<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:xopus="http://www.xopus.com/xmlns/xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta>
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>24559_1</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Ligplaatsenverordening Menaldumadeel</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Menameradiel</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2015-05-19T08:29:14Z</dcterms:modified>
      <dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Menameradiel</dcterms:spatial>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:alternative>Ligplaatsverordening Menaldumadeel</dcterms:alternative>
      <dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 149 Gemeentewet</dcterms:source>
      <dcterms:issued>1998-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ynformaasje 25 februari - 10 maart 1999</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:publisher scheme="overheid:Gemeente">Menameradiel</dcterms:publisher>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>1999-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
        <al>Geen.</al>
      </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Op grond van artikel 28 Wet algemene regels herindeling is deze verordening per 1 januari 2020 vervallen.</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule/>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Menaldumadeel</al>
          <al/>
          <al>overwegende, dat het in het belang van de openbare orde, volksgezondheid,
                        veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente noodzakelijk is
                        regels te stellen met betrekking tot het aanleggen, ligplaats innemen en
                        ankeren van vaartuigen in de openbare wateren van de gemeente;</al>
          <al/>
          <al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.,
                        gelet op art. 149 van de Gemeentewet, </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>besluit:</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de volgende</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>LIGPLAATSENVERORDENING MENALDUMADEEL</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="23*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="76*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>a. vaartuig:</al>
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>naast het begrip vaartuig in de gebruikelijke zin van
                                            het woord een vaartuig zonder waterverplaatsing, een
                                            casco, een vaartuig in aanbouw en een vaartuig dat de
                                            geschiktheid tot varen of drijven heeft verloren, dan
                                            wel de overblijfselen daarvan;</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>b. aanleggen:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>naast het begrip vaartuig in de gebruikelijke zin van
                                            het woord een vaartuig zonder waterverplaatsing, een
                                            casco, een vaartuig in aanbouw en een vaartuig dat de
                                            geschiktheid tot varen of drijven heeft verloren, dan
                                            wel de overblijfselen daarvan;</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>c. ligplaats innemen:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van
                                            een vaartuig aan of op de oever, aan de
                                            oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor
                                            dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander
                                            vaartuig, anders dan voor aanleggen;</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>d. ankeren:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>het doen of laten liggen van een vaartuig anders dan aan
                                            of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een
                                            natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte
                                            voorziening of aan een ander vaartuig;</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>e. rietkraag:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>de met riet, biezen, lisdodden of soortgelijke planten
                                            (helofyten) begroeide oppervlakte;</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>f. rechthebbende:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>ieder die over enig goed enige zeggenschap heeft
                                            krachtens een zakelijk of persoonlijk recht of daarover
                                            enige feitelijke zeggenschap uitoefent.</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Ligplaats innemen</titel>
          </kop>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee ligplaats
                                in te nemen.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Het in lid 1 gestelde verbod is niet van toepassing op het innemen
                                van ligplaats:</al>
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al>met een vaartuig aan een krachtens artikel 13 of bij een
                                        geldend bestemmingsplan/als zodanig aangewezen ligoever dan
                                        wel in een bij geldend bestemmingsplan aangewezen haven of
                                        andere bij bestemmingsplan aangewezen gelegenheid die
                                        bestemd is om een vaartuig onder te brengen;</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>met een vaartuig, behorende tot een categorie vaartuigen,
                                        waarvoor het verbod door burgemeester en wethouders op grond
                                        van het gestelde in lid 3, buiten toepassing is
                                        verklaard.</al>
                </li>
              </lijst>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen (categorieën van) vaartuigen
                                aanwijzen waarop het in lid 1 gestelde verbod niet van toepassing
                                is.</al>
            </li>
            <li nr="4.">
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in lid 1 gestelde verbod
                                ontheffing verlenen.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Aanleggen</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee aan te
                                leggen in of aan een rietkraag of aan of op een krachtens artikel 14
                                als zodanig aangewezen oever.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al/>
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al>Onverminderd het bepaalde in lid 1, is het de rechthebbende
                                        op een vaartuig verboden, daarmee langer dan gedurende ten
                                        hoogste drie achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan op
                                        dezelfde plaats aan te leggen.</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht daarmee
                                        gedurende drie achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan
                                        op dezelfde plaats te hebben gelegen, indien dat vaartuig op
                                        die plaats door een met de uitvoering van de verordening
                                        belaste ambtenaar als bedoeld in artikel 16 wordt
                                        aangetroffen op enig tijdstip van de eerste van drje dagen
                                        en op enig tijdstip van de eerste dag na die drie
                                        dagen.</al>
                </li>
                <li nr="c.">
                  <al>De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht op dezelfde
                                        plaats te zijn gebleven indien het vaartuig binnen een
                                        straat van 500 meter - hemelsbreed gemeten - gerekend vanaf
                                        de in lid a bedoelde aanlegplaats wordt aangetroffen.</al>
                </li>
                <li nr="d.">
                  <al>Het is de rechthebbende op een vaartuîg verboden, met enig
                                        vaartuig binnen vijf dagen nadat het is verplaatst op de in
                                        lid 1, sub a, bedoelde plaats opnieuw aan te leggen.</al>
                </li>
              </lijst>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in lid 1 gestelde verbod
                                ontheffing verlenen voorzover het betreft een krachtens artikel 14
                                als zodanig aangewezen oever.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Aanleg-exces</titel>
          </kop>
          <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3, lid 1 en lid 2, is het de
                        rechthebbende op een vaartuig verboden daarmede op een plaats aan te leggen,
                        indien burgemeester en wethouders hem schriftelijk hebben medegedeeld, dat
                        zij het, met het oog op de verdeling van de beschikbare aanlegplaatsen,
                        onaanvaardbaar achten dat genoemde rechthebbende aldaar nog langer
                        aanlegt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Ankeren</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te ankeren
                                in een rietkraag of op een afstand van minder dan 5 meter vanuit een
                                rietkraag, in een krachtens artikel 14 als zodanig aangewezen water
                                of op een afstand van minder dan 5 meter vanuit een krachtens
                                artikel 14 als zodanig aangewezen oever.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Onverminderd het bepaalde in lid 1 is het de rechthebbende op een
                                vaartuig verboden daarmee te ankeren anders dan gedurende de tijd
                                die daadwerkelijk gebruikt wordt voor een permanent recreatief
                                verblijf op of in de omgeving van het vaartuig.</al>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in lid 1 en lid 2 gestelde
                                verbod ontheffing verlenen voorzover het betreft een krachtens
                                artikel 14 aangewezen water of oever.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Varen</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee door of in
                                een rietkraag te varen.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Onverminderd het bepaalde in lid 1 is het de rechthebbende op een
                                vaartuig verboden daarmee te varen in een krachtens artikel 14 als
                                zodanig aangewezen water.</al>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in lid 2 gestelde verbod
                                ontheffing verlenen.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Ontheffing/vergunning</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>De aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in de artikelen 2 lid 4,
                                3 lid 3, 5 lid 3 en 6 lid 3, alsmede een aanvraag tot wijziging,
                                aanvulling of intrekking van aan een vergunning of ontheffing
                                verbonden voorschrift, dient bij burgemeester en wethouders te
                                worden ingediend door gebruikmaking van een formulier, waarvan het
                                model door burgemeester en wethouders wordt vastgesteld.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Wanneer een ontheffing wordt verleend, geldt zij, indien in de
                                ontheffing of vergunning niet anders wordt bepaald, zowel voor de
                                aanvrager als voor zijn rechtverkrjgenden.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <al>Het is verboden te handelen in strijd met een aan een ontheffing of
                        vergunning verbonden voorschrift.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Aanleggen bij particulieren</titel>
          </kop>
          <al>Het is verboden aan een niet bij de overheid in beheer en onderhoud zijnde
                        wal of kade met een vaartuig aan te leggen tegen de duidelijk kenbaar
                        gemaakte wil van de rechthebbende, gebruiker of beheerder van die wal of
                        kade.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Ligplaats aan laad- of losplaats</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Het is verboden aan een bij de gemeente in beheer en onderhoud
                                zijnde laad-en losplaats met een vaartuig ligplaats in te nemen
                                anders dan ter onrniddelhjke lading of lossing</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het
                                eerste lid vervatte verbod.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <al>Het is verboden:</al>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al/>
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al>Met een vaartuig gebruik te maken van een bij de gemeente in
                                        beheer en onderhoud zijnde vaart, haven, kade, wal of
                                        beschoeiing, waarvoor burgemeester en wethouders door een
                                        aan het water geplaatst bord kenbaar gemaakt verbod tot het
                                        gebruik maken hebben ingesteld;</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>met een vaartuig van een bij de gemeente in beheer en
                                        onderhoud zijnde vaart, haven, kade, wal of beschoeiing, ten
                                        aanzien van het gebruik maken waarvan burgemeester en
                                        wethouders een door aan het water geplaatst bord kenbaar
                                        gemaakte beperkingen hebben vastgesteld, gebruik te maken in
                                        strijd met bepalingen, door dat college aan die beperking
                                        verbonden.</al>
                </li>
              </lijst>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het
                                eerste lid vervatte verbod.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Innemen ligplaats of varen</titel>
          </kop>
          <al>De schipper, eigenaar of gebruiker van een vaartuig, die in de gemeente
                        ligplaats inneemt of vaart is verplicht zich hierbij te gedragen naar de
                        aanwijzingen van de met het toezicht op de bij de gemeente in beheer of
                        onderhoud zijnde vaart, haven, kade wal of beschoeiing belaste
                        ambtenaar.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Procedure met betrekking tot de aanwijzing van ligoevers</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ligoevers aan te wijzen als
                                bedoeld in artikel 2 lid 2 sub a.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Bij de aanwijzing kan worden bepaald dat deze slechts gedurende een
                                bepaalde periode van kracht is en/of slechts voor één of meer
                                categorieën vaartuigen zal gelden.</al>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>Burgemeester en wethouders winnen, alvorens tot ter inzagelegging
                                als bedoeld in lid 4 over te gaan, het advies in van, zoveel
                                mogelijk, de publiekrechtelijke beheerder(s) van de betrokken
                                oever(s) en het (de) betrokken water(en).</al>
            </li>
            <li nr="4.">
              <al>Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste lid is
                                de in afdeling 3.4 van de Awb geregelde procedure van
                                toepassing.</al>
            </li>
            <li nr="5.">
              <al>In de aanwijzing zelf wordt het tijdstip bepaald waarop zij in
                                werking treedt.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Procedure met betrekking tot de aanwijzing van oevers en/of wateren waar het
                        verboden is aan te leggen, te ankeren of te varen</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd oevers en/of wateren aan te
                                wijzen als bedoeld in artikel 3, artikel 5 en artikel 6, waar het
                                verboden is aan te leggen, te ankeren of te varen.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Ten aanzien van het gebruik van de in lid 1 bedoelde bevoegdheid
                                zijn de leden 2 t/m 5 van artikel 13 van overeenkomstige
                                toepassing.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15</nr>
            <titel>Strafbepaling</titel>
          </kop>
          <al>Overtreding van een in deze verordening neergelegde verbodsbepaling wordt
                        bestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van
                        de tweede categorie.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>16</nr>
            <titel>Toezicht op de naleving van de verordening</titel>
          </kop>
          <al>Met het toezicht op de naleving van deze verordening zijn belast, behalve de
                        in artikel 141 van het Wetboek van Strafverordening genoemde ambtenaren, de
                        door burgemeester en wethouders aan te wijzen ambtenaren der gemeente.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>17</nr>
            <titel>Hogere regelgeving</titel>
          </kop>
          <al>De bepalingen van deze verordening gelden niet voorzover de Wet
                        milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement en de Wet beheer
                        Rijkswaterstaatswerken van toepassing</al>
          <al>is.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>18</nr>
            <titel>Overgangsbepaling</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Een ontheffing van een verbodsbepaling als bedoeld in artikel 2 lid
                                4, 3 lid 3, 5 lid 3 en 6 lid 3 van de Ligplaatsenverordening
                                Friesland wordt, voorzover het respectievelijk in artikel 2 lid 1, 3
                                lid 1, 5 lid 1, 5 lid 2 of 6 lid 2 van deze verordening bedoelde
                                verbod van toepassing is, geacht een ontheffing te zijn van het
                                verbod vervat in artikel 2 lid 4, 3 lid 3,5 lid 3 of 6 lid 3 van
                                deze verordening. De ontheffing blijft met de daaraan verbonden
                                voorschriften van kracht tot op het moment dat in de ontheffing zelf
                                is bepaald.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>De aanwijzing van oevers en/of wateren die heeft plaatsgevonden
                                overeenkomstig de procedure van de artikelen 9 en 10 van de
                                Ligplaatsenverordening Friesland wordt geacht een aanwijzing te zijn
                                krachtens de artikelen 13 en 14 van deze verordening.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>19</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening treedt in werking op het tijdstip van intrekking van de
                        Ligplaatsen-verordening Friesland</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>20</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Ligplaatsverordening
                        Menaldumadeel".</al>
          <al/>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Menaldumadeel in zijn
                        openbare vergadering van 17 december 1998</al>
          <al/>
          <al>de secretaris,</al>
          <al/>
          <al>de voorzitter</al>
        </slotformulering>
      </regeling-sluiting>
      <bijlage/>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
