<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>260864_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening gemeente Bellingwedde 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bellingwedde</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-02-22</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Streekblad februari 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening gemeente Bellingwedde 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Titel 4.2 Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-02-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-02-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-06-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening gemeente Bellingwedde 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">1</nr><titel status="officieel">Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>Wet</vet>: Algemene wet bestuursrecht;<vet></vet></al></li><li nr="b."><al><vet>Raad</vet>: de gemeenteraad van Bellingwedde;<vet></vet></al></li><li nr="c."><al><vet>College</vet>: het college van burgemeester en wethouders
                                    van Bellingwedde;</al></li><li nr="d."><al><vet>Gemeente</vet>: de gemeente Bellingwedde;</al></li><li nr="e."><al><vet>Aanvrager</vet>: alle rechtspersonen en (groepen van)
                                    natuurlijke personen die subsidie aanvragen in de zin van titel
                                    4.2 Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="f."><al><vet>Act</vet><vet>i</vet><vet>viteit:</vet> de activiteit die
                                    door de subsidieontvanger zal worden uitgevoerd en die door het
                                    gemeentebestuur kan worden gesubsidieerd;</al></li><li nr="g."><al><vet>Activiteitenplan</vet>: een overzicht van de activiteiten
                                    overeenkomstig artikel 4:62 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht;</al></li><li nr="h."><al><vet>Prestatie</vet>: in meetbare eenheden omschreven
                                    resultaten;</al></li><li nr="i."><al><vet>Subsidie</vet>: een aanspraak op financiële middelen, door
                                    het college verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van
                                    de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het college
                                    geleverde goederen of diensten (artikel 4:21 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht);</al></li><li nr="j."><al><vet>Subsidieontvanger</vet>: een rechtspersoon of natuurlijke
                                    persoon die subsidie ontvangt op grond van deze
                                    verordening;</al></li><li nr="k."><al><vet>Subsidieperiode</vet>: het in de subsidiebeschikking of de
                                    uitvoeringsovereenkomst bepaald respectievelijk overeengekomen
                                    tijdvak waarvoor de subsidie is verstrekt;</al></li><li nr="l."><al><vet>Subsidieplafond</vet>: het bedrag dat gedurende een bepaald
                                    tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van
                                    gemeentelijke subsidies voor een cluster van activiteiten binnen
                                    de door de raad vastgestelde begroting;</al></li><li nr="m."><al><vet>Begrotingsvoorbehoud</vet>: een voorbehoud op het verlenen
                                    van een subsidie in de zin van artikel 4:34 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht;</al></li><li nr="n."><al><vet>Uitvoeringsovereenkomst</vet>: de overeenkomst die in de
                                    zin van artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht tussen de
                                    subsidieontvanger en het gemeentebestuur kan worden gesloten ter
                                    uitwerking van de subsidiebeschikking. In een
                                    uitvoeringsovereenkomst worden in ieder geval aangegeven: de
                                    looptijd van de subsidie, de maximale hoogte van het
                                    subsidiebedrag, de uit te voeren activiteiten, de beoogde
                                    prestaties, de doelgroep(en) met betrekking tot de te
                                    ontwikkelen activiteiten en de te verrichten prestaties;</al></li><li nr="o."><al><vet>Subsidieverlening:</vet> de beschikking met een
                                    omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                                    verleend en waarin het subsidiebedrag staat vermeld;</al></li><li nr="p."><al><vet>Subsidievaststelling:</vet> de beschikking waarin
                                    definitief wordt beslist dat de aanvrager subsidie ontvangt ter
                                    hoogte van een bepaald bedrag, hetgeen het gemeentebestuur tot
                                    uitbetaling verplicht;</al></li><li nr="q."><al><vet>Directe subsidievaststelling:</vet> het vaststellen van de
                                    subsidie voor de aanvang van het subsidietijdvak, zonder dat er
                                    voorafgaand een subsidieverlening plaatsvindt;</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">2</nr><titel status="officieel">Reikwijdte</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op de subsidiëring van alle
                            activiteiten die door in artikel 8 bedoelde (rechts)personen worden
                            uitgevoerd indien de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd
                            betrekking hebben op een of meer van de volgende beleidsterreinen,
                            tenzij een andere wettelijke regeling of gemeentelijke verordening
                            daarin voorziet: </al><lijst><li nr="a."><al>milieubeleid</al></li><li nr="b."><al>sociaal cultureel werk en opbouwwerk</al></li><li nr="c."><al>jeugd en jongerenwerk</al></li><li nr="d."><al>peuterspeelzaalwerk</al></li><li nr="e."><al>gezondheidszorg</al></li><li nr="f."><al>maatschappelijke zorg</al></li><li nr="g."><al>ouderenbeleid</al></li><li nr="h."><al>gehandicaptenbeleid</al></li><li nr="i."><al>minderhedenbeleid</al></li><li nr="j."><al>emancipatiebeleid</al></li><li nr="k."><al>sportbeleid</al></li><li nr="l."><al>kunst en cultuurbeleid</al></li><li nr="m."><al>mediabeleid</al></li><li nr="n."><al>wijkgericht werken</al></li><li nr="o."><al>vrijwilligerswerk</al></li><li nr="p."><al>toerisme- en recreatiebeleid;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voorzover in deze verordening niet anders is bepaald, is het
                                    college het bevoegde bestuursorgaan voor de toepassing van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="2."><al>Het college is bevoegd ten aanzien van het verstrekken van
                                    subsidies nadere regels te stellen.</al></li><li nr="3."><al>Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover de raad de benodigde
                                    gelden ter beschikking heeft gesteld. </al></li><li nr="4."><al>Het college is bevoegd in uitzonderlijke gevallen in afwijking
                                    van het bepaalde in lid 3 subsidie te verlenen ten laste van een
                                    begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd. Hierbij
                                    geldt het begrotingsvoorbehoud zoals genoemd in artikel 4:34 van
                                    de wet. Van deze voorwaarde wordt melding gemaakt bij de
                                    subsidieverlening of bij de directe vaststelling.</al></li><li nr="5."><al>Het college is bevoegd om voor de uitvoering van de
                                    subsidiebeschikking een uitvoeringsovereenkomst te sluiten.</al></li><li nr="6."><al>Het college is bevoegd om, indien daartoe uitgenodigd, een
                                    jubilerende vereniging te bezoeken onder medebrenging van een
                                    bedrag. Indien de vereniging nog geen 25 jaar oud is en een
                                    lustrum viert is het bedrag € 25,00. Indien de vereniging 25
                                    jaar of ouder is en een lustrum viert, is het bedrag €
                                    50,00.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vaststelling en bekendmaking subsidieplafonds</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan jaarlijks voor een cluster van activiteiten een
                                    subsidieplafond vaststellen.</al></li><li nr="2."><al>Het college bepaalt hoe het beschikbare budget wordt
                                    verdeeld.</al></li><li nr="3."><al>De afzonderlijke subsidieplafonds worden bekendgemaakt voor
                                    aanvang van het tijdvak waarvoor ze zijn bedoeld.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">5</nr><titel status="officieel">Subsidiesoorten</titel></kop><al>Deze verordening maakt een onderscheid in de volgende subsidies:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>Activiteitensubsidie</vet>, zijnde een subsidie waarbij de
                                    subsidiegever bepaalde activiteiten wil stimuleren en in stand
                                    houden;</al></li><li nr="b."><al><vet>Structurele subsidie</vet>, zijnde een jaarlijkse subsidie
                                    voor activiteiten die van onbepaalde duur zijn;</al></li><li nr="c."><al><vet>Budgetsubsidie</vet>, zijnde een subsidie waarbij de
                                    subsidieontvanger een bedrag krijgt toegewezen om een tevoren
                                    overeengekomen takenpakket uit te voeren, vast te leggen in een
                                    uitvoeringsovereenkomst;</al></li><li nr="d."><al>(<cursief>Ingetrokken bij raadsbesluitd.d.</cursief><cursief> 3
                                        februari 2011</cursief><cursief>)</cursief></al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>De subsidieaanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een subsidieaanvraag wordt overeenkomstig artikel 4:1 van de wet
                                    ingediend bij het college.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan modellen en richtlijnen voor de aanvragen tot
                                    subsidieverlening, directe subsidievaststelling en
                                    subsidievaststelling vaststellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Tijdstip indiening aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag om een activiteitensubsidie wordt ingediend met
                                    inachtneming van de Nadere Regeling activiteiten en
                                    projectsubsidie Bellingwedde;</al></li><li nr="2."><al>Een aanvraag om een structurele subsidie of een budgetsubsidie
                                    wordt ingediend vóór 1 juni voorafgaand aan het boekjaar
                                    waarvoor subsidie wordt aangevraagd.</al></li><li nr="3."><al>Indien een aanvraag niet voor de daartoe gestelde termijn is
                                    ingediend kan het college besluiten tot het niet in behandeling
                                    nemen van de aanvraag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vereisten aan aanvrager</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Structurele subsidies en budgetsubsidies kunnen slechts worden
                                    verleend aan rechtspersonen.</al></li><li nr="2."><al>Activiteitensubsidies kunnen zowel door rechtspersonen als door
                                    natuurlijke personen worden aangevraagd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vereisten aanvraag om activiteiten subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Naast de in artikel 12 van deze verordening genoemde vereisten
                                    zijn de bepalingen van de Nadere Regeling Activiteiten- en
                                    Projectsubsidie Bellingwedde van toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Voorts bevat de aanvraag een opgave van de subsidiemogelijkheden
                                    die de aanvrager bij het college of bij derden heeft openstaan
                                    en van de mate waarin hiervan gebruik is of zal worden
                                    gemaakt.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan binnen een door hem te bepalen termijn
                                    overlegging van andere stukken of anderszins verstrekking van
                                    nadere informatie verlangen, indien het college dit ter
                                    beoordeling van de aanvraag nodig acht.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan met betrekking tot de subsidieaanvraag nadere
                                    regels vaststellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vereisten aanvraag om structurele subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag om een structurele subsidie bevat naast de onder
                                    artikel 12 van deze verordening genoemde gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>Eventuele wijzigingen in de samenstelling van het bestuur ten
                                    opzichte van de vorige subsidieaanvraag;</al></li><li nr="b."><al>Een activiteitenplan;</al></li><li nr="c."><al>Een begroting van de met de in het activiteitenplan vermelde
                                    activiteiten samenhangende inkomsten en uitgaven;</al></li><li nr="d."><al>Een inhoudelijk en financieel verslag van het boekjaar
                                    voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt
                                    ingediend;</al></li><li nr="e."><al>Gegevens over de aard en omvang van het eigen vermogen van de
                                    aanvrager;</al></li><li nr="f."><al>Een opgave van de subsidiemogelijkheden die de aanvrager bij het
                                    college of bij derden heeft openstaan en van de mate waarin
                                    hiervan gebruik is of zal worden gemaakt en</al></li><li nr="g."><al>Een opgave van lopende aanvragen bij het college of bij derden
                                    voor andere subsidies dan waarvoor deze aanvraag is
                                    bedoeld.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een subsidieontvanger voor de eerste keer subsidie
                                    aanvraagt, wordt een exemplaar van de oprichtingsakte dan wel
                                    van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd en, indien
                                    van toepassing, een bewijs van inschrijving bij de Kamer van
                                    Koophandel overgelegd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan met betrekking tot de subsidieaanvraag nadere
                                    regels vaststellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanvullende vereisten aanvraag om budgetsubsidie</titel></kop><al>Naast de in artikel 10 genoemde gegevens bevat een aanvraag om een
                            budgetsubsidie tevens:</al><lijst><li nr="a."><al>Een beschrijving van het beoogde resultaat van de activiteiten
                                    in relatie tot de gestelde doelen, waarbij de doelstellingen
                                    specifiek en eenduidig omschreven zijn, leidende tot meetbare
                                    resultaten;</al></li><li nr="b."><al>Een begroting van de baten en lasten van het lopende boekjaar en
                                    het volgende boekjaar en een toelichting daarop.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Minimumvereisten aanvraag om een subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ondergetekende aanvraag bevat ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het aders van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>een aanduiding van de beschikking die wordt aangevraagd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanvrager verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor
                                    de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij
                                    redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verzuimherstel</titel></kop><al>Het college kan besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen,
                            indien niet is voldaan aan de vereisten zoals die gesteld zijn in deze
                            verordening, mits de aanvrager in de gelegenheid is gesteld het verzuim
                            te herstellen binnen een door het college nader te bepalen termijn.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Toetsing aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Toetsingskader</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidiëring van activiteiten vindt slechts plaats voor zover
                                    deze passen binnen het door de gemeente geformuleerde beleid en
                                    in voldoende mate van een direct aanwijsbaar belang voor de
                                    gemeente worden geacht.</al></li><li nr="2."><al>Subsidieverstrekking aan een aanvrager die niet gevestigd of
                                    woonachtig is in de gemeente kan geschieden als:</al><lijst><li nr="a."><al>Het activiteiten betreft die aantoonbaar aan inwoners van de
                                    gemeente ten goede zullen komen;</al></li><li nr="b."><al>De activiteiten niet toereikend worden gesubsidieerd door een
                                    ander overheidsorgaandan wel,</al></li><li nr="c."><al>De activiteiten zijn gericht op uitwerking van gemeentelijke
                                    beleidsdoelstellingen die eenregionaal draagvlak vereisen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Subsidie wordt voorts slechts verstrekt indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Naar het oordeel van het college mag worden verwacht dat de
                                    met de subsidiëring beoogde <cursief>doelstellingen</cursief>
                                    zullen worden bereikt en</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager:</al><lijst><li nr="1."><al>Naar het oordeel van het college de behoefte aan subsidie
                                    heeft aangetoond en</al></li><li nr="2."><al>Aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen, met
                                    inbegrip van de subsidie voldoende zullen zijn om de voorgenomen
                                    activiteiten uit te voeren.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De subsidie kan naast de in de artikelen 4:25, 4:34 en 4:35 van de Awb
                            genoemde gevallen geweigerd worden indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden en criteria die bij
                                    of krachtens verordening zijn vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die
                                    in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare
                                    orde;</al></li><li nr="c."><al>de doelstellingen, activiteiten, statuten of reglementen van de
                                    aanvrager dan wel het beoogde gebruik van de subsidie
                                    discriminatie oplevert wegens godsdienst, levensovertuiging,
                                    politieke gezindheid, ras, geslacht, seksuele gerichtheid of
                                    leeftijd. Onder discriminatie wordt in dit verband niet begrepen
                                    onderscheid ter opheffing van een maatschappelijke
                                    achterstand;</al></li><li nr="d."><al>de activiteiten niet passen binnen het terzake door het college
                                    gevoerde beleid;</al></li><li nr="e."><al>de activiteiten niet specifiek gericht zullen zijn op de
                                    gemeente, of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen
                                    van de gemeente;</al></li><li nr="f."><al>de aanvraag betrekking heeft op de (reguliere) activiteiten van
                                    de aanvrager waarvoor de gemeente al een subsidie aan de
                                    aanvrager heeft verleend;</al></li><li nr="g."><al>De rijks- en/of provinciale gelden dan wel de gelden van overige
                                    derden, die op het moment van indiening van de subsidieaanvraag
                                    als bijdrage in de kosten van uitvoering van het beleid verwacht
                                    mochten worden, niet daadwerkelijk worden verkregen</al></li><li nr="h."><al>De aanvrager naar het oordeel van het college, met inachtneming
                                    van het bepaalde in artikel 18 lid 2 van deze verordening, ook
                                    zonder de gevraagde subsidie over voldoende gelden, hetzij uit
                                    eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan of heeft
                                    kunnen beschikken om de kosten van de activiteiten te
                                    dekken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Subsidieverlening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist op een aanvraag voor een jubileumsubsidie
                                    binnen 6<vet></vet>weken nadat de aanvraag volledig is.</al></li><li nr="2."><al><vet></vet><vet></vet>Het college beslist op een aanvraag voor een
                                    structurele subsidie en een budgetsubsidie binnen 6 weken na
                                    vaststelling van de gemeentelijke begroting, doch uiterlijk 31
                                    december van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar.</al></li><li nr="3."><al>Het college beslist op aanvragen om activiteitensubsidies
                                    conform het gestelde in de Nadere Regeling Activiteiten en
                                    Projectsubsidie Bellingwedde.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvange</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>Voor de subsidieontvanger geldt in ieder geval als verplichting, bedoeld
                            in artikel 4:37 van de wet, om aan het college of de door hen aangewezen
                            personen desgevraagd inzage te verstrekken in de administratie en
                            inlichtingen te verschaffen welke van belang kunnen zijn voor de
                            beoordeling van de doelmatigheid en de rechtmatigheid van de besteding
                            van de subsidie of voor het naleven van de voorschriften die aan de
                            subsidieverlening zijn verbonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Vergoeding in verband met vermogensvorming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Artikel 4:41 van de wet is van toepassing. De hoogte van de
                                    vergoeding als bedoeld in artikel 4:41 lid 1 sub b wordt met
                                    toepassing van de artikelen 3:2 en 3:4 van de wet door het
                                    college vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Voor de algemene reserve geldt een maximum van 5% van het totaal
                                    van de vastgestelde begrote lasten. Een algemene reserve van €
                                    1.000,00 of minder wordt buiten beschouwing gelaten, met dien
                                    verstande, dat de algemene reserve nooit hoger mag zijn dan het
                                    totaal der begrote lasten van een jaar. Het college van
                                    burgemeester en wethouders kan dit percentage hoger vaststellen
                                    indien naar hun oordeel voldoende is aangetoond, dat dit
                                    noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Vaststelling van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Termijn en eisen aanvraag tot vaststelling subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met toepassing van de artikelen 4:37, eerste lid sub f en 4:44
                                    lid 2 van de wet, dient de aanvraag voor het vaststellen van een
                                    subsidie binnen de hierna genoemde termijn te worden ingediend
                                    en aan de hierna genoemde eisen te voldoen:</al><lijst><li nr="a."><al>Subsidieontvangers die een activiteitensubsidie ontvangen welke
                                    meer bedraagt dan een bedrag ad € 3.000,00, dienen binnen 13
                                    weken na afloop van de activiteit een aanvraag tot vaststelling
                                    in bij het college, voorzien van een financieel en inhoudelijk
                                    verslag;</al></li><li nr="b."><al>Subsidieontvangers die een structurele subsidie ontvangen,
                                    dienen<vet></vet>vóór 1 april<vet></vet>volgend op het boekjaar een
                                    aanvraag tot vaststelling in bij het college, voorzien van een
                                    financieel- en inhoudelijk verslag;</al></li><li nr="c."><al>Subsidieontvangers die een budgetsubsidie ontvangen dienen vóór
                                    1 april volgend op het (laatste) boekjaar een aanvraag tot
                                    vaststelling in bij het college, voorzien van een financieel- en
                                    inhoudelijk verslag.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan de termijn genoemd in lid 1 op verzoek van de
                                    subsidieontvanger verlengen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid genoemde financieel verslag bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>Een exploitatierekening die betrekking heeft op de gehele
                                    instelling;</al></li><li nr="b."><al>Een balans die betrekking heeft op de gehele instelling en</al></li><li nr="c."><al>Bij een subsidieverstrekking van meer dan<vet></vet>€ 50.000,00
                                    verlangt het college een accountantsverslag naar aanleiding van
                                    diens onderzoek van de jaarstukken en van de administratie. In
                                    dit verslag wordt expliciet vermeld of de verleende subsidie is
                                    besteed overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze
                                    Verordening, de eventuele van toepassing zijnde bijzondere
                                    subsidieverordening en de aan de subsidieverlening verbonden
                                    voorschriften. Tevens wordt in het verslag aandacht besteed aan
                                    de rechtmatigheid en doelmatigheid van de besteding van de
                                    middelen in relatie tot de uitgevoerde activiteiten en geleverde
                                        producten<cursief>.</cursief></al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan van het bepaalde in het derde lid onder c
                                    ontheffing verlenen.</al></li><li nr="5."><al>Het in het derde lid onder c genoemde accountantsverslag hoeft
                                    geen deel uit te maken van de financiële verslaglegging, indien
                                    de subsidie direct is vastgesteld.</al></li><li nr="6."><al>De financiële verantwoording, dan wel de jaarrekening, wordt op
                                    dezelfde wijze ingericht als de begroting.</al></li><li nr="7."><al>In afwijking van lid 3 tot en met lid 6 kan het college eisen
                                    dat de accountant bij budgetsubsidies bij het financieel verslag
                                    een verslag uitbrengt naar aanleiding van diens onderzoek van de
                                    jaarstukken en van de administratie van de subsidieontvanger,
                                    waarvan expliciet is vermeld of de verleende subsidie is besteed
                                    overeenkomstig het bepaalde in of krachtens deze verordening en
                                    waarin aandacht wordt besteed aan de rechtmatigheid en
                                    doelmatigheid van de besteding van de middelen in relatie tot de
                                    uitgevoerde activiteiten en geleverde producten.</al></li><li nr="8."><al>Het college kan met betrekking tot de subsidievaststelling
                                    nadere regels stellen.</al></li><li nr="9."><al>Het college kan voor de aanvraag tot subsidievaststelling een
                                    formulier vaststellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Hersteltermijn</titel></kop><al>Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voldoet aan de
                            vereisten zoals gesteld in de Wet en in artikel 19 van deze verordening,
                            dan wordt de aanvrager een door het college nader te bepalen
                            termijn<vet></vet>gegeven om de aanvraag aan te vullen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Vaststelling subsidie bij onvolledige aanvraag</titel></kop><al>Indien na afloop van de termijn zoals genoemd in artikel 20 de aanvraag
                            tot subsidievaststelling nog steeds niet aangevraagd is dan wel
                            onvolledig is, kan het college besluiten tot een ambtshalve vaststelling
                            van de subsidie, overeenkomstig artikel 4:47 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Het college stelt de subsidie vast binnen 13 weken na ontvangst van de
                            aanvraag.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Betaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Voorschotten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan de subsidieontvanger voorschotten verlenen.</al></li><li nr="2."><al>Het college beslist met betrekking tot de hoogte en de wijze van
                                    bevoorschotting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Uitbetaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidie wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald
                                    onder verrekening van de betaalde voorschotten. Indien feiten of
                                    omstandigheden aanleiding geven tot een lagere vaststelling van
                                    de subsidie over het betreffende jaar, kan verrekening
                                    plaatsvinden door inhouding op de nog uit te betalen subsidie in
                                    hetzelfde jaar of bij vaststelling van de subsidie over het
                                    volgend subsidiejaar.</al></li><li nr="2."><al>Subsidies worden binnen<vet></vet>4 weken na de subsidievaststelling
                                    betaald, tenzij in de beschikking tot vaststelling anders is
                                    bepaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Het college is gerechtigd, met inachtneming van artikel 4:57 van de wet,
                            al betaalde subsidie geheel of gedeeltelijk terug te vorderen, indien
                            onjuiste inlichtingen zijn verstrekt waarvan verzoeker wist of
                            redelijkerwijs had moeten weten dat deze van invloed is op de hoogte van
                            de subsidie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere, individuele gevallen één of meer
                            bepalingen uit deze verordening, dan wel uit een bijzondere
                            subsidieverordening niet van toepassing verklaren, voor zover toepassing
                            leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Bijzondere gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening, dan wel een bijzondere
                            subsidieverordening niet of niet voldoende voorziet, beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening is niet van toepassing op subsidieaanvragen en
                            subsidiebeschikkingen die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend of genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Algemene Subsidieverordening Specifiek Welzijn gemeente
                                    Bellingwedde die is vastgesteld d.d. 16 juni 1994 en de
                                    Verordening Procedures Welzijnbeleid 1994 zoals vastgesteld door
                                    de raad op 19 mei 1994 wordt tegelijkertijd met de
                                    inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Algemene
                                    subsidieverordening gemeente Bellingwedde 2009”.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die
                                    waarop zij bekendgemaakt is.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bellingwedde van 3 februari 2011</al><al>voorzitter griffier</al><al></al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><divisie><kop><label>Toelichting bij de Algemene subsidieverordening gemeente Bellingwedde2009</label></kop></divisie><divisie><kop><label>Algemene toelichting</label></kop><al>De overheid verleent ieder jaar voor enkele tientallen miljarden
                                euro’s aan subsidie. Ook door de gemeente Bellingwedde worden
                                jaarlijks subsidies verstrekt, waarbij het zowel gaat om grotere als
                                kleinere bedragen. Alle overheidsinstanties die subsidieaanvragen
                                behandelen en alle instellingen die subsidie aanvragen hebben sinds
                                1998 te maken met de 3<sup>de</sup> tranche van de Algemene wet
                                bestuursrecht (Awb). Zoals bekend is de Awb een zogenaamde
                                aanbouwwet. Dit betekent dat er in verschillende tranches telkens
                                weer onderwerpen aan de Awb zijn toegevoegd. De (eerste tranche van
                                de) Awb dateert uit 1993. Het ging toen om een geheel nieuw stuk
                                wetgeving, waarin algemene regels van het bestuursrecht waren
                                vastgelegd, regels die voorheen in afzonderlijke wetten waren
                                opgenomen dan wel in het kader van de jurisprudentie waren
                                ontwikkeld. In 1998 is de derde tranche van de Awb in werking
                                getreden. In het kader van deze derde tranche is de subsidietitel in
                                de Awb opgenomen (titel 4.2 in hoofdstuk 4). De Awb bepaalt
                                sindsdien de juridische kaders waarbinnen het proces van
                                subsidieverstrekking zich altijd moet afspelen. Het doel was om meer
                                duidelijkheid te verschaffen in de voordien bestaande wirwar van
                                subsidieregelingen en subsidies, die zonder regeling werden
                                verstrekt. De subsidietitel is dus bedoeld als een algemene regeling
                                voor het verstrekken van subsidies.</al><al>De bepalingen in de subsidietitel zijn dan ook van dwingend recht.
                                In de Memorie van Toelichting staat dat subsidie een belangrijk of
                                zelfs essentieel beleidsinstrument is. Het is het instrument bij
                                uitstek om het overheidsbeleid door anderen dan de overheid zelf ten
                                uitvoering te laten geven. Subsidie is dus een middel om bepaalde
                                doelen te realiseren.</al><al>Bij subsidieverstrekking door gemeenten gelden met ingang van 1998
                                naast elkaar de subsidietitel uit de 3<sup>d</sup><sup>e</sup>
                                tranche van de Awb en de lokaal vastgestelde subsidieregelingen.
                                Daarbij moet sprake zijn van een goede en uitgebalanceerde
                                afstemming tussen deze regelingen: een onderwerp waarover in de ene
                                regeling dwingend iets wordt bepaald (Awb) mag in de andere regeling
                                (subsidieverordening) niet meer worden vastgelegd.</al><al>De subsidietitel uit de Awb verplicht aan de andere kant ook tot het
                                maken van keuzes welke vervolgens dienen te worden vastgelegd in
                                (een) subsidieverordening(en), eventueel aangevuld met
                                beleidsregels. De Algemene subsidieverordening gemeente Bellingwedde
                                2009 is gebaseerd enerzijds op wat er in de Awb (met name in
                                subsidietitel 4.2) aan voorschriften staat en vormt anderzijds een
                                nadere uitwerking welke specifiek is gericht op de Bellingwedder
                                situatie. In veel artikelen wordt daarom ook verwezen naar de Awb. </al><al>De Awb heeft onder andere tot doel te bevorderen dat de door de
                                subsidieverstrekker met de subsidieverlening beoogde doelen worden
                                bereikt. Daarnaast is het de bedoeling om voldoende rechtszekerheid
                                te verschaffen aan de subsidieontvangers. Rechten, plichten en
                                bevoegdheden van de subsidiegevers en de subsidieontvangers zijn
                                allemaal in de Awb opgenomen. De 3<sup> d</sup><sup>e</sup> tranche
                                van de Awb bepaalt onder andere welke verplichtingen aan een
                                subsidie verbonden kunnen worden, wanneer een subsidie beëindigd kan
                                worden en hoe moet worden gehandeld als de begrotingsgelden
                                ontoereikend zijn. Verder is de eis opgenomen dat een subsidie in
                                principe alleen maar op grond van een wettelijk voorschrift, zoals
                                een subsidieverordening, kan worden verleend (artikel 4:23, Awb). In
                                afwijking van deze regel kan echter eveneens subsidie verstrekt
                                worden:</al><lijst><li nr="a."><al>In afwachting van de totstandkoming van een bijzondere
                                        subsidieverordening gedurende ten hoogste een jaar;</al></li><li nr="b."><al>Indien de begroting de subsidieontvanger en het bedrag
                                        waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld,
                                        vermeldt, of</al></li><li nr="c."><al>In incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste
                                        vier jaren wordt verstrekt.</al></li></lijst><al>Bij subsidies gaat het in de meeste gevallen om drie belangrijke
                                momenten:</al><lijst><li nr="-"><al>de verlening van subsidie;</al></li><li nr="-"><al>de vaststelling van de subsidie en</al></li><li nr="-"><al>de uitbetaling van de subsidie.</al></li></lijst><al> In de Algemene subsidieverordening gemeente Bellingwedde 2009 wordt
                                deze indeling als leidraad gebruikt. De Algemene subsidieverordening
                                gemeente Bellingwedde 2009 is, en het eerste woord in de naam duidt
                                daar al op, ‘algemeen van aard’. Dat betekent dat de verordening van
                                toepassing is op alle subsidieaanvragen die bij de gemeente worden
                                ingediend. Op basis van de geldende wetgeving dient het uitgeven van
                                de subsidies binnen een instelling niet alleen rechtmatig maar ook
                                doelmatig te zijn. </al><al>Bij het subsidiebeleid staat het realiseren van door de raad
                                vastgestelde beleidsdoelstellingen centraal. Subsidie is een middel
                                om het beleid te doen uitvoeren. Daarbij staan de activiteiten
                                centraal en worden de instellingen gesubsidieerd om de gemeentelijke
                                beleidsdoelstellingen te realiseren.</al><al>Dat houdt ook in dat activiteiten die niet passen binnen het
                                gemeentelijk beleid geen financiële ondersteuning in de vorm van
                                subsidie zullen ontvangen.</al><al>De inhoud van de Awb wordt in principe niet herhaald in de Algemene
                                subsidieverordening. Wel is er hier en daar sprake van verwijzingen
                                naar bepaalde artikelen. In de subsidiepraktijk zullen dan ook,
                                zowel door diegenen die de subsidie aanvragen als diegenen die hem
                                verstrekken, de Awb, de Algemene subsidieverordening gemeente
                                Bellingwedde 2009 en bijzonder subsidieverordeningen en/of
                                beleidsregels in samenhang met elkaar moeten worden gebruikt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikelsgewijze toelichting</label></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</label></kop><al>Het subsidiebegrip is gedefinieerd in artikel 4:21, eerste lid van de
                            Awb en is omschreven als: de aanspraak op financiële middelen, door een
                            bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de
                            aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde
                            goederen of diensten. </al><al>Vier elementen zijn van belang:</al><lijst><li nr="1."><al>De beslissing van het bestuursorgaan dat de voorgenomen
                                    activiteit gesubsidieerd wordt, doet een aanspraak op financiële
                                    middelen ontstaan;</al></li><li nr="2."><al>Subsidiebeslissingen zijn publiekrechtelijke rechtshandelingen,
                                    voor zover het bestuursorgaan subsidie verstrekt in het kader
                                    van de uitoefening van een publieke taak;</al></li><li nr="3."><al>Er moet sprake zijn van bepaalde, min of meer welomschreven
                                    activiteiten van de subsidieontvanger. Volgens de Memorie van
                                    Toelichting (MvT) moet in elk geval de bestedingsrichting van de
                                    middelen duidelijk zijn. Dit maakt het mogelijk om bepaalde
                                    subsidievormen als budgetsubsidie, waarderingsubsidie of
                                    incidentele subsidie te gebruiken;</al></li><li nr="4."><al>Buiten het subsidiebegrip valt betaling voor aan het bestuur
                                    geleverde goederen of diensten.</al></li></lijst><al>In artikel 1 zijn diverse in de verordening gebruikte begrippen
                            omschreven. Deze omschrijvingen spreken over het algemeen voor zich. Ten
                            aanzien van de omschrijving van "subsidieperiode" kan opgemerkt worden,
                            dat een tijdvak gelijk kan zijn aan een kalenderjaar. Ten aanzien van de
                            omschrijving van de begrippen "subsidieplafond" en
                            "begrotingsvoorwaarde" wordt verwezen naar de artikelen 4:22 en 4:34 van
                            de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>In bijzondere subsidieverordeningen (zie artikel 2) kunnen specifiek op
                            die bijzondere subsidierelatie van toepassing zijnde begrippen worden
                            gedefinieerd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 2 Reikwijdte/bijzondere verordeningen</label></kop><al>De Algemene subsidieverordening is op alle door de gemeente te
                            verstrekken subsidies van toepassing en bevat de gangbare regeling.
                        </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 3 Bevoegdheden</label></kop><al>In artikel 3 van deze verordening staat de hoofdregel geformuleerd zoals
                            die binnen de dualistisch stelsel geldt. De raad stelt de kaders het
                            college is het uitvoerende orgaan. het college is bevoegd en
                            verantwoordelijk ten aanzien van de integrale afhandeling van
                            subsidieaanvragen. dit houdt tevens de beslissingsbevoegdheid in voor
                            verlening, voorschotverlening, vaststelling, intrekking en wijziging van
                            subsidie. </al><al>In het derde lid is de afwijking van de hoofdregel - dat er alleen
                            subsidie wordt verstrekt op basis van een door de raad geautoriseerde
                            begroting - opgenomen. Zie hiervoor het algemene deel van de
                            toelichting. In het vierde lid is bepaald, dat het college bevoegd is om
                            voor de uitvoering van de subsidiebeschikking een
                            uitvoeringsovereenkomst te sluiten. Het is een facultatieve bepaling. In
                            de praktijk bestaat er veelal behoefte om afspraken in de vorm van een
                            overeenkomst vast te leggen. Een dergelijke overeenkomst kan echter niet
                            in de plaats komen van de beschikking tot subsidieverlening. </al><al>Er moet dus altijd naast een mogelijke overeenkomst een beschikking
                            staan die aan de wettelijke minimumeisen voldoet. De overeenkomst kan de
                            verplichting inhouden dat de subsidieontvanger de activiteiten verricht
                            waarvoor de subsidie is verleend. Een ervaring is dat een overeenkomst
                            voorziet in een maatschappelijke behoefte. Het geeft status en is
                            uitdrukking van de gelijkwaardigheid van partijen. Bovendien kan een
                            uitvoeringsovereenkomst betrokkenheid voor meerdere jaren genereren, wat
                            vanuit de wens van continuïteit wenselijk kan zijn.</al><al>De vraag moet worden gesteld of het maatschappelijk beoogde effect ook
                            op andere wijze kan worden bereikt. De inhoud van afspraken kunnen heel
                            goed in de beschikking tot subsidieverlening worden opgenomen. Lid 4
                            geeft echter de mogelijkheid om als daar behoefte aan is een
                            overeenkomst te sluiten. De afdwingbaarheid van de uitvoering van een
                            overeenkomst is overigens nog niet duidelijk. De ontwikkeling die de
                            rechtspraak te zien zal geven moet worden afgewacht. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 4 Vaststelling subsidieplafonds</label></kop><al>Artikel 4 geeft bepalingen over het subsidieplafond. Met het instellen
                            van een subsidieplafond wordt beoogd de eisen van rechtszekerheid en die
                            van begrotingsdiscipline met elkaar in evenwicht te brengen. Het
                            subsidieplafond is een middel om te voorkomen dat een subsidieregeling
                            een ‘open einde’ werking heeft. Het subsidieplafond past in de
                            doelstelling van de beheersbaarheid van de overheidsuitgaven.</al><al>Artikel 4:22, Awb omschrijft het subsidieplafond als volgt: het bedrag
                            dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de
                            verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift.
                            De artikelen 4:25 tot en met 4:28 Awb geven verdere regels. In het kort
                            hebben deze de volgende betekenis: </al><lijst><li nr="-"><al>het plafond kan alleen bij of krachtens wettelijk voorschrift
                                    worden vastgesteld;</al></li><li nr="-"><al>een subsidie moet behoudens enkele uitzonderingen die de wet
                                    omschrijft worden geweigerd, als door het verstrekken van
                                    subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden;</al></li><li nr="-"><al>het subsidieplafond moet vooraf bekend worden gemaakt en</al></li><li nr="-"><al>bij het bekendmaken van het plafond moeten ook de criteria voor
                                    de verdeling van de beschikbare gelden bekend gemaakt
                                    worden.</al></li></lijst><al><cursief>Het is niet verplicht om met een subsidieplafond te werken.
                                Maar, toepassing is niet mogelijk als de
                                vero</cursief><cursief>r</cursief><cursief>dening daar niets over
                                bepaalt</cursief>. Bedacht moet worden dat subsidieregelingen een
                            open einde werking kunnen hebben. Dat kan betekenen dat als aanvragen
                            aan bepaalde criteria voldoen, zij zonder meer voor toekenning van
                            subsidie in aanmerking komen. Dit ongeacht de op de begroting geraamde
                            middelen. De Memorie van Toelichting meldt in dit verband dat een
                            gemeente zich voortaan niet op uitputting van een begrotingspost kan
                            beroepen, als dat niet gebaseerd is op de systematiek van het
                            subsidieplafond.</al><al>In artikel 4 is de bevoegdheid om subsidieplafonds in te stellen
                            neergelegd bij het college, omdat het college, indien dit op een gegeven
                            moment noodzakelijk wordt geoordeeld, sneller kan besluiten tot het
                            instellen van een subsidieplafond.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 5 Subsidiesoorten</label></kop><al>In dit artikel worden de subsidiesoorten, die op hoofdlijnen te
                            onderscheiden zijn, benoemd. Deze subsidiesoorten hebben elk hun eigen
                            kenmerken en eisen. Door middel van deze specificatie is het mogelijk
                            per subsidiesoort voorwaarden te stellen die qua zwaarte bij die soort
                            horen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 6 Indiening aanvraag.</label></kop><al>Een aanvraag om subsidie moet altijd schriftelijk worden ingediend en
                            gericht zijn aan het college van burgemeester en wethouders. Mondelinge
                            aanvragen kunnen dus nooit in behandeling worden genomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 7 Tijdstip indienen aanvraag</label></kop><al>In dit artikel wordt bepaald voor welk tijdstip aanvragen om subsidie
                            moeten zijn ingediend. Dit is per soort subsidie aangegeven. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 8 Vereisten aan aanvrager</label></kop><al>Uitgangspunt is dat structurele subsidies en budgetsubsidies slechts aan
                            rechtspersonen kunnen worden verleend. Activiteitensubsidies kunnen ook
                            aan natuurlijke personen worden verleend.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikelen 9 t/m 12 Vereisten aan aanvraag</label></kop><al>Iedere subsidiesoort stelt zijn eigen eisen aan de aanvraag. In zijn
                            algemeenheid geldt dat hoe hoger het gevraagde subsidiebedrag is, des te
                            meer informatie wordt gevraagd. Daarnaast vraagt een aanvraag om een
                            budgetsubsidie nu eenmaal om andere eisen dan een activiteitensubsidies
                            van een paar honderd euro.</al><al>Voor de verschillende subsidiesoorten zullen zo veel mogelijk standaard
                            subsidieaanvraagformulieren worden gebruikt.</al><al>In onderdeel b van artikel 11 wordt gedoeld op de begroting van het
                            lopende jaar (het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend) en de (meer
                            globale) begroting op het jaar dat volgt op het jaar waarop de
                            subsidieaanvraag betrekking heeft.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 13 Verzuimherstel</label></kop><al>Wanneer een aanvraag niet aan de gestelde eisen voldoet, wordt er een
                            termijn gesteld om daar wel aan te voldoen. Afhankelijk van hetgeen
                            'mist' in de aanvraag, kan een kortere dan wel langere hersteltermijn
                            gesteld worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 14 Toetsingskader</label></kop><al>In artikel 14 wordt het toetsingskader voor ingediende aanvragen
                            weergegeven. Als zodanig wordt dit toetsingskader verder uitgewerkt in
                            artikel 15, de weigeringsgronden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 15 Weigeringsgronden</label></kop><al>In dit artikel worden aanvullende weigeringsgronden gegeven. Aanvullend
                            op de artikelen 4:25 en 4:35, Awb. Artikel 4:25 betreft het
                            subsidieplafond. In artikel 4:35 zijn gronden opgenomen, waarop subsidie
                            in ieder geval kan worden geweigerd. De formulering van artikel 4:35
                            biedt ruimte om in de Algemene subsidieverordening dan wel in bijzondere
                            subsidieverordeningen aanvullende weigeringsgronden op te nemen. Eén van
                            de aanvullende weigeringsgronden, opgenomen onder d, is dat de
                            subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de gemeente.
                            Hiermee moet onder meer worden voorkomen dat subsidiemiddelen voor
                            andere doelstellingen dan die van de gemeente Bellingwedde worden
                            gebruikt. Met de weigeringsgrond opgenomen onder h wordt in de sfeer van
                            een ontbindende voorwaarde een koppeling gelegd met andere
                            subsidiestromen. Verder wordt er met weigeringsgrond artikel 15 sub h
                            verordening een duidelijk verband gelegd met de omvang van de eigen
                            middelen een en ander ook vanuit de idee, dat vermogensvorming bij
                            subsidieontvangers vaak het gevolg dan wel mogelijk is geworden door de
                            inzet van gemeenschapsgelden (subsidieverlening).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 16 Beslistermijn</label></kop><al>In artikel 16 is de beslistermijn opgenomen ten aanzien van de diverse
                            subsidiesoorten. Het betreft hier termijnen van orde. Dat wil zeggen dat
                            het de afgegeven beschikking niet onrechtmatig is op het moment dat de
                            termijn is overschreden of dat het college hiervoor aansprakelijk kan
                            worden gesteld. </al><al>Ter informatie zij nog opgemerkt, dat op 20 november 2007 de Eerste
                            Kamer het wetsvoorstel tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht
                            met doeltreffendere rechtsmiddelen tegen niet tijdig beslissen door
                            bestuursorganen (Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen,
                            Kamerstukken 29 934) zonder stemming aangenomen. De wet gaat in, zoals
                            het er nu naar uitziet, per ultimo 1 januari 2010. In essentie komt de
                            regeling op het volgende neer. De burger kan na afloop van de
                            beslistermijn de overheid in gebreke stellen. Wanneer de overheid binnen
                            twee weken niet alsnog beslist, moet zij per dag een dwangsom betalen
                            totdat het besluit alsnog is genomen. De dwangsom begint met €20 en kan
                            na 42 dagen oplopen tot maximaal €1260,00. Voor de dwangsom is geen
                            rechterlijke uitspraak nodig. Ook maakt de wet het mogelijk rechtstreeks
                            beroep bij de rechter in te stellen tegen het niet tijdig nemen van een
                            beslissing door de overheid. Op dit moment moet eerst nog bezwaar bij de
                            overheid worden gemaakt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 17 Administratie</label></kop><al>Subsidiegeld is gemeenschapsgeld dat door alle burgers bij elkaar wordt
                            gebracht. De gemeente heeft de wettelijke plicht er op toe te zien dat
                            die subsidie rechtmatig en doelmatig wordt besteed. Rechtmatig wil
                            zeggen dat het moet voldoen aan de wettelijke voorschriften en doelmatig
                            wil zeggen dat er geen subsidie (‘geld van ons allen’) verspild mag
                            worden. Bij grotere instellingen kan een accountant controleren of de
                            subsidie inderdaad rechtmatig en doelmatig is besteed. </al><al>De subsidiërende overheid heeft de taak daar in zijn algemeenheid op toe
                            te zien. Met dit artikel wordt de subsidieverstrekker de mogelijkheid
                            gegeven inzage te krijgen in de administratie van instellingen en
                            aanwijzingen te geven met betrekking tot de inrichting daarvan.</al><al>Dit is bijvoorbeeld van belang om het de gemeente mogelijk te maken
                            instellingen met elkaar te vergelijken qua opbouw van kosten die te
                            maken hebben met het organiseren van gelijksoortige activiteiten. De
                            aanwijzingen kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op het toerekenen van
                            bepaalde kosten naar bepaalde producten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 18 Vergoeding in verband met vermogensvorming</label></kop><al>In dit artikel wordt de mogelijkheid gegeven voor instellingen om een
                            vermogen te kunnen vormen. </al><al>Maximaal mag 5% van de totale lasten als reserve worden aangehouden.
                            Wordt dit bedrag overschreden dan is hiervoor toestemming van het
                            college nodig. De inkomsten van veel (grote) instellingen bestaan voor
                            het overgrote deel uit subsidie c.q. gemeenschapsgeld. Dat betekent dat
                            ook reserves en voorzieningen voor het grootste deel ontstaan uit
                            subsidie c.q. gemeenschapsgeld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 19 Termijn en eisen aanvraag tot vaststelling subsidie</label></kop><al>Per subsidiesoort worden verschillende termijnen en eisen gesteld. Ook
                            hier geldt: hoe hoger het subsidiebedrag, des te meer eisen worden er
                            gesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 20 Hersteltermijn</label></kop><al>Als de gevraagde stukken niet voldoen aan de eisen wordt ook in deze
                            gevallen een hersteltermijn gegeven. Verwezen wordt verder naar de
                            toelichting bij artikel 13.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 21 Onvolledige aanvraag</label></kop><al>Als de in artikel 21 genoemde termijn is verstreken kan de
                            subsidieverstrekker de subsidie eenzijdig vaststellen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 22 Beslistermijn</label></kop><al>Het college beslist binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. </al><al>Ter informatie zij nog opgemerkt, dat op 20 november 2007 de Eerste
                            Kamer het wetsvoorstel tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht
                            met doeltreffendere rechtsmiddelen tegen niet tijdig beslissen door
                            bestuursorganen (Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen,
                            Kamerstukken 29 934) zonder stemming aangenomen. De wet gaat in, zoals
                            het er nu naar uitziet, per ultimo 1 januari 2010. In essentie komt de
                            regeling op het volgende neer. De burger kan na afloop van de
                            beslistermijn de overheid in gebreke stellen. Wanneer de overheid binnen
                            twee weken niet alsnog beslist, moet zij per dag een dwangsom betalen
                            totdat het besluit alsnog is genomen. De dwangsom begint met €20 en kan
                            na 42 dagen oplopen tot maximaal €1260,00. Voor de dwangsom is geen
                            rechterlijke uitspraak nodig. Ook maakt de wet het mogelijk rechtstreeks
                            beroep bij de rechter in te stellen tegen het niet tijdig nemen van een
                            beslissing door de overheid. Op dit moment moet eerst nog bezwaar bij de
                            overheid worden gemaakt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 23 Voorschotten</label></kop><al>In dit artikel is bepaald dat er voorschotten kunnen worden verleend.
                            Grote instellingen, die structurele subsidies krijgen, ontvangen vaak
                            enkele voorschotten per jaar. Kleine instellingen hebben geld nodig om
                            activiteiten te kunnen realiseren. De feitelijke vaststelling vindt vaak
                            na afloop van een jaar plaats. Een voorschot geeft dus geen recht op
                            subsidie. Bevoorschotting kan voor de volle 100% plaatsvinden maar ook
                            voor een lager percentage. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 24 Uitbetaling</label></kop><al>In dit artikel wordt geregeld dat er verrekening kan plaatsvinden met
                            voorschotten en toekomstige subsidies.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 25 Terugvordering</label></kop><al>Artikel 4:57 Awb luidt als volgt. Onverschuldigd betaalde
                            subsidiebedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd voor zover
                            na de dag waarop de subsidie is vastgesteld dan wel de handeling als
                            bedoeld in artikel 4:49, eerste lid onderdeel c heeft plaatsgevonden,
                            nog geen vijf jaren verstreken zijn. </al><al>Artikel 4:57 Awb is een bepaling van dwingend recht. In artikel 25 is
                            bepaald dat een al betaalde subsidie geheel of gedeeltelijk wordt
                            teruggevorderd indien onjuiste inlichtingen zijn verstrekt waarvan
                            verzoeker wist of redelijkerwijs had moeten weten dat deze van invloed
                            zijn op de hoogte van de subsidie. </al><al>Op dit moment (mei 2009) zijn er wetsvoorstellen die het terugvorderen
                            van subsidies regelen aan de hand van een beschikking. De gemeente kan
                            dan zelf invorderen bij dwangbevel in plaats van invordering via de
                            rechter. De verwachting is de deze wetswijziging 1 juli 2009 van kracht
                            zal worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 26 Hardheidsclausule</label></kop><al>In dit artikel is een hardheidsclausule opgenomen, die echter alleen met
                            grote terughoudendheid toegepast mag worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 27 Bijzondere gevallen</label></kop><al>Op grond van dit artikel kan het college beslissen in die gevallen
                            waarin de Algemene subsidieverordening niet of niet voldoende
                            voorziet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 28 Overgangsbepalingen</label></kop><al>Om geen juridische leemte te laten ontstaan, geldt de bestaande, oude
                            regelgeving voor de subsidie aanvragen, waarop nog niet is beslist en is
                            de nieuwe regelgeving van toepassing op alle subsidies die in
                            behandeling worden genomen na inwerkingtreding van deze
                            verordening.</al></divisie><divisie><kop><label> Relevante artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht c.q. artikelen waarnaar in de Algemene subsidieverordening wordt verwezen (bepalingen zoals die gelden augustus 2007).</label></kop><al><vet>Artikel 3:2</vet></al><al>Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de
                            nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen
                            belangen.</al><al><vet>Artikel 3:4</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit
                                    betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk
                                    voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een
                                    beperking voortvloeit.</al></li><li nr="2."><al>De voor één of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een
                                    besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het
                                    besluit te dienen doelen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:1</vet></al><al>Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag
                            tot het geven van een beschikking schriftelijk ingediend bij het
                            bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen.</al><al><vet>Artikel 4:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag wordt ondertekend en bevat ten minste:</al></li><li nr="a."><al>De naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>De dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>Een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd.</al></li><li nr="2."><al>De aanvrager verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor
                                    de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij
                                    redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen,
                                    indien:</al></li><li nr="a."><al>De aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift
                                    voor het in behandeling nemen van de aanvraag, of</al></li><li nr="b."><al>De aanvraag geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van
                                    artikel 2:15 of</al></li><li nr="c."><al>De verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de
                                    beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de
                                    beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de
                                    aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan
                                    te vullen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:21</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Onder subsidie wordt verstaan: de aanspraak op financiële
                                    middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op
                                    bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling
                                    voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.</al></li><li nr="2."><al>Deze titel is niet van toepassing op aanspraken of
                                    verplichtingen die voortvloeien uit een wettelijk voorschrift
                                    inzake belastingen of de heffing van een premie dan wel een
                                    premievervangende belasting ingevolge de Wet financiering
                                    sociale verzekeringen of de Ziekenfondswet.</al></li><li nr="3."><al>Deze titel is niet van toepassing op de aanspraak op financiële
                                    middelen die wordt verstrekt op grond van een wettelijk
                                    voorschrift dat uitsluitend voorziet in verstrekking aan
                                    rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld.</al></li><li nr="4."><al>Deze titel is van overeenkomstige toepassing op de bekostiging
                                    van het onderwijs en onderzoek.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:22</vet></al><al>Onder subsidieplafond wordt verstaan: het bedrag dat gedurende een
                            bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van
                            subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift.</al><al><vet>Artikel 4:23</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een bestuursorgaan verstrekt slechts subsidie op grond van een
                                    wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten
                                    subsidie kan worden verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>Indien een zodanig wettelijk voorschrift is opgenomen in een
                                    niet op een wet berustende algemene maatregel van bestuur,
                                    vervalt dat voorschrift vier jaren nadat het in werking is
                                    getreden, tenzij voordat tijdstip een voorstel van wet bij de
                                    Staten-Generaal is ingediend waarin de subsidie wordt
                                    geregeld.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid is niet van toepassing:</al></li><li nr="a."><al>In afwachting van de totstandkoming van een wettelijk
                                    voorschrift gedurende ten hoogste een jaar of totdat een binnen
                                    dat jaar bij de Staten-Generaal ingediend wetsvoorstel is
                                    verworpen of tot wet is verheven en in werking is getreden;</al></li><li nr="b."><al>Indien de subsidie rechtstreeks op grond van een door de Raad
                                    van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad
                                    gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen
                                    vastgesteld programma wordt verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>Indien de begroting de subsidieontvanger en het bedrag waarop de
                                    subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt, of</al></li><li nr="d."><al>In incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier
                                    jaren wordt verstrekt.</al></li><li nr="4."><al>Het bestuursorgaan publiceert jaarlijks een verslag van de
                                    verstrekking van subsidies met toepassing van het derde lid,
                                    onderdelen a en d.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:24</vet></al><al>Indien een subsidie op een wettelijk voorschrift berust, wordt ten
                            minste eenmaal in de vijf jaren een verslag gepubliceerd over de
                            doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, tenzij
                            bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.</al><al><vet>Artikel 4:25</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een subsidieplafond kan slechts bij of krachtens wettelijk
                                    voorschrift worden vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de
                                    subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.</al></li><li nr="3."><al>Indien niet tijdig dan wel in bezwaar of beroep of ter
                                    uitvoering van een rechterlijke uitspraak omtrent verstrekking
                                    wordt beslist, geldt de verplichting van het tweede lid slechts
                                    voor zover zij ook gold op het tijdstip, waarop de beslissing in
                                    eerste aanleg werd genomen of had moeten worden genomen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:26</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij of krachtens wettelijk voorschrift wordt bepaald hoe het
                                    beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al></li><li nr="2."><al>Bij de bekendmaking van het subsidieplafond wordt de wijze van
                                    verdeling vermeld.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:27</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het subsidieplafond wordt bekendgemaakt voor de aanvang van het
                                    tijdvak waarvoor het is vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Indien het subsidieplafond of een verlaging daarvan later wordt
                                    bekendgemaakt, heeft deze bekendmaking geen gevolgen voor
                                    voordien ingediende aanvragen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:28</vet></al><al>Artikel 4:27, tweede lid, is niet van toepassing, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>De aanvragen voor het tijdvak waarvoor het subsidieplafond is
                                    vastgesteld ingevolge wettelijk voorschrift moeten worden
                                    ingediend op een tijdstip waarop de begroting nog niet is
                                    vastgesteld of goedgekeurd;</al></li><li nr="b."><al>Het een verlaging betreft die voortvloeit uit de vaststelling of
                                    goedkeuring van de begroting en</al></li><li nr="c."><al>Bij de bekendmaking van het subsidieplafond is gewezen op de
                                    mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor al
                                    ingediende aanvragen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:29</vet></al><al>Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald kan voorafgaand aan
                            een subsidievaststelling een beschikking omtrent subsidieverlening
                            worden gegeven, indien een aanvraag daartoe is ingediend voor de afloop
                            van de activiteit of het tijdvak waarvoor de subsidie wordt
                            gevraagd.</al><al><vet>Artikel 4:30</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De beschikking tot subsidieverlening bevat een omschrijving van
                                    de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend.</al></li><li nr="2."><al>De omschrijving kan later worden uitgewerkt, voor zover de
                                    beschikking tot subsidieverlening dit vermeldt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:31</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De beschikking tot subsidieverlening vermeldt het bedrag van de
                                    subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald.</al></li><li nr="2."><al>Indien de beschikking tot subsidieverlening het bedrag van de
                                    subsidie niet vermeldt, vermeldt zij het bedrag waarop de
                                    subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, tenzij bij
                                    wettelijk voorschrift anders is bepaald.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:32</vet></al><al>Een subsidie in de vorm van een periodieke aanspraak op financiële
                            middelen wordt verleend voor een bepaald tijdvak, dat in de beschikking
                            tot subsidieverlening wordt vermeld.</al><al><vet>Artikel 4:33</vet></al><al>Een subsidie kan niet worden verleend onder de voorwaarde dat
                            uitsluitend het bestuursorgaan of uitsluitend de subsidieontvanger een
                            bepaalde handeling verricht, tenzij het betreft de voorwaarde dat:</al><lijst><li nr="a."><al>De subsidieontvanger medewerkt aan de totstandkoming van een
                                    overeenkomst ter uitvoering van de beschikking tot
                                    subsidieverlening, of</al></li><li nr="b."><al>De subsidieontvanger aantoont dat een gebeurtenis, niet zijnde
                                    een handeling van het bestuursorgaan of van de
                                    subsidieontvanger, heeft plaatsgevonden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:34</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een
                                    begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan zij
                                    worden verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter
                                    beschikking worden gesteld.</al></li><li nr="2."><al>De voorwaarde kan niet worden gesteld, voor zover dat
                                    voortvloeit uit het wettelijk voorschrift waarop de subsidie
                                    berust.</al></li><li nr="3."><al>De voorwaarde vervalt, indien het bestuursorgaan daarop niet
                                    binnen vier weken na de vaststelling of goedkeuring van de
                                    begroting een beroep heeft gedaan.</al></li><li nr="4."><al>Het beroep op de voorwaarde geschiedt bij een subsidie voor een
                                    activiteit die door het bestuursorgaan ook in het voorafgaande
                                    begrotingsjaar werd gesubsidieerd door een intrekking wegens
                                    veranderde omstandigheden overeenkomstig artikel 4:50.</al></li><li nr="5."><al>In andere gevallen geschiedt het beroep op de voorwaarde door
                                    een intrekking overeenkomstig artikel 4:48, eerste lid.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:35</vet></al><al>1 De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd indien een
                            gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>De activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>De aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                                    verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>De aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en
                                    verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en
                                    de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor
                                    de vaststelling van de subsidie van belang zijn.</al></li><li nr="2."><al>De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd
                                    indien de aanvrager:</al></li><li nr="a."><al>In het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens
                                    heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een
                                    onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid of</al></li><li nr="b."><al>failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is
                                    verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling
                                    natuurlijke personen van toepassing is verklaard dan wel een
                                    verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:36</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening kan een
                                    overeenkomst worden gesloten.</al></li><li nr="2."><al>Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard
                                    van de subsidie zich daartegen verzet, kan in de overeenkomst
                                    worden bepaald dat de subsidieontvanger verplicht is de
                                    activiteiten te verrichten waarvoor de subsidie is
                                    verleend.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:37</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger verplichtingen
                                    opleggen met betrekking tot:</al></li><li nr="a."><al>Aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                                    verleend;</al></li><li nr="b."><al>De administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en
                                    inkomsten;</al></li><li nr="c."><al>Het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en
                                    bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de
                                    subsidie;</al></li><li nr="d."><al>De te verzekeren risico’s;</al></li><li nr="e."><al>Het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten;</al></li><li nr="f."><al>Het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte
                                    activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor
                                    zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang
                                    zijn;</al></li><li nr="g."><al>Het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de
                                    subsidie voor derden;</al></li><li nr="h."><al>Het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld in
                                    artikel 393, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek op
                                    het door het bestuursorgaan gevoerde financiële beheer en de
                                    financiële verantwoording daarover.</al></li><li nr="2."><al>Indien een verplichting als bedoeld in het eerste lid onderdeel
                                    c wordt opgelegd, zijn de artikelen 4:3 en 4:4 van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:38</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger ook andere
                                    verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het
                                    doel van de subsidie.</al></li><li nr="2."><al>Indien de subsidie op een wettelijk voorschrift berust, worden
                                    de verplichtingen opgelegd bij wettelijk voorschrift of
                                    krachtens wettelijk voorschrift bij de subsidieverlening.</al></li><li nr="3."><al>Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust,
                                    kunnen de verplichtingen worden opgelegd bij de
                                    subsidieverlening</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:39</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het
                                    doel van de subsidie kunnen slechts aan de subsidie worden
                                    verbonden voor zover dit bij wettelijk voorschrift is
                                    bepaald.</al></li><li nr="2."><al>Verplichtingen als bedoeld in het eerste lid kunnen slechts
                                    betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de
                                    gesubsidieerde activiteit wordt verricht.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:40</vet></al><al>De verplichtingen kunnen na de subsidieverlening worden uitgewerkt, voor
                            zover de beschikking tot subsidieverlening dit vermeldt.</al><al><vet>Artikel 4:41</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In de gevallen, genoemd in het tweede lid, is de
                                    subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie
                                    heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor een vergoeding
                                    verschuldigd aan het bestuursorgaan, mits:</al></li><li nr="a."><al>Dit bij wettelijk voorschrift of, indien de subsidie niet op een
                                    wettelijk voorschrift berust, bij de subsidieverlening is
                                    bepaald en</al></li><li nr="b."><al>Daarbij is aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt
                                    bepaald.</al></li><li nr="2."><al>De vergoeding is slechts verschuldigd indien:</al></li><li nr="a."><al>De subsidieontvanger voor de gesubsidieerde activiteiten
                                    gebruikte of bestemde goederen vervreemdt of bezwaart of de
                                    bestemming daarvan wijzigt;</al></li><li nr="b."><al>De subsidieontvanger een schadevergoeding ontvangt voor verlies
                                    of beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten
                                    gebruikte of bestemde goederen;</al></li><li nr="c."><al>De gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden
                                    beëindigd;</al></li><li nr="d."><al>De subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt
                                    ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd of</al></li><li nr="e."><al>De rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden.</al></li><li nr="3."><al>De vergoeding wordt vastgesteld binnen een jaar nadat het
                                    bestuursorgaan op de hoogte is gekomen of kon zijn van de
                                    gebeurtenis die het recht op vergoeding deed ontstaan, doch in
                                    ieder geval binnen vijf jaren na de bekendmaking van de laatste
                                    beschikking tot subsidievaststelling.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:42</vet></al><al>De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de subsidie
                            vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag
                            overeenkomstig afdeling 4.2.7.</al><al><vet>Artikel 4:43</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, bevat
                                    de beschikking tot subsidievaststelling een aanduiding van de
                                    activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>De artikelen 4:32, 4:35, tweede lid, 4:38 en 4:39 zijn van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:44</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, dient
                                    de subsidieontvanger na afloop van de activiteiten of het
                                    tijdvak waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag tot
                                    vaststelling van de subsidie in, tenzij:</al></li><li nr="a."><al>De subsidie met toepassing van artikel 4:47, onderdeel a
                                    ambtshalve wordt vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al>Bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald
                                    dat de aanvraag wordt ingediend telkens na afloop van een
                                    gedeelte van het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend,
                                    of</al></li><li nr="c."><al>De vaststelling van de subsidie bij een overeenkomst als bedoeld
                                    in artikel 4:36, eerste lid, anders is geregeld.</al></li><li nr="2."><al>Indien bij wettelijk voorschrift geen termijn is bepaald, wordt
                                    de aanvraag tot vaststelling ingediend binnen een bij de
                                    subsidieverlening te bepalen termijn.</al></li><li nr="3."><al>Indien voor de indiening van de aanvraag tot vaststelling geen
                                    termijn is bepaald of de aanvraag na afloop van de daarvoor
                                    bepaalde termijn niet is ingediend kan het bestuursorgaan de
                                    subsidieontvanger een termijn stellen binnen welke de aanvraag
                                    moet zijn ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Indien na afloop van deze termijn geen aanvraag is ingediend,
                                    kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:45</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij de aanvraag tot subsidievaststelling toont de aanvrager aan
                                    dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan
                                    de subsidie verbonden verplichtingen, tenzij de subsidie voor de
                                    aanvang van de activiteiten wordt vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de aanvrager
                                    rekening en verantwoording af omtrent de aan de activiteiten
                                    verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de
                                    vaststelling van de subsidie van belang zijn</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:46</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, stelt
                                    het bestuursorgaan de subsidie overeenkomstig de
                                    subsidieverlening vast.</al></li><li nr="2."><al>De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:</al></li><li nr="a."><al>De activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet
                                    geheel hebben plaatsgevonden;</al></li><li nr="b."><al>De subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie
                                    verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>De subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                    verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens
                                    tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening
                                    zou hebben geleid of</al></li><li nr="d."><al>De subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                    subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.</al></li><li nr="3."><al>Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de
                                    werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is
                                    verleend, worden kosten die in redelijkheid niet als
                                    noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de
                                    subsidie niet in aanmerking genomen</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:47</vet></al><al>Het bestuursorgaan kan de subsidie geheel of gedeeltelijk ambtshalve
                            vaststellen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening een
                                    termijn is bepaald binnen welke de subsidie ambtshalve wordt
                                    vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al>Toepassing wordt gegeven aan artikel 4:44, vierde lid of</al></li><li nr="c."><al>De beschikking tot subsidieverlening of de beschikking tot
                                    subsidievaststelling wordt ingetrokken of ten nadele van de
                                    ontvanger wordt gewijzigd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:48</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan het bestuursorgaan
                                    de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de
                                    subsidieontvanger wijzigen, indien:</al></li><li nr="a."><al>De activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet
                                    geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>De subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie
                                    verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>De subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                    verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens
                                    tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening
                                    zou hebben geleid;</al></li><li nr="d."><al>De subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                    subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten of</al></li><li nr="e."><al>Met toepassing van artikel 4:34, vijfde lid, een beroep wordt
                                    gedaan op de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking
                                    worden gesteld.</al></li><li nr="2."><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip
                                    waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of
                                    wijziging anders is bepaald.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:49</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan kan de subsidievaststelling intrekken of ten
                                    nadele van de ontvanger wijzigen:</al></li><li nr="a."><al>Op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bij de
                                    subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn
                                    en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de
                                    subsidieverlening zou zijn vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al>Indien de subsidievaststelling onjuist was en de
                                    subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten of</al></li><li nr="c."><al>Indien de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet
                                    heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                                    verplichtingen.</al></li><li nr="2."><al>De intrekking of wijziging werkt ter</al></li></lijst><al>ug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij bij
                            de intrekking of wijziging anders is bepaald.</al><al>3.De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele
                            van de ontvanger worden gewijzigd indien vijf jaren zijn verstreken
                            sinds de dag waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in het geval, bedoeld
                            in het eerste lid onderdeel c sinds de dag waarop de handeling in strijd
                            met de verplichting is verricht of de dag waarop aan de verplichting had
                            moeten zijn voldaan.</al><al><vet>Artikel 4:50</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan het bestuursorgaan
                                    de subsidieverlening met inachtneming van een redelijke termijn
                                    intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen:</al></li><li nr="a."><al>Voor zover de subsidieverlening onjuist is;</al></li><li nr="b."><al>Voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten
                                    zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde
                                    voortzetting van de subsidie verzetten of</al></li><li nr="c."><al>In andere bij wettelijk voorschrift geregelde gevallen.</al></li><li nr="2."><al>Bij intrekking of wijziging op grond van het eerste lid
                                    onderdeel a of b vergoedt het bestuursorgaan de schade die de
                                    subsidieontvanger lijdt doordat hij in vertrouwen op de subsidie
                                    anders heeft gehandeld dan hij zonder subsidie zou hebben
                                    gedaan.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:51</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien aan een subsidieontvanger voor drie of meer
                                    achtereenvolgende jaren subsidie is verstrekt voor dezelfde of
                                    in hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten, geschiedt
                                    gehele of gedeeltelijke weigering van de subsidie voor een
                                    daarop aansluitend tijdvak op de grond, dat veranderde
                                    omstandigheden of gewijzigde inzichten zich tegen voortzetting
                                    of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten, slechts
                                    met inachtneming van een redelijke termijn.</al></li><li nr="2."><al>Voor zover aan het einde van het tijdvak waarvoor subsidie is
                                    verleend sinds de bekendmaking van het voornemen tot weigering
                                    voor een daarop aansluitend tijdvak nog geen redelijke termijn
                                    is verstreken, wordt de subsidie voor het resterende deel van
                                    die termijn verleend, zo nodig in afwijking van artikel 4:25,
                                    tweede lid.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:52</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling
                                    betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.</al></li><li nr="2."><al>Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de
                                    subsidievaststelling betaald, tenzij bij wettelijk voorschrift
                                    anders is bepaald.</al></li><li nr="3."><al>Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kan
                                    bij de subsidieverlening, of, indien geen beschikking tot
                                    subsidieverlening is gegeven, bij de subsidievaststelling, een
                                    andere termijn worden bepaald waarbinnen het subsidiebedrag
                                    wordt betaald.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:53</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het subsidiebedrag kan in gedeelten worden betaald, mits bij
                                    wettelijk voorschrift is bepaald hoe de gedeelten worden
                                    berekend en op welke tijdstippen zij worden betaald.</al></li><li nr="2."><al>Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kan
                                    het subsidiebedrag in gedeelten worden betaald, mits bij de
                                    subsidieverlening, of indien geen beschikking tot
                                    subsidieverlening is gegeven, bij de subsidievaststelling, is
                                    bepaald hoe de gedeelten worden berekend en op welke tijdstippen
                                    zij worden betaald.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:54</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger voorschotten
                                    verlenen, voor zover dit bij wettelijk voorschrift of bij de
                                    subsidieverlening is bepaald.</al></li><li nr="2."><al>De beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag van
                                    het voorschot dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt
                                    bepaald.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:56</vet></al><al>De verplichting tot betaling van een subsidiebedrag of een voorschot
                            wordt opgeschort met ingang van de dag waarop het bestuursorgaan aan de
                            subsidieontvanger schriftelijk kennis geeft van het ernstige vermoeden
                            dat er grond bestaat om toepassing te geven aan artikel 4:48 of 4:49,
                            tot en met de dag waarop de beschikking omtrent de intrekking of
                            wijziging is bekendgemaakt of de dag waarop sinds de kennisgeving van
                            het ernstige vermoeden dertien weken zijn verstreken.</al><al><vet>Artikel 4:57</vet></al><al>Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen worden
                            teruggevorderd voor zover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld
                            dan wel de handeling als bedoeld in artikel 4:49, eerste lid onderdeel c
                            heeft plaatsgevonden, nog geen vijf jaren zijn verstreken.</al><al><vet>Artikel 4:62</vet></al><al>Het activiteitenplan behelst een overzicht van de activiteiten waarvoor
                            subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en
                            vermeldt per activiteit de daarvoor benodigde personele en materiële
                            middelen.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>