<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21411_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Brandbeveiligingsverordening Overbetuwe</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Betuwe, 31-10-2001</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Brandbeveiligingsverordening Overbetuwe</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Brandweerwet 1985, art. 12</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-09-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Nr. 25</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De brandbeveiligingsverordeningen van de gemeenten Elst, Valburg en Heteren en alle daarin aangebrachte wijzigingen vervallen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2020-13702</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Brandbeveiligingsverordening Overbetuwe</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Onderwerp: Brandbeveiligingsverordening</al><al/><al>Nr. 25</al><al/><al>De raad van de gemeente Overbetuwe; </al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 augustus
                        2001;</al><al/><al>gelet op artikel 12 van de Brandweerwet 1985 (Stb. 87);</al><al/><al>b e s l u i t:</al><al/><al>vast te stellen de volgende brandbeveiligingsverordening:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Onder inrichting wordt verstaan een voor mensen toegankelijke ruimtelijk
                            begrensde plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Werkingssfeer</titel></kop><al>Deze verordening is niet van toepassing op bouwwerken als bedoeld in de
                            Woningwet en de bouwverordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Brandveilig gebruik</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Vergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.1</nr><titel>Vergunning gebruik inrichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                        van burgemeester en wethouders een inrichting in gebruik te
                                        hebben of te houden, waarin:</al><lijst><li nr="a."><al>meer dan vijftig personen tegelijk aanwezig zullen
                                                zijn;</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsmatig de in artikel 2.2.2 bedoelde stoffen
                                                zullen worden opgeslagen;</al></li><li nr="c."><al>aan meer dan tien personen bedrijfsmatig of in het
                                                kader van verzorging nachtverblijf zal worden
                                                verschaft;</al></li><li nr="d."><al>aan meer dan tien personen jonger dan twaalf jaar,
                                                of aan meer dan tien lichamelijk en/of geestelijk
                                                gehandicapte personen dagverblijf zal worden
                                                verschaft.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning
                                        voorschriften verbinden in het belang van het voorkomen,
                                        beperken en bestrijden van brand, het beperken van
                                        brandgevaar en het voorkomen en beperken van ongevallen bij
                                        brand.</al></li><li nr="3."><al>Indien het belang waarvoor de vergunning is verleend dit
                                        vereist op grond van een verandering van de inzichten en/of
                                        verandering van de omstandigheden gelegen buiten de
                                        inrichting, opgetreden na het verlenen van de vergunning,
                                        kunnen burgemeester en wethouders aan de vergunning nieuwe
                                        voorschriften verbinden en gestelde voorschriften wijzigen
                                        of intrekken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2</nr><titel>Weigeren vergunning</titel></kop><al>Een vergunning moet worden geweigerd indien de in de aanvraag
                                vermelde wijze van gebruik van de inrichting in relatie tot de
                                beoogde gebruiksfunctie niet geacht kan worden een brandveilig
                                gebruik te zijn en door het stellen van voorschriften geen voldoende
                                brandveilig gebruik kan worden bereikt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.3</nr><titel>Intrekken vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken
                                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt, dat zij de vergunning ten gevolge van
                                                onjuiste of onvolledige gegevens hebben
                                                verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de houder van de vergunning niet heeft
                                                voldaan aan een voorschrift van de vergunning;</al></li><li nr="c."><al>van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen
                                                26 weken na het onherroepelijk worden van de
                                                vergunning; dan wel de datum of periode waarop of
                                                waarin een activiteit is voorzien waarvoor de
                                                vergunning is verleend, is verstreken zonder dat
                                                bedoelde activiteit heeft plaatsgevonden;</al></li><li nr="d."><al>van de vergunning gedurende een periode van 26 weken
                                                of langer geen gebruik is gemaakt;</al></li><li nr="e."><al>het belang waarvoor de vergunning is verleend dit
                                                vereist op grond van een verandering van de
                                                inzichten en/of verandering van de omstandigheden
                                                gelegen buiten de inrichting, opgetreden na het
                                                verlenen van de vergunning, en het niet mogelijk
                                                blijkt door het stellen of wijzigen van
                                                voorschriften dat belang voldoende te
                                                beschermen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4</nr><titel>Verplicht aanwezige bescheiden</titel></kop><al>In de inrichting waar de activiteiten plaatsvinden waarop de
                                vergunning betrekking heeft moet de vergunning aanwezig zijn, en
                                moet op verzoek van degene die is belast met de zorg voor de
                                naleving van deze verordening, ter inzage worden gegeven.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Het voorkomen van brand en het beperken van brand en
                                brandgevaar</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.1</nr><titel>Gebruikseisen voor inrichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een inrichting te gebruiken, indien de wijze
                                        van gebruik van de inrichting in relatie tot de beoogde
                                        gebruiksfunctie niet geacht kan worden een brandveilig
                                        gebruik te zijn. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een inrichting te gebruiken in strijd met de
                                        gebruikseisen zoals die per onderwerp vermeld staan in de
                                        van overeenkomstige toepassing zijnde bijlage 3 bij de
                                        bouwverordening Overbetuwe.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het gestelde in het tweede lid, is het verboden
                                        een inrichting niet zijnde een woonschip, uitgezonderd een
                                        woonschip waarin sprake is van verminderde zelfredzaamheid
                                        van bewoners in combinatie met permanente aanwezigheid van
                                        personeel en begeleiding van bewoners, te gebruiken in
                                        strijd met de gebruikseisen zoals per onderwerp vermeld in
                                        de van overeenkomstige toepassing zijnde bijlage 4 bij de
                                        bouwverordening Overbetuwe.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen het vijfde en zesde lid
                                        van artikel 3 van bijlage 3, buiten toepassing
                                        verklaren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.2</nr><titel>Verbod stoffen aanwezig te hebben</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden stoffen als bedoeld in de Regeling
                                        Bouwbesluit brandveiligheid (Stcrt. 1992, nr. 104), alsmede
                                        artikel II van de Regeling tot wijziging (Stcrt. 1992, nr.
                                        188) in, op of nabij een inrichting aanwezig te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorhanden hebben voor huishoudelijke en al het
                                                andere niet-bedrijfsmatige gebruik van de in het
                                                eerste lid bedoelde stoffen, indien dit de in
                                                bijlage 5 van de bouwverordening aangegeven maximum
                                                hoeveelheden niet overschrijdt;</al></li><li nr="b."><al>het voorhanden hebben van de in het eerste lid
                                                bedoelde stoffen in een inrichting waarvoor een
                                                vergunning overeenkomstig artikel 2.1.1 is verleend;
                                            </al></li><li nr="c."><al>de brandstof in een inrichting tot het bewaren,
                                                bezigen of afleveren van vloeibare brandstoffen, dat
                                                voldoet aan de eisen gesteld bij of krachtens de
                                                Verordening opslag gas‑, huisbrand‑ en
                                                stookolie;</al></li><li nr="d."><al>de brandstof in het reservoir bij een
                                                verbrandingsmotor;</al></li><li nr="e."><al>de brandstof in een verlichtings‑, een verwarmings‑
                                                of een ander warmte-ontwikkelend toestel.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij het bepalen van de hoeveelheden als bedoeld in het
                                        tweede lid, onder a, worden de inhoudsmaten van vaatwerk dat
                                        gedeeltelijk is gevuld met een vloeistof als bedoeld in dat
                                        lid volledig meegerekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.3</nr><titel>Opslag en verwerking stoffen</titel></kop><al>Stoffen als bedoeld in de Regeling Bouwbesluit brandveiligheid
                                (Stcrt. 1992, nr. 104), alsmede artikel II van de Regeling tot
                                wijziging (Stcrt. 1992, nr. 188) moeten worden opgeslagen volgens de
                                in bijlage 6 van de bouwverordening aangegeven wijze. </al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Het bestrijden van brand en het voorkomen van ongevallen bij
                                brand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1</nr><titel>Gebruiksgereed houden bluswaterwinplaatsen</titel></kop><al>De rechthebbende op een inrichting, ten behoeve waarvan een
                                bluswaterwinplaats aanwezig is, is verplicht deze zodanig te
                                onderhouden, dat daaruit te allen tijde over voldoende bluswater kan
                                worden beschikt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2</nr><titel>Gebruik middelen en voorzieningen</titel></kop><al>Het is verboden voorwerpen of stoffen op zodanige wijze te plaatsen
                                of te hebben dat daardoor het onmiddellijke gebruik of de
                                zichtbaarheid wordt belemmerd van:</al><al>A middelen en voorzieningen tot melding van alarmering bij en
                                bestrijding van brand;</al><al>B middelen en voorzieningen tot ontvluchting en redding van personen
                                en dieren bij brand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.3</nr><titel>Verrichten van werkzaamheden</titel></kop><al>Bij het verrichten of doen verrichten van onderhouds-,
                                herstellings-, wijzigings- of sloopwerkzaamheden, waarbij stoffen
                                als bedoeld in de Regeling Bouwbesluit brandveiligheid (Stcrt. 1992,
                                nr. 104), alsmede artikel II van de Regeling tot wijziging (Stcrt.
                                1992, nr. 188), of gereedschappen worden gebruikt, waarvan het
                                gebruik aanleiding kan geven tot het ontstaan van brand, moeten
                                voldoende maatregelen zijn getroffen tegen het ontstaan van
                                brand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.4</nr><titel>Verbod open vuur en roken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te roken of vuur te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>in een ruimte in gebruik als opslagplaats van één of
                                                meer van de stoffen genoemd in de regeling
                                                Bouwbesluit brandveiligheid (Stcrt. 1992, nr. 104),
                                                alsmede artikel II van de Regeling tot wijziging
                                                (Stcrt. 1992, nr. 188), onder a tot met h;</al></li><li nr="b."><al>bij het verrichten van werkzaamheden die het
                                                uitstromen van brandbare vloeistoffen en (of) gassen
                                                kunnen veroorzaken;</al></li><li nr="c."><al>bij het vullen van een brandstofreservoir met een
                                                brandbare vloeistof of een brandbaar gas.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Van het verbod gesteld in het eerste lid kunnen burgemeester
                                        en wethouders ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.5</nr><titel>Verboden handelingen met stoffen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een brandbaar gas of gasmengels uit een vat
                                        te doen overstromen in een ander vat dat niet bestemd of
                                        ingericht is om dat gas of gasmengsel te bevatten.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden gassen of gasmengsels in drukvaten of in
                                        leidingen te verwarmen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden een brandbaar gas te bezigen voor het vullen
                                        van speelgoed, hobby- en sportartikelen, anders dan
                                        luchtvaartuigen bedoeld in de Regeling inzake het met
                                        bepaalde luchtvaartuigen opstijgen van en landen op alsmede
                                        het inrichten van niet als luchtvaartterreinen aangewezen
                                        terreinen (Stb. 1988, 511).</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden een brandbare vloeistof, een brandbaar gas
                                        of gasmengsel of een brandbare damp te laten wegstromen op
                                        zodanige wijze dat daardoor brand kan ontstaan.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden gloeiende vaste stoffen op te slaan, te
                                        vervoeren of weg te gooien op zodanige wijze dat daardoor
                                        brand ontstaat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.6</nr><titel>Melden van brand en broei</titel></kop><al>Ieder die brand of broei ontdekt of deze vermoedt, is verplicht dit
                                onmiddellijk aan de brandweer te melden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.7</nr><titel>Bossen, heidevelden, venen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar van een naaldhoutbos, een heideveld, een veen of
                                        een ander terrein, dat met brandbare gewassen is begroeid,
                                        is verplicht -na een van burgemeester en wethouders
                                        ontvangen aangetekende brief- de voorschriften op te volgen,
                                        die burgemeester en wethouders in die brief geven tot het
                                        voorkomen van brand en het beperken van de gevolgen van
                                        brand.</al></li><li nr="2."><al>Onder een in het eerste lid genoemd naaldhoutbos wordt
                                        verstaan elke aaneengesloten of vrijwel aaneengesloten
                                        opstand, die voor meer dan de helft bestaat uit
                                        naaldhout.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Toezicht op de naleving</titel></kop><al>Het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze verordening wordt
                            opgedragen aan ambtenaren van de brandweer en daartoe door burgemeester
                            en wethouders aangewezen ambtenaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de
                            derde categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Overgangsbepaling (aanvragen om) gebruiksvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag om gebruiksvergunning als bedoeld in artikel 2.1.1
                                    van de brandbeveiligingsverordening Elst vastgesteld bij
                                    raadsbesluit d.d. 30 maart 1993, de brandbeveiligingsverordening
                                    Valburg vastgesteld bij raadsbesluit van 22 juni 1993 en de
                                    brandbeveiligingsverordening Heteren vastgesteld bij
                                    raadsbesluit van 28 juni 1993, alsmede enig beroep, ingesteld
                                    tegen een beslissing omtrent een dergelijke aanvraag, wordt
                                    afgedaan op grond van genoemde brandbeveiligingsverordening en
                                    alle daarin aangebrachte wijzigingen.</al></li><li nr="2."><al>Een gebruiksvergunning als bedoeld in artikel 2.1.1 van de
                                    brandbeveiligingsverordening Elst vastgesteld bij raadsbesluit
                                    d.d. 30 maart 1993, de brandbeveiligingsverordening Valburg
                                    vastgesteld bij raadsbesluit van 22 juni 1993 en de
                                    brandbeveiligingsverordening Heteren vastgesteld bij
                                    raadsbesluit van 28 juni 1993, geldt als gebruiksvergunning als
                                    bedoeld in artikel 2.1.1, voor zover deze niet krachtens
                                    overgangsrecht van de bouwverordening geldt als
                                    gebruiksvergunning als bedoeld in artikel 6.1.1 van de
                                    bouwverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de 1e dag na die waarop
                                    zij is afgekondigd.</al></li><li nr="2."><al>Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                    brandbeveiligingsverordening Elst vastgesteld bij raadsbesluit
                                    d.d. 30 maart 1993, de brandbeveiligingsverordening Valburg
                                    vastgesteld bij raadsbesluit van 22 juni 1993 en de
                                    brandbeveiligingsverordening Heteren vastgesteld bij
                                    raadsbesluit van 28 juni 1993, en alle daarin aangebrachte
                                    wijzigingen.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als:
                                    brandbeveiligingsverordening Overbetuwe.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering van</ondertekening><ondertekening>van 25 september 2001.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris,</ondertekening><ondertekening>Mr. J.P.J. van Muijen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>E.Tuijnman</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Overbetuwe/i143360.pdf">brandbeveiligingsverordening 2001 01 09 25.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>