<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"><meta><owmskern><dcterms:identifier xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">1624_1</dcterms:identifier><dcterms:title xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">VERORDENING van den 9den Juni 1921, houdende bepalingen ter bestrijding van besmettelijke ziekten</dcterms:title><dcterms:language xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheidrg:NederlandseAntillen" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Nederlandse Antillen</dcterms:creator><dcterms:modified xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">2008-11-04</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><overheid:isRatifiedBy scheme="overheidrg:BestuursorgaanNederlandseAntillen">Gouverneur van de Nederlandse Antillen</overheid:isRatifiedBy><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">P.B. 2005, no. 5</dcterms:isFormatOf><dcterms:issued xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">2004-12-27</dcterms:issued><dcterms:alternative xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Onbekend</dcterms:source><dcterms:subject xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:rights xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 2</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>volksgezondheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de in de slotbepaling genoemde regelingen en
                    bepalingen.</al><al>Het
                    tijdstip van inwerkingtreding van de oorspronkelijke regeling is vastgesteld bij
                    landsbesluit van …-…-……… (P.B. 1921, no. 67).</al><al>Het
                    tijdstip van inwerkingtreding van de wijzigingsregeling van …-…-……… (P.B. 1931,
                    no. 76) is vastgesteld bij landsbesluit van …-…-……( P.B. 1931, no.
                    81).</al><al>Het
                    tijdstip van inwerkingtreding van de wijzigingsregeling van …-…-……… (P.B. 1952,
                    no. 164) is vastgesteld bij landsbesluit van …-…-…… (P.B. 1952, no.
                    175).</al><al>Andere
                    dan de daarbij vermelde wetshistorische gegevens zijn niet bekend over de
                    wijzigingsregelingen die zijn geplaatst in: P.B. 1975, no. 185 (wijziging art.
                    11) en P.B. 1989, no. 93 (wijziging art. 34bis,
                    34ter).</al><al>Het
                    tijdstip van inwerkingtreding van de wijzigingsregeling van 11-9-1997 (P.B.
                    1997, no. 237) is vastgesteld bij landsbesluit van 25-11-1997 (P.B. 1997, no.
                    251).</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING van den 9den Juni 1921, houdende bepalingen ter bestrijding van
            besmettelijke ziekten.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Algemeene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Onder zieken worden in de Algemeene bepalingen dezer verordening
                            personen verstaan, lijdende aan eene der besmettelijke ziekten, in art.
                            4 bedoeld; onder ziekten deze besmettelijke ziekten zelve.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Twijfelachtige gevallen van een besmettelijke ziekte, als in deze
                            verordening genoemd en bedoeld, waarbij de aan de aangewezen
                            rechtspersoon, bedoeld in artikel 1 van de Gezondheidslandsverordening
                            1952 (P.B.1952, no.157), ter beschikking staande methoden en
                            hulpmiddelen van onderzoek nog niet, niet, of met twijfelachtig
                            resultaat werden gebruikt, worden als duidelijke gevallen der ziekte
                            beschouwd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Onder ontsmetting wordt in deze verordening mede verstaan reiniging,
                            benevens het verdelgen van ongedierte en insecten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>De ziekten, waarop de Algemeene bepalingen dezer verordening worden
                            toegepast, zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>cholera,</al></li><li nr="b."><al>diphterie,</al></li><li nr="c."><al>dysenterie,</al></li><li nr="d."><al>gele koorts,</al></li><li nr="e."><al>pest,</al></li><li nr="f."><al>pokken (variolae en variolïdes)</al></li><li nr="g."><al>roodvonk,</al></li><li nr="h."><al>febris typhoidea en paratyphus,</al></li><li nr="i."><al>vlektyphus.</al></li></lijst><al>Bij besluit van den Gouverneur kan deze verordening, geheel of
                            gedeeltelijk, ook op andere, niet in deze verordening genoemde ziekten
                            in de gehele kolonie, of in deelen daarvan, tijdelijk van toepassing
                            worden verklaard.</al><al>Dat besluit is niet langer geldig dan na gedurende twee jaren na zijne
                            afkondiging, tenzij het binnen dien tijd door eene verordening is
                            bekrachtigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>De door het bestuurscollege aangewezen geneeskundige is bevoegd zieken,
                            die zich in hotels, pensions of slaapsteden bevinden, naar eene
                            inrichting, ter afzondering, verpleging en geneeskundige behandeling te
                            doen overbrengen.</al><al>Laat de toestand van den zieke geen vervoer toe, dan worden ter plaatse
                            door de in het vorig lid bedoelde geneeskundige de noodige maatregelen
                            van afzondering en verpleging voorgeschreven.</al><al>Bij niet naleving dezer voorschriften kan het hotel en het pension of de
                            slaapstede door het plaatselijk hoofd van politie worden gesloten,
                            zoolang de ziekte en het besmettingsgevaar zulks eischen, zonder eenig
                            recht op schadevergoeding voor belanghebbenden.</al><al>Dezelfde bevoegdheid, als in het eerste lid vermeld, bestaat ten
                            opzichte van ziekten, die zich in andere dan de in het eerste lid
                            bedoelde verblijven bevinden, woningen inbegrepen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de omstandigheden niet toelaten den zieke voldoende af te
                                    zonderen en te verplegen, terwijl ernstig gevaar voor de
                                    volksgezondheid dreigt;</al></li><li nr="b."><al>de voorgeschreven maatregelen van afzondering en verpleging niet
                                    stipt worden nagekomen, waardoor ernstig gevaar voor de
                                    volksgezondheid dreigt.</al></li></lijst><al>Op personen, die behooren tot de naaste omgeving van den zieke en verder
                            op hen, van wie ernstig vermoed wordt, dat zij de besmetting op anderen
                            kunnen overbrengen, kunnen maatregelen van onderzoek, behandeling en
                            ontsmetting worden toegepast; benevens tijdelijke afzondering, al dan
                            niet in eene vanwege het eilandgebied aangewezen inrichting,
                            overeenkomstig den incubatieduur der ziekte.</al><al>Zij, die smetstof-dragers blijken te zijn, kunnen voor ten hoogste vier
                            weken in afzondering, als in de vorige alinea aangeduid, worden gesteld
                            en kunnen ook zoowel gedurende dien tijd als daarna worden onderworpen
                            aan toezicht buiten afzondering, met verplichting hunnerzijds om de hun
                            voorgeschreven maatregelen van voorzorg nauwkeurig op te volgen.</al><al>Indien belanghebbenden tegen een der krachtens dit artikel gegeven
                            voorschriften zonder verwijl bij het bestuurscollege bezwaar maken,
                            wordt, hangende de beslissing van het bestuurscollege, aan het
                            voorschrift geen gevolg gegeven, mits de hulpmaatregelen eventueel
                            middelwijl door de gezaghebber bevolen tipt worden nageleefd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>De door het bestuurscollege aangewezen geneeskundige is bevoegd
                            maatregelen van ontsmetting toe te passen in verblijven, waar zieken
                            vertoeven of vertoefd hebben, benevens andere maatregelen ter voorkoming
                            van verspreiding der ziekte.</al><al>Bij verzet tegen deze maatregelen in hotels, pensions en slaapsteden
                            kunnen deze inrichtingen door het plaatselijk hoofd van politie zoolang
                            worden gesloten, als met het oog op den aard der besmetting en den duur
                            van het besmettingsgevaar noodig is; en worden niet weder geopend dan na
                            ontsmetting en verdere noodig geachte maatregelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Het bestuurscollege is bevoegd alle gebouwen, inrichtingen, getimmerten
                            en vaartuigen van wat aard en naam of tot welk doel dienende ook, met
                            het oog op van daaruit dreigend of gevreesd besmettingsgevaar, te doen
                            ontsmetten; en besmette en van besmetting verdachte voorwerpen, goederen
                            en stoffen, waar ook aanwezig te doen ontsmetten.</al><al>Nagenoeg waardeloze stoffen en goederen, als kaf, gebruikt stroo,
                            bedvulsel van varen en zeegras en onbruikbaar geworden stoffen in kleine
                            hoeveelheid worden zonder vergoeding vernietigd.</al><al>In de overige gevallen, waarin ontsmetting door den aard, den toestand
                            of de hoeveelheid der voorwerpen en goederen of stoffen niet mogelijk is
                            zonder groote schade aan die voorwerpen, goederen en stoffen, kan
                            onteigening geschieden volgens de bestaande voorschriften.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Bij het dreigen, verschijnen of heerschen van besmettelijke ziekten kan
                            het bestuurscollege verzamelingen van mest of ander vuil, waar die zich
                            ook bevinden, doen onschadelijk maken of opruimen, terreinen doen
                            reinigen en andere voorzieningen tot bevordering der reinheid treffen,
                            tenzij belanghebbenden binnen een door hem vastgestelden termijn zelven
                            de door hem noodig geachte maatregelen nemen.</al><al>Die maatregelen worden uitgevoerd op kosten van belanghebbenden, indien
                            de toestand, die op hunne, of onder hunne berusting zijnde, eigendommen
                            verbetering eischte in strijd was met de voorschriften, te dien aanzien
                            bestaande.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Het is verboden voorwerpen, die in aanraking waren met of afkomstig zijn
                            van personen, die leden of stierven aan eene besmettelijke ziekte, te
                            vervoeren, ten geschenke of in gebruik te geven of te nemen, tenzij na
                            de ontsmetting door de zorg van de door het bestuurscollege aangewezen
                            geneeskundige uitgevoerd of onder toezicht en volgens regelen, door of
                            vanwege hem gesteld, verricht.</al><al>Het is verboden opzettelijk of door schuld gevaar van besmetting met
                            eene besmettelijke ziekte voor anderen te doen ontstaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Het is verboden over den openbaren weg zieken te vervoeren, of lijdende
                            aan eene der ziekten in artikel 4 genoemd, zich naar eene andere plaats
                            te begeven, tenzij met toestemming en onder inachtneming van de
                            voorschriften van de door het bestuurscollege aangewezen
                            geneeskundige.</al><al>Het is verboden daarbij van openbare middelen van vervoer gebruik te
                            maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Overledenen aan eene der in art. 4 bedoelde ziekten, moeten langs den
                            kortsten weg naar de voor hen bestemde begraafplaats of crematorium
                            worden vervoerd.</al><al>Het lijk moet gekist zijn volgens de aanwijzingen door of vanwege de
                            door het bestuurscollege aangewezen geneeskundige te geven.</al><al>De lijkkist mag slechts in een bedehuis worden gebracht, dat uitsluitend
                            ten behoeve van de begraafplaats of crematorium gebruikt wordt.</al><al>Indien de zorg voor de gezondheid van de bewoners van het sterfhuis of
                            van nabijwonenden zulks noodig maakt, kan het gekiste lijk op last van
                            de door het bestuurscollege aangewezen geneeskundige naar de
                            begraafplaats of crematorium worden vervoerd, ter tijdelijke bewaring in
                            een lijkenhuis.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Bewoners van verblijven, van wat naam of aard ook, als bedoeld in art.
                            5, waarin eene ziekte voorkomt of voorkwam, mogen geene scholen
                            bezoeken, dan na overlegging van eene schriftelijke, gedagtekende en
                            ondertekende verklaring, afgegeven door de personen in de volgende
                            alinea aangewezen, dat het gevaar van besmetting, door het schoolbezoek
                            van den met name genoemde persoon, als geweken kan worden beschouwd.
                            Deze verklaring kan worden gevraagd van de door het bestuurscollege
                            aangewezen geneeskundige die verplicht is haar af te geven, indien de
                            omstandigheden zulks toelaten; eene verklaring van gelijken inhoud als
                            in het eerste lid van dit artikel aangeduid en afgegeven door eenen
                            particulieren geneeskundige, is geldig, indien zij voor gezien is
                            geteekend door het bestuurscollege aangewezen geneeskundige.</al><al>Hoofden of bestuurders van scholen mogen de personen, in het eerste lid
                            van dit artikel aangeduid, niet toelaten zonder eene verklaring als in
                            dit lid omschreven.</al><al>De verklaringen in dit artikel genoemd zijn vrij van zegel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>De geneeskundigen doen aan de Inspecteur van de Volksgezondheid en de
                            door het bestuurscollege aangewezen geneeskundige onverwijld mededeling
                            van een door hen waargenomen geval van ziekte, als in art. 4 bedoeld,
                            zoomede van andere door hen waargenomen ziekten, waardoor de
                            volksgezondheid bedreigd wordt; dit evenwel met uitzondering van
                            melaatscheid, tuberculose en van de besmettelijke geslachtsziekten.</al><al>De mededeeling, in het eerste lid van dit artikel genoemd, moet naam,
                            leeftijd, geslacht, beroep en woonplaats van den zieke vermelden, plaats
                            en wijze van verpleging, benevens, zoo mogelijk, gegevens omtrent de
                            oorzaak der besmetting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Het hoofd van een gezin, inrichting of verblijf van wat naam of aard
                            ook, dat weet, vermoedt, of van wien redelijkerwijze moet worden
                            aangenomen, dat hij kon vermoeden, dat in zijn verblijf een geval van
                            ziekte voorkomt, als bedoeld in art. 4, is verplicht daarvan terstond
                            kennis te geven aan de door het bestuurscollege aangewezen
                            geneeskundige, indien geen geneeskundige den zieke heeft waargenomen of
                            nog behandelt.</al><al>De in het eerste lid bedoelde geneeskundige licht terstond de Inspectie
                            voor de Volksgezondheid in.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>Verblijven, waarin eene ziekte voorkomt, bedoeld in art. 4, worden na de
                            aangifte, onverwijld voorzien van een van buiten duidelijk zichtbaar
                            kenmerk, zoo nodig van meer dan een, de woorden “besmettelijke ziekte”
                            en den naam der ziekte, zoowel in het Nederlandsch als in de landstaal
                            vermeldende.</al><al>Het kenmerk wordt door de zorg van de door het bestuurscollege
                            aangewezen geneeskundige aangebracht en verwijderd; dit laatste, indien
                            het gevaar van besmetting als geweken kan worden beschouwd.</al><al>Dat het gevaar van besmetting als geweken kan worden beschouwd, wordt op
                            overeenkomstige wijze als in art. 12 is omschreven, vastgesteld.</al><al>De verklaringen in de vorige alinea bedoeld zijn vrij van zegel.</al><al>Blijkt het hoofd van het verblijf, in het eerste lid van dit artikel
                            genoemd, niet in staat of geneigd om het aangebrachte kenmerk tegen
                            wegneming of onbruikbaarmaking te beveiligen, dan kan de door het
                            bestuurscollege aangewezen geneeskundige door een wachtpost of door
                            openbare aankondiging op het bestaande gevaar van besmetting de aandacht
                            vestigen. Van het plaatsen van den wachtpost geeft de door het
                            bestuurscollege aangewezen geneeskundige zoo spoedig mogelijk
                            schriftelijk kennis aan het plaatselijk hoofd van politie.</al><al>Het kenmerk, in de eerste zinsnede van dit artikel aangeduid, wordt niet
                            aangebracht, indien voor den zieke spoedig geneeskundige hulp is
                            ingeroepen, het geval van ziekte na de waarneming onverwijld is
                            aangegeven, de zieke terstond daarop uit het verblijf is verwijderd en
                            de noodige maatregelen van ontsmetting zijn genomen.</al><al>De aanhechting van het kenmerk wordt uitgesteld zoolang de door de door
                            het bestuurscollege aangewezen geneeskundige voorgeschreven maatregelen
                            van afzondering en verpleging van den zieke, benevens de verdere
                            maatregelen van voorzorg stipt worden nageleefd; deze voorschriften
                            worden gegeven in de gevallen, dat behoorlijke verpleging van den zieke
                            in zijn verblijf, door de door het bestuurscollege aangewezen
                            geneeskundige niet onmogelijk of volstrekt onraadzaam wordt geacht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>De geneeskundigen van de gezondheidsdienst van het betrokken
                            eilandgebied en de gouvernements-geneeskundigen mogen bij hun onderzoek
                            in woningen en verblijven, als in het vorig artikel genoemd, niet tegen
                            den wil der naaste verwanten en omgeving tot een geneeskundig onderzoek
                            van een zieke overgaan.</al><al>Wordt hun de toestemming voor het geneeskundig onderzoek van een zieke
                            overgaan.</al><al>Wordt hun de toestemming voor het geneeskundig onderzoek van een zieke
                            zonder deugdelijken grond geweigerd, in de gevallen voorzien in de beide
                            laatste zinsneden van het voorgaande artikel, dan worden de bijzondere
                            voorschriften, in die alinea’s ten gunste van belanghebbenden gemaakt,
                            niet toegepast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16bis</nr></kop><al>De krachtens deze landsverordening door het bestuurscollege aangewezen
                            geneeskundige(n) is (zijn) gehouden de door de Inspecteur van de
                            Volksgezondheid gegeven aanwijzingen op te volgen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>BIJZONDERE BEPALINGEN</titel><subtitel>Van het weren en verdelgen van ongedierte en insecten, die
                                ziekten kunnen overbrengen</subtitel></kop><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1.</nr><titel>Van de bestrijding van de gele koorts mug</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17A</nr></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17B</nr></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7C</nr></kop><al>Alle voor gebruik dienende holle voorwerpen, van welk soort of
                                    aard ook, waarin muggen broeden of kunnen broeden, worden
                                    behandeld overeenkomstig door de door het bestuurscollege
                                    aangewezen geneeskundige te stellen regelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17D</nr></kop><al>De eigenaar, huurder of gebruiker van terreinen is verplicht
                                    alle verzamelingen van blikken, flessen en andere niet voor
                                    gebruik dienende holle voorwerpen welke water bevatten of kunnen
                                    bevatten ongeschikt voor het broeden van muggen te doen maken of
                                    te doen opruimen en binnen een door de door het bestuurscollege
                                    aangewezen geneeskundige gestelde termijn, volgens aanwijzingen
                                    door deze te geven, die terreinen te doen reinigen en alle door
                                    deze ter zake nodig geachte maatregelen te treffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17E</nr></kop><al>Het is verboden voorwerpen of goederen zodanig te stapelen of
                                    gestapeld te hebben op voorwerpen welke water bevatten of kunnen
                                    bevatten, dat het onderzoek en de te nemen maatregelen als
                                    bedoeld in artikel 46 derde lid bemoeilijkt of onmogelijk
                                    gemaakt wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17F</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke watertank, waterbak, regenbak of ander voorwerp dat
                                        water bevat of kan bevatten en niet of moeilijk toegankelijk
                                        is voor onderzoek en behandeling, moet toegankelijk gemaakt
                                        worden door het aanbrengen van een toegangsluik of mangat
                                        met deksel, tenzij van deze bepaling in bijzondere gevallen
                                        door de door het bestuurscollege aangewezen geneeskundige
                                        ontheffing wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eigenaar, huurder of gebruiker van de in het eerste lid
                                        genoemde voorwerpen is verplicht zorg te dragen dat deze
                                        voorwerpen muggendicht afgesloten zijn en volgens
                                        aanwijzingen van de door het bestuurscollege aangewezen
                                        geneeskundige muggendicht worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het vorige lid is niet van toepassing op irrigatiebakken,
                                        die doorlopend in gebruik zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De eigenaar, huurder of gebruiker van de in het eerste lid
                                        genoemde voorwerpen is gehouden op zijn kosten de daartoe te
                                        maken veranderingen te doen aanbrengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17G</nr></kop><al>De bewoners of gebruikers van gebouwen zijn verplicht zorg te
                                    dragen, dat de daarbij behorende erven vrij zijn en gehouden
                                    worden van lege blikken, flessen of andere niet voor gebruik
                                    dienende voorwerpen welke water bevatten of kunnen
                                    bevatten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17H</nr></kop><al>Eigenaars van opgeslagen oude metalen of ander materiaal op
                                    terreinen, werven of andere plaatsen, zijn verplicht zorg te
                                    dragen, dat deze op zodanige wijze zijn opgeslagen, dat zij geen
                                    muggenbroedplaatsen zijn of kunnen vormen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17I</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dakgoten moeten zo ingericht zijn en door de eigenaars,
                                        huurders of gebruikers volgens aanwijzingen van de door het
                                        bestuurscollege aangewezen geneeskundige dusdanig
                                        onderhouden worden, dat er geen stilstaand water daarin
                                        achter kan blijven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Eigenaars van beerputten en putten voor afvalwater zijn
                                        verplicht zorg te dragen dat deze muggendicht afgesloten
                                        zijn en volgens aanwijzingen van de door het bestuurscollege
                                        aangewezen geneeskundige muggendicht worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien door het afsluiten, zoals bedoeld in het vorige lid,
                                        naar het oordeel van de door het bestuurscollege aangewezen
                                        geneeskundige de putten niet meer aan hun doel zouden
                                        beantwoorden, moeten deze ten minste eenmaal per week met
                                        een muggenlarvendodende vloeistof behandeld of met water
                                        doorgespoeld worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17J</nr></kop><al>Eigenaars van percelen zijn verplicht zorg te dragen, dat de tot
                                    deze percelen behorende afvoerleidingen van faecaliën of
                                    huishoudwater ontoegankelijk voor muggen zijn en uitmonden in
                                    een beerput, put voor afvalwater, riolering of zee.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17K</nr></kop><al>Indien de door het bestuurscollege aangewezen geneeskundige dit
                                    nodig acht of de belanghebbenden zulks uitdrukkelijk verzoeken,
                                    wordt een schriftelijk bewijs verstrekt, waarop de datum van
                                    onderzoek en de genomen maatregelen zijn aangegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17L</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter bestrijding van de volwassen gele koorts mug kan de door
                                        het bestuurscollege aangewezen geneeskundige de
                                        muuroppervlakken, zowel die aan de buitenkant van als die in
                                        woningen, gebouwen, loodsen, bergplaatsen en andere door hem
                                        nodig geachte ruimten, met een muggendodend middel laten
                                        besproeien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eigenaar, huurder of gebruiker van de in het vorige lid
                                        bedoelde ruimten is verplicht toe te laten dat de daarin
                                        gemelde besproeiing met een muggendodend middel plaats
                                        vindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De besproeiing geschiedt zodanig, dat geen schade wordt
                                        toegebracht aan wandschilderingen, beschilderde panelen of
                                        wandsieraden, welke niet van de wand te verwijderen
                                        zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17M</nr></kop><al>De eigenaar, huurder of gebruiker van regenbakken, waterputten
                                    en waterreservoirs is verplicht toe te laten dat het zich daarin
                                    bevindende water of de wanden van deze reservoirs worden
                                    behandeld met een muggendodend of muggenlarvendodend
                                    middel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17N</nr></kop><al>Het is, voor zover het Wetboek van Strafrecht voor Curaçao er
                                    niet in voorziet, verboden de handelingen van de ambtenaren als
                                    bedoeld in het eerste lid van artikel 17, ter uitvoering van de
                                    bepalingen vervat in deze paragraaf, op enigerlei wijze te
                                    verijdelen, te bemoeilijken, of ongedaan te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17O</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de in deze paragraaf bedoelde eigenaars, huurders of
                                        gebruikers geheel of gedeeltelijk in gebreke blijven binnen
                                        een door de door het bestuurscollege aangewezen
                                        geneeskundige gestelde termijn de door deze ter uitvoering
                                        van de bepalingen van deze paragraaf gegeven aanwijzingen of
                                        opdrachten te volgen kan hij de nodige voorzieningen treffen
                                        en de maatregelen doen uitvoeren als bedoeld in artikel 46
                                        derde lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eigenaar, huurder of gebruiker is aansprakelijk voor de
                                        kosten gemaakt in verband met de voorzieningen en
                                        maatregelen in het vorige lid bedoeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>Eigenaars en huurders zijn verplicht te zorgen, dat zich op de
                                    bij hun woning of werkplaats behorende erven bevindende
                                    verzamelingen van regenwater, huishoudwater of ander afvalwater,
                                    waarin muggen kunnen broeden, worden opgeheven.".</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2.</nr><titel>Van de bestrijding van andere insecten en ongedierte</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>Aan eigenaars en huurders is het verboden in werkplaatsen,
                                    winkels, pakhuizen, magazijnen, loodsen, schuren en stallen niet
                                    verpakte levensmiddelen, veevoeder of andere stoffen en waren,
                                    die ratten en muizen kunnen aanlokken, zoodanig te bewaren, dat
                                    zij voor dat gedierte open toegankelijk zijn.</al><al>De in het eerste lid genoemde gebouwen moeten zindelijk worden
                                    gehouden en zodanig ingericht, onderhouden en gebruikt worden,
                                    dat zij geene voor ratten en muizen geschikte schuil- en
                                    broedplaats vormen.</al><al>Aan het daartoe door of vanwege het bestuurscollege aangewezen
                                    personeel van de gezondheidsdienst van het eilandgebied moet
                                    tusschen zonsopkomst en zonsondergang toegang worden verleend
                                    tot de gebouwen in dit artikel bedoeld, tot het plaatsen of
                                    wegnemen van ratten- en muizenvallen, die van overheidswege
                                    worden uitgezet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al>Huisvuil, keuken- en ander afval moeten buiten bereik van
                                    ratten, muizen en insecten bewaard worden, in goed gesloten, na
                                    elke lediging behoorlijk gereinigde voorwerpen.</al><al>Eigenaars en huurders van erven zijn verplicht te zorgen, dat
                                    zich daarop bevindende mestputten of beerputten voortdurend en
                                    volkomen afgedekt en de luchtkokers daarvan met metaalgaas van
                                    ten minste achttien mazen per vijf en twintig millimeter
                                    (Engelsche duim) afgesloten worden gehouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al>Het is verboden aan eigenaars en huurders, om levensmiddelen of
                                    andere stoffen en waren, die vliegen kunnen aanlokken, in
                                    hotels, logementen, pensions, restauraties, koffiehuizen,
                                    winkels, pakhuizen, magazijnen en werkplaatsen zoo te bewaren,
                                    dat zij voor vliegen toegankelijk zijn.</al><al>De in het eerste lid genoemde levensmiddelen, stoffen en waren,
                                    waar en door wie ook ten verkoop uitgestald, moeten buiten het
                                    bereik van vliegen worden gehouden.</al><al>Uitwerpselen van mensch en dier, mestverzamelingen en
                                    vuilnis-hoopen, moeten in voldoende mate bedeeld worden met
                                    stoffen, die vliegen weren of vliegenlarven verdelgen, of na ten
                                    hoogste elke zes dagen geheel worden opgeruimd en onschadelijk
                                    gemaakt.</al><al>Het in het voorgaande lid ten opzichte van mestverzamelingen en
                                    voorgeschrevene is niet van toepassing op voor uitvoer bestemde
                                    meststoffen, mits deze in voor vliegen en ander ongedierte
                                    ontoegankelijke voorwerpen, vertrekken of pakhuizen bewaard
                                    worden.</al><al>Tonnen of andere voorwerpen, gebruikt tot het opvangen of
                                    verzamelen van menschelijke faecaliën, moeten zoo zijn ingericht
                                    of geplaatst, dat hun inhoud voor vliegen ontoegankelijk is, of
                                    die inhoud in voldoende mate bedeeld worden met stoffen, die
                                    vliegen weren of vliegenlarven dooden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><al>In de artikelen 17D—21 worden onder “eigenaars’ ook verstaan
                                    beheerders en voorts allen, die krachtens eenig zakelijk recht,
                                    bezit daaronder begrepen, beschikking over eenig goed
                                    hebben.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Van maatregelen tegen melaatschheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><al>De geneeskundigen, die een geval of verdacht geval van
                                    melaatschheid hebben waargenomen, geven daarvan binnen een week
                                    of zoo spoedig als anders doenlijk is kennis aan de Inspecteur
                                    van de Volksgezondheid en de door het bestuurscollege aangewezen
                                    geneeskundige onder meedeeling van naam, geslacht, leeftijd en
                                    woonplaats van den zieke of verdachte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><al>Ieder van melaatschheid verdachte wordt door de zorg van de door
                                    het bestuurscollege aangewezen geneeskundige door ten minste
                                    drie geneeskundigen in overheidsdienst, hemzelf inbegrepen,
                                    geneeskundig onderzocht.</al><al>De verdachte wordt gedurende den tijd van het onderzoek op
                                    kosten van het eilandgebied verpleegd in een apart vertrek of
                                    gedeelte eener inrichting voor besmettelijke ziekten, doch niet
                                    in een gesticht voor melaatschen.</al><al>De verdachte zieke is gehouden zich voor het onderzoek
                                    beschikbaar te stellen en zich daaraan te onderwerpen; hij zal,
                                    op vooraf te bepalen tijd, daartoe vanwege de door het
                                    bestuurscollege aangewezen geneeskundige van zijne woning of
                                    verblijf worden afgehaald.</al><al>Voor verdachten, op Curaçao woonachtig, mag slechts met hunne
                                    toestemming een observatie-termijn van twee weken achtereen voor
                                    het onderzoek worden overschreden, maar het onderzoek kan
                                    tweemalen worden herhaald.</al><al>Tot het onderzoek wordt niet overgegaan dan na machtiging van de
                                    Inspecteur van de Volksgezondheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><al>Melaatschen worden, op kosten van het Gouvernement, in een
                                    gesticht voor melaatschen opgenomen en verpleegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><al>Opneming in en ontslag uit een gesticht voor melaatschen heeft
                                    niet plaats dan met schriftelijke lastgeving van den Gouverneur,
                                    uitgevaardigd na kennisneming van een gemotiveerd rapport van de
                                    Inspecteur van de Volksgezondheid, die daarbij de afzonderlijke
                                    adviezen overlegt van de geneeskundigen, die het ziekte-geval
                                    eveneens hebben onderzocht.</al><al>Op verzoek van den persoon, die voor opneming in een gesticht
                                    voor melaatschen wordt voorgedragen, of op verzoek van zijne
                                    naaste familie of verzorgers worden de rapporten in de vorige
                                    alinea genoemd, overgelegd aan een of meer door hen aangewezen,
                                    niet in overheidsdienst zijnde geneeskundigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><al>De Gouverneur kan in bepaalde gevallen, op gemotiveerd advies
                                    van de Inspecteur van de Volksgezondheid, aan melaatschen
                                    toestaan tijdelijk buiten een gesticht voor melaatschen te
                                    vertoeven, mits alle voorwaarden, waaronder het verlof wordt
                                    gegeven, stipt worden nageleefd.</al><al>Het is aan melaatschen geoorloofd onder stipte inachtneming van
                                    de voorwaarden hun door de Inspecteur van de Volksgezondheid,
                                    gesteld, de kolonie te verlaten.</al><al>Bij verlating van het gesticht door melaatschen zonder dat
                                    daartoe toestemming is gegeven door de Inspecteur van de
                                    Volksgezondheid, worden zij opgespoord en naar het gesticht
                                    teruggebracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><al>Er bestaat een gesticht voor melaatschen op het eiland
                                    Curaçao.</al><al>Melaatschen en van melaatschheid verdachten op de eilanden
                                    buiten Curaçao worden voor rekening van het Gouvernement en
                                    onder geleide van een persoon door de Inspecteur van de
                                    Volksgezondheid daartoe aangewezen of goedgekeurd, met
                                    inachtneming de noodige maatregelen van voorzorg, naar Curaçao
                                    overgebracht.</al><al>Herstelde melaatschen, en niet als melaatschen herkende
                                    verdachten, die het geneeskundig onderzoek hebben ondergaan,
                                    genoemd in art. 24, kunnen voor rekening van het Gouvernement
                                    terugkeeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><al>Het gesticht voor melaatschen op Curaçao wordt, ten minste
                                    eenmaal in de drie maanden, bezocht door den Procureur-generaal,
                                    die van zijn bezoek verslag uitbrengt aan den Gouverneur.</al><al>De Inspectie voor de Volksgezondheid vergezelt den
                                    Procureur-generaal bij dat bezoek telkens als de Gouverneur hem
                                    daartoe de opdracht geeft.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Van maatregelen tegen tuberculose</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><al>De geneeskundigen doen binnen eene week aan de door het
                                    bestuurscollege aangewezen geneeskundige mededeeling van een
                                    door hen waargenomen geval van open tuberculose. </al><al>Die mededeeling moet naam, leeftijd, geslacht, beroep en
                                    woonplaats van den zieke vermelden, benevens bijzonderheden over
                                    de wijze waarop de verpleging geschiedt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><al>Het hoofd van een verblijf, dat weet, begrijpt of vermoedt, dat
                                    een persoon lijdende aan open tuberculose daarin zijn intrek
                                    heeft genomen of daaruit is verhuisd, is verplicht binnen eene
                                    week daarvan aan de door het bestuurscollege aangewezen
                                    geneeskundige kennis te geven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><al>De door het bestuurscollege aangewezen geneeskundige is bevoegd,
                                    na overleg met den behandelenden geneeskundige en onder
                                    toestemming van belanghebbenden, in het verblijf van een
                                    persoon, lijdende aan open tuberculose, ter beperking van het
                                    gevaar van besmetting, maatregelen te bevorderen of te treffen;
                                    deze maatregelen mogen zoonodig zich ook uitstrekken tot de
                                    verzorging en verpleging van den zieke.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><al>Voor zooveel noodig licht de door het bestuurscollege aangewezen
                                    geneeskundige een zieke, als in het vorig artikel bedoeld,
                                    benevens zijne huisgenooten in omtrent eenvoudige maatregelen,
                                    die in aller belang kunnen genomen worden.</al><al>De inlichting geschiedt bij zieken, die geheel of gedeeltelijk
                                    nog hun gewone werk buiten hun verblijf verrichten, aan hen
                                    zelven en voorts aan geene andere omgeving dan in het vorig lid
                                    bedoeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr></kop><al>De door het bestuurscollege aangewezen geneeskundige kan een
                                    verblijf met zijnen inhoud doen ontsmetten, indien een zieke,
                                    als in art. 30 aangeduid, is verhuisd of is overleden.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Van maatregelen tegen besmettelijke geslachtsziekten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34bis</nr></kop><al>De plaatselijke hoofden van politie in de eilandgebieden Curaçao
                                    en Aruba leggen ieder voor zich, respectievelijk voor het eiland
                                    Curaçao en het eiland Aruba, een register aan, waarin worden
                                    opgenomen de namen, leeftijden, woonadressen en hetgeen verder
                                    noodig wordt geacht, van de personen van het vrouwelijk
                                    geslacht, die van het plegen van ontucht met personen van het
                                    andere geslacht een beroep of gewoonte maken.</al><al>Genoemde plaatselijke Hoofden der Politie geven de namen,
                                    leeftijden en woonadressen, alsmede de verdere gegevens welke
                                    gewenscht worden en in het register voorkomen, van haar, die in
                                    het register worden ingeschreven, ten spoedigste schriftelijk op
                                    aan den door het bestuurscollege aangewezen geneeskundige. </al><al>Van alle wijzigingen in reeds eerder toegezonden opgaven, wordt
                                    eveneens ten spoedigste schriftelijk opgave gedaan aan genoemde
                                    geneeskundige. In de eilandgebieden Bonaire en de Bovenwindse
                                    Eilanden wordt het register door of vanwege de door het
                                    bestuurscollege aangewezen geneeskundige voor het betreffende
                                    eilandgebied aangelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34ter</nr></kop><al>Personen van het vrouwelijk geslacht, die van het plegen van
                                    ontucht met personen van het andere geslacht, een beroep of
                                    gewoonte maken, zijn verplicht zich persoonlijk aan te melden
                                    ten bureele van het daarvoor aangewezen Plaatselijk Hoofd der
                                    Politie voor het eiland waar zij verblijven, teneinde zich te
                                    doen inschrijven in het register in het artikel 34bis bedoeld.
                                    In de eilandgebieden Bonaire en de Bovenwindse Eilanden
                                    geschiedt de aanmelding ten burele van de door het
                                    bestuurscollege aangewezen geneeskundige.</al><al>De aanmelding in het vorig lid bedoeld dient te geschieden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen een week na het in werking treden van het
                                            bepaalde in het eerste lid voor het betreffende
                                            eilandgebied</al></li><li nr="b."><al>door haar voor wie verplicht tot inschrijving later komt
                                            te ontstaan, binnen een week na het ontstaan van
                                            zoodanige verplichting;</al></li><li nr="c."><al>door haar, die uit het buitenland het Staatsdeel
                                            binnenkomt, zoo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen
                                            24 uren na aankomst.</al></li></lijst><al>In bedoeld register ingeschreven zijnde, zijn zij verplicht van
                                    elke verandering in hun woonadres, binnen tweemaal vierentwintig
                                    uren in persoon kennis te geven ten bureele van het plaatselijk
                                    hoofd van politie, onderscheidenlijk de door het bestuurscollege
                                    aangewezen geneeskundige, waar zij zijn ingeschreven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34quater</nr></kop><al>Zij, die in het in artikel 34bis bedoelde register zijn
                                    ingeschreven, zijn verplicht zich ten minste eenmaal per week
                                    aan te melden bij de door het bestuurscollege aangewezen
                                    geneeskundige, teneinde zich door dezen geneeskundig te doen
                                    onderzoeken. De aanmelding moet telkenmale geschieden op plaats
                                    en tijd, welke door deze geneeskundige te harer kennis zijn
                                    gebracht.</al><al>Zij, die van buiten het Staatsdeel binnenkomen, melden zich voor
                                    de eerste maal op den eersten werkdag volgende op den dag van
                                    aankomst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34quinquies</nr></kop><al>Van het niet nakomen van de bepalingen van artikel 34quater
                                    geeft de in artikel 34quater genoemde geneeskundige ten
                                    spoedigste schriftelijk kennis aan het Plaatselijk Hoofd der
                                    politie, die, zoo het een vreemdelinge betreft, de noodige
                                    maatregelen treft voor haar verwijdering uit het Staatsdeel.
                                    Betreft het een niet-vreemdelinge, dan treft hij de noodige
                                    maatregelen om haar voor den aangewezen geneeskundige te doen
                                    verschijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34sexies</nr></kop><al>Zij, die in het in artikel 34bis bedoelde register zijn
                                    ingeschreven, zijn verplicht de aanwijzingen, welke haar door of
                                    vanwege de door het bestuurscollege aangewezen geneeskundige met
                                    betrekking tot de hygiëne worden gegeven, nauwgezet op te
                                    volgen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34septies</nr></kop><al>Het is aan haar, die in het in artikel 34bis bedoelde register
                                    zijn ingeschreven, verboden, personen van het andere geslacht,
                                    alcoholhoudende drank te schenken of te doen schenken, toe te
                                    staan dat deze in hare verblijven alcoholhoudenden drank
                                    gebruiken of, in welken vorm ook, medewerking te verleenen om
                                    deze alcoholhoudenden drank te doen gebruiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><al>Zij, die aan eene besmettelijke geslachtsziekte lijden, en zulks
                                    weten, begrijpen of vermoeden, mogen geene geslachtsgemeenschap
                                    uitoefenen, zoolang zij daarbij ernstig gevaar voor besmetting
                                    opleveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr></kop><al>Onverminderd de bepaling van het vorig artikel is het aan
                                    personen lijdende aan eene besmettelijke geslachtsziekte
                                    verboden opzettelijk of door schuld gevaar voor besmetting
                                    daarmede voor anderen te doen ontstaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr></kop><al>Indien de dader van een der in de twee vorige artikelen
                                    omschreven overtredingen, die niet van tafel en bed gescheiden
                                    echtgenoot is van den persoon tegen wien het misdrijf is
                                    gepleegd, wordt eene strafvervolging slechts ingesteld op
                                    klachte van den anderen echtgenoot.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr></kop><al>De personen, in art. 35 aangeduid, zijn verplicht zich onder
                                    geregelde, persoonlijke behandeling te stellen van eenen in de
                                    kolonie bevoegden geneeskundige, ten minste zoolang tot ernstig
                                    gevaar van besmetting voor anderen geweken is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38bis</nr></kop><al>De geneeskundige, wien na onderzoek gebleken is, dat een persoon
                                    aan een besmettelijke geslachtsziekte lijdt, is verplicht: </al><lijst><li nr="1e."><al>te onderzoeken of deze persoon zich daarvoor onder
                                            geregelde geneeskundige behandeling heeft gesteld;</al></li><li nr="2e."><al>Indien hem gebleken is, dat deze persoon zich niet onder
                                            geregelde geneeskundige behandeling heeft gesteld of,
                                            zich onder geneeskundige behandeling gesteld hebbende,
                                            zich zonder advies van den behandelenden geneesheer,
                                            niet meer regelmatig aan die behandeling onderwerpt,
                                            binnen 48 uur hiervan mededeeling te doen aan den door
                                            het bestuurscollege aangewezen geneeskundige.</al></li></lijst><al>De verplichting bestaat niet, voorzoover de geneeskundige is
                                    gebleken, dat de betrokken persoon geheel is genezen of zoodanig
                                    is hersteld, dat ernstig gevaar voor besmetting voor anderen
                                    geweken is en de geneeskundige dien persoon daarvan een
                                    schriftelijke, gedateerde verklaring heeft afgegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr></kop><al>Zij, die een der artikelen 35, 36 en 38 overtreden, worden, op
                                    schriftelijken last van de Gezaghebber, op kosten van het
                                    eilandgebied, in eene daartoe aangewezen inrichting geneeskundig
                                    behandeld tot ernstig gevaar van besmetting voor anderen geweken
                                    is.</al><al>Wie zich aan de geneeskundige behandeling, of aan een, volgens
                                    art. 41 bevolen geneeskundig onderzoek onttrekt, of de
                                    inrichting verlaat, vóór daartoe toestemming is gegeven door de
                                    geneeskundige, die de behandeling leidt, wordt opgespoord en
                                    naar de inrichting teruggebracht.</al><al>Nadat hem gebleken is, dat een in de inrichting opgenomen
                                    persoon geheel of voldoende is genezen, zoodat er geen ernstig
                                    gevaar voor besmetting meer aanwezig is, geeft de geneeskundige,
                                    die de behandeling leidt, toestemming tot het verlaten van de
                                    inrichting, onder kennisgeving hiervan aan de door het
                                    bestuurscollege aangewezen geneeskundige.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr></kop><al>Zij, die in een inrichting, als in het vorig artikel aangeduid,
                                    worden onderzocht, behandeld en verpleegd, hebben zich aan de
                                    huisorde te onderwerpen, rust en vrede te bewaren en de gegeven
                                    voorschriften op te volgen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr></kop><al>Personen, omtrent wie er eene aan zekerheid grenzende
                                    waarschijnlijkheid bestaat, dat zij een der artikelen 35, 36 en
                                    38 overtreden, kunnen, mits met stipte inachtneming van hetgeen
                                    verder in dit artikel is bepaald, van overheidswege aan een
                                    geneeskundig onderzoek worden onderworpen, om na te gaan, of zij
                                    aan eene besmettelijke geslachtsziekte lijden en ernstig gevaar
                                    van besmetting opleveren.</al><al>De door het bestuurscollege aangewezen geneeskundige,
                                    geneeskundig onderzoek van een persoon, als in den aanhef van
                                    het vorig lid bedoeld, noodig achtende, wendt zich met
                                    gemotiveerd advies tot de gezaghebber.</al><al>De gezaghebber beslist niet, dan na den persoon, voor wien een
                                    geneeskundig onderzoek is voorgesteld, de gelegenheid te hebben
                                    gegeven, op korten termijn, zich uit te spreken terzake van het
                                    tegen hem uitgebracht advies en eventuele bezwaren daartegen toe
                                    te lichten, zoonodig door getuigenis van derden.</al><al>De gezaghebber kan het hooren van personen in de vorige alinea
                                    aangeduid, opdragen aan den Kantonrechter ter plaatse met de
                                    uitspraak belast, aan wien als deskundige wordt toegevoegd.</al><al>Indien de gezaghebber beslist, dat een geneeskundig onderzoek
                                    zal plaats hebben, wordt dit geleid door een geneeskundige,
                                    bedoeld in de eerste alinea van art. 43. Wijst dit onderzoek
                                    uit, dat de onderzochte persoon lijdt aan een geslachtsziekte,
                                    die ernstig gevaar van besmetting van anderen oplevert, dan
                                    geeft de geneeskundige, die het onderzoek leidt, den betrokken
                                    persoon schriftelijk daarvan kennis met mededeeling, dat hij
                                    zich onder geregelde, persoonlijke behandeling van eenen in de
                                    kolonie bevoegden geneeskundige moet stellen, totdat ernstig
                                    gevaar voor besmetting met eene geslachtsziekte voor anderen
                                    geweken is.</al><al>Indien de betrokken persoon in gebreke blijft binnen eene week
                                    daaraan te voldoen, of zich aan de verdere behandeling van
                                    laatstbedoelden geneeskundige onttrekt, wordt hij op
                                    schriftelijken last van de gezaghebber op kosten van het
                                    eilandgebied in de in art. 39 bedoelde inrichting opgenomen en
                                    verpleegd.</al><al>Tegen den uitslag van het geneeskundig onderzoek bedoeld in de
                                    5e alinea van dit artikel, kan de betrokken persoon, binnen een
                                    week, nadat hem die uitslag zal zijn medegedeeld, rechtstreeks
                                    bij de Gezaghebber zijne schriftelijke, met redenen omkleede
                                    bezwaren indienen, waarna deze een nieuw geneeskundig onderzoek
                                    kan doen gelasten en, indien daartoe termen bestaan, de
                                    maatregelen, tegen den betrokken persoon genomen, kan
                                    opschorten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr></kop><al>De Gouverneur stelt het tijdstip, waarop de artt. 35, 36, 37,
                                    38, 39, 40, 41 en 43 in werking treden, afzonderlijk vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42bis</nr></kop><al>De Gouverneur stelt het tijdstip vast, waarop artikel 38bis in
                                    werking treedt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr></kop><al>[vervallen]</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Toezicht- en strafbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens
                                        deze landsverordening bepaalde zijn belast de daartoe door
                                        het bestuurscollege aangewezen geneeskundigen en ambtenaren
                                        van de Gezondheidsdienst van het betrokken eilandgebied. Een
                                        zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in De Curaçaosche
                                        Courant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zij zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van
                                        hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>alle inlichtingen te vragen;</al></li><li nr="b."><al>van ieder inzage te verlangen van alle boeken,
                                                bescheiden en andere informatiedragers en daarvan
                                                afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te
                                                nemen;</al></li><li nr="c."><al>goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen,
                                                deze daartoe tijdelijk mee te nemen en daarvan
                                                monsters te nemen;</al></li><li nr="d."><al>alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder
                                                de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te
                                                betreden, vergezeld van door hen aangewezen
                                                personen;</al></li><li nr="e."><al>woningen of tot woning bestemde gedeelten van
                                                vaartuigen zonder de uitdrukkelijke toestemming van
                                                de bewoner binnen te treden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor onderzoek naar, alsmede ter uitvoering van het in
                                        paragraaf 1 van de Bijzondere bepalingen van deze
                                        landsverordening vervatte zijn de in het eerste lid bedoelde
                                        personen voorts bevoegd tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het verzamelen van inlichtingen en gegevens in het
                                                belang van de muggenbestrijding;</al></li><li nr="b."><al>het opsporen en vangen van gelekoortsmuggen of
                                                andere muggen;</al></li><li nr="c."><al>het opsporen van alle broedplaatsen van de
                                                gelekoortsmug;</al></li><li nr="d."><al>het treffen van de door het bestuurscollege
                                                aangewezen geneeskundigen noodzakelijk geachte
                                                voorzieningen, genoemd in paragraaf 1, tot opheffing
                                                van broedplaatsen van de gelekoortsmug;</al></li><li nr="e."><al>het treffen van door het bestuurscollege aangewezen
                                                geneeskundigen noodzakelijk geachte maatregelen,
                                                genoemd in paragraaf 1, ter verhindering van het
                                                broeden, het zich ontwikkelen en in leven blijven
                                                van de gelekoortsmug.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het
                                        tweede lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke
                                        arm.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op het binnentreden van woningen of van tot woning bestemde
                                        gedeelten van vaartuigen als bedoeld in het tweede lid,
                                        onderdeel e, is Titel X van het Derde Boek van het Wetboek
                                        van Strafvordering van overeenkomstige toepassing, met
                                        uitzondering van de artikelen 155, vierde lid, 156, tweede
                                        lid, 157, tweede en derde lid, 158, eerste lid, laatste
                                        zinsnede, en 160, eerste lid, en met dien verstande dat de
                                        machtiging wordt verleend door de gezaghebber.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen
                                        regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van
                                        taakuitoefening van de krachtens het eerste lid aangewezen
                                        geneeskundigen en ambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een ieder is verplicht aan de krachtens het eerste lid
                                        aangewezen geneeskundigen en ambtenaren alle medewerking te
                                        verlenen die op grond van het tweede lid wordt
                                        gevorderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr></kop><al>Behoudens het voorschrift van art. 42 treedt deze verordening op
                                    een door den Gouverneur vast te stellen tijdstip in
                                    werking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr></kop><al>De kosten van de uitvoering der maatregelen in deze verordening
                                    bedoeld, komen, behoudens het bepaalde in het tweede lid van
                                    art. 8 en artikel 34 quinquies, voor rekening van het
                                    eilandgebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48a</nr></kop><al>Waar ter uitvoering dezer landsverordening bevoegdheden worden
                                    toegekend aan de bestuurscolleges der eilandgebieden om, zo
                                    nodig op kosten van de overtreders, te doen wegnemen, beletten,
                                    verrichten of in de vorige toestand herstellen van hetgeen in
                                    strijd mét deze landsverordening is of wordt gehouden, gemaakt
                                    of gesteld, ondernomen, weggelaten, beschadigd of weggenomen,
                                    kunnen de bestuurscolleges de daaraan verbonden kosten bij
                                    dwangbevel invorderen. Het dwangbevel wordt op kosten van de
                                    schuldenaar bij deurwaardersexploot betekend en ten uitvoer
                                    gelegd op de wijze, bij het Wetboek van Burgerlijke
                                    rechtsvordering van de Nederlandse Antillen ten aanzien van
                                    vonnissen en authentieke akten voorgeschreven.</al><al>Binnen dertig dagen na de dagtekening staat verzet tegen het
                                    dwangbevel open door dagvaarding van het eilandgebied. Het
                                    verzet schorst de tenuitvoerlegging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr></kop><al>Met hechtenis van ten hoogste drie dagen of geldboete van ten
                                    hoogste f 25,- wordt gestraft overtreding van de art. 9, 10, 11,
                                    12, 1ste lid, 13, 14, 19, 20, 21, 23, 30, 31 en 38bis.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49A</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij, die een der artikelen 17 D tot en met 17 J, of 18
                                        overtreedt, wordt voor zover het Wetboek van Strafrecht voor
                                        Curaçao er niet in voorziet, gestraft met hechtenis van ten
                                        hoogste zeven dagen of een geldboete van ten hoogste ƒ
                                        50,—.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij, die een der artikelen 17 A, 17 L tweede lid, 17 M of 17
                                        N overtreedt, wordt, voor zover het Wetboek van Strafrecht
                                        voor Curaçao er niet in voorziet, gestraft met hechtenis van
                                        ten hoogste veertien dagen of een geldboete van ten hoogste
                                        ƒ 100,—.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen jaar
                                        is verlopen sedert een vroegere veroordeling van de
                                        schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is
                                        geworden, kunnen de in de eerste twee leden genoemde
                                        straffen verdubbeld worden. Met een vroegere veroordeling
                                        wordt gelijkgesteld vrijwillige voldoening aan de
                                        voorwaarden, door de bevoegde ambtenaar van het openbaar
                                        ministerie krachtens het eerste lid van artikel 6 van het
                                        Wetboek van Strafrecht voor Curaçao gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr></kop><al>Met hechtenis van ten hoogste eene maand of geldboete van ten
                                    hoogste f 100,- wordt, voor zoover het Wetboek van Strafrecht er
                                    niet in voorziet, gestraft:</al><lijst><li nr="1."><al>verzet tegen de uitvoering van maatregelen,
                                            voorgeschreven krachtens art. 5, 1ste, 4de, 5de en 6de
                                            lid, art. 6, 1ste lid, 7, 1ste lid, 8, 1ste lid, 19, 3de
                                            lid, 24, 3de lid en art. 34;</al></li><li nr="2."><al>het wegnemen, verplaatsen, onleesbaar of onzichtbaar
                                            maken van het kenmerk in art. 15 vermeld;</al></li><li nr="3."><al>niet nakoming van de bepalingen van artikel 34ter en
                                            overtreding van de verbodsbepalingen van artikel
                                            34septies.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr></kop><al>Met hechtenis van ten hoogste 45 dagen of geldboete van ten
                                    hoogste f 75,- wordt gestraft:</al><lijst><li nr="1."><al>overtreding van artt. 34quater, 34quinquies, 34sexies,
                                            35, 36, 38 en 40;</al></li><li nr="2."><al>het zich onttrekken aan het geneeskundig onderzoek of de
                                            geneeskundige behandeling, benevens het verlaten van de
                                            inrichting, een en ander in art. 39, 2de lid,
                                            bedoeld;</al></li><li nr="3."><al>de weigering van toelating onder de omstandigheden
                                            vermeld in het tweede lid van art. 45, voor zoover het
                                            wetboek van Strafrecht er niet in voorziet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51bis</nr></kop><al>Overtreding van artikel 38bis eerste lid wordt gestraft met
                                    hechtenis van ten hoogste 1 maand of geldboete van ten hoogste f
                                    250,-.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr></kop><al>De bij deze verordening strafbaar gestelde feiten worden
                                    beschouwd als overtredingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><al>Bij de inwerkingtreding dezer verordening vervallen:</al><al>de verordening van 28 februari 1888 (P.B. 1888, No. 2) tot
                                    voorziening tegen besmettelijke ziektes in de kolonie
                                    Curaçao;</al><al>de verordening van den 23sten Juli 1902 (P.B. 1902,No 28),
                                    betreffende de gestichten voor melaatschen in de kolonie
                                    Curaçao;</al><al>de verordening van den 7den April 1906, (P.B. 1907, No. 2),
                                    houdende bijzondere voorschriften tot voorkoming en beteugeling
                                    van gele koorts;</al><al>de verordening van den 25sten November 1901 (P.B. 1902 No. 34),
                                    houdende bijzondere voorschriften tot voorkoming en beteugeling
                                    van de pest; </al><al>zooals deze verordeningen sedert zijn gewijzigd en
                                    aangevuld;</al><al>en verder alle bepalingen inzake bestrijding van besmettelijke
                                    ziekten in de kolonie Curaçao, uitgezonderd de
                                    Quarantaine-verordening (PB. 1917, No. 42).</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>