<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>291400_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Toeslagenverordening Wwb 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bellingwedde</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-05-13</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Streekblad 15 mei 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Toeslagenverordening Wwb 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0015703/Hoofdstuk3/33/Artikel30/geldigheidsdatum_26-07-2013">artikel 30 van de Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Toeslagenverordening Wwb 2013</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Toeslagenverordening Wwb 2013</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit</al><al></al><al>Nr.   </al><al>de r a a d van de gemeente Bellingwedde;</al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 26 maart 2013, </al><al>gelet op artikel 30 van de Wet werk en bijstand,</al><al><onderstreept>b e s l u i t :</onderstreept></al><al>vast te stellen de “Toeslagenverordening Wwb 2013”,</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de betekenis van de in deze verordening genoemde begrippen wordt
                            verwezen naar de begripsomschrijvingen in hoofdstuk 1, § 1.1 van de Wet
                            werk en bijstand (de wet) met uitzondering van de in lid 2 van dit
                            artikel genoemde begrippen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder</al><lijst><li nr="a."><al>belanghebbende:</al><al> degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
                                    betrokken;</al></li><li nr="b."><al>woonkosten:</al><lijst><li nr="-"><al>indien een huurwoning wordt bewoond:</al><al> de te betalen huur per maand; duidelijk moet zijn dat
                                            er een contract is waaruit de verplichting afgeleid kan
                                            worden dat er maandelijks huur moet worden betaald. Van
                                            deze verplichting tot het betalen van de huur dient op
                                            verzoek een bewijsstuk worden getoond.</al></li><li nr="-"><al>indien een eigen woning wordt bewoond:</al><al> de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten
                                            behoeve van de financiering van de woning verschuldigde
                                            hypotheekrente, de in verband met het in eigendom hebben
                                            van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar de
                                            omstandigheden vast te stellen bedrag voor
                                            onderhoud;</al></li><li nr="-"><al>onder zakelijke lasten wordt verstaan:</al><al> de rioolrechten, het eigenaarsdeel van de
                                            onroerend-zaakbelasting, de brandverzekering, de
                                            opstalverzekering, het eigenaarsaandeel van de
                                            waterschapslasten;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>normbedrag</al><al> het normbedrag voor een echtpaar, beiden ouder dan 21 jaar maar
                                    beneden de AOW-gerechtigde leeftijd, als bedoeld in artikel 21
                                    lid 1 van de wet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Categoriën</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor belanghebbenden aan wie bijstand kan worden verleend, geldt een
                            categorieaanduiding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De categorieën worden aangeduid als:</al><lijst><li nr="a."><al>alleenstaande;</al></li><li nr="b."><al>alleenstaande ouder;</al></li><li nr="c."><al>echtpaar</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verhoging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande
                            of de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder, doch beneden de
                            AOW-gerechtigde leeftijd, hogere algemeen noodzakelijke kosten van het
                            bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het
                            niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande en
                            de alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf
                            heeft en die de woonkosten niet met een ander kan delen, bepaald op het
                            in artikel 25, tweede lid, van de wet genoemde maximumbedrag (20% van
                            het normbedrag).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van het normbedrag
                            voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder op wie het tweede lid
                            niet van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toeslag bedraagt 20% van het normbedrag voor de kostganger of
                            onderhuurder die een commerciële kostprijs betaalt, dat wil zeggen
                            tenminste 36% van het normbedrag aan kostgeld of 20% van het normbedrag
                            aan onderhuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verlaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijstandsnorm wordt lager vastgesteld indien het echtpaar lagere
                            algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de
                            bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen
                            delen van deze kosten met een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van het
                            normbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Thuiswonende kinderen</titel></kop><al>Het bepaalde in artikel 3, lid 3 en artikel 4 is niet van toepassing indien
                        het hier enkel betreft :</al><lijst><li nr="-"><al>één of meer thuiswonende meerderjarige eigen kinderen of
                                stiefkinderen kinderen van 18 jaar tot 21 jaar die over een inkomen
                                beschikken dat niet hoger is dan het in artikel 21, onder a van de
                                wet genoemde bedrag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijstandsnorm of de toeslag wordt lager vastgesteld indien de
                            alleenstaande, de alleenstaande ouder of het gezin, lagere algemeen
                            noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm of de
                            toeslag voorziet, als gevolg van zijn woonsituatie, waaronder begrepen
                            het niet aanhouden (huren of in eigendom hebben) van een woning waarvoor
                            woonkosten moeten worden betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 20% van het
                            normbedrag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid bedoelde verlaging vindt bij voorrang plaats op de
                            toeslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Alleenstaanden van 21 of 22 jaar</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toeslag als bedoeld in artikel 25 van de wet wordt voor een
                            alleenstaande van 21 of 22 jaar in wiens woning geen ander zijn
                            hoofdverblijf heeft, in afwijking van artikel 3, lid 2 vastgesteld op
                            10% van het normbedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De alleenstaande van 21 of 22 jaar op wie het eerste lid niet van
                            toepassing is, ontvangt een toeslag van 5% van het normbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Maximering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien voor de belanghebbende een combinatie van een toeslag op grond
                            van artikel 3 en een of meer verlagingen op grond van de artikelen 4, 6
                            en 7 geldt, bedraagt de verlaging niet meer dan 25% van het
                            normbedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor de belanghebbende meer dan één verlaging op grond van de
                            artikelen 4, 6, en 7 geldt, bedraagt de verlaging niet meer dan 25% van
                            het normbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering van het bepaalde in
                        de artikelen 3 tot en met 9. Verhoging of verlaging van de norm of
                        afwijkende vaststelling van de toeslag vindt plaats onverminderd artikel 18,
                        eerste lid van de wet. Dit kan bijvoorbeeld als er sprake is van lagere
                        kosten van levensonderhoud waarmee nog geen rekening is gehouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Toeslagenverordening Wwb 2013",
                        dan wel worden afgekort als “Toeslagenverordening”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie.</al></li><li nr="2."><al>Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de deze verordening,
                                vervalt de "verordening toeslagen en verlagingen wet werk en
                                bijstand” van 21 december 2006, alsmede het “Raadsbesluit Tijdelijke
                                Regels aanscherping Wwb " van 22 december 2011.</al></li></lijst><al></al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door de raad van de gemeente Bellingwedde</al><al>in zijn openbare vergadering van 7 mei 2013.</al><al>De griffier, De voorzitter,</al><al>P.D. Nap E.R. Triemstra</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><divisie><kop><label>Algemene toelichting</label></kop><al>Per 1 januari 2012 werd de zogenaamde huishoudinkomenstoets opgenomen in de
                        bijstandswet. Op grond hiervan is de toeslagenverordening aangepast door
                        middel van de “Raadsbesluit Tijdelijke Regels aanscherping Wwb” Nu deze
                        huishoudinkomenstoets (met terugwerkende kracht) is ingetrokken dient ook de
                        toeslagenverordening weer te worden aangepast. Bij de aanpassing van de
                        verordening is getracht tegelijkertijd de leesbaarheid te vergroten door de
                        begrippen uitgebreider te beschrijven. </al><al>Inhoudelijk is een wijziging aangebracht ten aanzien van de hoogte van de
                        toeslagen voor 21 en 22 jarige bijstandsgerechtigden. Dit stond in artikel 6
                        en dat is in de nieuwe verordening artikel 7 geworden. De toeslag werd
                        berekend als percentage van de toeslag terwijl voor overige
                        bijstandsgerechtigden een percentage van het normbedrag geldt. Daarnaast is
                        in de nieuwe verordening de aansluiting gezocht met de studiefinanciering.
                        Het verschil in toeslag bedraagt als volgt:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="33*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="33*"></colspec><colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="33*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>Toeslag 21 jarige</al></entry><entry colname="col3"><al>Toeslag 22 jarige</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Oude verordening</al></entry><entry colname="col2"><al>€26,73</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 120,31</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nieuwe verordening</al></entry><entry colname="col2"><al>€66,84</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 133,69 </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De toeslagen voor 21 en 22 jarige bijstandsgerechtigden is in de nieuwe
                        verordening hoger. De financiële consequenties zijn beperkt, omdat de Wwb
                        dusdanig is aangescherpt dat steeds minder jongeren onder de 27 jaar in de
                        bijstand komen, omdat zij in principe met studiefinanciering (WSF) een
                        opleiding moeten volgen. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>