<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:xopus="http://www.xopus.com/xmlns/xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta>
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>24562_1</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Monumentenverordening Gemeente Menaldumadeel</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Menameradiel</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2015-05-19T08:23:00Z</dcterms:modified>
      <dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Menameradiel</dcterms:spatial>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:alternative>Monumentenverordening Gemeente Menaldumadeel</dcterms:alternative>
      <dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 149 Gemeentewet</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 12 Monumentenwet 1988</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 14 Monumentenwet 1988</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 15 Monumentenwet 1988</dcterms:source>
      <dcterms:issued>2006-10-05</dcterms:issued>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ynformaasje, nr. 21, 9 tot en met 22 november 2006</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:publisher scheme="overheid:Gemeente">Menameradiel</dcterms:publisher>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-12-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-11-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>28-09-2006</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
        <al>Geen.</al>
      </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Geen</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule/>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>De raad van de gemeente Menaldumadeel;</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 september
                        2006;</al>
          <al/>
          <al>Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de artikelen 12, 14 en 15 van de
                        Monumentenwet 1988;</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Besluit:</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>onder intrekking van het besluit van 15 april 2004, nummer 12, vast te
                        stellen de volgende: “Monumentenverordening Gemeente Menaldumadeel”:</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a.">
              <al>monument:</al>
              <lijst>
                <li nr="1.">
                  <al>zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                        betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde;
                                        terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige
                                        zaak als bedoeld onder 1;</al>
                </li>
              </lijst>
            </li>
            <li nr="b.">
              <al>gemeentelijk archeologisch monument: monument als bedoeld in
                                onderdeel a, onder 2;</al>
            </li>
            <li nr="c.">
              <al>gemeentelijk monument: onroerend monument, dat overeenkomstig deze
                                verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen;</al>
            </li>
            <li nr="d.">
              <al>gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de
                                overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen
                                zaken;</al>
            </li>
            <li nr="e.">
              <al>beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in
                                de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers;</al>
            </li>
            <li nr="f.">
              <al>kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een
                                kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een
                                kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel
                                wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst;</al>
            </li>
            <li nr="g.">
              <al>monumentencommissie: de op basis van artikel 15, lid 1 Monumentenwet
                                1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit
                                eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet
                                1988, de verordening en het monumentenbeleid;</al>
            </li>
            <li nr="h.">
              <al>bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd
                                onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit
                                van een monument.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Het gebruik van een monument</titel>
          </kop>
          <al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                        gebruik van het monument.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>De aanwijzing van een gemeentelijk monument</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een
                                monument aanwijzen als gemeentelijk monument.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt zij
                                advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het
                                vragen van dit advies achterwege blijven.</al>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een gemeentelijk
                                monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.</al>
            </li>
            <li nr="4.">
              <al>Het college brengt de raad in kennis van het besluit over de
                                aanwijzing van een gemeentelijk monument.</al>
            </li>
            <li nr="5.">
              <al>Voordat het college een kerkelijk monument als gemeentelijk monument
                                aanwijst, voert zij overleg met de eigenaar.</al>
            </li>
            <li nr="6.">
              <al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                                kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd
                                gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de registratie als
                                bedoeld in artikel 6 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument
                                niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 9 tot en met 13 van
                                overeenkomstige toepassing.</al>
            </li>
            <li nr="7.">
              <al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond
                                van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op
                                grond van de monumentenverordening van de provincie Fryslân.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na
                                ontvangst van het verzoek aan het college.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies
                                van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na
                                de adviesaanvraag.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel>
          </kop>
          <al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan
                        degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale tegger bekend staan
                        en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Het college registreert het gemeentelijk monument op de
                                gemeentelijke monumentenlijst.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding,
                                de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling
                                en een beschrijving van het gemeentelijk monument.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Het college kan de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een
                                belanghebbende wijzigen.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, alsmede artikel 4 zijn
                                overeenkomstige toepassing op het aanwijzingsbesluit.</al>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                                ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing van
                                artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, alsmede artikel 4, eerste
                                lid achterwege.</al>
            </li>
            <li nr="4.">
              <al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke
                                monumentenlijst aangetekend.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Intrekken van de aanwijzing</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede
                                lid, vierde en vijfde lid, en artikel 4 van overeenkomstige
                                toepassing.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing
                                wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of aan het
                                daarmee vergelijkbare artikel van de monumentenverordening van de
                                provincie Fryslân.</al>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                aangetekend.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Verbodsbepaling</titel>
          </kop>
          <al>Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te
                        vernielen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Vergunning</titel>
          </kop>
          <al>Het is verboden zonder vergunning van het college of in strijd met bij
                        zodanige vergunning gestelde voorschriften:</al>
          <lijst>
            <li nr="a.">
              <al>een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen
                                of in enig opzicht te wijzigen;</al>
            </li>
            <li nr="b.">
              <al>een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten
                                gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in
                                gevaar gebracht.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Termijnen advies en vergunningverlening</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Op de voorbereiding van een besluit om de aanvraag om vergunning als
                                bedoeld in artikel 10 is afdeling 4.4 van de Algemene wet
                                bestuursrecht van toepassing.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke
                                aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument aan de
                                monumentencommissie voor advies.</al>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>Binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift
                                brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het
                                college.</al>
            </li>
            <li nr="4.">
              <al>Indien het college niet besluit binnen de (in artikel 3:18 Algemene
                                wet bestuursrecht) gestelde termijn, wordt de vergunning geacht te
                                zijn verleend.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Kerkelijk monument</titel>
          </kop>
          <al>Het college verleent met betrekking tot een kerkelijk monument geen
                        vergunning ingevolge de bepalingen van artikel 10 dan in overeenstemming met
                        de eigenaar, indien en voorzover het een vergunning betreft, waarbij
                        wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het
                        geding zijn.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Intrekken van de vergunning</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>De vergunning kan door het college worden ingetrokken indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                        onvolledige opgave is verleend;</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld
                                        in artikel 10 niet naleeft;</al>
                </li>
                <li nr="c.">
                  <al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                        zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
                                        zwaarder dient te wegen;</al>
                </li>
                <li nr="d.">
                  <al>niet binnen een jaar van de vergunning gebruik wordt
                                        gemaakt;</al>
                </li>
              </lijst>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de
                                monumentencommissie.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Vergunning voor beschermd rijksmonument</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke
                                aanvraag om een vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de
                                monumentencommissie.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag
                                binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift.</al>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt
                                de monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15</nr>
            <titel>Schadevergoeding</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Indien en voorzover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge
                                van:</al>
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al>de weigering van het college een vergunning als bedoeld in
                                        artikel 10 te verlenen;</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>voorschriften door het college verbonden aan een vergunning
                                        als bedoeld in artikel 10; schade lijdt of zal lijden, die
                                        redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort
                                        te blijven kent het college hem op zijn aanvraag een naar
                                        billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</al>
                </li>
              </lijst>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de
                                verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel
                                49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige
                                toepassing.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>16</nr>
            <titel>Strafbepaling</titel>
          </kop>
          <al>Hij. die handelt in strijd met de artikelen 9 en 10 van deze verordening,
                        wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>17</nr>
            <titel>Toezichthouders</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de daartoe bij het besluit van het
                                college, dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>18</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op gemeentelijke
                                monumenten treedt zij in werking op de eerste dag na het verstrijken
                                van een termijn van zes weken na bekendmaking.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>De verordening, voor zover betreft bepalingen over gemeentelijke
                                monumenten, vervalt na bekendmaking daaromtrent;</al>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
                                rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde
                                in artikel 15, tweede lid van de Monumentenwet 1988.</al>
            </li>
            <li nr="4.">
              <al>De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de raad van 15
                                april 2004, voor zover het betreft bepalingen over beschermde
                                rijksmonumenten, vervalt op de datum waarop het derde lid toepassing
                                vindt;</al>
            </li>
            <li nr="5.">
              <al>De op grond van de ingevolge het tweede lid vervallen verordening
                                geregistreerde gemeentelijke monumenten worden geacht aangewezen te
                                zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.</al>
            </li>
            <li nr="6.">
              <al>De gemeentelijke monumenten, geregistreerd op de monumentenlijst van
                                de in het tweede lid genoemde vervallen verordening, worden geacht
                                geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze
                                verordening.</al>
            </li>
            <li nr="7.">
              <al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding
                                van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in
                                het tweede lid ingetrokken verordening.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>19</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Monumentenverordening Gemeente
                        Menaldumadeel".</al>
          <al/>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Menaldumadeel </al>
          <al>in zijn openbare vergadering van 5 oktober 2006;</al>
          <al/>
          <al>de griffier,</al>
          <al/>
          <al>de voorzitter,</al>
        </slotformulering>
      </regeling-sluiting>
      <bijlage/>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
