<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xml:lang="nl-NL" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>204867_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Naarden 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Naarden</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-08-21</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="www.naarden.nl">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:source resourceIdentifier="www.wetten.nl">Artikel 8, eerste lid onderdeel a van de Wet werk en bijstand</dcterms:source><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:alternative>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Naarden 2012</dcterms:alternative><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>2012-05-23</dcterms:issued></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-06-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-09-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV 12.032</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Reïntegratie, Re-integratie, Wet werk en Bijstand</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>N.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Naarden;</al><al> </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Naarden nummer RV 12.032;</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid onderdeel a van de Wet werk en bijstand</al><al> </al><al>b e s l u i t : onder gelijktijdige intrekking van de ‘Re-integratieverordening 2010 Wet werk en</al><al>bijstand’ en de ‘Re-integratieverordening Wet investeren in jongeren 2010’.</al><al>vast te stellen de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Naarden 2012</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Doel</titel></kop><al>Deze verordening heeft betrekking op de arbeidsmarkt(re-)integratie van uitkeringsgerechtigden, nietuitkeringsgerechtigden</al><al>zonder eigen inkomen en personen met een uitkering ingevolge de Algemene</al><al>nabestaandenwet.</al><al>De ingezette middelen hebben tot doel:</al><al>a. het bevorderen van economische en maatschappelijke participatie;</al><al>b. het bevorderen van integratie en emancipatie;</al><al>c. het tegengaan van uitkeringsafhankelijkheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. de wet: de Wet werk en bijstand (Wwb);</al><al>b. belanghebbenden: personen in de leeftijd van 18 tot 65 jaar, ingeschreven in de gemeentelijke</al><al>    basisadministratie Naarden, die ingevolge het bepaalde in artikel 10 van de wet, aanspraak op</al><al>    ondersteuning of een voorziening hebben;</al><al>c. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Naarden;</al><al>d. de raad: de gemeenteraad van de gemeente Naarden;</al><al>e. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al><al>f. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al><al>g. voorziening: elke vorm van ondersteuning die de gemeente biedt aan de belanghebbenden om</al><al>    (een grotere mate van) inschakeling in de reguliere arbeid te realiseren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><al>Belanghebbenden als bedoeld in artikel 10 van de wet, hebben aanspraak op ondersteuning bij</al><al>arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op</al><al>arbeidsinschakeling.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>OPDRACHT AAN HET COLLEGE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Algemene opdracht</titel></kop><al>1. Het college biedt de belanghebbende ondersteuning bij arbeidsinschakeling en/of een voorziening gericht op</al><al>    arbeidsinschakeling aan.</al><al>2. Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod aan ondersteuning en voorzieningen.</al><al>3. Het college neemt voor elke belanghebbende een besluit, waarin bepaald wordt of het aanbieden van</al><al>     ondersteuning en/of een voorziening, noodzakelijk is.</al><al>4. In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist</al><al>    het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Sluitende aanpak</titel></kop><al>1. Met elke uitkeringsgerechtigde wordt een trajectplan opgesteld en een aanbod gedaan voor een voorziening</al><al>    gericht op inschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid.</al><al>2. Met een niet-uitkeringsgerechtigde (nugger) of met een persoon met een uitkering op grond van de</al><al>    Algemene nabestaandenwet (Anw) ) wordt na een verzoek om een voorziening een trajectplan opgesteld</al><al>    gericht op inschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid.</al><al>3. Er bestaat geen aanspraak op een ondersteuning of een voorziening indien er sprake is van een voorliggende</al><al>    voorziening welke naar mening van het college in voldoende mate bijdraagt aan de re-integratie van de</al><al>    belanghebbende.</al><al>4. In afwijking van het derde lid wordt met een uitkeringsgerechtigde, jonger dan 27 jaar, een plan van aanpak</al><al>opgesteld en een aanbod gedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al>1. Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening beleidsregels op.</al><al>2. Bij de beleidsregels wordt het oordeel van de cliëntenraad gevoegd.</al><al>3. Deze beleidsregels omvatten in elk geval:</al><al>     a. een omschrijving van het beleid ten aanzien van de verschillende doelgroepen en de prioritering binnen</al><al>         en tussen die groepen;</al><al>     b. de criteria voor het ontheffingenbeleid ten aanzien van de arbeidsverplichting;</al><al>     c. het flankerend beleid ten aanzien van zorg, kinderopvang en hulpverlening;</al><al>     d. de wijze waarop de aanbesteding wordt vormgegeven;</al><al>     e. de wijze waarop aan de arbeids- en sollicitatieplicht vorm wordt gegeven;</al><al>     f. regels over toepassen van vrijlating van inkomsten uit arbeid zoals bedoeld in artikel 31 tweede lid</al><al>        onder n en r van de wet;</al><al>    g. regels over toepassen van premies en vergoedingen;</al><al>    h. regels voor het Persoonsgebonden re-integratie budget (PRB).</al><al>4. De beleidsregels omvatten ook een omschrijving van de aangeboden voorzieningen. Tot de voorzieningen</al><al>    behoren in elk geval:</al><al>    a. medische- en arbeidskundige keuringen;</al><al>    b. (beroepsgerichte) scholing;</al><al>    c. gesubsidieerde arbeid, loonkostensubsidies en/of werkstages;</al><al>    d. sociale activering;</al><al>    e. maatschappelijke participatie.</al><al>5. De beleidsregels kunnen een nadere invulling bevatten ten aanzien van vorm en inhoud van het plan van</al><al>    aanpak voor jongeren tot 27 jaar.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>FINANCIEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verdeling</titel></kop><al>Het college stelt jaarlijks een verdeling op van de beschikbare middelen zoals bedoeld in artikel 69, vierde lid</al><al>van de wet, over de verschillende voorzieningen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van ter beschikking stellen middelen</titel></kop><al>1. Indien het trajectplan is vastgesteld draagt het college zorg voor inkoop, aanmelding en betaling.</al><al>2. Aan de belanghebbende worden op voorhand geen geldelijke middelen ter beschikking gesteld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>VOORWAARDEN EN VERPLICHTINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verplichtingen van de cliënt</titel></kop><al>1. Een uitkeringsgerechtigde aan wie door het college een voorziening wordt aangeboden is verplicht hiervan</al><al>    gebruik te maken.</al><al>2. De belanghebbende die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien</al><al>    uit de wet, deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening</al><al>    heeft verbonden.</al><al>3. De belanghebbende heeft met de ondertekening van het trajectplan de verplichting op zich genomen de</al><al>    hierin gemaakt afspraken na te komen en zich in te zetten het traject succesvol af te ronden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inkomsten en criteria</titel></kop><al>1. De nugger of Anw-er heeft aanspraak op een bijdrage in de kosten ingevolge deze verordening indien het</al><al>    gemiddelde netto gezinsmaandinkomen minder bedraagt dan 150% van de geldende bijstandsnorm.</al><al>2. Onder inkomen wordt verstaan het inkomen als bedoeld in de wet.</al><al>3. Indien het inkomen van belanghebbende boven het in het eerste lid genoemde bedrag ligt, wordt 100% van</al><al>    dit meerdere als draagkracht in aanmerking genomen.</al><al>4. Indien het inkomen van belanghebbende meer is dan 200 % van het in het eerste lid genoemde bedrag, dan</al><al>    heeft deze geen recht op vergoeding van de kosten als genoemd in het eerste lid.</al><al>5. Om het college in staat te stellen de hoogte van het inkomen te kunnen bepalen overlegt de belanghebbende</al><al>    bij het doen van de aanvraag alle relevante inkomensgegevens.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vermogen</titel></kop><al>1. De nugger of Anw-er heeft aanspraak op een bijdrage in de kosten ingevolge deze verordening indien het</al><al>    vermogen minder bedraagt dan de toepasselijke vermogensgrens van artikel 34 lid 3 van de wet en het</al><al>    gestelde in artikel 10 lid 1 van toepassing is.</al><al>2. Indien het vermogen meer bedraagt dan het in het eerste lid bedoelde bedrag wordt 100% van het meerdere</al><al>    als draagkracht in aanmerking genomen.</al><al>3. Bij de bepaling van de draagkracht uit vermogen wordt uitgegaan van de stand van het vermogen ten tijde</al><al>    van het doen van de aanvraag.</al><al>4. Voor zover vermogen bestaat uit overwaarde van een door de aanvrager bewoonde eigen woning telt deze</al><al>    niet mee voor de vermogensberekening.</al><al>5. Om het college in staat te stellen de hoogte van het vermogen te kunnen bepalen overlegt de</al><al>    belanghebbende bij het doen van de aanvraag alle relevante vermogensgegevens met betrekking tot de in het</al><al>    derde lid genoemde tijdstip.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inkomstenvrijlating</titel></kop><al>1. De Wwb-uitkeringsgerechtigde die arbeid in deeltijd heeft of heeft aanvaard, waarmee een inkomen</al><al>    wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde</al><al>    bijstandsnorm + maximale toeslag, heeft recht op vrijlating van inkomsten uit arbeid zoals bedoeld in</al><al>    artikel 31 tweede lid onder n van de wet.</al><al>2. Aan belanghebbenden tot 27 jaar kan op grond van artikel 35 lid 5 van de wet geen inkomstenvrijlating</al><al>    als bedoeld in lid 1 worden toegekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verlengde inkomstenvrijlating alleenstaande ouders</titel></kop><al>1. De alleenstaande ouder die arbeid in deeltijd heeft of heeft aanvaard, waarmee een inkomen wordt</al><al>    verworven dat minder bedraagt dan de voor de alleenstaande ouder van toepassing zijnde norm + maximale</al><al>    toeslag, heeft recht op een verlengde vrijlating van inkomsten uit arbeid zoals bedoeld in artikel 31 tweede</al><al>    lid onder r van de wet.</al><al>2. Aan belanghebbenden tot 27 jaar kan op grond van artikel 35 lid 5 van de wet geen inkomstenvrijlating</al><al>    als bedoeld in lid 1 worden toegekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Premies</titel></kop><al>1. Het college kan aan de belanghebbende een premie toekennen met in achtneming van het gestelde in</al><al>    artikel 31, tweede lid onder j van de wet.</al><al>2. Aan belanghebbenden tot 27 jaar kan op grond van artikel 35 lid 5 van de wet geen premie als bedoeld</al><al>    in lid 1 worden toegekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overige vergoedingen</titel></kop><al>1. Het college kan een vergoeding verstrekken voor kosten die gemaakt zijn in het kader van de</al><al>    arbeidsinschakeling.</al><al>2. Het college kan nadere beleidsregels vaststellen ten aanzien van de in lid 1 genoemde vergoedingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Subsidie in loonkosten</titel></kop><al>1. Het college kan subsidie verstrekken aan werkgevers die met een uitkeringsgerechtigde uit Naarden een</al><al>    arbeidsovereenkomst met loon afsluiten.</al><al>2. Het college stelt nadere beleidsregels vast ten aanzien van de duur van de subsidie, de hoogte en de</al><al>    verplichtingen die aan de subsidie worden verbonden.</al><al>3. De loonkostensubsidie wordt verstrekt conform de voorwaarden genoemd in de ‘Beleidsaanbeveling inzake</al><al>    werkgelegenheidssteun’ zoals opgenomen in de bijlage bij deze verordening.</al><al>4. De subsidie wordt alleen verstrekt indien hiervoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden</al><al>    beïnvloed en er geen verdringing plaatsvindt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>BEËINDIGING, TERUGVORDERING EN AFSTEMMING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Beëindigingsgronden</titel></kop><al>Een traject kan door het college voortijdig worden beëindigd indien:</al><al>a. de belanghebbende verhuist naar een andere gemeente buiten de samenwerkende regiogemeenten, of;</al><al>b. de belanghebbende zich onvoldoende inspanningen getroost om tot een succesvolle afronding van (een deel)</al><al>    van het trajectplan te komen, of;</al><al>c. de belanghebbende arbeid in loondienst aanvaardt dan wel als zelfstandige gaat werken, of;</al><al>d. de belanghebbende zich in detentie bevindt, dan wel gaat bevinden, of;</al><al>e. er zich naar de mening van het college omstandigheden voordoen die noodzakelijkerwijs tot beëindiging</al><al>    dienen te leiden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Tekort schietend besef</titel></kop><al>Constatering van een tekort schietend besef van verantwoordelijkheid is een grond waarop deelname aan een</al><al>voorziening kan worden geweigerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>1. Bij een voortijdige, aan de belanghebbende verwijtbare beëindiging van een voorziening, kunnen de</al><al>    gemaakte en nog door het college te maken kosten van de voorziening van de belanghebbende worden</al><al>    teruggevorderd.</al><al>2. Indien de gemeente kosten ten behoeve van een voorziening heeft gemaakt en op enig moment blijkt dat de</al><al>    belanghebbende te laat of onjuiste of onvolledige gegevens heeft overgelegd, kan het college de volledige</al><al>    gemaakte en nog te maken kosten van de voorziening terugvorderen van de belanghebbende.</al><al>3. Het college kan in beleidsregels nadere invulling geven aan de eerste twee leden van dit artikel.</al><al>4. Indien een voorziening van een uitkeringsgerechtigde wordt beëindigd, is het gestelde in artikel 19 mede</al><al>    van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Afstemming</titel></kop><al>Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening niet of in onvoldoende mate voldoet aan de</al><al>verplichtingen gesteld in artikel 9 van de wet, dan wel, indien van toepassing, artikel 37 lid 1 van de IOAW en</al><al>IOAZ, kan het college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de Maatregelverordening,</al><al>tenzij er sprake is van niet-verwijtbaar handelen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze</al><al>verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van zwaarwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Naarden 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De belanghebbende die voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening werk in deeltijd heeft</al><al>aanvaard en op grond van de ‘Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2010’ recht had op een premie,</al><al>behoudt dit recht.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering</al><al>der gemeente Naarden, gehouden op woensdag 23 mei 2012.</al><al> </al><al>de voorzitter,</al><al> </al><al>de griffier,</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Toelichting</titel></kop><al>In Naarden is de doelstelling dat inwoners zo actief mogelijk participeren en zo min mogelijk afhankelijk zijn</al><al>van een uitkering. Gemeenten hebben de wettelijke plicht een re-integratieverordening vast te stellen. In deze</al><al>verordening wordt de aanspraak op ondersteuning geregeld en is gericht op de inschakeling in de arbeid. Het</al><al>college bepaalt welke vorm van ondersteuning het meest recht doet aan de mogelijkheden van de aanvrager ten</al><al>einde de inschakeling in de arbeid binnen een redelijke termijn mogelijk te maken.</al><al>Voor de re-integratieverordening geldt, ten opzichte van de huidige verordening, dat er door de gewijzigde</al><al>WWB geen grote veranderingen aan verbonden zijn.</al><al>Belangrijkste wijziging is dat de jongeren tot 27 jaar weer onder de WWB vallen. Voor deze jongeren zijn een</al><al>aantal specifieke afwijkende wettelijke bepalingen opgenomen in de WWB die ook in de re-integratieverordening</al><al>zijn opgenomen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de vrijlating van bepaalde vergoedingen, het verstrekken</al><al>van premies en participatiebanen. Voor jongeren tot 27 jaar bepaalt de wet dat deze regelingen voor hen niet</al><al>gelden. Gelet op hun leeftijd zouden zij immers (relatief) eenvoudig een baan moeten kunnen vinden. Daarnaast</al><al>is alleen voor jongeren vastgelegd dat een plan van aanpak wordt opgesteld en ondertekend waarbij jongeren</al><al>aanspraak kunnen maken op een leerwerkaanbod. Het afdwingbaar recht op een leerwerkaanbod is vervallen</al><al>met de aangescherpte WWB.</al><al>Voor alleenstaande ouders is een verlengde inkomensvrijlating in het leven geroepen. Deze sluit aan op de reeds</al><al>bestaande inkomensvrijlating en het college mag deze alleen toekennen indien dit in het belang van de</al><al>arbeidsinschakeling is. Op grond van de wet kan het college in beleidsregels nadere eisen stellen aan de</al><al>verlengde inkomensvrijlating. In de wet is geregeld dat deze verlengde inkomensvrijlating niet mogelijk is voor</al><al>belanghebbenden onder de 27 jaar.</al><al>Ten slotte dient te worden opgemerkt dat de raad in de re-integratieverordening de kaders vaststelt voor het reintegratiebeleid.</al><al>Het college krijgt de bevoegdheid om in beleidsregels nadere invulling te geven aan dit beleid.</al><al> </al><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</al><al>Artikel 1. Doel</al><al>In dit artikel wordt het doel van de verordening omschreven. De focus ligt op het voorkomen van</al><al>inkomensafhankelijkheid. Indien dit niet gerealiseerd kan worden, is maatschappelijke participatie het doel.</al><al>Dit past bij de doelstellingen van Naarden en het Rijk.</al><al> </al><al>Artikel 2. Begripsomschrijvingen</al><al>In dit artikel wordt voor de betekenis van de gehanteerde begrippen in de verordening verwezen naar de Wet</al><al>werk en bijstand. In de sub omschrijvingen worden slechts die begrippen gespecificeerd die een verduidelijking</al><al>behoeven.</al><al>Sub a. Dit is de Wet werk en bijstand.</al><al>Sub b. In dit onderdeel wordt de doelgroep bepaald. Hierin is de leeftijdscategorie aangepast. De groep uit de</al><al>Wet investeren in jongeren (WIJ), vanaf 18 jaar, is opgenomen.</al><al>Sub c. Het college van Naarden is bevoegd.</al><al>Sub d. Voor de raad geldt dat de raad van Naarden is bevoegd.</al><al>Sub e. De IAOW betreft de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze</al><al>werknemers.</al><al>Sub f. De IAOZ betreft de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen</al><al>zelfstandigen.</al><al>Artikel 3. Aanspraak op ondersteuning</al><al>Belanghebbenden hebben aanspraak op ondersteuning. Er is dan ook geen sprake van een recht op</al><al>ondersteuning. Tevens is hier geregeld dat het college bepaalt welke voorziening noodzakelijk wordt geacht en</al><al>het meeste recht doet aan de mogelijkheden van de aanvrager.</al><al> </al><al>HOOFDSTUK 2 OPDRACHT AAN HET COLLEGE</al><al>Artikel 4. Algemene opdracht</al><al>Het college heeft de wettelijke opdracht zorg te dragen voor het bieden van ondersteuning alsmede voldoende</al><al>diversiteit van voorzieningen. Het college zal deze opdracht, zoals in artikel 6 lid 1 van deze verordening is</al><al>bepaald, nader uitwerken in beleidsregels.</al><al> </al><al>Artikel 5. Sluitende aanpak</al><al>De leden 1 tot en met 3 zorgen er voor dat er sprake is van een sluitende aanpak.</al><al>In lid 4 wordt een uitzondering gemaakt voor jongeren tot 27 jaar. Dit lid is een uitwerking van vierde lid van</al><al>artikel 44 in de wet.</al><al> </al><al>Artikel 6. Beleidsregels</al><al>In lid 1 is vastgelegd dat het college nadere beleidsregels vaststelt om uitvoering aan deze verordening te geven.</al><al>Deze beleidsregels zullen conform lid 2 worden voorgelegd aan de Cliëntenraad.</al><al>In lid 3 zijn de onderwerpen geregeld die in ieder geval worden opgenomen in voornoemde beleidsregels. Deze</al><al>lijst is niet limitatief. Waar nodig kan het college ook andere onderwerpen nader invullen in de beleidsregels. De</al><al>kaders van deze verordening blijven hierbij leidend.</al><al> </al><al>HOOFDSTUK 3 FINANCIËN</al><al>Artikel 7. Verdeling</al><al>Het college maakt jaarlijks een verdeling van de beschikbare middelen in het Participatiebudget dat door het Rijk</al><al>ter beschikking wordt gesteld voor re-integratieactiviteiten. Uit eigen middelen heeft Naarden dit budget</al><al>verhoogd om daarmee meer trajecten richting re-integratie en uitstroom mogelijk te maken.</al><al> </al><al>Artikel 8. Wijze van het ter beschikking stellen van middelen</al><al>De middelen worden niet rechtstreeks aan de belanghebbende ter beschikking gesteld. Het college draagt zorg</al><al>voor de inkoop. Op deze wijze wordt de besteding van de middelen wat betreft rechtmatigheid zo goed mogelijk</al><al>gestroomlijnd.</al><al> </al><al>HOOFDSTUK 4 VOORWAARDEN EN VERPLICHTINGEN</al><al>Artikel 9. Verplichtingen van de cliënt</al><al>In dit artikel is geregeld aan welke verplichtingen de belanghebbende dient te voldoen.</al><al> </al><al>Artikel 10. Inkomsten en criteria</al><al>Dit artikel regelt wanneer niet uitkerings gerechtigden (nuggers) en mensen met een Anw-uitkering aanspraak</al><al>kunnen maken op een voorziening.</al><al>Lid 1 stelt een eerste inkomensgrens. Tot een gezinsinkomen van 150% van het wettelijk minimumloon (WML)</al><al>per maand kan een voorziening worden toegekend.</al><al>In lid 3 is bepaald dat het gedeelte van het gezinsinkomen dat de 150% te boven gaat, het meerdere geheel als</al><al>eigen bijdrage in rekening wordt gebracht.</al><al>In lid 4 is bepaald dat in het geval het gezinsinkomen de 200% WML overstijgt, er geen aanspraak op een</al><al>voorziening is. Dit betreft dus een maximering.</al><al>Ten slotte regelt lid 5 de verplichtingen voor belanghebbenden wat betreft het aanleveren van de benodigde</al><al>inkomensgegevens. Logische conclusie is dat indien niet aan deze verlichting wordt voldaan, de aanspraak niet</al><al>kan worden vastgesteld. De belanghebbende krijgt in dat geval niet de beschikking over de voorziening.</al><al>Artikel 11. Vermogen</al><al>Dit artikel geeft de vermogensgrenzen aan waarbinnen de nuggers en Anw’ers dienen te blijven om aanspraak te</al><al>kunnen maken op een voorziening. Voor deze vermogensgrenzen is aansluiting gezocht bij de vermogensgrenzen</al><al>uit de wet.</al><al>Het tweede lid bevat de regels voor het geval de van toepassing zijnde vermogensgrens wordt overschreden. In</al><al>dat geval zal het meerdere als draagkracht in aanmerking worden gebruikt.</al><al>In het derde lid wordt geregeld welk moment leidend is voor de bepaling van het vermogen.</al><al>He vierde lid bepaalt dat de overwaarde van een eigen woning niet in aanmerking wordt genomen bij de</al><al>berekening van het vermogen.</al><al>Nieuw is in lid 5 de verplichting opgenomen om de benodigde inkomensgegevens te overleggen. Verder volgt</al><al>dit lid de systematiek uit artikel 10 lid 5 betreffende de inkomensgrenzen.</al><al> </al><al>Artikel 12. Inkomstenvrijlating</al><al>Het eerste lid bevat de vrijlating van inkomsten uit arbeid uit artikel 31 tweede lid onder n van de wet. Deze</al><al>vrijlating is alleen mogelijk indien de arbeid naar de mening van het college bijdraagt aan de</al><al>arbeidsinschakeling. In artikel 6 van deze verordening is opgenomen dat het college in de beleidsregels de wijze</al><al>vaststelt waarop deze vrijlating wordt toegepast. Hierbij kan bijvoorbeeld worden bepaald dat de verlengde</al><al>inkomensvrijlating alleen voor bepaalde groepen uitkeringsgerechtigden zal worden ingezet.</al><al>Het tweede lid is opgenomen om te voldoen aan uitzondering, voor jongeren tot 27 jaar, die in de wet is</al><al>opgenomen.</al><al> </al><al>Artikel 13. Verlengde inkomstenvrijlating alleenstaande ouders</al><al>Het eerste lid bevat de verlengde vrijlating van inkomsten uit arbeid voor alleenstaande ouders. Deze vrijlating is</al><al>alleen mogelijk indien is voldaan aan de eisen uit artikel 31 tweede lid onder r van de wet.</al><al>In artikel 6 van deze verordening is opgenomen dat het college in de beleidsregels de wijze vaststelt waarop de</al><al>verlengde vrijlating wordt toegepast. Hierbij kan bijvoorbeeld worden bepaald dat de verlengde</al><al>inkomensvrijlating alleen voor bepaalde groepen alleenstaande ouders zal worden ingezet.</al><al>Het tweede lid is opgenomen om te voldoen aan uitzondering, voor jongeren tot 27 jaar, die in de wet is</al><al>opgenomen.</al><al> </al><al>Artikel 14. Premies</al><al>In lid 1 is bepaald dat premieverstrekking mogelijk is. Het college geeft hier nader invulling aan in de</al><al>beleidsregels.</al><al>Het tweede lid is opgenomen om te voldoen aan uitzondering, voor jongeren tot 27 jaar, die in de wet is</al><al>opgenomen.</al><al> </al><al>Artikel 15. Overige vergoedingen</al><al>Het college kan in de beleidsregels ook opnemen welke nadere vergoedingen kunnen worden verleend bij</al><al>gebruikmaking van een voorziening.</al><al> </al><al>Artikel 16. Subsidie in loonkosten</al><al>De invulling van de regeling voor loonkostensubsidie wordt door het college uitgewerkt in de beleidsregels.</al><al>Hierbij houdt het college rekening met de in het tweede lid genoemde beleidsaanbeveling inzake</al><al>werkgelegenheidssteun. Door deze beleidsaanbeveling te incorporeren in de verordening wordt voorkomen dat</al><al>jaarlijks verslag moet worden gedaan aan de Europese Gemeenschap over de loonkostensubsidieregeling.</al><al>De beleidsaanbeveling is in de bijlage toegevoegd aan de verordening.</al><al> </al><al>HOOFDSTUK 5 BEËINDIGING, TERUGVORDERING EN AFSTEMMING</al><al>Artikel 17. Beëindigingsgronden</al><al>Dit artikel somt de redenen voor beëindiging van een traject op. Sub e is opgenomen om het college</al><al>beoordelingsvrijheid te geven in situaties die niet in sub a tot en met d zijn geregeld, maar wel dusdanig ernstig</al><al>van aard zijn dat beëindiging op zijn plaats is.</al><al> </al><al>Artikel 18. Tekort schietend besef</al><al>Het is aan het college om te bepalen wanneer sprake is van tekort schietend besef. Indien noodzakelijk kan het</al><al>college in de beleidsregels hier nadere invulling aan geven. In ieder geval zal er van tekort schietend besef</al><al>sprake zijn in de gevallen zoals die ook in de wet zijn omschreven.</al><al> </al><al>Artikel 19. Terugvordering</al><al>In artikel 19 wordt beschreven dat in geval van fraude wordt teruggevorderd.</al><al> </al><al>Artikel 20. Afstemming</al><al>In dit artikel wordt de link met de Maatregelverordening gelegd. Indien niet of onvoldoende aan de</al><al>verplichtingen in verband met de arbeidsinschakeling wordt voldaan, kan een maatregel worden opgelegd. De</al><al>regels hierover worden gesteld in de Maatregelenverordening Wwb 2012.</al><al> </al><al>HOOFDSTUK 6 SLOTBEPALINGEN</al><al>Artikel 21. Hardheidsclausule</al><al>Teneinde maatwerk te garanderen is dit artikel opgenomen. Het spreekt vanzelf dat het college de</al><al>hardheidsclausule slechts na zorgvuldige afweging zal inzetten.</al><al> </al><al>Artikel 22. Citeertitel</al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Naarden</al><al>2012.</al><al> </al><al>Artikel 23. Inwerkintreding</al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juni 2012</al><al> </al><al>Artikel 24. Overgangsrecht</al><al>Dit betreft een overgangregeling.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>