<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>248793_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onroerende-zaakbelastingen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bellingwedde</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-01-16</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Streekblad 16 januari 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende-zaakbelastingen Bellingwedde 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIV/HoofdstukXV/2/Artikel220/geldigheidsdatum_15-10-2013">artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-20</dcterms:issued><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights><dcterms:source resourceIdentifier=""></dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING ONROERENDE ZAAK-BELASTINGEN 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. ;</al><al>de r a a d van de gemeente Bellingwedde;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.
                        11 december 2012,</al><al>nr. ;</al><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de:</al><al>Verordening op de heffing en de invordering van
                        onroerende-zaakbelastingen 2013.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam "onroerende-zaakbelastingen" worden ter zake van
                                    binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee direc­te
                                    belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een onroerende zaak al dan niet krachtens
                                    eigen­dom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt,
                                    verder te noemen: gebruikersbelasting.</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen :
                                    eigenarenbelasting.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak
                                    in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die
                                    dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in
                                    gebruik heeft gegeven is bevoegd de belas­ting als zodanig te
                                    verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                    volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                    belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter
                                    beschikking is gesteld.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als
                                    genot­hebbende krachtens eigen­dom, bezit of beperkt recht
                                    aange­merkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als
                                    zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt
                                    dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom,
                                    bezit of beperkt recht is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                    waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                    waarde voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1.</al></li><li nr="2."><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is
                                    vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                    onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende
                                    zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij
                                    of krachtens de artikelen 17, 18, 20, tweede lid, van de Wet
                                    waardering onroerende zaken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij het bepalen van
                                    de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit
                                    niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel
                                    bedoelde waarde, de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                                    cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
                                    ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt
                                    voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
                                    ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek
                                    of teelt van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan bestaat
                                    uit de in onderdeel a. bedoelde grond;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                    eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten
                                    van levensbeschouwelij­ke aard, één en ander met uitzondering
                                    van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als
                                    woning;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de
                                    voet van de Natuurschoonwet 1928 (Stb. 1989, 252) aangewezen
                                    landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid, onderdeel
                                    b, van die wet bedoelde voorwaarden met uitzondering van de
                                    daarop voorkomende gebouwde eigendommen;</al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                    heidevelden, zandver­stuivingen, moerassen en plassen, die door
                                    rechtspersonen met volledige rechts­be­voegdheid welke zich
                                    uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuur­schoon
                                    ten doel stellen, beheerd wor­den;</al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per
                                    rail, één en ander met inbegrip van kunst­werken;</al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd
                                    door orga­nen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                    rechtspersonen, met uitzonde­ring van de delen van zodanige
                                    werken die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                    afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                    diensten van publiekrechtelijke rechts­personen, met
                                    uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als
                                    woning;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                    afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die
                                    werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als
                                    gebouwde eigendommen zijn aan te merken;</al></li><li nr="j."><al>onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt
                                    voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van
                                    delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden
                                    gebruikt voor het geven van onderwijs;</al></li><li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige ge­bouwde
                                    eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten
                                    gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het
                                    verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten,
                                    verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen,
                                    banken, abri's, hekken en palen;</al></li><li nr="l."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeen­te in
                                    beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht;</al></li><li nr="m."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, één en ander met
                                    uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen
                                    als woning.</al></li><li nr="n."><al>gebouwde eigendommen met inbegrip van de ondergrond en hun
                                    gebouwde en ongebouwde aanhorigheden, die in hoofd­zaak zijn
                                    bestemd of worden gebruikt voor de beoefening van sport, mits
                                    daarbij geen winstdoeleinden worden beoogd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het
                                    eerste lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenaren­belasting
                                    geldt niet voor zover de gemeente van die zaken niet het genot
                                    heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van
                                    de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten
                                    aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende
                                    zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak
                                    dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                    heffingsmaatstaf. </al><al>Het percentage bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de gebruikersbelasting: 0,1381 % </al></li><li nr="b."><al>bij de eigenarenbelastig:</al><lijst><li nr="1."><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen
                                    0,1692 %</al></li><li nr="2."><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning
                                    dienen 0,1692 % </al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar
                                    beneden afgerond op gehele euro’s.</al></li><li nr="3."><al>Belastingaanslagen van minder dan € 9,- worden niet
                                    opgelegd.</al></li><li nr="4."><al>Voor de toepassing van het bepaalde in het derde lid wordt het
                                    totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                                    onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als
                                    één belastingaanslag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanslagen, die worden opgelegd in het belastingjaar waarop
                                    zij betrekking hebben, moeten worden betaald in twee gelijke
                                    termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de
                                    eerste maand volgende op de maand die in de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet is vermeld. De tweede termijn vervalt twee maanden
                                    later.</al></li><li nr="2."><al>In gevallen bedoeld in het eerste lid, geldt in afwijking, in
                                    zoverre, van het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde
                                    bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de
                                    betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden
                                    afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden voldaan in zoveel
                                    gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het
                                    aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven, met
                                    dien verstande dat het aantal termijnen tenminste zes
                                    bedraagt.</al><al>De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                    later.</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing op
                                    aanslagen waarvan:</al><lijst><li nr="a."><al>de dagtekening op of na 1 juli van het betreffende
                                            belastingjaar ligt;</al></li><li nr="b."><al>het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet verenigde
                                            aanslagen lager is dan€ 70,--;</al></li><li nr="c."><al>het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet verenigde
                                            aanslagen hoger is dan€ 2.500,--.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders.</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De "Verordening onroerende-zaakbelastingen Bellingwedde 2012"
                                    van 22 december 2011 wordt ingetrokken met ingang van de in het
                                    derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                                    verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten
                                    die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening
                                    onroerende-zaakbelastingen Bellingwedde 2013".</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door de raad der gemeente Bellingwedde</al><al>in zijn openbare vergadering van 20 december 2012.</al><al>De griffier, De voorzitter,</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>