<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" cvdr-version="1.0" owms-version="3.5" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>1716_1</dcterms:identifier><dcterms:title>LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van de 10de juni 1963, regelende de taak en organisatie van de Inlichtingendienst </dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheidrg:NederlandseAntillen">Nederlandse Antillen</dcterms:creator><dcterms:modified>2008-11-05</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><overheid:isRatifiedBy scheme="overheidrg:BestuursorgaanNederlandseAntillen">Gouverneur van de Nederlandse Antillen</overheid:isRatifiedBy><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">P.B. 1963, no. 193</dcterms:isFormatOf><dcterms:issued>1963-11-25</dcterms:issued><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Politieregeling 1999, art. 31</dcterms:source><dcterms:subject>personeel en organisatie</dcterms:subject><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1963-12-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 3</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>n.v.t.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>openbare orde en veiligheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Dit landsbesluit vervangt het Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van de 14de juni 1960, regelende de organisatie van de inlichtingendienst (P.B. 1960, no. 111).</al><al>Deze regeling is gebaseerd op art. 4, vierde lid, van de op 1 oktober 1999 vervallen Politieregeling (P.B. 1962, no. 64). Op grond de overgangsbepaling in artikel 31 van de Politieregeling 1999 (P.B. 1999, no. 79) blijft deze regeling van kracht totdat die overeenkomstig de nieuwe landverordening is vervangen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van de 10de juni 1963, regelende de taak en organisatie van de Inlichtingendienst </intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">1</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Er is een Inlichtingendienst, die deel uitmaakt van het Korps Politie Nederlandse Antillen, en die de naam draagt "Veiligheidsdienst Nederlandse Antillen", in dit landsbesluit nader te noemen "Veiligheidsdienst" of "de dienst".</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het hoofd van de Veiligheidsdienst is rechtstreeks verantwoordelijk aan de Minister van Justitie. Het personeel van deze dienst ressorteert onder de Minister van Justitie.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">2</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De dienst wint inlichtingen in omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>personen die van een staatsgevaarlijke activiteit of neiging daartoe ten opzichte van de Nederlandse Antillen, van Nederland, van Suriname of van het Rijk in zijn geheel alsmede ten opzichte van met het Rijk bevriende buitenlandse mogendheden blijk geven of hebben gegeven;</al></li><li nr="b."><al>extremistische stromingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De dienst bevordert het nemen van veiligheidsmaatregelen in alle vitale en kwetsbare overheids- en particuliere instellingen en bedrijven.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>De dienst verricht al hetgeen voor het goed functioneren van een inlichtingendienst noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>De dienst heeft geen executieve taak.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">3</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het hoofd van de dienst stelt de Minister van Justitie - ook uit eigen beweging - bij voortduring op de hoogte van al hetgeen van belang kan zijn.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het hoofd van de veiligheidsdienst is gehouden, binnen het kader van de hem ingevolge dit landsbesluit toebehorende taak, de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, alle door hem gewenste inlichtingen te verschaffen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>De Minister-President kan belangrijke, daarvoor in aanmerking komende gegevens doorgeven aan de regeringen van Nederland en van Suriname. Hij kan het hoofd van de dienst machtigen dit rechtstreeks te doen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Het hoofd van de dienst verstrekt, of doet verstrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>aan de plaatselijke hoofden van politie of aan de door deze aangewezen politieambtenaren de gegevens, die nuttig kunnen zijn voor de handhaving van de openbare orde in hun ressort en voor een richtige toepassing van de bepalingen omtrent de toelating;</al></li><li nr="b."><al>aan de Procureur-Generaal de gegevens, die van belang kunnen zijn tot voorkoming, opsporing en nasporing van misdrijven, alsmede die gegevens, die van belang zijn voor de richtige toepassing van de bepalingen omtrent de uitzetting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">5.</lidnr><al>Het verstrekken van inlichtingen aan anderen dan de hierboven genoemden, geschiedt overeenkomstig de regelen door de Minister-President en de Minister van Justitie ter zake gegeven.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">4</nr></kop><al>Het Openbaar Ministerie en de ambtenaren van politie doen onverwijld mededeling aan de Veiligheidsdienst van alle te hunner kennis komende feiten en gegevens, welke voor die dienst in verband met de daaraan opgedragen taak, van belang kunnen zijn.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">5</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De Veiligheidsdienst stelt, binnen het kader van de hem ingevolge dit landsbesluit toebehorende taak, elk onderzoek in, waartoe hem door de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, of de Minister van Justitie opdracht wordt gegeven.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Op verzoek van de plaatselijke hoofden van politie of van de Procureur-Generaal stelt de Veiligheidsdienst onderzoeken in overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2 en 3.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">6</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het personeel, bij de Veiligheidsdienst in te delen, wordt door de Minister van Justitie aangewezen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De Minister van Justitie kan, in overleg met de plaatselijke hoofden van politie bepalen, dat politiepersoneel dat niet bij de Veiligheidsdienst is ingedeeld, met bepaalde werkzaamheden ten behoeve van die dienst wordt belast. Deze werkzaamheden worden verricht in nauw en voortdurend overleg met het hoofd van de Veiligheidsdienst.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">7</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het hoofd van de Veiligheidsdienst draagt zorg, dat de geheimhouding van de inlichtingen en de bronnen, waaruit zij afkomstig zijn, alsmede de veiligheid van de ter verkrijging van die inlichtingen werkzame personen naar behoren worden gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De Minister-President en de Minister van Justitie kunnen nadere voorschriften terzake geven.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">8</nr></kop><al>De Minister van Justitie kan nadere voorschriften geven nopens de organisatie, de werkwijze en het beheer van de Veiligheidsdienst.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">9</nr></kop><al>Dit landsbesluit treedt in werking met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de Politieregeling (P.B. 1962, no. 64). Alsdan vervalt het landsbesluit, houdende algemene maatregelen van de 14de juni 1960 regelende de organisatie van de inlichtingendienst (P.B. 1960, no. 111).</al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>