG is besloten om de afdeling 4.2 (de afvalstoffenverordening)
                                uit de model-APV te halen. Hiervoor zijn de volgende redenen aan te
                                voeren.</al>
              <al/>
              <al>1. Medebewind of autonomie</al>
              <al>De model-APV is in het algemeen gebaseerd op de bevoegdheid van de
                                gemeente om onderwerpen die de gemeentelijke huishouding aangaan
                                aanvullend te reguleren op grond van artikel 149 Gemeentewet. Het
                                opstellen van een afvalstoffenverordening vloeit echter voort uit de
                                wettelijke plicht voor gemeenten gebaseerd op - voorheen - artikel
                                10.10 Wm (oud) en nu op artikel 10.23 Wm. </al>
              <al>In afdeling 4.2 waren naast zogenaamde medebewindsbepalingen ook een
                                aantal autonome bepalingen opgenomen. Door de verbreding van de
                                grondslag van de afvalstoffenverordening in het huidige artikel
                                10.23 Wm is de behoefte om autonome bepalingen op te nemen in de
                                afvalstoffenverordening nagenoeg beperkt. Op de verbreding van de
                                grondslag van de afvalstoffenverordening wordt nog
                                teruggekomen.</al>
              <al/>
              <al>2. Beheer van de afvalstoffenverordening</al>
              <al>De model-APV wordt in het algemeen beheerd door de afdeling algemene
                                of juridische zaken bij gemeenten. De afvalstoffenverordening
                                daarentegen wordt doorgaans beheerd door de afdeling milieu of
                                openbare werken. Bovendien werken veel gemeenten al met een aparte
                                afvalstoffenverordening.</al>
              <al/>
              <al>3. De omvang van afdeling 4.2. model-APV</al>
              <al>De afvalstoffenverordening past - ook qua omvang - niet meer in de
                                opzet van de model-APV. De meeste onderwerpen zijn - in het kader
                                van de aanvullende bevoegdheid op grond van artikel 149 Gemeentewet
                                - kort en bondig van aard. Een onderwerp wordt doorgaans gereguleerd
                                in een of soms enkele bepalingen. Afdeling 4.2 model-APV bestond uit
                                19 bepalingen.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al>Benadrukt moet worden dat het de gemeente vrij staat om de
                                afvalstoffenverordening onderdeel van de model-APV te laten
                                uitmaken. Het vaststellen van een aparte afvalstoffenverordening is
                                niet wettelijk verplicht. In dit geval dient wel rekening te worden
                                gehouden met de aanhef (grondslag van de afvalstoffenverordening,
                                artikel 10.23 Wm) en de strafbaarstelling. Ook is het om praktische
                                redenen aan te bevelen om de zogenaamde hotelnummering aan te
                                houden(4.2. en volgende). </al>
              <al>Paragraaf 2. DE WIJZIGING VAN DE WET MILIEUBEHEER </al>
              <al/>
              <al>Inleiding</al>
              <al>Op 8 mei 2002 is de wijziging van de Wet milieubeheer (structuur
                                beheer afvalstoffen, Staatsblad 2001, 346) in werking getreden, met
                                uitzondering van een beperkt aantal artikelen. Hiertoe is hoofdstuk
                                10 Afvalstoffen in de Wet milieubeheer opgenomen. Met name titel
                                10.4 “Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen” heeft
                                een aantal consequenties voor de afvalstoffenverordening (de
                                voormalige afdeling 4.2 model-APV). </al>
              <al/>
              <al>In paragraaf 2.1 wordt eerst ingegaan op de relevante bepalingen uit
                                titel 10.4. Ook de parlementaire geschiedenis wordt weergegeven,
                                omdat deze een nadere toelichting geeft op het doel en de strekking
                                van de wet.</al>
              <al>Vervolgens worden in paragraaf 2.2 de gevolgen van de wijziging van
                                de Wet milieubeheer voor de afvalstoffenverordening op een rij
                                gezet. </al>
              <al/>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr>§</nr>
              <titel>2.1 Titel 10.4 Wet milieubeheer en de parlementaire
                                geschiedenis</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
              <al>Parlementaire geschiedenis algemeen</al>
              <al>De Memorie van Toelichting zegt in het algemeen het volgende.</al>
              <al> “De wet strekt ertoe de afvalverwijderingsstructuur te verankeren
                                in de Wet milieubeheer en daarmee de sturing van de
                                afvalverwijdering op rijksniveau te brengen. Het op rijksniveau
                                brengen van de sturing van afvalverwijdering laat de gezamenlijke
                                verantwoordelijkheid van de drie bestuurslagen voor de verwijdering
                                van afval in Nederland onverlet. Ieder van deze bestuurslagen blijft
                                van uit zijn eigen taken medeverantwoordelijk voor de doelmatige
                                verwijdering van afvalstoffen.</al>
              <al>Binnen dit kader blijft een belangrijk deel van de wettelijke
                                structuur voor de verwijdering van afvalstoffen in essentie in
                                stand. Dit geldt ook voor de structuur van de verwijdering van
                                huishoudelijke afvalstoffen (de gemeentelijke zorgplicht en de
                                afvalstoffenverordening). De tekst van titel 10.4 laat weliswaar een
                                aantal veranderingen zien ten opzichte van het oude §10.4.1, maar
                                daarbij gaat het vooral om enkele redactionele veranderingen en in
                                een enkel geval om een verandering van de grondslag van een deel van
                                de bevoegdheden: voorzover zij thans berusten op de Gemeentewet
                                zullen zij voortaan hun grondslag vinden in de Wet milieubeheer. De
                                gemeentelijke zorgplicht verandert niet, de regelstellende
                                bevoegdheden veranderen inhoudelijk slechts in geringe mate. Daarbij
                                gaat het vooral om aanpassingen aan de praktijkervaring.”</al>
              <al/>
              <al>De Memorie van Toelichting zegt over de artikelen 10.21-10.29 Wm het
                                volgende:</al>
              <al>“ In titel 10.4 zijn de gemeentelijke regels over de verwijdering
                                van huishoudelijke afvalstoffen uitgebreid en enigszins anders
                                geordend en eenvoudiger geformuleerd ten opzichte van de huidige
                                (lees: voormalige) artikelen 10.10-10.14. In de artikelen 10.21 en
                                10.22 is de zorgplicht van de gemeenten neergelegd. Deze artikelen
                                zijn inhoudelijk gelijk aan de huidige (lees: voormalige) artikelen
                                10.11 en 10.12. In de artikelen 10.23-10.26 is de verplichting voor
                                de gemeenteraad om een afvalstoffenverordening vast te stellen
                                neergelegd, waarbij in artikel 10.24 de verplichte elementen van een
                                dergelijke verordening zijn neergelegd en in artikel 10.25 de
                                facultatieve elementen. In artikelen 10.28 en 10.29 is de
                                bevoegdheid opgenomen om bij algemene maatregel van bestuur regels
                                te stellen ten aanzien van het brengen van bepaalde bestanddelen van
                                huishoudelijke afvalstoffen naar een bepaalde plaats alsmede omtrent
                                de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Deze bevoegdheid was
                                in de huidige wet op provinciaal niveau gelegen.” </al>
              <al/>
              <al/>
              <al>Artikel 10.21 Wet milieubeheer</al>
              <al>1. Elke gemeente draagt er, al dan niet in samenwerking met andere
                                gemeenten, zorg voor dat ten minste eenmaal per week de
                                huishoudelijke afvalstoffen met uitzondering van grove
                                huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen haar
                                grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld
                                kunnen ontstaan.</al>
              <al>2. Groente-, fruit- en tuinafval wordt daarbij in ieder geval
                                afzonderlijk ingezameld.</al>
              <al>3. De gemeenteraad kan besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van
                                andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen.</al>
              <al/>
              <al>Parlementaire geschiedenis 10.21 Wet milieubeheer</al>
              <al>Geen toelichting.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al>Artikel 10.22 Wet milieubeheer</al>
              <al>1. Elke gemeente draagt er zorg voor:</al>
              <al>a. dat grove huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk
                                binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen
                                ontstaan, en</al>
              <al>b. dat er op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats
                                binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt
                                samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om grove
                                huishoudelijke afvalstoffen achter te laten. </al>
              <al>2. In het belang van een doelmatig beheer van grove huishoudelijke
                                afvalstoffen kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald
                                dat het eerste lid geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijft
                                met betrekking tot bij de maatregel aangewezen categorieën van grove
                                huishoudelijke afvalstoffen, al dan niet voor zover deze vrijkomen
                                in een hoeveelheid of een omvang die, of een gewicht dat groter is
                                dan bij de maatregel is aangegeven.</al>
              <al/>
              <al>Parlementaire geschiedenis 10.22 Wet milieubeheer</al>
              <al>De Memorie van Toelichting zegt over dit artikel het volgende.</al>
              <al>“De gemeente draagt er zorg voor dat de huishoudelijke afvalstoffen
                                worden ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel
                                waar zodanige afvalstoffen ontstaan. Deze zorgplicht geldt ook voor
                                grove huishoudelijke afvalstoffen. Grove huishoudelijke afvalstoffen
                                zijn die afvalstoffen die te groot en te zwaar zijn om op dezelfde
                                wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst te
                                worden aangeboden. In de praktijk worden soms zeer grote partijen
                                bouw- en sloopafval aan een gemeente ter inzameling aangeboden.
                                Indien dit afval is vrijgekomen bij door de particulier zelf
                                uitgevoerde werkzaamheden, behoort dit afval naar de letter van de
                                wet tot het grove huishoudelijke afval. In beginsel worden immers
                                alle afvalstoffen die afkomstig zijn uit particuliere huishoudens
                                aangemerkt als huishoudelijke afvalstoffen. Hieruit zou volgen dat
                                de gemeenten verplicht zijn tot de inzameling ervan. Dit kan de
                                effectiviteit en de efficiency van de inzameling van grof
                                huishoudelijk afval in gevaar brengen. </al>
              <al>Uitgangspunt voor de inzameling van bouw- en sloopafval uit
                                huishoudens is de laagdrempeligheid van de voorziening. De burger
                                dient de zekerheid te hebben dat dit afval van gemeentewege wordt
                                ingezameld. Dit geldt echter alleen voor dat deel van het bouw- en
                                sloopafval dat niet afkomstig is van als bedrijfsmatig te
                                kwalificeren activiteiten. Op grote hoeveelheden zoals die ontstaan
                                bij als bedrijfsmatig te kwalificeren activiteiten, is de
                                gemeentelijke inzameling niet berekend. Bovendien heeft de
                                particulier een redelijk alternatief, hij kan bijvoorbeeld een
                                container huren. Dit betekent dat er grenzen moeten kunnen worden
                                gesteld aan de omvang en de hoeveelheid van het aangeleverde afval.
                                Daarom is het tweede lid opgenomen. Op grond van deze bepaling kan
                                de zorgplicht voor het inzamelen van grove huishoudelijke
                                afvalstoffen buiten toepassing worden verklaard. Er is gekozen voor
                                een afwijking bij amvb en niet bij gemeentelijke
                                afvalstoffenverordening, om geen al te grote verschillen tussen
                                gemeenten te laten ontstaan en om te waarborgen dat de
                                afwijkingsbevoegdheid niet te ruim wordt toegepast. Vergelijkbare
                                problemen doen zich voor bij andere afvalstoffen, zoal grote
                                hoeveelheden grond uit de tuin of paardenmest. Voorts kan worden
                                gedacht aan oude olietanks of aan autowrakken. Het tweede lid biedt
                                daarom ruimte om ook met andere situaties rekening te houden. Als
                                daar reden voor is, kan ook de plicht om een plaats beschikbaar te
                                stellen waar deze afvalstoffen kunnen worden achtergelaten, buiten
                                werking worden gesteld. Voorts is het stellen van een hoeveelheids-,
                                gewichts- of omvangsgrens facultatief gesteld.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al>Artikel 10.23 Wet milieubeheer </al>
              <al>1. De gemeenteraad stelt in het belang van de bescherming van het
                                milieu een afvalstoffenverordening vast.</al>
              <al>2. Onverminderd artikel 10.14 wordt bij het vaststellen of wijzigen
                                van de verordening rekening gehouden met: </al>
              <al>a. het gemeentelijke milieubeleidsplan;</al>
              <al> b. het gemeentelijke milieuprogramma, indien in de gemeente geen
                                milieubeleidsplan geldt.</al>
              <al>3. De afvalstoffenverordening bevat geen regels als bedoeld in
                                artikel 10.48.</al>
              <al/>
              <al>Parlementaire geschiedenis 10.23 Wet milieubeheer</al>
              <al>De Memorie van Toelichting zegt over dit artikel het volgende. </al>
              <al>“De gemeenten zijn gehouden om een afvalstoffenverordening vast te
                                stellen. De regels worden vastgesteld in het belang van het milieu.
                                Dat is ruimer dan de doelmatige verwijdering van afvalstoffen. Ook
                                regels die beogen de milieu-aspecten van handelingen met
                                afvalstoffen te beperken, zijn daardoor mogelijk. Men denke aan een
                                verbod om ter voorkoming van (geluids-)overlast afvalstoffen in te
                                zamelen voor zeven uur ’s ochtends. </al>
              <al>De gemeentelijke regelstelling moet vanzelfsprekend blijven binnen
                                haar wettelijke grenzen. Zo kunnen gemeenten niet op eigen
                                initiatief een brengplicht invoeren voor bestanddelen van het
                                huishoudelijk afval. Dat zou hen in strijd brengen met artikel
                                10.28, waarin deze bevoegdheid in toebedeeld aan het Rijk. Ook de in
                                de artikelen 10.17 en 15.32 neergelegde rijksbevoegdheid om personen
                                een verplichting op te leggen om producten al dan niet in combinatie
                                met een statiegeldregeling in te nemen, moet worden gezien als
                                uitputtend. De gemeenten kunnen een dergelijke inname dus niet
                                verplicht voorschrijven. Eventueel kunnen zij in het lokale
                                milieubelang regels stellen omtrent de wijze waarop de inname
                                geschiedt. Daarbij mag de inname niet onnodig belemmerd worden.Het
                                invoeren van een gemeentelijke vergunningplicht voor de wettelijk
                                verplichte inname van een product in de afvalfase zal met dat
                                uitgangspunt bijvoorbeeld al snel in strijd komen.</al>
              <al>Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of
                                gevaarlijke afvalstoffen mogen ook in het belang van de bescherming
                                van het milieu regels worden gesteld. Blijkens het derde lid mogen
                                deze regels geen vergunningstelsel inhouden. Dit is krachtens
                                artikel 10.48 voorbehouden aan de minister. Vanzelfsprekend mogen de
                                gemeenten hun bevoegdheid evenmin benutten ter bevoordeling van de
                                eigen inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders op de markt.
                                Artikel 10.23 impliceert niet dat de gemeenten in het geheel geen
                                autonome regels meer mogen stellen met betrekking tot
                                afvalstoffen.Wel zal daarvoor een bijzondere motivering vereist
                                zijn. Naar verwachting zal de ruime grondslag van het artikel de
                                behoefte aan autonome regels overigens zeer gering doen zijn.</al>
              <al>Tenslotte kan er op gewezen worden dat, indien boven beschreven
                                beperkingen van de verordenende bevoegdheid van de gemeente in
                                uitzonderingssituaties tot problemen aanleiding zouden geven, de
                                minister op grond van artikel 10.63, derde lid, ontheffing van deze
                                verboden zal kunnen verlenen.</al>
              <al>Als er een gemeentelijk milieubeleidsplan is, moeten de gemeenten
                                daarmee bij het vaststellen van de verordening rekening houden. De
                                gemeenten zijn niet verplicht tot het vaststellen van een
                                milieubeleidsplan. Het gemeentelijke milieuprogramma is wel
                                verplicht. In gemeenten waarin een milieubeleidsplan ontbreekt,
                                vervult het milieuprogramma een rol, die juist op afvalgebied van
                                veel betekenis kan zijn gezien de gemeentelijke verantwoordelijkheid
                                op dat gebied. Onderdeel b. is met het oog daarop opgenomen: bij
                                gebreke van een milieubeleidsplan moet met het milieuprogramma
                                rekening worden gehouden. Vanzelfsprekend moeten tevens met het
                                afvalbeheerplan rekening worden gehouden. Dit vloeit al uit artikel
                                10.14 voort”.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al>Artikel 10.24 Wet milieubeheer</al>
              <al>1. De afvalstoffenverordening bevat ten minste regels omtrent: </al>
              <al>a. het overdragen of het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen aan een bij of krachtens de verordening aangewezen
                                inzameldienst;</al>
              <al>b. het overdragen van zodanige afvalstoffen aan een ander; </al>
              <al>c. het achterlaten van zodanige afvalstoffen op een daartoe ter
                                beschikking gestelde plaats. </al>
              <al>2. Bij de afvalstoffenverordening kunnen voorts regels worden
                                gesteld omtrent het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.</al>
              <al/>
              <al>Parlementaire geschiedenis 10.24 Wet milieubeheer</al>
              <al>De Memorie van Toelichting zegt over dit artikel het volgende. </al>
              <al>“ Het eerste lid is vrijwel gelijk aan het huidige (lees:
                                voormalige) artikel 10.10, eerste lid. Daarbij gaat het om regels
                                voor de “ ontdoenerskant”. De aanwijzing van de inzameldienst
                                behoeft niet langer te geschieden bij de verordening zelf. Zij kan
                                ook geschieden bij besluit van burgemeester en wethouder krachtens
                                de verordening. Hiermede is tegemoet gekomen aan de wens van de VNG.
                                Doordat in toenemende mate wordt gewerkt met verschillende
                                inzameldiensten voor diverse deelstromen van het huishoudelijk
                                afval, is de behoefte aan deze aanpassing ontstaan.</al>
              <al>De nieuwe, bredere grondslag van de afvalstoffenverordening ten
                                aanzien van huishoudelijk afval is vastgelegd in het tweede lid. Op
                                basis daarvan kunnen regels worden gesteld voor het inzamelen van
                                huishoudelijke afvalstoffen. Hierbij gaat het vooral om de
                                inzameling van bestanddelen van het huishoudelijk afval door anderen
                                dan de inzameldienst, bijvoorbeeld de inzameling van oude kleding
                                door charitatieve instellingen. Deze regels kunnen een
                                vergunningstelsel voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen
                                door anderen inhouden, behoudens voorzover daarin is voorzien in een
                                amvb op grond van artikel 10.17.” </al>
              <al/>
              <al/>
              <al>Artikel 10.25 Wet milieubeheer</al>
              <al>Bij de afvalstoffenverordening kunnen in ieder geval regels worden
                                gesteld:</al>
              <al>a. ten einde te voorkomen dat afvalstoffen als zwerfafval in het
                                milieu terecht komen dan wel teneinde te bereiken dat zulks zo min
                                mogelijk gebeurt;</al>
              <al>b. omtrent het opruimen van afvalstoffen die als zwerfafval in het
                                milieu terecht zijn gekomen; </al>
              <al>c. omtrent het op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig
                                hebben van afvalstoffen.</al>
              <al/>
              <al>Parlementaire geschiedenis 10.25 Wet milieubeheer</al>
              <al>De Memorie van Toelichting zegt over dit artikel het volgende. </al>
              <al>“De onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval. Onderdeel a
                                betreft het voorkomen of het beperken van zwerfafval. Regels
                                hieromtrent kunnen op diverse wijzen worden gesteld. Zo kunnen er
                                regels worden gesteld omtrent het direct veroorzaken van dit soort
                                verontreiniging. Veelal zal het daarbij gaan om een verbod,
                                bijvoorbeeld om afval op straat of in het water te werpen. De regels
                                kunnen ook de aanwezigheid van bepaalde voorzieningen (bijvoorbeeld
                                een afvalbak bij een snackbar) of het gebruik daarvan voorschrijven.
                                Ook een verbod om ter inzameling gereed gezet afval te doorzoeken
                                (“morgensterrenverbod”) kan op onderdeel a worden gebaseerd.
                                Onderdeel b betreft het opruimen van zwerfafval.</al>
              <al>Het wetsvoorstel voorziet niet in een definitie van het begrip
                                zwerfafval. Ook in artikel 10.4 van de huidige wet (nu vorige wet)
                                komt het begrip zonder definitie voor. Dit heeft te maken met het
                                feit dat het begrip in de praktijk weinig problemen oplevert,
                                terwijl een juridisch sluitende definitie moeilijk te geven is. In
                                de NEN-norm 6410 is een poging tot een meer concrete omschrijving
                                gedaan. Zwerfafval/wordt in deze norm omschreven als “Afval dat
                                wordt aangetroffen op straten, pleinen, in parken, plantsoenen,
                                bossen, langs bermen en oevers, in grachten en sloten en
                                recreatiegebieden. Het gaat om een grote verzameling van stoffen of
                                voorwerpen in het afvalstadium”. Deze definitie geeft goed aan waar
                                het bij zwerfvuil om gaat, maar is juridisch niet dekkend. Het afval
                                kan immers ook op andere genoemde plaatsen worden aangetroffen.
                                Omgekeerd is niet alle afval dat aldaar wordt aangetroffen
                                zwerfvuil. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan bagger die op
                                de oever van een watergang wordt gelegd. Onderdeel c strekt mede ter
                                vervanging van het huidige (lees: voormalige) artikel 10.17, dat het
                                op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig hebben van een
                                autowrak verbiedt. Het geldt overigens voor alle afvalstoffen.”</al>
              <al/>
              <al/>
              <al>Artikel 10.26 Wet milieubeheer</al>
              <al>1. De gemeenteraad kan, in afwijking van artikel 10.21, in het
                                belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen bij
                                de afvalstoffenverordening bepalen dat:</al>
              <al>a. huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld nabij elk
                                perceel;</al>
              <al>b. huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld met een bij de
                                verordening aangegeven regelmaat;</al>
              <al>c. in een gedeelte van het grondgebied van de gemeente geen
                                huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld.</al>
              <al>2. Bij de voorbereiding van een zodanig besluit betrekt de
                                gemeenteraad de ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende
                                natuurlijke en rechtspersonen, op de wijze voorzien in de krachtens
                                artikel 150 van de Gemeentewet vastgestelde verordening.</al>
              <al>3. Burgemeester en wethouders stellen de inspecteur op de hoogte van
                                het voornemen een zodanig besluit te nemen.</al>
              <al>4. Onze Minister stelt regels inhoudende de voorwaarden waaronder
                                ingevolge het eerste lid kan worden bepaald dat huishoudelijke
                                afvalstoffen nabij elk perceel worden ingezameld. Hiertoe behoren in
                                ieder geval regels omtrent de loopafstand van het perceel naar het
                                inzamelpunt en de beschikbaarheid van het inzamelpunt.</al>
              <al/>
              <al>Parlementaire geschiedenis 10.26 Wet milieubeheer</al>
              <al>Geen toelichting.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al>Artikel 10.27 Wet milieubeheer</al>
              <al>In gevallen als bedoeld in artikel 10.26, eerste lid, onder b en c,
                                Wm draagt de gemeente er zorg voor dat op ten minste één daartoe ter
                                beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de
                                gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid
                                wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten.</al>
              <al/>
              <al>Parlementaire geschiedenis 10.27 Wet milieubeheer</al>
              <al>Geen toelichting.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al>Artikel 10.28 Wet milieubeheer</al>
              <al>1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
                                met betrekking tot het opnemen in de verordening van een
                                verplichting bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen te brengen
                                naar een daartoe beschikbaar gestelde plaats.</al>
              <al>2. Bij de maatregel kan worden aangegeven op welke wijze de
                                gemeenten er zorg voor dragen dat plaatsen als bedoeld in het eerste
                                lid, binnen de gemeente in voldoende mate beschikbaar zijn.</al>
              <al>3. Bij de maatregel kan worden bepaald dat de artikelen 10.21,
                                eerste lid, en 10.24, eerste lid, onder a, niet van toepassing zijn
                                met betrekking tot de inzameling van de bestanddelen van
                                huishoudelijke afvalstoffen, die zijn aangewezen krachtens het
                                eerste lid.</al>
              <al/>
              <al>Parlementaire geschiedenis 10.28 Wet milieubeheer</al>
              <al>De Memorie van Toelichting zegt over dit artikel het volgende.</al>
              <al>“Aangegeven is al dat de gemeenten eigener beweging geen brengplicht
                                kunnen opleggen voor bestanddelen van het huishoudelijk afval. In de
                                huidige (lees: voormalige) wet kan de invoering van een dergelijke
                                brengplicht alsnog worden geschapen met toepassing van de
                                provinciale milieuverordening (artikel 10.7, tweede lid, juncto het
                                eerste lid, onder e.)”</al>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr>§</nr>
              <titel>2.2 De gevolgen voor de afvalstoffenverordening</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
              <al>Zoals de Memorie van Toelichting al duidelijk stelt, blijft in het
                                nieuwe hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer een belangrijk deel van
                                de wettelijke structuur voor de verwijdering van afvalstoffen in
                                hoofdzaak in stand. Dit geldt ook voor de structuur van de
                                verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen: de gemeentelijke
                                zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen en de
                                afvalstoffenverordening. </al>
              <al>In titel 10.4 Wet milieubeheer zijn de gemeentelijke regels over de
                                verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen enigszins anders
                                geordend en eenvoudiger geformuleerd ten opzichte van de voormalige
                                artikelen 10.10-10.14 Wm (oud). Toch zijn er een aantal belangrijke
                                wijzigingen die gevolgen hebben voor de afvalstoffenverordening. In
                                dit hoofdstuk wordt uitgebreid ingegaan op deze wijzigingen.</al>
              <al/>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>§2.3 De Wet milieubeheer (oud) versus de Wet milieubeheer
                                (nieuw)</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
              <al>In onderstaand schema worden de relevante wijzigingen van titel 10.4
                                Wet milieubeheer (nieuw) ten opzichte van titel 10.4 Wet
                                milieubeheer (oud) aangegeven.</al>
              <al/>
              <al>Nr Hoofdstuk 10 Wet milieubeheerOUD Hoofdstuk 10 Wet
                                milieubeheerNIEUW Uitbreiding c.q. wijziging</al>
              <al>1 Artikel 10.10, eerste lid, Wm (oud) Verplichting tot vaststellen
                                van een afvalstoffenverordening inzake het zich ontdoen van
                                huishoudelijke afvalstoffen. Artikel 10.23, eerste lid,
                                WmVerplichting tot het vaststellen van een afvalstoffenverordening
                                in het belang van de bescherming van het milieu. Het vaststellen van
                                de afvalstoffenverordening kent voortaan een ruimere grondslag,
                                namelijk het belang van de bescherming van het milieu. Ook regels
                                die beogen de milieu-aspecten van handelingen met afvalstoffen te
                                beperken, zijn daardoor mogelijk. Zoals de Memorie van Toelichting
                                stelt, wordt niet geïmpliceerd dat gemeenten in het geheel geen
                                autonome regels meer mogen stellen. Wel zal daarvoor een bijzondere
                                motivering vereist zijn. De verwachting is dat gezien de ruime
                                grondslag van artikel 10.23 Wm de behoefte aan autonome regels
                                gering zal zijn.</al>
              <al>2 Artikel 10.10, eerste lid, Wm (oud)Verplichte inhoud
                                afvalstoffenverordening1. Regels omtrent het overdragen of het ter
                                inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan een daarbij
                                aangewezen inzameldienst.2. Regels omtrent het overdragen van
                                zodanige afvalstoffen aan een ander.3. Regels omtrent het
                                achterlaten van zodanige afvalstoffen op een daartoe ter beschikking
                                gestelde plaats. Artikel 10.24 WmVerplichte inhoud
                                afvalstoffenverordening:1. Regels omtrent het overdragen of het ter
                                inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan een bij of
                                krachtens de verordening aangewezen inzameldienst.2. Regels omtrent
                                het overdragen van zodanige afvalstoffen aan een ander.3. Regels
                                omtrent het achterlaten van zodanige afvalstoffen op een daartoe ter
                                beschikking gestelde plaats. De inzameldienst hoeft niet meer bij
                                verordening te worden aangewezen, maar kan voortaan worden
                                aangewezen bij besluit van het college.</al>
              <al>3 Artikel 10.24, derde lid, WmBij de afvalstoffenverordening kunnen
                                voorts regels worden gesteld omtrent het inzamelen van
                                huishoudelijke afvalstoffen. Voortaan kunnen op grond van de Wet
                                milieubeheer regels worden gesteld over de inzameling van
                                huishoudelijke afvalstoffen en het innemen van producten die het
                                afvalstadium hebben bereikt. Voorheen waren deze regels gebaseerd op
                                de Gemeentewet. </al>
              <al>Nr Hoofdstuk 10 Wet milieubeheerOUD Hoofdstuk 10 Wet
                                milieubeheerNIEUW Uitbreiding c.q. wijziging</al>
              <al>4 Artikel 10.25 Wm:Facultatieve inhoud afvalstoffenverordeningOnder
                                a. Regels omtrent het voorkomen of het beperken van zwerfafval.Onder
                                b. Regels omtrent het opruimen van zwerfafval.Onder c. Regels
                                omtrent het op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig hebben
                                van afvalstoffen. Uitbreiding.Uitbreiding.Uitbreiding, gedeeltelijke
                                vervanging van artikel 10.17 Wm (oud), opslag van autowrakken.</al>
              <al>5 Artikel 10.10, tweede lid, Wm (oud)Verplichting om bij het
                                vaststellen of wijzigen van de verordening rekening te houden met
                                het gemeentelijk milieubeleidsplan, indien aanwezig. Artikel 10.23,
                                tweede lid, WmOnder a. Verplichting om bij het vaststellen of
                                wijzigen van de verordening rekening te houden met het
                                milieubeleidsplan.Onder b. Indien het milieubeleidsplan niet geldt,
                                dient bij het vaststellen of wijzigen van de verordening rekening te
                                worden gehouden met het milieuprogramma.Aanhef. Verplichting om
                                rekening te houden met het Landelijk afvalbeheerplan (LAP). Voortaan
                                dient rekening te worden gehouden met het milieuprogramma, indien er
                                geen milieubeleidsplan is vastgesteld.Op grond van artikel 10.14 Wm
                                dient rekening te worden gehouden met het Landelijk afvalbeheerplan
                                (LAP).</al>
              <al>6 Artikel 10.23, derde lid, WmDe afvalstoffenverordening bevat geen
                                regels als in bedoeld in artikel 10.48 Wm. Ten aanzien van de
                                inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen
                                mogen voortaan in het belang van de bescherming van het milieu ook
                                regels in de afvalstoffenverordening worden opgenomen. Deze regels
                                mogen echter geen vergunningstelsel meer inhouden. Artikel 10.48 Wm
                                kent het recht van een vergunningstelsel alleen toe aan de minister. </al>
              <al>7 Artikel 10.11, eerste lid, Wm (oud)Gemeentelijke zorgplicht voor
                                de wekelijkse inzameling van huishoudelijke afvalstoffen bij elk
                                perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. Artikel
                                10.21, eerste lid, WmGemeentelijke zorgplicht voor de wekelijkse
                                inzameling van huishoudelijke afvalstoffen bij elk perceel waar
                                zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. </al>
              <al>8 Artikel 10.11, tweede lid, Wm (oud)Afwijking bij verordening
                                inzameling nabij elk perceel in het belang van een doelmatige
                                verwijdering. Artikel 10.26, eerste lid, onder a, WmAfwijking bij
                                verordening inzameling nabij elk perceel in het belang van een
                                doelmatig beheer. Nieuw beoordelingscriterium: doelmatig beheer in
                                plaats van doelmatige verwijdering.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al>Nr Hoofdstuk 10 Wet milieubeheerOUD Hoofdstuk 10 Wet
                                milieubeheerNIEUW Uitbreiding c.q. wijziging</al>
              <al>9 Artikel 10.11, derde lid, Wm (oud)De minister stelt regels
                                inhoudende de voorwaarden waaronder huishoudelijke afvalstoffen
                                nabij elk perceel mogen worden ingezameld. Hiertoe behoren in ieder
                                geval regels omtrent de loopafstand van het perceel naar het
                                inzamelpunt en de beschikbaarheid van het inzamelpunt. Artikel
                                10.26, vierde lid, WmDe minister stelt regels inhoudende de
                                voorwaarden waaronder ingevolge het eerste lid kan worden bepaald
                                dat huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel worden ingezameld.
                                Hiertoe behoren in ieder geval regels omtrent de loopafstand van het
                                perceel naar het inzamelpunt en de beschikbaarheid van het
                                inzamelpunt. </al>
              <al>10 Artikel 10.11, vierde lid, Wm (oud)Afwijking bij verordening van
                                de wekelijkse inzamelplicht in het belang van een doelmatige
                                verwijdering. Artikel 10.26, eerste lid, onder b, WmAfwijking bij
                                verordening van de wekelijkse inzamelplicht in het belang van een
                                doelmatig beheer. Nieuw beoordelingscriterium: doelmatig beheer in
                                plaats van doelmatige verwijdering.</al>
              <al>11 Artikel 10.11, vijfde lid, Wm (oud)Afwijking bij verordening geen
                                inzamelplicht in een gedeelte van de gemeente in het belang van een
                                doelmatige verwijdering. Artikel 10.26, eerste lid, onder c,
                                WmAfwijking bij verordening geen inzamelplicht in een gedeelte van
                                de gemeente in het belang van een doelmatig beheer. Nieuw
                                beoordelingscriterium: doelmatig beheer in plaats van doelmatige
                                verwijdering.</al>
              <al>12 Artikel 10.11, zesde lid, Wm (oud)Toepassen inspraakverordening
                                bij afwijking bij verordening door de gemeenteraad. Artikel 10.26,
                                tweede lid, WmToepassen inspraakverordening bij afwijking bij
                                verordening door de gemeenteraad. </al>
              <al>13 Artikel 10.11, zesde lid, Wm (oud)Op de hoogte stellen van het
                                voornemen van afwijking bij verordening aan de inspecteur door de
                                gemeenteraad. Artikel 10.26, derde lid, WmOp de hoogte stellen van
                                het voornemen van afwijking bij verordening aan de inspecteur door
                                het college. Het college stelt voortaan de inspecteur op de hoogte
                                van een voornemen tot afwijking bij verordening, niet de
                                gemeenteraad.</al>
              <al>14 Artikel 10.11, zevende lid, Wm (oud)De gemeente draagt zorg voor,
                                bij afwijking van de inzamelfrequentie of bij uitsluiting van de
                                inzamelplicht voor een deel van het grondgebied, het op tenminste
                                één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of
                                binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt in voldoende mate
                                gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te
                                laten. Artikel 10.27 WmDe gemeente draagt zorg voor, bij afwijking
                                van de inzamelfrequentie of bij uitsluiting van de inzamelplicht
                                voor een deel van het grondgebied, het op tenminste één daartoe ter
                                beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de
                                gemeenten waarmee wordt samengewerkt in voldoende mate gelegenheid
                                wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten. </al>
              <al/>
              <al/>
              <al>Nr Hoofdstuk 10 Wet milieubeheerOUD Hoofdstuk 10 Wet
                                milieubeheerNIEUW Uitbreiding c.q. wijziging</al>
              <al>15 Artikel 10.11, achtste lid, Wm (oud)Elke gemeente draagt er zorg
                                voor dat grove huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk
                                binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen
                                ontstaan en dat er dat op tenminste één daartoe ter beschikking
                                gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee
                                wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om
                                grove huishoudelijke afvalstoffen achter te laten. Artikel 10.22,
                                eerste lid WmOnder a. Elke gemeente draagt er zorg voor dat grove
                                huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen haar
                                grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen
                                ontstaan.Onder b. Elke gemeente draagt er zorg voor dat op tenminste
                                één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of
                                binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate
                                gelegenheid wordt geboden om grove huishoudelijke afvalstoffen
                                achter te laten. </al>
              <al>16 Artikel 10.12 Wm (oud): eerste lid, tweede lid, derde lid, vijfde
                                lid.Afzonderlijke inzameling groente-, fruit- en tuinafval Artikel
                                10.21, tweede lid, WmGroente-, fruit- en tuinafval worden in ieder
                                geval afzonderlijk ingezameld. Voor de inzameling van groente-,
                                fruit- en tuinafval kan worden aangesloten bij de artikelen 10.21,
                                10.23, 10.24 en 10.26 Wm.</al>
              <al>17 Artikel 10.12, vierde lid, Wm (oud)De gemeenteraad kan bij
                                verordening regels vaststellen omtrent de afzonderlijke inzameling
                                van bij de verordening aangewezen andere bestanddelen van
                                huishoudelijke afvalstoffen dan groente-, fruit-, en tuinafval.
                                Artikel 10.21, derde lid, WmDe gemeenteraad kan besluiten tot het
                                afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke
                                afvalstoffen. </al>
              <al>18 Artikel 10.12, zesde lid, Wm (oud)Bij provinciale
                                milieuverordening kunnen regels worden gesteld met betrekking tot
                                het opnemen in de afvalstoffenverordening over de afzonderlijke
                                inzameling van bij de provinciale milieuverordening aangewezen
                                bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen alsmede regels over de
                                regelmaat waarmee en de wijze waarop bij de verordening aangewezen
                                bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijke door of
                                vanwege de gemeente worden ingezameld. Artikel 10.28, eerste lid,
                                WmBij amvb kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het
                                opnemen in de verordening van een verplichting bestanddelen van
                                huishoudelijke afvalstoffen te brengen naar een daartoe beschikbaar
                                gestelde plaats. Betreft de zogenaamde brengplicht. Onder het regiem
                                van de oude Wm konden de provincies via de provinciale
                                milieuverordening de gemeenten verplichten bepaalde regels op te
                                nemen. Het rijk had hierbij slechts een beperkte wettelijke rol. In
                                de nieuwe Wm is dit veranderd. Deze gaat uit van een centrale
                                sturing, concreet een wijziging van provinciaal naar rijksniveau via
                                amvb’s. Het probleem is dat deze amvb’s nog niet gereed zijn en
                                derhalve voor de provinciale milieuverordeningen nog een
                                overgangstermijn geldt.</al>
              <al>19 Artikel 10.12, zesde lid, Wm (oud)Bij provinciale
                                milieuverordening kunnen ook regels worden gesteld over de mate
                                waarin voorzieningen beschikbaar moeten worden gesteld om die
                                bestanddelen achter te laten. Artikel 10.28, tweede lid, WmBij de
                                amvb (bedoeld als in het eerste lid) kan worden aangegeven op welke
                                wijze de gemeenten er zorg voor dragen dat plaatsen als bedoeld in
                                het eerste lid, binnen de gemeente voldoende mate beschikbaar zijn.
                                Zie ook toelichting onder 18.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al>Nr Hoofdstuk 10 Wet milieubeheerOUD Hoofdstuk 10 Wet
                                milieubeheerNIEUW Uitbreiding c.q. wijziging</al>
              <al>20 Artikel 10.13, eerste lid, Wm (oud)Bij de provinciale
                                milieuverordening kunnen, indien de doelmatige verwijdering van
                                huishoudelijke afvalstoffen van meer dan gemeentelijke belang is,
                                regels worden gesteld omtrent de inzameling van huishoudelijke
                                afvalstoffen. Artikel 10.29 WmBij amvb kunnen, voorzover het betreft
                                gevallen waarin een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen
                                van meer dan gemeentelijk belang is, regels worden gesteld omtrent
                                de inzameling van die afvalstoffen. Zie ook toelichting onder
                                18.</al>
              <al>21 Artikel 10.13, tweede lid, Wm (oud)Bij provinciale
                                milieuverordening kan een aanwijzing plaatsvinden van de gemeenten
                                die bij de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen dienen samen
                                te werken. Vervallen. In de Memorie van Toelichting wordt aangegeven
                                dat verplichte samenwerking inmiddels kan worden gemist. Daar waar
                                nodig, pleegt samenwerking op vrijwillige basis tot stand te komen.
                                Besloten is om de verplichte samenwerkingsvormen uit hoofdstuk 10 Wm
                                te schrappen.</al>
              <al>22 Artikel 10.14 Wm (oud):Procedureregels verplichte samenwerking
                                gemeenten bij de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.
                                Vervallen. Zie ook toelichting onder 21.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>§2.4 De belangrijkste wijzigingen nogmaals op een rij</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
              <al>De belangrijkste wijzigingen, genoemd in paragraaf 2.3, worden op
                                een rij gezet en kort toegelicht.</al>
              <al/>
              <al>1. Verbreding van de grondslag van de afvalstoffenverordening
                                (artikel 10.23, eerste lid, Wm)</al>
              <al> De afvalstoffenverordening wordt vastgesteld “in het belang van de
                                bescherming van het milieu”. </al>
              <al>Afdeling 4.2 van de model-APV (oud) was een zogenaamde gemengde
                                verordening en bestond zowel uit een groot aantal
                                medebewindsbepalingen als ook uit een aantal autonome bepalingen. De
                                afvalstoffenverordening, zoals in dit model verwoord, is een
                                volledige medebewindsverordening en in zijn geheel op de Wet
                                milieubeheer gebaseerd. Weliswaar heeft de gemeente altijd de
                                mogelijkheid om op grond van haar autonome bevoegdheid aanvullende
                                bepalingen op te nemen, maar de behoefte hieraan zal zeer gering
                                zijn. Naar verwachting zullen eigen gemeentelijke aanvullingen het
                                belang van de bescherming van het milieu dienen.</al>
              <al>Ook regels die de milieu-aspecten van handelingen met afvalstoffen
                                (dus niet alleen huishoudelijke afvalstoffen) beogen te beperken
                                kunnen voortaan worden opgenomen bij of krachtens de
                                afvalstoffenverordening.</al>
              <al/>
              <al>2. Het verbod om een vergunningenstelsel voor de inzameling van
                                bedrijfsafvalstoffen te hanteren (artikel 10.23, derde lid, Wm)</al>
              <al>In afdeling 4.2 model-APV (oud) was de mogelijkheid van een
                                vergunningstelsel voor de inzameling van bedrijfsafvalstoffen
                                opgenomen, indien de lokale specifieke situatie daartoe aanleiding
                                gaf. Artikel 10.23, derde lid, Wm sluit een dergelijk
                                vergunningstelsel voortaan uitdrukkelijk uit. Deze bevoegdheid is
                                uitsluitend voorbehouden aan de minister. Een vergunningstelsel voor
                                de inzameling van bedrijfsafvalstoffen keert niet meer terug in de
                                afvalstoffenverordening.</al>
              <al/>
              <al>3. De bevoegdheid tot het stellen van regels over de inzameling van
                                bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen (artikel 10.23,
                                eerste lid, en derde lid, Wm)</al>
              <al>In de afvalstoffenverordening kunnen - in het belang van de
                                bescherming van het milieu - voortaan ook regels worden gesteld over
                                de inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen.
                                De memorie van toelichting is hierover zeer duidelijk. Er mag, zoals
                                al eerder gesteld, geen sprake zijn van een vergunningstelsel. De
                                regels mogen ook niet leiden tot bevoordeling van de eigen
                                inzameldienst en benadeling van andere aanbieders.</al>
              <al/>
              <al>4. De bevoegdheid tot het stellen van regels bij verordening over de
                                inzameling van huishoudelijke afvalstoffen op grond van de Wet
                                milieubeheer (artikel 10.24, tweede lid, Wm)</al>
              <al>De bredere grondslag van de afvalstoffenverordening komt ook
                                uitdrukkelijk naar voren bij bevoegdheid van het college om bij
                                afvalstoffenverordening regels te stellen over de inzameling van
                                huishoudelijke afvalstoffen. Afdeling 4.2 van de model-APV (oud)
                                bood deze mogelijkheid al (“het college kan regels stellen.”). De
                                discussie die toen speelde was of deze regels van het college
                                gebaseerd waren op medebewind of op autonomie. Voor de
                                strafbaarstelling was dit van groot belang. Met artikel 10.24,
                                tweede lid, Wm wordt nu duidelijkheid verschaft. Voortaan vinden ook
                                de regels die gesteld worden over de inzameling van huishoudelijke
                                afvalstoffen hun grondslag in de Wet milieubeheer en is er dus
                                sprake van medebewind.</al>
              <al/>
              <al>5. Het stellen van regels bij verordening over het voorkomen of
                                beperken van zwerfafval op grond van de Wet milieubeheer (artikel
                                10.25, eerste lid, onder a, Wm)</al>
              <al>Ook hier is sprake van verbreding van de grondslag van de
                                afvalstoffenverordening. De raad kan voortaan regels in de
                                afvalstoffenverordening opnemen ter voorkoming of beperking van
                                zwerfafval. Gedacht kan worden aan het verbod om ter inzameling
                                gereed gezet afval te doorzoeken (het zogenaamde
                                morgensterren-verbod) of het voorschrijven van bepaalde
                                voorzieningen (bijvoorbeeld een afvalbak bij gelegenheden die eet-
                                en drinkwaren verkopen). </al>
              <al>Dergelijke bepalingen waren eerder opgenomen in afdeling 4.4
                                model-APV, zij het op grond van de autonome verordenende
                                bevoegdheid. De bepalingen krijgen voortaan een plaats in de
                                afvalstoffenverordening zelf en vinden hun grondslag in de Wet
                                milieubeheer. Benadrukt moet worden dat hier sprake is van
                                facultatief medebewind. De raad kan dit regelen in de
                                afvalstoffenverordening, maar is dit niet verplicht. </al>
              <al/>
              <al>6. Het stellen van regels bij verordening over het opruimen van
                                zwerfafval op grond van de Wet milieubeheer (artikel 10.25, onder b,
                                Wm)</al>
              <al>In de afvalstoffenverordening wordt een bepaling opgenomen over het
                                opruimen van zwerfafval. Ook hier is sprake van facultatief
                                medebewind. </al>
              <al/>
              <al>7. Het stellen van regels bij verordening over de opslag van
                                afvalstoffen (artikel 10.24, eerste lid, onder c, Wm)</al>
              <al>Artikel 10.25, onder c, Wm strekt onder andere ter vervanging van
                                artikel 10.17 Wet milieubeheer (oud). Hierin was een verbod
                                opgenomen om autowrakken aanwezig te hebben op een voor het publiek
                                zichtbare plaats. Op grond van de Wet milieubeheer kunnen voortaan
                                in de afvalstoffenverordening regels worden gesteld omtrent de
                                opslag van alle afvalstoffen, inclusief autowrakken. Ook hier is
                                sprake van facultatief medebewind. </al>
              <al/>
              <al>8. Aanwijzing van de inzameldienst bij besluit van het college
                                (artikel 10.24, onder a, Wm)</al>
              <al>In afdeling 4.2 van de model-APV (oud) werd de inzameldienst
                                aangewezen bij verordening. Voortaan kan de aanwijzing van de
                                inzameldienst ook plaatsvinden bij besluit van het college.</al>
              <al/>
              <al>9. De verplichting om bij het vaststellen of wijzigen van de
                                afvalstoffenverordening rekening te houden met het milieuprogramma,
                                indien er geen milieubeleidsplan geldt (artikel 10.23, tweede lid,
                                onder a en b, Wm)</al>
              <al>Gemeenten zijn verplicht om bij de vaststelling of wijziging van de
                                afvalstoffenverordening rekening te houden met het gemeentelijke
                                milieubeleidsplan. Dit was ook op deze wijze onder het oude regiem
                                geregeld. Het is echter niet wettelijk verplicht om een
                                milieubeleidsplan op te stellen. Indien er geen milieubeleidsplan
                                aanwezig is, dient de gemeente rekening te houden met het
                                gemeentelijke milieuprogramma. Dit is een nieuwe verplichting voor
                                de gemeente.</al>
              <al/>
              <al>10. De verplichting om bij het vaststellen of wijzigen van de
                                afvalstoffenverordening rekening te houden met het landelijk
                                afvalbeheerplan (artikel 10.23 tweede lid, aanhef, Wm)</al>
              <al>Op grond van artikel 10.14 Wm is ieder bestuursorgaan verplicht om
                                rekening te houden landelijk afvalbeheerplan bij het vaststellen of
                                wijzigen van de afvalstoffenverordening. </al>
              <al>De verplichting tot het opstellen van een landelijk afvalbeheerplan
                                (LAP) vloeit voort uit Europese regelgeving. Het LAP voorziet in het
                                beleid over de verwijdering van in principe alle afvalstromen en de
                                gehele verwijderingsketen. Het LAP behelst 3 onderdelen: het
                                beleidskader, de beleidsplannen per sector en de capaciteitsplannen.
                                Het LAP wordt één keer per vier jaar door de minister van VROM
                                vastgesteld met een vooruitblik van 10 jaar. </al>
              <al/>
              <al>11. Doelmatigheidstoets: doelmatig beheer in plaats van doelmatige
                                verwijdering (artikel 10.26, eerste lid, Wm)</al>
              <al>Op grond van artikel 10.26, eerste lid, Wm kan de raad - in het
                                belang van een doelmatig beheer - afwijken van artikel 10.21 Wm. Het
                                gaat om de volgende afwijkingen: inzameling nabij elk perceel in
                                plaats van bij elk perceel, inzameling met een bij de verordening
                                aangewezen regelmaat en uitsluiting van een deel van het grondgebied
                                van inzameling. </al>
              <al>De oude Wet milieubeheer sprak van de mogelijkheid tot afwijking in
                                het belang van een doelmatige verwijdering. In artikel 1.1 Wm (oud)
                                werden de elementen van deze doelmatigheidstoets gedefinieerd. Het
                                betrof de effectiviteit en de efficiëntie van de verwijdering, de
                                effectiviteit van het toezicht, de capaciteit en de continuïteit van
                                de verwijdering, de spreiding van de verwijderingsinrichtingen en de
                                nazorg voor gesloten stortplaatsen. </al>
              <al>In het huidige artikel 1.1 Wm wordt doelmatig beheer van
                                afvalstoffen als volgt gedefinieerd: “Zodanig beheer van
                                afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het geldende
                                afvalbeheerplan, dan wel de voor de vaststelling van het plan
                                geldende bepalingen, dan wel de voorkeursvolgorde aangegeven in
                                artikel 10.4, en de criteria, genoemd in artikel 10.5, eerste lid.”
                                De doelmatigheidstoets voor gemeenten genoemd in artikel 10.26,
                                eerste lid, Wm richt zich concreet op toetsing aan het LAP, op een
                                efficiënt en effectief beheer van afvalstoffen, een effectief
                                toezicht op het beheer van afvalstoffen en op de vastgestelde
                                voorkeursvolgorde van afvalstoffen. </al>
              <al/>
              <al>12. Bij afwijkingen bij verordening stelt het college en niet de
                                gemeenteraad de inspecteur op de hoogte van het voornemen (artikel
                                10.26, derde lid, Wm)</al>
              <al>Bij de onder punt 11 genoemde afwijkingen van artikel 10.21 Wm stelt
                                het college de inspecteur op de hoogte van het voornemen. Voorheen
                                was de raad hiertoe verplicht. </al>
              <al/>
              <al>13. De sturende rol van het rijk via amvb’s in plaats van de
                                sturende rol van de provincies via de provinciale
                                milieuverordeningen</al>
              <al>Onder het regiem van hoofdstuk 10 Wet milieubeheer (oud) was een
                                grote rol weggelegd voor de provincies. In de provinciale
                                milieuverordening (PMV) waren verplichtingen voor gemeenten
                                opgenomen ten aanzien van het stellen van regels. Het betrof regels
                                over handelingen met bedrijfsafvalstoffen buiten inrichtingen als
                                ook regels die richting gaven aan de inhoud van gemeentelijke
                                afvalstoffenverordeningen.</al>
              <al>Door de behoefte van de sturing van afvalstoffen op rijksniveau is
                                de bevoegdheid tot het stellen van regels door de provincies
                                grotendeels op landelijk niveau gebracht. Concreet betekent dit dat
                                de regels die tot op heden in de provinciale milieuverordening zijn
                                gesteld op termijn zullen worden vervangen door algemene maatregelen
                                van bestuur (amvb’s). Op termijn, want op dit moment zijn deze
                                amvb’s nog niet gereed, en zijn de provinciale milieuverordeningen
                                door gestelde overgangstermijnen nog steeds geldig. </al>
              <al/>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>§2.5 Ontwikkelingen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>§2.5.1 Intrekking regeling voorwaarden inzamelen huishoudelijke
                                afvalstoffen bij elk perceel</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
              <al>In afwijking van artikel 10.21 Wm kan de raad op grond van artikel
                                10.26 eerste lid 1, onder b, Wm bij verordening besluiten dat - in
                                plaats van bij elk perceel - nabij elk perceel wordt ingezameld.
                                Gemeenten moeten daarbij wel voldoen aan randvoorwaarden die zijn
                                opgenomen in de ‘Regeling voorwaarden inzamelen huishoudelijke
                                afvalstoffen nabij elk perceel’. Deze regeling is in november 1998
                                in werking getreden (zie ook artikel 10.26, vierde lid, Wm). Indien
                                de raad besluit tot de inzameling nabij elk perceel, is hij
                                verplicht om de inspraakverordening toe te passen (zie artikel
                                10.26, tweede lid, Wm). Daarnaast is het college verplicht om de
                                inspecteur op de hoogte te stellen van het voornemen tot dit besluit
                                (zie artikel 10.26, derde lid, Wm).</al>
              <al/>
              <al>In het kader van het project Herijking VROM-regelgeving, waarmee het
                                ministerie van VROM in 2003 van start is gegaan, is gezocht naar
                                wettelijke regels die vanwege overbodige bureaucratie of problemen
                                met de uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en fraudegevoeligheid
                                zouden moeten worden aangepast of afgeschaft. </al>
              <al>Een van de herijkingsvoorstellen is dat de Regeling voorwaarden
                                inzamelen huishoudelijke afvalstoffen bij elk perceel zal worden
                                ingetrokken. Uit het oogpunt van decentralisatie is het dan niet
                                noodzakelijk om te bepalen binnen welke maximale afstand van de
                                perceelgrens de gemeente moet zorgdragen voor de inzameling van
                                huishoudelijk afval, indien het inzameling nabij elk perceel
                                betreft. De gemeente heeft hierin haar eigen beleidsvrijheid.
                                Wanneer de regeling zal worden ingetrokken is op dit moment nog niet
                                bekend.</al>
              <al/>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>§2.5.2 Wet Dualisering gemeentelijke medebewindswetgeving</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
              <al>De Wet Dualisering Gemeentebestuur concentreert de bestuurlijke
                                bevoegdheden zoveel mogelijk bij het college. Om de bestuurlijke
                                bevoegdheden over te dragen aan het college is daarnaast een
                                wijziging van een groot aantal medebewindswetten nodig, waaronder
                                van de Wet milieubeheer. Het wetsvoorstel Dualisering Gemeentelijke
                                Medebewindswetgeving bevindt zich in de voorbereidende fase. Naar
                                verwachting treedt de wet in juli 2004 in werking. </al>
              <al>Voor de afvalstoffenverordening heeft de Wet Dualisering
                                gemeentelijke medebewindswetgeving geen gevolgen. </al>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>UITVOERINGSBESLUITEN</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr>§</nr>
              <titel>3.1 Overzicht uitvoeringsbesluiten</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
              <al>In onderstaand schema is per artikel uit de verordening aangegeven
                                of en zo ja, welk uitvoeringsbesluit op grond van dit artikel door
                                het college kan worden genomen. Ook is aangegeven of er op grond van
                                het artikel een vergunning of ontheffing kan worden verleend.</al>
              <al>Benadrukt moet worden dat de genoemde uitvoeringsbesluiten voortaan
                                hun uitdrukkelijke grondslag vinden in de Wet milieubeheer.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al>NR ONDERWERP MOGELIJKE UITVOERINGSBESLUITEN/ONTHEFFING OF
                                VERGUNNING</al>
              <al>§1 Algemene bepalingen</al>
              <al>1 Begripsomschrijvingen Uitvoeringsbesluit op grond van lid
                                2:Vaststellen omschrijving van de categorieën huishoudelijke
                                afvalstoffen als bedoeld in lid 1.</al>
              <al>2 Beslistermijn </al>
              <al>3 Indiening aanvraag </al>
              <al>4 Voorschriften en beperkingen </al>
              <al>5 Persoonlijk karakter van de vergunning of ontheffing </al>
              <al>6 Intrekking of wijziging van de vergunning of ontheffing </al>
              <al>§2 Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen</al>
              <al>7 Aanwijzing inzamelende instanties Uitvoeringsbesluit op grond van
                                lid 1:Aanwijzing inzameldienst.Uitvoeringsbesluit op grond van lid
                                2: Aanwijzing andere inzamelaars voor de inzameling van
                                afzonderlijke categorieën huishoudelijk afvalstoffen. </al>
              <al>8 Afzonderlijke inzameling Uitvoeringsbesluit op grond van lid
                                2:Vaststellen omschrijving van de categorieën huishoudelijke
                                afvalstoffen als bedoeld in lid 1.</al>
              <al>9 Inzamelmiddelen en -voorzieningen Uitvoeringsbesluit op grond van
                                lid 2:Aanwijzing inzamelmiddel of -voorziening van een bepaalde
                                categorie huishoudelijke afvalstof ten behoeve van een gebruiker van
                                een perceel.</al>
              <al>10 Frequentie van inzamelen Uitvoeringsbesluit op grond van lid
                                9:Vaststelling frequentie van inzameling van overige categorieën
                                huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk in aangewezen delen van
                                de gemeente bij elk perceel worden ingezameld.</al>
              <al>11 Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens vergunning
                                Vergunningstelsel voor de inzameling van huishoudelijke
                                afvalstoffen.</al>
              <al>§3 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</al>
              <al>12 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen aan anderen </al>
              <al>13 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen
                                Uitvoeringsbesluit op grond van lid 2:Verbod aan anderen dan
                                gebruikers van percelen om huishoudelijke afvalstoffen ter
                                inzameling aan de bieden aan een vergunninghouder.</al>
              <al>14 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden Uitvoeringsbesluit op grond
                                van lid 2:Aanwijzing aan welke personen of instanties de bij
                                verordening aangewezen huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk
                                moeten worden aangeboden, moeten worden aangeboden.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al>NR ONDERWERP MOGELIJKE UITVOERINGSBESLUITEN</al>
              <al>15 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen voor de
                                gebruiker van een perceel Uitvoeringsbesluit op grond van lid
                                3:Vaststellen regels over plaatsen en wijze waarop huishoudelijke
                                afvalstoffen via een inzamelmiddel ter inzameling moeten worden
                                aangeboden.Uitvoeringsbesluit op grond van lid 4:Vaststellen regels
                                over het maximale gewicht per inzamelmiddel en het maximum aantal
                                inzamelmiddelen dat per keer kan worden
                                aangeboden.Uitvoeringsbesluit op grond van lid 5:Vaststellen regels
                                over de voorwaarden waaronder de inzamelmiddelen worden
                                verstrekt.Uitvoeringsbesluit op grond van lid 5:Vaststellen regels
                                over het gebruik en reiniging van een door de gemeente verstrekt
                                gesteld inzamelmiddel.Uitvoeringsbesluit op grond van lid
                                6:Vaststellen regels over de eisen van het te gebruiken
                                inzamelmiddel, dat niet van gemeentewege is verstrekt.</al>
              <al>16 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen ten
                                behoeve van een groep van percelen Uitvoeringsbesluit op grond van
                                lid 3:Vaststellen regels over de wijze waarop huishoudelijke
                                afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep
                                percelen moeten worden aangeboden.</al>
              <al>17 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via
                                inzamelvoorzieningen op wijkniveau Uitvoeringsbesluit op grond van
                                lid 3:Vaststellen regels over de wijze waarop huishoudelijke
                                afvalstoffen via een inzamelvoorziening op wijkniveau kunnen worden
                                aangeboden.</al>
              <al>18 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een
                                brengdepot op lokaal of regionaal niveau Uitvoeringsbesluit op grond
                                van lid 3:Vaststellen regels over de wijze waarop huishoudelijke
                                afvalstoffen bij een brengdepot op lokaal of regionaal niveau kunnen
                                worden aangeboden.</al>
              <al>19 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder
                                inzamelmiddel Uitvoeringsbesluit op grond van lid 1:Aanwijzing
                                categorieën huishoudelijke afvalstoffen die zonder inzamelmiddel ter
                                inzameling moeten worden aangeboden.Uitvoeringsbesluit op grond van
                                lid 2:Vaststellen regels over de wijze waarop de genoemde
                                huishoudelijke afvalstoffen moeten worden
                                aangeboden.Uitvoeringsbesluit op grond van lid 3:Vaststellen regels
                                over maximale gewicht, afmetingen en volume waarop de genoemde
                                huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden.</al>
              <al>20 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden
                                Uitvoeringsbesluit op grond van lid 1:Vaststellen dagen en tijden
                                waarop huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                aangeboden.</al>
              <al>21 Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                                huishoudelijke afvalstoffen Vaststellen regels over het in
                                bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen.</al>
              <al>§4 Inzameling van bedrijfsafvalstoffen</al>
              <al>22 Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst Aanwijzing
                                bedrijfsafvalstoffen als categorie die worden ingezameld door de
                                inzameldienst.</al>
              <al>23 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                                inzameldienst Uitvoeringsbesluit op grond van lid 3:Vaststellen
                                regels over dagen, tijden, wijze en plaatsen waarop
                                bedrijfsafvalstoffen kunnen worden aangeboden aan de
                                inzameldienst.</al>
              <al>24 Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een
                                ander dan de inzameldienst Uitvoeringsbesluit op grond van lid
                                2:Vaststellen regels over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen aan
                                een ander.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al>NR ONDERWERP MOGELIJKE UITVOERINGSBESLUITEN</al>
              <al>§5 Zwerfafval</al>
              <al>25 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging Ontheffingstelsel
                                voor de opslag van afvalstoffen</al>
              <al>26 Achterlaten van straatafval </al>
              <al>27 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                                afvalstoffen </al>
              <al>28 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                                drinkwaren </al>
              <al>29 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal </al>
              <al>30 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                                werkzaamheden </al>
              <al>§6 Overige onderwerpen die de verordening aangaan</al>
              <al>31 Verbod op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig hebben
                                van afvalstoffen Ontheffingstelsel voor de opslag van afvalstoffen
                                op een voor het publiek zichtbare plaats.</al>
              <al>32 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden </al>
              <al/>
              <al>§7 Slotbepalingen</al>
              <al>33 Strafbepaling </al>
              <al>34 Inwerkingtreding </al>
              <al>35 Aanwijzing toezichthouders </al>
              <al>36 Overgangsbepaling </al>
              <al>37 Citeertitel </al>
              <al/>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr>§</nr>
              <titel>3.2 Verordening of uitvoeringsbesluiten?</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>In deze model-afvalstoffenverordening is ervoor gekozen om meer
                                gedetailleerde regels, die aan veranderingen onderhevig kunnen zijn,
                                in uitvoeringsbesluiten van het college op te nemen. Er is immers
                                sprake van een model die in vele gemeenten toepasbaar moet kunnen
                                zijn. </al>
              <al>Er zijn echter gemeenten die er uitdrukkelijk voor kiezen om
                                dergelijke regels ook uitdrukkelijk bij verordening te regelen.
                                Hierin zijn gemeenten volledig vrij. Beide varianten hebben hun
                                voor- en nadelen. Zo zal een ‘basale” verordening bij wijziging niet
                                iedere keer te hoeven worden vastgesteld door de raad. Aan de andere
                                kant kan het regelen van deze onderwerpen in de verordening zelf
                                duidelijker zijn en de handhaafbaarheid vergroten.</al>
              <al>Indien de gemeente kiest voor een basale verordening en met daarop
                                gebaseerde uitvoeringsbesluiten, zou een optie kunnen zijn om de
                                diverse uitvoeringsbesluiten in één verzamelbesluit op te
                                nemen.</al>
              <al/>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>4:</nr>
              <titel>HANDHAVING IN DE PRAKTIJK</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr>§</nr>
              <titel>4.1 Strafrechtelijke handhaving</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
              <al>Indien in de afvalstoffenverordening de artikelen zijn aangeduid als
                                een strafbaar feit, kan het strafrechtelijk worden gehandhaafde. De
                                gemeente Amsterdam heeft uitdrukkelijk gekozen voor dit spoor. Een
                                goede relatie met het Openbare Ministerie is een belangrijke
                                randvoorwaarde en er dienen goede afspraken te worden gemaakt. Dit
                                ter voorkoming van het uitblijven van strafvervolging, indien er
                                andere prioriteiten worden gesteld. </al>
              <al/>
              <al>In de Wed is de strafmaat aangegeven van overtredingen van
                                plaatselijke verordeningen die gebaseerd zijn op de Wet
                                milieubeheer. In het geval van de afvalstoffenverordening hechtenis
                                van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de vierde
                                categorie. Artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht
                                stelt de hoogte van een boete van de vierde categorie vast op
                                maximaal 11.250 euro. Artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht
                                geeft de officier van justitie de mogelijkheid om met een boete
                                strafvervolging te voorkomen. </al>
              <al>Het openbaar ministerie heeft richtlijnen opgesteld voor boetes. De
                                boete voor het verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval of voor
                                zwerfafval is op dit moment gesteld op een standaardbedrag van 46
                                euro.</al>
              <al/>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr>§</nr>
              <titel>4.2 Bestuursrechtelijke spoor: spoedeisende bestuursdwang</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
              <al>De gemeenten Utrecht en Rotterdam hebben gekozen voor het toepassen
                                van spoedeisende bestuursdwang door middel van het direct opruimen
                                van verkeerd aangeboden afvalstoffen. Hiervan worden de kosten in
                                rekening worden gebracht bij de overtreder.</al>
              <al/>
              <al>In Rotterdam worden de bewoners van wijken waar de spoedeisende
                                bestuursdwang wordt ingevoerd vooraf geïnformeerd door
                                bewonersbrieven en publicaties in lokale bladen. Daarbij worden de
                                spelregels bekend gemaakt voor het aanbieden van huisvuil en de
                                “sanctie” die staat op het verkeerd aanbieden van huisvuil.</al>
              <al>Handhavingsteams verwijderen het verkeerd aangeboden huisvuil na dit
                                doorzocht te hebben op poststukken. Hiervan wordt procesverbaal op
                                gemaakt, dat vervolgens wordt omgezet in een bestuursdwangbesluit
                                met een rekening van € 45,-.</al>
              <al>De spoedeisendheid is gelegen in het feit dat de gemeente Rotterdam
                                zwaar heeft ingezet op een beleid dat is gericht op het schoon, heel
                                en veilig maken van wijken in Rotterdam. Verkeerd aangeboden
                                huisvuil trekt niet alleen huisvuil aan, maar ook ongedierte.
                                Bovendien is het een bron van zwerfafval en leidt in zijn
                                algemeenheid tot een verloederd beeld van de wijk.</al>
              <al/>
              <al>Utrecht is medio 2003 begonnen met bestuursrechtelijke handhaving.
                                Hiervoor is een uitgebreide mediacampagne aan vooraf gegaan. Na een
                                periode van voorlichting volgde een periode van waarschuwing (gele
                                kaarten) en tot slot de daadwerkelijke start van de handhaving. De
                                gemeentelijke reinigingspolitie maakt hierbij gebruik van het
                                instrument spoedeisende bestuursdwang.</al>
              <al>In tegenstelling tot het strafrecht, waarbij men zich richt op het
                                straffen van de overtreder, richt de toepassing van bestuursdwang
                                zich in eerste aanleg op het ongedaan maken van de overtreding. Dit
                                neemt niet weg dat de reinigingspolitie in voorkomende gevallen
                                (denk aan een heterdaad-situatie of een bekennende verdachte) ook
                                strafrechtelijk kan en zal optreden. Alle medewerkers zijn immers
                                beëdigde buitengewoon opsporingsambtenaar.</al>
              <al>In geval van spoedeisende bestuursdwang doorzoekt de
                                reinigingspolitie de vuilniszak op aanwezige adreswikkels. Men maakt
                                een rapport op van de geconstateerde overtreding, welke als basis
                                dient voor het bestuursdwangbesluit. Dit besluit wordt binnen enkele
                                dagen na constatering van de overtreding verzonden vergezeld van een
                                acceptgiro. Afhankelijk van de overtreding wordt € 46, € 92 of € 138
                                in rekening gebracht. De overtreder dient immers (een deel) van de
                                gemaakte kosten te betalen. Wanneer de overtreder het met de
                                bestuursdwangaanschrijving oneens is, kan hij hiertegen een
                                bezwaarschrift indienen. Na het constateren van de overtreding zorgt
                                de reinigingspolitie ervoor dat de overtreding direct ongedaan wordt
                                gemaakt. Men beschikt niet voor niets over een voertuig waarin men
                                zelf afval kan afvoeren. </al>
              <al>De spoedeisendheid van de bestuursdwang laat zich verklaren door het
                                feit dat het laten liggen van het afval leidt tot een (verdergaande)
                                vervuiling van de openbare ruimte, het aantrekken van meer afval,
                                het ontstaan van zwerfafval en een gevoel van onveiligheid bij de
                                burgers (zie ook Rotterdam).</al>
              <al/>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr>§</nr>
              <titel>4.3 Privaatrechtelijke weg: onrechtmatige daad</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
              <al>De gemeente Den Haag hanteert, in afwachting van de bestuurlijke
                                boete, de civielrechtelijke weg bij het verkeerd aanbieden van
                                huishoudelijk afval. Bij deze aanpak worden, indien huisvuil
                                illegaal wordt aangeboden, de kosten van verwijdering en de daarmee
                                verbonden administratieve handelingen in rekening gebracht. De
                                kosten bedragen op dit moment 166 euro.</al>
              <al/>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr>§</nr>
              <titel>4.4 Bestuursrechtelijke handhaving: bestuurlijke boete?</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>De VNG pleit al jaren voor intensivering van de bestuurlijke
                                handhaving en zet op dit moment sterk in op een snelle en brede
                                invoering van de bestuurlijke boete. Dit om daadkrachtig te kunnen
                                optreden tegen verloedering van het publieke domein. Over de
                                invoering van de bestuurlijke boete vindt overleg plaats tussen VNG
                                (sector BJZ) en het ministerie van Binnenlandse zaken en
                                Koninkrijkrelaties (BZK), het ministerie van Justitie en het
                                Openbaar Ministerie. </al>
              <al/>
              <al>In februari 2003 heeft de VNG de publicatie “Bestuurlijke handhaving
                                versterkt! VNG-pleidooi voor de invoering van een bestuurlijke boete
                                uitgegeven” (VNG Uitgeverij, ISBN: 90 322 7946 7). In de bijlage is
                                een lijst opgenomen, met een opsomming van feiten waarvoor de
                                handhaving door een bestuurlijke boete zeer gewenst is. In deze
                                feitenlijst zijn bijvoorbeeld ook artikelen opgenomen over het
                                verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval. De bestuurlijke boete
                                kan ook worden toegepast voor de aanpak van zwerfafval.</al>
              <al/>
              <al>Op dit moment zijn de ontwikkelingen rondom de bestuurlijke boete in
                                een stroomversnelling. De minister van BZK is positief over een
                                snelle invoering van een bestuurlijke boete. De uitgangspunten en
                                voorwaarden worden in overleg met de VNG nog nader worden
                                uitgewerkt. Wel is bekend dat gemeenten de keuze krijgen of ze wel
                                of niet de bestuurlijke boete willen invoeren. Afgesproken is dat
                                het wetstraject zo spoedig mogelijk wordt gestart. Op dit moment is
                                nog niet bekend wanneer de bestuurlijke daadwerkelijk wordt
                                ingevoerd. </al>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <bijlage/>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
