<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>144112_1</dcterms:identifier><dcterms:title>LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van de 14de oktober 1999 ter uitvoering van de artikelen 13 tot en met 16, 19, 31 en 33 van de Landsverordening op de telecommunicatievoorzieningen (P.B. 1995, no. 196)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Koninkrijksdeel">Curaçao</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-03-18</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanKoninkrijksdeel">Gouverneur van de Nederlandse Antillen</overheid:isRatifiedBy><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">A.B. 2010, no. 86 en A.B. 2010, no. 87</dcterms:isFormatOf><dcterms:issued>2010-10-10</dcterms:issued><dcterms:alternative>Landsbesluit telecommunicatie scheepvaart</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Landsverordening op de telecommunicatievoorzieningen, art. 13 t/m 16, 19, 31, 33</dcterms:source><dcterms:subject>automatisering en informatisering</dcterms:subject><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>bestendiging Antilliaanse regelgeving in Curaçao</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën en economie; telecommunicatie; scheepvaart</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>MINISTERIËLE BESCHIKKING MET ALGEMENE WERKING van de 14de april 2000 ter uitvoering van de artikelen 30 en 31 van het Landsbe­sluit tele­communica­tie scheepvaart (P.B. 1999, no. 208) (Reglement maritieme radiocommunicatie examens) (P.B. 2000, no. 37)</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling bevat aanvullende regels ten opzichte van de regels gesteld bij en krachtens artikel 101 van het Schepenbesluit 1965, het Vissersvaartuigenbesluit en het Landsbesluit radio-elektrische inrichtingen. Zij vervangt het Landsbesluit radiotelefonie Pleziervaartuigen (P.B. 1966, no. 127).</al><al>Het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling is vastgesteld bij landsbesluit van de 4de april 2000 (P.B. 2000, no. 36).</al><al>Abusievelijk is de op § 6 volgende paragraaf genummerd als § 9.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><structuurtekst><al>LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van de 14de oktober 1999 ter uitvoering van de artikelen 13 tot en met 16, 19, 31 en 33 van de Landsverordening op de telecommunicatievoorzieningen (P.B. 1995, no. 196)</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>landsverordening: de Landsverordening telecommunicatievoorzieningen (P.B. 1995, no. 196);</al></li><li nr="b."><al>radioreglement: het bij het op 6 november 1982 te Nairobi gesloten Internationale Verdrag betreffende de Telecommunicatie (Trb. 1983, 164) behorende bij het op 6 december 1979 te Genève tot stand gekomen Radioreglement 1979 (Trb. 1981, 78);</al></li><li nr="c."><al>Minister: de Minister van Verkeer en Vervoer;</al></li><li nr="d."><al>Directeur: de Directeur van het Bureau Telecommunicatie en Post;</al></li><li nr="e."><al>beschikking: de beschikking waarbij een machtiging is verleend;</al></li><li nr="f."><al>machtiging: een machtiging voor een radio-elektrische zend- of ont-vanginrichting als bedoeld in artikel 15, eerste lid, en 16, eerste lid, van de landsverordening;</al></li><li nr="g."><al>bewijs van goedkeuring: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderscheidenlijk 69, eerste lid, van het Landsbesluit radio-elektrische inrichtingen;</al></li><li nr="h."><al>algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie, beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie, certificaat VHF marifonie: bewijsstukken van een met goed  gevolg afgelegd examen als bedoeld in artikel 30;</al></li><li nr="i."><al>marifoon: een zend- en ontvanginrichting ten behoeve van mondelinge maritieme VHF- en UHF-radiocommunicatie;</al></li><li nr="j."><al>radiotelegraaf: een zend- en ontvanginrichting ten behoeve van maritieme MF- en HF-radiocommunicatie door middel van morsetekens of telegrafie bestemd voor de automatische ontvangst;</al></li><li nr="k."><al>radiotelefoon: een zend- en ontvanginrichting ten behoeve van maritieme telecommunicatie via de ether door middel van spraak;</al></li><li nr="l."><al>kuststation: een op een vaste plaats opgestelde zend- en ontvanginrichting bestemd voor zowel maritieme radiocommunicatie als openbaar verkeer en dat is aangesloten op de openbare telecommunicatie-infrastructuur;</al></li><li nr="m."><al>beperkt kuststation: een kuststation dat niet is aangesloten op de openbare telecommunicatie-infrastructuur;</al></li><li nr="n."><al>portofoon: een draagbare zend- en ontvanginrichting ten behoeve van maritieme VHF-radiocommunicatie;</al></li><li nr="o."><al>scheepsstation: een zend- en ontvanginrichting aan boord van een schip bestaande uit een marifoon-, een radiotelefooninstallatie, radiotelegraafinstallatie, een EPIRB, SART alsmede een satellietsysteem;</al></li><li nr="p."><al>scheepssatellietstation: een zend- en ontvanginrichting aan boord van een schip, geschikt voor deelname aan het nood-, spoed- en veiligheidsverkeer alsmede aan algemeen communicatieverkeer door middel van een satellietsysteem;</al></li><li nr="q."><al>satellietsysteem: een door een organisatie beheerd communicatiesysteem waarbij gebruik gemaakt wordt van satellietverbindingen;</al></li><li nr="r."><al>EPIRB: Emergency Position Indication Radio Beacon;</al></li><li nr="s."><al>SART: Search and Rescue Radio Transponder;</al></li><li nr="t."><al>INMARSAT: International Maritime Satellite Organization;</al></li><li nr="u."><al>POSS: Polar Orbiting Satellite Service;</al></li><li nr="v."><al>GMDSS: Global Maritime Distress and Safety System;</al></li><li nr="w."><al>DSC: Digital Selective Calling;</al></li><li nr="y."><al>DPT: Direct Printing Telegraphy;</al></li><li nr="z."><al>zeegebieden: de internationaal afgebakende gebieden van de zee ten behoeve van de scheepvaartcommunicatie, onderschei-denlijk aangeduid als A1, A2, A3 en A4;</al></li></lijst><al>aa. zeegebied A1: een gebied binnen het VHF radiotelefonie bereik van ten minste een kuststation of kustwachtpost waarin een ononderbroken DSC-alarmering beschikbaar is;</al><al>ab. zeegebied A2: een gebied, met uitzondering van het zeegebied A1, binnen het MF radiotelefonie bereik van ten minste een kuststation of kustwachtpost, waarin ononderbroken DSC-alarmering beschikbaar is;</al><al>ac. zeegebied A3: een gebied, met uitzondering van de zeegebieden A1 en A2, binnen het bereik van een geostationaire INMARSAT-satelliet waarin ononderbroken alarmering beschikbaar is;</al><al>ad. zeegebied A4: een gebied liggende buiten de zeegebieden A1, A2 en A3.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Ter zake van telecommunicatievoorzieningen ten behoeve van de scheepvaart gelden, onverminderd de regels gesteld bij en krachtens artikel 101 van het Schepenbesluit 1965 (P.B. 1965, no. 169), bij en krachtens het Vissersvaartuigenbesluit (P.B. 1989, no. 99) voor zover betrekking hebbende op maritieme radiocommunicatie alsmede, tenzij anders bepaald, gesteld bij en krachtens het Landsbesluit radio-elektrische inrichtingen (P.B.1998, no.18), de navolgende bepalingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geldigheidsduur van machtigingen voor de in dit besluit bedoelde radio-elektrische zend- en ontvanginrichtingen bedraagt 5 jaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan in geval van een registratie van een schip in de Nederlandse Antillen, na overlegging van een lijst met gegevens inzake het schip en de aan boord van dat schip aanwezige apparatuur, door de Directeur of het Hoofd van de Scheepvaart Inspectie een voorlopige machtiging worden afgegeven voor de duur van de reis naar het land waar de registratie zal geschieden of voor ten hoogste 3 maanden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, kan door de Directeur of het Hoofd van de Scheepvaart Inspectie een voorlopige machtiging worden afgegeven voor de duur van de reis in het geval het schip tijdelijk wenst te varen buiten het zeegebied waarvoor het beschikt over een machtiging overeenkomstig het eerste lid. Een zodanige machtiging dient te worden aangevraagd vóór het tijdstip van aanvang van de desbetreffende reis.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het Hoofd van de Scheepvaart Inspectie stelt de Directeur in kennis van de door hem verleende voorlopige machtigingen, bedoeld in het tweede en derde lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 15, achtste lid, van de landsverordening wordt een machtiging vóór de afloop van de in het eerste lid bedoelde geldigheidsduur ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de zend- en ontvanginrichting is verwijderd of het schip waarop de zend- en ontvanginrichting zich bevindt uit de vaart is genomen;</al></li><li nr="b."><al>de zend- en ontvanginrichting of het schip waarop de zend- en ontvanginrichting zich bevindt in andere handen is overgegaan; dan wel</al></li><li nr="c."><al>de zeebrief van het desbetreffende schip ingevolge de artikelen 22 en 23 van het Neder-lands-Antilliaans zeebrievenbesluit (P.B. 1993, no. 79) is vervallen onderscheidenlijk ingetrokken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij de machtiging of de voorlopige machtiging wordt een bijlage gevoegd waarop de apparatuur is vermeld waarvoor het geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bediening van de in dit landsbesluit bedoelde zend- en ontvanginrichtingen door anderen dan de houder van een eerste klasse radio elektronisch certificaat of een tweede klasse radio elektronisch certificaat dan wel een algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie als bedoeld in onderscheidenlijk de artikelen 3890B, 3890C en 3890D van het radioreglement, is, behoudens in de gevallen waarin is aangegeven dat de bediening ook mag geschieden door de houder van een beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie als bedoeld in artikel 3890E van het radioreglement of de houder van een certificaat VHF marifonie als bedoeld in de artikelen 3887 of 3945 van het radioreglement of een ander al dan niet onder toezicht van een certificaathouder, verboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten bewijze dat de houder van een der in het eerste lid bedoelde certificaten bevoegd is tot het bedienen van de in dat certificaat bedoelde zendinrichting, dient de houder steeds desgevraagd dit certificaat aan te kunnen tonen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zodra een zend- of ontvanginrichting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, voor gebruik gereed is, stelt de machtiginghouder de Directeur daarvan in kennis ten einde de keuring, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderscheidenlijk 69, eerste lid, van het Landsbesluit radio-elektrische inrichtingen, te kunnen doen plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bewijs van goedkeuring, bedoeld in de in het eerste lid genoemde artikelleden van het Landsbesluit radio-elektrische inrichtingen, wordt onverwijld na de afgifte daarvan in afschrift gezonden aan de Scheepvaart Inspectie Nederlandse Antillen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 38, tweede lid, onderscheidenlijk 69, tweede lid, van het Landsbesluit radio-elektrische inrichtingen kan de aldaar bedoelde keuring op schepen die niet vanuit een Nederlands-Antilliaanse haven werkzaam zijn, worden verricht door instanties die daarvoor door de Minister zijn erkend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een in het eerste lid bedoeld geval mag de zend- en ontvanginrichting in gebruik worden genomen indien de certificaten, bedoeld in artikel 3 van de Schepenwet (P.B. 1953, no. 89), zijn afgegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk na kennisgeving van de verlening van de in het tweede lid bedoelde certificaten door de overlegging van een kopie van deze certificaten aan de Directeur, wordt het in artikel 38, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 69, eerste lid, bedoelde bewijs van goedkeuring afgegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zendinrichting van vaartuigen waarop het Schepenbesluit of het Vissersvaartuigenbesluit van toepassing zijn, dienen te voldoen aan de voorschriften welke zijn opgenomen in Bijlage V behorende bij het Schepenbesluit of in de desbetreffende bepalingen van het Vissersvaartuigenbesluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De zendinrichting van jachten en andere vaartuigen waarop het Schepenbesluit of het Vissersvaartuigenbesluit niet van toepassing zijn en die varen in het zeegebied A1, binnen het bereik van een VHF kuststation en die belast zijn met reddingswerkzaamheden op zee, vaartuigen die passagiers of vracht vervoeren en vaartuigen die buitengaats hun werkzaamheden verrichten zijn uitgerust overeenkomstig de eisen gesteld in artikel 10 van Bijlage V behorende bij het Schepenbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vaartuigen en vissersboten waarop het Vissersvaartuigenbesluit niet van toepassing is noch het tweede lid, en die uitsluitend in het zeegebied A1 hun werkzaamheden verrichten dienen uitgerust te zijn met een VHF installatie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De zendinrichtingen van jachten en andere vaartuigen waarop het Schepenbesluit of het Vissersvaartuigenbesluit niet van toepassing is, die varen in zeegebied A1 en A2, binnen het bereik van een MF kuststation en die belast zijn met reddingswerkzaamheden op zee, vaartuigen die passagiers of vracht vervoeren, dienen uitgerust te zijn overeenkomstig artikel 11 van Bijlage V behorende bij het Schepenbesluit of de op maritieme radiocommunicatie betrekking hebbende voorschriften van het Vissersvaartuigenbesluit.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kapitein of de eigenaar van een vaartuig is verplicht bij het daarvoor in aanmerking komende havenkantoor melding te doen  van ieder vertrek buitengaats en iedere aankomst vanuit zee. Gedurende de vaart behoort het vaartuig enkele keren per dag verbinding te onderhouden met het daarvoor in aanmerking komende kuststation of indien het jachten betreft met de daarvoor in aanmerking komende jachthaven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alvorens te gaan zenden overtuigt de machtiginghouder zich ervan dat de radiocommunicatie van medegebruikers van de betreffende frequentie niet zal worden gehinderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een zendinrichting mag niet onnodig zijn ingeschakeld. Berichten worden zo kort mogelijk gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan uitzendingen met betrekking tot noodgevallen wordt voorrang verleend boven andere uitzendingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een zendinrichting wordt gebruikt ten behoeve van het nood-, spoed- en veiligheidsverkeer worden voor de afwikkeling van dat radioverkeer de procedures -voor zover van toepassing- in acht genomen die zijn beschreven in de hoofdstukken IX en IX N van het radioreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het handboek waarin deze procedures zijn opgenomen, dient bij de zendinrichting aanwezig te zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het begin en bij het einde van elke uitzending dient de machtiginghouder de internationaal vastgestelde roepletters dan wel identificatiecode ten minste eenmaal uit te zenden. Is de uitzending opgebouwd uit kortdurende uitzendingen dan wordt deze reeks kortdurende uitzendingen aangemerkt als één uitzending.</al></li><li nr="2."><al>Bij het spellen van de roepletters of identificatiecode wordt gebruik gemaakt van het volgende spellingsalfabet:</al></li></lijst><al>Letter	Radiotelefonie	Radiotelegrafie</al><al>A	Alfa  (Al-fa)	.-</al><al>B	Bravo  (Bra-vo)	-...</al><al>C	Charlie  (Tj/Sjar-lie)	-.-.</al><al>D	Delta  (Del-tah)	-..</al><al>E	Echo  (Ek-ko)	.</al><al>F	Foxtrot  (Foks-trot)	..-.</al><al>G	Golf  (Golf)	--.</al><al>H	Hotel  (Ho-tel)	....</al><al>I	India  (In-di-ah)	..</al><al>J	Juliett  (Djoe-li-et)	.---</al><al>K	Kilo  (Kie-lo)	-.-</al><al>L	Lima  (Lie-mah)	.-..</al><al>M	Mike  (Maik)	--</al><al>N	November  (No-vem-ber)	 	-.</al><al>O	Oscar  (Os-kar)	---</al><al>P	Papa  (Pah-pah)	.--.</al><al>Q	Quebec  (Kwie-bek)	--.-</al><al>R	Romeo  (Ro-mi-o)	.-.</al><al>S	Sierra  (Sie-er-rah)	...</al><al>T	Tango  (Tang-go)	-</al><al>U	Uniform  (Joe-ni-form)	..-</al><al>V	Victor  (Vik-tor)	...-</al><al>W	Whiskey  (Wis-kie)	.--</al><al>X	X-ray  (Eks-ree)	-..-</al><al>Y	Yankee  (Jeng-kee)	-.--</al><al>Z	Zulu  (Zoe-loe)	--..</al><al>Komma 	Decimal  (Dee-sie-maal)	--..-</al><al>Punt	Stop  (Stop)	.-.-.-</al><al>Dubbelepunt	[:]	---...</al><al>Vraagteken	[?]	..--..</al><al>Apostrophe	[']	.---.</al><al>Scheidingsteken	[-]	-....-</al><al>Deelteken	[: of /]	-..-.</al><al>Linker-haak	[(]	-.--.</al><al>Rechter-haak	[)]	-.--.-</al><al>Aanhalingstekens	[" "]	.-..-.</al><al>Is-gelijk-teken	[=]	-...-</al><al>Optelteken 	[+]	.-.-.</al><al>Vermenigvuldigteken	[x]	-..-</al><al>Begrepen		...-.</al><al>Foutteken (acht punten of meer)		........</al><al>Uitnodiging om te zenden		-.-</al><al>Startsignaal(bij begin elke uitzending)		-.-.-</al><al>Wachtteken		.-...</al><al>Eindeteken		...-.-</al><al>3.Indien in een identificatiecode cijfers zijn opgenomen, wordt gebruik gemaakt van de volgende cijfer aanduidingen:</al><al>Cijfer	Radiotelefonie	Radiotelegrafie</al><al>0	Nadazero    (Nah-dah-zi-roh)	-----</al><al>1	Unaone      (Oe-nah-wun)	.----</al><al>2	Bissotwo    (Bies-soh-toh)	..---</al><al>3	Terrathree  (Ter-rah-trie)	...--</al><al>4	Kartefour   (Kar-tee-for)	....-</al><al>5	Pantafive   (Pan-tah-faiv)	.....</al><al>6	Soxisix     (Sok-sie-siks)	----.</al><al>7	Setteseven  (Set-tee-sevun)	---..</al><al>8	Oktoeight   (Okt-too-eejt)	--...</al><al>9	Novenine    (No-vee-nain)	-....</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De machtiginghouder mag een zendinrichting gedurende korte tijd testen en neemt daarbij de internationale voorschriften in acht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tijdens het testen van de zendinrichting dient het woord "test" te worden uitgesproken, gevolgd door de roepletters. Bij het spellen wordt gebruik gemaakt van het in artikel 10, tweede lid, opgenomen spellingsalfabet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De machtiginghouder is bevoegd de zend- en ontvanginrichting te gebruiken ten dienste van de veiligheid van de scheepvaart dan wel ten dienste van het al dan niet openbaar verkeer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de afwikkeling van het radio maritieme verkeer of openbaar berichtenverkeer dienen de procedures in acht genomen te worden zoals aangegeven in bijlage 1 behorende bij dit landsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De machtiginghouder is bevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>radiotelegrammen te wisselen met de voor het openbaar radioverkeer bestemde stations, alsook met de niet voor het openbaar verkeer bestemde stations, voor zover hieruit geen belemmering voor het openbaar radioverkeer ontstaat. Beide bevoegdheden zijn gegeven behoudens de bijzondere bepalingen welke voor enige dezer stations mochten gelden;</al></li><li nr="b."><al>telefoongesprekken te voeren door tussenkomst van de voor het openbaar radioverkeer bestemde stations met telefonische aansluitingen op de telecommunicatie-infrastructuur, alsook met de niet voor het openbaar verkeer bestemde stations, een en ander onder dezelfde voorwaarden als in onderdeel a genoemd.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>3.</nr><titel>Overige verplichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De machtiginghouder is verplicht de Directeur onverwijld schriftelijk in kennis te stellen van:</al><lijst><li nr="a."><al>elke wijziging in of vervanging van een zend- en ontvanginrichting; en</al></li><li nr="b."><al>elke verandering van het correspondentie-adres.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zodra een zend- of ontvanginrichting wordt verwijderd of een schip waarop een zend- of ontvanginrichting aanwezig is, uit de vaart wordt genomen dan wel de zend- of ontvanginrichting of het schip waarop een zodanig inrichting aanwezig is, in andere handen overgaat, is de machtiginghouder respectievelijk de eigenaar van het schip verplicht de Directeur daarvan onverwijld in kennis te stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij wijziging of vervanging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, ontvangt de machtiginghouder, tegen betaling van een door de Minister te bepalen vergoeding, een nieuwe bijlage. Deze bijlage treedt in de plaats van de bijlage, bedoeld in artikel 3, zesde lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De machtiginghouder is verplicht zo spoedig mogelijk na ontvangst van de nieuwe bijlage de oude bijlage te zenden aan de Directeur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ten aanzien van wijzigingen en vervangingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, zijn de artikelen 5 en 6 van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>De machtiginghouder onderscheidenlijk de gezagvoerder van een schip is verplicht het geheim te bewaren van alle berichten welke door middel van de inrichting te zijner kennis komen, voor zover niet voor hem of een der opvarenden bestemd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>4.</nr><titel>Bijzondere voorschriften</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>I. Maritieme VHF- en UHF-radiocommunicatie</cursief></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De machtiginghouder is gehouden de marifoonkanalen te gebruiken overeenkomstig de in bijlage 2 behorend bij dit landsbesluit gegeven bestemming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de machtiginghouder toestemming is verleend de marifoon te gebruiken op andere marifoonkanalen dan die welke zijn genoemd in bijlage 2 bij dit landsbesluit mag de machtiginghouder deze kanalen uitsluitend gebruiken voor radiocommunicatie met gebruikers van marifonen die bevoegd zijn met de machtiginghouder op deze kanalen radioverbindingen te maken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk ander gebruik van de marifoonkanalen dan ten behoeve van de communicatie met en tussen schepen is verboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De marifoon wordt bediend door een certificaathouder.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het vermogen van de marifoon bedraagt ten hoogste 25 watt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De uitvoering van de marifoon moet zodanig zijn dat het vermogen verlaagd kan worden tot 1 watt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>De machtiginghouder mag de marifoon tijdelijk aanwezig hebben op een andere plaats dan in de beschikking staat aangegeven, mits de machtiginghouder passende maatregelen treft ter voorkoming van het gebruik van de marifoon.</al><al><cursief>II. Draagbare maritieme VHF-radiocommunicatie-apparatuur</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>Een portofoon mag alleen worden gebruikt voor uitwisseling van nautische informatie met en tussen schepen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>De bediening van een portofoon mag ook geschieden door de houder van een beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie of een certificaat VHF marifonie.</al><al><cursief>III. Maritieme MF- en HF-radiocommunicatie</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>Alle uitzendingen van een scheepsstation worden onmiddellijk gestaakt zodra een kuststation of een  kustwachtpost dit verzoekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al>De machtiginghouder mag uitsluitend gebruik maken van de kanalen, de frequenties, het zendvermogen en klasse van uitzending zoals staat aangegeven op het bewijs van goedkeuring.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al>Het is, behoudens in door de Minister te bepalen gevallen, verboden een scheepsstation te gebruiken buiten de toegestane frequenties die zijn aangegeven in de bij dit landsbesluit behorende bijlage 2, alsmede indien het scheepsstation storing veroorzaakt.</al><al><cursief>IV. Kuststation en beperkt kuststation</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De machtiginghouder mag een kuststation of beperkt kuststation uitsluitend gebruiken voor radiocommunicatie met opvarenden van schepen binnen het op de machtiging aangegeven werkingsgebied, dan wel voor radiocommunicatie met opvarenden van schepen toebehorend aan of varend in opdracht van de machtiginghouder.</al></li><li nr="2."><al>De machtiginghouder is mede bevoegd radioverbindingen tot stand te brengen met opvarenden van schepen voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het aannemen en bevestigen van bestellingen inzake de bevoorrading van schepen;</al></li><li nr="b."><al>algemeen gespreksverkeer.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het is verboden radioverbindingen tot stand te brengen tussen (beperkte) kuststations met de daarbij behorende ontvanginrichtingen behoudens ontheffing van de Minister.</al></li><li nr="4."><al>Elk ander gebruik van de kuststations is verboden.</al></li></lijst><al><cursief>V. Scheepssatellietstations</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><al>De machtiginghouder is uitsluitend bevoegd het scheepssatellietstation te gebruiken voor nood-, spoed- en veiligheidsverkeer en algemeen communicatieverkeer door middel van een satellietsysteem.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover de afwikkeling van het berichtenverkeer geschiedt door middel van een satellietsysteem, worden de door de organisatie die het satellietsysteem beheert voorgeschreven procedures in acht genomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorgeschreven procedures worden als bijlage bij de machtiging verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><al>Behoudens voor zover het scheepssatellietstation wordt gebruikt voor nood-, spoed- en veiligheidsverkeer, mag de bediening ervan ook geschieden door degenen die niet in het bezit zijn van een algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie.</al><al><cursief>VI. Zend- en ontvanginrichtingen ten behoeve van het nautisch onderwijs</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De machtiginghouder mag een zendinrichting uitsluitend gebruiken ten behoeve van het verkrijgen van praktische ervaring met het tot stand brengen van radioverbindingen door cursisten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de machtiginghouder verboden andere radioverbindingen tot stand te brengen dan met gebruikers van zendinrichtingen van andere nautische onderwijsinstellingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het tweede lid is radiocommunicatie met een kuststation, een beperkt kuststation of enig ander maritiem station geoorloofd met toestemming van dat station.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De machtiginghouder is slechts bevoegd de zendinrichting te gebruiken op de maritieme frequenties, genoemd in het radioreglement ten behoeve van UHF-, VHF-, MF- en HF- radiocommunicatie met inbegrip van DSC en DPT.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De machtiginghouder mag de zendinrichting slechts doen gebruiken door daartoe door hem aangewezen docenten die in het bezit zijn van een geldig algemeen certificaat voor maritieme radiocommunicatie als bedoeld in artikel 55 van het radioreglement. Mits onder toezicht van deze docenten, mogen de zendinrichtingen tevens door cursisten worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gebruik van een zendinrichting buiten de lesuren is verboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De machtiginghouder dient passende maatregelen te treffen ter voorkoming van onbevoegd gebruik van de zendinrichting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De MF/HF zendinrichting dient zodanig te zijn ingericht dat:</al><lijst><li nr="a."><al>het hoogfrequent uitgangsvermogen de volgende waarden niet mag overschrijden:</al></li></lijst></li></lijst><al>1<sup>o</sup>. enkelzijband telefonie: 100 Watt;</al><al>2<sup>o</sup>. telegrafie/telex/DSC/DPT: 100 Watt.</al><lijst><li nr="b."><al>de uitzending van het telefonie-alarm is geblokkeerd en  uitsluitend in de audio-test-mode mag plaatsvinden;</al></li><li nr="c."><al>de uitzending van DSC-berichten, anders dan in de categorie "routine" niet mogelijk is.</al><lijst><li nr="2."><al>Het zender-uitgangsvermogen dient te worden gereduceerd tot het minimum vermogen noodzakelijk voor de totstandkoming en instandhouding van de gewenste verbinding.</al></li><li nr="3."><al>Het zendvermogen voor zenders werkende in de VHF marifonie band werkende in de frequenties zoals genoemd in bijlage 2 bedraagt ten hoogste 25 watt.</al></li><li nr="4."><al>De in het derde lid bedoelde zenders dienen zodanig uitgevoerd te zijn dat het uitgangsvermogen verlaagd kan worden tot 1 watt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>5.</nr><titel>Examens</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><al>Ter verkrijging van een algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie, beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie of een certificaat VHF marifonie, voor de bediening van zendinrichtingen ten behoeve van de scheepvaart, kan de Minister categorieën van examens vaststellen naargelang de aard van de bevoegdheden die aan het desbetreffende certificaat van bediening zullen zijn verbonden. Examens voor de eerste en tweede klasse radio elektronische certificaten als bedoeld in onderscheidenlijk de artikelen 3890 B en 3890 C van het radioreglement worden niet in de Nederlandse Antillen afgenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een examen wordt afgenomen door een bij landsbesluit in te stellen commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een in het eerste lid bedoeld examen kan bestaan uit een onderzoek naar radio-technische kennis, vaardigheid met betrekking tot het gebruik van de zendinrichting, kennis van de bij of krachtens dit besluit gegevens regels en van de aan de machtiging verbonden voorschriften alsmede uit een onderzoek naar specifieke kennis ten behoeve van de maritieme radiocommunicatie, waaronder het GMDSS.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Door of vanwege de Minister kan aan daartoe in aanmerking komende personen geheel of gedeeltelijk ontheffing van het examen worden verleend indien op een andere door de Minister te bepalen wijze aan de exameneisen is voldaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Minister kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de aan te wijzen instanties als bedoeld in het eerste lid, de exameneisen en de wijze waarop het examen wordt afgelegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het examen wordt afgenomen in de Nederlandse taal. Desgewenst kan het examen in de Engelse- of Papiamentse taal worden afgenomen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergoedingen met betrekking tot de toelating tot een examen dan wel een onderdeel daarvan alsmede met betrekking tot een geheel of gedeeltelijke ontheffing van het examen bedoeld in artikel 31, onderdeel a, van de landsverordening, dienen voorafgaande aan het examen respectievelijk de ontheffing te worden voldaan.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Alvorens het certificaat in ontvangst te nemen legt de houder in handen van de Directeur of de voorzitter van de examencommissie de eed of gelofte van geheimhouding af, die is opgenomen in de bij dit landsbesluit behorende bijlage 3.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het certificaat geeft aan tot welke zendinrichting de houder bevoegd is. Het model voor dit certificaat wordt vastgesteld door de Minister.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>6.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><al>Het is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 35, vierde lid, van de landsverordening om een verbod als omschreven in de artikelen 4, 15, derde lid, 21, 22, derde en vierde lid, 26, tweede lid, en 28, eerste lid, te overtreden.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>9.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><al>Het Landsbesluit radiotelefonie Pleziervaartuigen (P.B. 1966, no. 127) wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr></kop><al>Dit besluit treedt in werking met ingang van een bij landsbesluit te bepalen tijdstip dat voor regels inzake het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie, bedoeld in de artikelen 30 en 31 verschillend kan worden gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><al>Dit besluit kan worden aangehaald als: Landsbesluit telecommunicatie scheepvaart.</al><al></al><al></al><al><vet>Bijlage 1</vet> behorende bij het Landsbesluit van de 14de oktober 1999 ter uitvoering van de artikelen 13 tot en met 16, 19, 31 en 33 van de Landsverordening op de telecommunicatievoorzieningen (P.B. 1995, no. 196) (Landsbesluit telecommunicatie scheepvaart).</al><al></al><al>§1. Radiotelefonie</al><al>Aanroepprocedure radio maritiem verkeer/openbaar verkeer(*1):</al><lijst><li nr="-"><al>de roepnaam of andere identificatie van het op te roepen station (maximaal 3x)</al></li><li nr="-"><al>this is (of Delta Echo)</al></li><li nr="-"><al>de roepnaam of andere identificatie van het roepende station (maximaal 3x)</al></li></lijst><al>§2. Radiotelegrafie</al><al>Aanroepprocedure nautisch verkeer/openbaar verkeer(*1):</al><lijst><li nr="-"><al>de roepnaam van het op te roepen station (maximaal 3x)</al></li><li nr="-"><al>het woord DE</al></li><li nr="-"><al>de roepnaam van het roepende station (maximaal 3x)</al></li><li nr="-"><al>de letter K</al></li></lijst><al>Bovenstaande aanroep mag tweemaal gezonden worden met een tussenruimte van minimaal een minuut. De aanroep mag daarna niet binnen drie minuten worden herhaald.</al><al>§3. Nood-, spoed- en veiligheidsverkeer</al><al>1.Noodverkeer</al><al>Algemeen:</al><lijst><li nr="-"><al>De noodoproep heeft absolute voorrang boven alle andere uitzendingen.</al></li><li nr="-"><al>Alle stations die een noodoproep ontvangen dienen onmiddellijk alle uitzendingen te staken welke het noodverkeer kunnen hinderen en te luisteren op de frequentie waarop de noodoproep werd uitgezonden.</al></li><li nr="-"><al>Reçu zal niet worden gegeven voordat het noodbericht dat volgt is uitgezonden.</al></li><li nr="-"><al>Alleen de gezagvoerder is bevoegd bevel te geven tot het gebruik van de noodoproep en het noodbericht.</al></li></lijst><al>Noodseinen:</al><al>In het radio maritiem verkeer wordt van de volgende noodsein gebruik gemaakt:</al><lijst><li nr="-"><al>radiotelefonie: M A Y D A Y (3x), uitgesproken in het frans als M'AIDER.</al></li><li nr="-"><al>radiotelegrafie: S O S</al></li><li nr="-"><al>radiotelex: geen noodsein voor alerting.</al></li><li nr="-"><al>DSC: "Distress" optie selecteren.</al></li></lijst><al>INMARSAT terminal:</al><lijst><li nr="-"><al>telex: SOS</al></li><li nr="-"><al>telefoon: M A Y D A Y</al></li></lijst><al>Dit geeft aan dat een schip, luchtvaartuig of ander middel van vervoer in ernstig en dreigend gevaar verkeert en onmiddellijk hulp nodig heeft.</al><al>De radiotelefonie noodprocedure bestaat uit:</al><lijst><li nr="-"><al>het alarmsein (wanneer mogelijk)</al></li><li nr="-"><al>de noodoproep</al></li><li nr="-"><al>het noodbericht</al></li><li nr="-"><al>het noodverkeer</al></li><li nr="-"><al>einde noodverkeer</al></li></lijst><al>De radiotelegrafie noodprocedure bestaat uit:</al><lijst><li nr="-"><al>het alarmsein</al></li><li nr="-"><al>de noodoproep (indien mogelijk gevolgd door twee minuten tussenruimte, waarna nogmaals de noodoproep volgt)</al></li><li nr="-"><al>het noodbericht</al></li><li nr="-"><al>twee peilstrepen van tien tot vijftien seconden elk</al></li><li nr="-"><al>de roepnaam van het in nood verkerende station</al></li></lijst><al>Alarmsein:</al><al>Het alarmsein bestaat uit twee, elkaar voortdurend afwisselende audio frequente tonen van 1300 en 2200 Hz. Het alarmsein wordt minimaal 30 seconden tot maximaal 1 miniuut uitgezonden.</al><al>Noodoproep (radiotelefonie):</al><lijst><li nr="-"><al>M A Y D A Y (3x)</al></li><li nr="-"><al>this is (of Delta Echo)</al></li><li nr="-"><al>roepnaam of andere identificatie van het station (3x)</al></li></lijst><al>Noodoproep (radiotelegrafie):</al><lijst><li nr="-"><al>S O S (3x)</al></li><li nr="-"><al>D E</al></li><li nr="-"><al>roepnaam van het station (3x)</al></li></lijst><al>Noodbericht (radiotelefonie):</al><lijst><li nr="-"><al>M A Y D A Y</al></li><li nr="-"><al>de naam of andere identificatie van het in nood verkerende station</al></li><li nr="-"><al>positie</al></li><li nr="-"><al>aard ongeval en aard gevraagde hulp</al></li><li nr="-"><al>overige mededelingen die de hulpverlening kunnen bespoedigen</al></li></lijst><al>Noodbericht (radiotelegrafie):</al><lijst><li nr="-"><al>S O S</al></li><li nr="-"><al>de naam of andere identificatie van het in nood verkerende station</al></li><li nr="-"><al>positie</al></li><li nr="-"><al>aard van het ongeluk en aard van de gevraagde hulp</al></li><li nr="-"><al>overige mededelingen die de hulpverlening kunnen bespoedigen</al></li></lijst><al>Bevestiging van ontvangst (reçu)</al><lijst><li nr="-"><al>Schepen die een noodbericht ontvangen van een ander station dat zich in de nabijheid be-vindt, moeten onmiddellijk reçu geven.</al></li><li nr="-"><al>In gebieden waar betrouwbare verbindingen met één of meerdere kuststations mogelijk zijn, zullen schepen enige tijd moeten wachten teneinde een kuststation eerst in de gelegenheid te stellen reçu te geven.</al></li></lijst><al>Reçu (radiotelefonie):</al><lijst><li nr="-"><al>M A Y D A Y</al></li><li nr="-"><al>de roepnaam of andere identificatie van het station dat het noodbericht uitzond (3x)</al></li><li nr="-"><al>this is (of Delta Echo)</al></li><li nr="-"><al>de roepnaam of andere identificatie van het station dat het reçu geeft (3x)</al></li><li nr="-"><al>received (of Romeo Romeo Romeo)</al></li><li nr="-"><al>M A Y D A Y</al></li></lijst><al>Reçu (radiotelegrafie):</al><lijst><li nr="-"><al>S O S</al></li><li nr="-"><al>de roepnaam van het station dat het noodbericht uitzond (3x)</al></li><li nr="-"><al>D E</al></li><li nr="-"><al>de roepnaam van het station dat het recu geeft (3x)</al></li><li nr="-"><al>R R R</al></li><li nr="-"><al>S O S</al></li></lijst><al>Aanvullend reçu:</al><lijst><li nr="-"><al>naam van het schip</al></li><li nr="-"><al>positie</al></li><li nr="-"><al>snelheid waarmee het zich naar het in nood verkerend schip begeeft</al></li><li nr="-"><al>vermoedelijke tijd van aankomst</al></li></lijst><al>Ieder station in de nabijheid van het in nood verkerend station mag - indien nodig - een ander station het zwijgen opleggen:</al><al>Radiotelefonie:</al><al>-SILENCE DISTRESS gevolgd door de eigen roepnaam</al><al>Radiotelegrafie:</al><al>-QRT DISTRESS gevolgd door de eigen roepnaam</al><al>Door het in nood verkerende station of door het station dat de leiding van het noodverkeer heeft zal voor dit doel gebruikt worden:</al><al>Radiotelefonie:</al><al>-SILENCE MADAY gevolgd door de eigen roepnaam</al><al>Radiotelegrafie:</al><al>-QRT SOS</al><al>Elk station dat kennis heeft van noodverkeer en zelf het station in nood niet kan assisteren zal het noodverkeer volgen totdat hulpverlening gegarandeerd is.</al><al>Totdat het bericht ontvangen is dat normaal werken kan worden hervat, is het alle stations die kennis hebben van het noodverkeer en hieraan niet deelnemen verboden te zenden op de frequenties waarop het noodverkeer plaatsvindt.</al><al>Wanneer het noodverkeer op een frequentie geëindigd is zal het schip dat de leiding van dit noodverkeer heeft gehad, op deze frequentie de volgende, aan allen gerichte mededeling uitzenden, aangevende dat de normale werkzaamheden mogen worden hervat:</al><al>Radiotelefonie:</al><lijst><li nr="-"><al>M A Y D A Y</al></li><li nr="-"><al>hello all stations (3x)</al></li><li nr="-"><al>this is (of Delta Echo)</al></li><li nr="-"><al>de roepnaam of andere identificatie van het station dat het bericht uitzendt</al></li><li nr="-"><al>de tijd van aanbieding van het bericht</al></li><li nr="-"><al>de naam en roepnaam van het station dat in nood verkeerde</al></li><li nr="-"><al>SILENCE FINI</al></li></lijst><al>Radiotelegrafie:</al><lijst><li nr="-"><al>S O S</al></li><li nr="-"><al>C Q (3x)</al></li><li nr="-"><al>D E</al></li><li nr="-"><al>de roepnaam van het station dat het bericht uitzendt</al></li><li nr="-"><al>de tijd van aanbieding van het bericht</al></li><li nr="-"><al>de naam en roepnaam van het station dat in nood verkeerde</al></li><li nr="-"><al>Q U M</al></li></lijst><al>Wanneer het noodverkeer op een frequentie nog gaande is doch het niet langer noodzakelijk wordt geacht een absoluut stilzwijgen te handhaven zal het schip dat de leiding van het noodverkeer heeft, op deze frequentie de volgende aan allen gerichte mededeling uitzenden, aangevende dat op deze frequentie beperkt verkeer kan worden hervat:</al><al>Radiotelefonie:</al><lijst><li nr="-"><al>M A Y D A Y</al></li><li nr="-"><al>hello all stations (3x)</al></li><li nr="-"><al>this is (of Delta Echo)</al></li><li nr="-"><al>de roepnaam of andere identificatie van het station dat het bericht uitzendt</al></li><li nr="-"><al>de tijd van aanbieding van het bericht</al></li><li nr="-"><al>de naam en roepnaam van het station dat in nood verkeert</al></li><li nr="-"><al>PRUDENCE</al></li></lijst><al>Radiotelegrafie:</al><lijst><li nr="-"><al>S O S</al></li><li nr="-"><al>C Q (3x)</al></li><li nr="-"><al>D E</al></li><li nr="-"><al>de roepnaam van het station dat het bericht uitzendt</al></li><li nr="-"><al>de tijd van aanbieding van het bericht</al></li><li nr="-"><al>de naam en roepnaam van het station dat in nood verkeert</al></li><li nr="-"><al>Q U Z</al></li></lijst><al>Een scheepsstation of een kuststation dat bemerkt dat een station in nood verkeert, zal in een van de volgende gevallen een noodbericht heruitzenden:</al><lijst><li nr="-"><al>wanneer het station dat in nood verkeert zelf niet in gelegenheid is een noodbericht uit te zenden;</al></li><li nr="-"><al>wanneer de gezagvoerder van een schip, luchtvaartuig of ander middel van vervoer dat zelf niet in nood verkeer, of de verantwoordelijke persoon van het kuststation besluit dat meer hulpverlening noodzakelijk is;</al></li><li nr="-"><al>wanneer een station, dat zelf niet in de gelegenheid is hulp te verlenen, een noodbericht heeft gehoord waarvan de ontvangst niet door andere stations is bevestigd.</al></li></lijst><al>De heruitzending van het noodbericht wordt altijd voorafgegaan door de volgende oproep:</al><al>Radiotelefonie:</al><lijst><li nr="-"><al>M A Y D A Y  R E L A Y  (3X)</al></li><li nr="-"><al>this is (of Delta Echo)</al></li><li nr="-"><al>de roepnaam of andere identificatie van het station dat het bericht uitzendt (3x)</al></li></lijst><al>Radiotelegrafie:</al><lijst><li nr="-"><al>DDD  SOS   SOS  SOS  DDD</al></li><li nr="-"><al>DE</al></li><li nr="-"><al>de roepnaam van het station dat het bericht uitzendt (3x)</al><lijst><li nr="2."><al>Spoedverkeer</al></li></lijst></li></lijst><al>Algemeen:</al><lijst><li nr="-"><al>Het spoedsein heeft absolute voorrang boven alle andere uitzendingen, uitgezonderd het noodverkeer</al></li><li nr="-"><al>Stations welke een spoedsein ontvangen dienen ten minste drie minuten uit te luisteren. Indien na afloop hiervan geen spoedbericht is gehoord, zullen zij van de ontvangst van het spoedsein, indien mogelijk, mededeling doen aan een kuststation.</al></li><li nr="-"><al>Alleen de gezagvoerder is bevoegd bevel te geven tot het gebruik van het spoedsein.</al></li></lijst><al>Spoedseinen:</al><al>radiotelefonie:</al><al>-PAN PAN (3x), uitgesproken in het frans als "panne"</al><al>radiotelegrafie:</al><al>-XXX XXX XXX</al><al>radiotelex:</al><al>-URG+ in het automatisch radiotelex verkeer</al><al>DSC/INMARSAT SATCOM:</al><al>-selecteer "URGENT PRIORITY"</al><al>Dit geeft aan dat het station een zeer dringend bericht zal overbrengen betreffende de veiligheid van een schip, een luchtvaartuig of ander middel van vervoer of de veiligheid van een persoon.</al><al>Het spoedsein mag voorafgegaan worden door het alarmsein uitsluitend in geval van "Man over boord" indien de hulp van andere schepen is gewenst en deze hulp niet voldoende kan worden verkregen met gebruik van het spoedsein alleen.</al><al>Het spoedsein en spoedbericht dienen te worden uitgezonden op een of meerdere internationale noodfrequenties.</al><al>Het spoedbericht dient echter op een werkfrequentie uitgezonden te worden in geval van:</al><lijst><li nr="-"><al>een lang bericht of een radiomedisch advies;</al></li><li nr="-"><al>herhaling van een spoedbericht indien men zich in een gebied van druk radioverkeer bevindt.</al></li></lijst><al>Een aanduiding dienaangaande dient aan het einde van de oproep te worden vermeld.</al><al>3.Veiligheidsverkeer</al><al>Algemeen:</al><lijst><li nr="-"><al>Veiligheidsverkeer dient te worden voorafgegaan door het veiligheidssein</al></li><li nr="-"><al>Stations welke het veiligheidssein ontvangen zullen het veiligheidsbericht uitluisteren tenzij dit bericht niet of niet meer voor hen van belang is.</al></li></lijst><al>Het veiligheidssein is:</al><al>radiotelefonie:</al><al>-SÉCURITÉ (3X) uitgesproken in het frans als SÉCURITÉ</al><al>radiotelegrafie:</al><al>-TTT TTT TTT</al><al>radiotelex:</al><al>-na verkregen verbinding het commando "URG+"</al><al>DSC/INMARSAT SATCOM:</al><al>-selecteer de SAFTY PRIORITY</al><al>Het veiligheidssein geeft aan dat het station een bericht zal overbrengen waarvan de inhoud een belangrijke waarschuwing bevat ter zake van de meteorologische omstandigheden en/of navigatie.</al><al>Het veiligheidssein en de oproep dienen uitgezonden te worden op een of meerdere internationale noodfrequenties.</al><al>Het veiligheidsbericht dient echter uitgezonden te worden:</al><lijst><li nr="-"><al>door kuststations op een werkfrequentie van het station:</al></li><li nr="-"><al>door scheepsstations op een frequentie voor schip-tot-schip-verkeer.</al></li></lijst><al>In de oproep wordt de desbetreffende frequentie vermeld.</al><al></al><al></al><al><vet>Bijlage 2</vet> behorende bij het Landsbesluit van de 14de oktober 1999 ter uitvoering van de artikelen 13 tot en met 16, 19, 31 en 33 van de Landsverordening op de telecommunicatievoorzieningen (P.B. 1995, no. 196) (Landsbesluit telecommunicatie scheepvaart).</al><al></al><al>OVERZICHT KANALEN/FREQUENTIES EN HUN BESTEMMINGEN</al><al>Zendfrequenties in MHz</al><al>Kanalen	Schip	Wal	Bestemming Nederlandse Antillen</al><al>	60	156.025	160.625	Werkkanaal</al><al>01	156.050	160.650	Werkkanaal</al><al>	61	156.075 	160.675	Werkkanaal</al><al>02	156.100	160.700	Werkkanaal</al><al>	62	156.125	160.725	Werkkanaal</al><al>03	156.150	160.750	Werkkanaal</al><al>	63	156.175	160.775	Werkkanaal</al><al>04	156.200	160.800	Werkkanaal</al><al>	64	156.225	160.825	Werkkanaal</al><al>05	156.250	160.850	Werkkanaal</al><al>	65	156.275	160.875	Werkkanaal</al><al>06	156.300	156.300	Opsporing, redding en bestrijding,</al><al>				schip tot schip verkeer</al><al>	66	156.325	160.925	Werkkanaal</al><al>07	156.350	160.950	Werkkanaal</al><al>	67	156.375	156.375	Werkkanaal</al><al>08	156.400	156.400	Schip tot schip verkeer</al><al>	68	156.425	156.425	Werkkanaal</al><al>09	156.450	156.450	Werkkanaal</al><al>	69	156.475	156.475	Marinakanaal</al><al>10	156.500	156.500	Werkkanaal</al><al>	70	156.525	156.525	Digital selcal nood- en veiligheid</al><al>11	156.550	156.550	Werkkanaal</al><al>	71	156.575	156.575	Werkkanaal</al><al>12	156.600	156.600	Havenoperaties</al><al>	72	156.625	156.625	Schip tot schip verkeer</al><al>13	156.650	156.650	Werkkanaal, havenoperaties</al><al>	73	156.675	156.675	Werkkanaal</al><al>14	156.700	156.700	Verkeersbegeleiding</al><al>	74	156.725	156.725	Werkkanaal, verkeersbegeleiding</al><al>15	156.750	156.750	Marinakanaal, havenoperaties, werkkanaal</al><al>	75	156.775	156.775	Beschermband</al><al>16	156.800	156.800	Nood, spoed, veiligheid en aanroepkanaal</al><al>	76	156.825	156.825	Beschermband</al><al>17	156.850	156.850	Werkkanaal, havenverkeer</al><al>	77	156.875	156.875	Werkkanaal</al><al>18	156.900	161.500	Havenoperaties, werkkanaal</al><al>	78	156.925	161.525	Werkkanaal</al><al>19	156.950	161.550	Werkkanaal, marinakanaal</al><al>	79	156.975	161.575	Marinakanaal</al><al>20	157.000	161.600	Marinakanaal</al><al>	80	157.025	161.625	Werkkanaal, marinakanaal</al><al>21	157.050	161.650	Marinakanaal</al><al>	81	157.075	161.675	Marinakanaal</al><al>22	157.100	161.700	Marinakanaal</al><al>	82	157.125	161.725	Werkkanaal, marinakanaal</al><al>23	157.150	161.750	Openbaar verkeer, werkkanaal</al><al>	83	157.175	161.775	Openbaar verkeer, werkkanaal</al><al>24	157.200	161.800	Openbaar verkeer, werkkanaal</al><al>	84	157.225	161.825	Openbaar verkeer</al><al>25	157.250	161.850	Openbaar verkeer, werkkanaal</al><al>	85	157.275	161.875	Openbaar verkeer</al><al>26	157.300	161.900	Openbaar verkeer</al><al>	86	157.325	161.925	Openbaar verkeer</al><al>27	157.350	161.950	Openbaar verkeer</al><al>	87	157.375	161.975	Openbaar verkeer</al><al>28	157.400	162.000	Openbaar verkeer, werkkanaal</al><al>	88	157.425	162.025	Openbaar verkeer, werkkanaal</al><al>Onder bovengenoemde bestemmingen wordt verstaan:</al><lijst><li nr="-"><al>Beschermband: beschermband van kanaal 16 waarop in overkeer [bedoeld zal zijn: radioverkeer] in principe niet is toegestaan;</al></li><li nr="-"><al>Digitaal selcal nood- en veiligheid: radioverkeer in het kader van het oproepen van het nood- en veiligheidssysteem door middel van digitaal selectieve oproep;</al></li><li nr="-"><al>Havenoperaties: radioverkeer inzake het geven van mededelingen aan en het ontvangen van havenautoriteiten met betrekking tot de veiligheid van scheepsbewegingen;</al></li><li nr="-"><al>Marinakanaal: kanaal ten behoeve van communicatie inzake jachthavenbeheer;</al></li><li nr="-"><al>Noodverkeer: radioverkeer in het kader van hulpverlening in verband met ernstig en dreigend gevaar voor een schip of personen waarbij onmiddellijk hulp wordt verlangd;</al></li><li nr="-"><al>Openbaar verkeer: radioverkeer tussen schepen en kuststations in het kader van de openbare telegraaf- en telefoondienst;</al></li><li nr="-"><al>Opsporing, redding en bestrijding: radioverkeer betreffende het leiden en uitvoeren van opsporings- en reddingsacties, alsmede het bestrijden van verontreinigingen van het wateroppervlakte;</al></li><li nr="-"><al>Schip-tot-schipverkeer: radioverkeer tussen personen aan boord van de schepen onderling betreffende de veiligheid van een schip of personen;</al></li><li nr="-"><al>Spoedverkeer:	dringend radioverkeer betreffende de veiligheid van een schip, luchtvaartuig of ander vervoermiddel, dan wel van een persoon;</al></li><li nr="-"><al>Verkeersbegeleiding: radioverkeer ten behoeve van het geven van mededelingen aan en het ontvangen van aanwijzingen ten behoeve van de afwikkeling van radioverkeer met uitzondering van sociaal verkeer;</al></li><li nr="-"><al>Veiligheidsverkeer: radioverkeer houdende belangrijke waarschuwingen betreffende de navigatie of meteorologische zaken;</al></li><li nr="-"><al>Werkkanaal: kanaal ten behoeve van de afwikkeling van radioverkeer met uitzondering van sociaal verkeer.</al><al></al></li></lijst><al><vet></vet></al><al><vet>Bijlage 3</vet> behorende bij het Landsbesluit van de 14de oktober 1999 ter uitvoering van de artikelen 13 tot en met 16, 19, 31 en 33 van de Landsverordening op de telecommunicatievoorzieningen (P.B. 1995, no. 196) (Landsbesluit telecommunicatie scheepvaart).</al><al></al><al>De EED of GELOFTE:</al><al>Ik,......................., geboren de.............. te.............. zweer/beloof, dat ik de berichten, welke mij bij de uitvoering van de mij opgedragen werkzaamheden terzake van de maritieme telecommunicatie ter kennis komen, aan niemand, wie het ook zijn moge, zal openbaren, dan aan de bevoegde autoriteit aan wie ik volgens wettelijke regelingen verplicht ben zulks te doen. En dat ik alle overtredingen van wettelijke regelingen in de Nederlandse Antillen geldig en van de wettelijke internationale voorschriften met betrekking tot de verreberichtgeving, alsmede van de voorwaarden, waaronder de machtiging aan de eigenaar van het vaartuig is verleend die mij ter kennis komen naar waarheid aan de bevoegde autoriteiten zal rapporteren.</al><al>Zo waarlijk helpe mij God Almachtig / Dat beloof ik.</al><al>Deze eed is door mij...................in mijn functie van........... afgenomen heden, de..............</al><al>________________________________</al><al>Voor het Bureau Telecommunicatie,</al><al>____________________</al><al>De certificaathouder,</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>