<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:xopus="http://www.xopus.com/xmlns/xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta>
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>24581_2</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Telecommunicatieverordening gemeente Menameradiel 2012</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Menameradiel</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2015-03-27T12:21:38Z</dcterms:modified>
      <dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Menameradiel</dcterms:spatial>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:alternative>Telecommunicatieverordening gemeente Menameradiel 2012</dcterms:alternative>
      <dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 5.4, vierde lid, Telecommunicatiewet</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 149, Gemeentewet</dcterms:source>
      <dcterms:issued>2012-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ynformaasje nummer 12 (18-06-2012 t/m 01-07-2012)</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:publisher scheme="overheid:Gemeente">Menameradiel</dcterms:publisher>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-06-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
        <al>Geen.</al>
      </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Op grond van artikel 28 Wet algemene regels herindeling is deze verordening per 1 januari 2020 vervallen.</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule/>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
          <al>
            <vet>Nr. De raad van de gemeente Menameradiel;</vet>
          </al>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
          <al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 24 april 2012:</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 5.4, vierde lid, van de Telecommunicatiewet en artikel 149,
                        van de Gemeentewet;</al>
          <al/>
          <al>overwegende dat het verplicht is een verordening vast te stellen inzake
                        werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van
                        kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk in of
                        op openbare grond;</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>
            <vet>Besluit vast te stellen de volgende verordening:</vet>
          </al>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
          <al>
            <vet>Telecommunicatieverordening gemeente Menameradiel 2012</vet>
          </al>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1:</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al/>
          <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a.">
              <al>wet: Telecommunicatiewet;</al>
            </li>
            <li nr="b.">
              <al>openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk als bedoeld in communicatienetwerk: artikel 1.1, onder h, van de wet;</al>
            </li>
            <li nr="c.">
              <al>kabels: kabels als bedoeld in artikel 1.1, onder z, van de wet;
                            </al>
            </li>
            <li nr="d.">
              <al>voorzieningen: ondergrondse ondersteuningswerken en
                                beschermings- werken als bedoeld in artikel 5.15, van de wet, en kabels;</al>
            </li>
            <li nr="e.">
              <al>openbare gronden: openbare wegen en wateren als bedoeld in artikel
                                1.1, onder aa, van de wet;</al>
            </li>
            <li nr="f.">
              <al>aanbieder: degene die een openbaar elektronisch
                                communicatienetwerk aanbiedt als bedoeld in artikel 1.1, onder i van de wet en degene
                                bedoeld in artikel 5.1 van de wet;</al>
            </li>
            <li nr="g.">
              <al>werkzaamheden: werkzaamheden in verband met de aanleg,
                                instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch
                                communicatienetwerk in of op openbare gronden;</al>
            </li>
            <li nr="h.">
              <al>gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in
                                artikel 5.2, eerste lid, van de wet;</al>
            </li>
            <li nr="i.">
              <al>college: college van burgemeester en wethouders;</al>
            </li>
            <li nr="j.">
              <al>melding: melding als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder a,
                                van de wet;</al>
            </li>
            <li nr="k.">
              <al>instemmingsbesluit: besluit van het college als bedoeld in artikel
                                5.4 eerste lid, onder b, van de wet;</al>
            </li>
            <li nr="l.">
              <al>huisaansluiting: het gedeelte van een kabel van minder dan 15 m in 
                                openbare gronden dat een openbaar elektronisch communicatienetwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt als bedoeld onder artikel 1.1,
                                onder k, van de wet; </al>
            </li>
            <li nr="m.">
              <al>werkzaamheden van niet ingrijpende aard: </al>
            </li>
            <li nr="•">
              <al>het aanbrengen of verwijderen van kabels in reeds aangebrachte
                                voorzieningen;</al>
            </li>
            <li nr="•">
              <al>reparaties aan het openbare elektronische communicatienetwerk met
                                een lengte van minder dan 15 m en niet vallend onder artikel 3
                                eerste lid;</al>
            </li>
            <li nr="•">
              <al>het maken van huisaansluitingen;</al>
              <al/>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2:</nr>
            <titel>Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden</titel>
          </kop>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, meldt dit voornemen
                                ten minste acht weken voor de aanvang aan het college met een door
                                het college vastgesteld formulier.</al>
              <al/>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover
                                vooroverleg voeren met het college teneinde de melding, bedoeld in
                                het eerste lid van dit artikel voor te bereiden.</al>
              <al/>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een
                                andere gedoogplichtige dan de gemeente, wordt het college uiterlijk
                                vier weken na ontvangst van de melding in het eerste lid
                                schriftelijk in kennis gesteld van de resultaten van het overleg
                                tussen de aanbieder en de andere gedoogplichtige.</al>
              <al/>
            </li>
            <li nr="4.">
              <al>Voor het verrichten van werkzaamheden van niet ingrijpende aard kan
                                de aanbieder volstaan met een melding aan het college minimaal twee
                                dagen voorafgaande aan de werkzaamheden met een daarvoor door het
                                college vastgesteld formulier.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3:</nr>
            <titel>Ernstige belemmeringen en storingen</titel>
          </kop>
          <al/>
          <al>Ingeval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van ernstige belemmering
                        of storing van de communicatie in de zin van artikel 5.6, tweede lid, van de
                        wet volstaat de aanbieder met een melding voorafgaand aan de start van de
                        werkzaamheden. De aanbieder maakt achteraf zo spoedig mogelijk melding van
                        de werkzaamheden via een door de burgemeester vast te stellen formulier aan
                        de burgemeester of een daartoe gemachtigde ambtenaar.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4:</nr>
            <titel>Gegevensverstrekking</titel>
          </kop>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Bij de melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze
                                verordening verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende
                                gegevens:</al>
              <al/>
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al>naam, (e-mail)adres en telefoon- en faxnummer van degene die
                                        de kabel of het netwerk in eigendom heeft, beheert of
                                        exploiteert.</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>een opgave van het aantal kabels en/of buizen dat direct met
                                        kabels wordt gevuld of ingeblazen en een opgave van het
                                        aantal buizen dat leeg wordt aangebracht;</al>
                </li>
                <li nr="c.">
                  <al>een opgave van belanghebbenden en instanties die vooraf in
                                        kennis worden gesteld van de voorgenomen datum van aanvang,
                                        beëindiging en de aard van de werkzaamheden;</al>
                </li>
                <li nr="d.">
                  <al>een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:</al>
                </li>
                <li nr="1e.">
                  <al>een opgave van het gewenste tracé met daarbij duidelijke
                                        (digitale) tekeningen en daarop aangegeven wat de te
                                        verbinden locaties zijn;</al>
                </li>
                <li nr="2e.">
                  <al>een opgave van de objecten die ten tijde van de
                                        werkzaamheden worden geplaatst, alsmede van de gewenste
                                        situering daarvan;</al>
                </li>
                <li nr="3e.">
                  <al>een omschrijving van de opbrekingen van de verharding;</al>
                </li>
                <li nr="4e.">
                  <al>de doorsnede van de kabel en indien van toepassing de
                                        kabelgoot;</al>
                </li>
                <li nr="5e.">
                  <al>de opgave van ondergrondse (handholes en dergelijke) of
                                        bovengrondse kasten waarvoor geen bouwvergunning
                                        noodzakelijk is, alsmede de situering en afmetingen
                                        daarvan;</al>
                </li>
                <li nr="6e.">
                  <al>naam, (e-mail)adres, telefoon- en faxnummer van de
                                        contactpersoon, aannemers of onderaannemers die belast zijn met de
                                        werkzaamheden en van een door hen aangewezen contactpersoon
                                        die ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden
                                        vierentwintig uur per dag bereikbaar is in verband met
                                        mogelijke calamiteiten;</al>
                </li>
                <li nr="7e.">
                  <al>de maatregelen die de bereikbaarheid van de in de openbare
                                        grond aanwezige kabels en leidingen waarborgen;</al>
                </li>
                <li nr="8e.">
                  <al>de bereikbaarheid van percelen en opstallen in de nabijheid
                                        van de uit te voeren werkzaamheden;</al>
                </li>
                <li nr="9e.">
                  <al>alle overige van belang zijnde feiten en omstandigheden
                                        gelet op de in artikel 5.4 leden 2 en 3 van de wet genoemde belangen;</al>
                  <al/>
                </li>
              </lijst>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Het college kan nadere regels stellen aan de gegevens die bij de
                                melding worden verstrekt alsook over de wijze waarop deze gegevens
                                worden verstrekt.</al>
              <al/>
              <al/>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5:</nr>
            <titel>Beslistermijn en aanhouding</titel>
          </kop>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Een beslissing op een melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                                van deze verordening wordt genomen uiterlijk acht weken na ontvangst
                                van de melding. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan
                                worden gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt
                                het daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel
                                tegemoet kan worden gezien.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Op een melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze
                                verordening is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                                niet van toepassing.</al>
              <al/>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6:</nr>
            <titel>Leges</titel>
          </kop>
          <al>De aanbieder is voor het doen van een melding op grond van deze verordening
                        leges verschuldigd conform de gemeentelijke legesverordening.</al>
          <al/>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7:</nr>
            <titel>Voorschriften en beperkingen bij instemming</titel>
          </kop>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Het college kan nadere regels stellen omtrent het tijdstip, de
                                plaats en de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud,
                                verplaatsing en opruiming van kabels, het bevorderen van medegebruik
                                van voorzieningen en het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden
                                met beheerders van overige in de grond aanwezige werken, alsook over
                                de afmetingen van kasten, handholes en andere toebehoren, behorende
                                bij een openbaar elektronisch communicatienetwerk. </al>
              <al/>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Indien binnen drie jaar na groot onderhoud of herinrichting van de
                                openbare gronden de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren, verlangt
                                het college specifiek schadeherstel.</al>
              <al/>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>Indien de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren in bijzondere
                                bestrating, verlangt het college specifiek schadeherstel.</al>
              <al/>
              <al/>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8:</nr>
            <titel>(Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg</titel>
          </kop>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Een aanbieder is verplicht om bij de aanleg van kabels in openbare
                                gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van bestaande, hetzij
                                door andere aanbieders dan wel door of in opdracht van het college
                                aangelegde voorzieningen.</al>
              <al/>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Het vooroverleg als bedoeld in artikel 2, tweede lid, dan wel een
                                door het college geëntameerd overleg naar aanleiding van een melding
                                als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is er mede op gericht te
                                bepalen of en zo ja langs welke delen van het tracé gebruik kan
                                worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste
                                lid.</al>
              <al/>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>Indien de aanbieder een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik te
                                maken van de vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen,
                                kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels, is de aanbieder verplicht
                                om voor de aanleg of uitbreiding van zijn netwerk van deze
                                voorzieningen gebruik te maken.</al>
              <al/>
            </li>
            <li nr="4.">
              <al>Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van
                                nieuwe kabels, dient de aanbieder een alternatief tracé te kiezen,
                                of aan andere aanbieders een billijk verzoek tot medegebruik van
                                kabels te doen, op grond van artikel 5.12, van de wet.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al/>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9:</nr>
            <titel>Melding wijziging voorzieningen</titel>
          </kop>
          <al/>
          <al>De aanbieder stelt het college onverwijld schriftelijk in kennis van het
                        feit dat de eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel verandert of
                        dat de kabel niet langer ten dienste staat van een openbaar elektronisch
                        telecommunicatienetwerk in of op openbare gronden.</al>
          <al/>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10:</nr>
            <titel>Intrekking oude verordening</titel>
          </kop>
          <al/>
          <al>De “Telecommunicatieverordening gemeente Menaldumadeel”, vastgesteld op 20
                        december 2001, wordt ingetrokken per inwerkingtreding van deze verordening,
                        te weten “Telecommunicatieverordening gemeente Menameradiel 2012”.</al>
          <al/>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11:</nr>
            <titel>Overgangsrecht</titel>
          </kop>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>De “Telecommunicatieverordening gemeente Menaldumadeel”, vastgesteld
                                op 20 december 2001, blijft van kracht op meldingen waarop reeds
                                krachtens diezelfde Verordening is beslist, maar waarvan de
                                uitvoering op het moment van inwerkingtreding van deze verordening
                                nog niet is gerealiseerd. </al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een melding is gedaan op grond van de “Telecommunicatieverordening
                                gemeente Menaldumadeel”, vastgesteld op 20 december 2001, maar
                                waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening
                                toegepast.</al>
              <al/>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12:</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de bekendmaking.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13:</nr>
            <titel>Citeerartikel</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Telecommunicatieverordening gemeente
                        Menameradiel 2012”.</al>
          <al/>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus besloten door de raad van de gemeente Menameradiel in zijn openbare
                    vergadering van 14 juni 2012;</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>de griffier, de voorzitter,</al>
          <al/>
        </slotformulering>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label/>
          <nr/>
          <titel>Toelichting</titel>
        </kop>
        <al>
          <vet>Toelichting Telecommunicatieverordening gemeente Menameradiel
                    2012</vet>
        </al>
        <al>
          <vet/>
        </al>
        <al>
          <onderstreept>Inleiding</onderstreept>
        </al>
        <al>Op 1 februari 2007 is in werking getreden een wijziging van de
                    Telecommunicatiewet (Stb. 2007,17). De wijzigingen betreffen met name hoofdstuk
                    5 van de wet: De aanleg, instandhouding en opruiming van kabels. In dit
                    hoofdstuk is onder meer geregeld de gedoogplicht van de gemeente voor
                    telecommunicatiekabels in de openbare gronden met het adagium ‘leggen om niet,
                    verleggen om niet’. De wetswijziging is er mede op gericht de belangen van
                    gemeenten als beheerder van de openbare gronden en de telecombedrijven meer in
                    evenwicht te brengen. De belangrijkste wijzigingen zijn hieronder
                    weergegeven</al>
        <al>Bij de aanleg, het verplaatsen, het in stand houden of het opruimen van kabels
                    kan het voorkomen dat graafwerkzaamheden in vervuilde grond moet plaatsvinden.
                    Over hoe gemeenten hiermee omkunnen gaan het gemeentelijk platform kabels en
                    leidingen een aparte notitie opgesteld. Deze notitie is in 2010 gepubliceerd
                    worden op www. gpkl.nl</al>
        <al>
          <onderstreept>Lege buizen</onderstreept>
        </al>
        <al>In de eerste plaats is met het wetsontwerp een technisch-juridische fout
                    goedgemaakt. Daardoor vallen lege buizen die bestemd zijn voor telecomkabels,
                    alsnog onder hetzelfde juridische regime als 'gevulde' buizen. Dit betekent dat
                    ook het verplaatsen van de lege buizen bij de uitvoering van werken of de
                    oprichting van gebouwen op kosten van het telecommunicatiebedrijf (hierna:
                    telecombedrijf) moet gebeuren.</al>
        <al>
          <onderstreept>Gedoogplicht openbare gronden</onderstreept>
        </al>
        <al>Artikel 5.2, eerste lid, bepaalt dat de gedoogplicht geldt voor openbare gronden
                    in de gemeente. Als door een bestemmingswijziging de grond zijn openbaarheid
                    verliest vervalt de gedoogplicht, ook al blijft de grond daarbij in eigendom van
                    de gedoogplichtige. Een voorbeeld: een woonwijk wordt helemaal opnieuw
                    ingericht, waardoor de telecomkabels in tuinen van nieuw te bouwen woningen
                    komen te liggen. Geldt dan nog de gedoogplicht? Nee, de gedoogplicht vervalt
                    puur op basis van het feit dat de grond niet meer openbaar is. Op basis van lid
                    1 van artikel 5.2 doet het er niet toe of er sprake is van uitvoering van werken
                    of de oprichting van gebouwen op die locatie. Hoe dit in de praktijk gaat werken
                    is nog onduidelijk. Zo is het de vraag of de kabel echt verwijderd moet worden
                    als deze geen hinder oplevert.</al>
        <al>
          <onderstreept>Aanbieder netwerk</onderstreept>
        </al>
        <al>Artikel 5.1 breidt het begrip 'aanbieder netwerk' uit tot een aanlegger van een
                    netwerk die dit niet zelf gaat exploiteren. Dat is bijvoorbeeld een aannemer die
                    voor eigen rekening en risico een telecommunicatienetwerk (hierna:
                    telecomnetwerk) aanlegt om het te verkopen of te verhuren. Het netwerk dient wel
                    binnen 10 jaar in gebruik te zijn genomen als ‘openbaar elektronisch
                    communicatienetwerk’.</al>
        <al>
          <onderstreept>Medegebruik</onderstreept>
        </al>
        <al>Volgens artikel 5.2, zevende lid, dient het telecombedrijf op verzoek van de
                    gedoogplichtige gebruik te maken van reeds aanwezige mantelbuizen indien deze
                    tegen een marktconforme prijs ter beschikking worden gesteld. Die mantelbuizen
                    kunnen zijn aangelegd door de gemeente zelf of door een ander telecombedrijf.
                    Doel hiervan is te voorkomen dat er overbodig wordt gegraven in gemeentegrond.
                    De minister van EZ kan in verband met het medegebruik aanvullende voorwaarden
                    stellen bij de aanleg van netwerken. De verplichting tot mede gebruik wordt
                    opgelegd in het instemmingsbesluit.</al>
        <al>
          <onderstreept>Gedoogplicht lege buizen 10 jaar</onderstreept>
        </al>
        <al>Op grond van artikel 5.2, lid 8, dienen lege buizen binnen 10 jaar in gebruik te
                    zijn genomen voor openbare telecommunicatiediensten. Het telecombedrijf moet het
                    in gebruik nemen in gevolge van artikel 5.2 negende lid schriftelijk melden aan
                    de gemeente. Heeft deze dit binnen genoemde periode niet gedaan, dan is de
                    gedoogplicht vervallen en kan de gemeente de verwijdering van de lege buizen op
                    kosten van het telecombedrijf vorderen of precario heffen.</al>
        <al>Voor reeds liggende lege buizen geldt op basis van het tweede lid van artikel
                    20.5 van de wet, een overgangsmaatregel. Tot 1 januari 2018 moeten deze worden
                    gedoogd, tenzij deze gevaar of ernstige hinder opleveren. De telecombedrijven
                    zijn verplicht na inwerkingtreding van het wetsontwerp de lege buizen
                    schriftelijk aan de gemeente te melden.</al>
        <al>
          <onderstreept>Publiekrechtelijke instemming versus privaatrechtelijk
                        toestemming</onderstreept>
        </al>
        <al>Voor het aanleggen van een netwerk heeft het telecombedrijf in principe zowel
                    een publiekrechtelijke instemming van de gemeente nodig op grond van de
                    Telecommunicatiewet, als een privaatrechtelijke toestemming van de gemeente als
                    eigenaar/beheerder van de openbare grond. Om "dubbel werk" te voorkomen is in de
                    wet bepaald dat het instemmingsbesluit van de gemeente tevens de
                    privaatrechtelijke toestemming inhoudt. Dit is geregeld in artikel 5.4, lid 7
                    van de Telecommunicatiewet.</al>
        <al>
          <onderstreept>Instemmingsbesluit telecommunicatieverordening</onderstreept>
        </al>
        <al>Artikel 5.4 van de wet gaat gedetailleerd in op de instemmingsprocedure. Hierbij
                    is meer rekening gehouden met de belangen van de gedoogplichtige gemeente. Zo
                    moet het tijdstip van start van de werkzaamheden aan de kabel(s) liggen binnen
                    12 maanden na datum van het instemmingsbesluit, tenzij er zwaarwichtige redenen
                    zijn van publiek belang om de werkzaamheden later te starten.</al>
        <al>
          <onderstreept/>
          <onderstreept>Afstemming instemmingsbesluit en andere benodigde
                        vergunningen</onderstreept>
        </al>
        <al>Artikel 5.5 van de Telecommunicatiewet legt de gemeente de verplichting op zorg
                    te dragen van de inhoudelijke afstemming tussen het gemeentelijk
                    instemmingsbesluit en andere voor het tracé benodigde vergunningen van een ander
                    bestuursorgaan, bijvoorbeeld indien de kabel moet worden gelegd in een dijk in
                    beheer van een waterschap.</al>
        <al>
          <onderstreept>Herstraten</onderstreept>
        </al>
        <al>Artikel 5.7 geeft antwoord op de vraag wie herstraat na beëindiging van de
                    werkzaamheden. Dit is de aanlegger, tenzij de gemeente heeft aangegeven dit zelf
                    te willen doen. De gemeente dient hiervoor marktconforme tarieven in rekening te
                    brengen.</al>
        <al>
          <onderstreept>Verplaatsen van kabels</onderstreept>
        </al>
        <al>Artikel 5.8 van de wet geeft een uitbreiding van de plicht tot het nemen van
                    maatregelen dan wel het verplaatsen op kosten van het telecombedrijf bij de
                    uitvoering van werken of de oprichting van gebouwen. Deze verplichting geldt ook
                    als de gemeente (op basis van bijvoorbeeld een overeenkomst met een
                    projectontwikkelaar) de plicht heeft de grond te leveren zonder concrete
                    problemen vanwege telecomkabels in verband met de oprichting van gebouwen door
                    deze projectontwikkelaar. Indien echter de gebouwen niet worden gerealiseerd
                    dient de gemeente de verplaatsingskosten te vergoeden.</al>
        <al>Indien een verzoek tot het nemen van maatregelen of het verplaatsing van kabels
                    door de gemeente wordt gedaan binnen vijf jaar nadat deze op basis van artikel
                    5.8 leden 1 of 2 zijn verlegd, dan komen de kosten daarvan voor rekening van de
                    verzoekende gemeente.</al>
        <al>Het telecombedrijf dient binnen 16 weken na ontvangst van het verzoek tot het
                    nemen van maatregelen over te gaan. Betreft het een verzoek tot verplaatsen van
                    de kabels dan dient telecombedrijf binnen 12 weken na het beschikbaar komen van
                    een plaats waarheen de kabels verlegd kunnen worden, te starten met de
                    werkzaamheden.</al>
        <al>Indien de gemeente en een telecombedrijf het niets eens zijn over de vraag wie
                    de verplaatsingskosten moet betalen, kan dit geschil zowel door de gemeente als
                    het telecombedrijf worden voorgelegd aan de OPTA, die binnen acht weken
                    uitspraak doet.</al>
        <al>
          <onderstreept>Telecomkabels versus andere nutsleidingen</onderstreept>
        </al>
        <al>Artikel 5.9 van de wet bepaalt dat de aanleg, instandhouding of opruiming van
                    telecomkabels de aanwezige andere (nuts)leidingen of andere telecomkabels zo min
                    mogelijk mag hinderen of in gevaar brengen. Het telecombedrijf is verplicht op
                    zijn kosten aan deze hinder of gevaar een einde te maken. Geschillen hierover
                    kunnen worden voorgelegd aan de OPTA. Voor telecomkabels die reeds zijn
                    aangelegd op het tijdstip van ingang van het wetsontwerp, blijft gelden dat -
                    indien deze hinder of gevaar opleveren - dit moet worden opgelost via de
                    privaatrechtelijke weg van de onrechtmatige daad.</al>
        <al>
          <onderstreept>Exploitatie van openbare elektronische
                        communicatienetwerken</onderstreept>
        </al>
        <al>Het is gemeenten verboden openbare elektronische communicatienetwerken te
                    exploiteren. Echter, wanneer een gemeente kan aantonen dat een breedbandig
                    openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk niet tot stand komt door de markt,
                    dan mag zij onder strikte voorwaarden genoemd in artikel 5.14 van de
                    Telecommunicatiewet, een belang hebben in een dergelijke onderneming.</al>
        <al>
          <onderstreept/>
          <onderstreept>Eigendom netwerken</onderstreept>
        </al>
        <al>De Telecommunicatiewet bepaalt dat het telecombedrijf eigenaar is van zijn
                    netwerk. Voor andere netwerken van nutsleidingen als water, elektriciteit, etc.
                    bestond de vraag of de grondeigenaar door zogenaamde verticale natrekking
                    eigenaar is, of het nutsbedrijf door horizontale natrekking. In het wetsontwerp
                    is een wijziging van het Burgerlijk Wetboek opgenomen waardoor het nu vaststaat
                    dat netwerken eigendom zijn van de bevoegde aanlegger. Dit geldt ook voor reeds
                    aangelegde netwerken.</al>
        <al>Voor een uitgebreide toelichting kan worden verwezen naar de website van de VNG,
                    www.vng.nl en die van het Gemeentelijke Platform Kabels en Leidingen (GPKL),
                    www.gpkl.nl.</al>
        <al>Evenals de oude wet heeft het telecombedrijf op basis van artikel 5.4, lid 1,
                    voorafgaand aan de start van de werkzaamheden voor het leggen, instandhouding of
                    verwijderen van kabels in de openbare grond een instemmingsbesluit van het
                    college.</al>
        <al>De leden 2 en 3 bepalen welke voorschriften het college aan het
                    instemmingsbesluit kunnen verbinden. De leden 4 en 5 leggen de verplichting op
                    aan de gemeenteraad tot het bij verordening regels vast te stellen omtrent:</al>
        <lijst>
          <li nr="•">
            <al>a. het tijdstip, voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden,
                            waarop de melding uiterlijk moet zijn gedaan;</al>
          </li>
          <li nr="•">
            <al>b. de gegevens die bij de melding moeten worden verstrekt, waaronder het
                            uitvoeringsplan;</al>
          </li>
          <li nr="•">
            <al>c. de wijze van uitvoering van de werkzaamheden bij aanleg,
                            instandhouding en opruiming;</al>
          </li>
          <li nr="•">
            <al>d. het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;</al>
          </li>
          <li nr="•">
            <al>e. het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van
                            overige in de grond aanwezige werken;</al>
          </li>
          <li nr="•">
            <al>f. de wijze van melding en uitvoering van spoedeisende werkzaamheden in
                            verband met ernstige belemmeringen of storing van de communicatie;</al>
            <al>In de verordening wordt onderscheid gemaakt tussen werkzaamheden van al
                            dan niet ingrijpende aard.</al>
            <al>Een en ander noodzaakt tot een herziening van de
                            “Telecommunicatieverordening gemeente Menaldumadeel” van 20 december
                            2001.</al>
            <al>
              <vet>Artikelsgewijze toelichting:</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 1: Begripsomschrijvingen</vet>
            </al>
            <al>De begripsomschrijvingen zijn voor zover nodig aan de nieuwe nummering
                            van de Telecommunicatiewet aangepast.</al>
            <al>Kanttekeningen:</al>
            <al>• Openbaar telecommunicatie elektronisch communicatienetwerk</al>
            <al>De gedoogplicht van de gemeente geldt slechts voor openbare
                            elektronische communicatienetwerken, in artikel 1.1 h van de
                            Telecommunicatiewet gedefinieerd als een ‘elektronisch
                            communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om
                            openbare elektronische communicatiediensten aan te bieden, waaronder
                            mede begrepen een netwerk, bestemd voor het verspreiden van programma’s
                            voor zover dit aan het publiek geschiedt.</al>
            <al>• Kabels en ondersteuningswerken</al>
            <al>Onder kabels verstaat de Telecommunicatiewet het geheel van
                            voorzieningen ten behoeve van een openbaar elektronisch
                            communicatienetwerk, dus de ondersteuningswerken en beschermingswerken
                            (buizen), maar ook de benodigde kasten en dergelijke.</al>
            <al>In de begripsomschrijving zijn de voorzieningen apart genoemd.</al>
            <al>Voorzieningen, niet in gebruik voor een openbaar elektronisch
                            communicatienetwerk, vallen volgens artikel 5.15 van de wet ook onder de
                            gedoogplicht met dien verstande dat de gedoogplicht eindigt, indien niet
                            na 10 jaar de ondersteuningswerken deel zijn gaan uitmaken van een
                            openbaar elektronisch communicatienetwerk (artikel 5.2, lid 8 van de
                            wet).</al>
            <al/>
            <al>• Werkzaamheden van niet-ingrijpende aard</al>
            <al>Met het apart definiëren van dergelijke werkzaamheden wordt gevolg
                            gegeven aan artikel 5.4, lid 5, van de Telecommunicatiewet. Binnen de
                            begripsbepaling zijn enige voorbeelden opgenomen van niet ingrijpende
                            werkzaamheden. Het staat de gemeente vrij de omschrijving van
                            werkzaamheden van niet ingrijpende aard zelf anders in te vullen. Het is
                            immers een uitzondering op de standaard meldplicht van artikel 4 van de
                            modelverordening en daarom een limitatieve opsomming.</al>
            <al>Optionele uitbreiding begripsomschrijvingen:</al>
            <al>Het verdient aanbeveling voor de gemeente de algemene regels voor de
                            uitvoering van de werkzaamheden in de openbare ruimte algemene
                            beleidsregels vast te stellen, bijvoorbeeld op te nemen in een handboek.
                            In dit handboek staan dan de algemene regels, als de wegafzettingen
                            tijdens de uitvoering, het informeren van omwonenden, technische
                            voorschriften over het herstel van de straat etc. Het voordeel is dat
                            deze voorschriften dan niet in iedere af te geven instemmingsbesluit
                            behoeven te worden opgenomen. Verder kan het handboek betrekking hebben
                            op alle kabels en leidingen in gemeentegrond, dus niet allen
                            telecommunicatiekabels. In het algemeen zullen dergelijke voorschriften
                            door het college worden vastgesteld, die daarvoor bijvoorbeeld een
                            ambtenaar kan mandateren.</al>
            <al>Op deze wijze kan flexibel op de ontwikkelingen worden ingespeeld. Een
                            gemeente kan er voor kiezen deze voorschriften door de raad te doen
                            vaststellen.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 2: Wijze van melding van voorgenomen
                            werkzaamheden</vet>
            </al>
            <al>De algemene melding voor de uitvoering van werkzaamheden dient, in
                            samenhang met artikel 5, lid 1, van de modelverordening, te geschieden
                            acht weken voor de aanvang van de werkzaamheden.</al>
            <al>In het tweede lid is uitdrukkelijk de mogelijkheid opgenomen om voor de
                            melding overleg te voeren. In dit overleg kan onder meer aan de orde
                            komen het mogelijk medegebruik van voorzieningen en het splitsen van de
                            werkzaamheden bij omvangrijke projecten. Op deze wijze wordt bevorderd
                            dat de termijn van acht weken ook werkelijk kan worden gehaald.</al>
            <al>Het vierde lid geeft de mogelijkheid van een eenvoudige melding van twee
                            dagen voor de aanvang van de werkzaamheden aan de hand van een nader
                            vast te stellen formulier.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 3: Ernstige belemmeringen en storingen</vet>
            </al>
            <al>In dit artikel wordt aan artikel 5.4, lid 4, sub f en artikel 5.6 van de
                            Telecommunicatiewet voldaan. In dit geval kan worden volstaan aan een
                            melding aan de burgemeester of een door hem of haar aan te stellen
                            ambtenaar. Ernstige belemmeringen of storingen in de communicatie zijn
                            niet nader omschreven, wel wordt in de toelichting op de wet als
                            voorbeeld gegeven de situatie van een kabelbreuk. Het gemeentebestuur
                            zal moeten beoordelen of een ernstige belemmering of storing in de
                            communicatie voor één individuele aansluiting voldoende reden is om als
                            spoedeisend te worden aangemerkt. Om onduidelijkheid te voorkomen is het
                            raadzaam om deze overweging kenbaar te maken aan de in de gemeente
                            opererende telecombedrijven.</al>
            <al>Artikel 5.6, lid 5 van de Telecommunicatiewet geeft de mogelijkheid in
                            de verordening gebieden aan te wijzen waar om redenen van veiligheid dit
                            artikel niet van toepassing is. Hierbij is gedacht aan bijvoorbeeld
                            industriegebieden met daarin liggende buisleiding voor transport van
                            gevaarlijke stoffen. In dergelijke gebieden is het niet aanvaardbaar dat
                            daar zonder toezicht van de gemeente wordt gegraven.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4: Gegevensverstrekking</vet>
            </al>
            <al>Dit artikel is een invulling van artikel 5.4, vierde lid van de
                            Telecommunicatiewet.</al>
            <al>Aanvullend kan ter explicitering als onderdeel worden opgenomen dat de
                            aanbieder de begin- en einddatum van de graafwerkzaamheden opgeeft.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 5: Beslistermijn en aanhouding</vet>
            </al>
            <al>Aansluitend op artikel 4:13 van de Algemene Wet Bestuursrecht dient het
                            college uiterlijk acht weken na ontvangst van de melding de beslissing
                            te nemen en indien dit niet mogelijk is een redelijke termijn te noemen
                            waar binnen de beslissing tegemoet kan worden voorzien.</al>
            <al>In het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3 Awb niet van toepassing verklaard
                            (Lex Silencio Positivo). Dit om van rechtswege ontstane besluiten te
                            voorkomen.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 6: Leges</vet>
            </al>
            <al>Dit artikel spreekt voor zich.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 7: Voorschriften en beperkingen bij instemming</vet>
            </al>
          </li>
          <li nr="•">
            <al>1. De wetgever heeft in de Telecommunicatiewet de voorschriften op
                            genomen, die het college in het instemmingsbesluit kan opnemen. Het gaat
                            om artikel 5.4 leden 2 en 3 van de Telecommunicatiewet:</al>
          </li>
          <li nr="•">
            <al>2. Burgemeester en wethouders kunnen om redenen van openbare orde,
                            veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, de bereikbaarheid
                            van gronden of gebouwen, dan wel ondergrondse ordening in het
                            instemmingsbesluit voorschriften opnemen.</al>
          </li>
          <li nr="•">
            <al>3. De voorschriften kunnen slecht betrekking hebben op </al>
            <lijst>
              <li nr="o">
                <al>a. De plaats van de werkzaamheden;</al>
              </li>
              <li nr="o">
                <al>b. het tijdstip van de werkzaamheden, met dien verstande dat het
                                    toegestane tijdstip van aanvang van aanvang, behoudens zeer
                                    zwaarwichtige redenen van publiek belang als genoemd in het
                                    tweede lid, niet later mag plaatsvinden dan 12 maanden na de
                                    datum van afgifte van het instemmingsbesluit;</al>
              </li>
              <li nr="o">
                <al>c. de wijze van uitvoering van de werkzaamheden;</al>
              </li>
              <li nr="o">
                <al>d. het bevorderen van medegebruik van de voorzieningen;</al>
              </li>
              <li nr="o">
                <al>e. het afstemmen van overig in de grond aanwezige werken.</al>
              </li>
            </lijst>
          </li>
          <li nr="•">
            <al>Deze bepalingen dient het college in acht te nemen bij het geven van
                            voorschriften bij het instemmingbesluit. Hierbij moet worden bedacht dat
                            het instemmingsbesluit een beschikking is in het kader van de Algemene
                            wet bestuursrecht en de aanbieder, indien deze het niet eens is met de
                            gegeven voorschriften bij het instemmingsbesluit, in bezwaar en beroep
                            kan gaan resp. bij de rechtbank Rotterdam en het College van Beroep voor
                            het bedrijfsleven (Artikel 17.1 Telecommunicatiewet.) Het derde lid van
                            artikel 6 van de modelverordening geeft invulling aan artikel 5.4,
                            tweede en derde lid van de wet.</al>
          </li>
          <li nr="•">
            <al>Het college kan de werkingsduur van het instemmingsbesluit beperken om
                            te voorkomen dat een aanbieder nog gebruik maakt van een dergelijk
                            besluit geruime tijd na afgifte. Immers het intussen gewijzigde gebruik
                            van de openbare gronden kan het aanleggen van een telecomkabel
                            onwenselijk maken. Een suggestie is om de werkingsduur van een
                            instemmingsbesluit te stellen op 6 maanden en dat de werkzaamheden
                            moeten zijn voltooid 6 maanden na aanvang.</al>
          </li>
          <li nr="•">
            <al>Het eerste lid geeft als aanvulling dat het college naast voorschriften
                            over tijdstip plaats en dergelijke met betrekking tot de uitvoering ook
                            voorschriften opstellen over de uitstraling, vormgeving, kleur,
                            situering en afmetingen van voorzieningen als kasten handholes en
                            dergelijke behorende bij het netwerk.</al>
          </li>
          <li nr="•">
            <al>Het tweede en derde lid heeft betrekking op de situatie dat er een
                            instemmingsbesluit wordt gevraagd voor een tracé door een straat waarvan
                            de verharding langer dan een door de gemeente nader vast te stellen
                            jaren is vernieuwd of aangelegd of voor een tracé door de kantonrechter.
                            In het vooroverleg tussen gemeente en aanbieder zal dan worden
                            onderzocht of een alternatief tracé mogelijk is, waarover partijen het
                            eens kunnen worden.</al>
          </li>
          <li nr="•">
            <al>Indien geen alternatief tracé kan worden gevonden of indien de aanbieder
                            het alternatieve tracé afwijst, zal de gemeente herstel over de gehele
                            straat- of trottoirbreedte eisen. Zo’n eis tot schadevergoeding maakt
                            geen deel uit van het instemmingsbesluit, maar vormt een nadere
                            concretisering van art. 5.7 Tw inzake schadevergoeding. Wel kan het
                            instemmingsbesluit verwijzen naar gemaakte of te maken afspraken inzake
                            vierkant herstraten. Een eventueel geschil inzake schadevergoeding zal,
                            ongeacht de hoogte van de vordering, ingevolge art. 5.13 Tw worden
                            beslist door de kantonrechter.</al>
          </li>
          <li nr="•">
            <al>Indien de gemeente beschikt over een “handboek” als vermeld in de
                            toelichting bij lid 1 dan dient een vierde lid als volgt te worden
                            toegevoegd:</al>
          </li>
          <li nr="•">
            <al>4. De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en
                            opruiming van kabels en medegebruik van voorzieningen geschiedt conform
                            de door het college gegeven beleidsregels (of Handboek).</al>
            <al>
              <vet>Artikel 8: (Mede)gebruik van voorzieningen en
                            vooroverleg</vet>
            </al>
            <al>Zoals aangeven kunnen de voorschriften bij het instemmingsbesluit het
                            medegebruik van voorzieningen bevorderen. Het medegebruik beperkt het
                            graven in de openbare gronden en strekt daarmee tot voordeel van de
                            gemeente. Het medegebruik kan aan de orde komen in het vooroverleg over
                            het af te geven instemmingsbesluit. In lid 3 is de verplichting voor de
                            aanbieder opgenomen van vooraangelegde voorzieningen, indien daartoe een
                            redelijk aanbod wordt gedaan. De vraag wat een redelijk aanbod is kan
                            worden beantwoord als volgt: de aanwezige voorziening is zowel in
                            kwaliteit als in kosten een volwaardig alternatief voor het eigen
                            graafrecht van de aanbieder.</al>
            <al>Het vierde lid behandelt de situatie indien de gemeentelijke
                            leidingprofielen geen ruimte bieden voor de aanleg van kabels.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 9: Melding wijziging voorzieningen</vet>
            </al>
            <al>Artikel 5.2, lid 8 van de Telecommunicatiewet bepaalt dat aan de
                            gedoogplicht een einde komt als gedurende tien jaar een kabel geen
                            onderdeel uitmaakt van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. Om
                            die reden is het van belang dat de gedoogplichtige gemeente in kennis
                            wordt gesteld van het in- of uit gebruik stellen van kabels ten einde
                            bij overschrijding van die termijn over te kunnen gaan tot het verzoeken
                            van verwijdering van de kabel.</al>
            <al>Artikel 5 lid 2b van het wetsontwerp Wet informatie-uitwisseling
                            ondergrondse netten (WION) verstrekt de dienst (het Kadaster) op verzoek
                            aan bestuursorganen gebiedsinformatie voorzover deze noodzakelijk is
                            voor de uitvoering van hun taak. Op deze wijze voorziet deze wet in de
                            informatiebehoefte van de gemeente over de in het openbaar gebied
                            liggende telecomkabels. De WION registreert echter niet of de kabels al
                            dan niet in gebruik zijn.</al>
            <al>
              <vet/>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10: Intrekking oude verordening</vet>
            </al>
            <al>De oude verordening moet worden ingetrokken zodat de nieuwe verordening
                            in werking kan treden.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 11: Overgangsrecht</vet>
            </al>
            <al>Het moment van afgeven van het instemmingsbesluit bepaalt of de oude of
                            nieuwe verordening van kracht is op de (voorgenomen)
                            graafwerkzaamheden.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 12: Inwerkingtreding</vet>
            </al>
            <al>Tenzij de gemeenteraad anders besluit treedt de verordening de dag na
                            publicatie in werking. Op hetzelfde tijdstip dient de oude
                            telecommunicatieverordening te worden ingetrokken. De nog lopende
                            instemmingbesluiten voor kabel(s) die nog niet of niet volledig zijn
                            gelegd blijven van kracht met dien verstande dat vallen onder de oude
                            verordening.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 13: Citeerartikel</vet>
            </al>
            <al>Door toevoeging van de naam van de gemeente aan de citeertitel is het
                            voor eenieder die de verordening opvraagt duidelijk dat dit de
                            verordening betreft van die met name genoemde gemeente.</al>
            <al/>
            <al/>
            <al/>
          </li>
        </lijst>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
