<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xml:lang="nl-NL" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>227086_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Brandbeveiligingsverordening 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Naarden</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-10-23</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="www.naarden.nl">gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:source resourceIdentifier="www.wetten.nl">artikel 3 van Wet veiligheidsrisico's</dcterms:source><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:alternative>Brandbeveiligingsverordening 2012</dcterms:alternative><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>2022-09-26</dcterms:issued></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2022-10-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-04-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV12.029</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Brandbeveiligingsverordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>﻿De raad van de gemeente Naarden;</al><al>De raad van de gemeente Naarden;</al><al> </al><al>Gezien de ledenbrief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, dd 13</al><al>februari 2012 (zie bijlage)</al><al> </al><al>Gelet op artikel 3 van Wet veiligheidsrisico's en de aanpassing daarop (Stb.</al><al>2012, 145 en 146) en het Bouwbesluit 2012 (Stb.2011, 416 en 676)</al><al> </al><al>Besluit vast te stellen de volgende verordening tot wijziging van de</al><al>brandbeveiligingsverordening nummer RV12.029.</al><al> </al><al>b e s l u i t :</al><al> </al><al>Brandbeveiligingsverordening 2012 en toelichting</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. een inrichting: een voor mensen toegankelijke ruimtelijk begrensde</al><al>plaats voor zover die geen bouwwerk is;</al><al>b. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,</al><al>metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij</al><al>direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect</al><al>steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Gebruiksvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verbodsbepaling</titel></kop><al>1. Het is verboden zonder of in afwijking van een door het college</al><al>verleende gebruiksvergunning een</al><al>inrichting in gebruik te hebben of te houden, voor zover daarin:</al><al>a. meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn of,</al><al>b. aan meer dan 10 personen bedrijfsmatig of in het kader van</al><al>verzorging nachtverblijf zal worden verschaft of,</al><al>c. aan meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar, of aan meer</al><al>dan 10 lichamelijk of geestelijk gehandicapte personen</al><al>dagverblijf zal worden verschaft.</al><al>2. Het college kan aan de gebruiksvergunning voorwaarden verbinden</al><al>met inachtneming van het gestelde in de artikelen 4 en 5.</al><al>3. Het college kan aan de gebruiksvergunning nieuwe voorwaarden</al><al>verbinden en gestelde voorwaarden wijzigen of intrekken, indien hetbelang waarvoor de gebruiksvergunning is verleend dit vereist op grond</al><al>van een verandering va inzichten of verandering van de</al><al>omstandigheden gelegen buiten de inrichting, opgetreden na het</al><al>verlenen van de gebruiksvergunning</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Weigering</titel></kop><al>Het college weigert een gebruiksvergunning, indien de in de aanvraag vermelde</al><al>wijze van gebruik van de inrichting niet brandveilig is en door het stellen van</al><al>voorschriften ook niet kan worden bereikt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Het bestrijden van brand en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en brandgevaar</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Gebruikseisen</titel></kop><al>De eisen gesteld aan het brandveilig gebruik van bouwwerken in de artikelen</al><al>1.16. 1.17 en 6.5 en in de afdelingen 6.5. 6.6, 7.1 en 7.2 van het Bouwbesluit</al><al>2012 (Stb. 2011, 416 en 676) zijn van overeenkomstig toepassing op</al><al>vergunningplichtige en niet vergunningplichtige inrichtingen</al><al> </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Het bestrijden van brand en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Brandveiligheidsvoorzieningen</titel></kop><al>De eisen gesteld aan het brandveilig gebruik van bouwwerken in de afdelingen</al><al>6.7 en 6.8 van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011, 416 en 676) zijn, met</al><al>uitzondering van de artikelen 6.28, 6.29 en 6.39, van overeenkomstig</al><al>toepassing op vergunningplichtige en niet vergunningplichtige inrichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Melden van brand en broei</titel></kop><al>Ieder die brand of broei ontdekt of deze vermoedt, is verplicht dit onmiddellijk</al><al>aan de brandweer te melden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Bossen, heidevelden, venen</titel></kop><al>De eigenaar van een aaneengesloten of vrijwel aaneengesloten opstand die</al><al>voor meer dan de helft bestaat uit naaldhout, een heideveld, een veen of een</al><al>ander erf of terrein, voor zover niet bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b van</al><al>de Woningwet, en dat met brandbare gewassen is begroeid, is verplicht de</al><al>voorschriften op te volgen, die het college geeft tot het voorkomen van brand</al><al>en het beperken van de gevolgen van brand.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Bestuurlijke boete</titel></kop><al>Het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze verordening wordt</al><al>opgedragen aan ambtenaren van de Regionale Brandweer organisatie Gooi &amp;</al><al>Vechtstreek en daartoe door het college aangewezen ambtenaren</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Brandbeveiligingsverordening van 2010 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>1. Vergunningen die zijn verleend onder werking van de</al><al>Brandbeveiligingsverordening 2010 en die</al><al>van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze</al><al>verordening worden aangemerkt als vergunning krachtens deze</al><al>verordening.</al><al>2. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening</al><al>een aanvraag om vergunning op grond van de</al><al>Brandbeveiligingsverordening 2010 is ingediend waarop nog niet is</al><al>beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.</al><al>3. Op bezwaarschriften gericht tegen een beschikking op een aanvraag</al><al>om vergunning krachtens de Brandbeveiligingsverordening 2010 wordt</al><al>beslist met toepassing van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt één dag na publicatie in de ‘Naarder Nieuws’ in</al><al>werking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Brandbeveiligingsverordening 2012.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Nieuwe Toelichting</titel></kop><al>Algemeen</al><al>De wetgever kondigt in de Wet veiligheidsregio's en de aanpassing daarop in</al><al>artikel 3, derde lid, een algemene maatregel van bestuur aan over het</al><al>brandveilig gebruik van voor mensen toegankelijke ruimten, niet zijnde</al><al>bouwwerken. Deze amvb neemt als het ware de plaats in van de</al><al>brandbeveiligingsverordening (TK, vergaderjaar 2008-2009, 31 968, nr. 8, p.7).</al><al>Naar verwachting treedt deze amvb pas op zijn vroegst medio 2012 in werking.</al><al>Tot die tijd moet op grond van de Wet veiligheidsregio's in elke gemeente een</al><al>4</al><al>brandbeveiligingsverordening van kracht zijn.</al><al>Als een gemeente na het in werking treden van de Wet veiligheidsregio’s (op 1</al><al>oktober 2010) nog geen nieuwe brandbeveiligingsverordening heeft vastgesteld</al><al>is zij verplicht dit alsnog te doen. De op de Brandweerwet 1985 gebaseerde</al><al>brandbeveiligingsverordening is namelijk van rechtswege bij de</al><al>inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio's vervallen.</al><al>De voorliggende modelregeling is, gezien het tijdelijk karakter (tot de</al><al>inwerkingtreding van de amvb) terughoudend van aard.</al><al>De regeling is aangepast aan de Wet veiligheidsregio's en de Dienstenrichtlijn.</al><al>De verordening bevat tevens regels voor de bestuurlijke boete.</al><al>Brandbeveiligingsverordening is vangnet</al><al>De brandbeveiligingsverordening mag niet regelen voor zover daarin bij of</al><al>krachtens enig ander (hoger) wettelijk voorschrift is voorzien. Hierop moet bij</al><al>het stellen van regels nauwlettend worden toegezien. Feitelijk moet de</al><al>gemeente zich telkens weer afvragen in hoeverre een wettelijk voorschrift al</al><al>voorziet of mede (indirect) voorziet in de brandveiligheid die in de Wet</al><al>veiligheidsregio's als opdracht aan het college is gegeven. In zo'n geval gaat dat</al><al>wettelijk voorschrift voor op de brandbeveiligingsverordening. Met andere</al><al>woorden: de brandbeveiligingsverordening is een vangnet voor</al><al>brandveiligheidvoorzieningen die noodzakelijk zijn maar waarvoor geen</al><al>wettelijke basis voorhanden is. Voordat een gemeente op basis van de</al><al>brandbeveiligingsverordening eisen kan stellen moet er onderzoek plaatsvinden</al><al>naar wettelijke voorschriften die mogelijk van toepassing zouden kunnen zijn en</al><al>van rechtswege voorrang hebben. In de dagelijkse praktijk is er natuurlijk een</al><al>aantal standaardgevallen waarbij van tevoren duidelijk is hoe zaken liggen.</al><al>Onderwerp van de regeling: objecten die geen bouwwerk zijn</al><al>De brandbeveiligingsverordening is een vangnet, restregelgeving, zij regelt de</al><al>brandveiligheid die niet op een andere manier wettelijk is geregeld. Dit is</al><al>weliswaar een beperking, maar wel van een onbepaald onderwerp. Bij het</al><al>gebruiksvergunningensysteem van de brandbeveiligingsverordening gaat het</al><al>namelijk om objecten die geen bouwwerken zijn: 'niet-bouwwerken'.</al><al>Het kan gaan om bijvoorbeeld een los met de wal verbonden drijvend hotel, een</al><al>drijvende discotheek of een tijdelijke tent. Het onderwerp is vooraf niet te</al><al>bepalen.</al><al>De omschrijving in de Wet veiligheidsregio's zelf kent een beperking van doel,</al><al>n.l. brandveiligheid, maar (behalve door andere wettelijke voorschriften) geen</al><al>beperking van object.</al><al>De omschrijving is van toepassing op de gehele omgeving.</al><al>Voor een dergelijk object is het vanwege het feit dat niet van tevoren duidelijk</al><al>is waarom het gaat, moeilijk concrete regels te maken. Veel objecten lijken</al><al>echter op bekende bouwwerken.</al><al>Overeenkomstig daaraan kunnen eisen worden gesteld, afhankelijk van de</al><al>specifieke situatie.</al><al>5</al><al>Als voorbeeld dient een bouwwerk dat op de grond staat. Hiervoor zijn in elk</al><al>geval het Bouwbesluit 2012 en de bouwverordening ex de Woningwet van</al><al>toepassing. Door de definitie van het begrip bouwwerk in de bouwverordening</al><al>en de toepassing ervan in het Bouwbesluit 2012 is een constructie die drijft op</al><al>het water meestal geen bouwwerk in de zin van de Woningwet en afgeleide</al><al>regelgeving. Voor een met de grond verbonden object is de Woningwet het</al><al>juridisch kader. Voor hetzelfde object dat drijft is de</al><al>brandbeveiligingsverordening het juridisch kader (voor de brandveiligheid). Een</al><al>ander voorbeeld: een tent die langdurig op dezelfde plaats staat kan een</al><al>bouwwerk zijn (Woningwet van toepassing), terwijl diezelfde tent tijdens een</al><al>kortdurende periode een 'niet-bouwwerk' is, waarvoor op grond van de</al><al>brandbeveiligingsverordening eisen moeten worden gesteld.</al><al>Over de lastige vraag: wanneer is een object een bouwwerk volgt hieronder,</al><al>mede aan de hand van staande jurisprudentie, een toelichting.</al><al>Bouwwerk of geen bouwwerk, open erf en terrein</al><al>De Woningwet heeft een grote invloed op de reikwijdte van de</al><al>brandbeveiligingsverordening, deze wet bevat de wettelijke grondslag voor</al><al>voorschriften betreffende het bouwen, de staat van bestaande bouwwerken en</al><al>standplaatsen en het gebruik van bouwwerken. Het Bouwbesluit 2012 regelt</al><al>ook het gebruik van open erven en terreinen en de staat, waarin deze zich</al><al>moeten bevinden. De beperking die de Woningwet en het Bouwbesluit 2012</al><al>opleggen, als hogere regelingen, zit in de begrippen bouwwerk, open erf en</al><al>terrein.</al><al>Bouwwerk</al><al>Een definitie van het begrip bouwwerk geeft de Woningwet niet, de VNG houdt</al><al>in de modelbouwverordening een in de jurisprudentie aanvaarde definitie aan:</al><al>bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander</al><al>materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de</al><al>grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond,</al><al>bedoeld om ter plaatse te functioneren.</al><al>Aan de hand van de vier elementen van de definitie van het begrip bouwwerk</al><al> 1) constructie,</al><al> 2) van enige omvang,</al><al> 3) met de grond verbonden,</al><al> 4) bedoeld om ter plaatse te functioneren</al><al>wordt bepaald of een object een bouwwerk is of niet.</al><al>Over het begrip bouwwerk bestaat een uitgebreide jurisprudentie, het is niet</al><al>zonder meer duidelijk wanneer aan de vier voorwaarden wordt voldaan om tot</al><al>de conclusie te komen dat een object een bouwwerk is.</al><al>De jurisprudentie is te omvangrijk en te casuïstisch om hier weer te geven. Een</al><al>uitgebreide opsomming van jurisprudentie staat in de toelichting op de</al><al>modelbouwverordening van de 'Standaardregelingen in de bouw' (Sdu uitgevers</al><al>bv, Den Haag).</al><al>6</al><al>Open erf en terrein</al><al>Bouwwerken vallen niet onder de werking van de brandbeveiligingsverordening,</al><al>ook sommige open erven en terreinen vallen niet onder de werking van de</al><al>verordening. Het Bouwbesluit 2012 voorziet hierin. Hiervoor kunnen dus geen</al><al>eisen worden gesteld op grond van de brandbeveiligingsverordening.</al><al>De begripsomschrijving van erf is overgenomen uit het Besluit omgevingsrecht</al><al>(Bor) dat op 1 oktober 2010 in werking is getreden. Die omschrijving is afgeleid</al><al>uit de jurisprudentie (zie ABRvS 15 september 1997, LJN: AA3601, AB 1998,</al><al>5).</al><al>Uitgangspunt is dat het gehele perceel bij een hoofdgebouw in beginsel als erf</al><al>kan worden aangemerkt. Echter uit de systematiek van een bestemmingsplan</al><al>of beheersverordening kan voortvloeien dat bepaalde verder van het</al><al>hoofdgebouw afgelegen delen van een perceel niet als erf aangemerkt kunnen</al><al>worden. Dit zal in beginsel uitsluitend het geval kunnen zijn bij percelen van</al><al>een aanzienlijke omvang, veelal gelegen buiten de bebouwde kom. Bij</al><al>dergelijke omvangrijke percelen geven bestemmingsplannen of</al><al>beheersverordeningen soms regels die het perceel onderverdeelt in een</al><al>bouwblok of bestemming, waarbinnen het hoofdgebouw met bijbehorende aanen</al><al>uitbouwen en bijgebouwen gebouwd kunnen worden en waar een verdere</al><al>inrichting kan plaatsvinden als buitenruimte behorende bij het hoofdgebouw.</al><al>Onder een terrein wordt verstaan een bij een bouwwerk behorend onbebouwd</al><al>perceel, of gedeelte daarvan, niet zijnde een erf. Om als terrein in de zin van de</al><al>bouwverordening te kunnen worden aangemerkt, moet dus aan vier</al><al>voorwaarden zijn voldaan: 1) het is een perceel grond, 2) dat onbebouwd is, 3)</al><al>dat bij een bouwwerk hoort en 4) dat geen erf is.</al><al>Gebruiksvergunning voor een inrichting</al><al>De brandbeveiligingsverordening kent een gebruiksvergunningenstelsel voor die</al><al>situaties die uit een oogpunt van brandveiligheid meer dan gebruikelijke</al><al>aandacht nodig hebben. Gezien de onbepaaldheid van de situaties is niet</al><al>gekozen voor een meldingsplicht i.p.v. vergunningplicht, omdat tussen die</al><al>situaties dan bij voorbaat onderscheid gemaakt moet worden. Daarnaast staan</al><al>in de brandbeveiligingsverordening gebruiksvoorwaarden waaraan altijd moet</al><al>worden voldaan.</al><al>Voor het stellen van eisen via een vergunning of via de directe werking van de</al><al>verordening is het nodig dat de situatie waarop de vergunning of eisen van</al><al>toepassing zijn, is afgebakend: een ruimtelijk begrensde plaats, voor zover die</al><al>geen bouwwerk is. Kortheidshalve is gekozen voor een begrip: inrichting.</al><al>Het is duidelijk dat voor een zo grote verscheidenheid aan situaties het niet</al><al>goed mogelijk is concrete eisen te stellen. Om dezelfde reden is het aanvragen</al><al>van een vergunning vormvrij.</al><al>Het Bouwbesluit 2012 geeft richtlijnen voor de te stellen voorwaarden.</al><al>Aan een los aangemeerde drijvende hotelboot bijvoorbeeld (niet-bouwwerk)</al><al>kunt u dezelfde brandveiligheidseisen stellen als aan een vast met de wal</al><al>verbonden drijvende hotelboot (bouwwerk in de zin van de bouwverordening en</al><al>de Woningwet).</al><al>7</al><al>Wabo</al><al>De zo grote verscheidenheid aan situaties die kunnen voorkomen is de reden</al><al>dat er voor gekozen is de modelbrandbeveiligingsverordening niet aan te haken</al><al>aan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al><al>Dienstenrichtlijn</al><al>De modelbrandbeveiligingsverordening is aangepast aan de Dienstenrichtiijn.</al><al>Toezicht op de naleving</al><al>Het toezicht op de naleving van de brandbeveiligingsverordening berust</al><al>krachtens artikel 61 van de Wet veiligheidsregio's bij door burgemeester en</al><al>wethouders opgedragen ambtenaren.</al><al>De minister van Veiligheid en Justitie wijst op grond van artikel 65 van de Wet</al><al>veiligheidsregio's de ambtenaren aan belast met de opsporing van strafbare</al><al>feiten.</al><al>Bestuurlijke boete</al><al>De Wet veiligheidsregio's geeft de raad van een gemeente de bevoegdheid om,</al><al>indien de raad dat wenst, bij verordening te bepalen dat een bestuurlijke boete</al><al>wordt opgelegd voor overtreding van regels gesteld krachtens artikel 3, tweede</al><al>lid (brandbeveiligingsverordening) en derde lid (algemene maatregel van</al><al>bestuur, deze is nog niet opgesteld) van de wet. Het maximum bedrag van de</al><al>boete mag niet hoger zijn dan het bedrag, genoemd in de</al><al>Arbeidsomstandighedenwet artikel 34, vierde lid onder 1 °. Het bedrag dat daar</al><al>is genoemd, bedraagt in 2011 € 9.000.</al><al>De Wet veiligheidsregio's geeft geen verdere beschrijving van de uitvoering van</al><al>deze sanctie, zodat de gemeente alleen met de Awb rekening hoeft te houden.</al><al>Een alternatief artikel is aan het model van de verordening toegevoegd.</al><al>Strafbepaling</al><al>Overtreding van de regels van deze verordening wordt op grond van artikel 64</al><al>eerste lid van de Wet veiligheidsregio's gestraft met hechtenis van ten hoogste</al><al>een jaar of geldboete van de derde categorie. De wetgever heeft hier een</al><al>sluitende regeling beoogd, zodat er geen ruimte is voor een regeling op dit</al><al>gebied in de verordening zelf.</al><al>Overgangsrecht</al><al>In het artikel is twee keer de brandbeveiligingsverordening genoemd, omdat</al><al>het nodig kan zijn dat vergunningen op grond van de</al><al>brandbeveiligingsverordening van voor 2008 en die van 2010 nog van kracht</al><al>moeten zijn.</al><al>Intrekken, vervallen regeling</al><al>8</al><al>De brandbeveiligingsverordening die nog gebaseerd is op de Brandweerwet</al><al>1985, is van rechtswege vervallen op het moment van inwerkingtreding van de</al><al>Wet veiligheidsregio's (1 oktober 2010).</al><al>De intrekking moet worden bekendgemaakt op de in artikel 144 Gemeentewet</al><al>genoemde wijze.</al><al>Bekendmaking</al><al>De bekendmaking van deze wijzigingsverordening dient op een zodanig tijdstip</al><al>plaats te vinden dat de verordening op het moment van inwerkingtreding van</al><al>het Bouwbesluit 2012 in werking kan treden. Dit kan:</al><al> a. door plaatsing in het op een algemeen toegankelijke wijze uit te</al><al>geven gemeenteblad;</al><al> b. bij gebreke van een gemeenteblad, door terinzagelegging voor de tijd</al><al>van twaalf weken op de gemeentesecretarie of op een andere door het</al><al>college te bepalen plaats en door het doen van mededeling daarvan in</al><al>een plaatselijk verschijnend dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad. Voor de</al><al>wijze van elektronische bekendmaking zie:</al><al>http://www.vng.nl/smartsite.dws?id=68223&amp;it=2#tocBK_37</al><al>Intrekken vergunning</al><al>De modelbrandbeveiligingsverordening kent geen bepaling om een vergunning</al><al>in te trekken. De reden hiervoor is dat een intrekkingsbepaling de gemeente</al><al>onnodig beperkt, immers in een bepaling liggen de gronden vooraf vast. De</al><al>aard van de verordening brengt met zich mee dat van te voren niet duidelijk is</al><al>welke gronden voldoende zullen zijn. Bij een verordening die geen</al><al>intrekkingsgrond kent is er sprake van een geïmpliceerde bevoegdheid: de</al><al>bevoegdheid om de beschikking te geven brengt ook de bevoegdheid mee om</al><al>deze weer in te trekken of te wijzigen mits daarvoor valide redenen bestaan. Dit</al><al>hangt af van de omstandigheden. Denk bijvoorbeeld aan onjuistheid van de</al><al>beschikking.</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering</al><al>der gemeente Naarden, gehouden op woensdag 26 september 2012.</al><al>de voorzitter,</al><al>de griffier,</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>