<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr owms-version="3.5" cvdr-version="1.0" xp_0:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns:xp_0="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:xsi="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"><meta><owmskern><dcterms:identifier>252155_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieregeling Stedelijke Vernieuwing Stadsdeel Oost 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Deelgemeente">Amsterdam - Oost</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-08-07</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:alternative>Subsidieregeling Stedelijke Vernieuwing Stadsdeel Oost 2012</dcterms:alternative><dcterms:license>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:license><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-10-16</dcterms:issued><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanDeelgemeente">deelraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Echo, </dcterms:isFormatOf></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-12-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>350674</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Economische zaken</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al id="anker-doi">Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit:
                </al><al id="anker-bbi">Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit:
                -</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Verordening</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen en voorwaarden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. de wet: de Wet stedelijke vernieuwing (Stb. 2000, 504; vervallen per 28 april 2011);</al><al>b. subsidieregeling: de subsidieregeling Stedelijke Vernieuwing stadsdeel Oost, sluit aan bij de</al><al>subsidieverordening Stedelijke Vernieuwing Amsterdam 2006;</al><al>c. subsidieplafond: het totale budget dat ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies volgens</al><al>de bepalingen van deze regeling;</al><al>d. commissie: een commissie of commissies, op grond van artikel 19 van de Verordening op de Stadsdelen,</al><al>belast met de beleidsterreinen volkshuisvesting en stedelijke vernieuwing, ook wel genoemd Commissie van</al><al>advies;</al><al>e. dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van het stadsdeel Oost;</al><al>f. stadsdeelraad: de deelraad van het stadsdeel Oost;</al><al>g. eigenaar: de eigenaar van een onroerende zaak, niet zijnde een woningcorporatie of, indien de desbetreffende</al><al>onroerende zaak is gebouwd op grond waarop een erfpachtrecht rust, degene die het recht van erfpacht op de</al><al>grond heeft, eveneens niet zijnde een woningcorporatie. Onder eigenaar wordt tevens begrepen degene die</al><al>een opstalrecht, een appartementsrecht of een ander recht heeft verkregen, dan wel het lidmaatschapsrecht</al><al>heeft verkregen van een coöperatie waaraan verbonden het recht van gebruik en/of bewoning;</al><al>h. gebouw(en): elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden</al><al>omsloten, ruimte vormt;</al><al>i. woning: een gebouw of een deel van het gebouw dat is bestemd tot of geschikt is voor bewoning door een</al><al>huishouden;</al><al>j. gevel: de voor- en/of zijgevel van een gebouw voor zover deze naar de openbare weg is gekeerd;</al><al>k. droogreinigen: het stralen van de muur of gevel met fijn zand of een ander geschikt droog materiaal met</al><al>eventueel de toevoeging van een kleine hoeveelheid water;</al><al>l. hydrofoberen: het waterafstotend maken van de gevel;</al><al>m. gebruiksoppervlak: vloeroppervlak van de woning, exclusief buitenruimten, buitenbergingen, dragende wanden,</al><al>leidingschachten en ruimten lager dan 1,5 meter;</al><al>n. bedrijf/onderneming: rechtspersoon die op commerciële basis goederen en/of diensten aan derden levert;</al><al>o. belwinkel: gelegenheid waar een van de voornaamste activiteiten wordt gevormd door het bedrijfsmatig</al><al>gelegenheid bieden tot het voeren van telefoongesprekken waaronder mede begrepen het verzenden van</al><al>faxen en het toegang bieden tot het internet;</al><al>p. coffeeshop: alcoholvrij horecabedrijf waarin de verkoop van softdrugs wordt gedoogd;</al><al>q. headwinkel: winkel waar in hoofdzaak artikelen worden verkocht die worden aangewend bij het gebruik van</al><al>(soft)drugs;</al><al>r. smartshop: winkel waar in hoofdzaak producten worden verkocht die ontwikkeld zijn voor het gebruik van</al><al>psychoactieve middelen;</al><al>s. detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van goederen aan de uiteindelijke</al><al>verbruiker of gebruiker;</al><al>t. ondernemer: een natuurlijk persoon of een rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens</al><al>publiekrecht is ingesteld, die een bedrijf of onderneming in stand houdt en die ingeschreven is in het</al><al>handelsregister bij de Kamer van Koophandel, dan wel beschikt over een fiscale zelfstandigheids-verklaring;</al><al>u. winst: de winst die dient als grondslag voor de berekening van de inkomstenbelasting of de</al><al>vennootschapsbelasting, met dien verstande dat, indien de ondernemer een rechtspersoon is, daaronder mede</al><al>wordt verstaan de beloning van de bestuurder(s) en de daaraan verbonden ten laste van de rechtspersoon</al><al>komende sociale lasten;</al><al>v. project: al dan niet van te voren vastgesteld geheel van werken en werkzaamheden die gezamenlijk worden</al><al>uitgevoerd in een bepaalde periode met een van te voren bepaald budget;</al><al>w. complexgewijze aanpak: de aanpak die zich uitstrekt tot ten minste twee aan elkaar grenzende panden;</al><al>x. onderhoudsplan: een door het dagelijks bestuur goedgekeurd overzicht van onderhoudswerkzaamheden die</al><al>gedurende een vooraf vastgesteld aantal jaren nodig worden geacht, om het bouwtechnisch kwaliteitsniveau</al><al>dat met de voorzieningen is of zal worden bereikt, te handhaven;</al><al>y. architectuurordekaart: kaart waarop door middel van een nadere aanduiding (de zogenaamde orden)</al><al>bouwwerken zijn aangegeven die van belang worden geacht om vanuit architectonisch of bouwhistorisch</al><al>perspectief te worden gehandhaafd;</al><al>z. architectuurorde 1: geregistreerde en (in Monumenten Selectie Project en Gemeentelijk Monumenten Project)</al><al>beoogde rijks-en gemeentelijke monumenten;</al><al>aa. architectuurorde 2: monumentwaardige bouwwerken met een nadrukkelijke architectonische verbijzondering en</al><al>bouwwerken met een bijzondere cultuurhistorische betekenis;</al><al>bb. architectuurorde 3: karakteristieke bouwwerken met architectonische en/of stedenbouwkundige meerwaarde;</al><al>cc. gordel 20-40: het gebied als zodanig aangegeven op de kaart, behorende bij de Schoonheid van Amsterdam,</al><al>een kader voor het Welstandsbeleid 2004, van de Commissie voor Welstand en Monumenten;</al><al>dd. negentiende-eeuwse ring: het gebied als zodanig aangegeven op de kaart behorend bij de Schoonheid van</al><al>Amsterdam, een kader voor het Welstandsbeleid 2004, van de Commissie voor Welstand en Monumenten;</al><al>ee. huurprijs: de prijs die bij huur en verhuur wordt geheven dan wel betaald dient te worden voor het enkel gebruik</al><al>van een woning of een ruimte met een andere bestemming, uitgedrukt in een bedrag per maand of per jaar;</al><al>ff. bruto vloeroppervlak: oppervlakte van gebouw of bouwwerk dat in gebruik is van een bedrijf, of een instelling;</al><al>gg. herstructurering: gezamenlijke inspanningen die strekken tot het verbeteren van de economische structuur van</al><al>een afgebakend gebied;</al><al>hh. werkingsgebied: het grondgebied waar deze subsidieregeling van toepassing is, te weten het stadsdeel Oost.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.2 Subsidieplafonds en voorrang</titel></kop><al>1. De stadsdeelraad stelt jaarlijks de stadsdeelbegroting vast.</al><al>2. De stadsdeelraad kan in bijzondere gevallen het subsidieplafond van deze regeling tussentijds verhogen of</al><al>verlagen.</al><al>3. Het dagelijks bestuur stelt het subsidieplafond vast. Daarbij worden tevens de subsidieplafonds vastgesteld</al><al>voor de verschillende onderdelen van de subsidieregeling ten gunste waarvan de subsidie beschikbaar wordt</al><al>gesteld (deelbudget).</al><al>4. Het dagelijks bestuur kan een deelbudget, voor zover dat naar zijn oordeel niet volledig zal worden benut,</al><al>toevoegen aan een ander deelbudget, waardoor het subsidieplafond van het laatst bedoelde budget</al><al>dienovereenkomstig wordt verhoogd.</al><al>5. De stadsdeelraad kan gebieden of projecten aanwijzen waarop een voorrangsregeling van toepassing is. Het</al><al>dagelijks bestuur kan aan deze voorrangsgebieden specifieke deelbudgetten toekennen, dan wel deze weer</al><al>intrekken.</al><al>6. Het dagelijks bestuur is bevoegd nadere regels te stellen met betrekking tot de hoogte van de tegemoetkoming.</al><al>7. Het dagelijks bestuur is bevoegd bepaalde gebieden aan te wijzen voor specifiek budget ten behoeve van het</al><al>stimuleren en versterken van bedrijven en de bedrijfshuisvesting.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.3 Aanvraag voor subsidie</titel></kop><al>1. De aanvrager vraagt subsidie aan met behulp van een door het dagelijks bestuur vastgesteld en beschikbaar</al><al>gesteld aanvraagformulier.</al><al>2. Een aanvraag dient vergezeld te gaan van een reële raming van de te maken kosten met betrekking tot de uit</al><al>te voeren werkzaamheden.</al><al>3. Bij de aanvraag worden tevens stukken overgelegd die in deze regeling en/of op het aanvraagformulier nader</al><al>zijn aangegeven.</al><al>4. De aanvrager krijgt van of namens het dagelijks bestuur een bewijs van ontvangst van de aanvraag waarop</al><al>datum van ontvangst is vermeld, binnen twee weken.</al><al>5. Indien de aanvrager niet aan de in dit artikel gestelde voorwaarden voldoet, wordt hij, uiterlijk binnen vier</al><al>weken na ontvangst van de aanvraag, in de gelegenheid gesteld de aanvraag aan te vullen. Indien niet binnen</al><al>twee weken na het daartoe gedane verzoek de aanvullende gegevens zijn verstrekt, kan het dagelijks bestuur</al><al>besluiten om de aanvraag niet te behandelen.</al><al>6. Het besluit om de aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager bekend gemaakt binnen twee weken</al><al>nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken of nadat de aanvullende - maar als onvoldoende</al><al>beoordeelde - gegevens zijn verstrekt.</al><al>7. Activiteiten waarvoor al eerder subsidie is verleend in kader van deze regeling, voorlopers hiervan dan wel</al><al>regelingen met een nagenoeg gelijke doelstelling, worden uitgesloten van deze subsidieregeling.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.4 Verlenen van subsidie</titel></kop><al>1. Het dagelijks bestuur is bevoegd, met inachtneming van het bepaalde in deze regeling, beschikkingen te</al><al>verlenen omtrent subsidieaanvragen.</al><al>2. Het dagelijks bestuur kan aan de beschikking voorwaarden en verplichtingen verbinden die strekken tot</al><al>verwezenlijking van het doel van de subsidie.</al><al>3. Het dagelijks bestuur kan de beschikkingen slechts verlenen voor zover het budget, dat op grond van artikel</al><al>1.2 voor de uitvoering van het desbetreffende hoofdstuk beschikbaar is gesteld, toereikend is.</al><al>4. Indien het budget, dat door de stadsdeelraad is vastgesteld ten behoeve van een bepaald hoofdstuk of</al><al>paragraaf niet toereikend is om alle aanvragen te honoreren, worden de aanvragen die niet kunnen worden</al><al>gehonoreerd, afgewezen.</al><al>5. De afgegeven beschikkingen komen niet voor bevoorschotting in aanmerking.</al><al>6. Het dagelijks bestuur is bevoegd nadere regels te stellen met betrekking tot de hoogte van de tegemoetkoming.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.5 Weigering</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur kan de subsidieverlening in ieder geval weigeren indien:</al><al>a) de noodzaak van het project naar zijn oordeel niet is aangetoond;</al><al>b) het project naar zijn oordeel niet doelmatig is;</al><al>c) de kosten van de werkzaamheden naar zijn oordeel niet in redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen</al><al>resultaat, dan wel het gewenste kwaliteitsniveau;</al><al>d) de aanvraag in strijd is met het bij of krachtens deze regeling gestelde;</al><al>e) de aanvrager die op het moment van aanvraag dan wel op het moment waarop het dagelijks bestuur op de</al><al>aanvraag beschikt, in staat van faillissement of surseance van betaling verkeert;</al><al>f) voor zover vereist, voor het project geen omgevings(bouw)vergunning is of zal worden verleend;</al><al>g) reeds een begin is gemaakt met de werkzaamheden of de werkzaamheden reeds zijn uitgevoerd, nog voordat</al><al>over de subsidieaanvraag is beschikt;</al><al>h) niet wordt voldaan aan door het dagelijks bestuur gestelde voorwaarden;</al><al>i) de eventueel benodigde aanvullende gegevens niet binnen de daarvoor gestelde termijn zijn ontvangen;</al><al>j) de werkzaamheden niet door een rechtmatig gevestigd en ter zake kundig bedrijf zijn uitgevoerd;</al><al>k) voor het desbetreffende gebouw een raadsbesluit tot onteigening dan wel tot beëindiging of ontbinding van de</al><al>erfpachtrechten is genomen of een vervallenverklaring is gevraagd;</al><al>l) voor het bouwwerk tegelijkertijd een subsidie voor monumenten zoals bedoeld in de Subsidieverordening</al><al>monumenten en beeldbepalende panden is aangevraagd of toegekend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.6 Voorschriften en intrekking van subsidie bij niet-nakoming</titel></kop><al>1. Een subsidieontvanger dient ervoor te zorgen, dat:</al><al>a. voor zover vereist voor het project de benodigde omgevings(bouw)vergunningen worden verkregen;</al><al>b. niet zonder schriftelijke toestemming van het dagelijks bestuur wordt afgeweken van het bij de</al><al>aanvraag ingediende plan;</al><al>c. met de werkzaamheden binnen een jaar na het besluit tot verlening van de subsidie wordt begonnen,</al><al>tenzij in een regeling met betrekking tot een afzonderlijke subsidie een afwijkende termijn is</al><al>voorgeschreven;</al><al>d. de aanvang van de werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid sub c van dit artikel, door of namens</al><al>de eigenaar aan de met controle belaste personen vooraf wordt gemeld;</al><al>e. de gereedmelding van de werkzaamheden plaatsvindt binnen twee jaar na verlening van de subsidie;</al><al>f. deze voldoet aan de door het dagelijks bestuur opgelegde voorschriften.</al><al>2. Het dagelijks bestuur is bevoegd ontheffing te verlenen van de termijnen zoals bedoeld in het eerste lid, onder</al><al>c en e van dit artikel.</al><al>3. Het dagelijks bestuur kan een verleende subsidie intrekken, indien een subsidieontvanger niet voldoet aan het</al><al>bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.7 Beslistermijn</titel></kop><al>1. Het dagelijks bestuur beschikt omtrent de aanvraag tot verlening van de subsidie binnen acht weken na de dag</al><al>waarop de aanvraag is ontvangen dan wel binnen acht weken nadat de in artikel 1.3, derde lid, bedoelde</al><al>aanvullende gegevens zijn ontvangen.</al><al>2. Indien de beschikking niet, overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, binnen acht weken kan worden</al><al>gegeven, stelt het dagelijks bestuur de aanvrager daarvan in kennis. Dit gebeurt nog voordat deze termijn is</al><al>verstreken en is met redenen omkleed. Daarnaast geeft het dagelijks bestuur een redelijke termijn aan</al><al>waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.8 Gereedmelding</titel></kop><al>1. De subsidieontvanger meldt het project gereed binnen zes weken na voltooiing van de werkzaamheden, doch</al><al>uiterlijk binnen twee jaar na het verlenen van de subsidie.</al><al>2. Het dagelijks bestuur kan de in het eerste lid van dit artikel genoemde termijn verlengen.</al><al>3. De gereedmelding is tevens een aanvraag voor vaststelling van de subsidie en geschiedt op een door het</al><al>dagelijks bestuur vastgesteld en door de subsidieontvanger ingevuld gereedmeldingsformulier.</al><al>4. Indien de gereedmelding niet volledig is stelt het dagelijks bestuur de indiener van de gereedmelding alsnog in</al><al>de gelegenheid zijn gereedmelding binnen twee weken volledig aan te vullen.</al><al>5. De gereedmelding als bedoeld in het eerste lid gaat in ieder geval vergezeld van:</al><al>a. een schriftelijke verklaring van de subsidieontvanger dat bij het realiseren van het project is voldaan</al><al>aan de opgelegde verplichtingen;</al><al>b. een gespecificeerde opgave van de kosten van het project met daarop betrekking hebbende kopieën</al><al>van rekeningen en betaalbewijzen, gerangschikt op dezelfde wijze als de ingediende begroting;</al><al>c. een opgave van de dag waarop het project is gereedgekomen;</al><al>d. desgevraagd een verklaring van een accountant waaruit blijkt dat het ingediende kostenoverzicht juist</al><al>en volledig is.</al><al>6. Het dagelijks bestuur bevestigt binnen twee weken de ontvangst van de gereedmelding.</al><al>7. Het dagelijks bestuur kan nadere eisen stellen aan de gereedmelding.</al><al>8. Het dagelijks bestuur kan als verplichting bij de subsidieverlening een afwijkende procedure van gereedmelding</al><al>van toepassing verklaren.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.9 Subsidievaststelling</titel></kop><al>1. Binnen zes weken na ontvangst van de gereedmelding als bedoeld in artikel 1.8 neemt het dagelijks bestuur</al><al>een besluit tot vaststelling en uitbetaling van de subsidie.</al><al>2. Het dagelijks bestuur kan om moverende redenen de in het eerste lid van dit artikel genoemde termijn</al><al>eenmalig met twee weken verlengen. Het dagelijks bestuur deelt een dergelijke verlenging mee aan de</al><al>subsidieontvanger.</al><al>3. Subsidievaststelling vindt plaats op basis van de door het dagelijks bestuur goedgekeurde werkelijke kosten</al><al>met als maximum het bedrag dat bij de subsidieverlening is toegekend.</al><al>4. De subsidievaststelling vindt niet eerder plaats dan nadat de aanvrager heeft aangetoond, dat hetgeen</al><al>waarvoor de subsidie is verleend, overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening is uitgevoerd en aan de</al><al>daarbij gestelde verplichtingen is voldaan. Indien niet voldaan wordt aan het overleggen van eventuele</al><al>benodigde gegevens binnen de daarvoor gestelde termijn, kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld.</al><al>5. Het dagelijks bestuur kan de subsidie in ieder geval lager vaststellen dan het bedrag uit de subsidieverlening,</al><al>indien de aanvrager het bij of krachtens deze regeling gestelde niet heeft nageleefd.</al><al>6. Ten behoeve van aanvragers die op het moment van subsidie vaststellen in staat van faillissement of</al><al>surseance van betaling verkeren, wordt de subsidie vastgesteld op nul (0) euro.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.10 Uitbetaling</titel></kop><al>1. Het subsidiebedrag wordt bij subsidievaststelling bepaald. Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de</al><al>subsidievaststelling uitbetaald.</al><al>2. Indien krachtens artikel 1.8, lid 8 voor een afwijkende gereedmeldingsprocedure is gekozen, kan de subsidie in</al><al>afwijking van het vorige lid van dit artikel, worden betaald op een wijze die aansluit bij de gekozen procedure</al><al>van gereedmelding.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 2 - Stimuleringsregeling gevelreiniging</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.1 Algemeen</titel></kop><al>1. Aan de particuliere eigenaar en particuliere verhuurder, niet zijnde een corporatie, van een gebouw kan een</al><al>subsidie in de kosten van gevelreiniging worden verstrekt.</al><al>2. Onder gevelreiniging wordt verstaan het verwijderen van aanslag en/of verf- en conserveerlagen van gevels,</al><al>muren en puien, gevolgd door het hydrofoberen van gevels, muren en puien.</al><al>3. Herstel van schade aan voegen, ontstaan als gevolg van het droogreinigen van de gevel, komt voor subsidie in</al><al>aanmerking. De voegen dienen dan wel passend te zijn binnen de door het stadsdeel gewenste uitstraling van</al><al>het pand.</al><al>4. De regeling is van toepassing op panden die door het dagelijks bestuur zijn aangewezen:</al><al>a. in het kader van het stedelijk vernieuwingsproces;</al><al>b. als onderdeel van een bijzondere stedelijk vernieuwingsproject.</al><al>5. Deze regeling is niet van toepassing op gebouwen waarvan:</al><al>a. de gevel reeds in een voorafgaande periode van tien jaar op enigerlei wijze met subsidie is gereinigd;</al><al>b. de te verwachten instandhoudingstermijn, naar het oordeel van het dagelijks bestuur, tien jaar of</al><al>korter is.</al><al>6. Voor zover het gebouwen betreft die op de architectuurordekaart zijn aangeduid als orde 1, 2 of 3, kan het</al><al>dagelijks bestuur - alvorens het over de subsidieverlening beslist - advies aan de Commissie voor Welstand en</al><al>Monumenten aanvragen. Het dagelijks bestuur kan afwijken van dat advies.</al><al>Indien een advies van de Commissie voor Welstand en Monumenten benodigd is, wordt de termijn zoals</al><al>genoemd in artikel 1.7, lid 2 opgeschort tot het moment dat dit advies door het dagelijks bestuur is ontvangen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.2 Voorrang</titel></kop><al>In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.2, lid 5, krijgen bij het verstrekken van een subsidie op grond van deze</al><al>paragraaf woningen die deel uitmaken van een complexgewijze aanpak voorrang.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.3 Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>De te verlenen subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de totale som van subsidiabele kosten, tot een maximum van €</al><al>10.000,--.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 3 - Stimuleringsregeling funderingsherstel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.1 Algemeen</titel></kop><al>1. Aan de particuliere eigenaar en particuliere verhuurder, niet zijnde een corporatie, van een gebouw dat zich</al><al>bevindt in de zogenoemde "gordel 20-40 of in de 19de-eeuwse ring", kan subsidie worden verstrekt voor</al><al>funderingsherstel.</al><al>2. Onder funderingsherstel wordt verstaan het vernieuwen van de fundering onder een gebouw of het aanbrengen</al><al>van aanvullend draagvermogen van een gebouw, indien en voor zover funderingsonderzoek heeft aangetoond</al><al>dat het betreffende gebouw valt onder het kwaliteitsklasse/-niveau III of IV als bedoeld in het Basisrapport van</al><al>Bouw-en Woningdienst Amsterdam van december 1992. Het onderzoek is uitgevoerd door een erkend bureau</al><al>gespecialiseerd in funderingsonderzoek. De toetsing vindt plaats op basis van het Basisrapport Casco-</al><al>Funderingsonderzoeken Panden in de 19e-eeuwse gordel - uitgave Bureau P/A van de voormalige Stedelijke</al><al>Woningdienst Amsterdam (SWD), d.d. 16 mei 2001.</al><al>3. In bijzondere gevallen kan het dagelijks bestuur subsidie verstrekken ten behoeve van funderingsherstel van</al><al>gebouwen die blijkens funderings-onderzoek vallen onder kwaliteitsniveau II als bedoeld in het in lid 2 van dit</al><al>artikel genoemde rapport.</al><al>4. Het gebouw waarvoor subsidie wordt gevraagd, dient te zijn vermeld op de architectuurordekaart met de</al><al>aanduiding van orde B (basis), 1, 2 of 3.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2 Nadere voorwaarden voor het verlenen van de subsidie</titel></kop><al>1. De subsidie wordt verleend indien voor het gebouw waaraan het funderingsherstel wordt toegepast, niet binnen</al><al>vijftien jaren voorafgaand aan de aanvraag reeds op voet van deze verordening of enige andere vergelijkbare</al><al>regeling, subsidie voor funderingsherstel is verstrekt. In bijzondere gevallen kan het dagelijks bestuur hiervan</al><al>afwijken.</al><al>2. Het kwaliteitsniveau van een gebouw dient na het funderingsherstel ten minste te voldoen aan de eisen zoals</al><al>die zijn gesteld in het "Algemeen programma van eisen, particuliere woningverbetering" van de Stedelijke</al><al>Woningdienst Amsterdam, zoals deze op het moment van de aanvraag zijn gesteld. Uit het cascofunderingsonderzoek</al><al>dient te zijn gebleken dat na bouwkundig herstel de levensduur van het betrokken pand</al><al>met 40 jaar wordt verlengd. Voorts dient het pand na herstel te voldoen aan de eisen van hoofdstuk III van het</al><al>Bouwbesluit en de voor Amsterdam geldende Bouwverordening 2003.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.3 Weigering van de subsidie</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1.4 en 1.5 wordt de subsidie niet verleend indien, naar het oordeel van het</al><al>dagelijks bestuur:</al><al>a. met het toepassen van het funderingsherstel het belang van de stedelijke vernieuwing niet wordt gediend;</al><al>b. het gebouw waarbij het funderingsherstel wordt toegepast, naar het oordeel van het dagelijks bestuur na het</al><al>funderingsherstel geen minimale handhavings-termijn van veertig jaren heeft;</al><al>c. indien op die woning krachtens artikel 15, lid 2, van de Woningwet een aanschrijving is uitgebracht en een last</al><al>onder bestuursdwang of een last onder dwangsom is aangezegd;</al><al>d. voor het desbetreffende gebouw een raadsbesluit tot onteigening dan wel tot beëindiging of ontbinding van de</al><al>erfpachtrechten is genomen of een vervallenverklaring is gevraagd (conservatoir beslag).</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.4 Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt 50% van de totale kosten van funderingsherstel, tot een maximum van € 45.000,-- per gebouw,</al><al>voor zover die kosten overeenkomstig het burgerlijk recht voor rekening komen van de eigenaar.</al><al>Artikel 3.5 Terugvordering</al><al>1. In geval van vervreemding (waaronder tevens begrepen splitsing in appartementsrechten) van het vastgoed</al><al>binnen tien jaar na vaststelling van de subsidie, wordt, als aan alle voorwaarden van deze subsidieregeling is</al><al>voldaan, de subsidie gewijzigd vastgesteld met inachtneming van de hierna volgende tabel:</al><lijst><li nr="•"><al>bij verloop van minder dan één jaar: 0%; </al></li><li nr="•"><al>bij verloop van 1 jaar, doch minder dan 2 jaar: 25%; </al></li><li nr="•"><al>bij verloop van 2 jaar, doch minder dan 3 jaar: 40%; </al></li><li nr="•"><al>bij verloop van 3 jaar, doch minder dan 4 jaar: 50%; </al></li><li nr="•"><al>bij verloop van 4 jaar, doch minder dan 5 jaar: 60%; </al></li><li nr="•"><al>bij verloop van 5 jaar, doch minder dan 7 jaar: 70%; </al></li><li nr="•"><al>bij verloop van 7 jaar, doch minder dan 9 jaar: 80%; </al></li><li nr="•"><al>bij verloop van 9 jaar, doch minder dan 10 jaar: 90%; </al></li></lijst><al>van de oorspronkelijk vastgestelde subsidie.</al><al>2. Het bepaalde in lid 1 van dit artikel is niet van toepassing, indien de woning in eigendom wordt overgedragen</al><al>aan de gemeente.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 4 - Stimuleringsregeling beter verbeteren</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.1 Algemeen</titel></kop><al>1. Aan de eigenaar van een gebouw, niet zijnde een woongebouw, of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde,</al><al>gelegen in de gordel 20-40 of de 19de-eeuwse ring, kan, al dan niet in aanvulling op andere subsidies, subsidie</al><al>worden verstrekt onder de naam: beter verbeteren.</al><al>2. Onder beter verbeteren wordt verstaan het behouden, herstellen en/of terugbrengen van de oorspronkelijke</al><al>detaillering van het aangezicht van een bouwwerk. Ook het treffen van voorzieningen tot het behoud en herstel</al><al>van bijzondere architectonische en beeldbepalende uiterlijke elementen, in de zin van deze regeling, valt hier</al><al>eveneens onder.</al><al>3. Onder beter verbeteren wordt eveneens verstaan het treffen van voorzieningen tot het behoud en herstel van</al><al>bijzondere architectonische en beeldbepalende uiterlijke elementen aan bouwwerken, zoals omschreven in het</al><al>programma van eisen van een nader aangewezen bijzonder stedelijk vernieuwingsproject in de zin van deze</al><al>regeling.</al><al>4. Het gebouw of het bouwwerk, geen gebouw zijnde, waarvoor subsidie wordt gevraagd, dient te zijn vermeld op</al><al>de architectuurordekaart met de aanduiding van orde 1, 2 of 3.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.2 Voorrang</titel></kop><al>In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.2, lid 5 krijgen, bij het verstrekken van een subsidie op grond van deze</al><al>paragraaf, bouwwerken, behorende tot een complex-gewijze aanpak, voorrang.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.3 Voorwaarden met betrekking tot de uitvoering</titel></kop><al>1. De subsidie wordt toegekend onder voorwaarde dat:</al><al>a. binnen acht weken na de toekenning of binnen een (andere) in de beschikking genoemde termijn een</al><al>begin wordt gemaakt met de werkzaamheden en dit vooraf op een door het dagelijks bestuur</al><al>beschikbaar gesteld formulier wordt gemeld aan de met controle belaste personen;</al><al>b. binnen twee jaar na toekenning de werkzaamheden zijn voltooid;</al><al>c. aan de door het stadsdeel met controle belaste personen op verzoek:</al><al>1. inzage wordt verleend van de op de voorzieningen betrekking hebbende bescheiden en</al><al>tekeningen;</al><al>2. gelegenheid wordt gegeven tot het controleren, waaronder mede wordt verstaan het maken van</al><al>een afschrift, van de op de voorzieningen betrekking hebbende gegevens;</al><al>3. de subsidieontvanger heeft aangetoond dat aan alle subsidie-voorwaarden is voldaan;</al><al>4. toegang wordt verleend tot het gebouwd onroerend goed;</al><al>d. niet wordt afgeweken van het goedgekeurde plan, behalve voor zover voorafgaand toestemming van</al><al>het dagelijks bestuur of gemandateerd ambtenaar is verkregen;</al><al>e. alle overige informatie wordt verstrekt die het dagelijks bestuur nodig oordeelt om de noodzakelijkheid</al><al>en de kosten van de voorzieningen te kunnen beoordelen.</al><al>2. Het dagelijks bestuur kan op grond van onvoorziene omstandigheden ontheffing verlenen van de termijnen</al><al>zoals bedoeld in het eerste lid onder a en b van dit artikel.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.4 Weigering van de subsidie</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1.4 en 1.5 wordt de subsidie niet verleend indien, naar het oordeel van het</al><al>dagelijks bestuur:</al><al>a. de te treffen voorzieningen niet voldoen aan de voorwaarden van de regeling;</al><al>b. de voorzieningen niet voldoen aan het bepaalde in het programma van eisen van het project, zoals dit op het</al><al>moment van de aanvraag geldt;</al><al>c. met het treffen van de voorzieningen het belang van de stedelijke vernieuwing, naar het oordeel van het</al><al>dagelijks bestuur, niet of niet voldoende wordt gediend;</al><al>d. het gebouw of bouwwerk waaraan de te treffen voorzieningen worden toegepast, naar het oordeel van het</al><al>dagelijks bestuur geen minimale handhavingstermijn van vijftien jaren heeft.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5 Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>De subsidie betreft de meerkosten ten opzichte van de standaarduitvoering en bedraagt maximaal:</al><al>a. Voor zover het bouwwerk op de architectuurordekaart is aangeduid met 1, maximaal € 3.200,--;</al><al>b. Voor zover het bouwwerk op de architectuurordekaart is aangeduid met 2, maximaal € 2.750,--;</al><al>c. Voor zover het bouwwerk op de architectuurordekaart is aangeduid met 3, maximaal € 2.300,--;</al><al>d. Voor zover het bouwwerk anders is aangeduid dan met de architectuurordekaart 1,2 en 3, maximaal € 0,--.</al><al>In bijzondere gevallen kan het dagelijks bestuur afwijken van de wijze van berekenen van de hoogte van de subsidie.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 5 - Stimuleringsregeling verbetering van de bedrijfshuisvesting</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.1 Algemeen</titel></kop><al>Aan de ondernemer kan een subsidie worden verleend in geval van verbetering van de bedrijfshuisvesting. Het betreft</al><al>een tegemoetkoming in de kosten van:</al><al>a. de verbouwing van een bedrijfsruimte;</al><al>b. de tijdelijke huisvesting van een bedrijf;</al><al>c. het verplaatsing van een bedrijf;</al><al>d. de schade die ten gevolge van de renovatie van het pand waarin een bedrijf is gevestigd, mits het pand niet in</al><al>eigendom is van een corporatie, is ontstaan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2 Nadere voorwaarden voor het verlenen van de subsidie</titel></kop><al>1. Een subsidie kan slechts worden verleend:</al><al>a. indien dat de verwezenlijking van de door de stadsdeelraad vastgestelde ruimtelijk-economische</al><al>structuur ten goede komt;</al><al>b. indien bij het bedrijf waarin detailhandel wordt uitgeoefend, niet meer dan 25 personen werkzaam zijn</al><al>en bij overige bedrijven niet meer dan 50 personen;</al><al>c. indien het bedrijf levensvatbaar is;</al><al>d. indien het bedrijf rechtmatig is gevestigd en een redelijke termijn, onmiddellijk voorafgaand aan het</al><al>tijdstip van het indienen van de aanvraag, in hetzelfde pand is uitgeoefend.</al><al>2. Uitsluitend de ondernemer wiens bedrijf op het moment van de aanvraag is gevestigd in stadsdeel Oost komt in</al><al>aanmerking voor deze subsidieregeling.</al><al>3. De voorwaarde van de levensvatbaarheid als bedoeld in het eerste lid, onder c, van dit artikel is niet van</al><al>toepassing indien een subsidie zoals bedoeld in artikel 5.1, onder d, wordt aangevraagd.</al><al>4. Over de levensvatbaarheid als bedoeld in het eerste lid, onder c van dit artikel, dient te worden geadviseerd</al><al>door een onafhankelijke adviesinstelling voor het midden-en kleinbedrijf, werkzaam op het gebied van</al><al>regelgebonden advisering.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.3 Weigering van de subsidie</titel></kop><al>1. Een subsidie wordt niet verleend:</al><al>a. indien de ondernemer een bedrijf uitoefent dat ook als vrij beroep kan worden uitgeoefend;</al><al>b. indien de ondernemer één of meer van de volgende bedrijven uitoefent:</al><lijst><li nr="•"><al>bemiddeling op het gebied van de handel in roerende en onroerende goederen en op het gebied </al></li></lijst><al>van dienstverlening;</al><lijst><li nr="•"><al>dienstverlening op het gebied van accountancy, boekhouden of administratie; </al></li><li nr="•"><al>advisering en dienstverlening -anders dan door aanneming van werk -op het gebied van techniek, </al></li></lijst><al>bouwkunde, industrieel eigendom, reclame, informatie, incasso, taxatie, telecommunicatie,</al><al>alsmede op juridisch, economisch of fiscaal gebied en arbeidsbemiddeling;</al><lijst><li nr="•"><al>exploitatie van schoonheidsinstituten of pedicure-, bad-, heilgymnastiek- of massage-inrichtingen, </al></li></lijst><al>sauna- en yoga-inrichtingen;</al><lijst><li nr="•"><al>exploitatie van belwinkel, coffeeshop, geldwisselkantoor, headwinkel, massagesalon, prostitutieinrichting, </al></li></lijst><al>seksinrichting, smartshop of speelautomatenhal;</al><lijst><li nr="•"><al>dienstverlening op het gebied van onderwijs, opleiding, vertaling of rijinstructie; </al></li><li nr="•"><al>exploitatie van belwinkels en winkels ten behoeve van gokken en wedden; </al></li></lijst><al>c. indien de verbouwing geheel of gedeeltelijk wordt uitgevoerd door een ondernemer of zijn (onder)</al><al>aannemers, die niet in het bezit is van de daarvoor vereiste vergunningen;</al><al>d. aan een ondernemer die zijn bedrijf verplaatst naar een locatie buiten het stadsdeel.</al><al>2. Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde in lid 1, onder a en b van dit artikel,</al><al>indien de ondernemer een bedrijf uitoefent in een pand met als bestemming winkelpand.</al><al>3. In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder b van dit artikel, kan een subsidie als bedoeld in artikel 5.1, onder</al><al>d, wel worden verleend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.4 Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>1. De te verlenen subsidie bedraagt ten hoogste 30% van de totale som van subsidiabele kosten van verbouwing,</al><al>verplaatsing en schade door renovatie en bedraagt maximaal € 60.000,-- per onderneming.</al><al>2. De subsidie zoals bedoeld in deze paragraaf, wordt slechts eenmaal berekend en verleend in de volgende</al><al>gevallen:</al><al>a. indien meer bedrijven een fiscale eenheid vormen en op eenzelfde locatie zijn gevestigd;</al><al>b. indien het merendeel der aandelen in meer bedrijven of de feitelijke zeggenschap over die bedrijven in</al><al>handen zijn respectievelijk is van één natuurlijke persoon of rechtspersoon en die bedrijven op</al><al>eenzelfde locatie zijn gevestigd.</al><al>3. De tegemoetkoming in de verbouwingskosten kan verleend worden voor:</al><al>a. wijziging van de indeling door verwijdering, plaatsing of verplaatsing van binnenmuren en/of vloeren,</al><al>plafonds en tussenvloeren;</al><al>b. herstel van buitenmuren, voor zover nodig in verband met het wegbreken van aanhorigheden;</al><al>c. voorzieningen in de buitenmuren, voor zover rechtstreeks samenhangend met het overige deel van de</al><al>verbouwingen;</al><al>d. voorzieningen ter verbetering van de warmte-isolatie en ten behoeve van de noodzakelijke</al><al>geluidsisolatie;</al><al>e. aanpassen van gas-, water, en elektriciteitsleidingen- en voorzieningen in verband met het</al><al>verbouwen;</al><al>f. afwerking van het verbouwde gedeelte.</al><al>4. De tegemoetkoming in de herinrichtingskosten kan verleend worden voor:</al><al>a. kosten van voorzieningen welke aard- of nagelvast dienen te worden aangebracht;</al><al>b. kosten wegens het vervangen van onderdelen van de inrichting van het bedrijf welke niet passend zijn</al><al>te maken voor het verbouwde, het tijdelijke, het gerenoveerde respectievelijk het nieuwe bedrijfspand.</al><al>5. De tegemoetkoming in de kosten van bedrijfsstagnatie kan verleend worden voor:</al><al>a. de winstderving ten gevolge van bedrijfsstagnatie, indien en voor zover het bedrijf ten gevolge van</al><al>een verbouwing, het betrekken van een tijdelijke vestiging elders, een verplaatsing, dan wel de</al><al>uitvoering van de renovatieplannen zoals bedoeld in respectievelijk de artikelen 5.4 lid 3, 6, 7 en 10,</al><al>moet worden stilgelegd dan wel stagneert;</al><al>b. De subsidie is eenmalig en bedraagt ten hoogste € 700,-- per week over de periode dat het bedrijf</al><al>stagneert, tot een maximum van € 4.200,--.</al><al>6. De tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting als gevolg van de renovatie of sloop/nieuwbouw van</al><al>het gebouw waarin het bedrijf is gevestigd en mits het pand niet in eigendom is van een corporatie, kan</al><al>verleend worden voor:</al><al>a. de verhuiskosten naar en van de tijdelijke vestiging zoals aangegeven in artikel 5.4, lid 9;</al><al>b. de hogere huisvestingskosten van de tijdelijke vestiging, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.4,</al><al>lid 8;</al><al>c. de inrichtingskosten van de tijdelijke vestiging, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.4, lid 6;</al><al>d. een tegemoetkoming in de winstdaling ten gevolge van bedrijfsstagnatie, overeenkomstig het</al><al>bepaalde in artikel 5.4, lid 5.</al><al>7. De tegemoetkoming in de kosten van het verplaatsen van het bedrijf, kan verleend worden voor:</al><al>a. een subsidie in de verhuiskosten, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.4, lid 9;</al><al>b. een subsidie in de hogere huisvestingskosten, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.4, lid 8;</al><al>c. een subsidie in de herinrichtingskosten, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.4, lid 4;</al><al>d. een subsidie ter tegemoetkoming in de winstdaling ten gevolge van bedrijfsstagnatie, overeenkomstig</al><al>het bepaalde in artikel 5.4, lid 5.</al><al>8. De tegemoetkoming in de hogere huisvestingskosten van het bedrijf, kan verleend worden voor:</al><al>a. de hogere huisvestingskosten, indien de ondernemer in verband met verbouwingen als beschreven in</al><al>artikel 5.4, lid 3, het betrekken van een tijdelijke vestiging, dan wel verplaatsing, hogere</al><al>huisvestingskosten heeft, welke niet het gevolg zijn van wezenlijke veranderingen in de aard en</al><al>omvang van zijn bedrijfsactiviteiten en mits hij geen eigenaar van de bedrijfsruimte is;</al><al>b. De subsidie is eenmalig en bestaat uit een redelijke tegemoetkoming in het verschil tussen de oude</al><al>en nieuwe huisvestingskosten.</al><al>9. De tegemoetkoming in de verhuiskosten van het bedrijf, kan verleend worden voor:</al><al>a. de aanvaardbaar te achten kosten van vervoer van de bedrijfsmiddelen en voorraden. De volledige</al><al>vergoeding van de verhuiskosten is eenmalig.</al><al>10. De tegemoetkoming in de schade ten gevolge van de renovatie van het pand waarin een bedrijfsruimte is</al><al>gelegen, kan verleend worden voor:</al><al>a. de winstdaling ten gevolge van de bedrijfsstagnatie, indien de bedrijfsactiviteiten gedurende een</al><al>periode van ten minste een week geheel moeten worden stilgelegd, zoals aangegeven in artikel 5.4,</al><al>lid 5;</al><al>b. de door de ondernemer te maken herinrichtingskosten welke een direct gevolg zijn van de uitvoering</al><al>van de renovatiewerkzaamheden, zoals aangegeven in artikel 5.4, lid 4.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 6 - Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6.1 Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen afwijken van bepalingen in deze regeling, indien strikte toepassing van</al><al>deze bepalingen leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard, dan wel tot ernstige afbreuk aan het belang,</al><al>verbonden aan stedelijke vernieuwing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.2 Verslag op grond van de Algemene wet bestuursrecht</titel></kop><al>Op deze regeling is de werking van artikel 4:24 van de Awb onverkort van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.3 Toezicht op de naleving</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze regeling zijn belast de bij besluit van het</al><al>dagelijks bestuur aan te wijzen personen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.4 Intrekking bestaande regeling en verordening</titel></kop><al>De Subsidieregeling Stedelijke Vernieuwing stadsdeel Oost-Watergraafsmeer, vastgesteld door de stadsdeelraad Oost-</al><al>Watergraafsmeer op 14 december 2009 en de Subsidieverordening Stedelijke vernieuwing Stadsdeel Zeeburg,</al><al>vastgesteld door het stadsdeel Zeeburg op 23 december 2003, worden ingetrokken een dag na de bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.5 Overgangsbepaling</titel></kop><al>1. Op aanvragen om subsidie op grond van de Subsidieregeling Stedelijke vernieuwing Oost-Watergraafsmeer</al><al>2009 en op grond van de Subsidie-verordening Stedelijke vernieuwing Stadsdeel Zeeburg 2003, gedaan voor</al><al>de inwerkingtreding van deze regeling, blijven de bepalingen van de specifieke regeling en/of verordening van</al><al>toepassing.</al><al>2. Met betrekking tot aanvragen om subsidie op grond van de Bedrijven Stimulerings Regeling III (BSR III</al><al>regeling) gedaan voor de inwerkingtreding van deze regeling, blijven de bepalingen van de specifieke regeling</al><al>van toepassing.</al><al>3. Indien een bezwaarschrift wordt of is ingediend met betrekking tot een beslissing op grond van de</al><al>Subsidieregeling stedelijke Vernieuwing Oost-Watergraafsmeer 2009 en/of op grond van de</al><al>Subsidieverordening Stedelijke vernieuwing Stadsdeel Zeeburg 2003 en/of op grond van de BSR III regeling,</al><al>wordt op het bezwaar beslist met toepassing van de subsidieregeling Stedelijke Vernieuwing stadsdeel Oost</al><al>2012, tenzij het voordien geldende recht voor bezwaarde gunstiger is.</al><al>Artikel 6.6 Inwerkingtreding en bekendmaking</al><al>Deze regeling treedt in werking 1 dag na de officiële publicatie in het Amsterdams Stadsblad. Daarnaast wordt de</al><al>regeling gepubliceerd op de website www.oost.amsterdam.nl en wordt daarnaast gepubliceerd in de digitale nieuwsbrief.</al><al>De regeling wordt ter inzage gelegd bij de publieksbalie van het Stadsdeelhuis Oost, Oranje-Vrijstaatplein 2 te</al><al>Amsterdam.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.7 Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Stedelijke Vernieuwing stadsdeel Oost 2012.</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 oktober 2012.</al><al>De stadsdeelraad van stadsdeel Oost,</al><al>De heer F. Dexel Mevrouw G. de Boer</al><al>Raadsgriffier Raadsvoorzitter</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>I Algemene toelichting</titel></kop><structuurtekst><al>Inleiding</al><al>De subsidieregeling Stedelijke Vernieuwing stadsdeel Oost 2012 regelt de verstrekking van subsidies van</al><al>uiteenlopend karakter, waarbij voorrang wordt gegeven aan projecten die van belang zijn voor de stedelijke</al><al>vernieuwing in heel stadsdeel Oost. Met de subsidieregeling wordt een verdere aanvulling gegeven op de</al><al>subsidieverordening Stedelijke Vernieuwing Amsterdam die in 2006 door de gemeenteraad is vastgesteld en die</al><al>een uitvloeisel is van de wet op de Stedelijke Vernieuwing. Deze wet op de Stedelijke Vernieuwing is per 28 april</al><al>2011 vervallen. Met de verdere decentralisatie van het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV) door een</al><al>decentralisatie-uitkering, doet het Rijk een grote stap terug. Het formuleert nog wel landelijke doelstellingen, maar</al><al>die zijn beperkt tot de hoofdlijnen. De regierol van gemeenten wordt hierdoor versterkt.</al><al>Corporaties</al><al>Het stadsdeel Oost sluit de corporaties uit van de subsidieregeling. De rol en positie van de corporaties is de</al><al>afgelopen decennia aanzienlijk veranderd. Was de oorspronkelijk rol het verzorgen van goede en betaalbare</al><al>woningen voor huishoudens met een lager inkomen, tegenwoordig treden de corporaties steeds vaker op als</al><al>projectontwikkelaar. De focus richt zich steeds meer op het maatschappelijk (commercieel) ondernemen.</al><al>Corporaties hebben een maatschappelijke taak en verantwoordelijkheid. In dit kader worden de corporaties</al><al>verantwoordelijk geacht voor het onderhoud, herstel en renovatie van het eigen vastgoed. Ondernemers, die</al><al>bedrijfsruimte huren van de corporaties en als gevolg van het onderhoud, herstel en renovatie schade</al><al>ondervinden dienen zich bij de corporaties te vervoegen voor eventuele compensatie in de kosten.</al><al>Particuliere eigenaar / bewoner en verhuurder</al><al>Particuliere eigenaren/beleggers hebben geen maatschappelijke taak en verantwoordelijkheid. Ondernemers die</al><al>hun bedrijfsruimte huren van een particuliere eigenaar/belegger en als gevolg van onderhoud, herstel en</al><al>renovatie schade ondervinden kunnen een beroep doen op de subsidieregeling Stedelijke vernieuwing stadsdeel</al><al>Oost 2012.</al><al>Particuliere vastgoedeigenaren die tevens bewoner/ondernemer zijn en wiens panden onderdeel uitmaken van</al><al>stedelijke vernieuwingsprojecten kunnen een beroep doen op de subsidieregeling stedelijke vernieuwing. Dit</al><al>bevordert de snelle uitvoering van grootschalige stadsvernieuwingsprojecten.</al><al>Toevoegen bedrijfsruimten</al><al>Binnen de regeling waren bij de onderdelen funderingsherstel, beter verbeteren en gevelreiniging woningen het</al><al>uitgangspunt. Bedrijfsruimten waren in de vorige regeling uitgesloten ook al maakten ze onderdeel uit van het</al><al>woongebouw. Door alle bedrijfsruimten nu gelijk te schakelen aan woningen wordt toegang gegeven tot het</al><al>subsidieonderdeel funderingsherstel.</al><al>Ten slotte geldt er een terugbetalingsregeling bij verkoop van het vastgoed.</al><al>Stedelijke vernieuwing</al><al>In de Wet stedelijke vernieuwing wordt onder stedelijke vernieuwing het volgende verstaan:</al><al>"op stedelijk gebied gerichte inspanningen die strekken tot verbetering van de leefbaarheid en veiligheid,</al><al>bevordering van een duurzame ontwikkeling en verbetering van de woon- en milieukwaliteit, versterking van het</al><al>economisch draagvlak, bevordering van de sociale samenhang, verbetering van de bereikbaarheid, verhoging</al><al>van de kwaliteit van de openbare ruimte of anderszins tot structurele kwaliteitsverhoging van dat stedelijk gebied".</al><al>De gemeenteraad heeft op 1 februari 2006 de Subsidieverordening stedelijke vernieuwing Amsterdam 2006</al><al>vastgesteld. Hierin zijn subsidievormen opgenomen die voor de gehele stad gelden. Het stadsdeel heeft</al><al>aanvullend beleid op dit gebied, zodat er aanleiding is om een eigen subsidieregeling op te stellen.</al><al>Door de fusie tussen de stadsdelen Oost-Watergraafsmeer en Zeeburg, op 1 mei 2010, is het noodzakelijk</al><al>geworden om de verschillende subsidieregelingen te harmoniseren tot een nieuwe subsidieregeling Stedelijke</al><al>vernieuwing Stadsdeel Oost. De bestaande subsidieregelingen Oost-Watergraafsmeer 2009 en Zeeburg 2003</al><al>hebben als basis gediend voor de harmonisatie.</al><al>Naast de subsidieregeling heeft het voormalige stadsdeel Zeeburg ook de subsidieregeling</al><al>bedrijfsstimuleringsregeling (BSR) ontwikkeld en opengesteld aan haar ondernemers. In het programma-akkoord</al><al>2010-2014 van het stadsdeel Oost geven de coalitiepartners aan de BSR regeling in stand te zullen houden.</al><al>Omdat onduidelijk is of de BSR regeling opgenomen wordt in de subsidieregeling stedelijke vernieuwing is in de</al><al>nieuwe regeling aan het dagelijks bestuur de bevoegdheid gegeven om aan specifieke gebieden budget toe te</al><al>kennen ten behoeve van het stimuleren en versterken van de bedrijven en de bedrijfshuisvesting (artikel 1.2 lid</al><al>7).</al><al>Indeling van de hoofdstukken</al><al>In hoofdstuk 1 zijn de algemene bepalingen opgenomen die voor de gehele regeling gelden. Hierin is ook de</al><al>besluitvorming geregeld van de stadsdeelraad tot het vaststellen van subsidieplafonds en de gebieden waar de</al><al>regeling zal werken. Voor zover daartoe aanleiding bestaat zijn in de andere hoofdstukken of aanvullende of</al><al>afwijkende regelingen opgenomen.</al><al>In de hoofdstukken twee tot en met vijf gaat het om de verschillende stimuleringssubsidies die beschikbaar</al><al>worden gesteld voor gebouwen, andere bouwwerken, alsmede specifieke subsidies ten behoeve van winkels en</al><al>bedrijven. In hoofdstuk zes ten slotte zijn de overgangs- en slotbepalingen opgenomen.</al><al>Intrekking en wijziging van beschikkingen</al><al>Ten aanzien van intrekking en wijziging (ten nadele van een subsidieontvanger) is reeds een uitgebreide regeling</al><al>opgenomen in de artikelen 4:48 tot en met 4:51 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Gelet op deze</al><al>regeling is het niet nodig om in de huidige verordening daarover een nadere regeling te treffen.</al><al>De regeling van de Awb komt er op neer dat zolang de subsidie nog niet is vastgesteld er aanleiding kan bestaan</al><al>om de subsidieverlening in te trekken. Dit is aan de orde wanneer de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt</al><al>niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden, de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de</al><al>aan de subsidie verbonden verplichtingen, de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt</al><al>en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag zou hebben</al><al>geleid. Ook is dit mogelijk wanneer de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist</al><al>of behoorde te weten, of dat een begrotingswijziging waardoor de subsidieverlening mogelijk zou zijn geworden,</al><al>is afgekeurd en in de subsidieverlening daar een voorbehoud voor gemaakt is.</al><al>Onder vergelijkbare omstandigheden kan de subsidieverlening worden gewijzigd. In een enkel geval kan bij</al><al>intrekking of wijziging een schadevergoeding worden toegekend.</al><al>Als eenmaal een subsidie is vastgesteld, kan slechts onder bijzondere omstandigheden de subsidie door het</al><al>dagelijks bestuur worden ingetrokken of gewijzigd. Dit betreft dan de gevallen waarin sprake is van feiten en</al><al>omstandigheden waarvan het dagelijks bestuur bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn</al><al>en op grond waarvan de subsidie lager dan volgens de subsidieverlening zou zijn vastgesteld. Ook wanneer de</al><al>subsidievaststelling onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten, en uiteraard wanneer niet</al><al>aan de verplichtingen is of wordt voldaan, kan de subsidie na vaststelling, door het dagelijks bestuur worden</al><al>ingetrokken of gewijzigd.</al><al>Na vijf jaren kan de subsidievaststelling redelijkerwijs niet meer worden ingetrokken. Bij een subsidie voor</al><al>funderingsherstel geldt echter een terugbetalingsregeling bij verkoop van het gebouw waarvoor subsidie is</al><al>verleend.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>II Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><structuurtekst><al>Hoofdstuk 1 - Algemene Bepalingen en voorwaarden</al><al>Artikel 1.1 Begripsbepalingen</al><al>Hierin zijn de definities opgenomen zoals die in deze regeling worden gehanteerd.</al><al>De definitie van subsidie is gegeven in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht. Enkele andere specifieke</al><al>termen die in deze regeling worden gehanteerd zoals subsidieplafond, subsidieverlening en subsidievaststelling</al><al>zijn eveneens in die wet nader gegeven.</al><al>Het begrip stedelijke vernieuwing is conform die uit de Wet stedelijke vernieuwing. Enkele termen die geen</al><al>algemene strekking hebben zijn opgenomen in het desbetreffende onderdeel.</al><al>In het artikel zijn voorts de diverse actoren nader aangeduid en zijn de begrippen weergegeven die betrekking</al><al>hebben op monumenten en karakteristieke bebouwing in het stadsdeel.</al><al>Artikel 1.2 Subsidieplafonds en voorrang</al><al>Dit artikel omschrijft de bevoegdheid van de stadsdeelraad tot vaststelling van het subsidieplafond. Daarbij is het</al><al>mogelijk gemaakt om tussentijds wijzigingen aan te brengen. Deze zullen steeds zodanig moeten zijn dat de</al><al>rechtszekerheid omtrent bestaande en toekomstige aanvragen gehandhaafd blijft. Op grond van de Awb wordt bij</al><al>de bekendmaking van het subsidieplafond de wijze van verdeling vermeld. De bekendmaking vindt in principe</al><al>plaats vóór de periode waarop het betrekking heeft. Vindt de bekendmaking later plaats, dan heeft dit geen</al><al>nadelig gevolg voor de aanvragen die voordien zijn ingediend.</al><al>Aan het stadsdeelbestuur komt de bevoegdheid toe om prioriteit te geven aan bepaalde gebieden of aan</al><al>bepaalde aanpakvormen, zoals de gebiedsgerichte aanpak en de economische herstructurerings-gebieden. Bij</al><al>het verlenen van de subsidie kan een getrapte voorrangsregeling gelden: voorrang wordt verleend aan projecten</al><al>die zich bevinden in gebieden waarvoor gebiedsgerichte aanpak is afgesproken dan wel in gebieden die zijn</al><al>aangewezen voor economische herstructurering. Bij enkele subsidies (gevelreiniging, funderingsherstel en beter</al><al>verbeteren) wordt voorts voorrang verleend aan bouwwerken die zijn aangewezen voor een complexmatige</al><al>aanpak. Buiten de eerstgenoemde voorrangsgebieden geldt, indien er budget "over" is, voorrang voor panden in</al><al>de complexmatige aanpak boven de individuele panden. In principe geldt de verordening voor het hele</al><al>grondgebied van het stadsdeel.</al><al>De regeling van het subsidieplafond beoogt recht te doen zowel aan de rechtszekerheid van subsidieaanvragers</al><al>als aan het streven wettelijke aanspraken voor het bestuursorgaan te beperken. Artikel 4:25 Awb geeft de</al><al>bevoegdheid om een subsidieplafond vast te stellen.</al><al>Overschrijding van het subsidieplafond is een financiële weigeringsgrond voor aanvragen om subsidieverlening</al><al>(artikel 4:25 lid 2 Awb). Deze weigeringsgrond is een aanvulling op de (facultatieve) weigeringsgronden van</al><al>artikel 4:35 Awb.</al><al>Artikel 1.3 Aanvraag voor subsidie</al><al>Alle aanvragen voor een subsidie worden ingediend door middel van een formulier. Dit formulier wordt door het</al><al>dagelijks bestuur beschikbaar gesteld en helpt de aanvrager om alle gegevens te verstrekken die nodig zijn om</al><al>een aanvraag te kunnen beoordelen. Op het aanvraagformulier staat vermeld aan welke nadere eisen de</al><al>aanvraag dient te voldoen. Indien de aanvraag niet compleet is, dient de aanvrager deze binnen een bepaalde</al><al>termijn alsnog te completeren. Gebeurt dit niet dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. Deze</al><al>regeling sluit aan bij die van de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>Als het dagelijks bestuur na vier weken na de indiening van de aanvraag geen ander bericht heeft verzonden dan</al><al>dat de aanvraag is ontvangen, mag de aanvrager ervan uitgaan dat de aanvraag compleet is.</al><al>Artikel 1.4 Verlenen van subsidie</al><al>Door de formulering, namelijk dat het dagelijks bestuur bevoegd is om beschikkingen te geven <cursief>omtrent </cursief>de</al><al>aanvragen om subsidie, is tot uitdrukking gebracht dat het dagelijks bestuur niet alleen subsidies kan toekennen,</al><al>maar deze ook kan weigeren.</al><al>Uitdrukkelijk is vastgelegd dat het dagelijks bestuur de ontvangst van een aanvraag bevestigt. Hierbij wordt in</al><al>eerste instantie uitgegaan van de datum waarop de aanvraag is ontvangen. Daarmee kan ook de volgorde</al><al>worden bepaald van twee of meer aanvragen op eenzelfde dag aan het dagelijks bestuur zijn aangeboden. Ten</al><al>behoeve daarvan worden op de aanvraag de datum vermeld waarop die aanvraag in ontvangst is genomen. Ook</al><al>kan het tijdstip van ontvangst van de aanvraag worden vermeld.</al><al>In de systematiek van de toekenning van subsidies wordt naar aanleiding van een aanvraag een beschikking</al><al>genomen omtrent de verlening van de subsidie. Bij een begunstigende beschikking worden aan die beschikking</al><al>voorwaarden verbonden en ook verplichtingen opgenomen voor de aanvrager. Een van de voorwaarden die in</al><al>deze beschikking kan worden opgenomen is die van de voorwaarden waaronder de vaststelling geschiedt. De</al><al>uitbetaling van de subsidie is volgens de Algemene wet bestuursrecht gekoppeld aan de vaststelling.</al><al>Artikelen 1.5 en 1.6 Weigering en voorschriften en intrekking van subsidie bij niet-nakoming</al><al>Deze artikelen omschrijven een aantal subsidieverplichtingen en subsidievoorwaarden (weigeringsgronden), die</al><al>in het kader van woningbouw- en verbeteringsubsidies van oudsher gebruikelijk zijn. De subsidievoorwaarden en</al><al>-verplichtingen gelden voor alle subsidies die op grond van deze regeling kunnen worden verstrekt. Van de</al><al>termijnen van artikel 1.6 kan, mits dit goed kan worden onderbouwd, ontheffing worden verleend.</al><al>Artikel 1.8 Gereedmelding</al><al>De gereedmelding vindt plaats door de subsidieaanvrager. De procedure voor gereedmelding is analoog aan de</al><al>aanvraagprocedure. Het dagelijks bestuur stelt ook voor de gereedmelding formulieren vast waarop de vereiste</al><al>gegeven en procedure zijn vermeld. Dit behelst ook het ondertekenen van een verklaring dat het plan</al><al>overeenkomstig het goedgekeurde plan is uitgevoerd. Wanneer daartoe aanleiding is, vindt feitelijke controle</al><al>plaats.</al><al>Indien mocht blijken dat bij de uitvoering van het project is afgeweken van het goedgekeurde plan, kan de</al><al>subsidie alsnog worden ingetrokken en teruggevorderd.</al><al>Een gereedmeldingstermijn is gewenst om de voortgang van de plannen te garanderen en om te voorkomen dat</al><al>onnodig lang een verplichting tot betaling blijft bestaan. Daarbij dient wel afstemming te bestaan tussen de termijn</al><al>waarop moet zijn begonnen met de activiteit of de termijn waarop deze moet zijn afgerond en de uiterlijke termijn</al><al>voor de gereedmelding. De gereedmelding wordt op grond van artikel 1.8 lid 3 beschouwd als een aanvraag om</al><al>vaststelling van de subsidie.</al><al>Volgens het eerste lid van artikel 1.8 dient de gereedmelding in ieder geval plaats te vinden binnen twee jaren na</al><al>het verlenen van de subsidie. Deze termijn kan opgrond van het tweede lid door het dagelijks bestuur worden</al><al>verlengd. Indien gewenst kan het dagelijks bestuur een afwijkende procedure van gereedmelden van toepassing</al><al>verklaren (artikel 1.8 lid 6). Hiermee kan worden geregeld dat een gereedmelding bijvoorbeeld periodiek</al><al>plaatsvindt in plaats van eenmalig aan het eind van een project of activiteit. Tevens kan een afwijkende uiterlijke</al><al>termijn worden gegeven voor de gereedmelding.</al><al>Artikel 1.9 Subsidievaststelling</al><al>De vaststelling dient om de hoogte van de subsidie definitief te bepalen op basis van de uitvoering van het</al><al>project. De subsidievaststelling wordt geregeld in afdeling 4.2.5 van de Awb. De subsidievaststelling maakt de</al><al>door de subsidieverlening gevestigde voorwaardelijke aanspraak op financiële middelen definitief.</al><al>Bij de aanvraag tot subsidievaststelling toont de aanvrager aan, dat de activiteiten hebben plaatsgevonden</al><al>overeenkomstig de aan de subsidie verbonden verplichtingen, tenzij de subsidie voor de aanvang van de</al><al>activiteiten wordt vastgesteld. De aanvrager legt rekening en verantwoording af omtrent de aan de activiteiten</al><al>verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn (artikel</al><al>4:45 Awb). Aangetoond dient te worden dat ook daadwerkelijk de activiteiten hebben plaatsgevonden die het</al><al>bestuursorgaan beoogt te subsidiëren en op de wijze die het bestuursorgaan voor ogen had.</al><al>Artikel 4:46 Awb noemt in lid 2 de gronden om de subsidie lager vast te stellen. In artikel 1.9 lid 5 wordt geregeld</al><al>dat het dagelijks bestuur de subsidie tevens lager kan vaststellen dan het bedrag uit de subsidieverlening indien</al><al>de aanvrager het bij of krachtens deze regeling opgestelde niet heeft nageleefd. Lager vaststellen houdt ook de</al><al>mogelijkheid in om de subsidie vast te stellen op nul. Daarbij speelt dan wel het evenredigheidsbeginsel een rol.</al><al>Hoofdstuk 2 - Stimuleringsregeling gevelreiniging</al><al>Een pand kan in een aantal gevallen op een eenvoudige wijze worden opgeknapt. Een van de mogelijkheden is</al><al>het reinigen van de gevel. Omdat het reinigen van de gevel evenwel niet in alle gevallen het meest gewenste</al><al>resultaat oplevert en het vaak mede afhangt van de techniek waarmee de gevelreiniging plaatsvindt, is het</al><al>noodzakelijk om daar enige beperkingen aan te brengen. Ten behoeve daarvan is uitdrukkelijk opgenomen dat</al><al>het dagelijks bestuur de offerte beoordeelt zoals die door het erkende gevelreinigingsbedrijf is verstrekt. Voor</al><al>zover het om een gebouw gaat dat op de architectuurordekaart is aangeduid als orde 1, 2 of 3, betrekt het</al><al>dagelijks bestuur de Commissie voor Welstand en Monumenten erbij.</al><al>Aan de in de regeling opgenomen voorwaarden is toegevoegd dat schade aan voegen, ontstaan als gevolg van</al><al>het zandstralen van de gevel, voor subsidie in aanmerking komt. De voegen dienen dan wel passend te zijn</al><al>binnen de gewenste uitstraling van het pand, hetzij geknipt of gesneden. Reden is dat deze vorm van voegen</al><al>kostbaar is waardoor men veelal de standaard vorm van voegen (plat/vol) gebruikt hetgeen afbreuk doet aan de</al><al>verbeterde uitstraling van het pand.</al><al>Hoofdstuk 3 - Stimuleringsregeling funderingsherstel</al><al>Met name veel oudere bouwwerken kunnen voorzien zijn van een fundering die niet meer voldoet aan de eisen</al><al>die momenteel worden gesteld. Voor panden met ernstige constructieve gebreken is veelal sloop, gevolgd door</al><al>nieuwbouw, voor de hand liggend. Er kunnen niettemin situaties zijn waarin het stadsdeel een andere aanpak</al><al>nastreeft, waarbij het behoud van panden op de langere termijn is gewaarborgd door de constructie te</al><al>vernieuwen. Het stadsdeel stelt daarom subsidie voor funderingsherstel beschikbaar. Als objectief criterium voor</al><al>de kwaliteit van de constructie geldt de indeling in kwaliteitsniveaus voor gebouwen die de Stedelijke</al><al>Woningdienst Amsterdam heeft vastgesteld.</al><al>Hoofdstuk 4 - Stimuleringsregeling beter verbeteren</al><al>Door middel van de subsidie voor beter verbeteren worden extra middelen beschikbaar gesteld voor het</al><al>herstellen en/of terugbrengen van architectonische kwaliteit aan een bouwwerk. Deze subsidie heeft alleen</al><al>betrekking op bouwwerken die zijn aangeduid op de architectuurordekaart met het cijfer 1, 2 of 3. De</al><al>Subsidieverordening stedelijke vernieuwing Amsterdam 2006 bevat een regeling voor subsidie voor woningen.</al><al>Aanvullend daarop bevat de verordening van het stadsdeel een subsidie voor andere gebouwen en voor</al><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde.</al><al>De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de waardering die het bouwwerk op grond van de</al><al>architectuurordekaart heeft gekregen. Voor gebouwen als kerken, transformatorhuisjes en dergelijke is de</al><al>normering op basis van de architectuurordekaart moeilijk hanteerbaar. Aangezien voor dergelijke gebouwen naar</al><al>verwachting zelden een beroep gedaan zal worden op deze regeling is bij de voorgeschreven wijze van</al><al>berekening van de hoogte van het subsidiebedrag geen rekening gehouden met deze gebouwen. Als er toch een</al><al>aanvraag voor wordt ingediend kan voor dergelijke bijzondere gevallen gebruik worden gemaakt van de</al><al>uitzonderingsregel in artikel 4.5.</al><al>Hoofdstuk 5 - Stimuleringsregeling verbeteren van de bedrijfshuisvesting</al><al>In de economische pijler van het grotestedenbeleid is een van de doelen het terugbrengen van werk en bedrijven</al><al>in de buurten. Het bestand aan winkels en bedrijven is een van de kwaliteitsbepalers in een wijk, niet alleen voor</al><al>het voorzieningenniveau, maar ook voor de werkgelegenheid. De in te zetten subsidies staan ten dienste van</al><al>behoud en kwaliteitsverbetering van de bedrijvigheid in de buurt. Deze subsidieregeling is geënt op voorgaande</al><al>regelingen voor ondernemers in stedelijke vernieuwingsgebieden en op de bijdrageregeling voor ondernemers in</al><al>stadsvernieuwingsgebieden (BOS) uit het recente verleden. Deze regeling maakt het mogelijk om aan bedrijven</al><al>financiële hulp te bieden in de volgende situaties:</al><al>a. verbouwing van een bedrijfsruimte;</al><al>b. tijdelijke huisvesting van een bedrijf;</al><al>c. verplaatsing van een bedrijf;</al><al>d. schade ten gevolge van de renovatie van het pand waarin een bedrijf is gelegen.</al><al>De buurten of projecten waar(voor) deze subsidies worden ingezet vallen niet per se samen met de</al><al>stedelijkevernieuwingsgebieden. De regeling is van toepassing op alle gebieden in het stadsdeel waar</al><al>herstructurering plaatsvindt. Voor ieder gebied dat door de stadsdeelraad voor de uitvoering van (dit hoofdstuk</al><al>van) deze regeling wordt aangewezen, is een beschrijving van het ruimtelijk-economisch beleid in hoofdlijnen</al><al>gemaakt. Hierbij is uitgegaan van de bestaande, wat betreft beleidsvoorbereiding, afgeronde inzichten ten</al><al>aanzien van de voor deze gebieden gewenste ruimtelijk-economische structuur. Door middel van de vaststelling</al><al>op welke locaties binnen de aangewezen gebieden - naar aard en omvang onderscheiden - bedrijven en</al><al>bedrijfsconcentraties gewenst zijn, wordt aan de betrokken ondernemers de vereiste rechtszekerheid verschaft.</al><al>Artikel 5.1 Algemeen</al><al>Onder d - Onder het begrip renovatie worden in dit verband de bouwkundige activiteiten verstaan die gericht zijn</al><al>op het voor kortere of langere periode in stand houden van bestaande panden.</al><al>Artikel 5.2 Nadere voorwaarden voor het verlenen van de subsidie</al><al>Lid 1 sub a - Zie de algemene toelichting bij dit hoofdstuk.</al><al>Lid 1 sub b - Uit dit lid blijkt dat de subsidieverlening is bedoeld voor de kleinere onderneming. Bij het begrip</al><al>bedrijf zal worden uitgegaan van de fiscale eenheid. Personen die bij verschillende bedrijfsonderdelen van</al><al>dezelfde onderneming werkzaam zijn, worden derhalve bij de bepaling van het aantal werknemers betrokken.</al><al>Deeltijdbanen worden naar rato meegenomen bij het aantal volledige dienstverbanden. Als peildatum van het</al><al>aantal werknemers wordt uitgegaan van de situatie per 31 december, voorafgaand aan het moment van de</al><al>aanvraag.</al><al>Lid 1 sub c - Bij het beoordelen van de levensvatbaarheid zal niet alleen rekening moeten worden gehouden met</al><al>de bedrijfsresultaten die de ondernemer in de oude situatie realiseerde, waarbij in acht moet worden genomen</al><al>dat deze als gevolg van de herstructurering en door ontvolking van de buurt negatief kunnen zijn beïnvloed, maar</al><al>dient ook de nieuwe situatie te worden ingeschat. De inkomsten uit het bedrijf zullen voor de ondernemer de</al><al>belangrijkste vorm van inkomen dienen te zijn en de hoogte van de winst moet de ondernemer in staat stellen om</al><al>redelijkerwijs in de kosten van levensonderhoud te voorzien.</al><al>Lid 1 sub d - Deze bepaling is er mede op gericht te voorkomen dat een ondernemer een bedrijf vestigt in een</al><al>gebied waar herstructurering plaatsvindt (of in zo'n gebied een bedrijf overneemt) met het oogmerk subsidie te</al><al>verkrijgen. Een bedrijf dient een zodanige periode gevestigd te zijn dat een beoordeling van de bedrijfsvoering</al><al>mogelijk is. In het algemeen zal hiervoor een termijn van drie jaar gelden.</al><al>Lid 2 - Gelet op het beleid dat is gericht op het bevorderen van de werkgelegenheid, wordt geen subsidie</al><al>verstrekt ten behoeve van een bedrijf dat naar een locatie buiten het stadsdeel verplaatst. In de gevallen dat deze</al><al>regel tot een kennelijk onrechtvaardige situatie (in de tekst van de verordening: een onbillijkheid van</al><al>overwegende aard) leidt, kan het dagelijks bestuur met gebruik van de hardheidsclausule hiervan afwijken. Vrije</al><al>en daarmee vergelijkbare beroepen zijn uitgezonderd.</al><al>Lid 3 - Ten aanzien van de eis van levensvatbaarheid van een bedrijf wordt het volgende opgemerkt. Onder</al><al>"schade ten gevolge van de renovatie van het pand waarin een bedrijf is gevestigd" in artikel 5.1 onder d. kan ook</al><al>de huur van een container voor tijdelijke opslag vallen.</al><al>Lid 4 - Voorheen werd vooral het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf Intermediair geconsulteerd;</al><al>tegenwoordig worden ook andere adviesinstanties die actief zijn op dit terrein benaderd om een medewerker</al><al>economische zaken van het stadsdeel te adviseren over de levensvatbaarheid van een bedrijf.</al><al>Lid 4 - In principe komen uitsluitend ondernemers en bedrijven die financieel gezond en levensvatbaar zijn voor</al><al>subsidie in aanmerking. Desalniettemin is het belangrijk dat binnen de subsidieverordening budget beschikbaar</al><al>wordt gesteld voor ondernemers die niet of onvoldoende aan bovenstaande criteria voldoen maar wel een</al><al>belangrijke sociaal-economische functie in de buurt of wijk hebben. Die ondernemers, huurders als verhuurders,</al><al>die in de problemen dreigen te komen als gevolg van stedelijke vernieuwing kunnen onder voorwaarden wel een</al><al>beroep doen op financiële ondersteuning.</al><al>Artikel 5.3 Weigering van de subsidie</al><al>Lid 3 - Ondernemers als bedoeld in lid 1, onder b, komen wel in aanmerking voor een subsidie in geval van</al><al>schade ten gevolge van de renovatie van het pand waarin hun bedrijfsruimte is gelegen (artikel 5.1, onder d), ten</al><al>behoeve van de voortgang van de stedelijke vernieuwingsprojecten</al><al>Artikel 5.4 Hoogte van de subsidie</al><al>Lid 1- Met de regeling wordt niet een schadevergoedingsregeling beoogd. De subsidies zijn gericht op kleinere</al><al>bedrijven. Teneinde met de beschikbare financiële middelen zoveel mogelijk ondernemers effectief te kunnen</al><al>steunen, is aan het subsidiebedrag een maximum gesteld.</al><al>Na bepaling van de hoogte van de subsidie verklaart de ondernemer die de subsidie ontvangt, zich akkoord met</al><al>dit bedrag. De gemeente is niet gehouden eventuele latere BTW-aanslagen met betrekking tot het</al><al>subsidiebedrag te compenseren.</al><al>Lid 2 sub a en b - Aangezien de maximale subsidies zoals bedoeld in de artikelen 5.4 lid 1en 5.4,lid 5 per</al><al>ondernemer worden berekend en verleend, kan dit in een aantal gevallen - bij een bepaalde juridische constructie</al><al>van bedrijven - leiden tot een niet bedoelde en ongerechtvaardigde cumulatie van aanspraken op subsidie. Met</al><al>artikel 5.4 lid 2, wordt beoogd dit euvel te voorkomen.</al><al>Soms worden ondernemingen ook gedreven door een andere dan de gebruikelijke besloten of naamloze</al><al>vennootschap, bijvoorbeeld een stichting. Het kan dan voorkomen dat het bestuur van die stichting in handen is</al><al>van andere ondernemers die op dezelfde locatie een onderneming hebben gevestigd. In het onderhavige artikel</al><al>is met vermelding van "feitelijke zeggenschap over die onderneming" beoogd ook in dat soort gevallen cumulatie</al><al>van subsidieaanvragen te voorkomen.</al><al>Lid 3 - Uitsluitend verbouwingen die als noodzakelijk kunnen worden aangemerkt, komen voor een subsidie in</al><al>aanmerking. Geen subsidie wordt bij voorbeeld verleend voor de verdere verfraaiing van een winkelpand dat</al><al>reeds in goede staat verkeert.</al><al>Lid 5 - De aanvrager dient aan te tonen dat de bedrijfsstagnatie een direct en noodzakelijk gevolg is van de in</al><al>artikelen 5.4 lid 3, 4, 6, 7 en 10 omschreven activiteiten. De subsidie is een tegemoetkoming in de door de</al><al>aanvrager aan te tonen reële inkomensschade. Tot het verstrekken van een subsidie zal alleen worden</al><al>overgegaan wanneer de bedrijfsactiviteiten gedurende een periode langer dan één week moeten worden</al><al>stilgelegd.</al><al>Lid 6 - In de praktijk blijkt dat bij ingrijpende renovatieprojecten de desbetreffende ondernemer tijdelijk elders</al><al>moet worden gehuisvest. Ook kan het in uitzonderingsgevallen voorkomen dat bij sloop/nieuwbouwprojecten aan</al><al>de ondernemer de mogelijkheid wordt geboden om op dezelfde plek terug te keren. Dit artikel maakt het mogelijk</al><al>om subsidie te verstrekken voor verhuiskosten van en naar de tijdelijke behuizing, de noodzakelijke</al><al>herinrichtingskosten van de tijdelijke huisvesting, de eventueel tijdelijke, hogere huisvestingskosten en de</al><al>mogelijke stagnatieschade.</al><al>Lid 7 sub c - Opgemerkt dient te worden dat bij het verplaatsen van een bedrijf onder de herinrichtingskosten</al><al>tevens worden begrepen de eventuele overnamekosten van voorzieningen en/of onderdelen van de inrichting die</al><al>op de vestigingsplaats reeds aanwezig zijn. Voorwaarde hierbij is wel dat de bedoelde voorzieningen of</al><al>onderdelen van de inrichting ook in de te verlaten winkel- of bedrijfsruimte aanwezig waren en daar voor de</al><al>bedrijfsvoering noodzakelijk waren.</al><al>Lid 8 sub a - Als uitgangspunt bij de berekening van een subsidie op grond van dit artikel geldt dat de</al><al>(verplaatsende) ondernemer in de nieuwe situatie in een gelijkwaardige bedrijfsruimte komt. Een en ander</al><al>impliceert dat rekening wordt gehouden met aanmerkelijke wijzigingen in de schaal en de aard van de</al><al>bedrijfsvoering. Het kan echter voorkomen dat een onderneming te klein was gehuisvest om tot een rendabele</al><al>bedrijfsvoering te komen. In zo'n geval is het redelijk dat ook subsidie wordt verleend voor de noodzakelijke</al><al>vergroting van het bedrijfsoppervlak. Het ligt niet in de rede dat aan een ondernemer subsidie wordt verleend bij</al><al>een niet strikt noodzakelijke uitbreiding van zijn bedrijfsactiviteiten.</al><al>Lid 8 sub b - Bij het bepalen van de vergoeding wordt uitgegaan van het verschil in huisvestingskosten op</al><al>jaarbasis in de oude en nieuwe situatie met inachtneming van hetgeen in het vorige lid is opgemerkt ten aanzien</al><al>van eventueel aan te brengen correcties. De vergoeding bedraagt in principe 2,5 maal het berekende verschil.</al><al>Lid 9 - De subsidie in de verhuiskosten beperkt zich tot de verhuiskosten in engere zin. Het betreft het eventueel</al><al>demonteren, verpakken, transporteren en herplaatsen van de bedrijfsmiddelen. Deze kosten worden voor 100%</al><al>vergoed, mits het kostenniveau aanvaardbaar is.</al><al>Lid 10 - In de praktijk blijken ondernemers schade te ondervinden als gevolg van renovatiewerkzaamheden aan</al><al>het pand, waarin hun bedrijfsruimte zich bevindt. Dit artikel is bedoeld om hiervoor compensatie te bieden. Van</al><al>belang is dat geen subsidie wordt verleend, indien de desbetreffende ondernemer uit anderen hoofde hiervoor</al><al>een vergoeding ontvangt, bij voorbeeld van de eigenaar van het pand of de gemeente.</al><al>Hoofdstuk 6 - Overgangs- en slotbepalingen</al><al>Artikel 6.1 Hardheidsclausule</al><al>Dit artikel bevat een hardheidsclausule ten aanzien van de toekennen van de subsidies indien de stedelijke</al><al>vernieuwing ernstig zou worden geschaad bij een strikte hantering van de regels.</al><al>Het dagelijks bestuur is bij gebruikmaking van deze mogelijkheid gehouden aan de vigerende wet- en</al><al>regelgeving.</al><al>Artikel 6.2 Verslag op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)</al><al>Artikel 4:24 Awb bepaalt dat er ten minste eenmaal in de vijf jaren een verslag moet worden gepubliceerd over de</al><al>doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.</al><al>In 2009 is de subsidieverordening Stedelijke Vernieuwing stadsdeel Oost-Watergraafsmeer 2002 geëvalueerd</al><al>aan de hand van de doeltreffendheid en doelmatigheid van de regeling. Op basis van de bevindingen is de</al><al>subsidieverordening herijkt en vastgelegd in de nieuwe subsidieregeling Stedelijke Vernieuwing stadsdeel Oost-</al><al>Watergraafsmeer 2009.</al><al>Artikel 6.3 Toezicht op de naleving</al><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze regeling zijn belast de bij besluit van het</al><al>dagelijks bestuur aan te wijzen personen. Deze bepaling is opgenomen om het stadsdeel betere mogelijkheden</al><al>te geven om anders dan aan de hand van de gereedmelding, vast te stellen of de gesubsidieerde activiteiten</al><al>daadwerkelijk hebben plaatsgevonden en of het bij of krachtens de regeling gestelde is nageleefd. De</al><al>bevoegdheden van de aan te wijzen opsporingsambtenaren zijn te vinden in afdeling 5.2 van de Awb.</al><al>Artikelen 6.4 en 6.5 Intrekking bestaande regeling en verordening en overgangsbepaling</al><al>De overgangsbepaling regelt de situatie voor aanvragen die nog lopen of worden afgehandeld op basis van de</al><al>huidige regelingen of in geval van aantoonbare toezeggingen. In die gevallen blijven de oude regelingen van</al><al>kracht.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>