<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>18627_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering toeristenbelasting 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zijpe</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-01-07</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Schager Weekblad/Zijper Nieuws 16 december 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Toeristenbelasting 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIV/HoofdstukXV/3/Artikel224/geldigheidsdatum_07-01-2010">Gemeentewet, art. 224</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-11-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Voorstel van college d.d. 8 september 2009</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is alleen van kracht voor het grondgebied van de voormalige gemeente Zijpe. De regeling is vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Zijpe, welke is opgeheven met ingang van 1 januari 2013. Op grond van artikel 28 van de Wet algemene regels gemeentelijke indeling behoudt deze regeling haar rechtskracht voor het grondgebied waarvoor ze is vastgesteld gedurende twee jaar, tenzij de regeling eerder wordt ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering toeristenbelasting 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zijpe; Nr. 8 I</al><al></al><al>Gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 september 2009;</al><al></al><al>Gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;</al><al></al><al>besluit:</al><al><vet></vet></al><al><vet>vast te stellen de: </vet></al><al>Verordening op de heffing en de invordering toeristenbelasting 2010</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label></label></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">1</nr><titel status="officieel">Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, waaronder hotels, motels, pensions, bungalows en appartementen(hotels), jeugdherbergen, vakantieboerderijen en dergelijke ruimten, nietzijnde kampeermiddelen of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;</al></li><li nr="b."><al>kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, toercaravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeldin artikel 2.1, eerste lid, onder a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;</al></li><li nr="c."><al>nietberoepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, nietzijnde mobiele kampeermiddelen of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur worden aangeboden;</al></li><li nr="d."><al>kampeerterrerin: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houdden van kampeermiddelen of stacaravans;</al></li><li nr="e."><al>vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking is voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel of stacaravan gedurende een seizoen of een jaar;</al></li><li nr="f."><al>losse standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van steeds wisselende kampeermiddelen of stacaravans;</al></li><li nr="g."><al>seizoen &lt;7 maanden: belastingtijdvak waarin het belastbare feit zich met name zal voordoen. Het belastingtijdvak wordt door het college van burgemeester en wethouders voor aanvang van het betreffende belastingtijdvak bekendgemaakt.</al></li><li nr="h."><al>logiesverblijf: woningen en andere bedrijven of gedeelten daarvan die voor overnachtingen ter beschikking gesteld worden aan derden.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">2</nr><titel status="officieel">Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">3</nr><titel status="officieel">Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">4</nr><titel status="officieel">Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al>van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;</al></li><li nr="2."><al>van degene die verblijf houdt in een vakantieonderkomen indien hij voor welk verblijf in of het ter beschikking houden van dat vakantieonderkomen forensenbelasting is verschuldigd;</al></li><li nr="3."><al>van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">5</nr><titel status="officieel">Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">6</nr><titel status="officieel">Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>vakantieonderkomens, logiesverblijven en nietberoepsmatig verhuurde ruimten bepaald op het aantal slaapplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>vaste standplaatsen bepaald op 3,3 personen, ongeacht het aantal slaapplaatsen;</al></li><li nr="c."><al>losse standplaatsen bepaald op 2,8 personen, ongeacht het aantal slaapplaatsen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval verblijf wordt gehouden in vakantieonderkomens, logiesverblijven, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten, welke voor gebruik ter beschikking staan, dan wel geschikt zijn voor gebruik dan wel slechts gebruikt mogen worden gedurende:</al><lijst><li nr="-"><al>het ‘seizoen &lt;7 maanden’ bepaald op 89;</al></li><li nr="-"><al>voor de periode &gt; 7 maanden bepaald op 106;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>in geval verblijf wordt gehouden op vaste standplaatsen bepaald op 60.</al></li><li nr="c."><al>in geval verblijf wordt gehouden op losse standplaatsen bepaald op 50;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Voor de vaststelling van het in artikel 6, lid 1, onderdeel a bedoelde aantal slaapplaatsen worden meerpersoonsbedden gerekend voor zoveel slaapplaatsen als het aantal personen, waarvoor zij gelegenheid tot overnachten bieden.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">7</nr><titel status="officieel">Opteren voor nietforfaitaire maatstaf van heffing</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien uit zijn nachtverblijfregister blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">8</nr><titel status="officieel">Nachtverblijfregister</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De belastingplichtige is, behoudens in de gevallen dat de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsgrondslag als bedoeld in artikel 6 wordt toegepast, gehouden per belastingtijdvak een door de gemeente kosteloos ter beschikking gesteld nachtverblijfregister bij te houden. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het gemeentelijk nachtverblijfregister is zodanig doorgenummerd dat ieder invulblad een opeenvolgend nummer heeft en bevat met betrekking tot ieder aan wie de gelegenheid tot overnachten is verschaft, tenminste de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en woonplaats van de gast; </al></li><li nr="b."><al>de handtekening van de in sub a. bedoelde gast;</al></li><li nr="c."><al>de datum van aankomst en vertrek;</al></li><li nr="d."><al>de som van het aantal gasten vermenigvuldigd met het aantal overnachtingen terzake waarvan belasting verschuldigd is;</al></li><li nr="e."><al>het totaal van de verschuldigde belasting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>De gemeenteambtenaar belast met de heffing van gemeentelijke belastingen kan ontheffing verlenen van het bijhouden van een gemeentelijk nachtverblijfregister indien de belastingplichtige voornemens is om een eigen nachtverblijfregister bij te houden indien dit eigen nachtverblijfregister gekoppeld is aan een bedrijfsmatig gevoerde, geautomatiseerde boekhouding.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Het verzoek tot de in lid 3 bedoelde ontheffing dient voor aanvang van het betreffende belastingjaar te worden ingediend bij de in lid 3 genoemde gemeenteambtenaar. </al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">9</nr><titel status="officieel">Belastingtarief</titel></kop><al>Het tarief bedraagt € 0,88 per persoon per nacht.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">10</nr><titel status="officieel">Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">11</nr><titel status="officieel">Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">12</nr><titel status="officieel">Aanslaggrens</titel></kop><al>Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingtijdvak minder dan tien zal of heeft belopen.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">13</nr><titel status="officieel">Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. </al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. </al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 150,00, doch minder dan € 1.500,00, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="4."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. </al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">14</nr><titel status="officieel">Kwijtschelding</titel></kop><al>Van de verschuldigde belasting wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">15</nr><titel status="officieel">Aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren van de gemeentelijke belastingen, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">16</nr><titel status="officieel">Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De 'Verordening Toeristenbelasting 2009” van 9 december 2008, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening Toeristenbelasting 2010'.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Schagerbrug, 3 november 2009,</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>