<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xml:lang="nl-NL" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>204874_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand gemeente Naarden 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Naarden</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-08-07</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="www.naarden.nl">gemeenteblad, website</dcterms:isFormatOf><dcterms:source resourceIdentifier="www.wetten.nl">Artikel 8, eerste lid onder g, artikel 8, tweede lid onder d en artikel 35 vijfde lid van de Wet werk en bijstand</dcterms:source><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand gemeente Naarden 2012</dcterms:alternative><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>2012-05-23</dcterms:issued></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV 12.032</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke participatie, schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>n.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Naarden;</al><al> </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Naarden, nummer RV 12.032</al><al>gelet op artikel 8 lid 1 onder g, artikel 8 lid 2 onder d en artikel 35 lid 5 van de Wet werk en bijstand;</al><al> </al><al>besluit:</al><al>vast te stellen: de Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen Wet werk en</al><al>bijstand gemeente Naarden 2012</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader</al><al>    worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand</al><al>    (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet.</al><al>2. In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>     a. de wet: de Wet werk en bijstand (Wwb);</al><al>     b. het college: het college van burgemeester en wethouders van Naarden;</al><al>     c. de raad: de gemeenteraad van Naarden;</al><al>     d. sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve activiteit: een</al><al>         maatschappelijke, educatieve, sportieve of culturele activiteit die beoogt</al><al>         een sociaal isolement te voorkomen of te doorbreken;</al><al>     e. schoolgaand kind: ten laste komende kind van een ouder met een laag</al><al>         inkomen, voor wie de leer- of kwalificatieplicht, bedoeld in artikel 4 van</al><al>        de Leerplichtwet, geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Maatschappelijke participatie</titel></kop><al>Met maatschappelijke participatie wordt bedoeld dat het oogmerk van</al><al>bijstandsverlening dient te zijn het voorkomen of doorbreken van een sociaal</al><al>isolement.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>RECHT OP BIJSTAND VOOR MAATSCHAPPELIJKE PARTICIPATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><al>1. Uitsluitend een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 35 lid 5 WWB, met een</al><al>     in aanmerking te nemen inkomen dat de voor belanghebbende geldende</al><al>     bijstandsnorm niet overschrijdt, komt in aanmerking voor categoriale</al><al>     bijzondere bijstand op grond van deze verordening.</al><al>2. Uitsluitend kosten voor sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve</al><al>    activiteiten in verband met ‘maatschappelijke participatie’ zoals bedoeld in</al><al>artikel 2 komen in aanmerking voor categoriale bijzondere bijstand op grond</al><al>van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vergoeding</titel></kop><al> </al><al>In de gemeente Naarden zijn diverse regelingen die voldoen aan het genoemde in</al><al>artikel 3 lid 2 van de deze verordening. Voor elk van deze regelingen is een</al><al>maximale vergoeding vastgesteld. Om te voorkomen dat deze verordening een</al><al>negatieve invloed heeft op de bestaande regeling worden hier geen bedragen</al><al>genoemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college van burgemeester en</al><al>wethouders.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkintreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van</al><al>1 januari 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke participatie</al><al>schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand gemeente Naarden 2012.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering</al><al>der gemeente Naarden, gehouden op woensdag 23 mei 2012.</al><al> </al><al>de voorzitter,</al><al> </al><al>de griffier,</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Toelichting</titel></kop><al>Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen Wet werk en</al><al>bijstand gemeente Naarden 2012</al><al>Algemene toelichting</al><al>Kinderen moeten in hun kansen en mogelijkheden tot ontwikkeling niet worden belemmerd door de slechte</al><al>financiële positie van hun ouders. Maatschappelijke participatie van een kind is van groot belang met het oog op</al><al>zijn of haar kansen op een zelfredzame toekomst. De wetgever beoogt inkomensondersteuning rechtstreeks aan</al><al>zoveel mogelijk minderjarige kinderen van de doelgroep ten goede te laten komen en vindt het daarom wenselijk</al><al>dat de categoriale bijzondere bijstand aan deze groep niet vooraf als geldbedrag wordt verleend, maar in natura</al><al>of op basis van werkelijk gemaakte kosten. Dit is vastgelegd in artikel 48 lid 4 Wwb.</al><al>Artikel lid 1 onder g WWB bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels moet stellen over het verlenen</al><al>van categoriale bijzondere bijstand aan een persoon met een hem ten laste komend kind dat onderwijs of een</al><al>beroepsopleiding volgt met betrekking tot de kosten in verband met maatschappelijke participatie van dat kind.</al><al>Hierbij moet in ieder geval worden bepaald op welke wijze invulling wordt gegeven aan het begrip</al><al>‘maatschappelijke participatie’ (artikel 8 lid 2 onder d Wwb).</al><al>Deze vorm van categoriale bijzondere bijstand kan op grond van de wet uitsluitend worden verstrekt aan mensen</al><al>met een inkomen van maximaal 110% van het wettelijk sociaal minimum.</al><al> </al><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al>Artikel 1. Begrippen</al><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de Wwb, Awb of de Gemeentewet niet afzonderlijk</al><al>te definiëren in deze verordening. Dit voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende definities in de</al><al>betreffende wetten ook de verordening moet worden gewijzigd.</al><al>Ten aanzien van het beleid met betrekking tot de voorzieningen voor maatschappelijke participatie geldt dat deze</al><al>uitsluitend betrekking mogen hebben op hetgeen in artikel 1 lid 2 onder d van deze verordening is bepaald.</al><al>Onder sociaal-culturele, educatieve, sportieve of culturele activiteit wordt verstaan: een maatschappelijke,</al><al>educatieve, sportieve of culturele activiteit die beoogt een sociaal isolement te voorkomen of te doorbreken.</al><al>Er kan worden gedacht aan een lidmaatschap van bijvoorbeeld een sportvereniging of toneelvereniging.</al><al> </al><al>Artikel 2. Maatschappelijke participatie</al><al>In artikel 8 lid 2 onder d WWB is expliciet bepaald dat de gemeenteraad in de verordening maatschappelijke</al><al>participatie regels moet stellen over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het begrip ‘maatschappelijke</al><al>participatie’.</al><al>In artikel 2 van deze verordening is aangegeven dat het oogmerk van maatschappelijke participatie het</al><al>voorkomen of doorbreken van een sociaal isolement is.</al><al>Bij de invulling van het begrip maatschappelijke participatie is rekening gehouden met het feit dat van</al><al>categoriale bijzondere bijstand zoals bedoeld in artikel 35 lid 5 WWB geen sprake is voor zover het hoofddoel</al><al>van de vergoeding het subsidiëren van culturele, educatieve of sportieve activiteiten is. Er is slechts sprake van</al><al>bijstandsverlening indien voor belanghebbenden kosten worden weggenomen die zij anders wel zouden maken.</al><al>Daarom is voor de toepassing van deze verordening slechts sprake van maatschappelijke participatie indien het</al><al>oogmerk van bijstandsverlening het voorkomen of doorbreken van een sociaal isolement is.</al><al> </al><al>Artikel 3. Voorwaarden</al><al>In artikel 3 zijn algemene voorwaarden opgenomen om in aanmerking te komen voor categoriale bijzondere</al><al>bijstand zoals bedoeld in artikel 35 lid 5 WWB. In artikel 3 lid 1 van deze verordening wordt voor de</al><al>duidelijkheid verwezen naar de voorwaarden die volgen uit de wet. Het betreft:</al><al>• het behoren tot de doelgroep zoals gedefinieerd in artikel 35 lid 5 WWB: een persoon, met een hem ten</al><al>laste komend kind dat onderwijs of een beroepsopleiding volgt, met betrekking tot kosten in verband met</al><al>maatschappelijke participatie van dat kind.</al><al>• het hebben van een in aanmerking te nemen inkomen van ten hoogste 110% van het wettelijk sociaal</al><al>minimum (WSM).</al><al>In artikel 3 lid 2 van deze verordening is voorts bepaald dat uitsluitend kosten voor sociaal-culturele, educatieve</al><al>respectievelijk sportieve activiteiten in verband met ‘maatschappelijke participatie’ zoals bedoeld in artikel 2 in</al><al>aanmerking komen voor categoriale bijzondere bijstand op grond van deze verordening.</al><al> </al><al>Artikel 4. Vergoeding</al><al>In artikel 3 lid 2 van deze verordening is bepaald welke kosten in verband met ‘maatschappelijke participatie’</al><al>zoals bedoeld in artikel 2 in aanmerking komen. Er is geen limiet gesteld aan de te verstrekken voorzieningen.</al><al>In de verordening worden om die reden geen bedragen genoemd, zodat wordt voorkomen dat deze verordening</al><al>een negatieve invloed heeft op de bestaande regelingen.</al><al>In de gemeente Naarden zijn diverse minimaregelingen in gebruik die voldoen aan de voorwaarden die gesteld</al><al>zijn in artikel 3 lid 2 van deze verordening. Op dit moment bestaan de Individuele subsidieregeling (ISR), de</al><al>Schoolkostenregeling (per 1 juli 2012 samengevoegd in een ‘doe-budget’), en de PC-regeling. Daarnaast neemt</al><al>Naarden deel aan het Jeugdsportfonds.</al><al> </al><al>Artikel 5. Uitvoering</al><al>De uitvoering van deze verordening valt onder de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en</al><al>wethouders.</al><al>In deze verordening worden geen aparte regelingen voorgesteld, dan de regelingen die reeds zijn vastgesteld.</al><al>Beleidsregels bij deze verordening hoeven derhalve niet te worden opgesteld. Aangesloten kan worden bij het</al><al>geldende minimabeleid, waarbij per regeling beleidsregels en vergoedingen zijn vastgesteld.</al><al> </al><al>Artikel 6. Inwerkingtreding</al><al>Deze verordening treedt op grond van de wet met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2012 in werking,</al><al>aangezien de gemeenteraad op grond van de wet per deze datum verplicht is een verordening vast te stellen over</al><al>het verlenen van categoriale bijzondere bijstand aan een persoon met een hem ten laste komend kind dat</al><al>onderwijs of een beroepsopleiding volgt met betrekking tot de kosten in verband met maatschappelijke</al><al>participatie van dat kind.</al><al> </al><al>Artikel 7. Citeertitel</al><al>In dit artikel is de citeertitel van deze verordening neergelegd.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>