<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta>
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>232417_1</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Verordening hoorcommissie 2010</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bellingwedde</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2012-12-03</dcterms:modified>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Streekblad 9 juni 2010</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:alternative>Verordening hoorcommissie 2010</dcterms:alternative>
      <dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:HTTP://WETTEN.OVERHEID.NL/BWBR0020449/GELDIGHEIDSDATUM_18-08-2014#HOOFDSTUK3">artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:HTTP://WETTEN.OVERHEID.NL/BWBR0005537/HOOFDSTUK3/AFDELING34/GELDIGHEIDSDATUM_12-08-2014">afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:HTTP://WETTEN.OVERHEID.NL/BWBR0005416/OPSCHRIFT/GELDIGHEIDSDATUM_18-08-2014">artikelen 84, 147 en 149 van de Gemeentewet</dcterms:source>
      <dcterms:source resourceIdentifier=""/>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
      <dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject>
      <dcterms:issued>2010-05-20</dcterms:issued>
      <dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-06-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Geen</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule>Verordening hoorcommissie 2010</intitule>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Nr. 8/11-2;</al>
          <al>De raad van de gemeente Bellingwedde: </al>
          <al>overwegende dat de raad een commissie kan instellen ter advisering over de </al>
          <al>afhandeling van ingediende zienswijzen op een ontwerpbestemmingsplan
                        waartegen zienswijzen kunnen worden ingediend; </al>
          <al>gelet op de door de gemeenteraad voornoemd aangenomen motie d.d. 28 januari
                        2010;</al>
          <al>gelet op: </al>
          <al>artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening, </al>
          <al>afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, </al>
          <al>artikelen 84, 147 en 149 van de Gemeentewet; </al>
          <al>besluit de volgende verordening vast te stellen: </al>
          <al>“Verordening hoorcommissie 2010”. </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label/>
            <nr>1.1</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: </al>
            <al>de raad: de gemeenteraad van Bellingwedde; </al>
            <al>commissie: hoor-en adviescommissie; </al>
            <al>zienswijze: een tegen een ontwerpbestemmingsplan ingediende zienswijze,
                        mondeling of schriftelijk; </al>
            <al>hoorzitting: een openbare bijeenkomst waar indieners van zienswijzen voor
                        kunnen worden uitgenodigd om hun zienswijzen mondeling aan de commissie toe
                        te lichten.</al>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label/>
            <nr>1.2</nr>
            <titel>De commissie</titel>
          </kop>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Inleidende bepaling</titel>
            </kop>
            <al>Zienswijzen ingediend bij de raad tegen een ontwerpbestemmingsplan,
                        waartegen zienswijzen kunnen worden ingediend, worden ter voorbereiding van
                        de beslissing van de raad ter advies in handen gelegd van een door de raad
                        ingestelde commissie. </al>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Samenstelling van de commissie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De commissie bestaat uit een op voordracht van elke fractie, per fractie
                            maximaal één raadslid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Op voordracht van elke fractie, wordt per fractie – indien mogelijk –
                            tevens één plaatsvervangend raadslid voor de commissie aangewezen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De leden en plaatsvervangende leden van de commissie worden door de raad
                            benoemd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en plaatsvervangend
                            voorzitter.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Bij afwezigheid van de voorzitter neemt zijn plaatsvervanger waar;
                            waarneming vindt plaats gedurende de volledige behandeling van een zaak.
                        </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>De commissie laat zich bijstaan door een ambtenaar van de gemeente
                            Bellingwedde, eventueel aangevuld met een externe deskundige. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Secretariaat</titel>
            </kop>
            <al>Het secretariaat van de commissie wordt door de griffie uitgevoerd. </al>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Zittingsduur</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De leden van de commissie worden voor de zittingsperiode van de raad
                            benoemd. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De leden van de commissie kunnen op eigen verzoek terugtreden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De leden van de commissie kunnen door de raad ontslagen worden, indien
                            sprake is van beëindiging van het raadslidmaatschap, bij plichtsverzuim
                            of het handelen in strijd met de verordening. </al>
            </lid>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label/>
            <nr>1.3</nr>
            <titel>Procedure</titel>
          </kop>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Ingediende zienswijze</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Op de ingediende zienswijze wordt de datum van ontvangst aangetekend.
                        </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Van een mondeling ingediende zienswijze wordt een kort schriftelijk
                            verslag gemaakt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het verslag, bedoeld in artikel 6, lid 2 van deze verordening, zal zo
                            spoedig mogelijk aan indiener worden toegezonden om te accorderen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Toezending ingediende zienswijzen aan de commissie</titel>
            </kop>
            <al>Ingediende zienswijzen worden met de daarbij behorende stukken door de
                        griffie na afloop van de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan in
                        handen van de commissie gesteld. </al>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Verstrekken van stukken en informatie aan de commissie</titel>
            </kop>
            <al>De raad, de griffie, het college en zijn organisatie zijn verplicht aan de
                        commissie alle stukken te overleggen en informatie te verschaffen
                        betreffende de zaak die onderwerp is van de ingediende zienswijze. </al>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Werkzaamheden commissie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De werkzaamheden van de commissie zijn inhoudelijk van aard en monden
                            uit in een schriftelijk advies aan de raad, vervat in een nota, waarin
                            wordt vermeld welke zienswijzen zijn binnengekomen, welke zienswijzen
                            ontvankelijk zijn, een samenvatting van de ontvankelijke zienswijzen,
                            een verslag van een eventueel gehouden hoorzitting, een advies over de
                            zienswijzen en een eventueel daaruit voortvloeiend voorstel tot
                            aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De commissie bespreekt in het eerste overleg een door de griffie
                            voorgesteld tijdpad met betrekking tot de te behandelen zaak en stelt
                            deze vast en houdt zich bij de behandeling van een zaak aan dit
                            vastgestelde tijdpad. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De (plaatsvervangend) voorzitter van de commissie stelt in overleg met
                            de griffier een voorstel op met betrekking tot de aanpak en de
                            taakverdeling van de te behandelen zaak, uitgaande van de meest
                            doelmatige wijze om tot een advies te komen. Dit voorstel wordt in het
                            eerste overleg van de commissie besproken en vastgesteld. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Keuze hoorzitting</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De commissie kan degene die tijdig een zienswijze kenbaar heeft gemaakt
                            bij de raad in de gelegenheid stellen vóór het besluit van de raad de
                            zienswijze mondeling toe te lichten in een hoorzitting. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De commissie bepaalt plaats en tijdstip van de hoorzitting waarin de
                            indieners van zienswijzen in de gelegenheid kunnen worden gesteld om hun
                            zienswijzen mondeling aan de commissie toe te lichten. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien de commissie het houden van een hoorzitting achterwege laat, doet
                            hij daarvan gemotiveerd mededeling aan de raad. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De (plaatsvervangend) voorzitter van de commissie nodigt de indieners
                            van zienswijzen ten minste één week voor de hoorzitting schriftelijk
                            uit. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>De hoorzitting van de commissie vindt in het openbaar plaats. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Schriftelijke verslaglegging hoorzitting</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Van een hoorzitting wordt een schriftelijk verslag opgesteld. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het verslag vermeldt de namen van de insprekers en hun hoedanigheid.
                        </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het verslag houdt een korte zakelijke vermelding in van wat is gezegd.
                        </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die
                            aan het verslag kunnen worden gehecht. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Het verslag wordt ondertekend door de (plaatsvervangend)
                            voorzitter.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Het verslag wordt als bijlage opgenomen in het advies van de commissie
                            over de ingediende zienswijzen aan de raad. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al>De insprekers ontvangen het verslag van de hoorzitting.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Advies commissie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het
                            door haar uit te brengen advies op basis van een vooraf ambtelijk
                            opgesteld pre-advies.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het pre-advies wordt tenminste één week voorafgaand aan de beraadslaging
                            van de commissie aan de leden van de commissie toegezonden. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen
                            advies.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>In het geval sprake is van een gelijk aantal stemmen wordt daarvan in
                            het advies melding gemaakt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Een lid mag een stemverklaring afleggen en verzoeken om deze
                            stemverklaring als bijlage op te nemen in het advies. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                            beslissing op de ingediende zienswijze(n) en daaruit voortvloeide
                            aanpassing van het ontwerpbesluit.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al>Het advies wordt door de (plaatsvervangend) voorzitter ondertekend.
                        </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>8.</lidnr>
              <al>De indieners van de zienswijzen ontvangen het advies van de
                            commissie.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label/>
            <nr>1.4</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Onvoorziene situaties of gevallen</titel>
            </kop>
            <al>In situaties of gevallen, waarin deze verordening niet voorziet, beslist de
                        commissie.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op de dag van publicatie. </al>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening hoorcommissie 2010”. </al>
          </artikel>
        </paragraaf>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Toelichting op de verordening hoorcommissie 2010</al>
          <al/>
          <al>Aldus besloten door de raad van de gemeente Bellingwedde</al>
          <al>In zijn openbare vergadering van 20 mei 2010.</al>
          <al>De griffier, De voorzitter, </al>
          <al>(mw. H.G. Stoel-Snater) (dhr. E.R. Triemstra)</al>
        </slotformulering>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Verordening hoorcommissie 2010</label>
          </kop>
          <al>
            <vet>Toelichting op de verordening hoorcommissie 2010</vet>
          </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>2.1 Algemeen </label>
          </kop>
          <al>Op basis van de gemeentewet heeft de raad een verordenende bevoegdheid. De
                        raad kan dus een eigen hoorcommissie instellen, bestaande uit zowel
                        raadsleden als externe leden. De Wet ruimtelijke ordening kent een aantal
                        procedurevoorschriften voor de behandeling van zienswijzen, ingediend op een
                        ontwerpbestemmingsplan.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>2.2 Artikelsgewijze toelichting </label>
          </kop>
          <al/>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 1 Begripsbepalingen</label>
          </kop>
          <al>Dit artikel geeft aan wat onder de verschillende termen wordt verstaan.
                    </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 2 Inleidende bepaling </label>
          </kop>
          <al>Dit artikel bepaalt door wie zienswijzen, ingediend bij de raad over een ter
                        inzage gelegd ontwerpbestemmingsplan, waartegen zienswijzen kunnen worden
                        ingediend, worden afgehandeld. Het bepaalt daarmee tevens de bevoegdheid van
                        de commissie. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 3 Samenstelling van de commissie </label>
          </kop>
          <al>Op grond van artikel 84, eerste lid van de Gemeentewet kan de raad
                        commissies instellen, anders dan raadscommissies ter voorbereiding van
                        besluitvorming en bestuurscommissies. Volgens de raad doet een hoorcommissie
                        recht aan een goede beoordeling van de ingediende zienswijzen en aan de wens
                        de betrokkenheid van de raad bij het hoor- en advieswerk. Dit artikel geeft
                        een aantal spelregels voor de algemene samenstelling van de commissie en de
                        wijze waarop deze wordt samengesteld. In het artikel is tevens opgenomen dat
                        de commissie zich door een ambtenaar van de gemeente laat bijstaan. De reden
                        hiervan is het belang van de aanwezigheid van inhoudelijk expertise over het
                        bestemmingsplan. In sommige situaties kan het wenselijk zijn om de
                        ambtelijke ondersteuning aan te vullen met een externe deskundige. Met een
                        extern deskundige wordt bedoeld een externe deskundige die betrokken is
                        geweest bij de totstandkoming van het ontwerpbestemmingsplan. Dit kan iemand
                        van het stedenbouwkundig bureau zijn, dat het ontwerpbestemmingsplan heeft
                        opgesteld of een deskundige die betrokken is geweest bij (deel)onderzoeken
                        ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 4 Secretariaat </label>
          </kop>
          <al>De commissie moet procedureel en administratief worden ondersteund bij haar
                        taken. Om korte lijnen in de organisatie te bevorderen is de griffie de
                        meest logische keuze voor ondersteuning van de commissie. Het gaat hierbij
                        alleen om dit type ondersteunende werkzaamheden. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 5 Zittingsduur </label>
          </kop>
          <al>De leden van de commissie worden benoemd voor de zittingsperiode van de
                        raad. De periode van vier jaar is niet wettelijk voorgeschreven, maar komt
                        voort uit het feit dat een zekere mate van continuïteit dient te zijn
                        gewaarborgd. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 6 Ingediende zienswijze</label>
          </kop>
          <al>Dit artikel regelt de ontvangst van ingediende zienswijzen. De datum van
                        ontvangst en poststempel spelen een rol bij het bepalen of een ingediende
                        zienswijze wel of niet ontvankelijk is. Een zienswijze is pas ontvankelijk
                        als deze tijdig is ingediend voor het einde van de termijn van
                        terinzagelegging. Dit is geregeld in artikel 6:9 van de Algemene wet
                        bestuursrecht. </al>
          <al>Voor het indienen van zienswijzen is de procedure als beschreven in afdeling
                        3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het verdient
                        aanbeveling om bij grensgevallen naast aantekening van de datum van
                        ontvangst op de ingediende zienswijze, de envelop waarin het is verzonden te
                        bewaren, gelet op het belang van de datum van de poststempel en ter
                        voorkoming van onnodige geschillen over de ontvankelijkheid (zie artikel 6:9
                        van de Algemene wet bestuursrecht). </al>
          <al>Een per fax verzonden bezwaarschrift dient vóór 24.00 uur van de laatste dag
                        van de termijn te zijn ingediend. Op grond van jurisprudentie moet het faxen
                        zijn aangevangen vóór 24.00 uur. Het risico van storingen in zowel de
                        zendende als de ontvangende faxapparatuur is voor de verzender.</al>
          <al>Aan het verslag van de mondeling ingediende zienswijze stelt de Algemene wet
                        bestuursrecht geen speciale eisen. Een zakelijke weergave van het gezegde
                        volstaat. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 7 Toezending ingediende zienswijzen aan de commissie</label>
          </kop>
          <al>De zienswijzen worden gericht aan de raad en door de griffie ontvangen. De
                        griffie draagt zorg voor het doorsturen van de zienswijzen naar de
                        commissie, zodat de commissie de zienswijzen kan behandelen. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 8 Verstrekken van stukken aan de commissie</label>
          </kop>
          <al>Raad, college en de hun ondersteunende diensten moeten de leden van de
                        commissie alle relevante stukken verstrekken en informatie geven opdat de
                        commissie de ingediende zienswijzen op een juiste wijze kan beoordelen.
                    </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 9 Werkzaamheden commissie</label>
          </kop>
          <al>De inhoudelijke werkzaamheden van de commissie zijn niet nader in de
                        verordening bepaald. Dit wordt grotendeels door de commissieleden zelf
                        ingevuld. Wel is aangegeven dat de werkzaamheden moeten leiden tot een
                        schriftelijk advies aan de raad met vermelding wat in het advies in ieder
                        geval vermeld dient te worden. In grote lijnen zullen de volgende
                        werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door de commissie in samenwerking met
                        de griffie: </al>
          <al>de commissie bepaalt of een hoorzitting zal worden gehouden en of deze
                        vooraf zal worden aangekondigd of via het versturen van uitnodigingen na
                        afloop van de termijn voor terinzagelegging; </al>
          <al>de commissie nodigt – voor zover nodig – de indieners van zienswijzen uit
                        voor de hoorzitting met het verzoek zich te melden indien zij gebruik willen
                        maken van de mogelijkheid om gehoord te worden; </al>
          <al>de griffie legt alle zienswijzen ter inzage in de kamer van de raadsgriffier
                        en verzorgt voor de commissie kopieën van zienswijzen die in de hoorzitting
                        mondeling toegelicht zullen worden; </al>
          <al>de griffie begeleidt de feitelijke hoorzitting; </al>
          <al>de griffie begeleidt de besloten beraadslaging(en) van de commissie, waarin
                        gekomen wordt tot de formulering van het advies aan de gemeenteraad; </al>
          <al>het advies van de commissie wordt aangeboden aan het college van
                        burgemeester en wethouders voor een reactie hierop; </al>
          <al>het ontwerpbestemmingsplan wordt geagendeerd voor de raadscommissie: bij de
                        stukken wordt het advies van zowel de commissie als de reactie daarop van
                        het college van burgemeester en wethouders gevoegd. </al>
          <al>Bij dit artikel is ook een bepaling opgenomen, die stelt dat het
                        vastgestelde tijdpad leidend is. De onderhavige bepaling verlangt van de
                        (plaatsvervangend) voorzitter van de commissie dat hij erop toeziet dat de
                        wettelijk verplichte termijn voor de raad om tot besluitvorming te komen kan
                        worden gehaald. Uitstel is niet mogelijk, omdat dit leidt tot wettelijke
                        sancties, zoals het niet kunnen innen van leges. Daarnaast is gesteld dat de
                        (plaatsvervangend) voorzitter van de commissie de taken verdeelt en de
                        aanpak regelt, waarbij vermeden moet worden dat zaken dubbel of door allen
                        worden gedaan. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 10 Keuze hoorzitting</label>
          </kop>
          <al>Het houden van een hoorzitting waarin indieners van zienswijzen mondeling
                        hun ingediende zienswijzen op een ontwerpbestemmingsplan toelichten is niet
                        meer wettelijk verplicht volgens de Wet ruimtelijke ordening. Wel kent de
                        wet een “hoorplicht”, dat inhoudt dat belanghebbenden in de gelegenheid
                        moeten worden gesteld om een zienswijze naar voren te brengen (artikel 4:8
                        Algemene wet bestuursrecht). Dit naar voren brengen kan zowel schriftelijk
                        als mondeling gebeuren (artikel 4:9 Algemene wet bestuursrecht). </al>
          <al>Echter het mondeling naar voren brengen van een zienswijze impliceert niet
                        het houden van een hoorzitting. Dit zijn twee verschillende zaken. De
                        hoorzitting dient dus niet te worden verward met de “hoorplicht”. </al>
          <al>De raad hecht echter belang aan inspraak voor de inwoners van de gemeente
                        Bellingwedde. Dit betekent dat de commissie zoveel mogelijk een hoorzitting
                        dient te houden indien zienswijzen zijn ingediend. Het kan echter voorkomen
                        dat door de nieuwe wettelijke termijnen waarbinnen de raad een beslissing
                        moet nemen over de vaststelling van het bestemmingsplan het voor de
                        commissie praktisch niet mogelijk is om binnen die termijn ook nog een
                        hoorzitting te realiseren. De commissie zal aan de raad gemotiveerd moeten
                        aangeven als wordt afgezien van het houden van een hoorzitting. Om deze
                        reden is het houden van een hoorzitting in dit artikel als een keuze
                        opgenomen. De indieners van zienswijzen worden uiterlijk een week
                        voorafgaand aan de hoorzitting uitgenodigd. </al>
          <al>De hoorzitting is altijd openbaar. Een reden voor een besloten hoorzitting
                        is op grond van de Wet openbaarheid van bestuur niet aanwezig. De
                        hoorzitting dient te worden onderscheiden van de beraadslaging van de
                        commissie, die wel achter gesloten deuren plaatsvindt. De beraadslagingen
                        van de commissie zullen echter moeten leiden tot een openbaar advies aan de
                        raad over de ingekomen zienswijzen. De beraadslaging van de commissie over
                        het advies vindt plaats op basis van een vooraf ambtelijk opgestelde
                        pre-advies.</al>
          <al>De keuze voor een hoorzitting is dus vrij. Het achterwege laten van de
                        “hoorplicht” daarentegen niet. Laatstgenoemde mag alleen op wettelijke
                        gronden achterwege worden gelaten: (1) vereiste spoed, (2) de belanghebbende
                        reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te
                        brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben
                        voorgedaan of (3) het beoogde doel alleen bereikt kan worden indien
                        belanghebbende niet reeds vooraf op de hoogte is gesteld. Dit is geregeld in
                        artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 11 Schriftelijke verslaglegging hoorzitting</label>
          </kop>
          <al>Aan de verslaglegging worden in de wet geen eisen gesteld. Dit staat
                        overigens niet in de weg dat hiervoor in de praktijk gekozen wordt voor een
                        vaste procedure. </al>
          <al>Uit het verslag zal duidelijk moeten blijken wie in welke hoedanigheid
                        aanwezig was en wat door hen naar voren is gebracht. In het kader van de
                        openbaarheid wordt het verslag van de hoorzitting als bijlage opgenomen in
                        het advies van de commissie aan de raad. Het verslag speelt ook een rol bij
                        de beraadslagingen van de commissie en kan van belang zijn als een lid
                        afwezig is geweest tijdens de hoorzitting. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 12 Advies commissie</label>
          </kop>
          <al>De hoorzitting is openbaar; de bedoelde beraadslaging vindt achter gesloten
                        deuren plaats. De advisering dient plaats te vinden door een voltallige
                        commissie. Hoe het advies tot stand komt, is niet voorgeschreven. Een
                        adviescommissie mag alleen adviseren: ze kan geen (gedelegeerde)
                        beslisbevoegdheid krijgen. Het verslag van de hoorzitting maakt als bijlage
                        deel uit van het advies van de commissie, dat schriftelijk wordt
                        uitgebracht. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 13 Citeertitel</label>
          </kop>
          <al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening hoorcommissie
                        2010”. </al>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
