<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:xopus="http://www.xopus.com/xmlns/xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta>
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>31030_1</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Verordening Burgerinitiatief Gemeente het Bildt 2007</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">het Bildt</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2010-12-20</dcterms:modified>
      <dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:spatial>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:alternative>Verordening Burgerinitiatief Gemeente het Bildt 2007</dcterms:alternative>
      <dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source>
      <dcterms:issued>2007-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Bildtse Post 5-12-07 </dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:publisher scheme="overheid:Gemeente">Het Bildt</dcterms:publisher>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-12-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>29-11-07</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
        <al>Geen</al>
      </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Op grond van artikel 28 Wet algemene regels herindeling is deze verordening per 1 januari 2020 vervallen.</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule/>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>No. 071115-2 St. –Annaparochie, 29 oktober 2007</al>
          <al/>
          <al>De raad der gemeente het Bildt;</al>
          <al>overwegende,</al>
          <al>dat de volksvertegenwoordigende taak van de gemeenteraad kan worden
                        versterkt door burgers het recht te geven een onderwerp of voorstel op de
                        raadagenda te doen plaatsen;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het presidium d.d. 20 september 2007;</al>
          <al>gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet; </al>
          <al/>
          <al/>
          <al>BESLUIT:</al>
          <al/>
          <al>Vast te stellen de navolgende:</al>
          <al/>
          <al> Verordening Burgerinitiatief Gemeente het Bildt 2007</al>
          <al/>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijving</titel>
          </kop>
          <al>In deze verordening wordt onder een burgerinitiatief verstaan: een voorstel
                        van een initiatiefgerechtigde om een onderwerp of een voorstel op de agenda
                        van de vergadering van de raad te plaatsen.</al>
          <al/>
          <al>Toelichting:</al>
          <al>In deze modelbepalingen is ervoor gekozen de term "burgerinitiatief " te
                        hanteren ter aanduiding van het voorstel (of onderwerp) dat door een burger
                        bij de raad kan worden ingediend. Bij de formulering van dit begrip kon
                        gekozen worden voor een enge (alleen een voorstel) en een ruime (niet alleen
                        een voorstel maar ook een onderwerp) interpretatie. De raad heeft gekozen
                        voor de ruime opvatting van dit begrip. Het biedt de mogelijkheid dat
                        burgers een onderwerp bij de raad aandragen, zonder dat een concreet
                        voorstel is bijgevoegd. Te denken valt hier aan de wens om in de raad over
                        de problematiek in een bepaalde achterstandswijk te discussiëren. Uiteraard
                        staat het burgers vrij om een concreet voorstel in te dienen. Het is aan de
                        raad om te beslissen of het nadere uitwerking door de indieners behoeft. </al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Geldigheid verzoek burgerinitiatief</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De raad plaatst een burgerinitiatief op de agenda van zijn vergadering,
                        indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig verzoek is
                        ingediend.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Ongeldig is het verzoek dat:</al>
            <lijst>
              <li nr="a.">
                <al>een onderwerp als bedoeld in artikel 4 bevat, of</al>
              </li>
              <li nr="b.">
                <al>niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 5.</al>
              </li>
            </lijst>
            <al>Toelichting:</al>
            <al>Uit dit artikel volgt dat de raad een burgerinitiatief op de agenda van een
                        raadsvergadering moet plaatsen indien er sprake is van een geldig verzoek,
                        ingediend door een initiatiefgerechtigde. De gemeenteraad zal zich in dat
                        geval dus moeten uitspreken over het burgerinitiatief. Van een geldig
                        verzoek is sprake als (a) het onderwerp van het burgerinitiatief niet in
                        artikel 4 is uitgezonderd en (b) aan de in artikel 5 gestelde procedurele
                        voorwaarden wordt voldaan. In artikel 3 (zie hierna) wordt nader omschreven
                        wanneer een persoon initiatiefgerechtigd is.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Kring van initiatiefgerechtigden</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Initiatiefgerechtigd zijn alle ingezetenen en belanghebbenden van
                        tenminste 16 jaar en waarbij het initiatief door tenminste 15 burgers wordt
                        ondersteund.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Voor de beoordeling of iemand belanghebbende is, is de situatie op de dag
                        van indiening van het verzoek bepalend.</al>
            <al/>
            <al>Toelichting:</al>
            <al>De keuze voor deze ruime definitie van initiatiefgerechtigden ligt voor de
                        hand. Het gaat om de kwaliteit van het initiatief; nadere criteria kunnen
                        dan onnodig belemmerend werken. Bij indiening van een burgerinitiatief kan
                        worden getoetst of de indiener / initiatiefnemer voldoet aan de vereisten
                        van een initiatiefgerechtigde. Het verzoek vindt immers formeel op dat
                        moment plaats. Om te kunnen onderzoeken of op dat moment wordt voldaan aan
                        de vereisten, zijn verschillende gegevens nodig. Welke dat zijn wordt
                        geregeld in artikel 5. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Uitzonderingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Een burgerinitiatief kan geen betrekking hebben op:</al>
            <lijst>
              <li nr="a.">
                <al>een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van het
                        gemeentebestuur;</al>
              </li>
              <li nr="b.">
                <al>een vraag over het gemeentelijk beleid;</al>
              </li>
              <li nr="c.">
                <al>een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet
                        bestuursrecht;</al>
              </li>
              <li nr="d.">
                <al>een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht
                        tegen een besluit van het gemeentebestuur, of</al>
              </li>
              <li nr="e.">
                <al>Een onderwerp waarover tijdens de raadsperiode – waarin indiening van het
                        voorstel plaatsvindt – door de raad een besluit is genomen.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Een burgerinitiatief over een onderwerp of voorstel dat niet behoort tot
                        de bevoegdheid van de raad, maar wel valt onder de bevoegdheid van het
                        gemeentebestuur, zal door de raad, eventueel vergezeld van zijn advies,
                        worden doorgezonden naar het college of naar de burgemeester in de
                        hoedanigheid van portefeuillehouder.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het college of de burgemeester zal een onderwerp of voorstel als bedoeld
                        in lid 2 behandelen als ware het een burgerinitiatief.</al>
            <al/>
            <al>Toelichting:</al>
            <al>Het is weinig efficiënt om de raad te belasten met de beraadslaging over een
                        onderwerp waarover de raad uiteindelijk geen beslissende bevoegdheid
                        heeft.</al>
            <al>Daar komt bij dat de afstand tussen burger en bestuur alleen maar zou worden
                        vergroot als de burger na het doorlopen van de burgerinitiatiefprocedure te
                        horen krijgt dat de raad niets met het burgerinitiatief kan doen, omdat hij
                        "er niet over gaat". Een vraag over gemeentelijk beleid kan ook geen
                        onderwerp van een burgerinitiatief zijn. Voor dit soort vragen staan andere
                        wegen open, zoals het spreekrecht in een commissie- of raadsvergadering of
                        het spreekuur van een wethouder. Ook moet voorkomen worden dat het
                        burgerinitiatief andere procedures zoals de bezwaar- of de klachtprocedure
                        doorkruist. Met het oog hierop kan worden bepaald dat het burgerinitiatief
                        geen bezwaar tegen een genomen besluit of een klacht over een gedraging van
                        het gemeentebestuur kan inhouden. Tenslotte is het evenmin de bedoeling dat
                        zaken, die recent nog in de raad aan de orde zijn geweest, opnieuw onderwerp
                        van bespreking worden als gevolg van een burgerinitiatief. Dit zou de
                        besluitvorming in de raad te zeer kunnen frustreren. Daarbij kan een raad
                        zelf bepalen welke termijn hij daarvoor geschikt acht. De raad heeft daarbij
                        gekozen voor de huidige raadsperiode. Het is aan de initiatiefnemer om aan
                        te tonen dat het initiatief een nieuw voorstel betreft dat nog geen
                        onderwerp van een raadsbesluit is geweest. Een burgerinitiatief dat wordt
                        doorgestuurd naar college of burgemeester als portefeuillehouder, is geen
                        burgerinitiatief meer volgens de definitie van artikel 1 van deze
                        verordening. Lid 3 is bedoeld om te voorkomen dat college of burgemeester
                        een initiatief om die reden terzijde kan schuiven.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Indieningsprocedure</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het verzoek tot plaatsing van een burgerinitiatief op de agenda van de
                        vergadering van de raad wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van
                        de raad. Formulieren voor indiening van een burgerinitiatief zijn bij de
                        griffie verkrijgbaar en kunnen – na invulling – weer bij diezelfde griffie
                        worden ingediend. De griffie zal de initiatiefnemer gedurende de verdere
                        procedure adviseren en begeleiden.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het verzoek bevat ten minste:</al>
            <lijst>
              <li nr="a.">
                <al>een nauwkeurige omschrijving van het burgerinitiatief;</al>
              </li>
              <li nr="b.">
                <al>een toelichting op het burgerinitiatief, en</al>
              </li>
              <li nr="c.">
                <al>de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de
                        handtekening(en) van de initiatiefnemer(s).</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van het in
                        bijlage I van deze verordening opgenomen model.</al>
            <al/>
            <al>Toelichting:</al>
            <al>Het ligt voor de hand om het burgerinitiatief bij de voorzitter van de raad
                        te laten indienen. Zolang de burgemeester nog voorzitter van de raad is,
                        ontvangt hij in die hoedanigheid de voorstellen. Om de voortgang van het
                        burgerinitiatief ordelijk te laten verlopen, is het onvermijdelijk dat aan
                        het verzoek een aantal minimumeisen wordt gesteld. Het is uit praktische
                        overwegingen zoals uniformiteit, overzichtelijkheid en duidelijkheid
                        raadzaam, dat indiening van een burgerinitiatief plaatsvindt door middel van
                        een standaardformulier. Op dit formulier zal de initiatiefnemer naast het
                        voorstel en een toelichting in ieder geval zijn personalia moeten aangeven.
                        Ter voorkoming van fraude met namen wordt verder gevraagd naar personalia,
                        zoals adressen en geboortedata. Op grond van deze gegevens kan de gemeente
                        onderzoeken of het initiatief de steun van voldoende daartoe gerechtigde
                        personen heeft. Verder is het gebruik van het model in bijlage I bij deze
                        verordening voorgeschreven. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Behandelingsprocedure</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De raad agendeert het burgerinitiatief voor zijn eerstvolgende
                        vergadering na de datum van indiening van het initiatief, indien het voldoet
                        aan de vereisten zoals gesteld in artikel 5. Er dient ten minste twee weken
                        te liggen tussen de dag van indiening van het burgerinitiatief en de dag van
                        de vergadering waarin over het burgerinitiatief wordt beslist.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De voorzitter van de raad nodigt de initiatiefnemer schriftelijk uit voor
                        de vergadering waarvoor het burgerinitiatief is geagendeerd. De
                        initiatiefnemer of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de
                        gelegenheid om zijn burgerinitiatief mondeling nader toe te lichten.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatief een besluit
                        heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het
                        besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven
                        blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere
                        geschikte wijze.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling
                        gedaan aan de initiatiefnemer.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De initiatiefnemer wordt daarna ingelicht over de vervolgstappen inzake
                        de uitwerking van het burgerinitiatief.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Indien een burgerinitiatief is afgewezen, is sprake van een besluit in de
                        zin van de Algemene wet bestuursrecht 6 waartegen bezwaar en beroep open
                        staat.</al>
            <al/>
            <al>Toelichting:</al>
            <al>De burger moet erop kunnen vertrouwen dat de raad zijn voorstel spoedig
                        toetst aan de vereisten en een besluit neemt over de behandeling. Hierin
                        voorziet het eerste lid. Het gaat erom een termijn te kiezen die niet te
                        lang is, maar ook niet zo kort dat er onvoldoende tijd is om het voorstel te
                        kunnen controleren. Verzoeken waarover de raad niet bevoegd is, kan de raad
                        doorzenden naar het college of de burgemeester als portefeuillehouder. Met
                        het derde tot en met vijfde lid worden vooral waarborgen gecreëerd voor
                        transparantie bij de afhandeling van een burgerinitiatief door de raad. Op
                        grond van het vijfde lid wordt de indiener / initiatiefnemer altijd
                        schriftelijk meegedeeld wat er met het ingediende voorstel gebeurt. Dat kan
                        dus een inhoudelijk besluit zijn of de mededeling dat het verzoek is
                        afgewezen. Wordt het verzoek tot plaatsing van het burgerinitiatief door de
                        raad afgewezen, dan is er sprake van een besluit in de zin van de Algemene
                        wet bestuursrecht waartegen bezwaar en beroep op de rechter openstaan.
                        Besluit de raad het burgerinitiatief te agenderen, dan is er sprake van een
                        voorbereidingsbeslissing die niet vatbaar is voor bezwaar of beroep (artikel
                        6:3 Awb). Afhankelijk van de inhoud van de beslissing op het initiatief
                        zelf, zal er sprake zijn van een besluit in de zin van de Algemene wet
                        bestuursrecht dat vatbaar is voor bezwaar en beroep. Zo zal bijvoorbeeld
                        bezwaar en beroep openstaan indien de raad, het college of de burgemeester
                        naar aanleiding van het burgerinitiatief besluit een subsidie toe te kennen
                        voor een bepaald project. Een ander voorbeeld is het besluit om een
                        verordening op bepaalde punten aan te passen. Tegen een dergelijk besluit
                        staan geen bezwaar en beroep bij de rechter open (artikel 8:2 Awb). In deze
                        modelbepalingen is ervoor gekozen in het midden te laten hoe raad, college
                        of burgemeester verder met het burgerinitiatief omgaat. Bedoeld is niet dat
                        de raad altijd plenair het voorstel inhoudelijk moet behandelen. Het ligt
                        wel voor de hand dat in de raadsvergadering wordt beslist over het te volgen
                        traject, maar een besluit over een burgerinitiatief kan uiteraard ook in een
                        raadscommissie inhoudelijk worden voorbereid. Ook kan de raad van mening
                        zijn dat nader onderzoek moet worden gedaan. De indiener / initiatiefnemer
                        zal hoe dan ook steeds over het vervolgtraject worden ingelicht en waar
                        nodig en mogelijk erbij worden betrokken.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Verslaglegging burgemeester</titel>
          </kop>
          <al>De burgemeester brengt in het burgerjaarverslag verslag uit over de werking
                        van het recht van burgerinitiatief in de praktijk.</al>
          <al>Toelichting:</al>
          <al>De raad heeft er voor gekozen om in een regeling over het burgerinitiatief
                        de burgemeester te verplichten om jaarlijks een verslag over het
                        burgerinitiatief uit te brengen. Hierbij valt te denken aan getalsmatige
                        gegevens (aantal ingediende, aantal toegewezen en aantal afgewezen
                        burgerinitiatieven), en aan een beknopt overzicht van de inhoud van de
                        burgerinitiatieven, de besluiten van de raad over de burgerinitiatieven en
                        de motivatie op grond waarvan de raad tot deze besluiten is gekomen. In het
                        wetsvoorstel met betrekking tot de dualisering van het gemeentebestuur wordt
                        de burgemeester verplicht een burgerjaarverslag op te stellen. De
                        burgemeester kan er dan voor kiezen het verslag over het burgerinitiatief
                        hierin op te nemen. Uit de inventarisatie is gebleken dat dit in veel
                        gemeenten al gebeurt.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Verordening Burgerinitiatief
                        gemeente het Bildt 2007’ en treedt in werking op 6 december 2007.</al>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al> De raad voornoemd,</al>
          <al/>
          <al/>
          <al> , griffier , voorzitter</al>
          <al/>
        </slotformulering>
      </regeling-sluiting>
      <bijlage>
        <al>
          <plaatje>
            <illustratie formaat="pdf" id="i2341" naam="Burgerinitiatief.pdf" type="tekst"/>
          </plaatje>
        </al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
