<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>291397_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Maatregelverordening Ioaw, Ioaz 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bellingwedde</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-05-13</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Streekblad 15 mei 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Maatregelverordening Ioaw, Ioaz 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004044/geldigheidsdatum_13-05-2013#HoofdstukIII_Artikel35">artikel 35, eerste lid, onderdeel b Ioaw</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights><dcterms:issued>2013-05-07</dcterms:issued><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004163/geldigheidsdatum_13-05-2013#HoofdstukIII_Artikel35">artikel 35, eerste lid, onderdeel b Ioaz</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004044/geldigheidsdatum_13-05-2013"> artikel 20, tweede lid Ioaw</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004163/geldigheidsdatum_13-05-2013#HoofdstukII_3_Artikel20">artikel 20, eerste lid Ioaz</dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>de Maatregelenverordening Ioaw, Ioaz 2013</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatregelverordening Ioaw, Ioaz 2013</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al></al><al>Nr.      </al><al>de r a a d van de gemeente Bellingwedde;</al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 26 maart 2013, </al><al>gelet op artikel 35, eerste lid, onderdeel b en artikel 20, tweede lid
                        Ioaw, alsmede artikel 35, eerste lid, onderdeel b en artikel 20, eerste
                        lid Ioaz,</al><al><onderstreept>b e s l u i t :</onderstreept></al><al>vast te stellen de “Maatregelverordening Ioaw, Ioaz 2013”,</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label></label><nr></nr><titel></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="b."><al>Ioaz: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="c."><al>De wet: de Ioaw/ Ioaz;</al></li><li nr="d."><al>Uitkering: de uitkering, bedoeld in artikel 5 Ioaw/Ioaz;</al></li><li nr="e."><al>Maatregel: het verlagen van de uitkering op grond van artikel
                                    20, tweede lid Ioaw en artikel 20, eerste lid IOAZ alsmede het
                                    blijvend of tijdelijk (gedeeltelijk) weigeren van een uitkering
                                    op grond van artikel 20, eerste lid Ioaw en artikel 20, tweede
                                    lid Ioaz;</al></li><li nr="f."><al>Inkomen: inkomen als bedoeld in artikel 8 Ioaw/Ioaz;</al></li><li nr="g."><al>Belanghebbende: hij/zij die recht heeft op een uitkering op
                                    grond van de Ioaw, voor zover hij/zij is aangewezen op arbeid in
                                    dienstbetrekking, alsmede hij/zij die recht heeft op een
                                    uitkering op grond van de Ioaz;</al></li><li nr="h."><al>Het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Bellingwedde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de belanghebbende naar het oordeel van het college niet op
                                verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling doet van alle
                                feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet
                                zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling
                                wordt overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ook wordt er een maatregel opgelegd als de belanghebbende een aan de
                                uitkering verbonden verplichting van hoofdstuk III Ioaw/Ioaz niet of
                                onvoldoende nakomt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Daarnaast wordt tevens een maatregel opgelegd indien belanghebbende
                                onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de
                                uitvoering van de Ioaw/Ioaz zich jegens het college zeer ernstig
                                misdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><al>De maatregel wordt toegepast op de grondslag zoals die van toepassing is
                            op het moment dat het besluit wordt genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte en duur van de maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
                                waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
                                omstandigheden waarin hij verkeert.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tenzij in de verordening anders is bepaald bedraagt de duur van de
                                maatregel een maand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De duur van de maatregel als bedoeld in het tweede lid wordt
                                verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na
                                bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd,
                                opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of
                                hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd
                                wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
                                dringende redenen, bedoeld in artikel 7, tweede lid of een
                                waarschuwing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Het besluit tot opleggen van een maatregel</titel></kop><al>In het besluit tot opleggen van een maatregel worden in ieder geval
                            vermeld: </al><lijst><li nr="a."><al>de reden van de maatregel;</al></li><li nr="b."><al>de duur van de maatregel;</al></li><li nr="c."><al>het percentage waarmee de uitkeringsnorm wordt verlaagd of
                                    geweigerd;</al></li><li nr="d."><al>indien van toepassing, de reden om af te wijken van de
                                    standaardmaatregel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Horen van belanghebbende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de
                                gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vereiste spoed zich daartegen verzet;</al></li><li nr="b."><al>de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld
                                        zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen
                                        nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Afzien van het opleggen van een maatregel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college ziet af van het opleggen van een maatregel
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of</al></li><li nr="b."><al>de gedraging meer dan 6 maanden vóór constatering van
                                            die gedraging door het college heeft
                                            plaatsgevonden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien
                                    het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.</al></li><li nr="3."><al>Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op
                                    grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan
                                    schriftelijk mededeling gedaan.</al></li><li nr="4."><al>Er kan er een formele waarschuwing worden gegeven. Dit ter
                                    beoordeling van het college. Deze telt wel mee voor
                                    recidive.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Ingangsdatum en tijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatregel wordt opgelegd over de uitkering van de maand die nog
                                uitbetaald moet worden op het moment dat het besluit tot het
                                opleggen van de maatregel wordt genomen. Daarbij wordt uitgegaan van
                                de voor die maand geldende uitkeringsnorm.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende
                                kracht worden opgelegd, voor zover de uitkering nog niet is
                                uitbetaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Samenloop van gedragingen</titel></kop><al>Indien sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van
                            één of meerdere in de IOAW/IOAZ genoemde verplichtingen, wordt voor
                            iedere gedraging een afzonderlijke maatregel opgelegd. Deze maatregelen
                            worden gelijktijdig opgelegd, tenzij dit gelet op artikel 4, eerste lid,
                            niet verantwoord is.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Indeling in categorieën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Gedragingen</titel></kop><al>Gedragingen van de belanghebbende waardoor de verplichtingen op grond
                            van artikel 37 van de Ioaw/Ioaz, (al dan niet in combinatie met onze
                            re-integratieverordening) niet of onvoldoende zijn nagekomen, worden
                            onderscheiden in de volgende categorieën:</al><lijst><li nr="1."><al>eerste categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het niet, niet op verzoek of onverwijld uit eigen
                                            beweging mededeling doen van alle feiten en
                                            omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet
                                            zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de
                                            arbeidsinschakeling</al></li><li nr="b."><al>het niet als werkzoekende geregistreerd zijn of blijven
                                            bij het UWV werkbedrijf (of de organisatie bedoeld in
                                            artikel 37, lid 1, sub b Ioaw/Ioaz);</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>tweede categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het niet ondertekenen van het opgestelde
                                            re-integratieplan;</al></li><li nr="b."><al>het niet tonen van een identiteitsbewijs;</al></li><li nr="c."><al>te laat komen voor een afspraak met het doel het recht
                                            op uitkering vast te stellen of een onderzoek naar de
                                            arbeidsverplichtingen dan wel
                                            re-integratieactiviteiten;</al></li><li nr="d."><al>het niet nakomen van het verzuimprotocol, de huisregels,
                                            en computer- en internetgebruik, al dan niet tijdens de
                                            training;</al></li><li nr="e."><al>het niet op tijd komen op de activeringsplaats of
                                            werkervaringsplek;</al></li><li nr="f."><al>het niet op tijd komen op de werkplek voor het
                                            verrichten van naar vermogen opgedragen onbeloonde
                                            maatschappelijk nuttige werkzaamheden (in het kader van
                                            het leveren van een “tegenprestatie naar
                                            vermogen”).</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>derde categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het blijk geven van tekortschietend besef van
                                            verantwoordelijkheid voor de voorziening in het
                                            bestaan;</al></li><li nr="b."><al>het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde
                                            arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen;</al></li><li nr="c."><al>het niet of onvoldoende nakomen van een verplichting als
                                            bedoeld in artikel 13, lid 2, van de wet;</al></li><li nr="d."><al>het zonder geldige reden afwezig zijn op de
                                            activeringsplaats;</al></li><li nr="e."><al>het zonder reden niet verschijnen op een afspraak bij
                                            een derde (zoals een opleiding, bedrijfsarts,
                                            Ergo-Noord; SCio consult, werkplek in het kader van het
                                            verrichten van naar vermogen opgedragen onbeloonde
                                            maatschappelijk nuttige werkzaamheden, als bedoeld in
                                            artikel 37, lid 1, sub f van de wet, etc);</al></li><li nr="f."><al>het te laat terugkomen van de toegestane
                                            vakantieduur;</al></li><li nr="g."><al>het onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik
                                            maken van geboden re-integratie-instrumenten, waaronder
                                            begrepen het onvoldoende meewerken aan een onderzoek
                                            naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, scholing
                                            of zelfstandige maatschappelijke participatie waaronder
                                            begrepen sociale activering en vrijwilligerswerk;</al></li><li nr="h."><al>onvoldoende inzet tonen ten aanzien van
                                            re-integratie;</al></li><li nr="i."><al>het niet of onvoldoende nakomen van naar vermogen
                                            opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige
                                            werkzaamheden (het leveren van een tegenprestatie naar
                                            vermogen)</al></li><li nr="j."><al>een dusdanige houding en gedrag vertonen dat dit de
                                            re-integratie belemmert;</al></li><li nr="k."><al>indien de ontheffing, als bedoeld in artikel 35, eerste
                                            lid onderdeel d van de wet is ingetrokken op grond van
                                            het vijfde lid onderdeel d van de wet.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>vierde categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>hetgeen vermeld in artikel 20, eerste lid onderdelen a
                                            t/m d van de wet;</al></li><li nr="b."><al>het zich zodanig gedragen dat een baan die beschikbaar
                                            was niet meer wordt aangeboden. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>De hoogte en duur van de maatregel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd artikel 4, eerste lid, van deze verordening wordt
                                    de maatregel vastgesteld op:</al><lijst><li nr="a."><al>vijf procent bij gedragingen van de eerste categorie;</al></li><li nr="b."><al>vijftien procent bij gedragingen van de tweede categorie;</al></li><li nr="c."><al>dertig procent bij gedragingen van de derde categorie;</al></li><li nr="d."><al>honderd procent bij gedragingen van de vierde categorie van het
                                    door dit gedrag verloren inkomen bij een parttime dienstverband,
                                    voor onbepaalde duur. Indien het gaat om een fulltime baan dan
                                    bedraagt de maatregel honderd procent van de uitkering voor
                                    onbepaalde duur. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan, in afwijking van het eerste lid, sub a tot en
                                    met d, het percentage van de verlaging hoger of lager
                                    vaststellen een maximum van honderd procent, rekening houdend
                                    met de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de
                                    individuele omstandigheden van de belanghebbende.</al></li><li nr="3."><al>Indien sprake is van meerdere verwijtbare gedragingen, zoals
                                    bedoeld in artikel 10 van deze verordening, die zich tegelijk
                                    voordoen, worden de percentages bij elkaar opgeteld, tenzij er
                                    bijzondere individuele omstandigheden zijn om hier van af te
                                    wijken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>verhoging van de maatregel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><al>Indien de belanghebbende een uit de wet voortvloeiende verplichting niet
                            of onvoldoende is nagekomen en deze zich daarnaast zich zeer ernstig
                            heeft misdragen tegenover het college en de in zijn opdracht werkende
                            ambtenaren en medewerkers, wordt het gedrag onderscheiden in de volgende
                            categorieën:</al><lijst><li nr="1."><al>Eerste categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>verbaal geweld (schreeuwen, schelden)</al></li><li nr="b."><al>discriminatie;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Tweede categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>intimidatie (uitoefenen van psychische druk);</al></li><li nr="b."><al>zaakgericht fysiek geweld (vernielingen);</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Derde categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>mensgericht fysiek geweld;</al></li><li nr="b."><al>combinatie van agressievormen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Onverminderd artikel 10 en 11 worden er een maatregel opgelegd
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>20% gedurende een maand bij gedragingen van de eerste
                                    categorie</al></li><li nr="b."><al>50% gedurende een maand bij gedragingen van de tweede
                                    categorie;</al></li><li nr="c."><al>100% gedurende een maand bij gedragingen van de derde
                                    categorie.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Van het opleggen van de maatregel bedoeld in het eerste lid kan,
                                    indien sprake is van verbaal geweld, worden afgezien en worden
                                    volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing,
                                    tenzij het verbale geweld plaatsvindt binnen een periode van
                                    twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder een
                                    schriftelijke waarschuwing in verband met ernstige misdragingen
                                    is gegeven.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                                deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van
                                overwegende aard leidt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14. </nr><titel>De inwerkingtreding</titel></kop><al><vet></vet>Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: de Maatregelenverordening Ioaw,
                            Ioaz 2013. </al><al></al><al></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door de raad van de gemeente Bellingwedde</al><al>in zijn openbare vergadering van 7 mei 2013.</al><al>De griffier, De voorzitter,</al><al>P.D. Nap E.R. Triemstra</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Algemene toelichting</label></kop><al>Met de wet van 4 oktober 2012 is 1 januari 2013 de bestuurlijke boete
                            ingevoerd in het sociale zekerheidstelsel (Wet aanscherping handhaving
                            en sanctiebeleid SZW-wetgeving). Hierdoor worden gemeenten verplicht om
                            deze wet uit te voeren. Het is door deze wet niet meer mogelijk om
                            wegens het schenden van de inlichtingenplicht een afstemming toe te
                            passen. Per 1 januari 2012 dient er verplicht een boetetraject te worden
                            gevolgd. </al><al>De regels voor het toepassen van een maatregel wegens het niet nakomen
                            van de inlichtingenplicht moeten uit de afstemmingsverordening worden
                            geschrapt. De gemeente Bellingwedde had nog geen maatregelenverordening,
                            ondanks dat deze wel verplicht is op grond van artikel 35, lid 1 onder b
                            Ioaw/Ioaz. Hierdoor hoeft er ook geen verordening ingetrokken te worden.
                            De praktijk is dat de maatregelverordening nauwelijks wordt toegepast.
                            Dit heeft enerzijds als reden dat er weinig mensen recht hebben op de
                            Ioaw/Ioaz en anderzijds dat deze mensen lang niet altijd de volledige
                            arbeidsverplichtingen hebben.</al><al>Met deze verordening voldoet de gemeente Bellingwedde weer aan de eisen
                            van de Ioaw en Ioaz.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>