<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>291393_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afstemmingsverordening Wwb 2013 </dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bellingwedde</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-05-13</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Streekblad 15 mei 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afstemmingsverordening Wwb 2013 </dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:c:BWBR0015703&amp;artikel=Artikel 8 lid 1 sub b&amp;g=2013-05-13">artikel 8, lid 1, sub b Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights><dcterms:source resourceIdentifier=""></dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Afstemmingsverordening Wwb 2013 </overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al></al><al>Nr.      </al><al>de r a a d van de gemeente Bellingwedde;</al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 26 maart 2013, </al><al>gelet op artikel 8, lid 1, sub b van de Wet werk en bijstand;</al><al><onderstreept>b e s l u i t :</onderstreept></al><al>vast te stellen de “Afstemmingsverordening Wwb 2013 ”.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de betekenis van de in deze verordening genoemde begrippen wordt
                            verwezen naar de begripsomschrijvingen in hoofdstuk 1, § 1.1 van de Wet
                            werk en bijstand dan wel de Algemene wet bestuursrecht (Awb) met
                            uitzondering van de in lid 2 van dit artikel genoemde begrippen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet werk en bijstand, met inbegrip het “Bijstands
                                    besluit zelfstandigen 2004”;</al></li><li nr="b."><al>bijstand: de bijstandsnorm bedoeld in artikel 5, sub c, van de
                                    wet; dan wel bijzondere bijstand, indien dit is verstrekt voor
                                    levensonderhoud.</al></li><li nr="c."><al>belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit
                                    is betrokken;</al></li><li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Bellingwedde;</al></li><li nr="e."><al>medewerkingsplicht: De verplichting bedoeld in artikel 17,
                                    tweede lid, van de Wwb</al></li><li nr="f."><al>re-integratie-instrumenten/voorziening: instrumenten die het
                                    college ter beschikking heeft voor het bieden van ondersteuning
                                    als bedoeld in artikel 7 van de wet;</al></li><li nr="g."><al>re-integratietraject: een plan, bestaande uit een geheel van
                                    re-integratie-instrumenten, dat tot doel heeft om binnen een
                                    bepaald tijdsbestek te komen tot arbeidsinschakeling of
                                    zelfstandige maatschappelijke participatie.</al></li><li nr="h."><al>algemeen geaccepteerde arbeid: Iedere vorm van betaalde arbeid,
                                    niet zijnde werk in de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en dat
                                    niet in strijd is met de wet of de goede zeden.</al></li><li nr="i."><al>Registratie als werkzoekende: dit dient te gebeuren bij de
                                    organisatie als genoemd in artikel 9, lid 1, sub a Wwb (op dit
                                    moment UWV).</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Besluit afstemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt met toepassing van artikel 18 van de Wwb de bijstand
                            overeenkomstig deze verordening af in geval van de in deze verordening
                            genoemde gedragingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het besluit tot afstemming van de bijstand wordt in ieder geval
                            vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>De reden van de afstemming;</al></li><li nr="b."><al>de duur van de afstemming;</al></li><li nr="c."><al>het percentage en of het bedrag waarmee de bijstand wordt verlaagd
                            uitgaande van de uitkeringsnorm en, indien van toepassing;</al></li><li nr="d."><al>de reden om af te wijken van een standaardverlaging.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Gedragingen</titel></kop><al>De gedragingen bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet worden
                        onderscheiden in de volgende categorieën:</al><lijst><li nr="1."><al>eerste categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het niet, onvoldoende of niet binnen een door het college gestelde
                                termijn nakomen van de medewerkingsplicht bedoeld in artikel 17 van
                                de wet;</al></li><li nr="b."><al>het niet als werkzoekende geregistreerd zijn of blijven bij het UWV
                                werkbedrijf (of de organisatie bedoeld in artikel 9, lid 1, sub a
                                Wwb).</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>tweede categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het niet ondertekenen van het opgestelde re-integratieplan, of plan
                                van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de wet, </al></li><li nr="b."><al>het niet tonen van een identiteitsbewijs;</al></li><li nr="c."><al>te laat komen voor een afspraak met het doel het recht op bijstand
                                vast te stellen of een onderzoek naar de arbeidsverplichtingen, dan
                                wel op een afspraak bij een derde (zoals bedrijfsarts, Ergo-Noord;
                                SCio consult etc);</al></li><li nr="d."><al>het niet nakomen van het verzuimprotocol, de huisregels, en
                                computer- en internetgebruik, al dan niet tijdens de training; </al></li><li nr="e."><al>het niet op tijd komen op de activeringsplaats;</al></li><li nr="f."><al>het niet op tijd komen op de werkplek voor het verrichten van naar
                                vermogen opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden
                                (in het kader van het leveren van een “tegenprestatie naar
                                vermogen”).</al></li><li nr="g."><al>het binnen de zoektijd van 4 weken toch aanvragen van bijstand,
                                terwijl geen sprake is van de uitzondering als vermeld in artikel
                                41, lid 6 en 8 van de wet.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>derde categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het zonder geldige reden afwezig zijn op de activeringsplaats; </al></li><li nr="b."><al>het zonder reden niet verschijnen op een afspraak bij een derde
                                (zoals een opleiding, bedrijfsarts, Ergo-Noord; SCio consult,
                                werkplek in het kader van het verrichten van naar vermogen
                                opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden (het
                                leveren van een tegenprestatie naar vermogen, als bedoeld in artikel
                                9, lid 1, sub c van de wet, etc);</al></li><li nr="c."><al>het blijk geven van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
                                voor de voorziening in het bestaan;</al></li><li nr="d."><al>het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid in
                                dienstbetrekking te verkrijgen;</al></li><li nr="e."><al>het tijdens de zoektijd van 4 weken als bedoeld in artikel 41 vierde
                                lid van de wet onvoldoende te hebben gesolliciteerd en/of naar
                                mogelijkheden in het regulier bekostigd onderwijs te hebben
                                gezocht;</al></li><li nr="f."><al>het niet of onvoldoende nakomen van een verplichting als bedoeld in
                                hoofdstuk 6, paragraaf 3, van de wet (de aanvullende
                                verplichtingen);</al></li><li nr="g."><al>het onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van
                                geboden re-integratie-instrumenten, waaronder begrepen het
                                onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot
                                arbeidsinschakeling, scholing of zelfstandige maatschappelijke
                                participatie waaronder begrepen sociale activering en
                                vrijwilligerswerk;</al></li><li nr="h."><al>het niet of onvoldoende nakomen van naar vermogen opgedragen
                                onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden (het leveren van
                                een tegenprestatie naar vermogen), als bedoeld in artikel 9, lid 1,
                                sub c van de wet.</al></li><li nr="i."><al>het onvoldoende meewerken aan het plan van aanpak als bedoeld in
                                artikel 44a van de wet;</al></li><li nr="j."><al>indien de ontheffing, bedoeld in artikel 9a, eerste lid van de wet
                                is ingetrokken op grond van artikel 9a, vijfde lid onderdeel d van
                                de wet;</al></li><li nr="k."><al>het onvoldoende inzet tonen ten aanzien van re-integratie;</al></li><li nr="l."><al>een dusdanige houding en gedrag vertonen dat dit de re-integratie
                                belemmert.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>vierde categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het door eigen toedoen niet behouden van arbeid in
                                dienstbetrekking;</al></li><li nr="b."><al>het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;</al></li><li nr="c."><al>het zich zodanig gedragen dat een baan die beschikbaar was niet meer
                                wordt aangeboden; </al></li><li nr="d."><al>het niet nakomen van de verplichting tot gebruik maken van geboden
                                re-integratievoorzieningen, waaronder begrepen het niet meewerken
                                aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling,
                                scholing of zelfstandige maatschappelijke participatie waaronder
                                begrepen sociale activering en vrijwilligerswerk, het te laat
                                terugkomen van de toegestane vakantieduur. </al></li><li nr="e."><al>Het niet willen meewerken aan het plan van aanpak als bedoeld in
                                artikel 44a van de wet waardoor dit niet heeft geleid tot het
                                beëindigen van de bijstand.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verlaging en samenloop</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de verlaging van de bijstand bedoeld in artikel 18,
                            tweede lid, van de wet vast op:</al><lijst><li nr="a."><al>vijf procent van de bijstand bij gedragingen van de eerste
                            categorie;</al></li><li nr="b."><al>vijftien procent van de bijstand bij gedragingen van de tweede
                            categorie;</al></li><li nr="c."><al>dertig procent van de bijstand bij gedragingen van de derde
                            categorie;</al></li><li nr="d."><al>honderd procent van de bijstand bij gedragingen van de vierde
                            categorie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, in afwijking van het eerste lid, sub a tot en met d,
                            het percentage van de verlaging hoger of lager vaststellen met een
                            maximum van honderd procent, rekening houdend met de ernst van de
                            gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden
                            van de belanghebbende.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien sprake is van meerdere verwijtbare gedragingen, zoals bedoeld in
                            artikel 3 van deze verordening, die zich tegelijk voordoen, worden de
                            percentages bij elkaar opgeteld, tenzij er bijzondere individuele
                            omstandigheden zijn om hier van af te wijken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><al>Indien de belanghebbende een uit de wet voortvloeiende verplichting niet of
                        onvoldoende is nagekomen en deze zich daarnaast zich zeer ernstig heeft
                        misdragen tegenover het college en de in zijn opdracht werkende ambtenaren
                        en medewerkers, wordt het gedrag onderscheiden in de volgende
                        categorieën:</al><lijst><li nr="1."><al>Eerste categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>verbaal geweld (schreeuwen, schelden)</al></li><li nr="b."><al>discriminatie;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Tweede categorie:</al><lijst><li nr="c."><al>intimidatie (uitoefenen van psychische druk);</al></li><li nr="d."><al>zaakgericht fysiek geweld (vernielingen);</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Derde categorie:</al><lijst><li nr="e."><al>mensgericht fysiek geweld;</al></li><li nr="f."><al>combinatie van agressievormen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Onverminderd artikel 3 en 4 worden de verlagingen verhoogd met:</al><lijst><li nr="a."><al>20% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de
                                eerste categorie</al></li><li nr="b."><al>50% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de
                                tweede categorie;</al></li><li nr="c."><al>dusdanig dat de optelsom van de afstemmingen 100% zijn van de
                                bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde
                                categorie.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van
                            verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond
                            als bedoeld in artikel 18 tweede lid van de wet, wordt een maatregel
                            opgelegd die wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende als
                            gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel op de volgende
                            wijze vastgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,--: 10% van de
                                    bijstandsnorm gedurende een maand;</al></li><li nr="b."><al>bij een benadelingsbedrag van € 1.000,-- tot € 2.000,--: 20% van
                                    de bijstandsnorm gedurende een maand;</al></li><li nr="c."><al>bij een benadelingsbedrag van € 2.000,-- tot € 4.000,--: 40% van
                                    de bijstandsnorm gedurende een maand;</al></li><li nr="d."><al>bij een benadelingsbedrag van € 4.000,-- of meer: 100% van de
                                    bijstandsnorm gedurende een maand.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als grondslag voor de berekening van de afstemming geldt de
                                relevante bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de
                                wet.</al></li><li nr="2."><al>Bij een belanghebbende jonger dan 21 jaar wordt de afstemming die
                                wordt opgelegd op de bijstandsnorm ook opgelegd over de aanvullende
                                bijzondere bijstand in de kosten van levensonderhoud.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Periode van de verlaging en recidive</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verlaging van de bijstand bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de
                            wet vindt plaats: </al><lijst><li nr="a."><al>voor de duur van één kalendermaand, wanneer sprake is van een eerste
                            verwijtbare gedraging;</al></li><li nr="b."><al>voor de duur van twee kalendermaanden, wanneer sprake is van een
                            tweede verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie binnen
                            twaalf maanden na de eerste als verwijtbaar aangemerkte gedraging
                            inclusief de in artikel 5 genoemde gedragingen en categorieën.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij een derde en volgende verwijtbare gedraging van
                            dezelfde of een hogere categorie binnen twaalf maanden na de laatste als
                            verwijtbaar aangemerkte gedraging de bijstand voor de duur van 3 maanden
                            of meer verlagen, rekening houdend met de ernst van de gedraging, de
                            mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van de
                            belanghebbende.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan het college in bijzondere gevallen
                            de bijstand verlagen voor een langere duur, als de ernst van de
                            gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de
                            belanghebbende daartoe aanleiding geven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de uitkering tijdens de afstemming wordt beëindigd, dan kan deze
                            weer aanvangen indien de belanghebbende binnen 6 maanden na stopzetting
                            van de uitkering weer een beroep doet op de Wwb.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Heroverweging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college heroverweegt de in artikel 7, tweede en derde lid, bedoelde
                            verlaging, of de verlaging die na een eerdere heroverweging voor een
                            periode langer dan drie maanden is voortgezet, binnen een termijn van
                            ten hoogste drie maanden na de datum van het besluit tot verlaging of
                            voortzetting van de verlaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het kader van de in het eerste lid bedoelde heroverweging beoordeelt
                            het college of en in hoeverre de omstandigheden en het gedrag van
                            belanghebbende aanleiding geven te besluiten tot herziening, beëindiging
                            of voortzetting van de verlaging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij een besluit tot voortzetting van de verlaging het
                            percentage van de verlaging verhogen dan wel verlagen, rekening houdend
                            met de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de
                            individuele omstandigheden van de belanghebbende.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Waarschuwing en dringende redenen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan afzien van het verlagen van de bijstand en volstaan met
                            een schriftelijke waarschuwing, als de verwijtbare gedraging bedoeld in
                            artikel 3 niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog
                            bedrag verlenen van bijstand en de gedraging niet plaatsvindt binnen een
                            periode van een half jaar na de datum waarop eerder aan de
                            belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan besluiten af te zien van de tenuitvoerlegging van een
                            verlaging van de bijstand als er sprake is van zeer dringende redenen.
                            Omstandigheden die het rechtstreekse gevolg zijn van een als verwijtbaar
                            aan te merken gedraging, zijn geen zeer dringende redenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Afzien van het opleggen van een afstemming</titel></kop><al>Het college ziet af van het opleggen van een afstemming indien:</al><lijst><li nr="1."><al>elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of</al></li><li nr="2."><al>de gedraging meer dan zes maanden vóór constatering van die
                                gedraging door het college heeft plaatsgevonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Horen van belanghebbende</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat een afstemming wordt opgelegd, wordt de belanghebbende
                                    in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
                                </al></li><li nr="2."><al>Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vereiste spoed zich daartegen verzet;</al></li><li nr="b."><al>de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld
                                    zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen
                                    nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;</al></li><li nr="c."><al>het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen
                                    van de ernst van de gedraging of de mate van
                                    verwijtbaarheid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Beleid</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de uitvoering van deze
                        verordening nadere beleidsregels vaststellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                            deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van
                            overwegende aard leidt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de deze verordening, vervalt de
                            "Maatregelen verordening Wet werk en bijstand Bellingwedde" van 25
                            september 2008.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Afstemmingsverordening Wwb 2013” en
                        als werktitel wordt “de afstemmingsverordening” gebruikt. </al><al></al><al></al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door de raad van de gemeente Bellingwedde</al><al>in zijn openbare vergadering van 7 mei 2013.</al><al>De griffier, De voorzitter,</al><al>P.D. Nap E.R. Triemstra</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label> Afstemmingsverordening Wwb</label></kop><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>Met de wet van 4 oktober 2012 wordt per 1 januari 2013 de bestuurlijke boete
                        ingevoerd in het sociale zekerheidstelsel (Wet aanscherping handhaving en
                        sanctiebeleid SZW-wetgeving). Hierdoor worden gemeenten verplicht om deze
                        wet uit te voeren. Het is door deze wet niet meer mogelijk om wegens het
                        schenden van de inlichtingenplicht een maatregel toe te passen. Per 1
                        januari 2012 dient er verplicht een boetetraject te worden gevolgd. Hierdoor
                        dienen de regels voor het toepassen van een afstemming wegens het niet
                        nakomen van de inlichtingenplicht uit de maatregelenverordening te worden
                        geschrapt. Daarom moeten de artikelen van hoofdstuk 3 van de
                        maatregelenverordening Wwb gemeente Bellingwedde worden ingetrokken. </al><al>De maatregelverordening moet tevens worden aangepast, omdat er geen
                        bepalingen in staan over wat te doen als het plan van aanpak niet wordt
                        getekend of niet worden nagekomen, (is per 1-1-2012 in de Wwb opgenomen),
                        wat te doen als naar vermogen opgedragen werkzaamheden niet worden nagekomen
                        (ook per 1-1-2012 in de Wwb opgenomen). </al><al>Het begrip centrale organisatie werk en inkomen (CWI) wat al sinds 1-1-2009
                        niet meer bestaat is doorgegaan onder de naam UWV werkbedrijf. </al><al>Daarom is artikel 9, lid 1, sub a van de Wet werk en bijstand gewijzigd en
                        is de afstemmingsverordening Wwb op dit punt aangepast. </al><al>In de afstemmingsverordening Wwb 2013 zijn de gedragingen wat specifieker
                        omschreven, zodat de regels voor klanten gemakkelijk zijn terug te vinden en
                        duidelijk is wat de consequentie is van bepaalde keuzes of gedrag. Om die
                        reden zijn de zes categorieën teruggebracht naar vier en de daarbij horende
                        percentages eveneens naar vier.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>